KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

bce35750-157a-41a3-8c19-2da11ac8ffae

6debatten
139bijdragen
0interrupties
20.842woorden in uitspraken

Commissies

Geen huidige commissielidmaatschappen beschikbaar in de Kamerdata.

Contact

Contactgegevens worden alleen getoond voor zittende Kamerleden.

Loopbaan

Geen loopbaangegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Opleiding

Geen opleidingsgegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Nevenfuncties

Geen nevenfuncties beschikbaar in de Kamerdata.

Geschenken en reizen

Geen geregistreerde geschenken beschikbaar in de Kamerdata.

Geen geregistreerde reizen beschikbaar in de Kamerdata.

Stemgedrag

Bij een hoofdelijke stemming staat de eigen stem. Anders staat de stem van de fractie waarvan dit Kamerlid op de besluitdatum lid was; dat is geen persoonlijke stem.

Geen stemmingen beschikbaar in de Kamerdata.

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
21 mei 2024 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden1782Vragen van de leden Omtzigt, Palmen (beiden Nieuw Sociaal Contract),White (GroenLinks-PvdA), Ceder (ChristenUnie), Bamenga (D66), Van derPlas (BBB), Vedder (CDA), Van Nispen (SP), Ergin (DENK), VanHouwelingen (FVD), Stoffer (SGP), Koekkoek (Volt), Eerdmans (JA21),Van der Velde (PVV) en Martens-America(VVD) aan de Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Infrastructuur enWaterstaat over het rapport «Geen afgesloten hoofdstuk» van ACOI over hetopenbaar maken van de archieven van de Bijlmervliegramp (ingezonden24 april 2024).Antwoord van Minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat), mede namensde Staatssecretarissen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 21 mei 2024)Vraag 1Herinnert u zich de Kamerbreed ondertekende en aangenomen motie-Omtzigtc.s. die vroeg om een advies over de openbaarheid van het archief van deBijlmervliegramp?1Antwoord 1Ja.Vraag 2Heeft u kennisgenomen van het advies van het Adviescollege Openbaarheiden Informatiehuishouding (ACOI), «Geen afgesloten hoofdstuk» dat op19 april 2024 verschenen is?Antwoord 2Ja, zie de brief aan de Kamer van 22 april 2024.2Vraag 3Wilt u per aanbeveling zeggen hoe u dit gaat opvolgen?1Kamerstuk 22 861, nr. 40.2Kamerstukken II 2023/24, 22 861, nr. 46. ah-tk-20232024-1782ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel1 Antwoord 3Aanbeveling 1 aan Ministeries OCW en IenW: Maak op korte termijnopenbaar wat al direct openbaar kan worden, zodat iedereen de dossiers kanraadplegen.Reactie:In de brief aan de Kamer van 22 april 2024, is een beleidsreactie aangekon-digd. De uitwerking van de aanbeveling zal voor een deel daarin zijn beslagkrijgen. In antwoord op deze vragen volgt hieronder een reactie op hoofdlij-nen. Het streven is uiteraard om dossiers die daarvoor in aanmerking komen,zo snel mogelijk openbaar te maken. Volgens het ACOI komen 27 van de 91inventarisnummers in het archief van de Raad voor de Luchtvaart vooropenbaarmaking in aanmerking. Het ACOI heeft geduid waarom dezedossiers niet onder de bescherming van Bijlage 13 bij het Verdrag vanChicago voor de internationale burgerluchtvaart3 zouden vallen en geeftdaarbij inzicht in wat men onder de inventarisnummers heeft aangetroffen.De toetsing door ACOI van de dossiers was gericht op de voorwaarden vanhet Verdrag van Chicago, maar bij de beoordeling van mogelijke openbaar-heid van de dossiers moet tevens rekening worden gehouden met hetvoorkomen van persoonsgegevens waarvoor de Algemene verordeninggegevensbescherming (AVG) in acht moet worden genomen.Het gaat om omvangrijke dossiers met een grote verscheidenheid aandocumenten. Deze 27 dossiers worden momenteel stuk voor stuk opdocumentniveau doorgenomen om dit te toetsen. Daarbij wordt ook gekekenof de stukken persoonsgegevens bevatten. Voor dossiers waaruit blijkt datdeze op grond van deze toetsing inderdaad openbaar gemaakt kunnenworden, wordt met een tijdelijke maatregel algemene