Versterking decentraal bestuur
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: JA21 (2025-11-12–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Clemminck (JA21): Dank u wel, voorzitter. Ook namens JA21 de waardering voor al onze decentrale volksvertegenwoordigers en bestuurders in soms moeilijke tijden en omstandigheden. Voorzitter. Gemeenschap en gemeente vallen steeds vaker niet meer met elkaar samen. Dit komt door de doorgeslagen opschaling. We zullen terug moeten naar de menselijke maat, zo zei Pim Fortuyn dat al 30 jaar geleden. Het draagvlak, zoals vereist conform het beleidskader uit de Wet ARHI, de wet op de gemeentelijke herindelingen, is een wassen neus. Eerder dit jaar kondigde ik al een initiatiefwet aan die het referendum introduceert om het maatschappelijk draagvlak te kunnen vaststellen. Ik hoop dit najaar de initiatiefwet ook vrij te kunnen geven voor behandeling in de Kamer. Voorzitter. De minister werkt aan een visie op regionale samenwerking en informeert de Kamer eind dit jaar daarover. De fractie van JA21 wil de minister alvast een paar zaken meegeven over deze visie. Gemeenten namen in 2017 gemiddeld deel aan 27 samenwerkingsverbanden en in 2024 waren dat maar liefst 42; dat zijn dus 42 samenwerkingsverbanden gemiddeld per gemeente. Die hebben allemaal een logo nodig, een directeur en niet zelden een afgezwaaide bestuurder en natuurlijk een website, want anders doe je er niet toe in Nederland. Het eerste doel van iedere samenwerkingsorganisatie is haar eigen voortbestaan garanderen. Dat zien we ook terug in het aantal uittredingsvoorwaarden bij diverse gemeenschappelijke regelingen. Ik heb er een paar meegenomen en eens gekeken hoe je nou eigenlijk uít een gemeenschappelijke regeling komt. Zo kan een gemeente alleen een gemeenschappelijke regeling verlaten als een meerderheid van andere gemeenten dat toestaat. Weg lokale democratie en zeggenschap. "You can check out any time you like, but you can never leave". Vindt de minister zulke bepalingen passend in een gemeenschappelijke regeling? Het budgetrecht is een van de belangrijkste rechten van een gemeenteraad. Althans, ik neem aan dat de minister dat ook vindt. Maar nu is het dus een beetje standaard geworden in gemeenschappelijke regelingen dat de afdracht van gemeenten voor die regeling bij meerderheid van stemmen wordt bepaald. Dat betekent dus dat de meerderheid een lokaal besluit van een gemeenteraad over dat budget kan overrulen — de provincie handhaaft daar ook op. Daar zijn allerlei voorbeelden van. Acht de minister het acceptabel dat het budgetrecht van de gemeenteraad wordt overruled door gemeenschappelijke regelingen? Voorzitter. De fractie van JA21 is en blijft een voorstander van de rechtstreeks gekozen burgemeester. Tot die tijd is mijn fractie in principe tegen het toekennen van nieuwe taken en verantwoordelijkheden aan de burgemeester. Voor de bestaande taken is het goed om te kijken of deze niet beter bij een wethouder belegd kunnen worden. De minister komt nog met een afwegingskader wat betreft de taken en verantwoordelijkheden van de burgemeester. Is de minister bereid om de Kamer een notitie te sturen waarin de taken van de burgemeester worden opgesomd en wordt uitgelegd welke alternatieve scenario's er zijn om deze taken eventueel op een andere plek neer te leggen, bijvoorbeeld een wethouder? Ik hoor het graag van de minister. Ten slotte, voorzitter, het advies van het ARPA ten aanzien van vergoedingen en arbeidsvoorwaarden van politieke ambtsdragers. Het kabinet komt nog met een reactie dit jaar, maar laat ik namens de fractie van JA21 alvast iets meegeven aan de minister. De vergoeding van burgemeester en raadsleden is gedifferentieerd naar aantal inwoners, naar de grootte van de gemeente. Voor de provinciebestuurders en de commissaris van de Koning en Provinciale Statenleden wordt dat niet gedaan. Het adviescollege stelt dat "blijkbaar de werklast niet zo sterk afhankelijk wordt geacht van inwonersaantallen als bij gemeenten het geval is." Maar de adviescommissie zegt ook dat daar eigenlijk geen onderzoek naar is gedaan. Er is geen feitelijke maatstaf om te kijken of er gedifferentieerd zou moeten worden en kunnen worden, omdat het takenpakket en de zwaarte daarvan misschien per provincie verschillen. Dan mijn laatste vraag aan de minister. Dat komt vreemd op mij over. Kan de minister toezeggen dit te laten onderzoeken en mee te nemen in het vervolgproces naar aanleiding van het adviesrapport van ARPA? Tot zover, voorzitter. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Dat is inderdaad mijn intentie met het initiatiefwetsvoorstel dat ik nu uitwerk. Daarbij moet ik wel meteen tegen de collega zeggen dat ik er wel aan hecht dat de uiteindelijke beslissing wordt genomen door de gemeenteraad en het gemeentebestuur, maar zoals het nu gaat vind ik de definitie van wanneer er draagvlak is ontstaan voor een herindeling, onvoldoende, en daarom wil ik inderdaad een referendum invoeren. Maar uiteindelijk is het aan het gemeentebestuur om de keuze te maken, en wat mij betreft aan minister en Kamer om een procesrol te hanteren.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): In het debat over Wijdemeren en Hilversum heb ik het inderdaad ook gehad over het feit dat het mij opviel dat er vaak waarnemend burgemeesters zijn op het moment dat een gemeente uiteindelijk heringedeeld wordt. Dan bedoel ik niet zozeer het herindelingsbesluit zelf, maar het traject daarvoor. Is het überhaupt wenselijk dat je een gemeente gaat herindelen op het moment dat daar geen permanente, volwaardige burgemeester zit? Zou het niet veel beter zijn om te zeggen: nee, op het moment dat er een waarnemend burgemeester zit — dat kan om allerlei redenen zijn: vanwege pensioen of gezondheid — is het eigenlijk niet het juiste moment om zo'n gemeente aan een herindeling te onderwerpen?
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Mevrouw Tseggai was bij het punt van de gemeenschappelijke regelingen. De collega zei dat het eigenlijk niet de bedoeling kan zijn — ik parafraseer een beetje — dat één gemeente een besluit van zo'n regionale samenwerking kan blokkeren, maar ik redeneerde in mijn bijdrage precies andersom. Is het eigenlijk wenselijk dat een gemeenteraad met budgetrecht geen democratisch lokaal besluit over een gemeenschappelijke regeling kan nemen, omdat een meerderheid in de regio dat niet toelaat? Ik ben wel benieuwd naar de reactie van de collega.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor haar bijdrage.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan draag ik het voorzitterschap weer aan u over.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Dat is helder wat betreft de uittreding. We wachten de evaluatie af. Ik maak mij er zorgen over dat als een gemeenteraad een democratisch besluit neemt en zegt graag te willen uittreden, zij in feite daar niet toe kunnen besluiten omdat een meerderheid in zo'n algemeen bestuur dat blokkeert of hoge eisen stelt aan die uittreding. Maar op dit punt wachten we de evaluatie af. Als het gaat om het budgetrecht: wat de minister noemde, is de feitelijke beschrijving zoals ik die ook ken. De vraag was natuurlijk of de minister het passend vindt, gezien het budgetrecht van de raad. Het betekent immers feitelijk dat als een meerderheid in een algemeen bestuur zegt "we gaan de inwonerbijdrage van €4 naar €8 brengen" en de lokale gemeenteraad zegt "dat vinden wij geen goed idee, want wij gaan over het budgetrecht" of de raad heeft het geld simpelweg niet of heeft andere prioriteiten — het is zijn democratische legitieme verantwoording, zou ik zeggen — bewoners dan toch die €8 moeten gaan betalen. Mijn vraag was of de minister dit vindt passen bij het budgetrecht, dat bij de gemeenteraad ligt.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Het gaat mij niet alleen om de zwaarte van het ambt; dat is zeer zeker zo. Mij gaat het er ook om dat een burgemeester vergaande bevoegdheden heeft en diep kan ingrijpen in het leven van burgers. Wat mij betreft heeft hij daar eigenlijk een democratisch mandaat voor nodig. Dat heeft een burgemeester niet. Ik merk ook in de praktijk dat raadsleden of zij die aan de formatietafel zitten bij gemeenten vaak niet scherp hebben welke taak je bijvoorbeeld bij een wethouder kan plaatsen. We zien voorbeelden uit het verleden, bijvoorbeeld na de Pim Fortuynrevolte, dat veel wethouders de taak van veiligheid hebben overgenomen van de burgemeester maar dat niet kunnen doen voor de wettelijke taken. Ik denk dus dat het zowel deze commissie als onze collega's in gemeenteraden zou helpen als we een goede en heldere uiteenzetting hebben van de taken en verantwoordelijkheden van de burgemeester, van wat nu wettelijk verplicht is aan het ambt van de burgemeester en waar je eventueel andere keuzes zou kunnen maken. Zit dat in het afwegingskader dat u nog naar de Kamer gaat sturen, vraag ik de minister.