KamerkringInloggen
Sjoerd Sjoerdsma

Officieel Kamerprofiel

Sjoerd Sjoerdsma

24debatten
2.089bijdragen
12interrupties
119.463woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: D66 (2012-09-20–2023-12-05) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Aan de toezeggingen tegemoetkomen, dat durf ik nog niet te zeggen, maar ik zal zeker proberen tegemoet te komen aan de vragen. Ik wil uiteraard ook de rapporteurs graag danken voor hun werk en overigens alle begrip dat rapporteur Teunissen hier vandaag niet kan zijn of nog niet kan zijn vanwege haar nieuwe rol in haar fractie. Dank in ieder geval ook aan het lid Bamenga voor deze uitgebreide introductie en de aandacht die daarbij is gegeven aan diverse onderwerpen uit de jaarverslagen, waaronder revolverende fondsen. Ik wil daarbij graag benadrukken dat revolverende fondsen echt een belangrijk instrument zijn, cruciaal voor de beleidsdoelen voor handel én ontwikkelingssamenwerking — klimaat, voedselzekerheid en financiering — en ook een belangrijk onderdeel van de economische partnerschappen waar Nederland op inzet. Ook voor samenwerking met de private sector, lokale en Nederlandse bedrijven, zijn de fondsen bij uitstek geschikt en die samenwerking is ook in deze huidige wereld van groot belang. Ten slotte is natuurlijk een van de mooiere karakteristieken van deze fondsen dat op deze manier middelen meerdere keren kunnen worden ingezet, waardoor ook de ontwikkelingsimpact van het geld groter wordt. Ik snap tegelijkertijd dat die kracht ook reden is om om meer inzicht te vragen. In mijn brief heb ik uiteengezet hoe ik het beleid ten aanzien van die fondsen eenduidiger ga maken, afspraken ga versterken en ook de informatieverstrekking ga verbeteren. Ik deel zeer de wens die de rapporteurs op tafel leggen voor transparante begrotingen en goed navolgbare cijfers. Er werd ook gesproken over de verbeterde verantwoordingssystematiek. Dat is eigenlijk het resultaat van twee jaar lang heel goede samenwerking tussen rapporteurs en de Algemene Rekenkamer. Daar ben ik natuurlijk ook zeer voor, voor het werk van beide. In dit geval moet ik ook de Algemene Rekenkamer bedanken. Die verbeterde samenwerking via het jaarverslag heeft natuurlijk als doel een completer en samenhangender verhaal over de behaalde resultaten. Ik hoop dat we via de aankomende begroting en het jaarverslag de dialoog over wat we bereiken op ontwikkelingssamenwerking nog beter kunnen voeren. Dan de vragen. Ik zal proberen om die op te delen. Misschien eerst de revolverende fondsen. Wat werd gevraagd ten aanzien van de dotaties kan ik toezeggen. Wij zullen vanaf de begroting 2027 de dotaties opnemen in de factsheets bij de memorie van toelichting. Dat gebeurt dan per fonds. Er kan ook een tabel worden opgenomen om dit voor alle fondsen overzichtelijk weer te geven. De tweede vraag die daar gesteld was, is of de minister kan bevestigen dat factsheets voortaan zowel bij de begroting als bij het jaarverslag worden opgenomen. Ik zou dit graag iets amenderen. Laten we niet de factsheets als geheel bij het jaarverslag opnemen, maar zowel bij de begroting als bij het jaarverslag een tabel opnemen met de financiële gegevens voor alle fondsen. Dan wordt de Kamer twee keer per jaar over de financiële voortgang geïnformeerd op een manier die goed vergelijkbaar is. Dat scheelt in alle eerlijkheid veel tijd, terwijl de belangrijkste updates eigenlijk in deze cijfers zitten. Ook de vraag over de uitvoeringskosten begrijp ik goed. We zullen ervoor zorgen dat de gevraagde informatie in de factsheets wordt opgenomen. Het is misschien in algemene zin goed om te zeggen dat die uitvoeringskosten uit de opbrengst van het fonds worden betaald, maar dat we, waar dat niet zo is, dat zullen uitleggen. En dan misschien het belangrijkste punt: de mate van revolverendheid. Daar zijn een aantal vragen over gesteld. Er is gevraagd om de data van de evaluaties mee te nemen in de factsheets. Dat zullen we doen. We kunnen dit ook opnemen in de Strategische Evaluatie Agenda, voor zover dat nog niet gedaan is. Ik ben uiteraard bereid om meer informatie over de revolverendheid op te nemen in de factsheets. Ik heb daar in mijn brief al een voorstel voor gedaan, maar ik neem het verzoek van de rapporteurs daar graag in mee. In de vragen van de rapporteurs over het ODA-budget en de koppeling met het bni wordt gevraagd om in de HGIS-nota inzicht te geven in vier afzonderlijke elementen. Ik herken overigens de complexiteit en de toerekeningswijze en hoe ingewikkeld het soms is om het overzicht precies helder te krijgen. Ik neem ook hier het verzoek van de rapporteurs graag mee en zal dat betrekken bij de totstandkoming van de volgende HGIS-nota. Dat brengt mij bij het laatste onderwerp, de verbeterde verantwoordingssystematiek. De eerste vraag van rapporteur Bamenga was waarom we geen concreet voorbeeld van de nieuwe systematiek hebben opgenomen. Daarover twee dingen. Eén is dat het jaarverslag van 2027 de eerste keer zal zijn dat er conform de verbeterde verantwoordingssystematiek zal worden gewerkt. Dat is omdat het jaarverslag een spiegel is van de begroting. Het is dus helaas niet mogelijk om dat al eerder te doen. Een kleine teleurstelling voor de rapporteurs, maar het is niet haalbaar om voor toekomstig beleid een voorbeeld van verantwoording op te stellen als die begroting nog niet gemaakt is. Dan wordt er gevraagd hoe in de nieuwe systematiek wordt geborgd dat doelstellingen, nulmetingen en streefwaarden helder en consistent worden opgenomen, en of die niet verdwijnen. Ik zou willen zeggen dat in die verbeterde verantwoordingssystematiek de indicatoren en streefwaarden verschuiven van de tabel naar de hoofdtekst, maar niet verdwijnen. Ze zullen worden aangevuld met andere relevante ontwikkelingen binnen een bepaald beleidsterrein aan de hand van data en resultaten, die dan weer niet uniform meetbaar zijn, maar wel heel veel zeggen over het behalen van de doelstellingen binnen dat beleidsterrein. De zorg is uitgesproken dat de huidige tabel met indicatoren komt te vervallen. Ja, de tabel wordt losgelaten, maar dat betekent niet dat de indicatoren en streefwaarden in die tabel als zodanig worden losgelaten. Die worden juist in een narratieve vorm opgenomen in de hoofdtekst, met uitzondering van de indicatoren die hun relevantie verloren hebben ten aanzien van de huidige of gewijzigde beleidsdoelstellingen. Maar dat zullen we uiteraard ook onderbouwen. Dat maakt het ook mogelijk om flexibeler in te spelen op de verschillende doelstellingen en de resultaten die behaald zijn. Het maakt ook de introductie van nieuwe indicatoren eenvoudiger. Tot slot. Er werd gevraagd of ik per brief en nog voor het zomerreces kan laten weten welke indicatoren en bijbehorende streefwaarden in de nieuwe begroting kunnen worden opgenomen. Ik zeg graag toe dat we dat voor het zomerreces doen. Ik hoop dat ik daarmee de vragen van beide rapporteurs heb beantwoord.