Initiatiefnota van het lid Mutluer over femicide - erkenning en aanpak van gendergerelateerd dodelijk geweld (36658)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Nicki Pouw-Verweij
Partijen door de tijd: BBB (2023-09-01–2023-12-05) · JA21 (2022-06-30–2023-09-01) · JA21 (2021-03-31–2022-03-09) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dank u wel, voorzitter. Het is vandaag de tweede keer in anderhalve week dat ik met uw Kamer mag spreken over de aanpak van femicide. Aan de ene kant ben ik blij dat er vanuit de Kamer zo veel aandacht is voor het onderwerp. Aan de andere kant vind ik het heel erg dat het zo hoognodig is dat we er weer over moeten spreken met elkaar. Het gaat hier om een groot maatschappelijk probleem. Ik zou graag willen beginnen met complimenten voor mevrouw Mutluer. Ik denk dat uit uw betoog van zojuist, net als uit de nota zelf, de passie sprak die u heeft voor dit onderwerp, maar daarnaast ook de ongelofelijke inhoudelijke kennis en hoe u die om weet te zetten in concrete plannen. Mijn complimenten daarvoor. Ik zou ook een compliment willen maken aan de commissie in haar algemeenheid, want het komt niet zo heel erg vaak voor dat je met de behandeling van een nota op een onderwerp bezig bent en dat de volgende nota op het onderwerp ook alweer klaarligt. Dat zegt dus wat over het harde werk dat er binnen deze commissie verzet wordt. Het is heel erg fijn om te zien dat de Kamer hier zo gemotiveerd in zit, want we hebben elkaar nodig om ervoor te zorgen dat vrouwen echt geholpen worden. In het vorige debat was het prettig om te merken hoe eens we het waren over wat er nodig is en dat er toen zo'n constructieve houding was. Deze keer bemerk ik dat er in ieder geval veel eensgezindheid is over de ernst van het probleem. Ik heb iedereen afschuw uit horen spreken over geweld tegen vrouwen en femicide specifiek. Ik hoop dat we samen weer tot constructieve oplossingen kunnen komen. Voorzitter, ik heb ook een aantal blokjes. Ik zal proberen het kort te houden; ook ik kijk naar de klok. Ik moet van tevoren zeggen dat ik een aantal antwoorden heb die wat langer zijn, maar dat komt omdat er dan zeven, acht of zelfs negen vragen gebundeld worden in één antwoord. Hopelijk beantwoorden we daarmee dus een hoop vragen naar tevredenheid. Ik begin met de coördinatie. Dan ga ik kort in op vrouwenopvang, Veilig Thuis, informatiedeling en het welbekende kopje overig.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ja, die hebben we altijd. Over coördinatie zijn heel veel vragen gesteld. Ik ga proberen die in één keer te beantwoorden. Ten eerste omarmt en deelt het kabinet de oproep tot het verbeteren van de coördinatie van de aanpak van femicide en geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling. Binnen het kabinet ben ik de coördinerend bewindspersoon voor de aanpak van huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld tegen vrouwen. Ik heb dus de belangrijke rol om binnen het kabinet mijn collega's aan te jagen en om de verschillende inzetten die deze thema's raken bij elkaar te brengen. Hier kan nog wat verbeteren in vergelijking met de afgelopen tijd. Daar ben ik hard mee bezig, onder andere door direct te beginnen met structureel overleg op alle niveaus, dus binnen het kabinet maar ook daarbuiten, met gemeenten en met belangenorganisaties. Het is ook een hele goede stap dat we hier vandaag met twee bewindspersonen zitten. Ik ga niet over de afvaardiging, maar ik zou het heel mooi vinden als de volgende keer ook de staatssecretaris van Onderwijs zou kunnen aansluiten, want emancipatiebeleid en onderwijs zijn ook van belang, zoals we zojuist ook weer zagen in de vraag van de heer Timmermans. Wij delen niet alleen de wens van de Kamer om deze opgave op te pakken; ook vanuit de implementatie van de EU-richtlijn moeten we met nationale actieplannen gaan werken. Tegelijkertijd zien we ook dat het gaat om een heel complex vraagstuk. Het gaat om het creëren van overzicht, een vast aanspreekpunt, een actor die stuurt op doorbraken