Discriminatie, racisme en mensenrechten
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: JA21 (2025-11-12–heden) ·
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →De heer Clemminck (JA21): Een van de problemen met de rapportages — dat vind ik een ingewikkelde — over moslimdiscriminatie, is dat het heel erg gaat over ervaren discriminatie en dat het gaat om zelfrapportages. Die zijn subjectief. Een van de recente onderzoeken is natuurlijk het nationale onderzoek naar moslimdiscriminatie. Als je dan wat verder in de bijlages gaat kijken naar wat voor ervaringen als moslimdiscriminatie worden tentoongesteld … Ik noem bijvoorbeeld een verhaal van een neefje van een respondent — het gaat dus niet om hemzelf, maar ook nog eens een keer om een neefje — dat zegt: een lerares kwam tijdens de ramadan met een glas water aanzetten en vond dat hij wat moest drinken. Dat werd ervaren als discriminatie. Ik vind het toch wel problematisch als je op basis van dit soort zelfrapportages de conclusie trekt dat het gaat om een geval van discriminatie. Ik ben benieuwd hoe de heer Van Baarle daarnaar kijkt: betekent het dat je op basis van dit soort ervaringsrapportages over discriminatie kunt spreken?
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Ik begrijp nu dat ik blijkbaar zelfrapportages aan het discrimineren ben. Ik hoop dus dat de bond voor zelfrapportages geen klacht tegen mij gaat indienen, want dat begrijp ik een beetje uit de woorden van de heer Van Baarle. Zelfrapportages kunnen zeker een vorm zijn van wetenschappelijk onderzoek, ook op het gebied van discriminatie, inderdaad. Dat is geen enkel punt. Ik heb alleen geen antwoord gekregen op mijn vraag. Mijn vraag was namelijk heel erg simpel, namelijk of er op basis van dit voorval uit de ervaringsrapportage volgens de heer Van Baarle sprake is van discriminatie. Ik doel op het voorbeeld van dat neefje dat van de lerares een glas water kreeg aangeboden tijdens de ramadan. Dat wordt hierin neergezet als discriminatie. Mijn vraag was: is dat discriminatie volgens de heer Van Baarle? Ik heb nog geen antwoord gehad.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met vrolijk nieuws, namelijk met een felicitatie aan Nederland, want begin dit jaar werd duidelijk dat Nederland op de wereldranglijst het derde minst racistische en discriminerende land ter wereld is geworden. Dat is geen toeval, want het jaar daarvoor, bij een ander onderzoek, werd Nederland vierde. Dat zou toch mooi nieuws moeten zijn. Ik ga ervan uit dat mijn collega-woordvoerders dat ook gevierd hebben met taart of met een dadel en een kaarsje, want dat is natuurlijk fantastisch nieuws. JA21 is tegen elke vorm van discriminatie, ook positieve. Ik begin met dit trotse nieuws omdat in de media, bijvoorbeeld als je NPO kijkt, door professionele activisten of bij linkse partijen in deze Kamer weleens het beeld wordt neergezet dat Nederland een in- en inslecht land is, alsof het een soort racistisch land is, alsof discriminatie in het DNA van Nederlanders zit en alsof het in onze instituties zit — dat is lariekoek. Tegen alle Nederlanders die dit zien, zeg ik dan ook: laat u dit niet aanpraten. Waarom proberen partijen ons dit eigenlijk wijs te maken? Enerzijds omdat er geld te verdienen is in de antiracistische industrie. Sommigen demoniseren Nederland cultureel heel bewust, omdat zij denken dat dit land zo aangemoedigd kan worden om zich aan te passen aan andere normen. Als je maar aan geschiedvervalsing doet, krijgt de oemma ook haar eigen 4 meiherdenking, zagen wij, inclusief linkse burgemeesters als Halsema, Dijksma en Marcouch. Het is een grove schande. Voorzitter. Racisme en discriminatie komen voor. Natuurlijk moeten we daar altijd tegen optreden. Laat daar geen misverstand over bestaan. Echter, de rapporten van de laatste tijd die ons willen wijsmaken dat moslimdiscriminatie een groot en structureel probleem is, zijn veel te dun. Anekdotes worden voor waar aangenomen en soms wel heel erg onbeduidende voorvallen moeten actief ondersteunen