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Het is makkelijk om hier welwillend op te zijn, omdat het goed beredeneerde en logische suggesties zijn om deze systematiek te verbeteren. Wat betreft het voorbeeld zeg ik het volgende. De begroting van 2027 zal voor de eerste keer langs deze systematiek worden gemaakt. Dat betekent dat u al dit najaar, vrij kort in het nieuwe parlementaire jaar, niet alleen een voorbeeld zult zien van één artikel, maar van alle artikelen. De eerste keer dat we dit in het jaarverslag zullen zien, is dus in het jaarverslag van 2027. Ik denk dat dat voer is om met elkaar te spreken over hoe die suggesties zijn verwerkt en hoe die worden ervaren, en of dat een nieuwe slag met zich mee kan brengen, los van deze suggesties. Wellicht hebben andere leden nog andere suggesties, maar dank.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Interruptie

Minister Sjoerdsma: Ik denk ongeveer 25 minuten. Er zijn ook vrij veel vragen buiten het jaarverslag gesteld. Dat misgun ik de leden natuurlijk niet, maar dat vraagt wel iets meer voorbereiding.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Voorzitter, dank u. Dank ook aan de leden voor de gestelde vragen. Uiteraard nogmaals dank aan de rapporteurs. We hebben het in het stukje met de rapporteurs nadrukkelijk gehad over de systematiek. Het is ook goed om het daarover te hebben. Ik zal in de introductie daar nog één enkele opmerking over maken. Het is echter ook goed om, zoals enkele van uw leden al hebben gedaan, kort stil te staan bij waar het om gaat, namelijk om mensen en om resultaten. Ik heb uw geluiden gehoord, maar op het gebied van handel, handelsmissies, van het aantal mensen dat is bereikt met ontwikkelingsprogramma's, of het nou duurzame voedselinterventies zijn, toegang tot schoon water of toegang tot anticonceptie, in de wijze waarop het Nederlandse bedrijfsleven wordt gepositioneerd, in hoe we Oekraïne helpen de winter door te komen — ik licht er maar een paar voorbeelden uit — hebben we resultaten geboekt om trots op te zijn. En procedureel: ik denk dat ontwikkelingssamenwerking — ik heb dat ook in eerdere debatten gezegd — behoort tot het meest geëvalueerde overheidsbeleid in Nederland. Het nawoord van de Algemene Rekenkamer bij het verantwoordingsonderzoek 2025 wil ik hier maar volledig citeren: "Met een zekere ironie stellen we vast dat er zo mogelijk soms meer inzicht ontstaat op resultaten van Nederlands belastinggeld in het buitenland dan op de resultaten van de besteding van het belastinggeld in het binnenland." Dat betekent niet dat we op onze lauweren gaan rusten, maar het betekent misschien wel dat het binnenland een beentje bij moet trekken om dezelfde standaard te halen die dit ministerie en anderen weten te halen. Voorzitter, dan de blokken van beantwoording. Ook omdat de vragen wat breder zijn dan alleen het jaarverslag zelf, heb ik de blokken handel, ontwikkelingssamenwerking, coherentie en overig. Ik begin met handel en een vraag van de heer Lohman over het belang van samenwerking met het mkb bij de planning van economische missies. MKB Nederland is natuurlijk een belangrijk onderdeel van VNO-NCW. Met hen brengen wij de voorbereiding, planning en organisatie van die missies in kaart. 57% van de deelnemers van deze missies betreft mkb-bedrijven. De bedrijfslevenprogramma's zijn in toenemende mate toegespitst op deelnemende mkb-bedrijven. Mijn eigen ervaring is dat het over het algemeen mkb-bedrijven zijn die daaraan deelnemen. Ik zie dat er nog iets van verwarring is, maar de blokjes zijn dus: handel, ontwikkelingssamenwerking, coherentie en overig. Mevrouw Kröger vroeg: hoe zorgt de minister ervoor dat Nederlandse bedrijven zich ook aan de OESO-richtlijnen houden? Wij verwachten van alle Nederlandse bedrijven die internationaal opereren dat zij de OESO-richtlijnen toepassen. Wij ondersteunen bedrijven daarbij op verschillende manieren: sectorale samenwerking samen met de SER — laatst hebben we met de voorzitter van de SER besproken dat wij onze ambities omhooggooien — en ondersteuning via de mvo-steunpunten en de subsidieregeling. In alle eerlijkheid moet ik zeggen dat ik merk dat bedrijven het ondersteunende geluid van de overheid hebben gemist dat dit van belang is. Ook daar zal ik mij persoonlijk voor inzetten, ook omdat ik vanuit uw Kamer ... Ik refereer maar aan een motie van de VVD over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat over mens en milieu, maar gaat ook weerbaarheid, en die combinatie is cruciaal. Dat is waarom het van groot belang is.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Het is wel goed om te zeggen, zoals ook eerder aan de Kamer is gecommuniceerd, dat die doelstelling in 2023 voor het laatst gemonitord is. Daarmee is dus niet gezegd dat dit ook de huidige stand van zaken is. Dat komt door de komst van Europese wet- en regelgeving. Dit jaar gaan wij de imvo-wetgeving evalueren. De uitkomsten zal ik uiteraard gebruiken om te bepalen hoe we dit beleid kunnen versterken. Ik zal ook bekijken of er misschien een andere indicator is die iets beter werkt dan deze. Maar heel precies zijn een aantal zaken van groot belang. We zullen daar op korte termijn, denk ik, wat uitgebreider bij de Kamer op terugkomen. Dat gaat over het narratief wat we hierover vertellen: mens, milieu en weerbaarheid, ook vanuit de overheid. Dat gaat ook over steun vanuit de overheid richting de SER als het gaat over de sectorale samenwerking. Daar zie ik nu nog ruimte om twee sectoren toe te voegen; dat is essentieel. Ik was anderhalve week geleden bij een grote groep bedrijven, variërend van multinationals tot Fairphone, bij wijze van spreken, die onderdeel zijn van de ComPAct, om samen met