Marktordening & consumentenbescherming (CD d.d. 24/04)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
8c36e324-e0bf-40a7-9cbe-8c10bbcfe74d
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Adriaansens: Voorzitter. Ik zal eerst de moties behandelen, want dat geeft de meeste structuur aan mijn reactie. Allereerst de motie op stuk nr. 96 van de heer Graus. Hij verzoekt de regering middels een onderzoek de commerciële activiteiten van een aantal bestuursorganen in kaart te brengen. Ik sta op zich positief tegenover deze motie. Ik heb daar alleen wel even een paar kanttekeningen bij. Niet alle zbo's vallen namelijk onder mijn verantwoordelijkheid. De heer Graus noemt bijvoorbeeld Staatsbosbeheer, dat onder LNV valt. Ik wil in gesprek met mijn collega's kijken of er meegewerkt kan worden aan zo'n onderzoek. Daar zal ik me ook voor inspannen. Ik wil het onderzoek dus zo breed mogelijk insteken. Als ik het op die manier mag doen, geef ik 'm oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Adriaansens: De motie op stuk nr. 97 van de heer Kisteman en mevrouw Zeedijk over de territoriale leveringsbeperkingen en dan met name de QR-code geven wij oordeel Kamer. Het is een goede motie.
Bron, video en gesprek →Minister Adriaansens: Dan de motie op stuk nr. 98 van de heer Thijssen. Daarop zit ik een beetje te puzzelen, want wat de heer Thijssen in algemene zin vraagt, namelijk om proactief onderzoek te doen naar concurrentie op markten, doen wij ook al. Mijn collega Vijlbrief doet dat. Ik heb alleen moeite met de framing van het dictum, omdat hij vraagt in welke sectoren mogelijk nog meer sprake is van marktfalen. Dat vind ik lastig, want dat wekt de suggestie dat dat aan de hand is. Dat frame zou ik niet op die manier willen onderschrijven. Als meneer Thijssen dat neutraler zou formuleren, zou ik het oordeel Kamer kunnen geven. Maar dan moet de motie dus enigszins aangepast worden.
Bron, video en gesprek →Minister Adriaansens: Op het moment dat u zegt "in welke sectoren mogelijk sprake is van marktfalen", dan ben ik het volledig met u eens. Dan gaan we dat onderzoeken. Dat moeten we ook proactief doen. Maar u zegt "nog meer", alsof er op allerlei plekken marktfalen is. Dat vind ik suggestief.
Bron, video en gesprek →Minister Adriaansens: Dan is die ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Adriaansens: Dank u, voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 99 van mevrouw Van Dijk over lokaal aanbesteden. Dat wil ik graag samen met de VNG verder onderzoeken. Ik verwijs ook naar het debat. Die geef ik graag oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Adriaansens: Dan de motie op stuk nr. 100 van mevrouw Zeedijk over de uitzondering van goede doelen bij restricties voor deurverkoop en telemarketing. Die moet ik ontraden. Er is ook een parallel met het onlangs aangenomen amendement van de heer Flach over telemarketing, dat een verbod introduceert op bellen op grond van een klantrelatie maar met een uitzondering voor onder meer goede doelen en uitgevers van kranten. Dat hebben wij ook ontraden. Misschien even ter toelichting het volgende. Het is overigens interessant dat mijn ministerie een onderzoek heeft gedaan naar hoe mensen die gebeld worden dat ervaren. Uit dat onderzoek bleek dat meer dan 85% van de mensen die gebeld werden dat heel vervelend vond, ook al was het een goed doel. Meerdere onderzoeken geven dus aan dat het door de ontvanger van het telefoongesprek niet wordt gewaardeerd. Ik denk dat het goed is om ons dat te realiseren. Het uitgangspunt is dat generieke maatregelen belangrijk zijn voor de uitlegbaarheid en handhaafbaarheid van maatregelen. Dat heb ik ook al eerder aangegeven. Ik begrijp natuurlijk ook dat de rol van partijen in de markt kunnen verschillen en dat er een bepaalde sympathie is. We kunnen het hier best over hebben. Ik wil het dus niet helemaal wegschuiven, want ik begrijp echt heel goed wat mevrouw Zeedijk vraagt. Maar we moeten er het gesprek over voeren, omdat het genuanceerder ligt dan "wel of niet". Dat zouden we eigenlijk moeten doen bij de betreffende wetstrajecten, zodat alle betrokkenen hun inbreng kunnen leveren. Ik vind het dus eigenlijk ook niet passend om nu, voorafgaand daaraan, bepaalde maatregelen uit te zonderen om consumenten te beschermen. We zouden daar nog iets uitgebreider naar moeten kijken. Daarom is de motie ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Adriaansens: Dan had ik een vraag van mevrouw Zeedijk over het CBS, met name over de motie-Joseph, over hoe datasets en analyses over oversterfte langer toegankelijk blijven voor wetenschappelijk onderzoek. Daarover lopen inderdaad al een aantal briefwisselingen tussen de regering en de Kamer. Ik ben al eerder, in de brief van de minister voor Medische Zorg van 15 april 2024, ingegaan op de motie. Wij zullen ook nog reageren op de aanvullende vragen die naar aanleiding daarvan zijn gesteld. Die brief zal van de minister voor Medische Zorg komen en wordt op korte termijn aan uw Kamer verstuurd. Daar wil ik naar verwijzen. In het najaar volgt nog een brief die nader ingaat op de beleidsregel van het CBS.
Bron, video en gesprek →