KamerkringInloggen
Peter de Groot

Officieel Kamerprofiel

Peter de Groot

VVD →
0debatten
802bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: VVD (2021-03-31–heden) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
14 jul 2026 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 1018 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 14 juli 2026 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Asiel en Migratie over devolgende brieven:•Kabinetspositie over de stemming inzake het onderhandelingsakkoordvoor de EU-Terugkeerverordening (Kamerstuk 22 112, nr. 4363)•Verslag JBZ-Raad 4 en 5 juni 2026 en overige JBZ-ontwikkelingen(Kamerstuk 32 317, nr. 1014)•Kabinetsappreciatie op verlenging van de activering van de RichtlijnTijdelijke Bescherming tot en met 4 maart 2028 (Kamerstuk 32 317, nr.1015)•Geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 16 en 17 juli2026 (32 317, nr. 1016).De vragen en opmerkingen zijn op 10 juli 2026 aan de Minister van Asielen Migratie voorgelegd. Bij brief van 14 juli 2026 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,De GrootGriffier van de commissie,Burger kst-32317-1018ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10181 InhoudIVragen en opmerkingen uit de fracties en reactie van deMinister van Asiel en Migratie2Inbreng van de leden van de VVD-fractie2Inbreng van de leden van de PVV-fractie5Inbreng van de leden van de JA21-fractie6 I Vragen en opmerkingen uit de fracties en reactie van deMinister van Asiel en Migratie Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de informele Raad Justitie en BinnenlandseZaken (JBZ-Raad) op 16 en 17 juli 2026 en van de verder aangeleverdestukken. Zij hebben hierover enkele vragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie constateren dat er tijdens de JBZ-Raad zalworden gesproken over het visumbeleid, met als doel dit beleid beter aante laten sluiten bij de doelstellingen omtrent interne veiligheid. Deze ledenondersteunen de inzet van het visumbeleid richting onwelgevallig gezindederde landen.Vraag 1Steunt de Minister eventuele voorstellen om het juridisch mogelijk temaken om van bepaalde landen, en met name Rusland, categorischonderdanen uit te sluiten van de mogelijkheid om een visum teverschaffen? Denkt de Minister dat voor zo’n voorstel draagvlak in de EUbestaat? Is de Minister daarnaast van plan om EU-lidstaten die op ditmoment nog veel visa aan Russische onderdanen afgeven, hierop aan tespreken en dan met name Frankrijk, Italië en Spanje? Is de Ministerdaarnaast bereid om de nationale afgifte van Machtigingen tot VoorlopigVerblijf (MVV) ook te beperken indien er sprake is van een categorischrisico voor de interne veiligheid of indien de strategische belangen vanNederland daarmee in gevaar komen?AntwoordHet kabinet maakt zich zorgen over de toename van Schen-genvisa voor Russische staatsburgers, waaronder toeristenvisa,die door enkele EU-lidstaten worden afgegeven, en spreektlidstaten daar op aan binnen de daarvoor bestemde EU gremia.In dit kader heeft het kabinet de gezamenlijke brief, op initiatiefvan Zweden, over restrictieve en uniforme toepassing van hetEU-visumbeleid ten aanzien van Russische burgers, medeonder-tekend. Hierover heeft het kabinet uw Kamer in het verslag vande JBZ-Raad van 4-5 juni 2026 geïnformeerd.1Het kabinet steunt het voorstel om in de EU-Visumcode eenjuridische grondslag op te nemen voor gerichte beperkendevisummaatregelen wanneer de relatie tussen de EU en eenvisumplichtig derde land ernstig verslechtert en daardoor deinterne veiligheid van de EU in het geding is. Het kabinet zal opde Raad het belang benadrukken dat de maatregelen (in eersteinstantie) gericht zouden moeten zijn op een bepaalde categorie1Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 1014.