die bedrijven het enthousiasme dat ze hebben te gebruiken om weer andere bedrijven in Nederland in de positieve zin van het woord te infecteren om zich hier ook aan te houden. Ik denk ook in alle eerlijkheid dat we zelfs zonder deze plannen van de zijde van het kabinet in toenemende mate zullen zien dat bedrijven zich aan deze richtlijnen willen gaan houden, omdat het ook simpelweg eigenbelang is. Voorzitter. Dan zijn we bij de heer Verkuijlen, die het had over het stelsel voor de exportcontrole, met name op strategische goederen. Daar wil ik een paar dingen over zeggen. De exportcontrole op strategische goederen is niet hetzelfde als het tegengaan van omzeiling van Europese sancties tegen Rusland met betrekking tot kritieke goederen. Beide zijn een grote prioriteit; laat dat helder zijn. Maar op strategische exportcontrole hebben we hele grote grip, omdat we daarvoor een kader hebben en omdat vergunningen simpelweg langs mijn ministerie moeten. Die aanvragen worden, afhankelijk van het soort, toegekend of afgewezen, maar daarop staat de nationale veiligheid in hoofdletters, dikgedrukte letters, geschreven. Hetzelfde geldt natuurlijk voor omzeiling. Het tegengaan daarvan is een topprioriteit. Dat proberen wij op een veelvoud van manieren te doen: diplomatiek natuurlijk, maar ook via de douane. Die is behoorlijk effectief, getuige de grote douaneactie van vorige week. Die heeft de heer Verkuijlen ook gezien, denk ik. Ook geven we actieve voorlichting aan Nederlandse bedrijven. Ik zeg dat ook omdat omzeiling van deze sancties strafbaar is. Daar staat een heel serieuze strafmaat op. Als mij hierover iets wordt gevraagd, probeer ik ook continu te benadrukken dat die strafmaat zo sterk is, omdat ik ervan uitga dat die ook een afschrikwekkende werking heeft op hoe bedrijven hiernaar kijken. Voorzitter. De volgende vraag neem ik meteen mee. Er zijn ook gesprekken met de chipsector over dit soort zaken. Ik kan u vertellen dat er op alle niveaus, van technisch, politiek tot CEO-niveau, ontzettend regelmatig contact tussen is de Nederlandse overheid en de chipsector precies over dit soort zaken, omdat daar ook een heel groot gezamenlijk belang zit. De heer Verkuijlen vroeg ook naar signalen dat Nederland een restrictiever wapenexportbeleid zou hanteren dan Duitsland. Wij toetsen zorgvuldig, maar over de gehele linie absoluut niet restrictiever dan andere landen. Wij zetten in op convergentie van de toepassing van de Europese gemeenschappelijke wapenexportcriteria. Dat doen we ook zelf heel actief door bijvoorbeeld nadrukkelijk meer informatie te delen met andere lidstaten over de toepassing. Wij hebben ons ook met succes hardgemaakt voor de herziening van die criteria. Tot slot wil Nederland toetreden tot het Verdrag van Aken. Ik denk dat dat ook voor een deel tegemoet zal komen aan de vraag van de heer Verkuijlen. De heer Verkuijlen had in het kader van handel ook een belangrijke vraag over handelsverdragen en legal scrubbing. Hij vroeg of de eerste versies van handelsverdragen niet in bijvoorbeeld slechts één taal zouden kunnen worden gepresenteerd. Ik heb daar toevallig bij de laatste Handelsraad ook over gesproken en ik heb de Commissie vriendelijk verzocht om dat te doen, omdat het enorm veel tijd kan schelen. Dat is absoluut waar. Wij willen dat proces versnellen. Ik moet daarbij wel zeggen, zonder dat ik die landen in een kwaad hoekje wil plaatsen, dat er natuurlijk landen in de Unie zijn die misschien toch in het bijzonder eraan hechten dat dit ook in hun eigen taal plaatsvindt. Maar wij zijn ervan overtuigd dat ook daar een creatieve oplossing mogelijk is en dat we dat zouden moeten doen. De Commissie is daar overigens ook hartstochtelijk van overtuigd. De heer Verkuijlen had ook een vraag over de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk en het verminderen van de handelsbarrières. Ik moet daar twee dingen over zeggen. Eén. Het Verenigd Koninkrijk heeft zelf gekozen voor de brexit. De consequenties daarvan zijn dat er handelsbarrières zijn. Dat vindt Nederland, het kabinet, niet leuk. Dat vindt het Nederlands bedrijfsleven niet leuk. We kunnen de consequentie van de politieke keuze die in het Verenigd Koninkrijk is gemaakt, echter niet geheel wegnemen. Er is wel een positief momentum in het Verenigd Koninkrijk over het aanhalen van de banden op economisch terrein, waarbij vooral wordt ingezet op de integriteit van de interne markt, het behoud van het gelijke speelveld, maar natuurlijk ook de ondeelbaarheid van de vier vrijheden. Daar wringt de schoen soms. Op 22 juni is er weer een top EU-VK. Ik hoop dat we dan wat stappen kunnen zetten. Ik weet dat de heer Verkuijlen ernaar uitkijkt, maar dat doet het kabinet ook. De heer Lohman vroeg naar het rapport over de exporten van de Nederlandse agrifood naar kwetsbare markten: of daar niet een periodiek monitoringskader voor zou moeten komen. In alle eerlijkheid, op basis van het rapport dat de heer Lohman aanhaalt, zien wij dat niet. Dat heeft eigenlijk te maken met het feit dat in dit onderzoek de meest dominante en potentieel ook meest problematische exportstromen zijn geanalyseerd, met als uitkomst — en de heer Lohman verwoordde dat zelf zeer treffend, vond ik — dat er geen structureel negatieve effecten zijn gevonden. En ik denk dat ook de onderzoekers de eventuele negatieve effecten van andere, kleinere exportstromen onwaarschijnlijk achten, of hooguit zeer beperkt. Dan zien wij de noodzaak van een aanvullend niet, gelet op wat de onderzoekers zelf constateren.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ja, dat kan ik. Misschien doe ik dat dan in heel algemene zin. Ik snap namelijk de vraag achter de vraag: je wilt niet dat wat wij hier produceren, leidt tot ontwrichting in landen met markten die op een bepaalde manier kwetsbaar zijn; je zou daar het liefst niet aan willen bijdragen. Ik heb hier wel even over nagedacht naar aanleiding van de vragen van de heer Lohman. Wat kan je daar nou mee? Ik kom er dan toch op terug, en ben dat ook ambtelijk even langs gelopen, dat het gewoon echt heel complex is om handelseffecten die sterk product- en landafhankelijk zijn, in een generiek, periodiek Nederlands toetsings- en monitoringskader te plaatsen. Ik zie in alle eerlijkheid gewoon niet voor me hoe ik dat zou moeten doen, en ik zie de winst daarvan ten aanzien van de kosten als te beperkt. Dus ik vind zelf het rapport dat de heer Lohman aanhaalt zeer nuttig, omdat het voor ons aangeeft dat er, zelfs in die zwaardere situaties, van verdringing nog geen sprake is. Maar ik vind wel, en wil dat ook toezeggen, dat op het moment dat ons concrete, verifieerbare signalen bereiken over dat we wel te maken hebben met iets wat structureel ontwrichtend werkt, we dan natuurlijk wel even moeten nagaan of dat een gewenste situatie is. Maar dan moeten die signalen ons wel bereiken.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Als die signalen er in zo'n heftige mate zijn dat ze misschien ook aanleiding zijn voor onderzoek, komen we daarop terug. Maar dat hadden we überhaupt gedaan, want dat is in zekere zin staand beleid. De heer Lohman vroeg ook nog of wij bereid zijn om de meerjarige handelsmissiestrategie van de agri- en watersector te koppelen aan de combilanden. Daarvoor heb ik op zich goed nieuws. De manier waarop die handelsmissieagenda wordt vormgegeven, is in heel nauwe samenwerking met alle sectoren, waarbij die sectoren ook input hebben op niet alleen de frequentie, dus het ritme van de bezoeken, maar ook de bestemming van de bezoeken. Dus die strategie is er eigenlijk al, en eigenlijk al meerjarig gecombineerd. Dus een aparte strategie vind ikzelf niet echt nodig. En ik moet ook eerlijk zeggen dat ik naar aanleiding van mijn ervaring met de planning van bijvoorbeeld de missies van de land- en tuinbouwsector — wat niet helemaal is waar de heer Lohman het over had — het idee heb dat dat op een adequate manier gebeurt. Mochten er vanuit de sector signalen zijn dat zij dat niet vinden, dan gaan we nog even herbronnen. Maar mijn eigen ervaring is dat dat ritme echt goed gekaderd wordt en dat dat in heel goed overleg plaatsvindt. De heer Lohman vroeg ook nog — en dat was een terechte vraag — iets over de onzekerheid van de cijfers van Invest International. Een: dat is een ontzettend belangrijk instituut. Twee. In 2025 kwamen we samen met Invest International dicht bij een oplossing, maar helaas kwam de controle van de cijfers door de externe accountant eigenlijk net te laat. Tja, dan kunnen ze dus ook niet meer worden meegenomen. Het is dan dus niet dat die cijfers slecht zijn. Die cijfers zijn goed, maar het moment waarop ze nog kunnen worden meegenomen — maar ik weet niet of er dan sprake is van een valbijl — hebben ze dan niet gehaald. Dat betekent dat Invest International — de heer Lohman vroeg naar een specifieke datum — uiterlijk 28 februari volgend jaar de gecontroleerde cijfers voor dit jaar moet aanleveren. Ik ga ervan uit dat dit lukt. We zitten er ook achteraan dat het lukt. Ik weet ook dat het bestuur van Invest International wil dat het lukt. Dan zou ook deze onvolkomenheid in het eerstvolgende jaarverslag moeten zijn opgelost. Voorzitter. Enkele van uw leden hebben gevraagd naar FMO en de casus die in Costa Rica heeft gespeeld. Die is verschrikkelijk; laat ik dat als eerste zeggen. Excuus, ik zeg het verkeerd: het was in Honduras. De casus is natuurlijk buitengewoon verschrikkelijk. Het is ook buitengewoon verschrikkelijk dat de nabestaanden het gevoel hebben dat ze hier ook al heel lang mee bezig moeten zijn. Ik vind het ontzettend belangrijk dat er een oplossing komt waarin alle partijen zich kunnen vinden. Ik denk dat de bevindingen van het rapport ook daarbij kunnen helpen. Over het imvo-beleid in het algemeen ben ik voortdurend in gesprek met FMO. FMO heeft het beleid overigens behoorlijk aangescherpt. Mijn ministerie is ook in overleg en in dialoog met de dochter. Ik kan niet helemaal namens FMO spreken, want het is een zelfstandige onderneming. De Staat is geen partij in de juridische procedures. Wel denk ik dat het belang van een zorgvuldige afwikkeling hierbij bij alle partijen vooropstaat. Daarmee is niet gezegd dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt, maar wij zullen dit zeker in de gaten houden.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Als het gaat over die informatiedeling het volgende. Ik heb vernomen dat FMO in gesprek is gegaan met deze expertgroep. Dat gesprek heeft ook in Nederland plaatsgevonden omdat zij bereid waren om, uiteraard, ondersteuning te verlenen aan het onderzoek. Daarnaast is er verzocht om klantspecifieke documenten. FMO heeft gemeend die te moeten weigeren. Dat staat, in alle eerlijkheid, los van alles wat ik daar eventueel van zou kunnen vinden. Dat ligt bij FMO als derde partij, als zelfstandige onderneming. Dat is één. Twee: over de remedy. Ik wil het nog wel een keertje navragen. Ik heb begrepen dat het beleid hierop echt is aangescherpt in de afgelopen tien jaar, niet alleen aan de preventieve kant, maar ook aan de kant van wanneer er echt iets fout is gegaan en moet worden rechtgezet. Mocht ik daar nog van denken dat er daarin nog stappen moeten worden gezet, dan zal ik dat uiteraard met FMO opnemen.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ik snap dit goed, want het leed dat daar is aangericht en het leed dat nog steeds zichtbaar en voelbaar is bij de nabestaanden is echt ontzettend groot. Tegelijkertijd — dat maakt het natuurlijk iets lastiger — staat FMO hier in Nederland wel echt op afstand. Dat betekent dat ik niet zomaar opdrachten kan verlenen en tegen FMO kan zeggen: doe dit of doe dat. Ik heb geproefd uit mijn gesprekken met FMO, en volgens mij is dat ook ambtelijk het geval, dat daar ook de wens is om dit op een goede manier af te ronden. Tegelijkertijd is daarmee natuurlijk ook niet gezegd dat de stappen die zijn gezet — dat heeft u ook geproefd — meteen leiden tot tevredenheid of tot afronding. Dat is een proces dat wij in de gaten zullen houden maar dat misschien ook iets van tijd nodig zal hebben. Die tijd is al heel lang. Dat vind ik zelf ook frustrerend, maar wat dit ingewikkelder maakt, is — los van wat ik hier als minister van zou kunnen vinden — dat er tegelijkertijd een rechtszaak hierover loopt. Zolang deze zaken onder de rechter zijn, kan ik met FMO praten over het algemene beleid. Ik kan FMO uiteraard aansporen om te doen wat nodig is, maar die rechtszaak moet ook zijn beloop krijgen. In alle eerlijkheid verwacht ik ook dat, als er ergens gerechtigheid komt, dat van daaruit gaat komen, maar ik heb ook in mijn contacten met FMO geproefd dat zij dit ook graag op een goede manier wil afwikkelen. Voorzitter. Dat was FMO. Dan komen we bij …

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Die vraag snap ik goed. Tegelijkertijd is het niet de allermakkelijkste vraag. Nogmaals, het is een zelfstandige organisatie. Er zijn ook een aantal vragen gesteld over een andere zelfstandige organisatie, waar ik ook niet rechtstreeks over ga. Dat betekent dat de handelingsopties voor mij op dat punt relatief beperkt zijn, zeker omdat er nu een rechtszaak is. Maar ik denk dat het helder is dat de drieslag van waarheid, reparatie en preventie essentieel is; die boodschap leggen de heer Bamenga en ook andere Kamerleden nu neer. Ik zal er in ieder geval voor zorgen — laat dat mijn stap zijn — dat ik in mijn eerstvolgende contact met FMO ook de boodschap van de Kamerleden overbreng dat daar ook vanuit de Kamer aan wordt gehecht. Tegelijkertijd zeg ik nog één keer, ook voor de zekerheid, dat ik niet door die rechtszaak heen wil lopen. Dat is ook echt belangrijk, hoezeer ik in dezen ook meevoel met de nabestaanden. Als ik dat zou doen, word ik partij in iets waarin de Staat feitelijk geen partij is. Voorzitter. Dan zijn we gekomen bij het tweede blok: ontwikkelingssamenwerking. Daarover zijn een aantal vragen gesteld. Ik zou die vragen langs willen lopen. Mevrouw Kröger vroeg of we bereid zijn om te onderzoeken wat de bezuinigingen tot gevolg hebben; daarmee parafraseer ik haar vraag. Dat is in alle eerlijkheid geen sinecure — laat ik dat maar even vooropstellen — omdat het ook allerlei counterfactuals met zich meebrengt in de zin van: maar als het zo was geweest, wat zou er dan gebeurd zijn? Tegelijkertijd snap ik de vraag best goed, omdat er natuurlijk ook soortgelijk onderzoek is gedaan naar bijvoorbeeld de gevolgen van de bezuinigingen van USAID. Ik ga twee dingen doen. Ik ga toezeggen dat we ernaar kijken of we zo'n soort onderzoek kunnen doen, dus of dat mogelijk is. Daar komen we dan bij de begroting op terug. Twee: wat betekenen de bezuinigingen voor de positie van vrouwen, meisjes, minderheden, democratie, klimaat, vrede en recht? We gaan de begroting voor 2027 nog maken. Wat betreft de vraag in welke opzichten die bezuinigingen wel of niet worden doorgezet, heb ik u al gezegd dat zowel in 2026 als in 2027 bij de Voorjaarsnota de inzet op vrouwenrechten en gendergelijkheid met 5 miljoen per jaar is opgeplust. Verdere plannen zullen we echt bij de begroting voor 2027 met elkaar moeten delen. De betekenis van eventuele staande bezuinigingen of bezuinigingen die overblijven zullen we dan betrekken bij het onderzoek. Er is ook een vraag gesteld over onderzoek en innovatie binnen het gebied van hiv/aids. Het is overduidelijk dat onderzoek en innovatie daar een essentieel onderdeel van zijn en heel veel potentieel bieden voor de preventie van hiv. Toegang tot innovatie is de sleutel tot resultaat. Daarnaast zetten we met 100 miljoen ook in op een heel groot hiv/aids-programma in Zuidelijk Afrika. Mevrouw Kröger vroeg ook op welke wijze de minister de maatschappelijke organisaties kan blijven ondersteunen met flexibele middelen. Daarover een paar dingen. Eén is dat maatschappelijke organisaties natuurlijk met smart zitten te wachten op de verschillende maatschappelijke organisatieprogramma's Focus, die voor een deel nog afhankelijk zijn van de goedkeuring van de begroting in de Eerste Kamer. Dat is natuurlijk de allergrootste brok aan financiering. Twee. Als het gaat over financiering, biedt het Mensenrechtenfonds flexibele gedelegeerde middelen aan ambassades om in te zetten. Helaas is het Civic Space Fund, dat ambassades flexibele middelen voor ondersteuning van maatschappelijke organisaties bood, eind 2025 afgelopen. Dat is een vervelende stap, helaas. Er werd ook nog gevraagd, door de heer Bamenga volgens mij, in hoeverre wij breken met de keuzes ten aanzien van het lhbtiq+-beleid. Wij vinden het ontzettend belangrijk dat Nederland daarvoor opkomt. We zijn een van de weinige landen die daar hartstochtelijk voor opkomt. We doen dat vanuit een positie waarin wij ... Ja, hoe zal ik het zeggen? Als voorloper op deze rechten zit het, denk ik, in ons DNA om dat te doen. We worden ook wereldwijd gezien als een land dat dat met overtuiging kan doen. Voorzitter. Dat was het blok ontwikkelingssamenwerking. Dan gaan we naar het blok coherentie. De heer Bamenga vroeg hoe de minister ervoor gaat zorgen dat programma's op het terrein van voedselzekerheid beter op elkaar aansluiten, maar ook voorkomt dat verschillende organisaties in dezelfde landen en waardeketens naast elkaar werken. Hier is cruciaal dat we echt, zeker in tijden van minder geld, inzetten op een integraal landenbeleid. Dat betekent dat je per land een strategie moet hebben, gericht op de Nederlandse belangen en de belangen van het land, en dan sturen op de samenhang daartussen. We hebben nu ook scherpe afspraken gemaakt voor de afstemming tussen Den Haag en de posten over nieuwe projecten, zodat daar meer sturing is en het niet zo kan zijn dat een ambassade plotseling wordt geconfronteerd met een heel groot programma, waarbij ze er dan na drie jaar achter komen dat het eigenlijk vanuit Nederlandse middelen wordt gefinancierd. Dat zijn echt zaken die je niet wil zien. Dan ook over coherentie, maar misschien een ander soort coherentie. De heer Hoogeveen vroeg naar de aangenomen motie-Van Dijk over het korten van ontwikkelingssteun aan Sierra Leone vanwege het niet meewerken aan drugsbestrijding. Daar zit natuurlijk ook een coherentie in. Overigens gaat dat over Europees geld, omdat Nederland geen steun verleent aan Sierra Leone, op een heel klein journalistiek programma na. Dat gaat erover dat je niet met de ene hand een overheid kan steunen als je ziet wat er met die overheid gebeurt, namelijk dat Sierra Leone eigenlijk in heel belangrijke mate in handen is of onder controle staat van een Nederlandse crimineel, waarbij sprake is van een verregaande mate van state capture. Dat kan niet. Ik was zelf niet bij het debat, maar collega Van Weel en ikzelf hadden de aanmoediging in die motie denk ik ook niet nodig om dit met onze Europese counterparts en de Commissie te bespreken. Ik heb zelf ook tweemaal bij Commissaris Síkela opgebracht dat ik het onuitlegbaar vind dat op het moment dat een land zo vergaand onder controle staat van