dat je in ons land een heel zwaar leven hebt als je moslim bent. Zo citeert het rapport Opgroeien als moslimjongere in een gepolariseerde samenleving, van Kenniscentrum Inclusief Samenleven, een jonge vrouw die zegt dat zij momenten van uitsluiting ervaart als zij wandelt in het bos met haar moeder: "Je merkt hoe mensen je aankijken, van top tot teen, geen goedemorgen. Alsof natuurgebieden alleen voor witte Nederlanders zijn. Dan voel ik mij niet welkom. Vaak ontwijk ik zulke plekken." Bij de aanbevelingen bij dit KIS-rapport — ook dat is een patroon — komt de aap uit de mouw. De mythe van moslimdiscriminatie dient als breekijzer om iets gedaan te krijgen van niet-moslims. Scholen zouden bijvoorbeeld, om werkelijk inclusief te zijn, stilteruimtes moeten inrichten en werkgevers zijn alleen goede werkgevers als zij niet moeilijk doen over hoofddoeken en werknemers die een matje willen uitrollen. Het is natuurlijk terecht dat de Kamer niet wil debatteren over dit manipulatieve broddelwerk, dat inmiddels ook offline is gehaald. Als u dacht dat de lobby tegen islamofobie op zou geven, heeft u het mis. Op 15 maart, op de internationale dag tegen islamofobie, maakte de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme bekend dat hij een programmaleider Nationale Aanpak tegen Moslimdiscriminatie aanstelt. Wat JA21 betreft wordt dit initiatief snel de kop ingedrukt. Ik kijk de minister ook aan: gaat u de stekker uit de NCDR trekken en deze opheffen? De aankondiging van de nationale aanpak tegen moslimdiscriminatie volgde trouwens een dag na de aanslag op een Joodse school in Amsterdam en slechts twee dagen na een aanslag op een synagoge in Rotterdam. Toeval? Misschien. Je zou haast denken dat de NCDR de aandacht wil afleiden van degenen die er in Nederland voor zorgen dat Joden zich vaak niet meer veilig voelen. Willen we naar plek één, goud, van deze wereldranglijst tegen racisme en discriminatie volgend jaar, dan moeten we de waarheid ook onder ogen durven te zien, ook als dat een ongemakkelijke waarheid is, zeg ik in alle eerlijkheid. Waarom laten we geen onderzoek doen naar de rol van de islam in intolerantie ten opzichte van Joden en lhbti'ers? Voor wie zijn de Nederlandse Joden en lhbti'ers eigenlijk bang op straat? Is de minister bereid om een culturele factor bij discriminatie eindelijk eens te gaan onderzoeken? Ik verzeker u: homo's of Joden lopen echt niet een blokje om in Loosdrecht, maar wel in Kanaleneiland in Utrecht. Ik kan hier citeren uit een onderzoek van bijvoorbeeld de Franse denktank Fondapol uit 2024. Daaruit blijkt dat 23% van de Franse moslims geweld tegen Joden in Frankrijk zelf gerechtvaardigd vindt.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Daarom zei ik al: het is helaas een ongemakkelijke waarheid. Ik refereerde aan het onderzoek van Fondapol uit 2024, waarin staat dat 23% van de Franse moslims geweld tegen Joden in Frankrijk zelf gerechtvaardigd vindt. Maar er zijn ook andere onderzoeken die ik de heer Van Baarle mee kan geven. Uit een ander onderzoek uit Frankrijk blijkt bijvoorbeeld dat 49% van de jonge Franse moslims van 15 tot 17 jaar relaties tussen personen van hetzelfde geslacht niet acceptabel vindt. Dat is ongekend veel. 49%. Bijna de helft van de jongeren, ook als die van een zoveelste generatie zijn, vindt relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht onacceptabel, terwijl dat percentage op andere plekken in Frankrijk, onder andere bevolkingsgroepen, slechts 7% is. 49% staat tegenover 7%. Als u liever Wenen heeft, zeg ik tegen de heer Van Baarle, dan noem ik een onderzoek uit mei 2026 waarin staat dat 43% van de moslims het Westen de problemen van de islamitische wereld verwijt. 41% stelt dat de sharia boven de wetten van Oostenrijk zou moeten gaan. Een kwart van de moslimjongeren uit België vindt dat geweld tegen homo's gerechtvaardigd is. De helft van de Turken in Duitsland vindt dat homoseksualiteit een ziekte is en de helft van de moslims in heel Europa vindt dat homo's geen vrienden kunnen zijn. Volgens mij is dat voldoende bewijs voor een ongemakkelijke waarheid.