Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2042Vragen van lid Zeedijk (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister vanEconomische Zaken en Klimaat over het Convenant Rijk en regio investeringenin ondernemingsklimaat microchipsector (ingezonden 12 april 2024).Antwoord van Minister Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat), medenamens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 21 juni2024).Vraag 1 en 2Wat is de status van dit document? Is het daadwerkelijk ondertekend op28 maart 2024 door de partijen? Wat zal er ter besluitvorming aan de kamerworden voorgelegd?Kunt u toelichten wat de rol is van Stichting Brainport als vertegenwoordigervan de samenwerkende partijen? In hoeverre heeft Stichting Brainport demogelijkheid om partijen in de regio te houden aan de afspraken?Antwoord 1 en 2Het convenant maakt deel uit van een pakket aan afspraken. Rijk, regio enbedrijfsleven trekken tot en met 2030 in totaal 2,51 miljard euro uit voor ditpakket. Daarvan wordt 1,73 miljard euro bijgedragen door het Rijk en778 miljoen euro door de regio en het bedrijfsleven. De afspraken in hetconvenant zijn voor het Rijk onder voorbehoud van instemming door deStaten-Generaal en voor de regio onder voorbehoud van instemming doorprovinciale staten van Noord-Brabant, goedkeuring door de 21 gemeenten inde Brainportregio (regio Zuidoost-Brabant) en de bijdrage door privatepartijen. De voorzitter van de Stichting Brainport handelt hierbij namens desamenwerkende overheden, kennisinstellingen en bedrijven in de Brainportre-gio. De rol van de voorzitter van de Stichting Brainport is om die instemmingvoorafgaand aan de ondertekening van het convenant te verkrijgen. Hetproces voor deze instemming loopt. Hierbij worden geen bottlenecksverwacht. Naar verwachting kan het convenant binnen afzienbare tijd wordenondertekend.Vraag 3Waarom is ervoor gekozen om een vertegenwoordiging van het bedrijfslevenof grote bedrijven als ASML, NXP en Philips niet afzonderlijk te laten meetekenen? ah-tk-20232024-2042ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel1 Antwoord 3Het convenant beschrijft hoe het Rijk en de decentrale overheden zichverhouden tot de gemaakte afspraken om de groei van ASML en de hightechmaakindustrie te kunnen accommoderen en wie daarbij welke financiëleverplichtingen heeft. Het gaat hierbij om een intensivering op het oorspronke-lijke pakket van 1,6 miljard euro uit 2022. Dit behoeft geen mede onderteke-ning door het bedrijfsleven. De Stichting Brainport vertegenwoordigt desamenwerkende overheden, kennisinstellingen en bedrijven in de Brainportre-gio.Vraag 4Waar bestond het oorspronkelijke pakket van 1,7 miljard euro uit? Kunt u debedragen onderverdelen in talentontwikkeling, woningen en mobiliteit?Antwoord 4Uit de vraagstelling leiden we af dat u hiermee doelt op het oorspronkelijkepakket van 1,6 miljard euro uit 2022. Tijdens het BO-MIRT (Meerjarenpro-gramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) van 9 november 2022 hebbenRijk en regio samen bekend gemaakt 1,6 miljard euro te investeren om desterke groei van economische activiteiten in de Brainportregio te kunnenaccommoderen. De financiering van dit pakket is gericht op bereikbaarheidvan wonen en werken. Daarvoor zijn verschillende financieringsbronnen aanRijks- en regiozijde ingezet. De grootste rijksbijdrage kwam uit de middelenvoor Woningbouw en Mobiliteit voor de ontsluiting van de grootschaligewoningbouwlocaties. Deze investeringen dragen bij aan de opgave van derealisatie van 50.000 nieuwe woningen tot en met 2030 (opgave 2022). Hetmaakt de verwachte reizigersgroei in het openbare vervoer mogelijk,aanpassingen van de weginfrastructuur onder meer voor de ontsluiting vande economische toplocaties en het verbeteren van bestaande spoorlijnen.Naast de middelen voor infrastructuur is een deel van de Rijksmiddelen (ad23 miljoen euro) direct toe te wijzen aan de woningbouwimpuls. In hetoorspronkelijke pakket zitten geen middelen voor