in de aanpak en die er toezicht op houdt of het goede gebeurt. Monitoring en evaluatie van de aanpak zijn hier dus ook aan gekoppeld, in lijn met de EU-richtlijn. Daarnaast raken de uitdagingen waar we voor staan ook aan de inrichting van het stelsel, zoals de verhouding tussen centraal en decentraal en gelijkgerichtheid tussen gemeenten. Daarom is de rol van gemeenten hierin ook heel belangrijk. Het kabinet en wij allemaal vinden het heel belangrijk dat er meer coördinatie en sturing komt, maar wij zijn heel erg aan het kijken hoe we dat op zo'n manier inrichten dat we niet een papieren functie creëren, maar dat vrouwen en meisjes er ook echt daadwerkelijk wat aan hebben en dat de aanpak verbetert. Daarom willen we al die eerdergenoemde aspecten in samenhang bekijken om te bepalen welke actoren, organen, mandaten en middelen hiervoor ingericht worden. Met de betrokken departementen voeren we momenteel gesprekken over de verschillende varianten van coördinatie en de aanpalende onderwerpen. Ook de initiatiefnemers van de twee nota's en de overige Kamerleden die deze initiatiefnota's hebben ondersteund, willen we hier graag bij betrekken. Ook willen we de huidige Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld vragen met ons mee te denken over hoe de functie van aanjager op dit terrein het beste ingevuld kan worden. Bovendien is er een stevige inhoudelijke overlap van dat lopende nationale actieprogramma en het bredere geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Wat we willen toezeggen, is dat we aanvullend op het vormgeven van het bredere coördinatievraagstuk direct met alle genoemde partijen beginnen met het in kaart brengen van de aanjaagfunctie. We zullen daar ook de leden van uw Kamer een uitnodiging voor sturen. We zullen de uitkomsten daarvan ook met de Kamer delen, evenals de financiële middelen die daarmee gemoeid zijn.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ja, dat snap ik. De uitnodiging voor dat gesprek zullen we deze week nog versturen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Wij doen onze uiterste best.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Nee. Wij willen er graag op de kortst mogelijke termijn samen voor gaan zitten. Tegelijkertijd realiseer ik me ook dat het verkiezingsreces eraan komt en dat een aantal Kamerleden het wellicht dus heel druk zullen hebben, maar we gaan hierover graag zeer snel met elkaar rond de tafel zitten. En als daar geen vragen over zijn, ga ik door naar het kopje vrouwenopvang, voorzitter ... Toch! Ik was al heel langzaam dat mapje aan het uitpakken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Daar zijn wij dus ook naar aan het zoeken, en dat is een gesprek dat wij nadrukkelijk met u willen hebben. Want er komen ook verschillende termen langs: een nationaal coördinator, een regeringscommissaris. En we hebben nog een aantal varianten binnen het ministerie, zoals een gezant die het kan doen. Zo zijn er een hele hoop opties, met allemaal net iets verschillende functieomschrijvingen, maar allemaal belangrijke personen die naast een bewindspersoon staan om er samen vanuit een nationale rol invulling aan te geven. Wij zijn zelf aan het kijken wat daarin het beste past, hoe die rol het meest tot zijn recht komt, zodat we ook daadwerkelijk een aanvulling op en echt extra invulling aan het beleid kunnen geven. Ja, dat is iets waar we nadrukkelijk samen met u het gesprek over aan willen gaan: hoe ziet u dat voor zich? Maar ook: hoe zien gemeenten dat voor zich; tegen welke problemen lopen zij aan; wat denken zij dat echt zal helpen hierin? Hetzelfde geldt voor de belangenorganisaties. Voor de term "aanjaagfunctie" heb ik eigenlijk gekozen omdat dat terugkomt in elke motie, elk verzoek, elke keer dat dit genoemd wordt: een coördinator die er druk op kan zetten. Maar goed, ik noemde ook andere aspecten, die van monitoring, evaluatie en coördinatie. Ik denk dat het dus aan ons samen is om in te vullen hoe dat er het beste uit gaat zien.