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10182 personen, zoals de actoren die verantwoordelijk gehoudenkunnen worden voor de verslechterde relatie. Daarnaast acht hetkabinet het noodzakelijk dat – gezien de potentiële gevolgen voorde bredere relatie met derde landen – de Raad een besluit neemtover dergelijke maatregelen. Er is nog geen duidelijk beeld tegeven of er voldoende draagvlak is in de Raad voor de introductievan een dergelijk instrumentarium. Naar verwachting zullenlidstaten in het bijzonder verschillend aankijken tegen dezeinstitutionele bevoegdheidsverdeling tussen de Raad enCommissie.Wat betreft de afgifte van Machtigingen tot Voorlopig Verblijf(MVV) is het al mogelijk om de toegang te weigeren indien er eengevaar blijkt voor openbare orde/nationale veiligheid of wanneerer gegronde reden is te veronderstellen dat de vreemdeling vooreen ander doel dan opgegeven naar Nederland is gekomen.Hierbij moet rekening worden gehouden met de specifiekeomstandigheden van het geval en met het evenredigheidsbe-ginsel, cf. verscheidene EU-richtlijnen, zoals die inzake detoelating en verblijf van onder meer onderzoekers en studenten(EU/2016/801) en van EU Blauwe Kaarthouders (EU/2021/1883).Een categorische uitzondering is niet mogelijk. Wanneer ertwijfels zijn over de motieven van de persoon die naar Nederlandkomt, is er reeds een bestaande werkwijze bij de IND ingeregeld.De leden van de VVD-fractie hebben voorts, omdat dit en marge ter sprakekan komen tijdens de JBZ-Raad, nog enkele vragen over gesprekken dielopen met de Taliban in het kader van afspraken over terugkeer vanuitgeprocedeerde asielzoekers. Deze leden zijn van mening dat de Talibanverwerpelijke opvattingen hebben over mensenrechten en dan met namede rechten van vrouwen, meisjes en journalisten. Zij begrijpen datgesprekken over terugkeer noodzakelijk zijn, vooral voor EU-lidstaten metveel Afghaanse asielzoekers, maar willen hierbij wel markeren dat hetbeginsel van non-refoulement buiten kijf moet staan.Vraag 2Van welke categorieën uitgeprocedeerde asielzoekers verwacht deMinister dat er bij succesvolle gesprekken sprake kan zijn van terugkeer?Kan de Minister een inschatting geven van de hoeveelheid uitgeproce-deerde asielzoekers die mogelijk teruggestuurd zullen worden? Hoe zorgtde Minister er tot slot voor dat het beginsel van non-refoulement vooruitgeprocedeerde asielzoekers uit Afghanistan gewaarborgd blijft?AntwoordTerugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen is een prioriteitvan het kabinet. Het kabinet zet zich ervoor in om zoveel alsmogelijk vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf te latenterugkeren. De terugkeer van vreemdelingen die een gevaarvormen voor de nationale veiligheid en/of de openbare ordehebben daarbij de speciale aandacht van het kabinet. Gesprekkenover terugkeer met de de facto autoriteiten in Afghanistanhebben in dat kader plaatsgevonden. Dit geldt ook voor vertrek-plichtige Afghanen. Op dit moment zijn er rond de 290 vreemde-lingen met de Afghaanse nationaliteit vertrekplichtig. De groepvreemdelingen veroordeeld in de strafrechtketen, of voornationale veiligheid of oorlogsmisdaden ligt rond de 40. Effec-tieve terugkeer van vreemdelingen veroordeeld in de strafrecht-keten is over het algemeen complexer dan van uitgeprocedeerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10183 asielzoekers zonder strafrechtelijke veroordeling. In alle gevallenis er sprake van een individuele beoordeling.Een geüpdatete versie van het landgebonden asielbeleid voorAfghanistan is 28 mei jl. met uw Kamer gedeeld. Afhankelijk vande mate van vervolging kan er worden geoordeeld dat er sprakeis van groepsvervolging of kan een risicoprofiel worden aange-wezen. Uiteindelijk vindt er altijd een individuele beoordelingplaats waarbij geldt dat ook personen die niet onder groepsver-volging vallen of niet zijn aangemerkt als risicoprofiel nog steedsin aanmerking kunnen komen voor bescherming. Hierbij wordtook het beginsel van non-refoulement in acht genomen. In hetlandgebonden asielbeleid voor Afghanistan is rekening gehoudenmet de zeer