talentontwikkeling.Vraag 5Hoe zal de structurele bijdrage van 80,5 miljoen euro aan talentontwikkelingworden gedekt?Antwoord 5De structurele kosten vanaf 2031 van het Nationaal versterkingsplan vanmicrochip-talent worden voor de helft gedekt door het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en voor de andere helft door hetMinisterie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Het OCW-gedeeltewordt gedekt op de OCW-begroting. Hiervoor worden vanaf 2028 deresterende middelen van de maatregel afschaffing halvering van collegegeldingezet (deze maatregel is stopgezet vanaf collegejaar 2024/2025). Ookworden van de Aanvullende Post de resterende middelen voor het fondsOnderzoek & Wetenschap in 2030 en 2031 hiervoor ingezet. Voor deresterende dekking wordt vanaf 2031 structureel omgebogen op de bekosti-ging van het mbo, hbo, wo en de onderzoeksbekostiging bij de NederlandseOrganisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het EZK-gedeeltehiervan wordt gedekt op de EZK-begroting. De dekking vindt vanaf 2031plaats en wordt vooralsnog bekostigd uit de post PPS-Innovatiemodule. DePPS-Innovatiemodule draagt bij aan publiek-private samenwerkingsprogram-ma’s onder meer voor de hightech systemen- en materialensector.Vraag 6 en 7Is al bekend wat de bijdrage zal zijn van private partijen in de genoemdebedragen? Kunt u deze bijdrage uitsplitsen naar talentontwikkeling, woning-bouw, mobiliteit en netcongestie?Is hierbij uitgegaan van de verdeling van 1/3 van 1/3, zoals dat bij hetvoorgaande pakket de afspraak was? Waarom wel, of waarom niet?Antwoord 6 en 7De private bijdrage is onderdeel van de regionale cofinanciering. In hetconvenant zijn geen afspraken gemaakt over de hoogte van de privatebijdrage als onderdeel van de regionale cofinanciering. Voor wat betreft deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel2 opgave voor talentontwikkeling moet de bijdrage door private partijen volgenuit de dialoog die met partijen gevoerd zal worden voor het kunnen opstellenvan het Nationaal versterkingsplan van microchip-talent. Zie hiervoor tevenshet antwoord bij vraag 9. Voor wat betreft de ruimtelijke schaalsprong(mobiliteit en woningbouw) betrof de private bijdrage tijdens het oorspronke-lijke pakket (2022) 1/3 deel van de regionale bijdrage. Het is aan de regio zelfom ook voor het nieuwe pakket hier samen met de private partijen totovereenstemming te komen. Het convenant regelt geen afspraken over deprivate bijdrage voor netcongestie.Vraag 8Deelt de u de mening dat, gezien de winstgevendheid van de chipsector engezien precedentwerking voor eventueel toekomstige overeenkomsten, eensignificante bijdrage van de sector zelf een vereiste is?Antwoord 8Ja, het belang voor de chipsector zelf is evident. En dit belang zal ookterugkomen in de afspraken van de nadere uitwerking van het convenant.Vraag 9Kunt u de tekst «het zwaartepunt ligt in de regio» met betrekking tottalentontwikkeling nader toelichten? Wat zou de juiste verdeling zijn tussende Brainport regio en andere regio’s (Twente, Delft, Groningen)?Antwoord 9Het doel van deze investeringen is meer talent voor de halfgeleiderindustrie.In de Brainportregio ligt het zwaartepunt van de halfgeleiderindustrie. Hieruitvolgt dat er relatief meer investeringen en activiteiten in de Brainportregioneerslaan en daarom komt het zwaartepunt van de investeringen in deBrainportregio te liggen.De precieze verdeling van de middelen moet nog worden bepaald en ook hoedat in de andere regio’s kan neerslaan. Daarvoor geldt dat we zullen kijkennaar waar de middelen de meeste impact hebben op de talentvraag van dehalfgeleiderindustrie. Ik verwacht uw Kamer in het najaar te informeren overde verdeling van de middelen.Vraag 10Overwegende dat reistijden binnen Nederland relatief klein zijn en talent zichmakkelijk verspreid over Nederland, deelt u de mening dat wat betrefttalentontwikkeling het zwaartepunt niet noodzakelijkerwijs op de Brainportregio zou hoeven te liggen? Wat is de reden om