KamerkringInloggen
Nicki Pouw-Verweij

Officieel Kamerprofiel

Nicki Pouw-Verweij

11debatten
300bijdragen
6interrupties
55.175woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: BBB (2023-09-01–2023-12-05) · JA21 (2022-06-30–2023-09-01) · JA21 (2021-03-31–2022-03-09) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
2 jul 2025 · Kamerstuk

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36725-XVI)

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het heel eervol om aan deze kant te mogen staan om met u te spreken. Ik heb heel lang daar in de stoeltjes gezeten. Een aantal van u ken ik ook al heel goed. Wij hebben een heel fijne samenwerking gehad in de commissie voor VWS. Een aantal mensen zijn nieuw voor mij. Maar als er iets is wat ik ken uit de commisise toen ik daar nog lid van was, dan is dat de passie voor de zorg. Ik merk dat die ook bij de mensen die nieuw voor mij zijn aanwezig is. Ik kijk dus erg uit naar een fijne samenwerking. Voorzitter. Tijdens de eerste termijn van de Kamer hadden we het al een paar keer over de term "mand". Ik zie dat ook deze voorzitter graag een beetje tempo wil maken, dus ik zal proberen om het waar mogelijk kort te houden. Volgens mij kan ik er geen geordende blokjes van maken, dus ik ga er gewoon doorheen. Als u iets mist, hoor ik het heel graag. Ik begin met een vraag van de heer Krul. Ik zie hem nu helaas niet, maar wie weet luistert hij ergens mee. Zijn vraag gaat over de visie op wat wij willen gaan doen in onze portefeuille; hij vindt dat er niet alleen op de winkel gepast kan worden. Ik zal net als mijn voorganger staan voor betaalbare, beschikbare en bereikbare zorg voor alle Nederlanders, waar ze ook in Nederland wonen, hoe gevuld hun portemonnee ook is, hoe oud of jong ze ook zijn en hoe ziek of gezond ze ook zijn. Ik denk dat met name op het gebied van langdurige zorg de term "waardigheid" ook erg belangrijk is. We moeten altijd voor ogen houden dat iemand niet zijn ziekte, zijn aandoening of zijn beperking is, maar een mens die die ziekte, aandoening of beperking heeft. We moeten altijd de persoon voor ogen houden. Er liggen al een aantal dingen voor mij klaar. Ik ga verder met het HLO en het VN-verdrag Handicap. Zelf wil ik heel erg graag aan de gang met de ouderenhuisvesting. Palliatieve zorg is vanwege mijn eerdere werk ook heel belangrijk voor mij. Ik wil me ook graag bezighouden met femicide en huiselijk geweld. Ik hoop dat dit aan de heer Krul een beetje een antwoord geeft over wat ik allemaal wil gaan doen. Dan de vraag van mevrouw Paulusma over waar ouderen behoefte aan hebben qua woonvormen. Zij vroeg of ik onderschrijf dat het verzorgingshuis eigenlijk een beetje achterhaald is. Zij wil meer innovatievere woonvormen. Ik ben dat niet met haar eens. Er is een diverse vraag van ouderen, naar verschillende woonvormen. Het aantal van 8% dat zij citeert, ken ik ook. Ondertussen ligt er ook een advies van de Raad van Ouderen. Dat is van juni 2025 en dus vrij recent. Dat wilde ik in het najaar samen met het PwC-verslag naar uw Kamer toesturen. Maar goed, mocht u daar eerder behoefte aan hebben, dan kan dat natuurlijk ook. Daaruit komt heel duidelijk naar voren dat er ongeveer 200.000 ouderen zijn die een dergelijke woonzorgvorm, zoals het verzorgingshuis, willen. In wat mevrouw Paulusma zegt, herken ik wel dat hierbij terugkomt dat ouderen zeggen behoefte te hebben aan privacy, zelfstandigheid en een stukje autonomie. Daarom moeten we heel erg goed kijken naar de vorm die we verzorgingshuizen gaan geven, als er vanuit PwC een positief advies komt. Wellicht sluit het ouderwetse verzorgingshuis, met allemaal exact dezelfde kamertjes aan een lange gang en met heel weinig zelfstandigheid — dat zijn echt die klassieke onzelfstandige woonvormen — niet meer aan bij de huidige tijd. Wellicht vinden mensen het fijn als er meerdere kamers zijn, of in ieder geval een duidelijke eigen voordeur. Maar er is wel degelijk behoefte aan gemeenschappelijke