KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

bce35750-157a-41a3-8c19-2da11ac8ffae

6debatten
139bijdragen
0interrupties
20.842woorden in uitspraken

Commissies

Geen huidige commissielidmaatschappen beschikbaar in de Kamerdata.

Contact

Contactgegevens worden alleen getoond voor zittende Kamerleden.

Loopbaan

Geen loopbaangegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Opleiding

Geen opleidingsgegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Nevenfuncties

Geen nevenfuncties beschikbaar in de Kamerdata.

Geschenken en reizen

Geen geregistreerde geschenken beschikbaar in de Kamerdata.

Geen geregistreerde reizen beschikbaar in de Kamerdata.

Stemgedrag

Bij een hoofdelijke stemming staat de eigen stem. Anders staat de stem van de fractie waarvan dit Kamerlid op de besluitdatum lid was; dat is geen persoonlijke stem.

Geen stemmingen beschikbaar in de Kamerdata.

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
10 jun 2024 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden1942Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Staatssecretaris van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap over het vernielen van een unieke archeologischevindplaats in de gemeente Emmen (ingezonden 17 april 2024).Antwoord van Staatssecretaris Gräper-van Koolwijk (Onderwijs, Cultuur enWetenschap) (ontvangen 10 juni 2024). Zie ook Aanhangsel Handelingen,vergaderjaar 2023–2024, nr. 1738.Vraag 1Kent u het bericht «Unieke archeologische vindplaats vernietigd door bouwdistributiecentrum»?1Antwoord 1JaVraag 2Deelt u de mening dat het uiterst afkeuringswaardig is dat de gemeenteEmmen – bewust – heeft gekozen voor de vernieling van een uniekearcheologische vindplaats door de bouw van een distributiecentrum?Antwoord 2Ja. Het is duidelijk dat de gemeente Emmen fouten heeft gemaakt bij deverkoop van de grond en bij het nemen van het besluit op de omgevingsver-gunning. De gemeente was op de hoogte van de potentieel zeer hogearcheologische waarde van het terrein, maar koos er voor om geen voor-waarden te stellen gericht op de bescherming van archeologische vondstenen sporen. Ik heb deze zaak zeer serieus genomen en me – via de Rijksdienstvoor het Cultureel Erfgoed (RCE) – tot het uiterste ingespannen om tevoorkomen dat deze vindplaats zou verdwijnen.Omdat het terrein niet van rijkswege was beschermd had de RCE geenformele rol bij vergunningverlening of advisering. De RCE was dan ook nietbetrokken bij de totstandkoming van de omgevingsvergunning, die reeds wasafgegeven toen men voor het eerst van deze casus hoorde. Desondanks heeftde RCE diverse gesprekken gevoerd met de gemeente en de ontwikkelaar.Daarbij werd getracht om – vanwege de veelbelovende resultaten van het1Unieke archeologische vindplaats vernietigd door bouw distributiecentrum – Zembla –BNNVARA; d.d. 16 april 2024 ah-tk-20232024-1942ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel1 inventariserend archeologisch vooronderzoek – nader onderzoek te latenplaatsvinden, zoals een opgraving. Toen dit niet kansrijk bleek, is onderzochtof het terrein kon worden aangewezen als rijksmonument. In weerwil vangemaakt afspraken, werd het terrein in de tussentijd toch vergraven.De RCE heeft vervolgens (november 2023) aan de provincie Drenthe verzochtom interbestuurlijk toezicht toe te passen. Een dergelijk traject is inmiddelsgestart. De provincie heeft contact gehad met de gemeente Emmen. Het isnog niet bekend of men naar aanleiding daarvan nadere stappen wil zetten. Ikheb de RCE verzocht om dit proces nauwlettend te volgen en hierover ingesprek te blijven met de provincie.Vraag 3Welke stappen wilt u zetten richting de gemeente Emmen die bewust kozenvoor het vernielen van een unieke archeologische vindplaats?Antwoord 3Het is aan de lokale democratie en het interbestuurlijk toezicht door deprovincie om te bepalen welke conclusies worden getrokken uit deze casusen welke maatregelen daar bij kunnen horen.Vraag 4Klopt het dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, na overleg met hetministerie, deze unieke vindplaats had willen aanwijzen als Rijksmonument?Het vernielen van Rijksmonumenten kan strafrechtelijk vervolgd worden