Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 785Regels met betrekking tot de handhaving in desociale zekerheid om meer passend handhavenmogelijk te maken (Wet handhaving socialezekerheid)Nr. 20 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID NEIJENHUIS TERVERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 15Ontvangen 30 juni 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:IArtikel I, onderdeel B, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vande Sociale verzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van eenvergissing of anderszins».2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».IIIn artikel I, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 17a als volgtgewijzigd:1 In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Socialeverzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing ofanderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».IIIArtikel II, onderdeel B, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vande Sociale verzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van eenvergissing of anderszins». kst-36785-20ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 785, nr. 201 2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».IVIn artikel II, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 39 als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Socialeverzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing ofanderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».VArtikel III, onderdeel B, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vande Sociale verzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van eenvergissing of anderszins».2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».VIIn artikel III, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 17c als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Socialeverzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing ofanderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».VIIArtikel IV, onderdeel C, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde zevende lid, onder b, vervalt «naar het oordeelvan het college aannemelijk is dat sprake is van een vergissing ofanderszins».2. In het achtste lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».VIIIIn artikel IV, onderdeel D, wordt het voorgestelde artikel 18a als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het collegeaannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 785, nr. 202 IXArtikel IV, onderdeel G, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde zevende lid, onder b, vervalt «naar het oordeelvan de Sociale verzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van eenvergissing of anderszins».2. In het achtste lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».XIn artikel IV, onderdeel H, wordt het voorgestelde artikel 47g als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Socialeverzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing ofanderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XIIn artikel V, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 6ab als volgtgewijzigd:1. In het vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Socialeverzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing ofanderszins».2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».XIIIn artikel V, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 6b als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Socialeverzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing ofanderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XIIIArtikel VI, onderdeel B, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vanhet Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is datsprake is van een vergissing of anderszins».2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 785, nr. 203 XIVIn artikel VI, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 14a als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoe-ringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is vaneen vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XVArtikel VII, onderdeel B, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde achtste lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vanhet UWV aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XVIIn artikel VII, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 27a als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het UWVaannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XVIIArtikel IX, onderdeel B, onder 3, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vanhet Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is datsprake is van een vergissing of anderszins».2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XVIIIIn artikel IX, onderdeel E, wordt het voorgestelde artikel 48 als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoe-ringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is vaneen vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XIXArtikel X, onderdeel D, onder 3, wordt als volgt gewijzigd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 785, nr. 204 1. In het voorgestelde vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vanhet Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is datsprake is van een vergissing of anderszins».2. In het zesde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».XXIn artikel X, onderdeel F, wordt het voorgestelde artikel 2:69 als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoe-ringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is vaneen vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXIArtikel X, onderdeel I, onder 3, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vanhet Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is datsprake is van een vergissing of anderszins».2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXIIIn artikel X, onderdeel L, wordt het voorgestelde artikel 3:40 als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoe-ringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is vaneen vergissing of anderszins».2 In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXIIIArtikel XI, onderdeel B, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vanhet college aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXIVIn artikel XI, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 20a als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het collegeaannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 785, nr. 205 2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXVArtikel XII, onderdeel C, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vanhet college aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXVIIn artikel XII, onderdeel D, wordt het voorgestelde artikel 20a als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het collegeaannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXVIIArtikel XIII, onderdeel C, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vanhet UWV aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXVIIIIn artikel XIII, onderdeel D, wordt het voorgestelde artikel 21 als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het UWVaannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXIXArtikel XIV, onderdeel A, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel vanhet Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is datsprake is van een vergissing of anderszins».2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXXIn artikel XIV, onderdeel D, wordt het voorgestelde artikel 29a als volgtgewijzigd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 785, nr. 206 1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoe-ringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is vaneen vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXXIArtikel XVI, onderdeel C, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde zevende lid, onder b, vervalt «naar het oordeelvan het UWV aannemelijk is dat sprake is van een vergissing ofanderszins».2. In het achtste lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».XXXIIIn artikel XVI, onderdeel F, wordt het voorgestelde artikel 91 als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het UWVaannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».XXXIIIArtikel XVII, onderdeel G, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde negende lid, onder b, vervalt «naar het oordeelvan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is datsprake is van een vergissing of anderszins».2. In het tiende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijkis dat sprake is van een vergissing».XXXIVIn artikel XVII, onderdeel H, wordt het voorgestelde artikel 45a als volgtgewijzigd:1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoe-ringsinstituut werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is vaneen vergissing of anderszins».2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aanne-melijk is dat sprake is van een vergissing».Toelichting Wat betreft het onderdeel «vergissing» is in het wetsvoorstel geenkan-bepaling opgenomen. In plaats daarvan heeft de regering in hetvoorliggende wetsvoorstel met de zinsnede «naar het oordeel van [hetbestuursorgaan]» het grotendeels aan de uitvoeringsorganisatie gelatenom in te schatten of er sprake is van een vergissing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 785, nr. 207 De indiener hecht eraan dat de rechtsbescherming van de betrokkeneduidelijk is geborgd in het wetsvoorstel. De indiener ziet daartoemeerwaarde in een andere formulering, die bovendien meer recht doetaan de tekst uit de memorie van toelichting. De memorie van toelichtingspreekt namelijk over de mogelijkheid om af te zien van sanctionerenwanneer het aannemelijk is dat er sprake is van een vergissing.De indiener stelt voor als uitgangspunt te hanteren dat wordt afgezienvan een sanctie wanneer de betrokkene aannemelijk maakt dat sprake isvan een vergissing. Een vergissing kan in veel verschijningsvormenvoorkomen. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een kennelijke fout ofverschrijving. In sommige gevallen kan niet meer gesproken worden vaneen vergissing en is sprake van een verwijtbare overtreding, bijvoorbeeldals een betrokkene gedurende langere tijd verplichtingen overtreedt. Hetaanvoeren van het verweer zich vergist te hebben kan in dat geval nietbaten, de uitvoeringsprofessional kan in deze gevallen de afwegingmaken om niet af te zien van sanctioneren maar alsnog een sanctie op teleggen.Net als met de huidige jurisprudentie rondom dringende redenenbeoogt de indiener dat integraal getoetst wordt aan de algemenebeginselen van behoorlijk bestuur. Het uitvoeringsorgaan is verplicht eenbelangenafweging te maken waarvan de uitkomst niet onevenredig magzijn, in lijn met de afweging als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid van deAwb. De bestuursrechter kan deze belangenafweging intensief toetsen.NeijenhuisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 785, nr. 208
Bron, video en gesprek →37debatten
444bijdragen
117interrupties
57.105woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·