inzage toegestaan, opbasis van de bevoegdheid van de Minister van IenW op grond van vigerendeBesluiten beperking openbaarheid4. Mocht blijken dat deze dossiers alsnogdocumenten bevatten die onder de bescherming van het Verdrag vanChicago vallen, dan zullen deze dossiers gesplitst worden volgens aanbeve-ling 2 van het ACOI. Het streven is om het onderzoek naar de 27 dossiersbinnen 10 weken af te ronden. Mocht blijken dat in deze dossiers persoonsge-gevens voorkomen, dan is de AVG van toepassing. In dat geval wordtbekeken welke mogelijkheden er zijn om zoveel mogelijk toegang te geven totdeze dossiers binnen de wettelijke mogelijkheden en waarbij ook rekeninggehouden wordt met de AVG.De formele opheffing van de openbaarheidsbeperking op de dossiers volgtlater. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de Archiefwet 1995 juridischgeen mogelijkheden biedt om de beperkingen die gesteld worden op grondvan het belang van de Staat en haar bondgenoten na overbrenging op teheffen5. In deze mogelijkheid wordt wel voorzien in het voorstel van wet voorde Archiefwet 20. die op dit moment ter behandeling bij de Kamer voorligt.6Indien dit wetsvoorstel wordt aangenomen en in werking treedt, wordt zosnel mogelijk van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Tot dat moment wordtde bovengenoemde tijdelijke maatregel waarmee de Minister van IenWtoestemming geeft voor inzage, van kracht.3Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1947, 165 en Trb. 1981, 85).4Zie artikel 3 van het Besluit tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbe-scheiden geborgen in de archieven van de Raad voor de Luchtvaart en het Bureau VooronderOngevallen en Incidenten van de Rijksluchtvaardienst, 1924–1998 (2000), nummer toegang2.16.107; en artikel 2 van het Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap van 17 januari 2023 tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbe-scheiden geborgen in het archief van het Directoraat-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst,1919–1982, nummer toegang 2.16.5240.5Het opheffen van deze openbaarheidsbeperking wordt uitgesloten door artikel 15, vijfde lid,van de Archiefwet 1995.6Kamerstukken II 2021/22, 35 968, nr. 2, artikel 7.6.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel2 Aanbeveling 2 aan het Nationaal Archief en Ministerie IenW: Deel deinventarisnummers zoveel mogelijk opnieuw in om meer openbaarheid terealiserenReactie:De aanbeveling roept op om documenten die onder de reikwijdte van ICAOBijlage 13 vallen af te splitsen van de documenten die in ieder gevalopenbaar kunnen worden. Deze aanbeveling wordt overgenomen. Hiervoorworden de overige 64 dossiers stuk voor stuk doorgenomen om op docu-mentniveau een onderscheid te maken tussen documenten die openbaarkunnen worden gemaakt en documenten die beperkt openbaar moetenblijven. Met het Nationaal Archief zijn afspraken gemaakt om een afsplitsingmogelijk te maken, omdat hier vanwege de bescherming van archievenbepaalde procedures voor gelden. Zorgvuldigheid is hierin van belang, onderandere vanwege het toetsen aan onder andere de AVG en de ICAO Bijlage 13.Om deze reden kost dit proces meer tijd. Alle documenten uit deze dossiersdie voor openbaarmaking in aanmerking komen, worden op dezelfde manieropenbaar gemaakt als de dossiers onder aanbeveling 1. Het streven is om deeerste stand van zaken op 4 oktober 2024 kenbaar te maken aan het ACOI ende direct belanghebbenden. Hiervoor staat reeds een afspraak gepland.Aanbeveling 3: Voer een balancing test uit op het niet-openbare deel datoverblijft.Reactie:Het ACOI geeft aan dat voor de dossiers die overblijven ná de openbaarma-king, met toepassing van de balancing test kan worden vastgesteld oftoegang tot deze beperkt openbare documenten desondanks mogelijk is; inindividuele gevallen of bijvoorbeeld ten aanzien van bepaalde categorieënvan documenten. Het ACOI doet vervolgens een voorstel voor de wijzewaarop deze