alseconomisch delict, is deze mogelijkheid er nu ook? Zo nee, welke mogelijkhe-den ziet u wel?Antwoord 4Het klopt dat de RCE heeft onderzocht of het terrein zou kunnen wordenaangewezen als rijksmonument. Technisch was dit mogelijk, maar omdatkorte tijd later bleek dat het gebied al was vergraven, heeft de aanwijzing nietplaatsgevonden. Hierdoor is er geen mogelijkheid tot strafrechtelijkevervolging op basis van de Erfgoedwet.Er zijn ook geen andere mogelijkheden voor strafrechtelijke vervolging: eengemeente kan niet worden vervolgd om het niet volgen van het eigen beleid.De ontwikkelaar heeft – ten aanzien van de omgang met archeologischewaarden – voldaan aan de vergunning die door de gemeente is afgegeven.De enige mogelijkheid is het toepassen van interbestuurlijk toezicht door deprovincie Drenthe. Een dergelijk traject is inmiddels gestart, zie het antwoordop vraag 2.Vraag 5Deelt u voorts de mening dat het in het huidige archeologiebestel onvol-doende mogelijk is om in te grijpen wanneer een gemeente te weinig doetom haar wettelijke taken op het gebied van archeologie uit te voeren?Antwoord 5Over het algemeen functioneert het gedecentraliseerde archeologiestelselgoed, zoals ook de Raad voor Cultuur constateerde in het rapport Archeologiebij de tijd uit 2022. Wanneer een gemeente (bewust) haar wettelijke takenverzaakt, biedt het stelsel voldoende mogelijkheden om in te grijpen via hetinterbestuurlijk toezicht door de provincie.Echter, hoe goed we alles ook regelen via wetgeving, beleid en stelsel,wanneer een gemeente hier niet naar handelt, delft het erfgoed het onderspit.Omdat voorkomen beter is dan genezen, werk ik aan bewustwording,kennisvergroting en structurele versterking van de taakuitvoering op hetgebied van erfgoed bij gemeenten en provincies. Samen met het Interprovin-ciaal Overleg (IPO) en de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG),ben ik hiervoor het programma Erfgoed & Overheid gestart, waarover ik uwKamer informeerde in mijn beleidsreactie op de beleidsdoorlichting erfgoed2.Dit programma richt zich op het versterken van de capaciteit, kennis encompetenties bij provincies en gemeenten voor de uitvoering van erfgoedta-ken. Op dit moment organiseer ik in elke provincie een bijeenkomst, waar ik2Kamerstuk 31 511, nr. 51, onderdeel Capaciteit en Deskundigheid bij gemeenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel2 in gesprek ga met de gemeenten over waar ze tegenaanlopen in de dagelijksepraktijk. Zo zien we waar we nu staan. Daarnaast stel ik een adviescommissieaan, die zich zal buigen over de normatieve vraag wat er qua mensen,middelen en processen nodig is voor gedegen erfgoedzorg.Op deze manier krijgen gemeenten en provincies een handvat om tereflecteren op waar ze nu staan en waar ze naartoe willen. Vanuit hetprogramma Erfgoed & Overheid worden vervolgens middelen beschikbaargesteld voor maatwerkoplossingen, zoals cofinanciering van een regio-archeoloog. Hiervoor is structureel € 3 miljoen per jaar beschikbaar.Vraag 6Herkent u dat de monitor van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoedlaat zien dat een groot aantal gemeenten slechts met moeite in de basis ingoed archeologiebeleid weet te voorzien?Antwoord 6Ik herken dat er verbetering mogelijk is bij de uitvoering van erfgoedtaken bijgemeente. Daarom ben ik, samen met IPO en VNG, het programma Erfgoed& Overheid gestart. Binnen dit programma is structureel € 3 miljoenbeschikbaar voor maatwerkoplossingen waarmee gemeenten hun taken ophet gebied van archeologisch erfgoed een impuls kunnen geven.Vraag 7Herkent u voorts dat het, 17 jaar na de wettelijke decentralisatie, pijnlijk is dat130 gemeenten geen gemeente- of regioarcheoloog hebben?Antwoord 7De gemeente vervult een sleutelrol binnen de zorg voor archeologie. Om ditgoed te kunnen doen, is inhoudelijke expertise van groot belang. Men kanhier op verschillende manieren over beschikken. Een gemeente kan een eigenarcheoloog in dienst hebben, gebruik maken van de inzet van een regioar-cheoloog, of bijvoorbeeld expertise inhuren via een (vast) adviesbureau. Hetis niet per definitie zo dat gemeenten die geen eigen archeologische kennishebben, hun taken niet goed kunnen