kwetsbare positie van vrouwen en meisjes.De leden van de VVD-fractie zien voorts nog dat de kabinetsappreciatievan de verlenging van de activering van de Richtlijn TijdelijkeBescherming (RTB) tot en met 4 maart 2028 op de agenda van hetschriftelijk overleg staat. Deze leden ondersteunen hierbij de inzet van hetkabinet. Met de verlenging wordt het voor dienstplichtigen niet langermogelijk om zonder toestemming bescherming te claimen op grond vande RTB.Vraag 3Welke maatregelen kan en is de Minister bereid te nemen om ervoor tezorgen dat deze uitgesloten groep niet asiel in Nederland zal aanvragen?Hoe kansrijk acht de Minister een asielaanvraag van een individu binnendeze groep?AntwoordIedereen heeft recht om asiel aan te vragen. Dit recht kan nietworden ingeperkt. Asielverzoeken zullen altijd op individuelebasis worden beoordeeld, omdat de individuele omstandighedenmoeten worden meegewogen. Hierbij wordt gebruik gemaakt vanhet recent vastgestelde landenbeleid Oekraïne. Desertie endienstweigering vormen op zichzelf geen gronden voor interna-tionale bescherming, conform internationale normen.Vraag 4Acht de Minister daarnaast een landenbeleid op basis van een breed scalaaan objectieve en verifieerbare bronnen noodzakelijk om asielaanvragenbinnen deze groep adequaat en voortvarend te kunnen beoordelen?AntwoordJa. Zoals op 1 juli jl. met uw Kamer gedeeld heeft het kabinetlandenbeleid Oekraïne vastgesteld. Het landenbeleid is vastge-steld op basis van verschillende openbare bronnen die ook metuw Kamer zijn gedeeld in afwachting van het ambtsbericht datverwacht wordt in het vierde kwartaal. Zodra het ambtsberichtbeschikbaar is zal het landenbeleid opnieuw tegen het lichtworden gehouden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10184 Vraag 5Hoe kijkt de Minister daarnaast aan tegen het spanningsveld tussen artikel5 en artikel 15 van de RTB? Meent de Minister net als de Commissie datartikel 15 van de RTB niet van toepassing is op groepen die wordenuitgesloten van de RTB?AntwoordArtikel 5 van de RTB geeft de Raad de mogelijkheid om tebepalen welke groepen tijdelijke bescherming kunnen krijgenonder de RTB, waardoor het mogelijk is om hiervoor specifiekecriteria, zoals het niet ontwijken van dienstplicht, en aanpassingin reikwijdte toe te passen. Het uitvoeringsbesluit kan het rechtop gezinshereniging zoals is vastgelegd in artikel 15 van deRichtlijn zelf niet inperken. Dit zal derhalve moeten wordenmeegewogen bij een aanvraag voor tijdelijke bescherming onderde RTB.Vraag 6Is het tevens zo volgens de Minister dat dienstplichtigen geen beroepkunnen doen op een recht op familie- en gezinsleven verankerd in artikel 8van het EVRM? Hoe voorkomt de Minister een toename van het aantalartikel 8 EVRM-aanvragen indien dit wel het geval is?AntwoordHet recht op gezinshereniging is in de huidige Richtlijn verankertin artikel 15. Deze blijft overeind in het nieuwe voorstel voorverlenging van de RTB. Het ligt daarmee niet in lijn derverwachting dat deze verlenging met scopebeperking zal leidentot een toename in het aantal aanvragen op basis van 8 EVRM.Inbreng van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de informele JBZ-Raad van 16 en 17 juli 2026. Zij stellen nogenkele vragen.De leden van de PVV-fractie constateren dat het kabinet voorstander isvan het voorstel om een grondslag te creëren voor het vaststellen vanbeperkende visummaatregelen.Vraag 7Kan de Minister uitleggen hoe dit zich verhoudt tot het besluit omPalestijnen toegang tot Nederland te verlenen? Waarom acht het kabinethet in dat geval wel verantwoord om personen uit een conflictgebied toete laten, terwijl het tegelijkertijd pleit voor strengere visumbeperkendemaatregelen uit veiligheidsoverwegingen, zo vragen voornoemde leden.Deze leden vragen of iedere Palestijn die met een visum naar Nederland isgekomen, onderworpen is aan een uitgebreide screening op terrorisme.AntwoordHet voornemen van de Commissie voor gerichte