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Mijn collega zegt meteen: zo snel als het maar kan. Wij willen dit in ieder geval dit jaar nog geregeld hebben. Maar toen wij net met de twee agenda's naast elkaar gingen zitten voor wanneer we dit zouden kunnen realiseren ... Ik noemde liever niet het verkiezingsreces. Ik wil dit graag zo snel mogelijk met u samen oppakken. Maar het mag in ieder geval niet in het volgende jaar lopen; daar wil ik heel duidelijk over zijn.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Voorzitter. De opvangplekken. De SGP vroeg of ik bereid ben om te investeren in uitbreiding van veilige opvangplekken. Ik herken de signalen en de noodzaak voor extra opvangplaatsen. Daarom stel ik per 2026 structureel 12 miljoen euro extra beschikbaar voor de vrouwenopvang, gericht op het uitbreiden van het aantal opvangplaatsen. Daarbij is duidelijk dat het enkel uitbreiden van opvangplaatsen niet afdoende is. Hieraan gekoppeld ben ik daarom bezig om met VNG en Valente bestuurlijke afspraken te maken in de vorm van een convenant hoe we tot verbetering van de vrouwenopvang kunnen komen. Aanvullend daarop was er door mevrouw Dobbe gevraagd om jaarlijks inzicht te geven in het aantal hotelplaatsingen. Dit is van groot belang. De monitor veilige opvang van VNG en Valente zou hier inzicht in kunnen geven. Zoals ik zei ben ik bezig met bestuurlijke afspraken met de beide partijen. We hebben al besproken dat dit daar zeker onderdeel van mag en moet zijn. Ik zal u over de voortgang hierop informeren in de Kamerbrief die u voor het einde van het jaar krijgt. Dat was vrouwenopvang. Dan komen we bij Veilig Thuis. Mevrouw Becker vroeg naar de verkenning van de 24/7-chatfunctie. Veilig Thuis is daar actief mee aan de slag gegaan. Ze hebben een projectleider aangesteld. Inmiddels is ook de businesscase opgesteld met in beginsel een positieve conclusie. De 24/7-chatfunctie lijkt organisatorisch haalbaar. De projectleider werkt de komende periode aan de nadere uitwerking met daarbij ook het financiële kostenplaatje. Uiteraard zijn VNG en ook VWS hier nauw bij betrokken. Ik kan in de brief in december aan de Kamer ook over de voortgang op dit dossier rapporteren. Dan nog een vraag van mevrouw Becker: hoelang moet het duren voor het kabinet verkend heeft of het meldpunt ingericht kan worden bij Veilig Thuis? Er was enige verwarring over wat precies bedoeld werd met deze vraag. Veilig Thuis is nu namelijk al het landelijk advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij hebben de expertise in huis en blijven doorontwikkelen. Belangrijk daarbij is het verbeteren van de bereikbaarheid en de toegankelijkheid. Daar werk ik aan door het ontwikkelen van een digitaal platform en het realiseren van de 24/7-chatfunctie. Het digitale platform is vandaag live gegaan. Dat is ook een belangrijke stap naar laagdrempeligheid en toegankelijkheid van de kennis en expertise. De heer Dassen had een vraag over de motie van Koops en Bruyning over het nummer 116.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dank u wel voor deze toevoeging, voorzitter. Op dit moment worden er diverse gesprekken gevoerd met relevante netwerkpartners over het al dan niet realiseren van 116. Daarbij kijken we breed, dus niet alleen naar de optie van 116 als onafhankelijke hulplijn, maar ook naar de mogelijkheden van het koppelen van dit nummer aan Veilig Thuis. De Kamer wordt in het najaar geïnformeerd over de uitkomsten van deze uitwerking en eventuele vervolgstappen. Begin 2026 ontvangt de Kamer het implementatiewetsvoorstel van de EU-richtlijn. Dat was alweer Veilig Thuis. Er is een best goed tempo. De informatiedeling. Dat blokje is weer wat langer, want daar waren een hoop vragen over. Het kabinet vindt het belangrijk om continu te blijven kijken of registratie en het samenbrengen van informatie verbeterd moeten worden. Dat moet wel te allen tijde passen binnen de huidige wet- en regelgeving. Bij gegevensdeling en gezamenlijke registratie spelen ook de grondslagen voor informatiedeling een belangrijke rol.