Online kinderrechten
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Eddie van Marum
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Staatssecretaris Van Marum: Dank u wel, voorzitter. Dank aan uw commissie voor het stellen van de vragen. De bescherming van kinderen en jongeren in de digitale wereld is belangrijk. Dat onderwerp ligt mij ook na aan het hart. Ik vind het daarom ook fijn dat ik samen met mijn collega, de staatssecretaris van VWS, vandaag met u over dit onderwerp kan spreken. Helaas kan mijn collega van OCW er niet bij zijn. Daarom zal ik de aan hem gerichte vragen beantwoorden. In september lanceerde ik de publiekscampagne "Blijf in beeld". Dat is een campagne die ouders helpt om te gaan met het smartphonegebruik van hun kind. Tijdens de lancering sprak ik met kinderen over hoe zij de digitale wereld ervaren. Het viel mij op dat sommige kinderen zich heel bewust zijn van de risico's en andere kinderen niet. Bij ouders zie ik dat de zorgen over de risico's van de digitale wereld de laatste tijd enorm zijn gegroeid — maar bij sommige ouders ook weer niet. In de media lezen we vaak over gevaarlijke situaties voor kinderen online, bijvoorbeeld dat kinderen worden afgeperst in criminele chatgroepen of dat een chatbot gevaarlijke adviezen geeft. Maar de digitale wereld biedt ook belangrijke kansen voor kinderen, zoals toegang tot kennis en informatie, creativiteit en sociale verbinding. Wat zou het mooi zijn als de digitale diensten zich ook daarop zouden richten en kinderveilige diensten zouden ontwikkelen. Dit wordt ook wel safety by design genoemd. Ik wil niet dat kinderen helemaal geen toegang tot technologie hebben. Een belangrijk recht van kinderen is juist dat ze hier wél toegang toe hebben. Ik wil ook dat die technologie veilig voor hen is. Internationaal, Europees en nationaal zetten we dan ook in op de volgende punten. Allereerst stellen we internationaal het VN-Kinderrechtenverdrag centraal. In dit verdrag zijn belangrijke rechten van kinderen opgenomen, zoals het recht om te spelen, te leren en veilig te zijn. Deze rechten zijn ook online van toepassing. Vervolgens hebben we binnen de Europese Unie allerlei aanvullende wetten gemaakt, zoals de Digitaledienstenverordening, ook wel bekend als de Digital Services Act, de DSA. Die zorgt ervoor dat de digitale wereld veilig is voor kinderen, of veilig zou moeten zijn voor kinderen. In Nederland maken we beleid dat ook past binnen deze wettelijke kaders. Zo heb ik samen met mijn collega's de Strategie kinderrechten online opgesteld, niet alleen met OCW en VWS, maar ook met de minister van Economische Zaken én de staatssecretaris Participatie en Integratie. Deze strategie is begin september aan uw Kamer gestuurd. Daarin beschrijven we op welke manier wij de risico's willen wegnemen. Belangrijke onderdelen van die strategie zijn: voorlichting aan ouders, bijvoorbeeld via de campagne Blijf in beeld en het uitvoeren van kinderrechtenimpactassessments, ook wel KIA's, genoemd. Deze KIA is door de Europese Commissie overgenomen en is onderdeel geworden van de richtsnoeren onder de DSA. Dit betekent dat de Europese Commissie de KIA aanbeveelt om te gebruiken. Daar ben ik blij mee, maar we zijn er nog niet. Ik blijf mij daarom ook zelf inzetten voor een verplichting van het kinderrechtenimpactassessment. Verder willen we verslavende ontwerpen verbieden; hier kom ik zo op terug. De Strategie kinderrechten online bevat beleid dat we vanuit de rijksoverheid voeren. Met enkel onze inzet komen we er niet. Alleen samen met onder meer ouders, scholen en bedrijven kunnen we zorgen voor een veilige digitale omgeving voor kinderen. Iedereen moet daarom ook zijn verantwoordelijkheid nemen. Allereerst spelen ouders een centrale rol in de digitale opvoeding van kinderen. Als geen ander weten ouders wat risicovol is voor hun kind. Zij weten wat hun kind wel of niet aankan en kunnen met hen daarover in gesprek. Via de publiekscampagne Blijf in beeld proberen we ouders bewust te maken van de rol die zij spelen in de digitale opvoeding. De campagne wordt ondersteund door de website Jouw Kind Online, waar ouders allerlei tips kunnen vinden. Ondanks de goede bedoelingen zijn er ook nog ouders die we niet bereiken, maar we blijven dat wel proberen door allerlei acties, zowel op het internet als in reclames. Verder is een goede onlinebescherming voor kinderen zeker ook de verantwoordelijkheid van bedrijven die onlinediensten voor kinderen maken. Zij moeten ervoor zorgen dat die diensten veilig zijn. Volgende week spreek ik hier ook uitgebreid over met mijn Europese collega's tijdens de informele Telecomraad. Onlineplatforms zijn op basis van de Digitaledienstenverordening verplicht om kinderen het hoogste niveau van veiligheid, privacy en beveiliging te bieden. Zij moeten deze verantwoordelijkheid heel serieus nemen. Dit betekent onder andere dat zij schadelijke inhoud tijdig en doeltreffend dienen te verwijderen, dat zij optreden tegen de onlineverkoop van verboden middelen, zoals vapes, alcohol en wapens, aan kinderen, dat zij ervoor zorgen dat kinderen niet worden blootgesteld aan gevaarlijke chatbots of digitale praathulpjes en dat er geen reclames worden vertoond die ongepast zijn voor kinderen. Ook dienen zij te zorgen voor een gebalanceerde, niet-eenzijdige content en dat kinderen niet geprofileerd worden voor commerciële doeleinden. De Europese Commissie heeft op basis van de Digitaledienstenverordening procedures lopen tegen bijvoorbeeld TikTok en Meta, omdat zij minderjarigen mogelijk te weinig beschermen. Ik volg deze procedures op de voet, en als online niet aan de DSA-verplichtingen voldaan wordt, kan de Europese Commissie aan een bedrijf een boete van 6% van hun wereldwijde omzet opleggen. Daarnaast heeft de Europese Commissie aangegeven dat ze verslavende elementen in digitale diensten verder wil aanpakken in de Digital Fairness Act. Deze toekomstige Europese wet wil handelspraktijken eerlijker maken voor consumenten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat verslavende elementen daadwerkelijk voorkomen en dat dit nu niet goed gereguleerd is. Ook als kabinet zijn wij hier een voorstander van, want kinderen kunnen niet op tegen de vele verleidingstechnieken van de digitale diensten. Bovendien geven kinderen zelf aan dat ze minder op hun telefoon willen zitten, maar dat ze dat niet lukt. Ze geven aan dat ze steeds gepusht worden om bijvoorbeeld een app te gebruiken. Hier willen we van af. We willen af van de lange schermtijden die ertoe leiden dat een grote groep kinderen te weinig beweegt, waardoor de bijziendheid onder kinderen toeneemt. In een brief aan de Europese Commissie, ook wel non-paper genoemd, geven we als Nederland aan wat onze wensen zijn. Zo pleiten we in die brief voor een verbod op verslavende algoritmen in ontwerptechnieken. Naast deze aanpak is ook mijn ministerie continu met aanbieders van digitale diensten in gesprek. Daarbij wijzen we hen op hun verantwoordelijkheid om te allen tijde het belang van het kind in hun dienst voorop te zetten. Tot slot. Naast ouders en bedrijven spelen natuurlijk ook scholen een belangrijke rol bij het zorgen voor een veilige digitale omgeving voor kinderen. In het onderwijs zijn al belangrijke stappen gezet, zoals de landelijke richtlijn om geen smartphones meer toe te laten in de klas. De eerste onderzoeken naar het effect van deze richtlijn zijn positief. Door de smartphones uit de klassen te weren, kunnen kinderen zich in de klas beter concentreren en voelen ze zich veiliger in de klas. Maar zoals ik aan het begin al zei: we moeten samenwerken om de digitale wereld veiliger te maken voor kinderen. Ik blijf me daarom ook samen met mijn collega's heel hard inzetten voor deze wens, want het is gewoon nodig. Dan ga ik nu over tot de beantwoording van uw vragen. Dat zal ik doen in een aantal blokjes. Ik begin met wettelijke instrumenten, daarna leeftijdsverificatie, strategie, online kinderrechten, overig. Daarbij heb ik nog de vragen aan OCW. Ik begin met de wettelijke instrumenten. De heer Six Dijkstra vroeg of ik de zorgen deel over hoe jongeren worden geprofileerd en getarget. Ik onderschrijf het belang van het recht van betrokkenen om gegevens te laten verwijderen én dat dit recht toegankelijk en effectief moet zijn, in het bijzonder wanneer het minderjarigen betreft. Als wij hier actie op willen ondernemen, dan ligt dat primair bij mijn collega, de staatssecretaris van JenV. JenV geeft aan dat de AGV een evenwichtig juridisch kader biedt voor het verwijderen van persoonsgegevens. Ook geven ze aan dat de Autoriteit Persoonsgegevens laagdrempelige en toegankelijke informatie biedt op hun website. Ik zal met mijn collega, de staatssecretaris van JenV, nóg een keer bespreken of het verwijderen van gegevens nog makkelijker gemaakt kan worden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Dat wil ik zeker wel meenemen. Het is een complexer probleem omdat er gewoon ook meer doeleinden achter zitten, die ook de economie kunnen raken, maar in dit geval, waar het kinderen betreft, vind ik het zeer belangrijk. Dus ik zal proberen om daarover met elkaar tot een evenwichtig verhaal te komen. Ik had een vraag van mevrouw Dral: welke verantwoordelijkheid nemen platforms naar aanleiding van de gesprekken tussen hen en BZK over de KIA's? Dat is eigenlijk heel simpel: dat weten we op dit moment nog niet. Deze maand vinden weer gesprekken plaats met de platforms. We zullen tijdens deze gesprekken aandringen op effectieve maatregelen en toegang tot de informatie hierover. Ik zal uw Kamer ook op de hoogte houden van de uitkomsten van deze gesprekken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Ik kijk even naar mijn ambtenaren. Een deel van de beantwoording daarvan komt later nog, maar ik kan wel zeggen dat er eindigheid aan zit. Mevrouw Dral vroeg ook: ziet de staatsecretaris aanleiding tot voorlopige maatregelen om risico's te voorkomen, c.q. te beperken, gezien het feit dat de KIA's aantonen dat er een enorme hoeveelheid schadelijke content op de platforms is? Ja, die zie ik. Ten eerste zal ik hierover met de platforms in gesprek gaan. Daarnaast heb ik het expertisecentrum onlinemisbruik Offlimits gevraagd om met een voorstel te komen voor een uitbreiding van hun meldpunt. De bedoeling hiervan is dat Offlimits niet alleen illegale content behandelt maar ook een rol gaat spelen bij het signaleren van schadelijke en onwenselijke vormen van content en dat Offlimits een actieve rol krijgt bij het aanpakken hiervan. Dan kom ik bij een vraag van de heer Six Dijkstra: kan de staatssecretaris erop ingaan waarom er geen one-size-fits-all-leeftijdsverificatie mogelijk zou zijn? Omdat leeftijdsverificatie een zwaar middel is, moet in concrete situaties gekeken worden of de inzet daarvan proportioneel is. Zo is de inzet van leeftijdsverificatie bij diensten en producten die aantoonbaar schadelijk zijn voor kinderen eerder gerechtvaardigd dan bij diensten en producten waarvoor dat niet het geval is. Voorbeelden van de eerste categorie zijn tabak, gokken en alcohol. Dat wordt sectoraal geregeld.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Ik ben nog niet zover als u nu net stelt, maar ik hou dat wel scherp in de gaten, zodat we die bescherming in kunnen zetten indien er goede mogelijkheden zijn om die in te regelen. Maar op dit moment ben ik nog niet zover dat ik zeg dat het al geregeld is en dat het voldoende beschikbaar is. Er zitten nog haken en ogen aan. Laat ik in elk geval zeggen dat het wel alle aandacht heeft. We kijken hoe we 'm zo effectief mogelijk kunnen inzetten.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Volgens mij heb ik dat eerder in een brief uitgelegd. U zegt van niet. Als het nodig is, zal ik het u nog een keer uitleggen. Maar er zitten nog wat problemen in waardoor wij het op dit moment nog niet door kunnen voeren. De heer Valize vraagt hoe en op welke punten er wordt ingezet op handhaving van de DSA. In de Jutlandverklaring, die ik volgende week tijdens de Telecomraad ga ondertekenen, roep ik samen met andere Europese landen de Europese Commissie ertoe op om de DSA effectief te handhaven. Punten waarop we de handhaving vragen, zijn onder meer het tegengaan van schadelijke elementen voor kinderen, zoals schadelijke content en schadelijke algoritmen. De heer Valize en NSC vragen wat er misgaat met leeftijdsverificatie op basis van iDIN. De heer Six Dijkstra vraagt waarom bestaande verificatietechnologieën zoals iDIN niet volstaan. iDIN is inderdaad een zeer betrouwbare en robuuste manier van leeftijdsverificatie. iDIN kan echter alleen gebruikt worden als iemand 18 jaar of ouder is en een betaalrekening heeft. In opdracht van BZK onderzoekt TNO op dit moment verschillende methoden van leeftijdsverificatie die voldoen aan de eisen van de veiligheid en privacy. Per dienst zal altijd moeten worden beoordeeld welke vorm van leeftijdsinschatting of leeftijdsverificatie passend en proportioneel is. Dan de vraag van de heer Valize: hoe kijkt het kabinet naar het feit dat er tal van methoden zijn om de verificatie te omzeilen? Ik wil daar graag even op terugkomen op het moment dat de resultaten van het TNO-onderzoek bekend zijn. Ik wil daarover ook de toezegging doen dat ik TNO erop ga wijzen dat deze vraag er ligt en dat ik ze ga vragen of ze daarop in willen gaan. Mevrouw Kathmann had een vraag over sociale media. Zij vroeg of ik vind dat socialemediabedrijven genoeg doen om hun platforms niet meer verslavend te maken, of Nederland een plan heeft om alle aangenomen moties die pleiten voor minder verslavende sociale media, uit te voeren en dit in Europa voor elkaar te boksen en wat mijn strategie is. Heel duidelijk: nee, ik vind dat socialemediabedrijven niet genoeg doen om hun platforms niet meer verslavend te maken. Daarom maak ik me er in Europa ook hard voor om die verslavende ontwerpen aan banden te leggen. Samen met de minister van Economische Zaken werk ik momenteel aan een brief aan de Europese Commissie. Dat is een zogenaamd non-paper. Deze brief zal binnenkort aan uw Kamer en aan de Europese Commissie gestuurd worden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Zal ik 'm even afmaken en dan de vraag beantwoorden? Ook zal ik volgende week samen met andere Europese lidstaten de Jutlandverklaring tekenen, die de Europese Commissie ertoe oproept om verslavende ontwerpen te verbieden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Ik vind het even te ruim gezegd om te zeggen dat alle moties worden meegenomen, want ik weet niet precies over welke moties het dan gaat. We hebben in de afgelopen periode natuurlijk ook iets over die moties gezegd, dus om het nou zo scherp te stellen … Maar weet wel dat de strekking van die moties en de oproepen die daarin zitten, wel meegenomen worden in hetgeen wij voor elkaar proberen te krijgen. Maar ik vind het een stap te ver om nu te zeggen dat ik alle moties onverkort kan uitvoeren of daar te berde kan brengen. Maar de strekking van de moties is volstrekt duidelijk en is ook breed gedragen, dus die wordt zeker uitgedragen in wat wij in Europa proberen voor elkaar te krijgen. Mevrouw Koekkoek van Volt vroeg: kan de staatssecretaris concreet aangeven hoe Nederland platforms gaat dwingen om hun algoritmes veiliger te maken, bijvoorbeeld door transparantie over hun aanbevelingssystemen verplicht te stellen? Transparantie over aanbevelingssystemen is al verplicht volgens artikel 27 van de Digitaledienstenverordening, DSA. Hier wordt door de Europese Commissie ook toezicht op gehouden. Daarnaast kent de DSA ook veel bepalingen die erop zien dat algoritmes veiliger worden gemaakt, ook voor kwetsbare groepen zoals kinderen. Wel zie ik dat in de DSA verslavend ontwerp nog niet goed geregeld is. Ik pleit samen met de minister van Economische Zaken voor het verbieden van verslavend ontwerp via de Digital Fairness Act. Dan de volgende vraag. Leeftijdsverificatie mag niet uitmonden in een algemene identificatieplicht. Hoe ziet het kabinet dat? Daar ben ik het mee eens. Leeftijdsverificatie is een zwaar middel. Per situatie moet goed worden afgewogen of leeftijdsverificatie het beste middel is, dus of het proportioneel is. Van een algemene plicht tot verificatie kan dus geen sprake zijn. Ik wil wel onderzoeken in welke uitzonderlijke situaties het opheffen van anonimiteit proportioneel is, maar dat is breder dan online kinderrechten.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Volgens mij ben ik redelijk duidelijk geweest in het antwoord. Een aantal zaken worden gewoon al verplicht gesteld in de DSA en daar wordt ook toezicht op gehouden. In de DSA zitten ook bepalingen die zien op het veiliger maken van de algoritmes. Maar een van de zaken die daar nog niet goed in geregeld is, is verslavend ontwerp. Komende week gaan wij daar in Denemarken aandacht voor vragen, zodat we daar dan ook beter tegen op kunnen treden. Dus nee, ik zie niet dat wij op dit moment nog meer kunnen doen dan we op dit moment al doen, maar ik zie wel een beweging: we doen ons best om grip te krijgen op een aantal schadelijke elementen, die daar absoluut in zitten. Als we daar via Europese regelgeving grip op krijgen, zal daar wat mij betreft ook gewoon de handhaving op aangepast moeten worden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: De Europese Commissie heeft al veel extra middelen voor toezicht vrijgemaakt. De Europese Commissie zet daarmee ook al in op extra handhaving, dus ik denk wel dat u daarmee ook voor een deel op uw wenken bediend zou kunnen worden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Ik ben onvoldoende technisch ingevoerd om daar nu een direct antwoord op te kunnen geven. Ik weet dat er diverse technieken zijn. Ik weet dat er plussen en minnen zitten aan die diverse technieken. Ik ben op dit moment nog niet zo ver dat ik kan zeggen: hé, die techniek is waterdicht en geschikt voor hetgeen we beogen. Dus ik laat mij graag ook informeren door TNO. Indien uw Kamer voorstellen heeft, dan wordt dat allemaal serieus bekeken. We snappen het doel, maar we zijn wel op zoek naar het juiste middel dat de juiste proportionaliteit heeft maar ook de effectiviteit die het zou moeten hebben. Daarmee ga ik naar mijn volgende blokje, de strategie voor online kinderrechten. Ik kreeg de volgende vraag van mevrouw Van der Werf, mevrouw Koekkoek en de heer Valize. Er ligt een kabinetsstrategie. Gaat de staatssecretaris andere departementen aanspreken als zij niet voldoende doen om kinderen te beschermen, gaat hij voorkomen dat het allemaal losse projecten zijn, en is jaarlijks rapporteren voldoende? Mijn antwoord daarop is ruimhartig en volmondig: ja, dat zal ik zeker doen als dat nodig is. Maar ik vertrouw er ook op dat de verschillende departementen die betrokken zijn bij de strategie hun beleid en voornemens ook uitvoeren zoals besproken. Verder monitor ik de voortgang via het interdepartementaal overleg kinderen online. Hierin vindt periodiek afstemming plaats en wordt met de meest betrokken departementen, OCW, VWS, SZW, EZ en JenV, de voortgang besproken. De strategie is uitgewerkt in concrete opgaven en maatregelen met mijlpalen. Hierop vindt ook monitoring plaats. Periodiek evalueren we op doelmatigheid en doeltreffendheid. Ik informeer uw Kamer jaarlijks, maar evaluatie vindt natuurlijk vaker plaats. Mevrouw Van der Werf van D66 heeft gevraagd hoe het kabinet gaat voorkomen dat we blijven hangen in vrijblijvende instrumenten. Ik ben het niet met u eens dat we alleen inzetten op vrijblijvende instrumenten. Zo staan in de Digitaledienstenverordening, DSA, een aantal stevige wettelijke verplichtingen om kinderen beter te beschermen. Verder wil ik het verbod op het verslavende ontwerp via de Digital Fairness Act regelen. Ik zet mijzelf er ook voor in om het kinderrechtenimpactassessment, KIA, in Europees verband ook wettelijk te verplichten. Dan de vraag van mevrouw Dral: hoe komt de staatssecretaris tot de conclusie dat mijn motie ten aanzien van het betrekken van de netwerkpartners is afgedaan? Het betrekken van de netwerkpartners is een continu verhaal. Ik blijf netwerkpartners continu erbij betrekken, nu en in de toekomst. Het soort en het aantal partners kan in de tijd verschillen. De inzet van deze motie is daarmee structureel onderdeel van mijn beleid. Voor de strategie heb ik bijvoorbeeld netwerkpartners, zoals Netwerk Mediawijsheid, Het Trimbos-instituut en UNICEF, ook al actief betrokken bij het vormen van beleidslijnen. Dan de vraag van mevrouw Kathmann: wat doen de staatssecretarissen om volwassenen meer te leren over de onlineleefwereld van jongeren? Hoe controleren de staatssecretarissen BZK en JPS of alle acties die zij doen richting volwassenen ook effectief zijn? Zijn er cijfers die laten zien of ouders mediawijzer zijn geworden? Wij leren volwassenen meer over de onlineleefwereld van jongeren door bijvoorbeeld de publiekscampagne Blijf in beeld. Ouders krijgen via deze campagne tips, uitleg en hulpmiddelen. Op de website Jouw Kind Online kunnen zij ook terecht voor praktische ondersteuning. De staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport heeft daarnaast in juni de richtlijn voor gezond en verantwoord schermgebruik gepubliceerd. Deze richtlijn helpt opvoeders ook bij het maken van keuzes voor hun kinderen. We controleren of onze acties effectief zijn door middel van beleidsevaluaties, bijvoorbeeld door het periodieke effectonderzoek van de publiekscampagne. Ook wordt het Netwerk Mediawijsheid elke vijf jaar geëvalueerd. Er zijn geen harde cijfers over hoe mediawijs ouders precies zijn, maar uit het jaarlijkse mediaonderzoek van Netwerk Mediawijsheid blijkt dat veel ouders van jonge kinderen zich wel zeker genoeg voelen om uitleg te geven over de digitale media.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Er zitten twee kanten aan dit verhaal. Vooropgesteld: ik neem het serieus. Toen de digitale wereld nog niet bestond, had ik ook weleens het idee dat ik niet begrepen werd. Dat is één kant van het verhaal. Maar ik neem het wel serieus, want ik denk dat het in dit geval ook echt zo is. Ik denk dat een hele hoop ouders, opvoeders en mensen in de schoolsector zich soms onvoldoende bewust zijn van wat zich allemaal afspeelt op dat internet, waar kinderen allemaal mee geconfronteerd worden en hoe snel dingen gaan. Ik denk dat wij ons blijvend in moeten zetten in onze campagnes om dat ook gewoon duidelijk te maken. Ik zal dat signaal ook onder mijn collega's verspreiden en er misschien in de gesprekken nog eens over nadenken hoe wij daar nog beter dan wij nu al proberen te doen, aandacht voor kunnen krijgen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Op al mijn beleidsterreinen vind ik het belangrijk dat je praat met mensen in plaats van over mensen. Dat ga ik dus zeker doen. Ik wil zeker ook wel kennisnemen van wat ze daar opgeschreven hebben. Ik wil zelfs nog wel de toezegging doen dat ik er in een brief op terugkom wat ik wel en wat ik niet mee kan nemen. Dan komen we bij de volgende vraag, die hier eigenlijk ook een beetje op ziet, namelijk: wat doen de staatssecretarissen om niet alleen over jongeren maar ook met jongeren te praten? Hebben jongeren al een stem gehad in de plannen van het kabinet? Hoe is dat gedaan en wat gaat het kabinet doen om jongeren veel meer te betrekken? Ik heb de adviezen van de jongeren zeker ook al meegenomen bij het formuleren van de Strategie kinderrechten online. Zo heb ik van kinderen geleerd dat zij het geen probleem vinden om met hun ouders over hun telefoongebruik te praten. Dat vormde ook weer de inspiratie voor de publiekscampagne. Ik ben het met u eens dat de jongerenparticipatie geen doel op zich is, maar door met jongeren te praten krijg ik gewoon een beter beeld van hun onlineleefwereld, wat zij leuk vinden en waar zij tegenaan lopen. Ik praat ook met de jongeren in de Jongerenraad Digitalisering. Deze wisselt ieder jaar van samenstelling om steeds andere kinderen een kans te geven om mij advies te geven. Ook hierover zeg ik: ik doe dat in de breedste zin van het woord. Ik heb eigenlijk in al mijn portefeuilles aandacht voor kinderen, wat zij meemaken en wat zij belangrijk vinden, want dat is onze toekomst. Ik vind dat onze toekomst beschermd moet worden en dat we daar goed mee om moeten gaan. Dan ben ik aan het einde van dit blokje gekomen en ga ik naar het blokje overig. Wanneer kan de Kamer de kabinetsreactie verwachten op het rapport "De prijs van gratis internet" van het Rathenau Instituut? U kunt de kabinetsreactie voor het kerstreces tegemoetzien. Een vraag van mevrouw Van der Werf: wanneer ontvangt de commissie de kabinetsreactie op de initiatiefnota Digitaal kinderwetje van het lid Van der Werf? De kabinetsreactie op beide initiatiefnota's, die van u en die van de leden Ceder en Six Dijkstra, is momenteel in een afrondende fase. Omdat meerdere departementen betrokken zijn bij dit onderwerp, vraagt het wel een zorgvuldige afstemming om tot een gezamenlijke integrale reactie te komen. Deze afstemming is bijna afgerond. Ik verwacht de gebundelde kabinetsreactie in november aan uw Kamer te kunnen sturen. Hoe beschermen we in Nederland onze verkiezingen tegen onlinemanipuleren? Ons kiesstelsel en ons verkiezingsproces zijn robuust. Tegelijkertijd moeten we wel waakzaam blijven. We hebben in Europa wetten gemaakt die sociale media verplichten verkiezingen te beschermen, illegale terroristische content te verwijderen en radicaliserende algoritmen aan te pakken. Dat zijn in de Europese Digitaledienstenverordening, DSA, artikel 34 en artikel 35. De Europese Commissie is onafhankelijk toezichthouder op de verplichtingen voor TikTok. Er zijn handhavingsprocedures begonnen tegen TikTok over de mogelijke niet-naleving van de DSA door verspreiding van desinformatie tijdens de verkiezingen in Roemenië en over het verspreiden van haatzaaiende content. AIVD en MIVD doen daarnaast onderzoek naar statelijke actoren en in welke mate zij een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. Wanneer dit onderzoek stuit op pogingen tot beïnvloeding, manipulatie of verstoring van de verkiezingen, kunnen en zullen de diensten hun wettelijke bevoegdheid ook inzetten om dit tegen te gaan. Dan kom ik bij de vraag van de heer Valize: er zijn zorgen over de toenemende kinderarbeid; op welke termijn kan de Kamer de eerste stukken verwachten? Voor het einde van het jaar ontvangt uw Kamer hierover een brief van mijn collega-bewindspersoon van SZW. Dan de vraag van de heer Six Dijkstra: wat gaat u doen met het rodeknopinitiatief uit de initiatiefnota? Het kabinet vindt het rodeknopinitiatief om 18-jarigen hun onlineverleden te laten wissen sympathiek, maar ziet ook dat dit veel voeten in de aarde heeft. Een schoneleiprincipe is sowieso niet mogelijk, omdat bepaalde gegevens gewoon niet verwijderd mogen worden. Bovendien is dit onderwerp de verantwoordelijkheid van Justitie en Veiligheid. Ik kan wel toezeggen dat ik samen met Justitie en Veiligheid zal verkennen wat wel mogelijk is. Mevrouw Kathmann stelde de volgende vragen. Zijn de staatssecretarissen het ermee eens dat op alle onlineplatforms een makkelijke hulpknop moet komen die verwijst naar Nederlandse hulplijnen en meldmogelijkheden? Welke hulplijnen zijn er nu allemaal waar jongeren naartoe kunnen gaan voor problemen die zich online afspelen? Hoeveel geeft het kabinet uit aan deze hulplijnen? Dat eerste is een sympathiek idee, maar het vraagt ook om onderhoud door de platformen. Ik hou dat liever centraal in de hand, bijvoorbeeld door de site jouwkindonline.nl, die onderdeel uitmaakt van de publiekcampagne. U vroeg welke hulplijnen actief zijn. Dat zijn er te veel om op te noemen, maar een greep hieruit zijn De Kindertelefoon, Helpwanted en PratenOnline. Hoeveel het kabinet daar precies aan uitgeeft, weet ik op dit moment niet. Dat zit bij diverse departementen; ik zou dat moeten laten inventariseren. Dan kom ik bij de vraag van de heer Valize in hoeverre PEGI, Pan-European Game Information, is meegenomen in Gamecheck. Wordt het wiel wederom opnieuw uitgevonden? Wat voegt het exact toe? Het antwoord is: nee, het wiel wordt niet opnieuw uitgevonden. Het zijn twee verschillende dingen. PEGI gaat over de inhoud van de games. Gamewijzer van het NICAM, het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media, is een aanvulling op het PEGI-systeem en geeft meer informatie over de classificatie, over hoe ouders daarmee om kunnen gaan en over waarom een classificatie is toegekend aan een game. Gamecheck, ontwikkeld in opdracht van BZK, gaat over de ontwerpelementen. Gamecheck brengt de risico's in beeld die aan de game verbonden zijn. BZK heeft aan NICAM gevraagd om Gamecheck te integreren in Gamewijzer. BZK en NICAM zijn hierover in gesprek. Dan kom ik de vraag van mevrouw Kathmann: kan de staatssecretaris uitleggen waarom op de begroting van JenV wordt bezuinigd op Offlimits terwijl de meldingen alleen maar stijgen? Ik heb navraag gedaan bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, dat hiervoor verantwoordelijk is. De subsidie voor Offlimits wordt in 2026 niet afgebouwd. De bezuiniging in de begroting wordt door het ministerie binnen de eigen begroting gecompenseerd. Verder heb ik Offlimits gevraagd om een voorstel te maken voor een uitbreiding van hun meldpunt. Ik wil dat Offlimits niet alleen illegale content behandelt, maar ook een grotere rol gaat spelen bij het signaleren van schadelijke vormen van content en een rol krijgt in de aanpak hiervan. Dan kom ik bij mijn laatste blokje, de vragen voor OCW. Kamerlid Van der Werf van D66 zei: de Kamer sprak zich al uit voor een uitbreiding van de mobieltjesrichtlijn "thuis of in de kluis". Ze vraagt wanneer die ingaat. De eerste ervaringen vanuit het onderwijs met de huidige afspraken rondom mobieltjes zijn positief. Uit onderzoek van OCW blijkt dat zowel leerlingen als leraren goed overweg kunnen met de afspraken. De resultaten van het monitoringsonderzoek zijn met uw Kamer gedeeld op 3 juli 2025. Schoolleiders en leraren merken dat leerlingen socialer zijn en zich beter concentreren en dat de sfeer en de veiligheid in de klas verbeteren. Naar aanleiding van de motie om de afspraak aan te scherpen tot een thuis-of-in-de-kluisbeleid is OCW in gesprek gegaan met leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders, leerlingen en andere organisaties waarmee deze afspraak is gemaakt. De uitkomsten van deze gesprekken ontvangt uw Kamer in een gebundelde reactie op de initiatiefnota's over online kinderrechten en het digitale kinderwetje. Mevrouw Van der Werf vroeg: waarom duurt het tot 2027 voordat de kerndoelen voor digitale geletterdheid wettelijk ingaan en zelfs tot 2031 voordat de inspectie gaat handhaven? Waarom kan dat in Vlaanderen al wel in een paar maanden? De staatssecretaris van OCW geeft aan dat het herzien van het curriculum een taak is die zorgvuldig doordacht en met scholen dient te worden opgepakt. Voor de invoering van de kerndoelen digitale geletterdheid moet eerst een wettelijke grondslag worden vastgelegd via het wetsvoorstel Herziening wettelijke grondslagen. Dit wetsvoorstel wordt in november in de Kamer behandeld. Pas daarna kunnen de kerndoelen worden verwerkt in het conceptbesluit. Vervolgens worden die vastgelegd in een AMvB. Deze treden in werking per het nieuwe schooljaar. Het eerste moment waarop digitale geletterdheid formeel kan worden toegevoegd aan het curriculum is daarmee het schooljaar 2027-2028. Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Koekkoek van Volt: "Onderwijs is cruciaal voor digitale weerbaarheid. De herziening van het curriculum is een goede stap, maar pas in 2027 volledig ingevoerd. Welke stappen kunnen we op korte termijn al zetten? Kan de staatssecretaris toezeggen dat scholen al eerder toegang krijgen tot concrete materialen en ondersteuning, bijvoorbeeld via bibliotheken of bestaande programma's?" De staatssecretaris van OCW geeft aan dat de digitale geletterdheid een nieuw leergebied wordt in het herziene curriculum, juist om leerlingen digitaal weerbaar te maken. De invoering van de kerndoelen is afhankelijk van de behandeling van het wetsvoorstel Herziening wettelijke grondslagen. Scholen kunnen in de tussentijd alvast aan de slag met definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid. Scholen en besturen bepalen zelf hoe ze hiermee aan de slag gaan en welk beschikbaar aanbod zij kunnen of willen gebruiken. Via het Expertisepunt digitale geletterdheid en Impuls open leermateriaal zijn er verschillende concrete hulpmiddelen voor digitale geletterdheid beschikbaar waar scholen mee aan de slag kunnen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Indien ik daar tussentijds antwoord op kan geven, dan zal ik dat doen namens de staatssecretaris van OCW. Als dat niet zo is, dan zal dat een schriftelijke terugkoppeling zijn. Vindt de staatssecretaris het idee voor een volwassenenjeugdjournaal iets? Is de staatssecretaris bereid om hierover in gesprek te gaan met de NOS? Dat klinkt als een sympathiek idee, maar de overheid gaat niet over de programma's op de publieke omroep. Het media-aanbod van de publieke omroep komt onafhankelijk tot stand. Daarbij past niet dat de overheid een idee pitcht. Met de publiekscampagne zetten we als BZK wel in op het mogelijk maken van gesprekken tussen ouders en kinderen. Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de beantwoording van mijn deel van de vragen. Ik zie dat mijn collega popelt om de rest van de vragen te beantwoorden, tenzij er nog vragen aan mij zijn.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Ik kom daar zo even op terug.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Ik heb inmiddels een antwoord, dat we dus in de eerste termijn kunnen geven aan de heer Valize. Dan hebben we dat afgerond. We monitoren op projectresultaten, concrete maatregelen en te behalen mijlpalen. Periodiek evalueren we op doelmatigheid en op doeltreffendheid. Dit is vaak kwalitatief, bijvoorbeeld door onderzoek te doen naar de effectiviteit van die publiekcampagne.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Een korte schorsing.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Ook deze staatssecretaris wil de commissie heel hartelijk bedanken. Ik heb deze commissie natuurlijk niet zo heel lang meegemaakt, maar in de tijd dat ik haar meegemaakt heb, heb ik haar gezien als een zeer gedreven en zeer kundige commissie. We hebben hier ook een aantal mensen zitten die zich oprecht inzetten voor kinderrechten, maar ook voor digitalisering in het algemeen. Ik wil jullie dus heel hartelijk bedanken en ook heel veel succes wensen in de komende tijd met wat jullie gaan doen. Of jullie terugkomen, zien we wel, maar in die zin gaan we elkaar waarschijnlijk wel missen, als we niet terugkomen. Dan kom ik nu bij mijn beantwoording van de vragen. NSC vroeg mij om de goede mogelijkheden voor leeftijdsverificatie te blijven onderzoeken en dat ook voortvarend te doen. Dat kan ik gewoon volmondig toezeggen; dat ga ik doen. Ik had van mevrouw Koekkoek nog een vraag over het meenemen van het punt over algoritmes. Ja, dat neem ik zeker mee. Over de jongerenparticipatie en UNICEF gaat mijn collega het hebben. Dan heb ik nog een vraag van de heer Valize. Wanneer scholen de Risk Factory bezoeken, mogen ouders dan mee? Het is aan scholen om te bepalen of die ouders mee mogen naar de Risk Factory; dat is niet aan mij. Ik zie wel dat de Risk Factory een interessant belevingscentrum is, omdat het digitalepraktijksituaties nabootst, dus ik vind het wel een sympathiek idee als ouders daar ook aan kunnen deelnemen. Mevrouw Koekkoek vroeg naar de monitoring, de vinger aan de pols houden, van digitale geletterdheid. De staatssecretaris van OCW geeft aan dat de Inspectie van het Onderwijs nog dit schooljaar een peilonderzoek uitvoert naar de digitale geletterdheid. Daarmee ben ik in elk geval aan het einde gekomen van mijn beantwoording van de vragen. Ik wens u allemaal het beste.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Marum: Voor het einde van het jaar nog.
Bron, video en gesprek →