Staat van de Rechtsstaat: Algemeen
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: JA21 (2025-11-12–heden) ·
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →De heer Clemminck (JA21): Ik heb een vraag aan de heer Bijlsma. In uw positionpaper heeft u het over onrechtsstatelijke voorstellen uit verkiezingsprogramma's van politieke partijen. Ik ging er even van uit — ik hoor graag uw reactie natuurlijk — dat u dat doet op basis van het rapport van de Nederlandse orde van advocaten. Een aantal van die partijen, waaronder de mijne, maar volgens mij ook de VVD, kreeg daarin een onvoldoende, een rode vlag en het oordeel "onrechtsstatelijk" toen zij opschreven dat zij een aantal wetten, maar ook internationale verdragen graag zouden willen aanpassen. Ik ben toch in de veronderstelling — ik krijg daar echter graag uw reflectie op — dat volksvertegenwoordigers hier gebruikmakend van hun volksvertegenwoordigende instrumenten toch best wel wetten en ook internationale verdragen kunnen aanpassen en dat dat niet per se onrechtsstatelijk is.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Zeker, maar ik vroeg eigenlijk om een algemene reflectie. Als volksvertegenwoordigers, gebruikmakend van hun democratische instrumenten, wetten dan wel internationale verdragen willen aanpassen, zou u dat dan willen kwalificeren als onrechtsstatelijk, zoals de Nederlandse orde van advocaten deed?
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Ik zat gisteren de positionpapers te lezen. Toen had ik drie vragen, maar inmiddels zijn het er alweer vijf. Dat laat zien dat dit een waardevolle sessie is. Maar ik moet kiezen. Mijn partij spreekt regelmatig over de verhouding tussen het juridische domein en het politieke domein. Het gevoel dat hier leeft, is dat de juridische ruimte soms groter wordt ten koste van de politieke ruimte. Dat zie je bijvoorbeeld bij het opnemen van maatschappelijke ambities en doelen in wetgeving of in internationale verdragen. Denk aan CO2 en stikstof, maar ook aan Natura 2000-gebieden, die op Europees niveau zijn vastgelegd, waardoor je daar als nationale democratie zelfstandig niets meer mee kan. Ik denk dat de vraag in eerste instantie aan de heer Kummeling is gericht, maar die raakt ook aan een opmerking van mevrouw Park. Als ik haar goed heb begrepen, zei zij dat de politiek geen beloften moet doen die zij niet kan waarmaken. Hoe kijkt u ertegen aan als je maatschappelijke doelstellingen tot wet verheft? We hebben bijvoorbeeld ook geen wet waarin staat hoeveel verkeersdoden wij acceptabel vinden. Daar kunnen wij als Kamer misschien iets van vinden, maar we leggen dat niet vast in wetgeving. Anders zou iemand straks naar de rechter kunnen stappen en zouden er vanaf morgen geen auto's meer mogen rijden. Het gevoel bestaat dat dit steeds vaker gebeurt, nationaal en internationaal, waardoor de ruimte om politiek keuzes te maken kleiner wordt.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Dat eerste deel is inderdaad helder. U had het natuurlijk in allerlei reflecties over het versterken dan wel verzwakken van de democratische rechtsstaat, op allerlei niveaus en op allerlei manieren, in politieke zin. De vraag was ook een beetje of het opnemen van dit soort normen in wetgeving, nationaal dan wel internationaal, vanuit breder perspectief niet eigenlijk een verzwakking is van onze democratische rechtsstaat. Dit ook naar aanleiding van de opmerking dat de burger misschien wel iets wil en de politiek iets kan beloven, maar het vaak niet meer kan doen.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Dat zei ik dus niet. Het gaat ook over het vermogen van een samenleving om nog zelf te bepalen hoe zij samen wil leven. U ging alleen maar in op de definitie van een rechtsstaat, maar we hebben het natuurlijk over de democratische rechtsstaat. Als je heel veel bevoegdheden en instrumenten voor hoe men wil leven weghaalt bij een samenleving, hebben we het dan nog over een democratie?
Bron, video en gesprek →