balancing test kan worden uitgevoerd met de instelling van eencommissie. Zie het antwoord op vraag 4 over dit voorstel.Aanbeveling 4 aan Ministerie IenW (en partners/belanghebbenden): Investeerin de toegankelijkheid van het archief voor betrokkenen en onderzoekers.Reactie:Het ACOI adviseert de Minister van IenW met een uitgebreidere inventaris enonderzoeksgids compleet inzicht te geven in de documenten die zichbevinden in de verschillende archieven over de vliegramp in de Bijlmer en dittot stand te doen komen met behulp van relevante partners uit de archief-,onderzoeks- en museale wereld en met betrokkenheid van de bewoners ennabestaanden.Het ACOI stelt dat inzicht bieden meer vraagt dan enkel het beschikbaarstellen van stukken. Het gaat ook om toegankelijkheid in de bredere zin vanhet woord, zoals het ondersteunen van gebruikers bij het kunnen zoeken indeze archieven en het begrijpen van documenten. Daarbij betrekt het ACOI indeze aanbeveling ook andere archieven dan het archief van de Raad voor deLuchtvaart.De behoefte van bewoners en nabestaanden om deze archieven, binnen dewettelijke mogelijkheden, te kunnen onderzoeken en begrijpen wordt erkend.Tegelijkertijd is deze aanbeveling zeer ruim geformuleerd en vraagt daaromom nader onderzoek naar de uitwerking. De Kamer wordt zo snel mogelijkover de uitkomsten van dit onderzoek geïnformeerd.Vraag 4Bent u bereid de voorgestelde commissie zo spoedig mogelijk in te stellen,zodat binnen een paar maanden beoordeeld kan worden wat openbaar kanworden gemaakt? Bent u bereid opdracht te geven om vooral naar openbaar-heid te streven wanneer dat kan en dat ook in de opdracht mee te geven?Antwoord 4Het ACOI stelt in aanbeveling 3 van het advies voor om een permanentecommissie in te stellen die kan adviseren over het openbaar maken van deonderzoeksgegevens over de Bijlmerramp door middel van een zogenaamdebalancing test. Het voorstel is om voor vertegenwoordiging te zorgen vanuitTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel3 IenW, de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), de algemene rijksarchivaris,het ACOI en slachtoffers. Ook wijst het ACOI op de mogelijkheid generiekvooraf te bepalen welke beschermde dossiers toch vrijgegeven kunnenworden. Daarnaast stelt het ACOI voor de commissie proactief verder te latenkijken naar ook andere onderzoeken naar luchtvaartrampen waaronder:KLM/PanAm Tenerife (1977), SLM Zanderij (1989), Martinair Faro (1992),Hercules Eindhoven (1996), Dakota Waddenzee (1996).De balancing test wordt voorgeschreven door het Verdrag van Chicago voorde internationale burgerluchtvaart. Het afwegingskader beoogt met inachtneming van de bescherming van de veiligheid van de burgerluchtvaarthandvatten te bieden bij de afweging van verzoeken om openbaarmaking vanongevalsonderzoeken. De Minister van IenW is op grond van vigerendeBesluiten beperking openbaarheid reeds bevoegd te beslissen over het gevenvan inzage van de archieven van de Raad voor de Luchtvaart en het BureauVooronderzoek Ongevallen en Incidenten van het Directoraat-Generaal van deRijksluchtvaartdienst. Daartoe past de Minister de door Bijlage 13 bij hetverdrag voorgeschreven balancing test toe. De Kamer is eerder geïnformeerdover dit afwegingskader.7Deze aanbeveling is breder dan het verzoek van de Kamer om de openbaar-heid van de stukken van het Bijlmerramparchief te onderzoeken en moetnader beschouwd worden. De uitwerking is ook complexer, bijvoorbeeldomdat deze invulling precedentwerking kan hebben voor onderzoeken vanbestaande onderzoeksinstanties als de OVV. De OVV heeft in reactie op hetrapport aangegeven dat dit zorgvuldige afweging vraagt. Bij het voorstel vanhet ACOI om ook andere rampen te beoordelen valt verder op dat deHerculesramp een militair ongeval betrof dat niet onder het regiem van hetVerdrag van Chicago valt. Voor de buitenlandse onderzoeken zal bovendieninstemming van betrokken landen nodig zijn.Voor nader onderzoek naar deze aanbeveling gaat het Ministerie van IenWinterdepartementaal in overleg met andere verantwoordelijke Ministeries(OCW, JenV en BZK) en daarbij ook andere belanghebbende partijen zoals deOVV, de Luchtverkeersleiding Nederland en de Vereniging NederlandseVerkeersvliegers betrekken. Vanuit de ministeries zullen we dit procesbespoedigen, maar daar is momenteel nog geen concreet tijdspad bij tegeven. In de aangekondigde beleidsreactie wordt de Kamer geïnformeerdover de planning.Daarnaast doet het ACOI als onderdeel van deze aanbeveling een inhoudelijkvoorstel ten aanzien van het wetsvoorstel van de Archiefwet 20. Het ACOIstelt voor om de algemene rijksarchivaris ook te laten besluiten over detoegang tot alle documenten die (na overbrenging) beperkt openbaar zijn,ook wanneer dit het belang van de Staat of zijn bondgenoten betreft. Ditvoorstel is een advies aan de Kamer betreffende het voorstel van deArchiefwet 20. die op dit moment bij de Tweede Kamer ter behandelingvoorligt.Vraag 5Kunt u aangeven hoe de Flight Data Recorder en het Data Recording System,die volgens pagina 28 niet onder annex 13 artikel 15 (mogelijke geheimhou-ding) vallen, openbaar gemaakt zullen worden?Antwoord 5Het is niet juist dat de aantekening van ACOI op pagina 28 impliceert dat deFlight Data Recorder en het Data Recording System zonder meer openbaargemaakt kunnen worden. Blijkens de aantekening betreffen ook dezeinformatiebronnen vertrouwelijke informatie. Wel is op dit punt sprake vanenige verschillen in de op de Bijlmerarchieven toepasselijke regelgeving. Zowijst Verordening 996/2010,8 die binnen Europa mede Bijlage 13 bij hetVerdrag van Chicago codificeert, uitdrukkelijk op de vertrouwelijkheid van devluchtrecorder, terwijl artikel 5.12 van de Bijlage 13 bij het Verdrag vanChicago dat minder expliciet doet.7Kamerstuk 22 861, nr. 39.8Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart enhoudende intrekking van Richtlijn 94/56/EG (PbEU 2010, L295).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel4 Voor zover de documenten beperkt openbaar zijn ter bescherming van hetbelang van de Staat of haar bondgenoten, is de Minister van IenW op grondvan vigerende Besluiten beperking openbaarheid bevoegd te beslissen overhet geven van inzage van de archieven van de Raad voor de Luchtvaart enhet Bureau Vooronderzoek Ongevallen en Incidenten van het Directoraat-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst. Daartoe kan de Minister thans reedsaan de hand van de door Bijlage 13 voorgeschreven balancing test eenafweging maken bij besluiten over inzageverzoeken. De Kamer is eerdergeïnformeerd over dit afwegingskader. Voor zover de balancingtest uitwijstdat vertrouwelijke stukken beschikbaar kunnen worden gesteld voor inzagezal dit uiteraard gebeuren.Vraag 6Deelt u de mening dat de openbaarmaking veel te lang geduurd heeft en dathet ongewenst was dat alle stukken voor 75 jaar geheim verklaard waren?Kunt u dat toelichten?Antwoord 6Het ACOI advies laat zien dat de archieven van de voormalige Raad voor deLuchtvaart en het voor deze Raad werkende Bureau Vooronderzoek Ongeval-len en Incidenten van het Directoraat-Generaal van de Rijksluchtvaartdienstdie bij het Nationaal Archief zijn opgeslagen, ook dossiers bevatten waarvanhet Verdrag van Chicago geen vertrouwelijke bescherming vereist. De destijdsrobuuste wijze van opslag van de grote hoeveelheid aan dossiers heeft er aanbijgedragen dat deze dossiers onvoldoende gescheiden zijn van dossiers diewel voor beperking van openbaarheid in aanmerking komen.Uiteraard is het ongewenst deze situatie langer te laten voortbestaan. Voorzover hiervan sprake is, zal daarom zo spoedig als mogelijk worden beslotenom inzage verzoeken voor deze dossiers toe te staan. Zie ook de reactie opaanbevelingen 1 en 2 van het ACOI bij vraag 3.Vraag 7Bent u bereid om samen met het Nationaal Archief ervoor te zorgen dat ereen laagdrempelige manier komt om het archief in te zien voor mensen dieooggetuige