Pgb
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Mirjam Sterk
Partijen door de tijd: CDA (2008-07-29–2012-09-19) · CDA (2005-07-27–2008-04-07) ·
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Minister Sterk: Zeker, voorzitter, zoals altijd. Maar ik wil eerst nog een inleiding geven, als u dat goedvindt. We spreken vandaag met elkaar over het pgb. Ik zie ook dat het pgb van grote waarde kan zijn voor mensen. Zo kreeg ik vorige week een exemplaar van het boek van Boy Royackers. Het boek heet Rondes van geluk. Het is een boek dat hij heeft geschreven met zijn jeugdvriend over zijn verleden, zijn auto-ongeluk en de vriendschap die ze hervonden hebben. In zijn boek staat ook een persoonlijke boodschap. Er staat in dat het pgb hem regie gaf over zijn leven. Hij vertelde dat hij bewust voor het pgb heeft gekozen en dat hij, met zijn hoge dwarslaesie, twintig mensen in dienst heeft. Met het pgb en deze hulp kan hij het leven leiden dat hij wil leiden. Voorzitter. Volgens mij is dat ook waar het vandaag over gaat. Het pgb is een waardevolle aanvulling op zorg in natura, waarmee mensen hun zorg zelf organiseren, afgestemd op hun persoonlijke situatie. Voor wie bewust kiest voor deze vorm van zorg, biedt het pgb autonomie en regie over het eigen leven. Om met de woorden van Kamerlid Bikker te spreken: het is ook een erkenning van de waardigheid van mensen om zelf inrichting te geven aan hun leven. De voordelen van het pgb zijn dat er sprake is van maatwerk, omdat de zorg kan worden afgestemd op wat je nodig hebt en hoe je leefsituatie eruitziet, en er is flexibiliteit om bijvoorbeeld op tijd op het werk te kunnen komen of spontaan uit te gaan zonder afhankelijk te zijn van de openingstijden van zorgaanbieders. Ook stelt het mensen in staat om actief deel te nemen aan de samenleving. Maar er zijn ook kanttekeningen te plaatsen bij het pgb. We zien ook een aantal risico's en ongewenste effecten. Zo vraagt het pgb veel van budgethouders. Ik heb laatst ook gezien dat er, omdat alles op maat is, sprake is van meer administratieve lasten. Niet iedereen is in staat om het pgb goed te beheren of de zorg te organiseren. Sommige mensen kiezen voor een pgb onder druk van familie of zorgverleners, terwijl naturazorg beter bij hen zou passen als dat er zou zijn. Pgb's worden soms ook gebruikt door mensen die geen regie kunnen voeren en leveren daarmee ook fraude- en kwaliteitsrisico's op, zoals onrechtmatige declaraties of uitbuiting van kwetsbare cliënten. De rol van werkgever, opdrachtgever, is complex. Die brengt juridische verantwoordelijkheden met zich mee, zoals arbeidsrechtelijke verplichtingen. Deze arbeidsrechtelijke verplichtingen kunnen ook op spanning komen te staan met die eerdergenoemde waarde van het pgb, namelijk flexibiliteit. Daarom richt mijn inzet voor deze kabinetsperiode zich op twee sporen. Allereerst wil ik me ervoor inzetten om het pgb beschikbaar te houden voor wie hier bewust voor kiest en in staat is om regie te voeren. Ik heb het dus niet over degenen die dit moeten gebruiken omdat andere vormen niet voor hen beschikbaar zijn. Dan moeten we ervoor gaan zorgen dat die andere vormen ook beschikbaar worden voor hen. Voor degenen die dat niet kunnen en willen doen, wordt naturazorg nadrukkelijker als voorliggende optie gepositioneerd. Daarmee keren we terug naar de oorspronkelijke bedoeling van het pgb. Voor een optimale keuzevrijheid is het ook noodzakelijk dat er voldoende aanbod aan zorg in natura is. We hebben de zorgkantoren verzocht om kleinschalige pgb-gefinancierde wooninitiatieven — dat is dus iets anders dan kleinschalige ouderinitiatieven, zeg ik dan maar even nadrukkelijk — individueel te contracteren. Dit is voor de zorgkantoren alleen mogelijk als er meerdere wooninitiatieven gelijktijdig worden gecontracteerd, bijvoorbeeld via een coöperatie of een branchevereniging. Het is de bedoeling dat geïnteresseerde wooninitiatieven hier met ingang van 2027 gebruik van kunnen maken. We zullen hier in overleg met ZN een programmatische aanpak voor ontwikkelen. Met de branchevereniging van kleinschalige zorgaanbieders maken we afspraken over de ondersteuning van startende zorgaanbieders en aanbieders die de overstap van pgb naar zorg in natura overwegen of willen maken. De komende periode verkennen we met de uitvoerders de mogelijkheden om deze bewuste keuze in te richten. Te denken valt aan het aanscherpen van de eisen met betrekking tot eigen regie of participatie, of van bepaalde vormen van vertegenwoordiging in het pgb. Uiteraard wordt daarbij ook gekeken naar overgang, aanbod van zorg in natura en adequate uitleg voor budgethouders. Kortom, het is niet zo dat wij erop sturen dat iedereen naar zorg in natura moet gaan en dat er alleen een pgb zou moeten zijn als dat er niet is. Wij willen vooral de ruimte vergroten in situaties waarin je ziet dat er eigenlijk zorg in natura beschikbaar zou moeten zijn maar dat er niet is en mensen dan van het pgb gebruik gaan maken. Waar het pgb gewoon prima uitgevoerd kan worden door bijvoorbeeld ouders of mensen zelf, moet dat natuurlijk gewoon beschikbaar blijven. Want daar is dit instrument ooit voor ontwikkeld. Daar blijven wij ook aan vasthouden.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik heb ook verschillende mensen in mijn omgeving die op deze manier hun kind in de pgb-zorg hebben en die daar heel tevreden over zijn. Ik wil toezeggen om een keer dat gesprek aan te gaan als dat zo is en te kijken wat daar dan achter zit. Die toezegging wil ik dus doen. Maar ik was nog niet helemaal klaar met mijn inleidende tekst. Het geeft niet dat er al een vraag werd gesteld; dat lok ik misschien een beetje uit. We hebben ook nog een tweede spoor. Dat is een interdepartementaal onderzoek. Dat doe ik samen met Sociale Zaken. Dat gaat over iets waar u het natuurlijk ook met verschillende mensen over heeft gehad, namelijk de spanning tussen enerzijds het arbeidsrecht en anderzijds de uitvoering van het pgb. Daarbij willen we ook rekening houden met de gewenste flexibiliteit van budgethouders en de rechten en de inkomenszekerheid van de zorgverleners. Dat is dus een beetje een precaire balans. Dat ga ik doen met mijn collega. Een belangrijke basis is het onderzoek naar werkgeverschap in het pgb, dat in opdracht van de Sociale Verzekeringsbank is uitgevoerd. Hierin staan een aantal nuttige denkrichtingen die we dan ook mee willen nemen. Daarbij betrekken we natuurlijk ook de ketenpartners en de brancheverenigingen. Eind dit jaar hoop ik de mogelijke oplossingen aan de Kamer te kunnen presenteren. Ik ga daar dan ook graag, ook met u, over in gesprek. Dat is in ieder geval ook een invulling van de motie-Flach die is ingediend. Dat wilde ik vooraf alvast even melden. Dan kom ik bij de blokjes.