ruimtes, met het gemeenschappelijke samenwonen, de sociale controle en de zorg die op afroep beschikbaar is, 24 uur per dag. Dat zijn al die dingen die voor mij heel bepalend waren voor het verzorgingshuis. Wat gaan we daar precies mee doen? Het rapport van PwC volgt in het najaar. Ik zal uw Kamer daarover zo snel mogelijk informeren. Hiermee neem ik ook alvast een voorschot op een andere vraag. Daarnaast was er een vraag over de nationale doorstroomdatabank. Doorstroming is een onderdeel van het programma Wonen en zorg voor ouderen, dat ik samen met de minister van VRO uitvoer. Hierbij is de minister van VRO verantwoordelijk voor het beleid dat ouderen stimuleert om passend te wonen. Ik vind het een interessant voorstel en ik zal de suggestie dan ook met haar bespreken. Een vraag van mevrouw Dobbe over thuisblijven. Zij zei dat dat steeds moeilijker wordt gemaakt. Daarbij had zij het specifiek over het maximeren van de huishoudelijke uren. Gemeenten en aanbieders kijken hierbij samen naar passende alternatieven om huishoudelijke hulp te organiseren en beschikbaar te houden, juist voor die meest kwetsbare groep burgers. Ik herken de schrijnende gevallen waarover ik mevrouw Dobbe hoorde. Die zijn er; die verhalen ken ik ook, ook uit de praktijk. Tegelijkertijd krijg ik vanuit de gemeentes terug dat er hele grote regionale verschillen zijn en dat dit niet iets is wat in heel Nederland op dezelfde schrijnende manier aanwezig is en dat er ook plekken zijn waar dit juist heel erg goed gaat. Ik blijf dit nadrukkelijk volgen, en zal aan uw Kamer rapporteren over wat daar uiteindelijk uit komt. We zijn natuurlijk bezig met het onderzoek naar de houdbaarheid en de toekomst van de Wmo. Daarin wordt ook gekeken hoe we kunnen zorgen dat zorg en ondersteuning beschikbaar blijven voor hen die dat het meest nodig hebben. Eind 2025 zal ik u daarover informeren. Dan de vraag van de heer Thiadens. Ik gaf daar net eigenlijk al antwoord op. PwC komt dus in september met het rapport over het onderzoek naar de verzorgingshuizen. Tegelijkertijd denk ik dat hij ook weet bij wie de wetswijziging voor de terugkeer van de verzorgingshuizen vandaan komt. Hij zal dus wel iets weten van mijn persoonlijke overtuiging en de hoop die ik heb wat betreft de uitkomsten van dit onderzoek. Tegelijkertijd zal ik mij ook moeten neerleggen bij een vernietigend advies. Dus we gaan het zien. U hoort van mij op dit dossier. Mevrouw Paulusma vraagt of ik onderken dat wijkverpleegkundigen cruciaal zijn. Daar kan ik heel kort over zijn: ja, dat onderken ik zeker. Ik onderstreep dat van harte. Ze vraagt of ik bereid ben om met veldpartijen, waaronder de beroepsgroep zelf, tot een actieplan te komen. Ja, absoluut. Ik ga dit najaar met de betrokken partijen in gesprek om tot een werkagenda te komen. Dan zal ik uw Kamer uiteraard ook weer informeren. Dan heb ik een vraag van de heer Bevers over wat de stand van zaken is rondom de motie van de leden Hermans en Paulusma over palliatieve zorg in het zorgonderwijs. Toevallig weet ik dat daar een brief voor klaarligt. Ik heb daarvoor een paar kleine wijzigingen voorgesteld, maar de brief komt zo snel mogelijk uw kant op. In december 2024 is uw Kamer hierover geïnformeerd. Na die tijd, op 27 maart, hebben we een werkconferentie gehad die was gericht op het creëren van bewustwording en het vergroten van het gevoel van urgentie. Er waren 40 mensen vanuit de zorg en het onderwijs aanwezig. Ik ga in gesprek met PZNL over hoe we dit verder kunnen vormgeven. Het voornemen was om daar voor de zomer over te informeren. Ik moet toegeven dat ik verwacht dat dat niet meer gaat lukken, want het gesprek met PZNL moet nog plaatsvinden; dat gaat vandaag niet meer gebeuren. Dit staat wel zeer hoog op mijn prioriteitenlijstje, dus ik kan u wel beloven dat het met gepaste spoed uw kant op komt. Mevrouw De Korte had een vraag over de wijkverpleging en hoe het komt dat daar een tekort is. Hierbij moet ik me aansluiten bij de eerdere