een Nederlandse drugsbaron, de Europese Unie dan klakkeloos zou doorgaan met de steun. Dat is onverstandig. Dat zeg in de richting van de heer Hoogeveen. De heer Bamenga zei nog: succesvolle projecten moeten niet verdwijnen zodra Nederlandse subsidies aflopen. Dat is eigenlijk de kern van wat ontwikkelingssamenwerking is. Je wil dat je interventies doet die het liefst op een gegeven moment geen financiering meer nodig hebben. Zo moeten die interventies ook worden opgebouwd. Je wil dat de interventies worden gericht op een manier dat ze duurzaam zijn en dat ze uiteindelijk zelf te dragen zijn door het land of de regio, de gemeenschap waar het om gaat. Mevrouw Kröger zei dat ook. In de kern gaat het erover dat ze hun eigen belastinggeld kunnen ophalen, dat een land het zo goed doet dat ze het met eigen belastinggeld mogelijk maken. Maar dat kan niet in alle landen. Voor de duidelijkheid: er zijn ook echt hele fragiele contexten waarin dit zeer nodig is. Maar ook daar moet je toch kijken hoe je dat op een duurzame manier kan doen. De kern is wel, en dat vind ik ook belangrijk, dat ontwikkelingssamenwerking … Het is misschien een beetje een vergelijking die mank gaat, maar als je ontwikkelingssamenwerking zou zien als een aandelenportefeuille, dan zijn sommige onderdelen van ontwikkelingssamenwerking heel stabiel. Je weet dan zeker dat het rendeert om daarop in te zetten. Maar er zijn ook gebieden op de wereld waar het zo fragiel en zo onvoorspelbaar is, dat je inzet niet rendeert of dat het niet lukt. Dat komt simpelweg door de context van fragiele staten. Dat karakter van ontwikkelingssamenwerking moeten we natuurlijk wel in de gaten blijven houden, want ook het investeren in die extra fragiele staten is een belangrijk onderdeel van waar Nederland voor staat. Over de verbeterde verantwoordingssystematiek zei de heer Hoogeveen: voorkom nou dat de nieuwe narratieven in de verantwoordingssystematiek selectief worden. Ik zou hier toch wel graag teruggrijpen op iets wat ik in mijn inleiding zei over de Algemene Rekenkamer: het belastinggeld dat in het buitenland wordt uitgegeven, wordt volgens de Rekenkamer beter verantwoord dan belastinggeld in Nederland. Als er dingen niet goed gaan, dan is het niet alleen de ervaring van mijn ministerie, maar ook mijn ervaring met diverse organisaties en bedrijven dat daar eigenlijk linea recta op wordt gerapporteerd en op wordt geacteerd. De subsidies. Ik moet stellen dat tegenvallende resultaten van subsidiekaders eigenlijk pas na een jaar kunnen worden beoordeeld. Die kunnen dus bij uitstek beter worden meegenomen in evaluaties en periodieke rapportages. Daarbij wil ik ook nog verwijzen naar de motie-Van der Lee over de begrotingsvoorschriften, maar die motie wordt momenteel nog uitgewerkt door de minister van Financiën. Dus daar zou ik zelf niet heel veel aan willen wijzigen. Mevrouw Kröger vroeg wat meer in het algemeen naar beleidscoherentie. Ik denk dat het van belang is dat Nederland wereldwijd een belangrijke bijdrage levert aan de SDG's. Maar ze heeft ook gelijk dat ons eigen beleid natuurlijk nog steeds leidt tot negatieve spillovers op andere landen. Met het Actieplan Beleidscoherentie richten wij ons op drie knelpunten: onze klimaat-, land- en watervoetafdruk, belastingontwijking en illegale geldstromen, en mondiale gezondheidsongelijkheid. Daar hebben we een aantal instrumenten voor. De Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen en het Nationaal Programma Circulaire Economie moeten die negatieve effecten in internationale ketens beperken en het positieve effect voor mens en milieu vergroten. Tegelijkertijd denk ik dat het ook belangrijk is om te erkennen dat wij nog niet altijd de impact van onze voetafdruk overal voldoende in beeld hebben. Daarom investeren wij ook in betere data en indicatoren, bijvoorbeeld via de Monitor Brede Welvaart. Maar wij doen dat ook in samenwerking met de OECD, de OESO in het Nederlands. Voorzitter, dat was het blok coherentie.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Een paar dingen. Ik zie mezelf, ook in de ministerraad, natuurlijk in de eerste plaats als een vertegenwoordiger van de Nederlandse belangen en waarden. In de tweede plaats zie ik me, daar waar dat soms nodig is, misschien ook als een spreekbuis van ontwikkelingslanden die door ons geraakt worden. Zo zie ik ook mijn rol in de komende periode. Ik zal af en toe in herinnering moeten brengen dat onze voetafdruk hier consequenties heeft elders. Tegelijkertijd kan ik in alle eerlijkheid niet helemaal herleiden wat mevrouw Kröger zegt over deze verplichte toets. Misschien kan zij dat nog met mij delen. Wat wel zo is, is dat bij het aanbieden aan de ministerraad aangegeven moet worden dat het Beleidskompas is gevolgd en in dat Beleidskompas zit weer vervat dat de aandacht voor potentiële effecten voor ontwikkelingslanden gevolgd moet worden. Dus in algemene zin moet dat eigenlijk altijd expliciet. Maar als mevrouw Kröger andere aanwijzingen heeft, dan neem ik die graag tot mij.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ik zou hier graag het volgende op willen zeggen. Ik kan in alle eerlijkheid niet overzien welke wetgeving de ministerraad in 2025 allemaal is gepasseerd. Het moet wel gaan over wetgeving die relevant is voor deze toets. Ik kan wel zeggen dat wij uiteraard in de gaten zullen houden dat deze toets daar waar het relevant is wel consequent wordt toegepast bij alle wetgeving die de ministerraad nu passeert. Ik denk dat dat het belangrijkste is.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Laten we ook niet al te streng zijn, want het gaat bijna altijd goed. Wel zijn er ook gevallen waarin het niet goed gaat. Er is dus geen sprake van een ongelofelijke beleidswijziging. Er is sprake van het besef dat is ingedaald in dit ministerie dat aangezien … Kijk, belastingmiddelen moeten altijd effectief, efficiënt en doelmatig besteed worden. Als je naar het jaarverslag kijkt, dan zie je dat dat ook op een aanbevelenswaardige manier gebeurt, maar het kan altijd beter. Een van de manieren waarop het beter kan, zo hebben wij geconstateerd, is dat we er echt voor moeten zorgen dat je op landenniveau precies weet hoe het zit. Daarin maken de mensen een slag. Ik verwacht niet meteen dat we nu schokkende dingen gaan ontdekken over dat we helemaal langs elkaar heen werken, want er wordt echt goed samengewerkt tussen de posten en het ministerie. Wel is het goed om die samenwerking nog een beetje aan te trekken. Dat gebeurt eigenlijk constant.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ik zie nu dat die eigenlijk gaat over de vraag van de heer Verkuijlen over Artsen zonder Grenzen. Ik kon die niet ergens anders onderbrengen. Ik wil daar een aantal dingen over zeggen. Allereerst wil ik zeggen dat het verschrikkelijk is wat daar is gebeurd. Daar hoeven we … Misschien moeten we daar gewoon een punt achter zetten. Dat is gewoon verschrikkelijk. Punt. Ten tweede is het cruciaal dat er wordt geacteerd daar waar de dingen niet goed gaan. Ik wil daar wat betreft onze eigen begroting een aantal dingen over zeggen. Daarna ga ik een knip maken en ga ik naar wat daar gebeurd is. Ik vind het namelijk van belang om dat algemene beleid nog een keer goed te schetsen. Activiteiten die binnen mijn begroting plaatsvinden, vinden altijd plaats binnen een hele kwetsbare context. Dat bekent één ding, namelijk dat risico's nooit honderd procent kunnen worden uitgesloten. Dat betekent dat bij de risico's aan de voorkant de monitoring van programma's en de adequate opvolging van incidenten cruciaal is. Dat geldt zeker ook voor risico's op het gebied van de partnerorganisaties, de context en de programma's. Daarnaast vinden er nog aparte risicowegingen plaats op het gebied van seksuele uitbuiting, abuse en harassment en fraude. Ik wil hier heel helder zeggen dat dit ministerie, dit kabinet, op deze onderwerpen in actie een zerotolerancebeleid heeft. Dat hebben we ook vastgelegd in alle financieringsovereenkomsten met onze partners. Dat is echt heel streng. Dat betekent ook dat onze partners de verplichting hebben om ons direct te informeren bij incidenten, zodat wij kunnen meedenken over de opvolging daarvan. Het is niet iets om trots op te zijn, maar dat is de maat die wij hanteren. Dat is een zeer strenge maat. Het is goed om te weten dat wij Artsen zonder Grenzen niet financieren. Artsen zonder Grenzen is over het algemeen een organisatie die werk doet onder zeer moeilijke omstandigheden en wat mij betreft telt het dat zij — nogmaals, het is verschrikkelijk wat hier is gebeurd — ook acteren. Zover ik nu kan zien, hebben zij geacteerd, in die zin dat ze achttien medewerkers hebben ontslagen en hebben uitgesloten van toekomstig werk en uitgebreid onderzoek hebben gedaan. Wij zien dat hun due diligence over het algemeen robuust is, maar nogmaals, wij financieren deze organisatie niet. We hebben dus ook geen zeggenschap over wat zij doen.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Voor de duidelijkheid: wij financieren deze organisatie niet. In dat opzicht is het dus geen partnerorganisatie van Nederland. Wat ik wel kan zeggen, is dat deze organisatie in veel omstandigheden buitengewoon belangrijk en nuttig werk doet. In algemene zin, vanuit de Nederlandse optiek van wat nodig is aan noodhulp, kijken wij daar met waardering naar. Zonder dat ik nu contact heb gehad met de top van Artsen zonder Grenzen, durf ik te stellen dat zij ongelofelijk balen van wat hier is gebeurd en dat ze daar woedend over zijn. Dat is ook de reden waarom hier meteen is opgetreden, want juist dit soort organisaties staan erop dat de meest kwetsbare mensen in deze kwetsbare gebieden goed worden beschermd. Als dat dan niet gebeurt, en al helemaal als er dingen gebeuren door eigen toedoen, raakt hen dat diep in hun eer. Nogmaals, in dat opzicht hebben wij geen zeggenschap over Artsen zonder Grenzen, maar mocht ik bij gelegenheid vertegenwoordigers van Artsen zonder Grenzen tegenkomen, dan zal ik uiteraard vragen naar de opvolging hiervan. Dat is dan meer van op afstand, want we hebben geen financieringsrelatie.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Voorzitter. Ik ben aan het einde gekomen van de beantwoording in eerste termijn.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dat is een goede vraag, en die gaat over meer dan alleen de financiering van deze organisaties. Zelf zie ik het, in meer algemene zin, zo. Shrinking civic space zien we op heel veel terreinen en in heel veel landen. Het is geen eenduidige problematiek, behalve dat het vaak gaat over landen die in meer of mindere mate autoritaire trekjes hebben en waar weinig behoefte bestaat aan tegenspraak, in welke vorm dan ook; laat ik het zo maar zeggen. Daarom kon ik het ook waarderen — laat ik in eigen land beginnen — dat er een amendement is ingediend om ook hier tegenspraak van maatschappelijke organisaties mogelijk te maken, niet omdat mijn ministerie of ikzelf altijd zit te wachten op kritiek, maar wel omdat ik vind dat je, als je andere landen erop wilt aanspreken dat zij kritiek van het maatschappelijk middenveld moeten dulden, zelf het goede voorbeeld moet geven. Dat is één. Twee. Als het gaat over de manier waarop we deze organisaties ondersteunen — dat is op zich wel staand beleid; dat zal mevrouw Kröger ook niet verbazen — kan ik zeggen dat onze diplomaten in heel veel gebieden ter wereld ontzettend actief zijn om deze organisaties te ondersteunen. Soms gaat dat om ondersteuning op het gebied van veiligheid. Soms is er gewoon veiligheid geboden omdat mensen vervolgd worden. Soms gaat het over het bijwonen van rechtszaken. Soms gaat het over het diplomatiek steunen van organisaties. Daarnaast is er de meer politieke kant; dat ziet meer op mijn rol. Ik vind het belangrijk om te kijken of het lukt — maar goed, we moeten even kijken hoe dat lukt — om hierin met gelijkgezinde landen gezamenlijk op te trekken, of het nou gaat om bepaalde landensituaties of om beleidsdiscussies in de VN. Tot slot. In die grote opgave die wij wereldwijd zien, met meer autocratieën, zie ik ook de samenwerking met maatschappelijke organisaties als een partnerschap. Daar waar wij als land misschien geen ingang meer hebben, is financiering van deze organisaties een methode om ons model, onze waarden en onze vrijheden toch een steuntje in de rug te geven in landen die daar misschien in het algemeen niet op zitten te wachten. Dat is in het kort mijn visie daarop.