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik heb net in reactie op zo'n beetje dezelfde vraag, in ieder geval met dezelfde aanleiding, van mevrouw Bikker gezegd dat ik daarover in gesprek wil gaan. Dus dat ga ik ook doen.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Het antwoord op deze vraag zit ook ergens in dit dikke pak met alle vragen. Misschien kunnen we daar dadelijk even op terugkomen. Ik hoop dat de heer Van Dijk hiermee zijn interruptie niet heeft verspild.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ja, voorzitter. Ik wil eerst ingaan op het blokje werkgeverschap. Daaronder valt ook de Regeling dienstverlening aan huis, de compensatievragen en administratieve lasten. Dan het blokje zorg in natura, keuzevrijheid, wooninitiatieven en fraude. Dat is het tweede blokje. Het derde blokje is intensieve kindzorg. Dat mapje is trouwens heel dun. Het vierde blokje is het toekennen van het pgb door gemeentes. Het vijfde blokje is de meerzorg. Het zesde blokje is tarieven. Het zevende blokje is overig. Dat mapje is niet heel dik, voorzitter. Ik begin bij het blokje werkgeverschap. Ik begin bij de vraag van de heer Van Dijk over de botsing die hij ziet tussen het pgb en de aangescherpte regels rondom schijnzelfstandigheid. Ik herken de signalen die de heer Van Dijk deelt. Budgethouders die gebruikmaken van zzp zijn er soms onzeker over of ze het juiste type overeenkomst gebruiken. Om deze onzekerheid zoveel als mogelijk weg te nemen, werk ik al enige tijd samen met de minister van Werk en Participatie aan toegankelijke informatie voor budgethouders. Op basis daarvan kunnen budgethouders beoordelen of er sprake is van het juiste type overeenkomst. Daarnaast adviseert de SVB budgethouders bij de keuze voor een overeenkomst. De heer Van Dijk had ook de vraag hoe ik ervoor zorg dat gemeentes subiet gaan compenseren. Dat zijn uw eigen woorden. Ik vind het echt belangrijk dat de zorgcontinuïteit niet onder druk komt te staan als gevolg van die Rdah. Het leidt mogelijk tot een gevaar voor de zorgcontinuïteit dat een aantal gemeenten ervoor kiezen nog niet te compenseren voor de extra kosten. We hebben al gesprekken gevoerd met de gemeentes, maar ik heb ook besloten om de gemeentes die dit nog niet doen een persoonlijke brief te sturen met de oproep om budgethouders zo goed mogelijk bij te staan. Dat is volgens mij best een zwaar instrument om in te zetten als bewindspersoon. Dat wil ik gaan doen. U zegt ook: "Niet alle indicaties lopen tot het eind van het jaar. Als je er eentje hebt tot juli, zit je eigenlijk nu al in de financiële problemen." Daar heb ik ook aandacht voor. Ik voer met Zorgverzekeraars Nederland en Per Saldo altijd een signalenoverleg. Daarin heb ik ook een dergelijke casus meegekregen. Die wordt nu opgepakt, met als doel dat de zorg en de budgethouder niet in de knel kunnen komen. Aan gemeentes kunnen volgens mij ook herindicaties worden gevraagd. Daarmee kun je dit probleem vervolgens ook ondervangen. Het is dus bekend en we hebben daar aandacht voor. U zegt ook: ik wil ook dat er een structurele compensatie komt. Dan ga ik niet doen, zeg ik dan maar even heel duidelijk, omdat je daarmee ongelijkheid in de hand werkt. Sommige mensen hebben eenzelfde type indicatie. Die zouden dan in sommige gevallen wel altijd gecompenseerd worden en anderen helemaal niet. Als je vijf dagen anderhalf uur werkt, zou je niet gecompenseerd worden. Dan zat het altijd al in het tarief. Voor mensen die drie dagen misschien vijf uur werken, zat het niet in het tarief. Die zouden dan wel gecompenseerd gaan worden. Volgens mij moeten we toe naar een situatie waarin het gelijkgetrokken wordt voor iedereen. Dat is ook het arbeidsrecht op basis waarvan dat nu aangepast moet gaan worden. Maar we gaan natuurlijk wel samen met Sociale Zaken kijken, zoals ik u net al heb toegezegd, naar de balans tussen enerzijds arbeidsrecht en anderzijds de flexibiliteit van zo'n pgb. Het moet ook doenlijk zijn voor mensen. Een goede toevoeging daarbij is nog het volgende. We geven nu die tijdelijke compensaties. We houden wel in de gaten of dat wel goed gaat. Wat je wil wel dat de zorgcontinuïteit niet in gevaar komt. Ik ben dus niet voor het geven van een structurele compensatie, omdat dat ongelijkheid creëert in het systeem.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Er is nu een speciale communicatiewerkgroep opgericht om de communicatie op dit punt te verbeteren naar de budgethouders toe. Daar zitten de SVB, de verstrekkers en wij in. Nogmaals, ik zei het net ook al: wij zien dit punt. We proberen er alles aan te doen om dat onder de aandacht te krijgen.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: In september gaan de zorgverzekeraars en de zorgkantoren in de Wlz compenseren … met informatie voor de cliënten. Sorry, ik zit toch een beetje mijn ondersteuning na te fluisteren, hoor. In september horen de mensen daarover vanuit de Wlz en de Zvw. In september moet dat duidelijk zijn. Misschien is het goed om de Kamer daar dan ook over te informeren, lijkt mij.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Dan waren er vragen van zowel het CDA als de PVV over administratieve lasten. Zij vroegen wanneer wij daar een concrete verlichting van kunnen verwachten in het pgb. Ik heb het net al aangegeven. Het feit dat wij zeggen dat we terug willen naar waar het pgb voor bedoeld is, namelijk dat mensen ook echt verantwoordelijkheid kunnen dragen voor dat werkgeverschap, wat natuurlijk meekomt met zo'n pgb, betekent ook dat een zekere administratieve last in het pgb onvermijdelijk is. Je krijgt namelijk ook de verantwoordelijkheid om dat budget te beheren. Maar we zetten natuurlijk ook stevig in op de vermindering van die administratieve lasten. Dat doen we samen met de ketenpartijen en de belangenbehartigers zoals Per Saldo. Daar zit ook weer een soort dilemma in. Aan de ene kant kun je de administratieve lasten bij budgethouders verminderen, maar dat kan vervolgens wel leiden tot vergroting van de lasten bij de uitvoerders. Wij hebben nu dat interdepartementale onderzoekstraject opgestart rondom dat werkgeverschap en de bewuste keuze voor het pgb. Ik hoop dat dat op termijn zal leiden tot vermindering van de lasten voor budgethouders en uitvoerders, maar dat is dus een beetje een precaire balans. We zijn op zoek naar hoe je dat optimaal doet. In de tussentijd — u zult zeggen dat het nog niet zover is, en dat klopt ook — nemen het PGB Portaal en de ondersteuning van de Sociale Verzekeringsbank al wel veel lasten weg. Als de zorg goed is ingeregeld, valt uiteindelijk de ervaren last bij budgethouders ook wel weer mee. Niettemin moet je daar dan wel komen. De heer Hamstra had ook een vraag over de ondersteuning door de Sociale Verzekeringsbank voor de Zvw-pgb's. Hij vroeg of wij willen onderzoeken waarom de groep niet kiest voor de ondersteuning van de Sociale Verzekeringsbank. Binnen de Zvw-pgb is juist bewust gekozen om budgethouders de vrije keuze te geven of zij wel of niet willen gebruikmaken van die ondersteuning. Ik zie eigenlijk niet zo veel aanleiding om daar apart onderzoek naar te laten doen. Dat is een bewuste keuze geweest. Ik zou wel breder willen kijken naar de toekomst van het pgb, met aandacht voor die administratieve lasten en die verantwoordelijkheden rond het werkgeverschap. Dat is dat tweede spoor.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Dat is ook zo'n precaire balans. Die geldt bijvoorbeeld ook voor de bemiddelingsbureaus. Ik hoor geluiden als "moeten we die bemiddelingsbureaus niet schrappen?" Ik zie mevrouw Wendel al knikken. Aan de andere kant vervullen ze soms juist ook een goede positie om juist mensen die met een pgb willen werken te helpen bij het zoeken van zorgaanbieders. Ik zou niet een dikke streep door die bemiddelingsbureaus willen zetten, maar vooral willen kijken hoe we aan de voorkant goed kunnen checken of zo'n bemiddelingsbureau doet wat het moet doen. Daar ligt ook een rol voor de verstrekker. Dat moet je doen voordat je daar een contract afsluit. Ook daarin speelt elke keer weer dat we regels moeten stellen om zorgfraude tegen te gaan, maar aan de andere kant wil je toch ook wel werken vanuit een bepaald vertrouwen. Ook dat is elke keer weer een precaire balans die we goed in de gaten moeten houden.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Op zich is dit een interessante gedachte, maar dat roept vervolgens mij wel allerlei vragen op over hoe je dat zou willen doen. Misschien kunt u daar dan een antwoord op geven.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: U vraagt naar het onderzoek naar het laaghangend fruit. Dat hebben we inderdaad gedaan. Dat heeft tot een lijst geleid die volgens mij ook met Per Saldo is besproken. Dus die lijst is er en die kunnen wij u wel doen toekomen. Maar we hebben ook gezien dat het laaghangend fruit eigenlijk te weinig opleverde. Daarom hebben we ook dit onderzoek gestart, omdat we zien dat er spanning zit tussen, enerzijds, wat arbeidsrechtelijk moet en, anderzijds, de flexibiliteit die dit instrument, dat vanuit de zorg wordt benaderd, vraagt. Vanuit dat onderzoek hopen we eind van het jaar ook meer duidelijkheid te kunnen geven.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Dat wil ik best doen, maar ik zal nog één keer proberen toe te lichten wat er is gebeurd. We hebben gekeken naar dat laaghangend fruit, maar je zag dat als je daarmee aan de slag ging, je soms het probleem verschoof. Dat is wat ik net aangaf over die balans. Als je aan de ene kant misschien lastenvermindering hebt, kan dat aan de andere kant juist weer lastenvermeerdering opleveren. Dat is ook een ingewikkelde vraag. Ik zou natuurlijk heel graag willen dat de administratieve lasten gewoon flink naar beneden gaan. Dat geldt overigens voor beide kanten, want daarmee maak je de toegang tot zorg makkelijker. Alleen, we zien gewoon in de praktijk dat dat niet zo makkelijk op te lossen is. Dat bleek uit dat onderzoek en uit het laaghangend fruit, zal ik maar zeggen. Ik wil u daarover voor de begroting best nog een keer informeren. Daarom zijn we ook een interdepartementaal onderzoek gestart. Ik denk namelijk dat het een meer grondige aanpak vraagt om te kijken hoe we dat moeten doen. Dat kan een aantal keuzes opleveren, die we met elkaar te maken hebben, bijvoorbeeld welk stelsel leidend is in deze kwestie.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Moinat had een vraag over werkgeverschap. Weet ik hoeveel ouders inmiddels hebben afgezien van hun arbeidsovereenkomst? Daar heb ik geen inzicht in. Natuurlijk is het zorgelijk als mensen daarvan afzien. Daarom is het ook belangrijk dat iedereen die erover nadenkt om van zo'n arbeidsovereenkomst af te zien, contact opneemt met de SVB, want die kan budgethouders ondersteunen bij de keuze voor zo'n overeenkomst en in het werkgeverschap dat daarbij hoort. De heer Van Dijk vraagt of ik de complexiteit van het pgb erken. Volgens mij heb ik daar net al heel veel over gezegd. Die erken ik. Tegelijkertijd is het niet iets wat zomaar even te ontwarren is. Mevrouw Westerveld vraagt wat ik doe met de interessante adviezen van de SVB. De SVB heeft in zijn Stand van de Uitvoering heel scherp beschreven wat het werkgeverschap in het pgb veroorzaakt. Nogmaals, dit zijn niet de enige signalen die wij daarover hebben gekregen. Daarom ben ik dat onderzoek begonnen. Daar zal ik u eind dit jaar over informeren. Dat hangt samen met de uitvoering van de motie-Flach. Dat was een vraag van mevrouw Bikker.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Het is fijn om te horen dat Kamerlid Westerveld mij dat niet kwalijk neemt. Ik doe natuurlijk mijn best, maar ik merk wel dat ik er behoefte aan heb om hier goed naar te kijken. Volgens mij is de wens duidelijk. Die is ook al jaren door de Kamer uitgesproken. Maar de oplossing is niet zo eenvoudig. Ik zie geen kant-en-klare oplossing voor de problemen die ik heb gehoord, namelijk dat het ontzettend complex is en dat de administratievelastendruk hoog is. We willen heel graag dat het pgb gebruikt kan worden door de mensen voor wie dat heel goed is, zoals ouders met een kind, maar we zien tegelijkertijd dat het soms heel erg mis kan gaan, vanwege de complexiteit maar ook omdat het ingezet wordt op plekken waar je dat eigenlijk niet zou willen of waar zorg in natura beter zou zijn. We proberen nu twee dingen. We kijken hoe we de complexiteit kunnen verminderen voor degene die zorg krijgt, de budgethouder, en we kijken hoe we er beter voor kunnen zorgen dat het pgb wordt gebruikt waar we dat graag willen. Ik zie op dit moment geen makkelijke oplossing. Daarom vind ik het ook belangrijk om dat onderzoek te doen, in samenspraak met Per Saldo, die daar, vanuit hun eigenaarschap, de meeste kennis van heeft. Ik wil ook graag met de ouders in gesprek. Mevrouw Bikker vroeg net aan mij: hoe zit het met de tarieven? Mensen moeten natuurlijk niet een soort push voelen om toch maar ... Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat een zorgkantoor of een zorgverzekeraar ziet dat het voor een budgethouder beter is, omdat de complexiteit te groot is of omdat het misschien niet passend is. Dat vind ik een andere vraag. Maar men moet zich niet verplicht voelen om dat te doen omdat het zorgkantoor dat nou eenmaal beter vindt. Nogmaals, wat we hier aan het doen zijn, is niet zo eenvoudig, maar we weten allemaal wel waar we naartoe willen. Daar wil ik me in het komende halfjaar voor inzetten. Sorry, ik merk dat ik een beetje last begin te krijgen van mijn jetlag. Mevrouw Maeijer had het ook over de administratieve lasten en zei dat de eigen regie onder druk komt te staan door de complexiteit. Ik denk dat ik daar net al het nodige over heb gezegd. Dat geldt ook voor de vraag van het CDA over het werkgeverschap en wat we nog doen op dat punt. Per Saldo heeft een uitgebreid cursusaanbod ter toerusting van budgethouders. Ik zou de budgethouders dan ook vooral willen oproepen om in contact te treden met Per Saldo, want die kan dat heel goed. Daarnaast is het een onderdeel van de wettelijke taak van de Sociale Verzekeringsbank om werkgevers te ondersteunen. Er zijn dus best veel hulpmiddelen. Voorzitter, ik denk dat ik daarmee het blokje werkgeverschap heb gehad. Dan het blokje over de zin "voorliggend op het pgb", de wooninitiatieven en fraude. Ik denk dat we dat net ook al een beetje hebben aangeraakt. Zowel mevrouw Wendel als mevrouw Synhaeve vroeg of ik kan vertellen in hoeverre er op dit moment een voldoende passend aanbod is voor zorg in natura en hoe ik hierop stuur. Ik denk dat dat een terecht aandachtspunt is. Er moet voldoende zorg in natura zijn, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat we dat op dit moment eigenlijk niet precies weten. Er zijn wel signalen over individuele situaties waarin het beschikbare aanbod tekortschiet. Dan krijg je inderdaad een verplaatsing naar het pgb, wat je eigenlijk niet wilt. Tenminste, niet in die situatie. Maar een overzicht ontbreekt van de cliënten bij wie dit speelt, in welk domein en bij welk type zorg. Wat we wel zien, is dat de gemeenten in de afgelopen tijd steeds beter in staat waren om een passender aanbod van zorg in natura te kunnen inkopen. Daarom zie je ook dat er minder pgb's worden verstrekt door gemeentes. Het is ook bekend dat veel mensen op zoek zijn naar kleinschalige wooninitiatieven. Nogmaals, dat is iets anders dan die ouderinitiatieven. Veel kleinschalige wooninitiatieven zijn nog steeds pgb-gefinancierd. Daarom zijn we ook aan het kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat die meer vanuit zorg in natura kunnen gaan opereren. Ik vind het ook belangrijk om een bredere inventarisatie van de knelpunten in het aanbod te hebben. Dat maakt deel uit van het traject waarin ik met de uitvoerders en de belanghebbenden invulling ga geven aan het pgb als bewuste keuze. Dat is het eerste spoor, dat ik net benoemde. Mevrouw Maeijer vroeg of gemeenten strenger zijn geworden. Ik geloof niet dat de gemeenten strenger zijn geworden, maar het is wel goed dat ze nu afwegingskaders gebruiken om de eigen kracht te toetsen. Dat geeft juist duidelijkheid. Volgens mij maakt dat ook inzichtelijk voor mensen wat inwoners kunnen verwachten aan hulp en ondersteuning. Het geeft ook invulling aan wat de Centrale Raad van Beroep in 2024 heeft aangegeven, namelijk dat dat echt nodig is. Tegelijkertijd blijven we in onze reguliere overleggen natuurlijk wel volgen hoe dit gaat, samen met Per Saldo en Ieder(in). Ik begreep dat Pointer hier ook een uitzending over heeft gehad. Als het nodig is, zullen we hierop acteren. Mevrouw Wendel zei: wat is er nodig om ervoor te zorgen dat we vooraf beter kunnen vaststellen of iemand zelf een pgb kan beheren? Dat is ook iets wat we in het eerste spoor gaan oppakken. Op dit moment maken zorgkantoren, gemeentes en verzekeraars gebruik van het kader voor pgb-vaardigheid. Daarin worden de tien belangrijkste competenties van een budgethouder of vertegenwoordiger benoemd. Het gaat bijvoorbeeld om het kunnen overzien van je situatie, het kunnen bijhouden van je administratie of het kunnen aansturen van zorgverleners. De toets op de budgetvaardigheden ligt op dit moment bij de consulenten van de verstrekkers, maar de mogelijkheid om die consulenten beter toe te rusten voor die taak maakt ook deel uit van spoor één, zeg ik maar even kortheidshalve. De heer Hamstra vroeg naar de overgang van de Jeugdwet naar de andere wet. Dat blijft natuurlijk altijd een spannend punt. Het is ontzettend belangrijk dat dat goed gaat. Je ziet natuurlijk aankomen dat iemand 18 jaar wordt, dus je moet daar op tijd mee beginnen. Als een jeugdige 16 of 17 jaar is, is het vaak al duidelijk hoe het gaat met de zorg na zijn of haar 18de en zal de gemeente het programma moeten opstarten. Verstrekkers zullen moeten toetsen of de jeugdige vaardig is om het pgb te beheren of dat het een bewuste keuze is. Ik denk dat daarmee bedoeld wordt of de jeugdige het zelf kan doen of dat je het anders moet regelen. Gezinnen kunnen ook gebruikmaken van cliëntondersteuning tijdens deze overgangsperiode. Daarmee proberen we de landing zachter te maken. Mevrouw Wendel vroeg naar de mogelijkheden om malafide bemiddelingsbureaus aan te pakken. Dat ga ik meenemen in het eerste traject. Daar hebben we het net al even over gehad. De functie is goed, maar hoe zorgen we ervoor dat die beter bewaakt wordt? Meneer Hamstra vroeg of ik bereid ben om te onderzoeken of er ook voor andere pgb-wetten een wettelijke grondslag kan komen om sneller gegevens te delen om zo de signalerende rol van de SVB beter in te zetten. Ja, daar ben ik toe bereid. Mevrouw Maeijer vroeg wat nu precies het doel is van de voorliggendheid. Ik denk dat ik daar net al het nodige over heb gezegd. Mevrouw Markuszower had daar ook een vraag over. Ze zei: hoe kan het dat vergelijkbare gezinnen in verschillende gemeenten verschillende uitkomsten krijgen? Door de inkadering hebben we geprobeerd om iets meer scherpte of in ieder geval iets meer duidelijkheid aan te brengen in de vraag hoe gemeentes dingen afwegen. Gemeentes hebben een goed beeld van de lokale behoeftes van individuen, gezinnen en kinderen en van het voorzieningenaanbod. Dat kan er uiteindelijk toe leiden dat je verschillende uitkomsten hebt, omdat gemeentes nu eenmaal uniek zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Wat zei ik dan? Zei ik "mevrouw Markuszower"? Sorry, er staat hier "Markuszower" boven. Excuus, mevrouw Moinat. Ik zal het niet meer doen.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Gelukkig!
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Wat u zegt, is precies wat we willen gaan doen. Dus ja.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Die signalen herkennen we. Ik gaf net al aan dat we reguliere overleggen hebben met Per Saldo. Ik zeg toe dat we dit zullen meenemen in het eerste moment waarop we elkaar weer spreken. Dat is wat mij betreft op korte termijn.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Welke eisen bedoelt u precies?
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik kan niet vooruitlopen op een specifiek onderzoek dat net is gestart, maar ik denk dat het in de kern belangrijk is dat we goed kijken of iemand voldoende in staat is om de verantwoordelijkheid die hij krijgt, te dragen, want het gaat vaak om enorme budgetten. Daar komen verantwoordelijkheden bij kijken, ook vanuit werkgeverschap. Het is belangrijk dat iemand dat kan en dat hij de goede competenties heeft. Een van de dingen die u noemt, zijn competenties die daarbij horen.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik hoop dat de heer Van Houwelingen het met mij eens is dat het belangrijk is dat mensen die verantwoordelijkheid aankunnen. Gelukkig is er de mogelijkheid om een pgb tijdelijk toe te kennen om dit te kunnen checken, zodat je voorkomt dat mensen het misschien onbedoeld niet mogen terwijl ze die competenties wel hebben. Door iemand tijdelijk een pgb toe te kennen kun je checken of iemand het aankan en of iemand daar een goede inschatting van maakt. Zo niet, dan kun je daar maatregelen voor nemen.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Voorzitter, ik ga verder. Mevrouw Maeijer vraagt hoe ik kijk naar landelijke uniformiteit. Ik denk dat dat het uitgangspunt zou moeten zijn bij het pgb, maar dat is natuurlijk niet altijd mogelijk. Ik ben op dit moment niet voornemens om een hele stelselwijziging door te voeren voor het pgb, want ik denk dat niemand daar op de korte termijn mee geholpen is. Maar ik ben wel bereid om te kijken hoe we binnen de bestaande kaders zo veel mogelijk zaken beter op elkaar kunnen afstemmen. Dat zit in het eerste spoor, dus daar ga ik mee aan de slag. De heer Van Dijk vroeg in het kader van de zin "voorliggend op het pgb" wat ik op termijn van plan ben met de wettelijke vertegenwoordiger als pgb-beheerder. Het uitgangspunt blijft dat een pgb mogelijk moet blijven voor wie daar bewust voor kiest. We verkennen in de komende periode wat de mogelijkheden zijn om de bewuste keuze voor een pgb nader in te richten. Wat mij betreft zitten er in die verkenning geen taboes. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan striktere eisen met betrekking tot eigen regie en participatie, maar misschien ook aan bepaalde vormen van vertegenwoordiging. Dan heb ik het niet zozeer over vertegenwoordiging door familie, maar door mensen die er best ver vanaf staan, bijvoorbeeld een bewindvoerder of een mentor. Het is soms de vraag of zo iemand voldoende inzicht heeft in de situatie. Ik zeg niet nu al dat ik dat niet meer ga doen, maar het is wel iets wat we meenemen in het onderzoek dat we gaan doen. We willen ervoor zorgen dat we nabijheid behouden voor degene die zorg nodig heeft. De rol van de bemiddelingsbureaus wordt daarin meegenomen, want zij zijn daar soms belemmerend in. Ik denk dat ik net al het nodige heb gezegd over de wooninitiatieven. Wat mij betreft moeten die ouderinitiatieven gewoon mogelijk blijven, want juist ouders kunnen het vaak goed met elkaar organiseren. Mevrouw Synhaeve vroeg of ik erop aanstuur dat vooraf beter wordt vastgesteld of een pgb past bij de situatie. Daar heb ik net al het nodige over gezegd. Dat gaan we meenemen in het onderzoek. Daarmee ben ik aan het eind van dit blokje. Ik ga over naar het volgende blokje: de intensieve kindzorg. Dat bevat eigenlijk maar één vraag, van mevrouw Westerveld. U hoorde vanmiddag over een jongetje van 9 dat is overleden. De ouders moesten jarenlang vechten voor passende zorg. Het is ten eerste natuurlijk superverdrietig als dat gebeurt, ook voor dat gezin. Ik vind het heel naar om te horen dat het in dit geval niet goed is gegaan. Wat ik erover kan zeggen, doet nooit recht aan dit geval. "Geval" vind ik trouwens een rotwoord. Het doet geen recht aan wat er is gebeurd. In de afgelopen jaren zijn er verschillende verbeteringen doorgevoerd in het proces van indicatiestelling en toekenning, in het bijzonder wat betreft de samenwerking tussen verzekeraars en kinderverpleegkundigen, de betrokkenheid van de hoofdbehandelaar, het verbeteren van de kwaliteit van de indicaties en het verminderen van de administratieve lasten. Er spelen een aantal knelpunten, waar we nu aan werken. We brengen op dit moment de doelgroep voor medische kindzorg en de behoeftes in kaart, onder andere naar aanleiding van wat er in de afgelopen weken is gebeurd met VEC. Vervolgens kunnen de vervolgstappen in kaart worden gebracht voor hoe we de specialistische zorg voor deze groep duurzaam gaan borgen. Ik heb al eerder gezegd dat mijn eerste zorg rondom VEC is om de kinderen een plek te geven. Maar daarna wil ik kijken wat er misging, wat we hiervan kunnen leren en wat ons te doen staat. In het najaar zal de Tweede Kamer over de verkenning naar de medische kindzorg worden geïnformeerd. Dat was dit blokje, voorzitter. Het had misschien ook wel bij overig gekund. Dan het blokje toekennen pgb. De heer Van Dijk had een vraag over de beschikkingsduur. Het ging erover dat niet alle indicaties tot het einde van het jaar lopen. Als je bijvoorbeeld een indicatie tot juli hebt ... Volgens mij hebben we die vraag net ook al een beetje behandeld. Dat is een terechte vraag. Mevrouw Maeijer had een vraag over de herindicaties. Ze zei: "Die worden ingewikkelder en cliënten missen expertise. Wat gaat u daaraan doen?" Eind vorig jaar heeft Per Saldo het project Goede toerusting voor budgethouders opgeleverd, waarin cliënten en gemeenten worden toegerust. Ik ben met hen in gesprek over hoe wij het beste een vervolg kunnen geven aan die uitkomsten. De gemeentes wijzen budgethouders ook actief op de verantwoordelijkheden die bij een pgb komen kijken. Gemeenten hebben zowel binnen de Wmo als de Jeugdwet beleidsruimte om te bepalen op welke manier zij cliënten toerusten voor deze verantwoordelijkheden. Dan kom ik bij het blokje meerzorg. Mevrouw Maeijer vroeg of het streven nog steeds is om de regelgeving over meerzorg per 1 januari 2027 te verduidelijken. Ja, dat is mijn inzet. Ik kom nog voor de zomer — ik denk ergens volgende week — met een brief over meerzorg. Die had ik u toegezegd. Mevrouw Maeijer zegt dat Naar-Keuze aangeeft dat er een duidelijke toename is in het aantal aanvragen van meerzorg voor kinderen en dat dat mogelijk komt door het ontbreken van een passend gecontracteerd aanbod. Herken ik dat? Ik herken het signaal dat wordt gegeven over een te weinig specifiek zorgaanbod. Ik vind het ook belangrijk om daar goed naar te kijken. Ik ga dit signaal bespreken met Zorgverzekeraars Nederland. Mevrouw Moinat — nu zeg ik het goed, want hierboven staat "Markuszower" — vraagt of ik bereid ben om de beschikking voor meerzorg te verlengen naar vijf jaar bij een onveranderde zorgvraag. In principe gaan de zorgkantoren over de duur van een beschikking, maar er is ruimte in de Wlz, de Zorgverzekeringswet en de Wmo om voor langere tijd te beschikken. Het is moeilijk om daar algemene regels voor op te stellen, want het is vaak afhankelijk van de individuele cliëntsituatie. U weet dat wij het ook belangrijk vinden dat er zo min mogelijk herindicaties plaatsvinden. Daar hebben we ook al andere debatten over gevoerd. Dat geeft namelijk elke keer weer veel onzekerheid. Maar zeker als cliënten zich nog verder ontwikkelen, dan is het wel goed om af en toe te kijken of die cliënt niet meer zorg nodig heeft. En als dat zo is, dan is het ook belangrijk dat die persoon die zorg kan krijgen. Ik hoor van cliëntvertegenwoordigers dat ze het vooral als belastend ervaren dat ze alles opnieuw moeten invullen als er een heraanvraag wordt gedaan. De zorgkantoren gaan kijken of ze dat kunnen vereenvoudigen. Mevrouw Westerveld vroeg hoe er invulling is gegeven aan de motie-Westerveld over het beleidskader en de coulance tot 2027. We hebben Zorgverzekeraars Nederland gevraagd om een reactie op het beleidskader. Zij geven aan dat het beleidskader in de ontwikkelfase is besproken met de cliëntenorganisaties en het Zorginstituut. Hierbij is toegelicht hoe het beleidskader tot stand is gekomen en zijn de ontvangen reacties meegewogen. Over de coulance geven de zorgkantoren aan dat voor aanvragen van meerzorg vanaf 1 maart 2026 gezamenlijk het volgende is afgesproken: als een cliënt op basis van het beleidskader meerzorg niet meer in aanmerking komt voor meerzorg, wordt er een overgangstermijn van één jaar gehanteerd. Als de cliënt binnen deze termijn geen passende oplossing heeft gekregen, dan wordt er in overleg met de cliënt maatwerk toegepast. Ik volg of dit uiteindelijk tot knelpunten leidt. Dit was het kopje meerzorg, voorzitter. Dan kom ik bij het kopje tarieven. Ik begin bij de vraag van mevrouw Maeijer. Ze vraagt wat de stand van zaken is na de verkenning naar mogelijke oplossingsrichtingen voor de onwenselijke situatie waarin de ouders van zorgintensieve kinderen terecht kunnen komen bij het wegvallen van het Zvw-pgb. Dat is een verkenning van half december vorig jaar. Ik ben op dit moment bezig met die verkenning. Ik informeer uw Kamer over de uitkomsten van deze verkenning in ieder geval in Q4. Ik zie in die verkenning geen aanleiding om een onafhankelijk kostenonderzoek naar de tarieven binnen het Zvw-pgb te laten uitvoeren. Dat was misschien de achtergrond van uw vraag. Mevrouw Moinat vroeg ook of ik ervoor ga zorgen dat de tarieven werkelijk kostendekkend gaan zijn. De tarieven verschillen te veel per wet om een zuiver vergelijk te kunnen maken. Daarom hebben de verzekeraars via de Zvw en de gemeentes via de Wmo en de Jeugdwet zelf de ruimte om een maximumtarief te bepalen. Ik wil eigenlijk niet afwijken van die werkwijze. In recente jaren is wel alles gedaan om het maximumtarief aan te laten sluiten op het zorgaanbod. De heer Van Dijk vroeg ook of ik bereid ben om een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar het Zvw-pgb-tarief voor informele zorg. Het korte antwoord is nee. De zorgverzekeraars hebben mij uitgelegd hoe ze tot die redelijke tarieven komen en welke afwegingen ze daarbij maken. Binnen de Zvw is er bewust voor gekozen om de vaststelling van maximumtarieven bij de zorgverzekeraars te beleggen. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht, dus ze moeten ervoor zorgen dat de verzekerden tijdig de noodzakelijke zorg krijgen. Verzekeraars geven invulling aan hun wettelijke taak om enerzijds het premiegeld doelmatig te besteden en om anderzijds via de geboden tarieven zorgverleners voldoende erkenning te geven voor hun inzet. Dat is ook de reden waarom ik geen aanleiding zie om een onafhankelijk kostenonderzoek uit te voeren.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik kom hier in de tweede termijn nog even op terug.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: U noemt nu natuurlijk allemaal tarieven, maar die heb ik nu niet allemaal paraat. Daar kan ik moeilijk nu een reactie op geven. Ik kom dus in de tweede termijn even terug op wat ik hiermee kan. Ik kan daar nu niet direct op reageren.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik ben bij het laatste blokje, namelijk dat van de overige vragen. Ik heb nog een vraag openstaan van mevrouw Bikker. Zij ging in op het inderdaad trieste gegeven dat als een kind overlijdt, het pgb ook direct vervalt. Ik heb zelf ook met ouders gesproken die hun kind gelukkig hadden, maar die zich daar wel echt zorgen over maakten. Ik herken dat vraagstuk heel erg. Wij zijn op dit moment ook aan het kijken naar wat voor regeling we daarvoor kunnen maken. Ik zit daarbij wel een beetje met een dilemma. We kijken nu eigenlijk vooral naar de Zorgverzekeringswet, maar ik zou ook willen kijken naar wat je vanuit de Wlz zou kunnen doen. Bij de Zorgverzekeringswet zijn we al best een eindje op weg met kijken hoe we dat zouden kunnen gaan doen. Ik denk dat het ook goed is om te kijken wat het zou betekenen voor de Wlz, want ook in de Wlz geldt ditzelfde vraagstuk. Ik hoorde u een beetje dreigend zeggen: als het niet voor 1 juli af is, dan … Voor 1 juli is dit niet af. Ik wil me er wel voor inspannen om voor het einde van dit jaar in ieder geval iets te doen voor de Zvw en hopelijk ook voor de Wlz. Anders gaan we in ieder geval vast kijken voor de Zvw hoe we dat gaan regelen en dan volgt de Wlz later nog. Het is gewoon best wel een ingewikkeld iets, maar ik zie heel erg de noodzaak.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik wil het ook graag goed doen. We zijn bezig met een verkenning. Die verkenning zit in een afrondende fase. Die ziet op de Zvw, maar vooral op de situatie waarin je thuis voor een kind zorgt en het kind komt te overlijden. Daar zijn we mee bezig. Twee. Ik zou eigenlijk wel willen kijken of je de Wlz daar ook bij aan kunt schuiven. Ik zie ook de urgentie, dus ik wil even kijken of dat betekent dat we eerst gewoon de Zvw regelen en dan later de Wlz erin schuiven of dat het lukt om op vrij korte termijn daar ook bij aan te haken. Het derde dat u noemt, vind ik best wel gecompliceerd. Ik begrijp de redelijkheid daarvan heel goed, maar ik weet niet op welke termijn we dat kunnen regelen. U overvraagt mij, denk ik, een beetje als u zegt dat het dit jaar nog geregeld moet zijn. Laat ik anders misschien voor de begroting even kijken wat we daarin kunnen doen, hoever we met die verkenning zijn en wanneer we dat kunnen activeren en daarmee van start kunnen gaan.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik wil u toezeggen dat ik daar voor de begroting op terugkom. Dan kunnen we bij de begroting eventueel dat gesprek hebben. U noemde ook een aantal voorstellen. Die neem en weeg ik daarin mee. Mevrouw Westerveld had nog een vraag over de motie om de vergoedingenlijst te verbeteren, samen met Per Saldo. Ik begrijp van Zorgverzekeraars Nederland dat Per Saldo eind vorig jaar betrokken is geweest bij het opstellen van de vergoedingenlijst 2026. Daarmee is de motie volgens mij uitgevoerd. Als dat anders is, hoor ik dat graag. Mevrouw Moinat sprak over de personeelstekorten en vroeg hoe ik denk dat er voldoende zorgprofessionals overblijven als steeds meer mensen in zorg in natura instromen. Ik heb op dit moment geen signalen dat zorgverzekeraars in groten getale overstappen van pgb naar zorg in natura. Ik zie eigenlijk ook geen aanleiding om daar nu iets aan te doen. Als u daar andere voorbeelden van heeft, hoor ik die natuurlijk graag. Dan had mevrouw Westerveld een vraag over een bericht dat vanmiddag is verschenen over een zorginstelling in Assen. Zij zegt dat dit lijkt op wat er eerder bij Aurora Borealis is gebeurd en vroeg: wat hebben we daarvan geleerd en wat is er daadwerkelijk verbeterd? Elke keer dat er een signaal is van misstanden in de zorg is dat er wat mij betreft een te veel. Dat geldt voor meer casussen waar we het in de Kamer over hebben. Naar aanleiding van de misstanden bij die zorgboerderij is met de IGJ en de zorgkantoren verkend wat gedaan kan worden om misstanden te voorkomen. We hebben daarvan geleerd dat eigen regie ontzettend belangrijk is en dat het bewust kiezen voor een pgb misstanden kan voorkomen. Het contracteren van wooninitiatieven is dan ook een belangrijk aandachtspunt. Die dingen lopen dus ook mee in het onderzoek dat we nu starten. Daarnaast wordt de informatie-uitwisseling tussen de inspectie en de zorgkantoren verbeterd en wil ik meer zicht krijgen op de pbg-wooninitiatieven. Mevrouw Moinat zegt dat zorgverzekeraars zoals het Zilveren Kruis nog steeds externe adviseurs, zoals Argonauten Advies …
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ja, dat ga ik doen.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ja, het is inderdaad een beetje het verleden, toen ik hier nog niet zat; daar spreek ik dan nu over. We hebben inderdaad een verkenning gedaan. Daaruit bleek dat een tekort aan vertrouwenspersonen niet werd herkend. Het kabinet heeft toen gekozen voor een aanpak aan de voorkant door meer aandacht te geven aan het onderwerp intimiteit en seksualiteit. Daarover heeft een van mijn voorgangers een beleidsvisie gestuurd. Met de middelen uit de toekomstagenda is de capaciteit van de inspectie de afgelopen jaren uitgebreid met 6 fte. De toekomstagenda loopt aan het eind van dit jaar af. Ik heb u recent laten weten dat deze ondersteuning ook in 2027 en 2028 zal blijven om dat toezicht goed op orde te kunnen houden. In tijden van krapper wordende budgetten zal dit uiteindelijk structureel moeten worden opgevangen binnen het reguliere budget, maar dan hebben we het over na 2028. Dat is wat ik nu hierop kan zeggen. Dit illustreert volgens mij wel waar we het eigenlijk steeds over hadden, namelijk: waar is het pgb nou eigenlijk precies voor bedoeld? Zorg in natura is soms een betere oplossing als een pgb iemand eigenlijk een beetje boven de pet gaat. Dat is waar we dat onderzoek naar gaan doen. Mevrouw Moinat, ik herken eigenlijk niet zo goed wat u hier zegt, dus ik vind het ook moeilijk om hierop in te gaan. Wellicht kunt u ons meer informatie geven en dan kunnen we dat even bespreken, maar ik herken niet goed wat u hier stelt.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: In zijn algemeenheid mogen zorgverzekeraars externe partijen inzetten voor huisbezoeken en medische advisering, maar dat gebeurt wel onder strikte regels. De zorgverzekeraar blijft altijd eindverantwoordelijke. De derde partij geeft in zo'n geval slechts een advies aan de zorgverzekeraar. De verzekerde mag dit advies van tevoren inzien en eventueel het advies blokkeren. In principe is dat iets wat gewoon mag volgens de regelgeving.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik heb uiteraard ontzettend veel waardering voor wat wijkverpleegkundigen doen. Die doen echt superbelangrijk werk en ik hecht ook wel veel waarde aan hun oordeel. Maar dit is gewoon iets wat op dit moment gewoon mag. Laat ik zeggen dat ik er zo in de tweede termijn op terugkom. Op basis van wat u hier nu zegt — ik kan dat niet verifiëren — is dat niet onmiddellijk reden om dat aan te willen passen. Maar ik kom er in de tweede termijn nog even kort op terug. Nog twee vragen, en dan heb ik volgens mij alles besproken. Ik begin met een vraag van mevrouw Maeijer over de toerusting. Zij vraagt hoe ik erop toezie dat medewerkers van de gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren goed zijn toegerust. Ik heb net al gesproken over het feit dat Per Saldo een projecttoerusting van budgethouders heeft en dat wij dat ook onder de aandacht brengen bij die partijen. Mevrouw Synhaeve vroeg naar de pilot actieonderzoek in Eindhoven. Zij wil weten hoe je één loket kunt organiseren met één aanspreekpunt voor alle zorg en regelgeving voor de pgb-houder. Wat kan de minister daarover meer vertellen? BZK staat aan de lat voor het inrichten van de digitale overheidsbrede loketten. Ik wil ook de zorg daaraan gaan koppelen. Dat is het in digitale zin. Daarnaast ben ik in gesprek met enkele gemeenten over hoe zij met zorgaanbieders aan de hand van het "altijd de juiste deur"-principe samen kunnen werken. In Eindhoven loopt inderdaad een pilot waarbij de gemeente en zorgverzekeraar CZ samenwerken in een actieonderzoek. Hierin worden personen met een levenslange en levensbrede beperking gekoppeld aan een vaste contactpersoon. Bij de begrotingsbehandeling van VWS is een amendement aangenomen voor 1 miljoen om deze pilot te verbreden. Ik ben met de betrokken partijen bezig om dit vervolg te regelen. Dit wordt dus uitgebreid. Dat was het, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Maximaal vijftien minuutjes. Als ik eerder klaar ben, kom ik eerder terug. Dan zijn we op tijd klaar.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Voorzitter, ik ga mijn best doen. Soms was het wel lastig om er precies de goede vraag uit te halen en het goede antwoord te geven, maar ik ga een poging doen. Ik heb van een aantal van u vragen gehoord over de tarieven. Wat wij aan onze kant niet goed scherp krijgen, is of het gaat over de hoogte van de tarieven of over de hoogte van de tarieven voor mensen die bijvoorbeeld een mbo-opleiding hebben gedaan en blijkbaar onder het informele tarief vallen. Dat betreft namelijk een andere vraag dan een kostenonderzoek. Bovendien vraagt u daarmee weer om een onderzoek, terwijl ik net hoorde dat u geen onderzoeken, maar actie wil. Ik wil u in ieder geval toezeggen dat ik er even goed induik. Het heeft namelijk nogal wat consequenties als we daar dingen mee gaan doen. Dat kun je dan niet alleen voor de Zvw doen; dat moet je dan door het hele stelsel heen doen, en dat brengt ook een kostenaspect met zich mee. Daar komt dus best een grote vraag uit voort. Ik wil u in ieder geval toezeggen dat ik daar voor de begroting op inga. Mochten er nog specifieke vragen zijn, wil ik ervoor zorgen dat we die met elkaar kunnen uitwisselen, zodat we daar voor de begroting een antwoord op kunnen geven. Dat is de eerste vraag. De tweede vraag die ik heb geabstraheerd, gaat over de zorgen die er zijn over de compensatie van de werkgeverslasten. Is daar voldoende over gecommuniceerd of wordt daar pas in september over gecommuniceerd? Wat ik daarover heb gezegd, was niet helemaal correct. Er is al gecommuniceerd over de Wlz. Binnenkort, in de zomer, wordt er over de Zvw gecommuniceerd. Op de website van de Rijksoverheid is dit al gecommuniceerd, dus daar kunnen mensen al informatie vinden. Ik zal met Per Saldo in gesprek gaan om te kijken of er ook vanuit hen nog meer kan worden gedaan. Dan had de heer Van Dijk een vraag over de 1 miljoen. Daar zijn we nu mee bezig. Vóór de begroting zal ik een update geven over waar we op dat moment staan. Dan de vraag van mevrouw Moinat over Argonaut. Wij herkennen dit niet. Ik wil in ieder geval toezeggen dat ik het meeneem in het overleg met ZN. We zullen dit aan de orde stellen om te kijken hoe het nu precies zit. Ook daarop zal ik terugkomen in de brief voor de begroting. De signalen van Pointer zijn ons nog niet bekend, want die zijn nog niet met ons gedeeld door Per Saldo en Ieder(in). Nogmaals, we hebben regulier overleg met hen, dus die komen misschien nog. Tot slot. Ik had aan mevrouw Bikker al toegezegd om met de ouders het gesprek aan te gaan over de tarieven. Ik zou de kleinschalige wooninitiatieven daar ook bij willen betrekken, om te kijken wat de knelpunten zijn en te zien in hoeverre we daar iets aan kunnen doen. Mevrouw Westerveld zei ook dat het steeds moeilijker wordt. Dat wil ik beter snappen. Ik kom daar dus ook nog op terug. Dat was het, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik begrijp dat die al bekend is, maar volgens mij ligt er ook nog een andere vraag, namelijk over de mbo-krachten. Volgens mij gaat het om twee verschillende dingen, dus daar wil ik even naar kijken.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik ga in ieder geval kijken hoe we het pgb weer zo kunnen vormgeven als het bedoeld is. Volgens mij komt daarna de vraag of dat betekent dat mensen misschien … Volgens mij ligt die vraag in de toekomst, dus daar wil ik nu eigenlijk nog niks op toezeggen.
Bron, video en gesprek →Minister Sterk: Ik heb net geprobeerd duidelijk te maken dat wij die signalen niet kennen, maar dat ze er blijkbaar zijn en dat ik daar graag over in gesprek ga.
Bron, video en gesprek →