woorden van de minister. De brief over de onderschrijding had eerder bij uw Kamer moeten liggen. Mijn excuses daarvoor. In die brief wordt op de verschillende oorzaken ingegaan. Het klopt dat er sprake van is dat sommige aanbieders door een krappe arbeidsmarkt worden gedwongen om de uren te verlagen en daarmee minder zorg te geven. Echter, dit is een klein percentage. Er zijn ook andere belangrijke factoren die meespelen. We zien een verschuiving van patiënten van de Zvw naar de Wlz. De uren voor de cliënten dalen ook omdat er meer zelfredzaamheid is en omdat er meer wordt ingezet op positieve gezondheid. Er wordt, bijvoorbeeld uit de hoek van reablement, meer gekeken naar wat iemand nog zelf kan en hoe iemand daarbij ondersteund kan worden. Er wordt innovatie ingezet om de zorgtijd te verminderen. Er zijn dus gelukkig ook heel veel positieve ontwikkelingen die eraan bijdragen. Maar om antwoord te geven op de vraag: voor een deel gaat het ook om tekorten. Het is een relatief klein deel, maar het is er wel; dat kan ik niet ontkennen. Mevrouw Dobbe vroeg waarom ik denk dat de bezuinigingen in de Wlz verantwoord zijn. Ik denk dat het belangrijk is om erbij stil te staan dat deze besparingen binnen het Wlz-kader zijn. Het zijn dus geen bezuinigingen die leiden tot beleidsmatige tariefkortingen. Het is eigenlijk reservegeld dat we apart gezet hebben voor het geval dat we het nodig gaan hebben. Voorheen hebben we ook elk jaar reservegeld apart gezet. We hebben dat telkens niet nodig gehad, waardoor we een vrij grote buffer hadden opgebouwd. We zeggen nu dat die buffer dusdanig groot is, dat we een deel van de buffer kunnen gaan afbouwen. Dat betekent niet dat er daardoor minder geld wordt uitgegeven aan Wlz-zorg. Het is puur zo dat het reservekader afneemt. Het is ook niet leeg; we zetten het niet op de nullijn. Er is nog steeds geld voor onverwachte uitgaven en tegenvallers, maar we hebben het wel iets laten afnemen, omdat er ook andere dingen zijn waar geld naartoe moet. En een dusdanig hoge buffer hebben we niet nodig. Dat we deze besparingen kunnen doorvoeren, vloeit voor een deel ook voort uit preventie, de inzet van passende zorg en het kostenonderzoek van de NZa, dat heel duidelijk zegt dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om in 2025 zorg in te kunnen kopen. Ik wil dus graag benadrukken dat er geen sprake is van een tekort in het kader, op dit moment. In die zin vind ik het ook lastig om over "bezuinigingen" te spreken. Dan de vraag over de budgetplafonds op het gebied van de ggz en de palliatieve zorg. De afspraken over een omzetplafond ... Heeft u een vraag over wat ik nu voorlees of over het vorige, mevrouw Dobbe? Als de voorzitter het toestaat, is het misschien handig om dat eerst te doen, voordat ik hier een heel nieuw verhaal afsteek. We kunnen het ook bundelen en dan kijkt mevrouw Dobbe aan het einde wat er overblijft. Ja? Oké, dan doen we dat. Een omzetplafond is de uitkomst van onderhandelingen tussen twee private partijen, namelijk de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder. In principe zit ik daar niet tussen. Daarnaast is mij verteld dat het ook een heel effectief middel kan zijn om passende zorg te leveren. De NZa geeft aan dat zo'n plafond in de ggz kan worden gebruikt om de bestaande zorgcapaciteit beter te benutten. Dat gezegd hebbende is het voor mij heel erg belangrijk dat de verzekerde de zorg krijgt waar hij of zij recht op heeft. Ik herken het voorbeeld dat mevrouw Dobbe aanhaalde. Ik ben daar zelf ook mee bezig geweest. Over palliatieve zorg is uitgebreid gesproken met de zorgverzekeraars. Het is duidelijk dat er wel degelijk mogelijkheden en middelen zijn om ook als het omzetplafond bereikt is, in november of december, toch de benodigde palliatieve zorg te kunnen leveren. Als dat niet gebeurt, is dat natuurlijk heel erg problematisch. Ik herken die vraag. Ik ben op dit moment in gesprek met de leden Joseph en Van der Plas over twee moties die zij ingediend hadden in het debat dat hierover ging, specifiek over het omzetplafond bij de palliatieve zorg. Mevrouw Dobbe mag best weten dat die motie indertijd door de beleidsmedewerker geschreven is en dat ik dus persoonlijke betrokkenheid ervaar bij dit onderwerp. Dat is heel belangrijk. Ik ben met hen aan het uitzoeken hoe we hier zo goed mogelijk invulling aan kunnen geven en ik zal opnieuw met de zorgverzekeraars hierover spreken om het nader te bezien. De mogelijkheden liggen er. Mij is ook niet helemaal duidelijk waarom het niet gebeurt, maar ik ben het met mevrouw Dobbe eens dat het niet zo zou moeten zijn. Ik ga dat gesprek aan en zal daarover rapporteren aan de Kamer.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ten dele had ik hier een reactie klaarstaan op uw amendement. Ik hoor heel veel dingen terugkomen die u ook in de toelichting op uw amendement heeft staan. U zei ook iets over jojobeleid. Ik ben het natuurlijk met u eens dat dat niet de bedoeling is. Daarom wil ik ook graag benadrukken dat waar wij een inkoopkader hadden van 36,3 miljard in 2024, dat in 2025 is opgehoogd met 2,7 miljard. Het is dus niet zo dat het totale bedrag naar beneden is gegaan en dat er nu meer bezuinigd wordt dan eerst het geval was. Het totale bedrag gaat omhoog. Daarnaast hebben wij heel duidelijke signalen gekregen vanuit de NZa dat er op dit moment geen problemen zijn binnen de Wlz en dat er voldoende geld klaarligt. Ik herken een aantal dingen die u noemt over de tekorten die er zijn in de zorg en over de problemen waar met name de werknemers in de zorg tegenaan lopen. Zoals de minister eerder ook al zei, is dat denk ik niet puur en alleen met geld op te lossen. U noemde de huizencomponent. Daarbij is ook geen sprake van een bezuiniging. Daarbij is sprake van een bijstelling naar beneden, omdat de rentecomponent minder hoog uitvalt. Dat is eerder een meevaller voor het ministerie dan dat het een bezuiniging is. Het ligt dus echt wel een stuk genuanceerder dan dat er geschetst wordt.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Als het aankomt op het amendement op stuk nr. 7, kan ik mevrouw Dobbe hopelijk toch nog een beetje blij maken. Er is een, mede door VWS gefinancierd, Aanjaagteam Wonen. Dat is er al. Het richt zich op wonen, welzijn en zorg voor ouderen en heeft als doel om gemeenten, provincies, zorgkantoren, zorginstellingen, woningcorporaties en andere betrokkenen te stimuleren om samen tot passende woonzorgoplossingen te komen. Op zich is dat er dus. Dat gezegd hebbende denk ik dat een aanjaagfunctie specifiek gericht op zorgbuurthuizen zeker geen kwaad kan. Er ligt een hele grote opgave wat betreft het aantal woningen dat er moet komen voor ouderen, dus ik zou dit amendement graag oordeel Kamer willen geven.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dan het amendement op stuk nr. 8. Dat heb ik net eigenlijk al een beetje toegelicht. Dat moet ik ontraden.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dat verklaart wellicht het nieuwe mapje, waarbij ik dacht: deze had ik toch al? O, nee, daar staat het ook nog op als het amendement op stuk nr. 8. Nou ja, goed. Het amendement op stuk nr. 15. De NZa heeft dus gesignaleerd dat het bestaande Wlz-kader ruimschoots voldoende is en dat middelen toevoegen daarom niet nodig is. Ook zien we vanuit VWS niet dat er zorgorganisaties zijn die in de knel komen. We zien op dit moment juist meer zwarte cijfers, in tegenstelling tot vorig jaar. Daarnaast is er ook een procedureel bezwaar. In beginsel is het niet mogelijk om de Wlz-uitgaven te amenderen. Ik weet dat er vanuit vorig jaar een precedent is waarin dat wel gebeurd is, maar het is echt een lang staande afspraak dat we dat niet doen met elkaar. Ik zal dat, net als vorig jaar, ook ontraden. Daarnaast voorziet de budgettaire dekking in een schuif tussen de inkomsten en uitgavenkader, dus ook de dekking is ondeugdelijk. Dan het amendement op stuk nr. 9, dat wellicht ook een nieuw nummer heeft?

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dat blijft nr. 9; dat is dan weer makkelijk. Ik zei dus al iets over het jojobeleid. Ook bij de budgettaire dekking is er een schuif tussen de inkomsten en uitgavenkader, en tussen 2025 en 2026. Daarmee is de dekking ondeugdelijk en moet ik ook dit amendement helaas ontraden. Ik ga heel even kijken waar ik gebleven was, want ik heb nu een rommeltje gemaakt van mijn voorgenomen volgorde. O, het is nog maar heel weinig, voorzitter. Het komt goed. De heer Bevers had het over het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg en de controversieelverklaring voor de gehandicaptensector. Hij noemde daarbij ook dat de staatssecretaris geen overleg met de sector zou hebben gehad. Ik zou hem graag op het hart willen drukken dat dat er heel nadrukkelijk wel geweest is. Er is eigenlijk altijd overleg met welke sector dan ook als wij maatregelen nemen die mogelijk gevolgen hebben voor die sector. Ook in dit geval is er uitgebreid overleg geweest, dus daar wilde ik hem nog graag nog even van verzekeren. Maar hij heeft gelijk. Door de controversieelverklaring blijft de korting op dit moment staan. We vallen dus terug op de oude korting en die wordt daarmee uitgevoerd. Ja, dat is het eerlijke antwoord. Er was nog één vraag, volgens mij ook van mevrouw Dobbe, over het aantal opvangplekken en Valente, die aan de noodbel trekt. In principe zijn de opvangplekken decentraal geregeld. Dat is een wettelijke taak van de gemeente. Tegelijkertijd heb ik Valente ook heel duidelijk horen zeggen: we willen echt graag dat hier sturing op komt, centraal geregeld, en dat er verantwoordelijkheid wordt genomen. Ik heb daarom aangegeven dat ik heel erg graag in overleg wil met zowel Valente als VNG. Ook hier zien we dat er sprake is van grote regionale verschillen. Valente geeft aan dat er plaatsen zijn waar veel te weinig opvangplekken zijn. Tegelijkertijd hoor ik vanuit de VNG terug dat dat klopt, maar dat erop wordt gestuurd dat het geld degelijk uitgegeven moet worden aan zorg voor deze groep, maar dat het niet specifiek voor opvangplekken hoeft te zijn. Er zijn ook gemeentes die een ander soort beleid hebben, bijvoorbeeld veel meer inzet op preventie, maar waar wel degelijk positieve resultaten bij te zien zijn. Ik ga daarover met hen in gesprek, maar ik ben het met u eens dat dit een heel belangrijk dossier is waar we zo snel mogelijk op moeten doorpakken. Zodra er iets uit het overleg is gekomen, zal ik de Kamer daarover informeren. Het oordeel? Ik heb een vraag staan. Ik neem aan dat dat amendement dan bij mijn collega ligt. Dat heb ik in ieder geval op dit moment niet voor mijn neus. Anders kom ik daar in de tweede termijn nog even bij u op terug, mevrouw Dobbe. Dat was het van mijn kant, voorzitter. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ja, dat klopt. Langdurige en Maatschappelijke Zorg. Zeker.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Mevrouw Dobbe had nog een vraag over de bezuinigingen. Daar hebben we het al over gehad. Nogmaals: een groot deel zou ik geen bezuinigingen, maar financiële meevallers willen noemen. Er kan geld weggehaald worden uit een reservefonds waar we geen aanspraak op hoeven te maken omdat er minder zorgvraag is. Dat lijkt me positief. Dat zou ik dus ook geen bezuiniging willen noemen. Dan was er nog het aspect van de rentecomponent; dat viel mee. Nogmaals, ook hierbij gaat het om een meevaller en niet om een bezuiniging. Maar mevrouw Dobbe noemde bijvoorbeeld ook de bezuiniging op valpreventie. Dat klopt; dat is een bezuiniging. Daarbij moet ik ook eerlijk zijn: in het hoofdlijnenakkoord, dat wij getekend hebben, staat dat we doorgaan met de bezuinigingen die ingezet zijn door Rutte IV. We gaan door op die lijn. Dat hebben we afgesproken. We proberen die, waar mogelijk, te verzachten. Dat doe ik bijvoorbeeld in het HLO, voor de tarieven voor de ouderenzorg. Dat lukt hier en daar, maar voor sommige dingen lukt dat niet. Die bezuiniging op valpreventie loopt dus door. Dat klopt; daar heeft mevrouw Dobbe gelijk in. Dan zijn er nog twee moties. De motie op stuk nr. 18. Die gaat overigens ook over 2026, maar goed. Dat gezegd hebbende zie ik hier geen dekking voor. Ik moet die motie helaas ontraden. Dan de motie op stuk nr. 23. We hebben het er tijdens het debat ook al over gehad dat de NZa zegt dat deze wel degelijk functioneel kunnen zijn voor passende zorg, met name in de ggz. Onder verwijzing naar het debat moet ik ook die ontraden. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →