het rapport-Wennink "De route naar toekomstige welvaart"
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Bühler (CDA): Dank u wel, voorzitter. Het heeft even geduurd, maar vandaag gaat het dan toch gebeuren: mijn maidenspeech. Dat is bijzonder en persoonlijk. Wie mij namelijk vraagt waarom economie voor mij belangrijk is, krijgt geen abstract antwoord. Dan kom ik uit in mijn regio: Zuid-Limburg, Geleen. Honderd jaar geleden, in 1926 precies, startte daar de productie van Staatsmijn Maurits. Waar eerst het malse koren stond, kwamen mijnschachten van bijna 900 meter diep. Mensen kwamen van heinde en verre werken. Met het werk kwamen de woningen, winkels, verenigingen, cultuur en scholen. De economie bouwde niet alleen fabrieken; zij bouwde een samenleving. Maar ik zag ook een andere kant. Toen de mijnen verdwenen, verdwenen werk, trots en saamhorigheid. Als kind uit de jaren zeventig zag ik de teleurstelling van de oud-medewerkers in de mijnwerkerskolonie of "de kolonie", zoals wij het noemen. Later zag ik als wethouder hoe economische neergang generaties lang kan doorwerken in armoede, kansenongelijkheid en verlies van vertrouwen. Daarom is mijn overtuiging: een sterke regionale samenleving begint met een sterke economie. Werk en perspectief zijn immers het fundament onder bestaanszekerheid en gemeenschapszin. Voorzitter. Daar raakt mijn persoonlijke verhaal aan het rapport-Wennink. De analyse ligt er: Nederland moet productiever worden, investeren in onderzoek en innovatie, strategisch kiezen en zorgen dat kennis leidt tot productie, banen en welvaart. Dat is de basis van een nieuw economisch beleid en een nieuw industriebeleid. Maar hoe komen we van analyse naar uitvoering? Voor mij is in ieder geval duidelijk dat je zo'n nieuwe economie niet enkel vanuit Den Haag bouwt. De grootste kracht zit in de regionale ecosystemen. Ik bezocht innovatieclusters in Wageningen, Limburg, Nijmegen en Leiden. Wie daar rondloopt, wordt optimistisch over Nederland. Je ziet namelijk bedrijven, start-ups, de mkb-maakindustrie, kennis- en onderwijsinstellingen, overheden en ontwikkelingsmaatschappijen samen werken aan ideeën, producten en nieuwe bedrijvigheid. Deze regionale ecosystemen willen doorgroeien, maar lopen vast op randvoorwaarden: geen aansluiting op het energienet, geen vergunningen door de stikstofproblematiek, geen bedrijfsruimte of infrastructuur, een tekort aan talent en onvoldoende groeikapitaal. Voorzitter. Dat moeten we aanpakken. We kunnen niet alles tegelijk doen. Daarom is een heldere governance nodig van de minister, zodat het voor bedrijven duidelijk is hoe en waar de prioriteiten worden bepaald, wie eindverantwoordelijk is, hoe de publiek-private samenwerking wordt opgezet en sectoren en kennisclusters worden betrokken, en hoe regionale, nationale en Europese programma's, waarvoor veel cofinanciering mogelijk en nodig is, op elkaar aansluiten. Kan de minister deze regierol pakken en helderheid geven? Voorzitter. We moeten vooral aan de slag, zodat we over een jaar spreken over welke fabrieken, labs, campussen en banen we mogelijk hebben gemaakt. Daarom wil ik de minister aansporen tot een doorbraakaanpak, door een aantal prioritaire projecten van strategisch belang te selecteren, met een groot hefboomeffect, waar private investeringsbereidheid is en waar randvoorwaarden op de korte termijn kunnen worden gerealiseerd. Is de minister bereid samen met de regionale innovatieclusters zo'n doorbraakaanpak op te zetten? Kan dit onderdeel worden van de vervolgopdracht van de taskforce? Dus: welke projecten willen we, wat houdt die tegen, wie gaat dat oplossen, wanneer moet dat opgelost zijn en hoe creëert de minister doorzettingsmacht over departementale grenzen heen? Voorzitter. Ik eindig in Zuid-Limburg. Mijn streek weet wat economie met een samenleving kan doen. Zij weet wat er ontstaat met werk, trots en perspectief, maar ook wat er verloren gaat als dat fundament verdwijnt. We hebben de analyse, de regionale kracht en ondernemers die willen investeren. Nu moeten we een overheid organiseren die doorbraken mogelijk maakt. Kies nationaal waar we sterk in willen zijn, organiseer regionaal waar de kracht zit en zorg voor doorzettingsmacht wanneer het vastloopt. Want alleen zó zorgt economische groei opnieuw voor perspectief voor mensen, gezinnen en gemeenschappen in heel Nederland. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →