KamerkringInloggen
Nicki Pouw-Verweij

Officieel Kamerprofiel

Nicki Pouw-Verweij

11debatten
300bijdragen
6interrupties
55.175woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: BBB (2023-09-01–2023-12-05) · JA21 (2022-06-30–2023-09-01) · JA21 (2021-03-31–2022-03-09) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dank u wel, voorzitter. Ten eerste mijn felicitaties aan de leden die hun maidenspeech hebben gehouden. Een verbindende factor vond ik de woorden over dienstbaarheid en het gevoel van verantwoordelijkheid richting de bevolking, die bij dit ambt passen. Dat vond ik heel mooi als verenigende factor. Ik denk dat het voor de leden van de commissie voor VWS heel belangrijk is dat u zich altijd, en ik in mijn functie natuurlijk ook, realiseert voor wie we dit doen; dat is uiteindelijk het belangrijkste. Nogmaals, mijn felicitaties voor alle mooie woorden. Dan het inhoudelijke debat. Ik zou graag willen beginnen met een algemene introductie waarin ik ook de chronologie langsloop. Er waren namelijk best veel vragen over welk signaal op welk moment wie heeft bereikt en over wie met wie gesproken heeft. Daar zal ik eerst even doorheen gaan. Ik heb mijn beantwoording daarna opgeknipt in: korte termijn, lange termijn en varia. Ik zal beginnen met een inleiding voor de korte termijn en de lange termijn. Normaal gesproken houd ik wat kortere verhalen en ga ik heel snel naar de vragen, maar dit is best een lastig dossier met heel veel verschillende feiten, dus ik zal iets langer aan het woord zijn voordat ik bij de vragen kom. Excuses daarvoor. Als iets niet duidelijk is, interrumpeer dan vooral. De introductie. Sinds het voorjaar van 2025 bereikten ons bij VWS signalen van cliënten die gebruikmaakten van de meerzorgregeling, maar te maken kregen met afwijzingen. In reactie daarop heeft mijn ambtsvoorganger Metgezel en het ZEVMB-kenniscentrum gevraagd de problematiek te inventariseren. Het ging op dat moment vooral om losse casussen. We wilden in kaart brengen wat er precies gebeurde en hoe groot het probleem was. Vervolgens ben ik eind augustus daarover bijgepraat. Mij werd duidelijk dat het echt om een groter probleem met de nodige urgentie ging. Op 9 september jongstleden hebben wij hier in deze Kamer ook over gesproken. Het gaat veelal om ouders van een kind met een intensieve zorgvraag; dat zijn ouders die al zwaar belast zijn, zoals u ook bijna allemaal benoemd heeft. Onzekerheid over de verlenging van meerzorg heeft zeer veel impact. Onduidelijkheid over de vraag of je kind nog wel de zorg kan krijgen die hij of zij nodig heeft, of nog wel thuis kan blijven wonen, wens je niemand toe. Deze cliënten met een afwijzing, en vaak ook hun naasten, voelden zich daarom genoodzaakt om naar de rechtbank te stappen. In mijn ogen mag dat nooit het antwoord zijn. Het mag nooit zo zijn dat je zorg die je wel nodig hebt, niet krijgt en dat als je zegt "dat gaat toch niet?" je te horen krijgt: stap dan maar naar de rechter. Zoals aangegeven in eerdere debatten met uw Kamer, is me er veel aan gelegen om de onzekerheid van cliënten weg te nemen. Toen de eerste signalen mij bereikten, heb ik gelijk contact gezocht met vertegenwoordigers van cliënten en met de zorgkantoren. Ik heb een duidelijk signaal af willen geven: niemand mag tussen wal en schip vallen en we moeten zo snel mogelijk zorgen voor duidelijkheid voor deze groep. Met het VN-verdrag Handicap hebben we ons er ook aan verbonden dat kinderen met een beperking zo veel mogelijk thuis bij hun ouders moeten kunnen opgroeien. Dat mag niet in het geding komen. Mijn inzet is de afgelopen periode gericht geweest op de korte termijn, waar ik zo wat over zal zeggen, en op de nieuwe regelgeving per 1 januari 2027. Voor de korte termijn heb ik gedaan wat mogelijk is vanuit mijn rol als staatssecretaris. Ik heb signalen opgehaald en doorgegeven, en ik heb de urgentie voor duidelijkheid voor gezinnen geagendeerd. Ik zal hier zo verder op ingaan. Daarnaast heb ik een duidelijke opdracht, namelijk het per 1 januari 2027 aanpassen van de regelgeving, zoals aangegeven in de brief van 8 september. Dit doe ik in overleg met professionals, vertegenwoordigers van cliënten, zorgkantoren en het Zorginstituut, zoals ook stond in een motie van mevrouw Westerveld. Dan de korte termijn. Ik ben als staatssecretaris niet in de positie om de zorgkantoren aan te spreken op de manier waarop zij uitvoering geven aan de meerzorgregeling. Hier zijn meerdere vragen over gesteld. Ik ben stelselverantwoordelijke, dus ik ga erover of iedereen de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft. De NZa controleert vervolgens of de zorgkantoren hun taak uitvoeren. Die rapporteert daarover aan mij. Het is niet aan mij om hen erop aan te spreken hoe zij dat doen, wel óf zij dat doen, maar niet hoe zij dat doen. Daar schuurt het dus. Het is niet aan mij om hen daarin aan te sturen. Ik heb wel het volgende gedaan. Allereerst heb ik in de afgelopen periode contact gehad met de vertegenwoordigers van cliënten en heb ik hun signalen omtrent de afwijzingen opgehaald. Denk daarbij aan gesprekken met Metgezel, ZEVMB, 2CU en Per Saldo. De signalen die ik zo heb ontvangen, heb ik besproken met de zorgkantoren. Ik heb onder andere besproken welke zorgkantoren als best practices werden gezien. Er waren namelijk — dat wil ik ook graag noemen — ook zorgkantoren waar het wel heel erg goed ging en waar men wel enthousiast over was. Dat leek me dus ook heel erg belangrijk om te delen met de andere zorgkantoren. De zorgkantoren hebben mij verzekerd dat ze de werkwijze rondom meerzorgaanvragen gelijkgericht willen uitvoeren. Ze hebben mij geïnformeerd over de wijze waarop ze meerzorgaanvragen gelijkgericht willen beoordelen. In deze werkwijze was ruimte voor maatwerk via een hardheidsclausule. Zorgkantoren hebben mij er ook over geïnformeerd dat de door hen bedachte voorlopige werkwijze nog onvoldoende rekening hield met de uitspraak van de Centrale Raad van eind oktober. Die werkwijze moest dus aangepast worden. Dit vraagt aanvullende inzet en aandacht van de zorgkantoren, maar zij blijven naar mij uitspreken dat ze op korte termijn een gelijkgericht beoordelingskader willen vaststellen. Tegelijkertijd zijn er natuurlijk drie situaties die de aandacht vragen van de zorgkantoren en waar nu een oplossing voor nodig is: aanvragen waar bezwaar tegen loopt, aanvragen waartegen beroep is aangetekend bij de rechter en nieuwe aanvragen of verlengingen. De zorgkantoren waar in de afgelopen periode meer afwijzingen zijn geweest, hebben mij laten weten dat ze bij nieuwe aanvragen of verlengingen coulant zijn. Het zorgkantoor kent bij nieuwe meerzorgaanvragen de gevraagde zorg tijdelijk toe, voor zes maanden, zonder de voorheen gebruikte inhoudelijke toetsing, stelt een beslissing op bezwaar uit tot er meer duidelijkheid is, en verlengt het eerder afgegeven pgb als meerzorg is afgewezen in afwachting van een nieuw uniform beleidskader. Het kan dus zo zijn dat het zorgkantoor in de tussentijd een aanvraag voor een verhoging van het eerder toegekende pgb niet toekent. Het recente bericht uit het AD, waar u terecht vragen over stelde, gaat over zaken waarin bezwaar is aangetekend. Voor bewaar geldt dat zorgkantoren een toekenning verlenen die aansluit bij de aanvraag, maar dat de duur van die toekenning vaak kort is, omdat de zorgkantoren werken aan een nieuwe, gemeenschappelijke werkwijze. Dit brengt onrust met zich mee, ook doordat de communicatie hierover naar ik begrijp wat helderder kan. Ook dat signaal heb ik overgebracht aan de zorgkantoren. Omdat de aanpassing van de regelgeving niet op stel en sprong kan, heb ik me gehouden aan het delen van signalen met zorgkantoren. Zorgkantoren hebben daarbij vanuit hun status als zbo de verantwoordelijkheid om tot een deugdelijke uitvoering van de meerzorgregeling te komen. Uiteraard houd ik uw Kamer graag geïnformeerd over de gang van zaken.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Het was de inleiding op het blokje korte termijn. Dan kom ik bij de vragen, waarvan ik een aantal volgens mij al heb gehad.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: De eerste vraag: wat zeg ik tegen Lian? Die is hier aanwezig op de publieke tribune, maar ik weet niet naar wie ik moet kijken. O, hallo Lian. We hadden elkaar buiten ook al even gezien. Ik snap heel erg dat u ongerust bent. Ik vind het heel erg dat u dit mee moet maken, zowel voor u als voor uw zoon. Ik trek me dat persoonlijk aan. Ik ben hier de afgelopen maanden mee bezig geweest en ik zal hiermee bezig blijven, ofwel totdat mijn tijd hier op is, ofwel totdat er een oplossing ligt waarmee u niet alleen nu, maar ook op de lange termijn verder kan. Die belofte wil ik u dus graag doen. Ik ga daar werk van maken en ik maak me daar hard voor. Tot die tijd mijn medeleven en sterkte, want het lijkt me heel zwaar voor u. Dat ten eerste. Van GroenLinks-PvdA was er een vraag over de regelingen voor extra ondersteuning en het oerwoud aan regels. Ik herken dit. Ouders met een kind met een intensieve zorgvraag hebben een zware zorgtaak en zij ervaren heel erg veel regellast. We werken er vanuit VWS hard aan om dit terug te dringen, maar het is een heel taai onderwerp. Er lopen heel erg veel dingen door elkaar heen. Als je aan een radertje gaat draaien, dan verandert er vaak elders in de machine weer iets. Dat is dus heel erg lastig. Maar een van de maatregelen in de werkagenda van het VN-verdrag Handicap is om inkomensondersteunende regelingen voor mensen met een chronische ziekte en/of beperking te vereenvoudigen, zodat het makkelijker wordt om de ondersteuning te krijgen waar zij recht op hebben en zodat het geld beter terechtkomt. Daar maak ik mij dus samen met mijn collega's in het kabinet hard voor. Daarnaast hebben we cliëntondersteuners en gespecialiseerd cliëntondersteuners die ouders helpen om de weg te vinden. Dat lost de kern van het probleem niet op, maar ouders geven wel aan dat dit hen heel erg ontlast en helpt bij het herstellen van de balans. Een vraag van mevrouw Coenradie, over de gesprekken tussen de cliëntenorganisaties en de zorgkantoren, en wat die concreet opgeleverd hebben voor gezinnen. Ik noemde als laatst het signaal over de communicatie aan cliënten. Dat is het laatste wat ik doorgegeven heb aan zorgkantoren. Dat heb ik deze week gedaan. Daar heb ik nog geen reactie op teruggekregen, dus dat zal helaas nog weinig effect hebben gehad. Ik heb ook eerder signalen doorgegeven. Ik