beperkendevisummaatregelen ziet op situaties waarin de relatie tussen de EUen een visumplichtig derde land ernstig verslechterd is endaardoor o.a. de interne veiligheid van de EU in het geding kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10185 komen. Dit kan, maar hoeft zeker niet, samenvallen met eenconflictsituatie in dat land. Het voornemen heeft de Commissieopgenomen in de EU-visumstrategie, waarover uw Kamer via degeannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 5-6 maart jl. isgeïnformeerd. De discussie op deze Raad gaat dus over datvoornemen. Met de input van de lidstaten zal de Commissie hetvoorstel nader uitwerken.In algemene zin worden visumaanvragen individueel beoordeeld,waarbij ook getoetst wordt (middels EU databases) of iemand eenrisico vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Dezetoetst vindt onafhankelijk van de nationaliteit van de aanvragerplaats. Daarnaast hebben lidstaten (o.g.v. art.22 Visumcode) demogelijkheid om een nationaliteit consultatieplichtig te maken,waarbij een lidstaat bezwaar kan maken tegen afgifte van eenvisum in individuele, gemotiveerde gevallen. De informatie welkelidstaat voor welke nationaliteiten deze raadpleging voorafverlangt, is niet openbaar.Ten slotte hebben de leden van de PVV-fractie kennisgenomen van dekabinetsappreciatie over de verlenging van de Richtlijn Tijdelijkebescherming Oekraïners tot en met 4 maart 2028.Vraag 8Deze leden vragen de Minister wanneer de besluitvorming hierover exactgeagendeerd staat.AntwoordBesluitvorming over de verlenging van de Richtlijn TijdelijkeBescherming zal – vanwege de urgentie – naar verwachtingplaatsvinden via een schriftelijke procedure. Voor het uitvoerenvan deze procedure zal toestemming worden gevraagd op hetComité van permanente vertegenwoordigers van de regeringenvan de lidstaten bij de Europese Unie (Coreper) op 15 juli. Daarnavolgt de schriftelijke procedure. Het kabinet is voornemens in testemmen.Het is voor deze leden volstrekt onacceptabel dat deze Richtlijn opnieuwmet een jaar wordt verlengd, terwijl in het nieuwe landenbeleid grotedelen van Oekraïne worden aangemerkt als binnenlands beschermingsal-ternatief. Het is ook algemeen bekend dat veel Oekraïners regelmatig open neer reizen naar Oekraïne voor vakantie of familiebezoek.Inbreng van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen vande geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 16 en 17 juli 2026 in Dublinen hebben de recente ontwikkelingen in de EU en de lidstaten aandachtiggevolgd. Het Europees asielstelsel moet naar het oordeel van deze ledenfundamenteel worden hervormd, waarbij asiel een gunst wordt dieregeringen kunnen verstrekken en geen afdwingbaar recht, en met hulp,opvang en procedures buiten Europa. Zij hebben over de inzet van hetkabinet in de Raad, alsmede over enkele recente Europese ontwikke-lingen, de volgende vragen en opmerkingen.Het enige migratieonderwerp dat het Ierse voorzitterschap agendeert,betreft de relatie tussen het EU-visumbeleid en de veiligheid, waarbij tweeinstrumenten voorliggen: gerichte restrictieve visummaatregelen tegenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10186 onderdanen van derde landen en een nieuw beoordelingskader voorvisumvrijstellingen.Vraag 9Kan de Minister uiteenzetten met welke concrete inzet hij de Raad ingaaten welke positie hij inneemt ten aanzien van beide instrumenten, zovragen de leden van de JA21-fractie.AntwoordZoals aangegeven op vragen van de leden van de fractie van deVVD steunt het kabinet het voorstel om in de EU-Visumcode eenjuridische grondslag op te nemen voor gerichte beperkendevisummaatregelen wanneer de relatie tussen de EU en eenvisumplichtig derde land ernstig verslechtert en daardoor onderandere de interne veiligheid van de EU in het geding dreigt tekomen. Het kabinet zal inzetten op duidelijke afbakening van decategorieën die door de maatregelen getroffen kunnen worden,zonder dat deze limitatief zijn, om het instrument flexibel tehouden. Tevens zal het kabinet een stevige rol voor de Raadbepleiten in dit instrument.Vraag 10Deze leden menen dat het artikel 25bis-mechanisme van de Visumcodesneller en steviger moet kunnen worden ingezet wanneer een derde landonvoldoende meewerkt aan terugkeer en overname, wanneer deveiligheidssituatie verslechtert of wanneer sprake is van hybridedreigingen. Deelt de Minister deze opvatting en welke concretevoorstellen doet hij hiertoe in de Raad?AntwoordHet kabinet is voorstander van de inzet van 25bis-maatregelentegen derde landen die niet voldoende meewerken aan terugkeer.Het nemen van negatieve visummaatregelen onder artikel 25bisvan de EU-Visumcode, of de dreiging van het nemen van dezemaatregelen is eerder effectief gebleken. Zo zijn onlangs denegatieve visummaatregelen tegen Ethiopië ingetrokken, omdatde terugkeersamenwerking was verbeterd in de periode nadat demaatregelen in 2024 waren genomen. Het kabinet blijft erdaarom op inzetten dat er negatieve visummaatregelen kunnenworden ingesteld onder art. 25 bis van de Visumcode indienderde landen niet voldoende meewerken aan terugkeer. Dezemaatregelen dienen ingebed te worden in de bredere relatie methet desbetreffende derde land en samen te gaan met duidelijkecommunicatie over de criteria voor afschaling om het instrumenthet meest effectief te maken.Daarnaast kijkt het kabinet met interesse uit naar het voorstelvan de Commissie voor de herziening van de EU-Visumcode. Naarverwachting wordt dit voorstel het komende jaar gepubliceerd enzal daarin ook aandacht zijn voor aanpassing van artikel 25bis.De verwachting is dat dit voorstel concrete aanpassingen bevatvoor artikel 25bis die het artikel steviger en sneller inzetbaarzullen maken. Dit is reeds in de visumstrategie van de Commissieuiteengezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10187 Tevens is het Kabinet voorstander van het in de EU-Visumcodeopnemen van een juridische grondslag voor gerichte beperkendevisummaatregelen wanneer de relatie tussen de EU en eenvisumplichtig derde land ernstig verslechtert en daardoor deinterne veiligheid van de EU in het geding is. Voorts verwijs ik u,als het gaat om beperkende visummaatregelen vanwege deveiligheidssituatie, naar het antwoord op vraag 1.Tot slot vragen de leden van de JA21-fractie aandacht voor Afghanistan.Vraag 11Kan de Minister bevestigen dat Nederland heeft deelgenomen aan detechnische gesprekken met de Afghaanse feitelijke autoriteiten entoelichten wat de Nederlandse inzet en positie daarbij was?AntwoordEen Nederlandse ambtenaar op operationeel niveau heeft hetgesprek bijgewoond. Het gaat om een operationeel gesprek.Hiervan wordt zoals gebruikelijk geen afschrift gestuurd naar deTweede Kamer.Deze leden menen dat het mogelijk maken van terugkeer van Afghanenzonder rechtmatig verblijf, in het bijzonder van strafrechtelijk veroor-deelden en personen die een veiligheidsrisico vormen, prioriteit verdient.Vraag 12Deelt de Minister deze opvatting en welke concrete resultaten beoogt hijmet deze gesprekken?AntwoordTerugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen is een prioriteitvan het kabinet. Het kabinet zet zich ervoor in om zoveel alsmogelijk vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf te latenterugkeren. De terugkeer van vreemdelingen die een gevaarvormen voor de nationale veiligheid en/of de openbare ordehebben daarbij de speciale aandacht van het kabinet. Dit geldtook voor vertrekplichtige Afghanen. Op 16 oktober 2025stuurden verschillende lidstaten, waaronder Nederland, een briefaan Eurocommissaris Brunner met de oproep om mensen zonderverblijfsrecht in de EU te helpen om terug te keren naar Afgha-nistan. Een gezamenlijke EU-aanpak geeft Nederland demogelijkheid om terugkeer van Afghanen die niet in de EU mogenblijven naar Afghanistan beter te regelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10188

Bron, video en gesprek →