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Ik heb het net gezegd: we willen voor goud gaan. Discriminatie is helaas een veelkoppig monster; de ene kop is alleen wat groter dan de andere kop, helaas. Ik wijs nu op een aantal onderzoeken en op de voor de heer Van Baarle en misschien voor andere partijen wellicht ongemakkelijke waarheid, namelijk dat een groot deel van de discriminatie helaas bij een bepaalde bevolkingsgroep hoort. Als ik zie dat 23% van de Franse moslims geweld tegen Joden wil aanmoedigen en gerechtvaardigd vindt, dan zegt de optimist in mij: "Dat is geen 100%. Dat is goed nieuws. Dat is inderdaad niet iedereen." Maar de realist in mij zegt: die 23% staat in schril contrast met het gemiddelde onder de rest van Frankrijk, want dat is slechts 7%.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Volgens het meest omvangrijke onderzoek naar antisemitische opvattingen, het Global anti-Semitism Survey, zijn het Midden-Oosten en Noord-Afrika de enige regio's in de hele wereld waarin mensen met antisemitische opvattingen de meerderheid van de bevolking vormen. Zij duiden een beeld van zelfs 76% — 76%! — in dat soort landen. In alle andere delen van de wereld is het antisemitisme veel minder wijdverbreid. Daar is het nog steeds te veel, 11% zou ik zeggen, maar in Oost-Europa is dat bijvoorbeeld 34% en in Oceanië 14%. Weet de minister of dergelijke onderzoeken ook in Nederland uitgevoerd zijn? En als dat niet is gebeurd, kan de minister dan vertellen waarom niet? Gaat het om tolerantie van lhbti-personen, dan zet de wereld van de islam helaas ook niet zijn beste beentje voor. In het buitenland wordt het "waardoor" wel goed onderzocht. Maar liefst 49% van de jonge Franse moslims tussen de 15 en 17 jaar vindt dat relaties tussen personen van gelijk geslacht niet acceptabel zijn. Ik zei het net al. Onder de rest van de bevolking is dat slechts 7%. Dramatische cijfers. Lhbti'ers weten voor wie zij moeten oppassen. Toen wij in Utrecht kwamen wonen, kregen mijn man en ik zelfs het advies om in bepaalde wijken beter geen huis te kopen. Ik kan u vertellen dat dit niet de buurten waren die bevolkt werden door autochtone Nederlanders. Dat is de ongemakkelijke waarheid waar veel Joden en lhbti'ers mee moeten leven. Voorzitter, tot slot. Moslimdiscriminatie is geen structureel, institutioneel probleem in Nederland. Laat u dat niet wijs maken. Gebeurt dat in individuele gevallen wel, dan is het simpel: onacceptabel en altijd bestraffen. Wat wel structureel is en disproportioneel, is de discriminatie door islamitische gemeenschappen in Nederland van andere groepen: Joodse Nederlanders, homo's, afvalligen en christenen. In augustus 2025 organiseerde het kabinet het Catshuisoverleg over moslimdiscriminatie: totaal mesjogge. Maar het is zoals het is. JA21 ziet bij elk nadeel ook wel weer een voordeel. Daarom stel ik voor om het thema van het volgende overleg op het Catshuis te veranderen van moslimdiscriminatie naar discriminatie door moslims. De agenda's zijn al getrokken en de juiste doelgroep is uitgenodigd. Is de minister bereid om dat te doen? Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Ik heb een interruptie, maar ik heb ook een punt van orde. Ik snap dat het een gevoelig debat kan zijn en dat mensen geen robots zijn, maar het zou toch fijn zijn dat als hier een Kamerlid aan het woord is, er niet gelachen wordt op de publieke tribune.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Dan mijn interruptie richting de heer Schenk. We zien de laatste tijd natuurlijk dat door een levensgevaarlijke mix, een coalitie van islamisten en links, met name onze joodse Nederlanders een zwaar leven hebben in Nederland. We zien het antisemitisme enorm stijgen. Is de heer Schenk van mening dat het antisemitisme in Nederland enorm is toegenomen en dat onze joodse Nederlanders ontzettend kwetsbaar zijn? Welk voorstel zou de heer Schenk hebben om de Nederlandse joden beter te beschermen?
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Mijn vraag aan de minister was als volgt. Er is veel onderzoek gedaan naar attitudes van islamitische gemeenschappen in Europa als het gaat om joden en antisemitisme, helaas niet in Nederland maar wel in andere landen in Europa. Dat zijn schokkende cijfers. Maar zie ook de attitudes van moslimgemeenschappen in islamitische landen zelf. We zien gewoon feitelijk dat in deze islamitische gemeenschappen het antisemitisme veel structureler, groter en zwaarder is dan in andere gemeenschappen. Kan de minister dat erkennen, was mijn vraag. Is dat dan ook niet aanleiding voor een specifieke aanpak van antisemitisme vanuit deze gemeenschappen?
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Dat was het antwoord op het tweede deel van mijn vraag. Het eerste deel van mijn vraag was of de minister de onderzoeken die er zijn wel gewoon erkent.
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Het blijft toch ingewikkeld. Als je de oorzaken niet onder ogen wil zien, hoe kom je dan tot een oplossing? Ik noem dat een ongemakkelijke waarheid. Het kan toch niet zo zijn dat wij een minister hebben die zegt discriminatie in Nederland te willen bestrijden — dat heeft onze steun — en die zegt dat we antisemitisme Nederland uit moeten krijgen — dat heeft ook onze steun — maar die niet de feiten wil erkennen van waar die zaken vandaan komen? Als je dat niet wil erkennen en daar geen goede analyse van wil maken, hoe kom je dan ooit bij een oplossing?
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Ik wil terug naar de fata morgana die gemaakt wordt van moslimdiscriminatie. Is de minister bekend met de bijzonder sluwe methodes van de Moslimbroeders, die via zelfrapportages, via slachtofferschap, ruimte proberen te creëren in de landen, ook hier in Nederland, zodat wij ons gaan aanpassen aan de veranderingen die zij wensen, de islamisering van Nederland? Kan de minister JA21 dan op z'n minst geruststellen dat hij niet in deze val van de Moslimbroeders gaat trappen?
Bron, video en gesprek →De heer Clemminck (JA21): Ik ben een beetje in verwarring, dus ik hoop dat ik het goed zeg, voorzitter. Ik had een vraag gesteld over de sluwe methodes van de Moslimbroederschap. In zijn antwoord ging de minister daar helemaal niet op in. Ik zou dus nog even terug willen — ik doe dit even kort, hoor — naar die vraag, namelijk: is de minister bekend met de sluwe methodes van de Moslimbroederschap om de islamitische gemeenschap in de slachtofferrol te plaatsen? Ziet de minister ook het gevaar dat dat kan vermengen met het moslimdiscriminatiepleidooi? Kan de minister JA21 in ieder geval geruststellen dat hij niet in die val van de Moslimbroeders gaat trappen?
Bron, video en gesprek →