dit wel te doen?Antwoord 10Onderdeel van het maatregelenpakket rond talentontwikkeling is eenNationaal versterkingsplan van microchip-talent gericht op het landelijkversterken van de gehele waaier, van om- en bijscholen en het opleiden vanmbo, hbo en wo studenten. De bereidheid om te reizen en de bereidheid omte verhuizen varieert per opleidingsniveau. Praktisch opgeleiden hebbengemiddeld genomen een kleinere actieradius van en naar werk en zijn mindervaak bereid om te verhuizen voor werk en studie dan theoretisch opgeleiden.Voor theoretisch opgeleiden is de bereidheid tot reizen en te verhuizen voorwerk en studie hoger.Hans de Jong, speciaal gezant namens het kabinet, heeft de regio’s Brainport,Twente, Groningen en Delft gevraagd om hiertoe met onderbouwde plannente komen. Ook is het mogelijk andere regio’s, buiten de genoemde regio’s,die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de opgave te betrekken.Deze partijen dienen zich dan aan te sluiten bij de plannen van één van dezevier genoemde regio’s. De deadline voor indiening is 1 juli 2024, waarna dezenog verwerkt en beoordeeld worden. Vanwege de kabinetswissel op 2 juli2024 zal dit plaatsvinden na de beëdiging van de nieuwe bewindspersonen.Vraag 11Is het mogelijk om concrete en bindende afspraken te maken over destay-rate van buitenlandse studenten? En indien ja, hoe kan dat het beste?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel3 Antwoord 11Buitenlandse studenten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan hethelpen oplossen van het tekort aan talent. We kunnen buitenlandse studentendie in Nederland afstuderen niet verplichten om na hun studie in Nederlandte gaan werken, maar we kunnen wel afspraken maken met instellingen enbedrijven om de kans dat zij blijven te vergroten. Om internationale studen-ten na hun studie succesvol te koppelen aan Nederlandse bedrijven is eenintegrale aanpak nodig van werving, matching, opleiding en begeleiding.Recent Nuffic onderzoek laat zien dat het hierbij ook gaat om het spreken vande taal en een thuis- of welkomstgevoel. Binnen de Wet internationaliseringin balans, die op 13 mei jl. aan uw Kamer is aangeboden, wordt de zorgplichtvan instellingen om de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands tebevorderen verruimd zodat deze van toepassing wordt op internationalestudenten. Daarbij wil de Minister van OCW samen met de instellingenbestuurlijke afspraken vastleggen hoe zij invulling geven aan deze zorgplicht.Door internationale studenten tijdens de studie de mogelijkheid te bieden tewerken aan de taalvaardigheid in het Nederlands, zal het niet spreken van detaal in mindere mate een belemmering vormen om na de studie in Nederlandte blijven. In de zelfregieplannen die hogescholen en universiteiten hebbenopgesteld ten aanzien van de instroom van internationale studenten, wordtop verzoek van de Minister van OCW ook aandacht besteed aan de taalvaar-digheid en aan binding van internationale studenten aan de Nederlandsesamenleving en arbeidsmarkt. Zowel hogescholen als universiteiten gaan aande slag met (regionale) werkgevers om studenten te begeleiden naar banenin Nederland; ze hebben landelijke werkgroepen ingesteld om succesvollevoorbeelden daarvan uit te wisselen.1 Nadere routes naast de Wet internatio-nalisering in balans en mogelijkheden voor de samenwerking tussen detechnische onderwijsinstellingen en de bedrijven zal ik uitwerken in hetNationaal versterkingsplan van microchip-talent.Vraag 12 en 13In de media is verschillende keren een inschatting gemaakt van de extrabasis- en middelbare scholen die nodig zijn in de regio. Is daar ook extrainvesteringsgeld voor opgenomen in deze afspraken?Is er tijdens de gesprekken ook gesproken over zorg en culturele voorzienin-gen? Hoe wordt voorzien in de benodigde groei op deze punten?Antwoord 12 en 13Als onderdeel van het convenant spreken Rijk en Regio af een verkenning testarten naar de sociaal-maatschappelijke opgaven in de gebiedsontwikkelingwaaronder sociale cohesie, faciliteiten als onderwijshuisvesting, zorg,bibliotheken en andere culturele instellingen. De regio verwacht bijvoorbeeldvoor onderwijshuisvesting een aanvullende investering te moeten doen vancirca 150 miljoen euro. Deze verkenning heeft tot doel om in beeld te krijgenwat deze opgaven zowel fysiek als financieel betekenen en welke faseringmogelijk is. Het streven is om deze verkenning voor het einde van dit jaar(2024) af te ronden.Bovendien wordt in de Regio Deal «Thuis in Brainport» ingezet op sociaal-maatschappelijke opgaven in de regio. In de aanvraag is te lezen dat uit depraktijk blijkt dat er knelpunten zijn op sociale samenhang, de ontwikkelingvan competenties & basisvaardigheden, en leefbaarheid. Voor de Regio Deal«Thuis in Brainport» is vanuit het Rijk een bedrag van 20 miljoen eurogereserveerd. De regio investeert eenzelfde bedrag als cofinanciering. Deaanvraag wordt de komende periode verder uitgewerkt door de regio. Deregiodeal is geen onderdeel van het convenant.Vraag 14Wat wordt onder mobiliteit bedoeld met «afspraken maken over risicoverde-ling en omgang met risico’s»? Tussen welke partijen wordt er risico verdeelden om welke risico gaat het?1Kamerstuk 22 452, nr. 89 en de bijlagen: Brief Vereniging Hogescholen aan de Minister vanOCW van 13 maart 2024; Brief van de Universiteiten van Nederland aan de Minister van OCWvan 19 maart 2024; Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 74.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel4 Antwoord 14Risico’s zijn inherent aan bouwprojecten. Vertrekpunt voor de gemaakteafspraken is dat de bijdragen taakstellend zijn en dat risico’s voor nationaleprojecten belegd worden bij het Rijk. De risico’s van regionale projectenworden belegd bij de regio. Echter, enkele infrastructuurprojecten hebbenbetrekking op zowel regionale als nationale netwerken. Voor deze projecten ismaatwerk noodzakelijk. Het is in alle gevallen een gezamenlijk belang van Rijken regio om de scope en taakstellend budget in evenwicht te houden.Daarvoor zullen de risico’s actief gemanaged moeten worden. Over deomgang met risico’s op deze projecten moeten Rijk en Regio nog afsprakenmaken. De afspraken uit het gezamenlijk ontwikkelde afsprakenkader van deBrainportdeal in 2022 zijn hierin vertrekpunt. De Kamer is hierover geïnfor-meerd via de MIRT brief van 2022 (Kamerstuk 36 200 A, nr. 9) en de brief overde Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving van 2023 (Kamerstuk 34 682,nr. 173).Vraag 15Heeft u een beeld hoe de benodigde stikstofdeskundigheid die nodig is voorde infrastructuurprojecten kan worden vrijgemaakt?Antwoord 15Rijkswaterstaat (RWS) onderzoekt hoeveel capaciteit er nodig is voor deRijksinfrastructuurprojecten uit het convenant, inclusief stikstofdeskundigheid.Voor de regionale projecten uit het convenant doorloopt de regio vergelijk-bare stappen. Vervolgens worden afspraken gemaakt over wie deze stikstof-deskundigheid kan leveren (RWS, de regio of een marktpartij). Met diestikstofdeskundigheid kan de stikstofopgave in beeld worden gebracht.Vervolgens moeten maatregelen genomen worden en moeten vergunningenworden verleend. Per stap zal worden gekeken wat mogelijk is en wat ditbetekent voor de prioritering van projecten.Vraag 16Kunt u meer inzicht geven in de bestemming van de 425 miljoen euro voorwoningbouw? Gaat het hier over garanties, financieringen van onrendabeletop of bouwdepots zelf? Hoeveel van deze investering verwachten we terugbij verkoop van de woningen?Antwoord 16Van de beschikbare 425 miljoen euro is 180 miljoen euro bestemd voor hettreffen van gebiedsmaatregelen in de 2 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties (Knoop XL en HOV-4). Deze gebiedsmaatregelen levereneen bijdrage aan de leefbaarheid van de woningbouwlocaties o.a. doorgroen- en watermaatregelen. Rijk en regio maken afspraken over de nadereinvulling van de gebiedsmaatregelen bij het BO Leefomgeving 2025. Het gaathierbij om het afdekken van de onrendabele top van publieke maatregelen.Voor het versnellen van de realisatie van 17.000 (extra) woningen en 2.280aanvullende studenteneenheden tot en met 2030 is in totaal 245 miljoen eurobeschikbaar. Beide partijen werken gezamenlijk uit hoe de beschikbaremiddelen optimaal kunnen worden ingezet teneinde deze opgave terealiseren. Er is geen sprake van een verplichte «return on investment» bij deverkoop van woningen. Het doel is om te komen tot versnelde realisatie vanvoldoende betaalbare woningen in de Brainport regio. Hierbij willen we eenmaximaal doelbereik realiseren met de beschikbare middelen en de publiekeen private middelen doelmatig en doeltreffend inzetten voor de woningbouw-opgave.Vraag 17Welk deel van de grond voor deze woning is in eigendom van de gemeente?Welk deel is daarnaast al beschikbaar en bestemd en welk deel moet nogworden gevonden?Antwoord 17De gronden waar de woningen op gebouwd worden zijn deels in publiekehanden (gemeente, corporaties) en deels in private handen. Het is nietmogelijk om specifiek aan te geven welk deel van de grond voor de tebouwen woningen in eigendom is van de gemeente. Door Wet voorkeurs-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel5 recht Gemeenten (WvG) te vestigen probeert de gemeente de gronden ineigen bezit uit te breiden. Een goed voorbeeld hiervoor is de gebiedsontwik-keling Fellenoord waar sprake is van voornamelijk privaat bezit maar degemeente met actief grondbeleid haar bezit probeert te vergroten. Degemeente stuurt actief op het realiseren van woningbouw met zowel privateals publieke partijen.Vraag 18Welk deel van de woningen zullen sociale huur zijn? Welk deel betaalbarehuur?Antwoord 18Er zijn geen specifieke afspraken gemaakt in het convenant over het aandeelsociale huur of betaalbare huur van de woningen. Alle woningen wordenechter onderdeel van de gemaakte afspraken in de woondeal. Doel van deWoondeal is om toe te werken naar meer balans in de woningvoorraad, meteen streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad opprovinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Daarbij kunnenprovincies rekening houden met specifieke situaties in regio’s waarbij hettoegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is.Vraag 19Hoe verhoudt het woonfonds van private partijen in de regio waaronderASML zich tot de investering?Antwoord 19Zoals aangegeven werken rijk en regio, waaronder publieke en privatepartijen, gezamenlijk uit hoe de beschikbare middelen optimaal kunnenworden ingezet teneinde deze opgave te realiseren. Het beoogde woonfondsvan private partijen in de regio waaronder ASML is een voorbeeld welkemeegenomen wordt in de nadere uitwerking. Het doel van de nadereuitwerking is om de beschikbare middelen zo optimaal mogelijk in te zettenom een maximaal resultaat te realiseren.Vraag 20Wat zal het effect zijn van de groei van het eco-systeem op de woningtekor-ten in andere regio’s, zoals Twente, waar veel toeleveranciers gevestigd zijndie mee moeten groeien?Antwoord 20De verwachting is dat een gebied zoals Twente door deze investeringen ookeen economische impuls krijgt, omdat dit naar verwachting ook een effectheeft op de toeleverende keten. Het is echter lastig dit concreet en kwantita-tief te maken, omdat de vraag naar woningen uit veel meer factoren bestaatdan enkel economische groei (denk aan leefbaarheid en culturele en/offamiliare banden in de regio). Vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zakenen Koninkrijksrelaties worden op dit moment gesprekken gevoerd met deregio Twente om samen te gaan werken aan een verstedelijkingsstrategie.Daarin wordt ook het effect van de (groeiende) economie meegenomen omde verstedelijkingsbehoefte te bepalen. Op het BO Leefomgeving wordt naarverwachting een afspraak gemaakt om een gezamenlijke verstedelijkingsstra-tegie te maken.Vraag 21Zijn er afspraken gemaakt over een energie hub op het terrein van ASML? Isde Minister het Minister het met NSC eens dat dit een goede investering zouzijn die ASML zelf kan bijdragen?Antwoord 21In mijn brief van 21 november 20232 heb ik u er over geïnformeerd datBrainport Development als gebiedsregisseur optreedt, om vanuit eenmultistakeholder-aanpak te kunnen samenwerken aan concrete casussen vanbedrijven in de Brainportregio. Hierin worden netbeheerders, gemeenten en2Kamerstuk 33 009, nr. 136Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel6 provincie maximaal gevraagd mee te denken in mogelijkheden, op het gebiedvan bijvoorbeeld contracten en vergunningen. Onderdeel van deze aanpak isook de verbinding met het Nationaal Stimuleringsprogramma Energiehubs. Ikzie energiehubs als een schakel in een sterker energiesysteem. Hierdoorkunnen bedrijven lokaal samenwerken aan de gezamenlijke energiebehoefte,het verbruik onderling verdelen, opslaan of convergeren. ASML kan ookgebruik maken van deze aanpak.Vraag 22Deelt u de mening dat elektriciteitsaansluitingen van (nieuw te bouwen)huizen en publieke voorzieningen in de regio niet in gevaar moeten komendoor prioriteitstelling via de MIEK? kunt u garanderen dat in dergelijkeafspraken deze doelen voorrang hebben boven groei van het bedrijfsleven?Antwoord 22Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (MIEK) is gerichtop tijdige realisatie van energie-infrastructuurprojecten die van grootmaatschappelijk belang zijn voor de gebouwde omgeving, mobiliteit,landbouw en industrie én voor de opwek van duurzame energie. MIEK-projecten zijn hiermee gericht op brede ontwikkelingen in een bepaald gebied(waaronder mogelijk woningbouw) en zijn niet gericht op specifiekeklantaansluitingen. MIEK-projecten kunnen het hiermee juist ook mogelijkmaken dat huizen en publieke voorzieningen tijdig kunnen worden aangeslo-ten, voor zover deze ontwikkelingen zijn opgenomen in een MIEK-project.Naast bovenstaande prioritering van de uitbreidingsinvesteringen is er ookhet prioriteringskader voor individuele aansluitingen. Dit kader is opgestelddoor de toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) en is op18 april jl. gepubliceerd. Het is de exclusieve bevoegdheid van de toezicht-houder om regels op te stellen voor het aansluiten van individuele partijen.Het kader van de ACM heeft als doel voorrang te geven aan individueleaansluitingen van hoog maatschappelijk belang. Het kader geeft voorrang aancongestieverzachters en aan veiligheidsfuncties en basisbehoeften zoalspolitie, ziekenhuizen en scholen. Het bedrijfsleven is geen specifiekecategorie. Door voorrang te krijgen in de wachtrij kunnen deze partijen alseerste worden aangesloten zodra er ruimte op het net vrij komt doorcongestiemanagement of uitbreiding van het net. Hiermee wordt eenuitzondering mogelijk gemaakt op het principe van «wie-het-eerst-komt-wie-het-eerst-maalt».Vraag 23Kunt u meer kwantitatieve duidelijkheid geven over de afspraken die zijngemaakt over de middelen uit het klimaatfonds?Antwoord 23Op 16 april jl. is de Voorjaarsnota 2024 aan de Kamer aangeboden, waarinook de Klimaatbesluitvorming voor 2025 en verder zijn beslag heeft gekre-gen.3 Voor maatregelen ter verbetering van de benutting van elektriciteitsnet-ten, waaronder de financiering van de opstartfase van energyhubs, is tijdensde Voorjaarsbesluitvorming Klimaat 2023 binnen het perceel Energie-infrastructuur 166 miljoen euro vrijgemaakt voor de periode 2024–2030.4 Overde implementatie van de maatregel en de beschikbaarstelling van demiddelen aan partijen worden momenteel nog afspraken gemaakt.Vraag 24Kunt u deze vragen beantwoorden minimaal een week voor het door lidSneller aangevraagde plenaire debat over het vestigingsklimaat vanNederland?Antwoord 24Er is nog geen datum bekend voor het aangevraagde plenaire debat over hetvestigingsklimaat van Nederland.3Kamerstuk 32 813, nr. 13744Kamerstuk 32 813, nr. 1230Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel7
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
8c36e324-e0bf-40a7-9cbe-8c10bbcfe74d
92debatten
2.983bijdragen
62interrupties
366.341woorden in uitspraken