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): We hebben dat debat inderdaad gehad. Ik heb op een bierviltje de redenatie opgezet of je nou een verband kunt zien. Ik heb daarbij niet alleen gekeken naar waarnemend burgemeesters die gestart zijn op het moment dat feitelijk het herindelingsbesluit al was genomen, maar ik heb juist naar de jaren daarvoor gekeken. Het is een bierviltjesanalyse, maar het viel mij op dat er juist in de fase daarvoor, dus toen er nog geen concreet plan lag en er nog geen besluit was genomen, vaak waarnemende burgemeesters waren. Dit had allerlei redenen, zo heb ik ook aangegeven. Het lijkt me wel goed, nu we dit debat een paar keer hebben gehad, dat we daarover in de brief die de minister nog gaat sturen wat duidelijkheid gaan krijgen, in plaats van deze bierviltjesanalyse van JA21.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Wat de heer Heerma zei klopt. We hebben, naar mijn mening terecht, bij gemeenten gedifferentieerd naar schaalgrootte, omdat dat toch wel een indicatie is van de zwaarte van het ambt, zowel voor burgemeesters, wethouders als gemeenteraadsleden. Dat wil niet zeggen dat kleine gemeenten geen zware ambten kennen, maar niet in dezelfde mate als een grote gemeente. Eigenlijk is er toch wel de veronderstelling dat dat voor provincies ook geldt. Ik was getriggerd door dat ene zinnetje van de adviescommissie: blijkbaar vinden we hetzelfde. Daar zit volgens mij heel veel achter. Ik zeg de minister niet dat het nu allemaal in één keer moet, maar ik vraag hem wel om een keer met ons, met de Kamer, te gaan kijken of we hier een feitelijke onderbouwing voor kunnen krijgen en of het terecht is dat de commissaris van de Koning — ik sla het maar even plat — van de provincie Zeeland met 350.000 inwoners dezelfde vergoeding krijgt als de commissaris van de Koning van de provincie Noord-Brabant.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Ja, dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording in de eerste termijn. Ik heb nog twee punten. Ik ben nog niet tevreden met het debat dat we hadden over het budgetrecht van de raad. Ik vind dat echt wel een principieel punt. Ik zal er ook zeker in het tweeminutendebat met een motie over komen. En wat ik wel ingewikkeld vond in het laatste deel rond het ARPA-advies en de discussie over het differentiëren van vergoeding voor provinciale besturen, zoals we dat wel doen bij gemeenten maar niet voor provincies. Ik vraag eigenlijk aan de minister — en dat hoeft echt niet in hetzelfde proces te lopen als rondom de afhandeling van het ARPA-advies — om ons als Kamer te helpen door met een feitelijke analyse te komen of er inderdaad een zwaarteverschil is tussen een CvdK met een provincie met 350.000 inwoners en veertien gemeenten — zeg ik even uit mijn hoofd — in Zeeland, bijvoorbeeld, en een CvdK met een provincie als Brabant met — wat is het tegenwoordig — 2,1 miljoen inwoners en 56 gemeenten. Volgens mij voelen we allemaal aan dat daar echt wel een zwaarteverschil in zit, zoals dat er ook is tussen een gemeente met 400.000 inwoners en een gemeente met 60.000 inwoners. Ik vraag de minister een toezegging om hier onderzoek naar te doen, op een ander moment, los van dit proces. Als het niet gebeurt, kan ik natuurlijk altijd een motie indienen. Tot zover, voorzitter. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik geef het woord graag aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor haar bijdrage in tweede termijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik draag het voorzitterschap weer aan u over.
Bron, video en gesprek →