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Excuus, ik heb de vraag nu voor me. Ik heb hem in mijn blaadjes met notities per ongeluk overgeslagen. Mevrouw Kröger en ik hebben eerder wat gewisseld over hoe deze minister en dit kabinet daarin staan. Mevrouw Kröger en anderen kunnen ervan op aan dat dit kabinet en dit ministerie pal staan voor de activiteiten die daarbij horen. Deze verklaring wordt echter zó breed getrokken. Ze gaat ook over onderwerpen die niet zien op het onderwerp dat mevrouw Kröger aanhaalt. Het gaat bijvoorbeeld over bepaalde belastinghervormingen en financiële hervormingen. Dan moet Nederland even afhaken. Dat heeft niks te maken met ons commitment of met hoe wij erin staan. In alle eerlijkheid ... Hoe zal ik het zeggen? "Irriteert" is een groot woord. Ik vind het jammer dat sommige verklaringen zo breed moeten worden en dat er zo veel onderwerpen bij moeten worden betrokken dat het niet mogelijk is om je erbij aan te sluiten. Tegelijkertijd wil ik het volgende zeggen. Dit is cruciaal, denk ik. Ik weet hoe mevrouw Kröger en haar partij, maar overigens ook andere partijen in deze Kamer, in de strijd zitten die hieronder ligt. Ik denk in alle eerlijkheid dat die strijd nu echt iets anders vraagt dan verklaringen. Daarover zou ik tegen mevrouw Kröger willen zeggen: ze weet dat ze mij en mijn ministerie daarin aan haar zijde heeft. Elke verklaring die langskomt en die op die dingen ziet, zullen we echt ondertekenen. Maar het wordt in toenemende mate moeilijk om ervoor te zorgen dat het ook echt ziet op alleen deze onderwerpen en dat er niet andere, aanpalende onderwerpen bij worden gehaald die hier eigenlijk niet mee te maken hebben.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Nou, ik ga het gewoon proberen. Voorzitter. Dank voor de vragen die vanuit de leden zijn gekomen. Ook dank voor het debat tot nu toe. Mevrouw Kröger had een vraag over het remedybeleid, het reparatiebeleid, van de FMO. Daarover kan ik zeggen dat dat een integraal onderdeel is van FMO's sustainability policy. Daarmee voldoen ze op dit moment qua beleid aan de VN-richtsnoeren, inclusief de Ruggie-principles wat betreft remedy. Ik denk dat dat ook belangrijk en goed is. Excuses voor de Engelse termen. Ik weet in alle eerlijkheid niet wat de Nederlandse terminologie hierbij is. De tweede vraag van mevrouw Kröger was of ik bereid ben om de nabestaanden te spreken. Naast dat mijn ministerie en onze ambassade in Costa Rica dat hebben gedaan, ben ik daar natuurlijk toe bereid. Ik ben natuurlijk niet doof voor het verdriet dat er is. Tegelijkertijd hoop ik dat de Kamer het ongemak begrijpt. Ik heb haar niks te bieden, in die zin dat ik niet ga over de FMO of over de rechtsgang. Als mens en als betrokkene ben ik uiteraard bereid om naar haar en haar verhaal te luisteren. Als dat kan helpen, dan doe ik dat ontzettend graag. Mevrouw Kröger had het nog over die verklaring van Spanje en een aantal landen die voortkwam uit die conferentie. Ja, het klopt. Ik heb dat ook gezien. Het kan zijn dat landen daar andere afwegingen in maken en misschien denken: we zijn het wel eens met die financiële maatregelen die erin staan. Dat zou kunnen. Misschien doen ze het zo en denken ze: nou, we richten ons even op het gewone gedeelte. Ik wijs er ook op dat bijvoorbeeld mijn zeer gewaardeerde collega in Duitsland, die er op dezelfde manier in zit als ik, helaas ook niet kon tekenen op deze manier. Ik wil toch even aangeven dat het essentieel is hoe je dat weegt. Ik hoop dat mevrouw Kröger snapt waar deze minister en dit kabinet staan. Vandaar dat ik van harte bereid ben om haar motie op stuk nr. 9, die ziet dit op onderdeel, met de woorden "waar passend", uiteraard met oordeel Kamer te voorzien. Haar tweede motie, de motie op stuk nr. 10, over de maatschappelijke ruimte, krijgt ook oordeel Kamer. Ik ga goed kijken naar een dergelijk fonds. Ik weet niet of dat beleid over het maatschappelijk middenveld een beleidsagenda behoeft. Ik denk dat we dat gewoon zullen meenemen in …. We hebben nog een vraag uitstaan bij de AIV over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Daar zullen we het netjes in meenemen. Ik denk dat dat ook belangrijk is en een goede gelegenheid is. Dan kom ik bij de heer Verkuijlen. Hij had ook twee moties. Omwille van de tijd zeg ik: zeer eens met beide moties. Ik beschouw ze ook als een steuntje in de rug. Dat is in mijn geval dubbel prettig. Ik geef ze beide oordeel Kamer. De heer Lohman dank ik uiteraard voor de debatinbreng. Mochten onderzoekers dan wel uzelf iets te rapporteren hebben, dan kijkt het ministerie daar uiteraard naar uit. Tot slot uiteraard dank aan allen voor het prettige debat.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Als mevrouw Kröger denkt dat ik meer te bieden heb, dan zal ik haar daarin meteen volgen. Tegelijkertijd wil ik wel benadrukken dat er een rechtszaak gaande is. Dat is een rechtszaak waarin de Staat geen partij is; het is een rechtszaak tussen de nabestaanden en FMO. Ik zal daar afstand toe moeten bewaren. Ik snap de wens vanuit de Kamer en ook de gevoelens, maar ik kan daar niet zomaar in treden. Ja, uiteraard vind ik het ook een logische oproep. We zullen haar ontvangen, desgewenst, want die vraagt moet er wel zijn. Dat is het kader waarbinnen ik dit zal moeten doen, omdat ik haar anders — dat vind ik ook belangrijk … Dit soort gesprekken kunnen goeddoen, in de zin dat je je gehoord voelt, maar op het moment dat mensen het idee krijgen dat hun een rad voor ogen wordt gedraaid, omdat ze bepaalde verwachtingen hebben die ik niet kan waarmaken, dan kan het ook schade toebrengen. Dat zou ik ten koste van alles willen voorkomen, gelet op wat er al gebeurd is in deze familie.

Bron, video en gesprek →
18 jun 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Voorzitter, we hoeven niet te dimdammen over woorden. De wetsvoorstellen worden natuurlijk in alle transparantie aan de Kamer aangeboden. Dan is het zichtbaar of dit wordt gedaan of niet. Als er gevallen zijn waarbij het niet is gedaan, ondanks de haviksogen van mijn medewerkers en ikzelf, dan weet ik zeker dat mevrouw Kröger aan de bel zal trekken. Maar het in gesprek gaan met de nabestaanden — nogmaals: desgewenst, want daarin wil ik enige voorzichtigheid betrachten — is een toezegging. Dat gesprek zal dan plaatsvinden op een moment dat de nabestaanden dat wensen en ons ministerie en de agenda dat op een goede manier toelaten, zodat we er voldoende aandacht aan kunnen besteden.

Bron, video en gesprek →