waren, familieleden en vrienden verloren hebben en vragenhebben en voor andere geïnteresseerden?Antwoord 7Ja. Hiervoor is het Ministerie van IenW in overleg met het Nationaal Archiefen het Ministerie van OCW. De Kamer wordt over de voortgang geïnfor-meerd.Vraag 8Op welke termijn is het dossier voor hen op gepaste wijze toegankelijk?Antwoord 8Het streven is om het onderzoek naar de 27 dossiers uit aanbeveling 1 binnen10 weken af te ronden. De verwachting is dat voor de eerste dossiers binnendeze termijn algemene inzage kan worden toegestaan. De overige documen-ten volgen zo snel mogelijk daarna. Het streven is om de eerste stand vanzaken op 4 oktober kenbaar te maken aan het ACOI en de direct belangheb-benden. Hiervoor staat reeds een afspraak gepland. Zie ook het antwoord tenaanzien van aanbeveling 2. De Kamer wordt op de hoogte houden van devoortgang in de beleidsreactie.Vraag 9 en 10Zou openbaarmaking en archivering niet belegd moeten worden bij eenbewindspersoon?Wat zijn de voors en tegens om, met het oog op de Wet open overheid en dedemocratische rechtsstaat, deze verantwoordelijkheid en bevoegdheid bij hetMinisterie van Algemene Zaken of bij het Ministerie van Binnenlandse Zakenen Koninkrijksrelaties te beleggen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel5 Antwoord 9 en 10Het kabinet begrijpt deze vragen in het licht van de belangrijke samenhangtussen de openbaarmaking (de Wet open overheid) en de archivering vanoverheidsinformatie (de Archiefwet). Goed beheer van informatie is immerseen van de randvoorwaarden om deze ook (tijdig en volledig) openbaar tekunnen maken. Daarom werken de Ministeries van BZK en OCW intensiefsamen. Zo wordt de nieuwe Archiefwet medeondertekend door de Ministervan BZK. Beide Ministers hebben een stelselverantwoordelijkheid; deoverheidsorganen zijn primair zelf verantwoordelijk voor de uitvoering.Overheidsinformatie komt immers voort uit de primaire processen van deoverheid en valt niet los te zien van de bestuurlijke verantwoordelijkheid vooreen wettelijke taak.De samenhang tussen Wet open overheid en Archiefwet betekent niet datbeide wetten ook onder de verantwoordelijkheid van één bewindspersoonzouden moeten vallen. Het primaire doel van de Archiefwet is het behouden,vindbaar en toegankelijk maken van overheidsinformatie voor huidige entoekomstige generaties, vanwege de uitvoering en verantwoording vanwettelijke taken, rechten van burgers, de cultuur-historische functie en tenbehoeve van journalistiek en wetenschappelijk onderzoek. De laatste drieonderwerpen behoren integraal tot de kerntaken van de Minister van OCW.Ook het Nationaal Archief, een van de belangrijkste uitvoeringsorganen,onderstreept dit. De Minister van BZK is primair verantwoordelijk voor hetbevorderen van een betrouwbaar openbaar bestuur en een toegankelijkeoverheid. Daarbij hoort ook de verantwoordelijkheid voor de Wet openoverheid (Woo). Tussen beide ministeries en bewindspersonen vindt goedeafstemming plaats, zodat de belangen die beide wetten dienen integraalworden afgewogen. Dit huidige kabinet ziet dan ook geen inhoudelijke redenom de verantwoordelijkheid voor de Archiefwet en/of de Wet open overheidbij één (andere) bewindspersoon te beleggen, en geeft er de voorkeur aanom de focus en capaciteit in te zetten op uitvoering van de maatregelen zoalsaangekondigd in het Meerjarenplan Openbaarheid en InformatiehuishoudingRijksoverheid9 en de invoering van de nieuwe Archiefwet10.Vraag 11Kunt u deze vragen een voor een en binnen drie weken beantwoorden?Antwoord 11Ja. Zoals aangegeven, zal de Kamer daarnaast na overleg met de betrokkenpartijen spoedig een beleidsreactie ontvangen. In deze beleidsreactie zal ookworden ingegaan op de voortgang en opvolging van de aanbevelingen en deplanning van lopende acties.9Kamerstukken 29 362, nr. 344.10Kamerstukken II 2021/22, 35 968, nrs. 9, 10 en 11.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel6

Bron, video en gesprek →