vervullen.Het is aan de provincies om er – via het interbestuurlijk toezicht – op toe tezien dat gemeenten hun taken op het gebied van archeologie goed uitvoeren,in welke vorm dan ook.Vraag 8Welke stappen wilt u zetten om de kwaliteit van archeologie bij gemeenten teverhogen? Wilt u alsnog de aanbevelingen van de Raad voor Cultuur voor deversterking van de inhoudelijke rol van gemeenten opvolgen?3Antwoord 8In de beleidsreactie4 op het rapport Archeologie bij de Tijd van de Raad voorCultuur, is aangegeven hoe wordt omgegaan met de aanbevelingen van deRaad. Het belang van voldoende capaciteit en deskundigheid op het gebiedvan archeologie bij gemeenten wordt daarbij erkend. Via het programmaErfgoed & Overheid ondersteun ik gemeenten bij het structureel verbeterenvan de uitvoering van hun erfgoedtaken, zie ook het antwoord op vraag 5.Vraag 9, 10 en 11Deelt u de mening dat in het huidige archeologiebestel het (interbestuurlijk)toezicht onvoldoende is uitgewerkt, wat ingrijpen wanneer gemeenten huntaak niet goed uitvoeren, vrijwel niet mogelijk is?Herkent u dat de Raad voor Cultuur reeds gewaarschuwd heeft dat hethuidige interbestuurlijke toezicht «geen mogelijkheid voor effectieve sturingof controle op minimale kwaliteit» biedt?5Bent u bereid alsnog de aanbevelingen van de Raad voor Cultuur voor hetversterken van het toezicht op de kwaliteit van archeologie bij gemeenten opte volgen? Zo nee, welke maatregelen wilt u wel nemen?3Archeologie bij de tijd | Advies | Raad voor Cultuur; d.d. 10 februari 2024Kamerstuk 32 820, nr. 4845Archeologie bij de tijd | Advies | Raad voor Cultuur; d.d. 10 februari 202Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel3 Antwoord 9, 10 en 11In 2020 constateerde de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (IOE)onvolkomenheden in de uitvoering van het interbestuurlijk toezicht doorprovincies.6 Hierop hebben provincies, gemeenten en de Ministeries vanOCW en BZK zich gezamenlijk gebogen over een gemeenschappelijktoezichtkader voor erfgoed. In 2023 is vanuit deze groep een actieplanopgeleverd, met daarin een voorstel voor een nieuwe manier van werken.7 Ikheb de financiële middelen die daarvoor nodig zijn ter beschikking gesteld.De voorgestelde verbeteringen gaan uit van gemeenschappelijke uitgangs-punten voor een basis toezichtvariant. Elke provincie kan daar bovenopmaatwerk toepassen, gericht op de lokale omstandigheden. Het betreft eendata-gedreven aanpak, waarmee kan worden bepaald welke gemeenten(extra) aandacht behoeven. Ik vertrouw erop dat dit het toezicht op deuitvoering van taken op het gebied van archeologie (en van erfgoed in denbrede) zal versterken en blijf hierover in gesprek met het IPO.Vraag 12Moeten de taken van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uitgebreidworden om tot een beter archeologisch bestel te komen?Antwoord 12Ik onderschrijf de conclusie uit de beleidsdoorlichting van het archeologischbestel dat het huidige systeem in de basis functioneert. De diverse bestuur-slagen hebben verschillende taken en verantwoordelijkheden binnen ditbestel. De rol van gemeenten en provincies is daarbij van grote waarde,omdat zij meer zicht hebben op wat er lokaal speelt dan het rijk en daarmeedus dichter op het erfgoed zitten. Het ligt dan ook niet voor de hand om hettakenpakket van de RCE zodanig uit te breiden dat de autonomie van deandere overheidslagen wordt ingeperkt.Om tot een beter archeologisch bestel te komen zet ik in op structureleversterking van de uitvoering van de wettelijke taken bij gemeenten enprovincies via het programma Erfgoed & Overheid. Daarbij is ook aandachtvoor de samenwerking tussen de verschillende bestuurslagen.Vraag 13Kunt u deze vragen beantwoorden voor het debat over cultuur?Antwoord 13Ja6Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed 2020: Een lappendeken. Zicht op toezicht. Actueeloverzicht van de invulling van het interbestuurlijk toezicht domein monumenten en archeo-logie.7Interprovinciaal Overleg 2023: Uitvoerings- en Actieplan IBT Domein monumenten en archeo-logie. In reactie op «Een lappendeken. Zicht op toezicht door provincies».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel4

Bron, video en gesprek →