heb hen gevraagd om dat mee te nemen in het beleidskader. Ik heb steeds de urgentie benadrukt. De zorgkantoren waarbij de afgelopen periode meer afwijzingen waren geweest, voor de uitspraak van de Centrale Raad in oktober, hebben mij laten weten dat ze coulant zijn met nieuwe aanvragen of verlengingen. Dat heeft dit dus concreet opgeleverd. De vraag van de heer Vervuurt over het tijdspad heb ik al beantwoord in de inleiding. Hij had ook een vraag over de manier waarop wij informatie verzamelen over toegekende aanvragen. De informatie over aanvragen en toekenningen voor meerzorg thuis, zowel vanuit het pgb als het mpt, heb ik gevraagd aan ZN en de zorgkantoren, maar helaas zijn hier nog weinig landelijke gegevens over beschikbaar. De informatie zit in de systemen van de zorgkantoren en blijkt niet eenvoudig landelijk te ontsluiten. Mijn inzet is om met zorgkantoren de informatievoorziening te verbeteren. Het is uiteraard van belang dat we de ontwikkelingen kunnen volgen, zeker nu er veranderingen aan staan te komen. Over de aantallen cliënten met meerzorg op basis van verblijf en vpt is informatie beschikbaar via de declaraties. Dat beeld is ons dus wat duidelijker. De NZa en het Zorginstituut monitoren dit. Er staan ook cijfers op de Monitor Langdurige Zorg, maar met name bij het pgb en/of mpt valt hier nog wat winst te halen. Daar gaan we ook werk van maken. De PVV en het CDA vroegen hoe ik zorg dat mensen niet in de knel komen. Zoals ik al aangaf, zijn er een aantal zorgkantoren die heel duidelijk werden aangegeven als de best practices, waar het dus eigenlijk heel goed loopt. Die regionale verschillen zijn ook door meerderen van u benadrukt. Die zorgkantoren heb ik dus gevraagd: deel alsjeblieft met de andere zorgkantoren hoe jullie dat nu doen, zodat die daar ook van kunnen leren. Zo kunnen zij in de tussentijd, tot aan 1 januari 2027, samen tot een beoordelingskader komen dat werkt. Ik bedoel dat vanuit de cliëntenorganisaties en de ouders teruggegeven wordt dat dit werkt. Ik heb meermaals benadrukt hoe belangrijk ik het vind dat er tot die tijd maatwerk geleverd wordt. Er is vanuit de zorgkantoren, waar eerst juist veel afwijzingen waren, toegezegd dat er met meer coulance naar gekeken wordt. De toezeggingen worden nu tijdelijk, in aanloop naar die nieuwe regelgeving, wel gedaan. Zo hebben we daarvoor gezorgd. Er was een vraag van mevrouw Dobbe. Zij relateerde de bezuinigingen op de zorg eigenlijk aan de verlengingsaanvragen. Daarbij wil ik heel graag duidelijk zijn: dit is niet een bezuinigingsopgave vanuit VWS. Het is niet zo dat ik of een van mijn collega's op VWS tegen de zorgkantoren gezegd heeft: ga even wat strenger kijken naar deze meerzorgaanvragen, want we willen dat er minder geld vanuit het VWS-budget naartoe gaat. Dat is nadrukkelijk niet aan de orde. Het Zorginstituut heeft er eigenlijk op gewezen dat in de regelgeving onvoldoende duidelijk was hoe een beoordeling plaats moest vinden. Bepaalde zorgkantoren hebben toen gedacht: vanuit onze plicht om voor doelmatigheid te zorgen, gaan wij naar de aard en inhoud van het dossier kijken, in plaats van alleen maar naar die 25% meer uren dan wel kosten. Daaruit is een ander beoordelingskader voortgekomen. Dat heeft vaak tot strengere beoordelingen geleid. Dat ligt nadrukkelijk bij die uitspraak van het Zorginstituut en de zorgkantoren, die geprobeerd hebben hun taak goed te vervullen. VWS heeft er hierbij niet op aangestuurd dat er eigenlijk bezuinigd zou moeten worden omdat we het Wlz-budget kleiner willen maken of zo. Dat wilde ik toch nog even benadrukken: dit is geen bezuinigingsslag. Een vraag vanuit de PVV en eigenlijk ook vanuit GroenLinks-PvdA: totdat er een nieuw beleid komt, stellen sommige zorgkantoren bij twijfel een beoordeling uit en verlengen ze gelukkig de toeslagen, maar wat zijn de gevolgen hiervan? Het is zo dat cliënten dan langere tijd onzekerheid hebben, maar we willen hun heel graag perspectief voor de toekomst bieden. Zorgkantoren hebben aangegeven dat zij tot een kader willen komen. Daarmee verwacht ik dat onzekerheid snel wordt weggenomen. Ik had ook vóór dit debat al aangegeven dat ik hoop de oplossing hiervan op zeer korte termijn aan de Kamer te kunnen laten weten. Eerst was het streven vóór het kerstreces. Dat gaan we net niet meer redden, maar ik verwacht uw Kamer in januari te kunnen informeren over hoe dat eruitziet in de periode tot 2027. Ik zie dat daar een vraag over is.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Er zit één duidelijke hiccup in het verhaal. De zorgkantoren waren samen al bezig om te komen tot meer gelijkgesteld beleid binnen de beoordelingskaders die zij stellen. De oplossing die zij daarvoor bedacht hadden, kwam niet overeen met het oordeel dat er lag vanuit de Centrale Raad. Vervolgens zijn zij teruggegaan naar de tekentafel en hebben zij gezegd: het plan dat we hebben, gaat duidelijk niet of onvoldoende werken, dus daarin moeten we gaan schrappen. Daar zijn wij nadrukkelijk bij aangeschoven. Wij hebben gezegd: dit halen we terug uit de gesprekken met de cliëntenorganisaties en de ouders; kunnen jullie dat meenemen? De zorgkantoren zijn daar samen over in gesprek gegaan. Een van de lastige factoren hierbij is de 25%-uursbepaling. Dat stond ook in de brief. In de huidige zorgzwaartepakketten die we hebben, zit eigenlijk geen urenaantal. Als je wilt weten of je uitkomt op 125% van de uren in een pakket, moet je eigenlijk kijken naar de uren die oorspronkelijk in de AWBZ-wetgeving zitten. Er zijn zorgkantoren die er al op een dergelijke manier naar keken, maar je kan je natuurlijk afvragen of dat een handige manier is om dit te doen. Daar zijn de zorgkantoren mee bezig. Die voeren samen het gesprek over hoe ze dat aan kunnen pakken en hoe ze tot gelijkgestemdheid kunnen komen. Ik heb daarbij input geleverd en hou de vinger aan de pols. Ik heb van hen het bericht gekregen dat het heel goed gaat en dat ze verwachten op zeer korte termijn richting mij te komen met het positieve verhaal dat ze het opgelost hebben.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Sorry, dan ben ik onvoldoende duidelijk geweest. Dit is namelijk de oplossing voor de korte termijn. De zorgkantoren zijn dus samen tot een nieuwe uitvoeringspraktijk aan het komen waaraan zij zich allemaal kunnen houden, in voorbereiding op aangepaste wet- en regelgeving vanuit VWS. Wij gaan dus in de wet- en regelgeving aanpassen wat onze verwachtingen zijn en hoe wij vinden dat dingen moeten lopen, maar de zorgkantoren zijn daarvóór al bezig met ervoor zorgen dat zij het in aanloop naar 1 januari 2027 goed geregeld hebben. Of je dat nou "korte termijn" of "middellange termijn" noemt … Ik hoop dat het in januari 2026 rond is en dan is het dus per januari 2027 in de regelgeving geregeld. Ik heb de zorgkantoren verzocht om in de periode daarvoor met coulance te kijken naar de nieuwe aanvragen. Dat hebben zij ook toegezegd. Zij zorgen ervoor dat mensen in ieder geval een soort tijdelijke toekenning of budget krijgen in afwachting van het nieuwe beoordelingskader. De mensen die eerder een afwijzing hebben gehad, zijn daarbij nog niet meegenomen. Daarover hebben wij binnen VWS inmiddels ook gesproken. Ik zal de zorgkantoren nadrukkelijk verzoeken om daarbij dezelfde coulance te verlenen en zelf actief contact op te nemen met de ouders om wie het gaat. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat, in afwachting van dezelfde regelgeving, aan de ouders die na de uitspraak van de Centrale Raad in oktober een afwijzing hebben gekregen, coulance wordt verleend, maar dat ouders die bijvoorbeeld in april, naar ik begreep, geen budget toegekend hebben gekregen, niks krijgen. Dan krijg je wel of geen budget puur afhankelijk van de tijd waarin je de aanvraag hebt ingediend. Dat is het soort willekeur dat we volgens mij allemaal niet willen. Ik heb eerder bij de zorgkantoren aangegeven dat ik heel graag zou willen dat dat opgelost wordt, maar ik zal hun nogmaals nadrukkelijk verzoeken of zij zelf proactief contact willen opnemen met de ouders, zodat het niet bij de ouders ligt en zij niet opnieuw moeten gaan bellen naar de instanties. Dat zal ik dus ook nog oppakken. Het was een lang antwoord, maar ik hoop dat dit iets beantwoordt.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: De vraag naar de termijn vind ik lastig. Zou ik daar in de tweede termijn even op terug kunnen komen? Wat betreft de coulance en het maatwerk: aan de groep vanaf eind oktober hebben we een tijdelijke toekenning verleend, zodat mensen in ieder geval financiële middelen krijgen in afwachting van het uiteindelijke beoordelingskader. De feitelijke toets gaat pas plaatsvinden als het nieuwe beoordelingskader gelijkgesteld is tussen de zorgkantoren. Dat is zowel bij nieuwe aanvragen als bij verlengingen zo geregeld. Het zou mijn streven zijn dat we dat ook zo doen voor de mensen die vóór eind oktober hun aanvragen ingediend hebben. Mijn streven is dus dat we het gewoon gelijktrekken voor de hele groep. Dan hebben we de regionale verschillen tijdelijk opgelost én de verschillen door de tijd, en dan kan er straks vanuit het nieuwe beoordelingskader gewoon voor iedereen, op dezelfde manier, een nieuwe beoordeling plaatsvinden.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Daar zal ik mij ook voor inzetten. De signalen dat de communicatie wat verbetering behoeft, hebben mij ook bereikt. Dat heb ik ook laten weten aan de zorgkantoren, want dit heeft gewoon een hele grote impact. Het zou kunnen dat er met de nieuwe wet- en regelgeving afwijzingen zullen plaatsvinden. Als dat zo is, mag je op z'n minst verwachten dat daar uitleg bij wordt gegeven, dat je enige empathie in zo'n brief voelt en dat het niet één zinnetje is. Dat ben ik helemaal met mevrouw Dobbe eens. Dat behoeft verbetering. Ook daarover blijf ik dus in gesprek.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: O, nog over de termijn van een jaar. Volgens mij hanteren de meeste zorgkantoren op dit moment zes maanden, maar ik verwacht ook niet dat meer dan dat nodig is. Zoals ik zei, verwacht ik in januari bij u te kunnen komen met een heel positief verhaal over het beoordelingskader dat, al vooruitlopend op de wet- en regelgeving, gelijkgesteld is tussen de zorgkantoren. Dan gaan de nieuwe manieren van beoordelen dus in. Ik verwacht niet dat dat nog zes maanden zal duren, dus ik denk niet dat langer nodig is. Mocht het daar wel op gaan lijken, dan wil ik uiteraard het gesprek aangaan zodat we het meteen tot januari 2027 geregeld hebben, maar ik denk niet dat dat nodig is.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Wat betreft de eerste vraag: ik ben uiteraard bereid om toe te zeggen dat ik voor het kerstreces dat verzoek neerleg bij de zorgkantoren. Dat is dus een inspanningsverplichting voor het kerstreces. Die toezegging wil ik absoluut doen. Ik kan geen toezegging doen dat de zorgkantoren dit ook voor het kerstreces gaan oppakken en uitvoeren op de manier zoals u en ik dat zouden willen zien. Dan komen we weer bij mijn positie en in hoeverre ik de zorgkantoren kan dwingen tot dingen. Dat kan ik niet. Daar kan ik dus ook geen datum aan verbinden. Dus een inspanningsverplichting? Absoluut. Een resultaatverplichting is wat lastiger, maar dat geldt voor dit hele dossier, niet alleen voor dat stukje. Wat betreft die noodrem: ik denk eerlijk gezegd dat die noodrem op dit moment plaatsvindt en in september ook plaats heeft gevonden. Die noodrem is ten dele de NZa, die moet beoordelen of de zorgkantoren hun werk goed doen of niet, en is ten dele uw Kamer, denk ik. Als er signalen komen uit de samenleving dat er dingen niet goed gaan, trekt u mij hier aan mijn jasje naartoe en bevraagt u mij daar kritisch over totdat ik beloof alles te doen wat ik kan om tot een oplossing te komen. Ik denk in die zin dat we die noodrem al ingebouwd hebben. Uit het debat van vandaag en uit de urgentie die hier gevoeld wordt, blijkt dat die ook functioneert.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ik herken de benadering van mevrouw Coenradie in hoe zij haar werk aanvloog. Ik denk dat wij elkaar daarin kunnen vinden. Ik neem er ook niet zo heel gauw genoegen mee als ik te horen krijg dat ik ergens niet over ga. Dan vraag ik ook door waar ik dan wél over ga, en of het helpt als ik even boos word of een gesprek heb met Kassa waarin ik aangeef hoe ik in de wedstrijd zit. Dat doe ik dan ook graag. Ik vind het geen enkel probleem om de zorgkantoren hierover met klem, zoals u mij verzoekt, aan te spreken en te vragen over welke tijdlijn we het dan hebben. Of ik dat kan regelen binnen de schorsing van de tweede termijn, waarvan ik verwacht dat de voorzitter die kort zal willen houden, weet ik niet. Maar ik ben bereid om daarop terug te komen zodra ik er meer over weet. De urgentie, de manier van aanvliegen en de controle zo veel mogelijk pakken, daar zijn we het helemaal over eens.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Daar kom ik in de tweede termijn op terug. Daar moet ik even met mijn team over spreken.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ja en nee. De zorgkantoren hebben als taak om te zorgen dat er sprake is van doelmatigheid. Dat doen zij hier, denk ik. Daarnaast is er een uitspraak geweest van het Zorginstituut. Dat zegt eigenlijk: "De toetsing verloopt nu niet goed genoeg. Er moet meer ook naar de aard en de inhoud van de aanvragen gekeken worden. Gaat het wel degelijk om een bijzondere zorgvraag die bijzonderder is dan wat er al geleverd wordt binnen het zorgzwaartepakket?" Dat hebben zij vervolgens opgepakt. Ik denk dat zij zich daarmee netjes bij hun taak hebben gehouden. Dat daar vervolgens een resultaat uit is gekomen waar uw Kamer en ook ik persoonlijk niet om staan te springen, is een ander verhaal. Er ligt een duidelijke taak bij mij om te zorgen dat de regelgeving duidelijker is, maar ik denk dat zij hun taak gevolgd hebben.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ik vind dit heel lastig, want nu moet ik een beetje namens de zorgkantoren gaan denken en proberen voor hen in te vullen wat zij bedoeld hebben toen die zin, die ik zelf overigens niet zo gelezen heb, opgeschreven is. Wat volgens mij een algemene taak is van de zorgkantoren en trouwens ook de zorgverzekeraars, is zorgen dat het geld voor de zorg, wat gemeenschapsgeld is, zo effectief en zo doelmatig mogelijk besteed wordt. Dat is hun taak. Dat was al hun taak en dat verandert niet naarmate het zorgbudget verandert. Ik denk dat zij in de uitspraak van het Zorginstituut gelezen hebben: we deden dat niet goed genoeg, dus we moeten daarin een stapje vooruit zetten. Mijn antwoord blijft hetzelfde. In de gesprekken die wij gevoerd hebben met de zorgkantoren heb ik niet teruggekregen dat zorgkantoren zoiets hebben van: er ligt een duidelijke politieke opdracht om te bezuinigen en vanuit die motivatie pakken wij dit op.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Als die politieke keuze gemaakt wordt, dan wordt die gemaakt door uw Kamer of door het kabinet, niet door de zorgkantoren zelf. Als de zorgkantoren om politieke redenen minder meerzorg gaan toekennen, dan is dat omdat uw Kamer daar een motie over aangenomen heeft of omdat dat beleid wordt van het nieuwe kabinet, niet omdat zij dat eigenstandig bedacht hebben.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ja, ik ben heel even aan het kijken. Volgens mij hebben we ondertussen — dat scheelt dan — door de vragen al een hoop gehad. We hebben het even gehad over de verantwoordelijkheid; dat hebben we besproken. We hebben het gehad over de regionale verschillen. En we hebben het ook gehad over de vragen van de heer Van Houwelingen over het beoordelingskader en de rol die het Zorginstituut daarin heeft. Dan hebben we alles gehad wat ik binnen het mapje korte termijn had. Ik zou door willen gaan naar het blokje lange termijn, dat korter is. Een vraag van de PVV. Het is pijnlijk en beschamend dat de zorg onder druk staat; naasten zijn overbelast. Hoe staat het met het referentiepunt vanuit het Zorginstituut Nederland? Dat is de vraag van mevrouw Ten Hove. Het Zorginstituut noemt meerdere referentiepunten. Het maken van een keuze is onderdeel van de nieuwe regelgeving die per 1 januari ingaat. Die keuze is nog niet gemaakt en wordt bepaald in samenspraak met zorgkantoren en vertegenwoordigers van cliënten, zoals ook wordt verzocht in de motie-Westerveld. Dan de vraag van de VVD of het sneller kan en per wanneer. Het antwoord wat betreft de langetermijnoplossing per 1 januari is eigenlijk nee. Sorry, ik kijk naar het verkeerde Kamerlid. Het spijt me, VVD. Hallo, mevrouw Wendel! Nee, het kan niet sneller. Regelgeving midden in het jaar laten ingaan, is geen goed idee. We gaan 1 januari 2026 niet meer redden, dus dan wordt het 1 januari 2027. Daar speelt ook in mee dat ik dit graag in samenspraak wil doen met de zorgkantoren, zorginstellingen, cliëntondersteuning, belangenbehartigers et cetera, zoals ook verzocht in de motie. Dus ik wil dit graag goed en nauwkeurig doen op een manier waarmee iedereen het eens is. Ik wil uw Kamer daar ook tijdig over informeren. Het moet dan nog in consultatie et cetera. Daar is dus gewoon een tijdpad aan verbonden en daardoor wordt het 1 januari 2027. Ik zou het ook graag eerder willen, maar dat gaat helaas niet. Dan kom ik op de overige vragen. Hoeveel passende instellingsplekken komen we tekort, was de vraag van mevrouw Ten Hove. Dat is niet exact te zeggen. Uit de wachtlijstinformatie weten we hoeveel cliënten wachten op een plek, maar het komt ook voor dat cliënten al in zorg zijn binnen een instelling en wachten op een plek die eigenlijk passender is voor hen. Die cijfers bieden ons dus onvoldoende antwoord. Het tekort aan plekken is onderwerp van de Toekomstagenda gehandicaptenzorg. Daarover zal ik uw Kamer in het voorjaar van 2026 per brief informeren. Dan komt er dus meer informatie. Dan was er een vraag over het pgb. Die vraag was wél van het CDA, dus nu kijk ik wel naar het juiste Kamerlid. Ik vind het heel erg belangrijk dat het pgb een volwaardig alternatief is. De meeste meerzorg is tijdelijk totdat de zorg weer op het niveau is dat deze weer in het zorgprofiel past. Om deze reden wordt meerzorg voor maximaal drie jaar toegewezen, maar die kan elke drie jaar opnieuw worden toegewezen bij een langdurige intensieve zorgbehoefte. Juist bij de gezinnen waarover we het in dit debat hebben, is de intensieve zorgbehoefte vaak structureel. In de Werkagenda VN-verdrag Handicap is opgenomen dat we samen met ZN verkennen hoe we maatwerk in de praktijk het beste kunnen vormgeven voor de cliënt. Er wordt daarbij bekeken of en hoe bij een stabiele zorgvraag meerzorg bij het pgb passend kan worden toegekend. We zijn daar dus mee bezig.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ik snap de vraag heel goed. Dit heb ik ook intern bij VWS besproken. Als er sprake is van een levenslange, levensbrede beperking waarbij je weet dat er geen curatieve mogelijkheden zijn en het dus niet beter gaat worden, wil je die basis niet telkens opnieuw moeten bespreken en aantonen. Tegelijkertijd kunnen er binnen bepaalde ziektebeelden natuurlijk ook veranderingen zijn waardoor er tijdelijk een toename van zorgvraag is en er meer meerzorg nodig is, bijvoorbeeld door veranderingen in het gezin, doordat een kind of volwassene in een nieuwe levensfase komt waarbij nieuwe problemen komen kijken, of door tijdelijk probleemgedrag; noem het allemaal maar op. Dus het kan wel degelijk zo zijn dat de meerzorgaanvraag daardoor verandert. Dat is een lastig aspect, want eigenlijk hebben we meerzorg oorspronkelijk bedacht voor situaties waarin er tijdelijk extra zorg nodig is maar de verwachting is dat die ook weer afneemt. Daar worstelen we een beetje mee. Dat geldt helemaal als er sprake is van een intensieve zorgvraag die over veel langere tijd plaatsvindt. Is meerzorg daar dan eigenlijk wel het middel voor of zouden we daar een heel ander potje voor moeten optuigen? Dat is ook nog een vraag die bij VWS speelt. Ik denk dat het goed is als de formerende partijen daar ook even naar gaan kijken. We zien namelijk best wel een heel groot verschil tussen de toepassing van meerzorg in de intramurale setting, waar het vaak voor korte duur is bij tijdelijke crisissituaties, en dus thuis bij dit soort gezinnen. Ik kan alleen maar zeggen dat dit nadrukkelijk mijn aandacht heeft, dat we hiermee bezig zijn en dat het streven is om het "indicatiecircus", zoals ik het noem, zo veel mogelijk in te perken, zeker in dit soort gevallen. Maar dat blijft juist bij dit instrument best lastig, vanwege de aard en vanwege hoe het ooit bedacht is. Mevrouw Dobbe stelde een vraag over de plannen om 140 miljoen te bezuinigen. Hier hebben we het al vaker over gehad. Ik hoop dat het voor mevrouw Dobbe duidelijk is. Er is een motie ingediend over het terugdraaien van de bezuinigingen voor 2026. Dat was een motie zonder dekking. In principe is de regel binnen het kabinet dat we een motie dan niet uitvoeren, maar dat heb ik niet voor niets wel gedaan. Ik snap de vraag heel erg goed. Ik zou ook graag zien dat er in algemene zin zo min mogelijk bezuinigd wordt op de zorg, en specifiek op de gehandicaptenzorg. Ik ben het dus eens met de vraag. Ik heb me er niet voor niets voor ingezet om dat al voor 2026 te regelen. Maar voor de periode daarna gaat het wel over een structureel bedrag. Ik ben een dubbeldemissionaire staatssecretaris, die leunt op 26 zetels. Het is voor mij heel erg lastig om te regelen dat daar structureel 140 miljoen voor komt, al helemaal omdat ik dat binnen mijn eigen portefeuille zou moeten regelen en ik eigenlijk nergens een plek zie in de langdurige en maatschappelijke zorg waarvan ik denk: daar kunnen ze best 140 miljoen missen. Ik snap de vraag, maar tegelijkertijd zou ik de verantwoordelijkheid een klein beetje terug willen leggen. Als ik er nog zit ten tijde van de Voorjaarsbegroting, dan ga ik heel graag samen met de Kamer kijken naar een amendement om te zien of en hoe we dit kunnen regelen. Maar ik denk dat ik hierbij ook nadrukkelijk moet kijken naar de formerende partijen en naar hoe zij deze plannen gaan oppakken.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Het punt is duidelijk. Zoals ik al zei, heb ik binnen mijn portefeuille gekeken of ik het zelf kan dekken, maar dan moet ik op andere punten gaan schrappen, waar de pijn net zozeer gevoeld zal worden. Het is heel erg lastig. Ik wil genoemd hebben dat er ook een aantal investeringen gedaan zullen worden in de gehandicaptenzorg en dat het totale budget wel zal toenemen. Maar goed, ik verwacht dat we dan terechtkomen in een minder-meerdiscussie, waar niemand zin in heeft, dus laten we dat vooral laten voor wat het is. Het aanbod staat. Ik ga graag samen met mevrouw Dobbe kijken of we ergens ruimte kunnen vinden. Mij is dat tot nu toe niet gelukt, maar het zou mij ook een lief ding waard zijn als het wel kan.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Zoals ik al zei in antwoord op de vragen van mevrouw Westerveld: dat is een van de opgaven die we hebben vanuit het VN-verdrag Handicap. We moeten ervoor zorgen dat de regeldruk afneemt en dat voor mensen duidelijk wordt waar ze terechtkunnen met zorgvragen, met vragen over budgetten et cetera. Daar ben ik mee bezig, samen met mijn collega's van SZW, want daar zit ook een hele hoop regelgeving waar mensen tegenaan lopen. Binnen mijn eigen dossier ben ik onder andere bezig met het verlengen van de indicatiestellingen en met het makkelijker maken van domeinoverstijgend indiceren, zodat mensen niet gevangen komen te zitten tussen de zorgwetten, want heel veel mensen hebben natuurlijk een vraag die over de domeinen heen gaat. We zetten hierin dus verschillende stappen, maar dit blijft een veelkoppig monster.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Een verhelderende vraag: gaat het mevrouw Wendel dan specifiek om deze groep, om dit dossier, of om de gehele gezondheidszorg? In dat laatste geval wordt het wel heel breed voor mij als staatssecretaris alleen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dat is prima. Dat kan ik gewoon meenemen in de rapportages over het VN-verdrag Handicap. Dat is immers een van de opdrachten die we daarin meenemen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: De rol die ik daarin voor mijzelf weggelegd zie, is dat ik denk dat het heel goed is dat we kijken naar waar die beoordeling precies uit bestaat. Een van de dingen die je nu ziet terugkomen, is het volgende. Ik heb vraagtekens bij het beoordelen op basis van de aard en de strekking van de zorgvraag. Nu krijg je namelijk een situatie waarin er opnieuw een soort medisch-inhoudelijke beoordeling plaatsvindt bij zorgkantoren, waarbij zij gaan kijken naar de bijzonderheid van de zorgvraag in vergelijking tot het zorgzwaartepakket. Ik denk dat die beoordeling voor elke zorgprofessional heel lastig te maken is, met name als je de persoon in kwestie nooit gezien of gesproken hebt. Als je geen anamnese kunt afnemen, geen lichamelijk onderzoek kunt doen, en alleen een papieren dossier voor je hebt liggen, dan is het heel lastig om de bijzonderheid of de aard en omvang van een aanvraag goed te kunnen beoordelen. Dat is een van de opties. Vanuit mijn persoonlijke achtergrond, zo zou ik het willen zeggen, vind ik dat een lastige optie. Dat nemen we dus heel nadrukkelijk mee in de regelgeving. Tegelijkertijd zitten er ook haken en ogen aan de 125% van de uren, wat we eerder besproken hebben. Ik ben dus aan het verkennen hoe we dat makkelijker zouden kunnen maken. Daarnaast is de vraag of het geen aanzuigende werking heeft als je puur die 125% hanteert. Het zou kunnen dat mensen die eigenlijk op 120% zouden zitten, het dan snel iets ophogen naar 125% om te zorgen dat ze toch aan de aanvraag kunnen voldoen. Dit zijn allemaal factoren die we meenemen. Ik ben daar nadrukkelijk mee bezig. Als we heel dicht bij de praktijk blijven, kijken naar wat de cliënten hierin nodig hebben en kijken hoe we zowel hen als de zorgverleners, die met de beste intenties zo'n aanvraag doen, ter wille kunnen zijn, dan verwacht ik dat we tot een goede oplossing gaan komen, waarbij we niet opnieuw in deze problemen zullen vervallen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Een van de uitgangspunten van de nieuwe regelgeving — dat noemde ik ook in de inleiding — is dat er voldoende maatwerk geleverd wordt voor mensen bij wie het budget aangepast wordt of wegvalt. Dat is nadrukkelijk een van de uitgangspunten die ik daarin meeneem.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ik heb op zeer korte termijn het gesprek met de zorgkantoren, waarin ik verwacht van hen een positief bericht te horen over het beoordelingskader dat zij gaan hanteren totdat de nieuwe regelgeving ingaat. Ik hoop de Kamer daar in januari over te kunnen informeren. Dat is mijn inzet. Dan is er vanaf januari in ieder geval duidelijkheid over hoe het in heel 2026 zal gaan. Het is natuurlijk ook nadrukkelijk het streven dat het beoordelingskader in het verlengde ligt van wat wij met de wet- en regelgeving ook al gaan doen. Ik verwacht niet dat er op 1 januari 2027 ineens weer een hele nieuwe realiteit zal zijn. Mijn streven is dat we vanaf januari duidelijkheid kunnen gaan bieden. Tot die tijd bieden we coulance en zorgen we dat mensen niet tussen wal en schip vallen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ik denk dat je ze deze twee dingen kan meegeven: ik zet erop in dat zorgkantoren contact opnemen met de mensen die voor eind oktober een afwijzing hebben gekregen en dat we verwachten dat er in januari duidelijkheid komt. Leuker kan ik het helaas niet maken, maar ik denk dat dat de boodschap is.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ik begin dan ook meteen met de vraag van mevrouw Coenradie. Ik heb niet zelf met de zorgkantoren gebeld, want dat is mij niet gelukt binnen de schorsing van drie minuten. Maar ik heb gelukkig wel een fantastisch team, dat al tijdens het debat contact heeft opgenomen met ZN. Die waren wat overvallen door de vraag, maar ze zijn hier wel toe bereid. Tegelijkertijd hebben zij gezegd dat voor de kerst wel heel erg lastig wordt. Ten eerste moeten zij duidelijk maken om welke dossiers het gaat. Vervolgens moeten al die mensen gebeld worden. Maar ze willen mensen niet gaan bellen met een lege huls. Ze willen er echt voor zorgen dat ze voordat ze mensen gaan bellen, daadwerkelijk het dossier op orde hebben, zodat ze hun duidelijkheid kunnen bieden. Dus willen ze dit doen? Ja. Willen ze dit op zeer korte termijn doen? Ook ja. Daarin hebben zij zich dus heel bereidwillig opgesteld. Maar zij zeggen ook dat er een kans is dat dit proces tot in januari moet doorlopen. Dat vond ik persoonlijk al winst. Ik zie mevrouw Coenradie knikken, dus ik hoop dat zij dat ook vindt. Ik zou de uitkomst hiervan graag in de brief van januari mee willen nemen. Mevrouw Westerveld vroeg of het tijdspad geschetst kan worden. Ook die vraag zou ik in januari mee willen nemen in de brief.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dan de moties. De motie op stuk nr. 454: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 455 is iets te kort door de bocht. Ik lees de motie zo dat dan eigenlijk alle aanvragen toegekend moeten worden. Er zijn aanvragen waarmee mensen nu tussen wal en schip zijn gevallen, maar er zijn natuurlijk ook aanvragen die niet toegekend zijn omdat ze gewoon niet toegekend moeten worden, omdat ze niet voldoen aan de kaders die we geschetst hebben. Bij het vorige kader en het toekomstige kader worden ze ook niet toegekend. De motie is dus iets te kort door de bocht. Daarom moet ik 'm ontraden.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Als het puur gaat om een herindicatie bij exact dezelfde situatie met exact hetzelfde bedrag, dan kan ik de motie uiteraard oordeel Kamer geven. Maar er zijn natuurlijk ook herindicaties waarbij om een hoger bedrag wordt gevraagd, en waarbij dat hogere bedrag niet wordt toegekend omdat het niet binnen de afgesproken kaders past. Dat maakt het een beetje lastig. Dan ga ik dus weer heel erg in het werk van de zorgkantoren zitten en zeggen hoe zij die taak precies moeten invullen. Ik kan niet nu van tevoren zeggen dat in alle gevallen van een herindicatie exact het gevraagde bedrag toegekend moet worden. We zijn er wel mee bezig dat het in principe door zou moeten lopen als het exact dezelfde situatie betreft en er om exact hetzelfde bedrag wordt gevraagd. Snapt mevrouw Ten Hove wat ik bedoel?

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: De motie op stuk nr. 456 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 457 krijgt ook oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Ja. Ik probeer heel even te kijken ... Het was een lange zin. De zorgkantoren nemen niet per brief maar persoonlijk contact op met de mensen die een afwijzing hebben gehad. Zij zorgen dat dat niet alleen een leeg telefoontje is, maar dat ze ook daadwerkelijk wat kunnen bieden. Ze zullen dan de coulance betrachten die ook bij de mensen heeft plaatsgevonden die na eind oktober de aanvraag hebben gedaan, namelijk dat het budget tijdelijk wordt toegekend in afwachting van de nieuwe regels. Dat gebeurt op een zo kort mogelijke termijn, namelijk voor de kerst of in januari. Volgens mij zeggen we nu hetzelfde.

Bron, video en gesprek →