het rapport-Wennink "De route naar toekomstige welvaart"
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Dassen (Volt): In de eerste interruptiedebatjes ging het over de manier waarop we begroten en wat dat probleem doet met de investeringsbereidheid en het vermogen van de overheid om ervoor te zorgen dat we de randvoorwaarden voor een goed vestigingsklimaat goed op orde hebben. Wennink heeft daar ook kritiek op gegeven, vrij harde kritiek. Ik ben benieuwd hoe D66 in deze discussie staat.
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): Ik had gehoopt op een iets opener antwoord van collega Oualhadj. Voor de verkiezingen hebben haar collega's een duidelijke inzending gedaan, waarin ze hebben aangegeven dat de huidige begrotingssystematiek onvoldoende rekening houdt met de langetermijnbaten. Als we op deze manier doorgaan, gaat het ten koste van onze toekomstige welvaart. Zouden we niet als Kamer aan het kabinet de opdracht moeten meegeven om daar kritisch naar te kijken? Kijk nou eens of we die investeringen op een andere manier kunnen begroten en of we die kunnen meenemen in de langjarige termijn, zodat we meer ruimte hebben om ervoor te zorgen dat de investeringen, binnen het toekomstige verdienvermogen en de kaders die daarvoor nodig zijn, daadwerkelijk kunnen worden gedaan.
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): Ik denk dat de kritiek van de heer Wennink vrij hard was. Hij sprak over "een middeleeuwse begroting". Als ik kijk naar de investeringen die we bijvoorbeeld in infrastructuur moeten doen, lijkt het kabinet 1,5 miljard uit te willen trekken voor voornamelijk wegen en sporen, terwijl hiervoor meer dan 35 miljard nodig is, geloof ik. Dan hebben we het nog niet eens over de digitale infrastructuur gehad, waar dit kabinet tot op heden in ieder geval nul euro extra voor uit heeft getrokken. Het zijn wel investeringen die we met elkaar moeten doen, omdat we anders dat toekomstige concurrentievermogen niet overeind kunnen houden. Dat is niet meegenomen in de miljarden die mevrouw Oualhadj net opnoemde. Maar dat gaat ons wel raken. Ik wil mijn collega van D66 daarom toch uitdagen om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we die investeringen op een makkelijkere manier kunnen doen, omdat die juist renderen op de middellange termijn en die niet in het kader van het kortetermijnperspectief van de begrotingssystematiek die we nu handhaven gebruikt kunnen worden.
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): De minister zegt: ja. Ik had hier ook een vraag over, omdat ik hier ook een vraag over had gesteld. Ik ben dan wel benieuwd naar wat de indicatoren zijn waaraan de minister denkt voor hoe je kunt monitoren of een programma succesvol is of moet worden bijgestuurd. Dat is volgens mij wat de heer Van der Lee vraagt. Ik ben dus even benieuwd of hierover daadwerkelijk overeenstemming is, of dat de minister met "ja" zei dat ze er nog eens over na zou gaan denken. Dus: aan welke indicatoren denkt de minister en hoe gaan wij dat als Kamer kunnen controleren?
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): Dus als ik het goed begrijp, dan komt de minister in Q1 met een voorstel met de indicatoren waarvan zij denkt dat, als wij deze programma's succesvol willen doorlopen, zij daarnaar gaat kijken om te zien of we het ook daadwerkelijk behalen; en dat we, als deze indicatoren rood uitslaan, of groen, slecht bezig zijn, of goed, en dat ze dan weet hoe ze moet bijsturen.
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): Dan kom ik daar graag op een later moment op terug. Wat betreft de begrotingssystematiek begrijp ik dat u daar in tweede termijn uitgebreider op gaat terugkomen.
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): Het gaat over AI, en volgens mij is dat een van de grootste drijvers achter welvaart en concurrentievermogen, en lopen wij daar als Europese Unie onwijs ver op achter. Als ik kijk naar de beantwoording van de minister, denk ik dat we onszelf wel wat meer zorgen mogen maken over hoe we onze eigen Europese infrastructuur gaan opbouwen en hoe we ervoor zorgen dat die Europese bedrijven daadwerkelijk kunnen gaan concurreren met die Amerikaanse bedrijven. Want de minister zegt: ik ga ze niet weren. Dat begrijp ik, maar tegelijkertijd zien we dat de investeringen die Europese bedrijven kunnen doen, gewoon verbleken bij de investeringen die de Amerikaanse techbedrijven kunnen doen. Dus hoe gaan we dat speelveld dan gelijktrekken?
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): Dat vind ik wel onvoldoende en ik hoop dat de minister dat begrijpt. De snelheid waarmee AI zich nu ontwikkelt is immens. Ik denk dat ook Wennink dat in zijn rapport duidelijk schetst, evenals de afhankelijkheid die we op dat gebied hebben van de Verenigde Staten en de gigantische kracht waarmee daar nu geïnvesteerd wordt. Ik weet het: het zijn Amerikanen, dus je weet ook niet of die bubbel een keer gaat barsten. Tegelijkertijd ben ik wel zoekende hoe wij dan die infrastructuur gaan bouwen. En hoe gaan we zorgen dat Europese bedrijven ook die groeipotentie krijgen?
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): Dan even specifiek over die rekenkracht. Een van de zorgen die wij horen uit bedrijven uit Europa, waaronder Mistral, is dat zij zeggen: de manier waarop dat nu wordt ingericht, is juist koren op de molen van de Amerikaanse bedrijven en dat zorgt er uiteindelijk voor dat wij dadelijk nog steeds niet de mogelijkheid hebben om die rekenkracht die we nodig hebben, te gaan gebruiken. Ik denk dat we echt kritisch moeten kijken naar hoe we rekenkracht beschikbaar gaan stellen aan Europese bedrijven, zodat die kunnen opschalen, dat wij daar garant voor staan, dat we die inkopen, om er uiteindelijk voor te zorgen dat we die concurrentie aankunnen. Ik hoop dat de minister in tweede termijn met een ander antwoord daarop komt, en met een doorkijk naar wanneer we dat mogen verwachten.
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording.
Bron, video en gesprek →De heer Dassen (Volt): De heer Van der Lee zou de motie op stuk nr. 12 graag mee willen ondertekenen, dus dat wilde ik via deze weg doorgeven.
Bron, video en gesprek →