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Kort. Zeker, ik heb het gehoord, voorzitter. Ten eerste zou ik willen benadrukken dat dit echt de kerntaak is van Veilig Thuis. Dat niet altijd overal alles goed gaat, herken ik. Daar hebben we het in het vorige debat ook over gehad. Tegelijkertijd geloof ik er ook in dat we Veilig Thuis juist in zijn kracht moeten zetten. We moeten verder versterken wat we daar al aan het doen zijn. De problemen omtrent het imago herken ik. Bij sommige mensen speelt die nare associatie van: als je Veilig Thuis belt, dan raakt Jeugdzorg betrokken en kun je misschien je kinderen kwijtraken. Dat heb ik ook vaker gehoord. Ik snap de terughoudendheid dus. Tegelijkertijd denk ik dat er ook hele grote nadelen zitten aan het organiseren van een parallelle hulplijn, waardoor we heel veel expertise die al is opgebouwd door Veilig Thuis in veel mindere mate gaan benutten. Dat is een lastige afweging. Vorige keer heb ik aan uw Kamer toegezegd dat ook dat iets is waarover ik graag met u samen van gedachten wil wisselen. Ik merk dat het iets is wat herhaaldelijk terugkomt. Ik snap de bezwaren. Tegelijkertijd denk ik dat er aan het alternatief ook grote bezwaren kleven. Het is en blijft een lastige afweging.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Vanochtend zei ik al dat het niet zozeer gaat om een bezuiniging als wel om een andere indeling van de begrotingsregels. Het klinkt als woordgetover, maar dat is toch het antwoord dat ik u moet geven. Ik heb uw collega De Hoop vanochtend beloofd dat ik voor de Algemene Financiële Beschouwingen met een brief kom, waarin ik uiteenzet waar deze post precies over gaat en wat de financiële consequenties zijn. Dat hoeft niet specifiek op dakloosheid gericht te zijn. Als u aangeeft dat u ook graag wilt weten wat dit inhoudt voor de aanpak van huiselijk geweld en femicide, dan neem ik dat er uiteraard graag in mee.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Die toezegging doe ik bij dezen graag. Dat zal ik in de brief beantwoorden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Zeker. We hadden het over registratie en gegevensuitwisseling. Eén registratiesysteem is een deel van de oplossing, maar dan heeft nog steeds niet iedereen de grondslag om alle informatie te mogen inzien. Ook samenwerking en afstemming zijn en blijven bij registratie en informatiedeling essentieel. Het is dus en-en en niet of-of. Er zijn al grote stappen gezet als het gaat over informatiedeling, onder andere door de verbeterde wettelijke basis voor gegevensdeling tussen Veilig Thuis, politie, OM, Raad voor de Kinderbescherming en de reclassering, vooral vanuit de visie en inzet op Veiligheid Voorop. In de praktijk zie je dit terug in betere samenwerking, zoals het actieoverleg Samen op in acuut, Veilig Thuis op ZSM en de ontwikkeling naar de 24/7-crisisinterventie. De grondslagen voor deze samenwerking zijn vorig jaar wettelijk verankerd in de Verzamelwet gegevensverwerking VWS I. Op basis van de motie van 5 maart van mevrouw Van der Werf, mede namens de leden Eerdmans, Bruyning en Dobbe, ben ik samen met mijn collega's, de staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport en de staatssecretaris van JenV, aan het kijken welke mogelijkheden er zijn om toe te werken naar één systeem, waarin alle meldingen zichtbaar zijn. Dit vraagt een zorgvuldige afweging van privacywetgeving, IT-systemen en grondslagen om informatie uit te wisselen. Deze zaken moeten dus nauwkeurig worden afgewogen. We zijn nu bezig met de formulering van de juiste opdracht en zullen de Tweede Kamer eind 2025 hierover informeren. Zoals u hoort, komt er echt een stortvloed aan informatie uw kant op, eind 2025. Hierbij ben ik zeker bereid om te inventariseren welke privacywetgeving momenteel gegevensuitwisseling in de weg staat. Dat was ook een specifieke vraag. Voorzitter, dat brengt mij bij het mapje overig. Dat is iets dikker. Een vraag vanuit de VVD: hoe gaat Nederland voldoen aan de EU-richtlijn die verplicht tot het inrichten van een 24/7 rape centre? Sinds 2018 hebben we het landelijk dekkend netwerk van de regionale Centra Seksueel Geweld. Die functioneren als multidisciplinaire rape centres. Daarmee voldoen we in belangrijke mate al aan de vereisten van de richtlijn over dit onderwerp. Wel is geconstateerd dat een wettelijke grondslag noodzakelijk is om de hulp aan slachtoffers van seksueel geweld te garanderen. In voorbereiding op de implementatie van de EU-richtlijn wordt uitgewerkt hoe de hulp aan slachtoffers wettelijk kan worden verankerd. Op dit moment loopt het consultatietraject waarin relevante netwerkpartners worden geraadpleegd over de uitvoerbaarheid. De verwachting is dat de voorgestelde wetswijzigingen naar aanleiding van de implementatie van de EU-richtlijn over geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in de eerste helft van 2026 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Een vraag van mevrouw Dobbe: ben ik het ermee eens dat er kennis en bewustwording moet komen over economisch geweld? Ja. We zien dat als een belangrijk onderwerp, omdat het autonomie en onafhankelijkheid van vrouwen inperkt, en het daardoor ook moeilijker wordt om een gewelddadige relatie te verlaten. Om te zorgen voor meer bewustwording en kennis hierover en om het aan te pakken zoeken we op dit vlak nadrukkelijk de samenwerking met SZW. Dan een vraag over de gemeenten, vanuit zowel NSC als CDA. Hoe voorkomen we dat, naast de tekorten die zij al hebben, zij deze verantwoordelijkheden niet kunnen waarmaken? Zoals velen van u weten, zijn we op dit moment samen met de VNG bezig met het Houdbaarheidsonderzoek Wmo. Financiële houdbaarheid is daar een onderdeel van. Dit nemen we daarin nadrukkelijk mee. Het eindrapport komt voor het einde van het jaar naar uw Kamer toe. Dan een vraag van de heer Van Dijk over culturele patronen en wat al gedaan is om patronen te doorbreken. Beperkende en schadelijke gendernormen, structurele ongelijkheid tussen vrouwen en mannen en een patriarchale cultuur dragen bij aan het ontstaan en voortduren van geweld tegen vrouwen en femicide. Ook alledaags seksisme draagt bij aan het normaliseren van die cultuur. Het kabinet werkt met het emancipatiebeleid en in het onderwijs aan bewustwording hiervan en aan interventies gericht op het tegengaan en veranderen van beperkende en schadelijke gendernormen, rollen en relaties. In aanvulling op deze lopende inzet is in het plan van aanpak Stop femicide! de oprichting van een integrale mannenalliantie aangekondigd, die zich onder andere zal gaan richten op de rol van mannen hierin. Deze alliantie zal naar verwachting begin 2026 van start gaan. Dan een vraag van mevrouw Bruyning over de sleutelrol van onderwijs. Die vraag sluit eigenlijk aan bij de vraag van de heer Dassen over hoe we jongens goed opvoeden. Nou denk ik dat opvoeding primair bij de ouders ligt, maar goed, dit ligt deels in elkaars verlengde. Ik beantwoord hiermee ook graag deels uw vraag. Het wettelijk verplichte curriculum voor primair en voortgezet onderwijs wordt op dit moment geactualiseerd. Daarin wordt duidelijker beschreven wat scholen aan kinderen en jongeren moeten leren over relaties en seksualiteit, zowel jongens als meisjes, voor wie dit allebei heel belangrijk is. In de opgeleverde conceptkerndoelen van verschillende leergebieden is aandacht opgenomen voor respectvolle omgang met elkaar, sociaal-emotionele ontwikkeling, respectvol leren omgaan met seksualiteit en het bespreekbaar maken van wensen en grenzen. Ook de wettelijke burgerschapsopdracht stelt dat scholen in het funderend onderwijs kennis van en respect voor diversiteit moeten stimuleren. Daarin wordt dat dus nadrukkelijk meegenomen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Even een verhelderende vraag. De heer Dassen bedoelt specifiek de rol van mannen hierin? Begrijp ik dat goed?
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Zoals ik al zei: de staatssecretaris van OCW is nadrukkelijk bezig met de mannenalliantie. Er zijn ook landelijke campagnes, zoals "Wat vind jij? Tot waar is het leuk voor allebei?" en de binnenkort te starten campagne "Vind je dat die grap of opmerking niet kan? Man, zeg er dan wat van". Beide slogans hebben een mooi rijm, waardoor ze hopelijk blijven hangen. Met het programma Veilige Steden faciliteert de staatssecretaris in verschillende gemeenten de aanpak van straatintimidatie. Via de mannenalliantie en de genoemde publiekscampagnes wordt dus nadrukkelijk ingezet op de rol van mannen in dezen. Het CDA stelde een vraag over de invloed van influencers met vrouwonvriendelijke denkbeelden. Namens de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan ik aangeven dat we jongeren beschermen met wetgeving en het versterken van mediawijsheid en digitale geletterdheid. Zo verplicht artikel 28 van de Digital Services Act onlineplatforms, om aan minderjarigen een hoog niveau van veiligheid, privacy en beveiliging te bieden. Hieronder valt ook het beschermen van minderjarigen tegen voor hen schadelijke content zoals vrouwenhaat. Dan nog een vraag van de heer Dassen over Filomena en het uitrollen van best practices. Ik onderschrijf het belang van goede samenwerking tussen netwerkpartners. Ik ben in 2023 voor het eerst op werkbezoek geweest bij Filomena en ik ga daar in november weer naartoe. Ik denk dat Filomena als meldpunt een heel mooi voorbeeld is van een aanvulling op Veilig Thuis. Waar bij Veilig Thuis de drempel heel hoog kan zijn, is Filomena juist een heel laagdrempelig inloopcentrum. Ik moedig gemeenten van harte aan om goede ervaringen met elkaar te delen en van elkaar te leren. Ik probeer dat vanuit mijn rol ook te faciliteren in de verschillende overleggen die we daarover hebben. Maar uiteindelijk is de keuze aan de gemeenten zelf. We zien wel dat een aantal andere steden ook een Filomena opzet of opstart. Er zijn ook gemeenten waarin een dergelijk centrum een andere naam heeft, maar waar het eigenlijk op hetzelfde neerkomt. Ik deel met u dat dit een heel mooi voorbeeld is. Tot slot, voorzitter — dan ben ik echt klaar — een vraag van het lid Kostić over dierenmishandeling. We zijn ons er inderdaad van bewust dat dierenmishandeling een indicator kan zijn van huiselijk geweld en dat dieren ingezet kunnen worden als drukmiddel. We zullen de stand van zaken rondom moties over dit onderwerp en de terugkoppeling van de wijze waarop wij dit meenemen in het preventieve beleid, opnemen in de voortgangsbrief huiselijk geweld en kindermishandeling die eind van dit jaar zal volgen. Dat was het wat betreft de vragen die aan mij gesteld zijn.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dank u wel, voorzitter. Ik ga er gewoon zo snel mogelijk doorheen. Boem is ho! De motie op stuk nr. 5: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 7: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 8: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 11: overbodig. Er is al een coördinerend bewindspersoon, en dat ben ik. De motie op stuk nr. 13 moet ik ontraden. Dit is al deel van het algehele beleid, zoals ik heb toegelicht in het debat. We willen hier geen los actieplan. Dan de motie op stuk nr. 14. Ik zou mevrouw Bruyning willen vragen om deze motie aan te houden. Ik had besproken met mevrouw Becker dat we de positie van Veilig Thuis ook in verhouding tot 116 met elkaar zouden gaan bespreken. We gaan toch bij elkaar zitten om te spreken over de coördinerend bewindspersoon, dus het lijkt mij dat ook dit een mooi punt op de agenda zou kunnen zijn. Ons verzoek is om de motie tot die tijd aan te houden. En anders ontraad ik de motie — zei ze dreigend.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ik vraag mevrouw Bruyning — nu gaat zij mij nog minder leuk vinden — om ook de motie op stuk nr. 15 aan te houden. Wij vinden dat dit een punt is dat wij juist bij de coördinator zouden willen onderbrengen. Dit lijkt me een deel van de aanjaagfunctie.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Pouw-Verweij: De motie op stuk nr. 18 krijgt oordeel Kamer. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →