Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 791Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzenwoonruimte en Boek 7 van het BurgerlijkWetboek in verband met het optimaliseren vanprocedures bij de huurcommissie (Wettoekomstbestendige huurcommissie)Nr. 5 VERSLAGVastgesteld 19 september 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eerals volgt nader verslag uit te brengen van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en degemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht decommissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoendevoorbereid.Inhoudsopgaveblz.I.Algemeen21.Inleiding32.Doel en noodzaak voorgestelde wijzigingen32.1.Doel van de voorgestelde wijzigingen32.2.Noodzaak van de voorgestelde wijzigingen43.Hoofdlijnen van het voorstel53.1.Flexibele schil zittingsvoorzitters53.2.Functie plaatsvervangend voorzitter van hetbestuur63.3.Raad van Advies63.4.Benoeming zittingsleden73.5.Wraking83.6.Procedure-overstijgende wijzigingen83.7.Wettelijke termijnen83.8.Schrappen verplichting terugbetalen legesvoor-schot93.9.Schrappen procedure «klacht inzake gedragingverhuurder»103.10.Vereisten verzoek huurprijsverlaging op grondvan gebreken123.11.Specificatieformulier servicekosten123.12.Overige wijzigingen134.Verhouding tot nationale wetgeving135.Gevolgen (m.u.v. financiële gevolgen)13 kst-36791-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 51 6.Uitvoering137.Financiële gevolgen138.Evaluatie149.Advies en consultatie149.1.Huurcommissie149.2.Pariteit159.3.Schrappen procedure «klacht inzake gedragingverhuurder»159.4.Leges Huurcommissie159.5.Huurcommissie Bonaire1510.Overgangsrecht en inwerkingtreding15 I. Algemeen De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanvoorliggend wetsvoorstel en willen de regering nog een aantal vragenstellen. Om te beginnen willen deze leden de regering vragen wat zij kanondernemen om te voorkomen dat grote wooncorporaties maximaleleges opgelegd krijgen, enkel en alleen omdat zij door hun grootte meerklachten tegen zich krijgen, terwijl deze corporaties in verhouding met hetaantal verhuringen maar weinig klachten zouden hebben.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij steunen het doel om deHuurcommissie toekomstbestendig te maken, maar maken zich zorgenover de toegankelijkheid, de verlenging van termijnen en het schrappenvan de klachtenprocedure. Deze leden benadrukken dat de Huurcom-missie laagdrempelig, snel en effectief moet blijven functioneren, zekervoor kwetsbare huurders.De leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dewetswijziging. Deze leden hebben naar aanleiding van de benoemdewijzigingen een aantal vragen aan de regering.De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het wetsvoorstel toekomstbestendige huurcommissie. Devoornoemde leden zijn van mening dat de Huurcommissie een belangrijkerol vervult voor de bescherming van huurders en een rechtvaardigewerking van de huurmarkt. De leden van de D66-fractie danken iedereendie zich in de Huurcommissie of elders inzet voor deze bescherming. Dezewet bekijken deze leden vooral vanuit het perspectief dat zij goed hunbelangrijke werk kunnen doen. Daarom hebben zij nog verschillendevragen.De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan voorliggend wetsvoorstel. Deze leden hebben nog een aantal vragen.De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het wetsvoorstel Wet toekomstbestendige huurcommissie. Deze ledenspreken hun waardering uit voor de rol die de Huurcommissie vervult alslaagdrempelige en onafhankelijke geschilbeslechter tussen huurders enverhuurders. Zij zien dit wetsvoorstel als een versterking van de rol van deHuurcommissie. De leden van de CDA-fractie zien het als een goede zaakdat het wetsvoorstel in nauwe samenwerking met de Huurcommissie isopgesteld. Deze leden hebben nog enkele vragen.De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van voorliggendwetsvoorstel en zij hebben daarover nog vragen. Deze leden onder-schrijven het belang van een onafhankelijke en laagdrempelige Huurcom-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 52 missie. Echter, zij hebben zorgen dat enkele voorgestelde wijzigingen derechtspositie en feitelijke toegankelijkheid voor huurders, met namekwetsbare groepen, kunnen verzwakken. Kan de regering bevestigen datbescherming van huurders en de laagdrempeligheid van de Huurcom-missie zwaarder weegt dan organisatorische efficiëntie, en dituitgangspunt expliciet te verankeren?De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende wetsvoorstel. Zij hebben daarover enkele vragen.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de Wet toekomstbestendige huurcommissie. Zij hebbenenkele vragen over dit wetsvoorstel.1. Inleiding De leden van de D66-fractie merken op dat ondanks de wettelijkebeperkingen op te hoge huurprijzen, nog steeds te veel verhuurders eente hoge huurprijs vragen voor hun woning. De Huurcommissie doet goedwerk om huurders te beschermen tegen verhuurders die excessieve hurenvragen. Desondanks is de stap naar de Huurcommissie voor veel huurdershelaas een grote stap waar mensen terughoudend in zijn om die temaken, zeker gelet op de machtsverhouding tussen huurder enverhuurder. Deelt de regering deze constateringen? Heeft de regering ookoverwogen of onderzoek gedaan naar mogelijkheden om specifiekepraktijken in de huursector die in strijd zijn met wet- en regelgeving, denkbijvoorbeeld aan het aanbieden van een te hoge huur, op zichzelfstrafbaar te stellen, zodat het voor zulke casussen niet nodig is voorhuurders om vanuit hun positie als huurder een zaak aanhangig te makenof de stap naar de Huurcommissie te maken? Zo ja, wat waren deopbrengsten van deze overwegingen en onderzoeken?2. Doel en noodzaak voorgestelde wijzigingen 2.1. Doel van de voorgestelde wijzigingen De leden van de PVV-fractie lezen op blz. 4 van het RvS-advies en naderrapport dat ongeveer twee derde van de inhoudelijke zaken wordtafgedaan met een voorzittersuitspraak en dat de procedure die uitmondtin een voorzittersuitspraak geheel schriftelijk verloopt (er vindt geenzitting plaats). Volgens de RvS blijft zo een schriftelijke procedureproblematisch voor huurders met een mindere taalvaardigheid ofbeperkte digitale vaardigheden. Zij wijst erop dat in de procedure demogelijkheid om in gesprek te gaan ontbreekt, waardoor deze huurders inzekere zin een kans wordt ontnomen om al pratende tot een beter inzichten een vergelijk te komen.Hoewel er aanvullende zaken worden ondernomen om de digitaletoegankelijkheid verder te verbeteren, willen de leden van de PVV-fractieaan de regering vragen hoe het laagdrempelige karakter gewaarborgd kanworden voor genoemde groep mensen. Zijn er mogelijkheden om tochruimte te kunnen bieden voor zittingen waar huurders mondeling hunverhaal kunnen doen?Op blz. 5 van het RvS-advies en nader rapport staat dat de Huurcommissieis aangesloten bij de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO). Dezeinformatiepunten helpen burgers die minder digitaal vaardig zijn bij hetdigitaal zakendoen met de overheid, waaronder de Huurcommissie. In2024 zouden er in Nederland ruim 680 IDO’s bestaan, verspreid over hethele land. De leden van de PVV-fractie willen de regering vragen hoe de680 IDO’s zijn verspreid over het land. Zijn er bijvoorbeeld gemeentenen/of regio’s waar geen IDO’s aanwezig zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 53 De leden van de D66-fractie merken op dat het streven naar snellereprocedures terecht is, maar dat het belangrijk blijft dat dit niet ten kostegaat van de zorgvuldigheid. Kan de regering nader ingaan per maatregelten behoeve van strengere procedures hoe de zorgvuldigheid gewaar-borgd blijft?De leden van de D66-fractie constateren dat er de afgelopen jaren veelevaluaties zijn geweest van de werking van de Huurcommissie. Dezeleden verzoeken de regering om een overzicht te geven van alle concreteaanbevelingen die in deze evaluaties zijn gesteld en per punt een naderetoelichting te geven of deze aanbevelingen zijn opgevolgd, of zij terugkomen in dit wetsvoorstel en zo nee, waarom dat niet het geval is.Daarnaast constateren de leden van de D66-fractie dat een wettelijketweejaarlijkse evaluatie wel een hoge frequentie is, zeker als we weinigwijzigingen zijn geweest in wet- en regelgeving. Kan de regeringreflecteren op deze frequentie en valt het in overweging te nemen omdeze frequentie aan te passen of meer afhankelijk te maken van wisse-lingen in wet- en regelgeving?De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de reeds door deHuurcommissie genomen stappen om de toegankelijkheid en snelheid teverbeteren, waaronder de lancering van een klantcontactcentrum envernieuwde digitale tools. Welke specifieke, directe bijdragen levert ditwetsvoorstel (los van eerder door de Huurcommissie geïnitieerdeverbeteringen) aan de kwaliteit en toegankelijkheid van de digitaledienstverlening en hulpmiddelen van de Huurcommissie, en hoe zal deeffectiviteit hiervan worden gemonitord?De leden van de CDA-fractie vragen de regering nader toe te lichten hoede voorgestelde wijzigingen bijdragen aan de laagdrempeligheid enbetrouwbaarheid van de Huurcommissie, naast de beoogde efficiëntie.De leden van de SP-fractie vragen de regering aan te tonen hoe elkonderdeel van het voorstel aantoonbaar bijdraagt aan toegankelijkheidvoor huurders, in het bijzonder voor mensen met beperkingen, lageretaalvaardigheid of digitale vaardigheden. Welke indicatoren en streef-waarden hanteert de regering hiervoor?De leden van de SGP-fractie lezen dat de Raad van State ingaat op debestuurlijke inrichting van de Huurcommissie. Concreet gaat het dan omhet eventueel samenvoegen van de zbo en het agentschap. Ook AEFadviseert dit in haar evaluatierapport. In reactie daarop stelt de regeringdat deze samenvoeging op dit moment niet opportuun is, en dat eerst deuitwerking van andere maatregelen worden bezien. Deze leden vragenwat voor de regering wel reden kan zijn om de bestuurlijke inrichting teheroverwegen? En welke termijn wordt gehanteerd om de gevolgen vande andere maatregelen te wegen?2.2. Noodzaak van de voorgestelde wijzigingen De leden van de D66-fractie verzoeken de regering om nadere toelichtingte geven op welke structurele randvoorwaarden de regering noodzakelijkacht om de Huurcommissie ook op langere termijn toekomstbestendig tehouden, met het oog op capaciteit, personeel en digitalisering. Kan deregering aangeven welke maatregelen worden genomen om mogelijkeknelpunten op deze terreinen te voorkomen? De voornoemde ledenvragen tevens op welke wijze de regering borgt dat ook huurders metbeperkte digitale vaardigheden of een kwetsbare positie blijvend toeganghouden tot de laagdrempelige geschilbeslechting die de Huurcommissiebiedt? Welke risico’s de regering ziet ten aanzien van de verdere taakver-zwaring van de Huurcommissie, bijvoorbeeld met betrekking totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 54 doorlooptijden, kwaliteit van uitspraken en draagkracht van de organi-satie. Hoe worden deze risico’s gemitigeerd?De leden van de BBB-fractie merken op dat in de memorie van toelichtingwordt gesteld dat de grote schaarste op de woningmarkt «excessen in dehand werkt» en dat het wetsvoorstel procedures optimaliseert om deHuurcommissie beter te laten functioneren. Deze leden vragen deregering hoe deze procedurele optimalisatie zich verhoudt tot de bredere,structurele aanpak van de regering om de oorzaken van woningnood ende excessen die daaruit voortvloeien aan te pakken. Tevens vragen deleden van de BBB-fractie op welke termijn de Minister een merkbarevermindering van excessen verwacht, met name in regio’s waar de drukop de woningmarkt groot is.De leden van de CDA-fractie onderschrijven dat de toenemende werklast,mede door de Wet betaalbare huur en de Wet goed verhuurderschap,aanleiding geeft tot aanpassing. Zij vragen de regering in hoeverre metdeze wetgeving voldoende is geanticipeerd op de verwachte groei vanzaken.De leden van de SP-fractie vragen waarom de regering kiest voorhoofdzakelijk procedurele en organisatorische ingrepen (zoals termijnenen governance) in plaats van expliciete waarborgen voor laagdrempeligetoegang (bijvoorbeeld proactieve hulp, telefonisch/mondeling toelichten),mede in het licht van de door de Raad van State gesignaleerde risico’s bijvolledig schriftelijke trajecten?3. Hoofdlijnen van het voorstel 3.1. Flexibele schil zittingsvoorzitters De leden van de NSC-fractie lezen dat om fluctuaties in de instroom enbehandeling van geschillen tijdens een uitvoeringsjaar goed het hoofd tekunnen bieden, er met deze wijziging een flexibele schil aan zittingsvoor-zitters toegevoegd wordt, die bij piekbelasting inzetbaar is. De leden vande NSC-fractie vragen de regering of de tijdelijke zittingsvoorzitters dezerol ook effectief kunnen bekleden in combinatie met hun reguliereverplichtingen en of het goed werkbaar is om de gaten die in hunreguliere verplichtingen vallen op te vangen.De leden van de D66-fractie begrijpen dat de introductie van een flexibeleschil van zittingsvoorzitters een passende reactie is op de jaarlijksefluctuaties in de instroom van verzoeken bij de Huurcommissie. Zijerkennen dat deze maatregel de organisatie in staat stelt om piekbelastingbeter op te vangen en daarmee de doelmatigheid en slagvaardigheid tevergroten. Deze leden verzoeken de regering om nadere toelichting tegeven hoe de borging van de kwaliteit van de niet-vaste zittingsvoorzittersin de praktijk zal worden gegarandeerd, vooral met betrekking tot deopleiding en begeleiding van deze groep. Tevens vragen de leden van deD66-fractie hoe de monitoring en evaluatie van de effectiviteit van deflexibele schil zal plaatsvinden, met name ten aanzien van de consistentieen uniformiteit van uitspraken binnen de Huurcommissie. Kan de regeringtevens ingaan op de vraag waarom er niet voor gekozen is om allezittingsvoorzitters in principe flexibel te maken, aangezien alle vereistenovereenkomen? Zou dit misschien tot een hoger aanbod kunnen leiden? Iser op dit moment een tekort aan zittingsvoorzitters?De leden van de BBB-fractie lezen dat een flexibele schil van zittingsvoor-zitters wordt geïntroduceerd om fluctuaties op te vangen. Deze ledenvinden dat naast juridische expertise ook kennis van de praktijk en vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 55 regionale woonmarktproblematiek onmisbaar is. Zij vragen de regeringwelke concrete maatregelen worden genomen om te voorkomen dat dezeflexibele schil enkel bestaat uit een «Haagse» pool van juristen, en hoepraktijk- en regiokennis wordt geborgd.De leden van de CDA-fractie vragen hoe de kwaliteit en uniformiteit vanuitspraken wordt geborgd bij de inzet van een flexibele schil. Welkeselectie- en opleidingsnormen gelden hierbij? Worden de effecten van deflexibele schil periodiek geëvalueerd en met de Kamer gedeeld?De leden van de SP-fractie vragen hoe de regering de kwaliteit enrechtseenheid borgt bij inzet van niet-vaste zittingsvoorzitters en waaromde verhouding vast/niet-vast bij ministeriële regeling mag wordengewijzigd zonder parlementaire betrokkenheid. Wil de regering toezeggendat vaste voorzitters steeds de meerderheid vormen en dat wijzigingenvooraf aan de Kamer worden voorgelegd?3.2. Functie plaatsvervangend voorzitter van het bestuur De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van groot belang datde Huurcommissie in alle opzichten onafhankelijk functioneert en datzowel in de samenstelling van de zittingsleden als in de Raad van Adviesde continuïteit en deskundigheid gewaarborgd blijven. Deze leden vragenhoe in de praktijk wordt geborgd dat zittingsleden, die worden voorge-dragen door huurders- of verhuurdersorganisaties, daadwerkelijkonafhankelijk functioneren. Hoe wordt voorkomen dat er toch sprake blijftvan (de schijn van) partijdigheid? Waarom is daarnaast gekozen om debenoemingstermijn van de Raad van Advies te verkorten van vier naardrie jaar, terwijl dit risico’s kan opleveren voor continuïteit en kennis-behoud binnen de organisatie?De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het voornemen om de functie van plaatsvervangend voorzitter vanhet bestuur van de Huurcommissie wettelijk te formaliseren. Deze ledenbegrijpen dat hiermee de bestaande praktijk wordt vastgelegd, waarin deplaatsvervangend voorzitter tevens optreedt als zittingsvoorzitter endaarmee de schakel vormt tussen het bestuur en de zittingsvoorzitters. Zijvragen zich af of er alternatieve modellen zijn overwogen waarbij deplaatsvervangend voorzitter niet zelf als zittingsvoorzitter fungeert, enwaarom uiteindelijk is gekozen voor bestendiging van de huidige praktijk.Daarnaast vragen deze leden hoe wordt geborgd dat de plaatsvervangendvoorzitter als volwaardig vervanger van de voorzitter ook beschikt overvoldoende mandaat en kennis om het voorzitterschap doeltreffend enonafhankelijk te vervullen.De leden van de CDA-fractie vragen of met de wijziging van de rol van deplaatsvervangend voorzitter een evenwichtige en slagvaardige bestuurs-structuur wordt bereikt.3.3. Raad van Advies De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten aan een stabiele engoed functionerende Raad van Advies, waarin kennis en ervaringgeleidelijk worden overgedragen en niet verloren gaan door onverwachteuitval van leden. De leden vragen daarom hoe de regering waarborgt dathet aftredingsrooster van de Raad van Advies, dat beoogt de continuïteitvan kennis en ervaring te borgen, ook in stand blijft bij ziekte of tussen-tijds aftreden van leden. Hoe wordt voorkomen dat door tussentijdsebenoemingen het rooster uit balans raakt en de gewenste spreiding inkennisoverdracht alsnog verloren gaat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 56 De leden van de NSC-fractie lezen dat de huidige benoemingstermijn vaneen lid van de Raad van Advies op grond van de Uhw vier jaar bedraagt.Deze leden vragen de regering waarom er voorheen voor een termijn vanvier jaar gekozen is.De leden van de NSC-fractie lezen dat in de praktijk blijkt dat het advies-recht ten aanzien van de ontwerpbegroting en de conceptjaarrekeninggeen meerwaarde heeft en het adviesrecht schrappen tijdswinst oplevertomdat het zorgt voor vertragingen en inefficiëntie. Deze leden lezendaarnaast dat er ten aanzien van het specificatieformulier voor service-kosten een adviesbevoegdheid toegevoegd wordt. De leden van deNSC-fractie vragen de regering hoe het aan de ene kant adviesrechtschrappen en aan de andere kant adviesbevoegdheid toevoegen onderaan de streep resulteert in tijdswinst of tijdsverlies.De leden van de D66-fractie erkennen het belang van een goed functione-rende Raad van Advies bij de Huurcommissie en zien het als positief dater in dit wetsvoorstel aandacht is voor een meer werkbare en toekomstbe-stendige inrichting van deze raad. De voorgestelde wijziging van debenoemingstermijn van vier naar drie jaar wordt door deze leden inbeginsel gesteund, aangezien het kan bijdragen aan de continuïteit vankennis en ervaring binnen de Raad van Advies. Welke signalen tenaanzien van het kennislek lagen ten grondslag aan het opnemen van dezewijziging? Daarnaast vragen deze leden of een dergelijk procedureleaanpassing als dit tot voldoende verbetering zal leiden of dat er nogandere maatregelen genomen worden om de kwaliteit en continuïteit vankennis in de Raad van Advies te borgen.De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan toelichten waaromer is gekozen voor het model van een benoemingstermijn van drie jaarmet de mogelijkheid tot tweemaal herbenoemen, in plaats van bijvoor-beeld het hanteren van variabele termijnen of gespreide instroom binnende huidige termijn van vier jaar?De leden van de CDA-fractie vragen wat de meerwaarde is van deverkorting van de termijnen en beperking van de adviestaak voor deeffectiviteit van de Raad van Advies.3.4. Benoeming zittingsleden De leden van de NSC-fractie lezen dat hoewel de meerwaarde van pariteitbinnen de Huurcommissie onweersproken is, een deel van de verhuurdersdie een zitting van de Huurcommissie heeft bijgewoond aangeeft wel eensgetwijfeld te hebben aan de onpartijdigheid van zittingsleden. Deze ledenvragen de regering of en hoe de onpartijdigheid doorgaans geëvalueerdwordt.De leden van de CDA-fractie vragen hoe de onafhankelijkheid vanzittingsleden in de praktijk verder wordt gewaarborgd.De leden van de SGP-fractie lezen dat er behoefte is om de onpartij-digheid en onafhankelijkheid beter te waarborgen. Klopt het dat dit vooral(of enkel) gedaan is door het uitbreiden van de mogelijkheden tot wrakingen het formaliseren dat zittingsleden zonder last hun werk doen? Welkealternatieven zijn daarbij nog meer overwogen? Hoe kunnen partijen,zoals huurders en verhuurders, naast de mogelijkheden tot wraking,mogelijke partijdigheid aankaarten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 57 3.5. Wraking De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dat misbruik vanprocedures door verhuurders te allen tijde moet worden voorkomen. Dezeleden zien een mogelijk risico bij de verruiming van de wrakingsmogelijk-heden dat verhuurders dit instrument inzetten om procedures te vertragenen huurders af te schrikken bezwaar te maken tegen malafide praktijken.Zij vragen de regering welke waarborgen worden ingebouwd om tevoorkomen dat wraking leidt tot misbruik en vertraging, en hoe wordtgewaarborgd dat huurders niet de dupe worden.De leden van de NSC-fractie lezen dat het met deze wijziging mogelijkwordt om ook na aanvang van de zitting te wraken tot de zittingscom-missie uitspraak heeft gedaan. Deze leden vragen de regering wat degevolgen zijn van deze wijziging bijvoorbeeld met het oog op mogelijkevertragingen en hoe de regering dit gaat beperken.De leden van de CDA-fractie vragen hoe vaak in de praktijk een beroep opwraking wordt gedaan en hoe de uitbreiding van de mogelijkheden naarverwachting zal uitwerken.3.6. Procedure-overstijgende wijzigingen De leden van de SP-fractie vragen de regering of zij kansen ziet omcollectieve zaken bij de Huurcommissie mogelijk te maken en actief tefaciliteren–bijvoorbeeld wanneer veel huurders in één complex of bij éénverhuurder met hetzelfde probleem te maken hebben–zodat huurders viaonderlinge solidariteit sterker staan en procedures efficiënter kunnenworden afgedaan.3.7. Wettelijke termijnen De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dat huurders rechthebben op snelle en betrouwbare procedures bij de Huurcommissie enmaken zich zorgen dat de voorgestelde verlenging en opschorting vantermijnen juist kan leiden tot vertraging en meer onzekerheid. Deze ledenmerken op dat de termijn voor de voorzittersuitspraak wordt verlengd vanvier naar zes weken. Zij vragen de regering hoe wordt voorkomen dathuurders hierdoor langer in onzekere of onwenselijke woonsituatiesverkeren, bijvoorbeeld bij ernstige gebreken of onterechte huurverho-gingen. Waarom kiest de regering ervoor om termijnen te verlengen inplaats van te investeren in de capaciteit van de Huurcommissie om dehuidige termijnen te halen? Is overwogen een spoedprocedure in terichten voor urgente zaken, zodat huurders in schrijnende gevallen snellerduidelijkheid krijgen? Hoe voorkomt de regering dat verhuurders deverlengde termijnen strategisch gebruiken om huurders langer te latenbetalen voor een te hoge huur?Daarnaast constateren de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat determijn voor het doen van een uitspraak kan worden opgeschort zolang deHuurcommissie wacht op nadere stukken van huurders, verhuurders ofderden. Waarom is er niet gekozen voor een verplichting voor betrokkenpartijen om dergelijke stukken binnen een vaste termijn aan te leveren?Hoe wordt voorkomen dat de opschortingsmogelijkheid in de praktijk leidttot aanzienlijke vertragingen in zaken waar de belangen groot zijn? Dezeleden vragen de regering in het bijzonder of zij bereid is te voorzien in eenuitzonderingsmogelijkheid, zodat de Huurcommissie in urgente zaken niethoeft te wachten, maar sneller uitspraak kan doen op basis van debeschikbare informatie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat inmiddels bijnatwee derde van alle zaken bij de Huurcommissie wordt afgedaan via eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 58 voorzittersuitspraak zonder zitting (ZVU). Daarmee dreigt de Huurcom-missie voor mensen die minder goed uit de voeten kunnen met een louterschriftelijke procedure minder toegankelijk te worden. Deze leden vragende regering of het afdoen van zo’n groot deel van de zaken via een ZVUnog wel past bij de aard en bedoeling van de Huurcommissie alslaagdrempelige geschilbeslechter. Juist het laagdrempelige karakterbetekent dat huurders en verhuurders zonder juridische kennis duidelijkeuitleg krijgen en letterlijk gehoord kunnen worden. Hoe wordt geborgd datdit element behouden blijft wanneer steeds meer zaken schriftelijk wordenafgedaan? Welke waarborgen bestaan er dat partijen zich gehoord voelen,en welke rol speelt dit in de beoordeling van de kwaliteit en legitimiteitvan de Huurcommissie?De Raad van State heeft in haar advies nadrukkelijk gewezen op dit risicoen geadviseerd inzichtelijk te maken hoe verminderde toegankelijkheidkan worden voorkomen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragende regering hoe dit advies wordt opgevolgd. Acht de regering hetwenselijk om voor kwetsbare groepen of bepaalde soorten geschillen juisteen zitting te blijven garanderen, zodat de Huurcommissie zijn rol alslaagdrempelige en voor iedereen toegankelijke instantie behoudt?De leden van de NSC-fractie lezen dat met het voorstel de termijn voor hetdoen van een voorzittersuitspraak verlengd wordt tot zes weken. Dezeleden vragen de regering hoe zij kan verzekeren dat de verlenging tot zesweken lang genoeg is om tot een kwalitatief goede voorzittersuitspraak tekomen. De leden van de NSC-fractie vragen de regering daarnaast hoe ergewaarborgd wordt dat met deze verlenging aan het begin van tijdslijnniet meer tijd genomen wordt waardoor processen aan de achterzijde vande tijdslijn alsnog klem komen door tijdsgebrek.De leden van de D66-fractie begrijpen het belang van het verlengen vande termijn voor het doen van een voorzittersuitspraak van vier naar zesweken. Zij stellen vast dat deze verlenging kan bijdragen aan eenzorgvuldiger hoor- en wederhoor, wat de kwaliteit en het draagvlak van deuitspraak ten goede komt. Wel vragen deze leden of de regering nader kantoelichten welke maatregelen de regering neemt om te voorkomen dat deopschortingsmogelijkheid van de termijn niet wordt ingezet als standaard-verlenging, waardoor partijen alsnog onnodig lang op een uitspraakmoeten wachten.De leden van de CDA-fractie vragen naar de voor- en nadelen van deverlenging van de termijnen voor voorzittersuitspraken. Hoe wordtvoorkomen dat langere termijnen juist leiden tot minder toegankelijkheid?De leden van de SP-fractie vragen hoe verlenging en opschorting vantermijnen bij voorzittersuitspraken en zittingen de toegankelijkheid en depositie van huurders verbeteren. Welke harde maximumtermijnen enrapportageplichten (per opschorting, reden en duur) worden wettelijkverankerd?3.8. Schrappen verplichting terugbetalen legesvoorschot De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dat de financiëledrempels voor huurders zo laag mogelijk moeten blijven en maken zichzorgen dat het vervallen van de terugbetaling van leges bij intrekking juistkwetsbare huurders treft. Deze leden constateren dat de verplichting omleges terug te betalen bij intrekking van een verzoek komt te vervallen. Zijvragen de regering hoeveel huurders de afgelopen jaren gebruik hebbengemaakt van deze mogelijkheid en of het vervallen hiervan niet vooralnadelig uitpakt voor huurders met een smalle beurs. Verwacht de regeringdat huurders hierdoor minder vaak hun verzoek zullen intrekken, en welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 59 gevolgen heeft dit voor de werkdruk en de wachttijden bij de Huurcom-missie? Hoe weegt de regering de financiële lasten voor huurders van€ 25 af tegen het belang van een snellere procedure en minder adminis-tratieve lasten?De leden van de NSC-fractie lezen dat in deze wijziging wordt voorgesteldom de verplichting tot terugbetaling van het legesvoorschot te schrappenvoor verzoeken die door de huurder worden ingetrokken. Deze ledenvragen de regering waarom er gekozen is voor compleet schrappen enniet voor het uitkeren van een lager percentage.De leden van de CDA-fractie vragen wat de verwachte effecten zijn van hetschrappen van de verplichting tot terugbetaling van legesvoorschottenvoor huurders met een laag inkomen.De leden van de SP-fractie vragen waarom het schrappen van restitutievoor huurders na onderzoeksrapport proportioneel is, nu dit eenfinanciële drempel vormt voor lage inkomens, terwijl de administratievelasten vooral de Huurcommissie raken. Overweegt de regering eenhardheidsclausule of kwijtschelding voor minima?De leden van de SGP-fractie hebben begrip voor de keuzes om deverplichting tot terugbetaling van het legesvoorschot te schrappen. Welhebben zij vragen over de hoogte van de leges, ook in het licht van deopmerkingen die daarover in de consultatie zijn gemaakt. Waar zijn detwee bedragen concreet op gebaseerd? Worden deze bedragen periodiekherijkt? Ook lezen deze leden dat de suggestie om de legessystematiekkan worden herzien als ook private verhuurders gaan meetalen aan deverhuurdersbijdrage aan de Huurcommissie. Kan de regering toezeggendat deze herziening inderdaad gaat gebeuren?3.9. Schrappen procedure «klacht inzake gedraging verhuurder» De leden van de PVV-fractie lezen op blz. 14 van het RvS-advies en naderrapport dat het instellen van een huurteam een verantwoordelijkheid enmogelijkheid blijft van de gemeente zelf, aangezien de gemeente zelf opbasis van de lokale situatie het beste kan inschatten of een huurteamnodig is en hoe de inrichting daarvan het beste plaats kan vinden. Dezeleden willen de regering vragen of onderzocht wordt of er gemeenten zijndie zaken missen omdat ze geen huurteam in huis hebben?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dat huurders beschermdmoeten blijven tegen misdragingen van verhuurders. Deze leden makenzich zorgen dat het schrappen van de klachtenprocedure kwetsbarehuurders zonder effectief middel achterlaat. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de klachtenprocedure tegen het gedrag vanverhuurders wordt geschrapt, mede omdat 72% van de verzoekenniet-ontvankelijk bleek. Tegelijkertijd merken deze leden op dat 28% vande zaken wél kon worden behandeld. Waarom kiest de regering er nietvoor om de informatievoorziening en bekendheid rond deze procedure teverbeteren, zodat huurders beter weten in welke gevallen zij terecht-kunnen bij de Huurcommissie? Zij vragen de regering waarom niet isgekozen voor versterking in plaats van afschaffing. Kan de regeringaangeven hoe ernstig de misdragingen zijn die in het verleden via dezeprocedure aan de orde kwamen? Hoe verwacht de regering dat huurdersin de toekomst misdragingen van verhuurders kunnen tegengaan als dezeprocedure vervalt?Daarnaast merken deze leden op dat de zaken die wel ontvankelijk zijnvaak zeer uiteenlopende onderwerpen betreffen, variërend van intimidatietot slecht onderhoud. Juist vanwege deze diversiteit zou het volgens henwenselijk zijn dat de Huurcommissie beschikt over een passend instru-mentarium, inclusief mogelijkheden om consequenties te verbinden aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 510 vastgestelde misstanden. Waarom is er niet voor gekozen om deklachtenprocedure te versterken in plaats van af te schaffen? Erkent deregering dat door het schrappen van de procedure juist kwetsbarehuurders verstoken blijven van een laagdrempelige route om misstandenbij hun verhuurder aan te kaarten, en dat dit de machtsongelijkheid tussenhuurders en verhuurders kan vergroten?De leden van de NSC-fractie lezen dat de klachtenprocedure bij deHuurcommissie geschrapt zal gaan worden. Deze leden vragen deregering waarom er gekozen is voor het schrappen van de klachtenpro-cedure in plaats van deze te verbeteren en efficiënter te maken.De leden van de NSC-fractie vragen de regering waar huurders metklachten over intimidatie of ander ongewenst gedrag van verhuurders nuterechtkunnen.Deze leden vragen de regering hoe zij het risico beoordeelt waarbij dedaling in meldingen bij gemeentelijke meldpunten geen reëel beeld geeftvan de werkelijkheid, omdat huurders vaak uit angst afzien van melden.De leden van de NSC-fractie lezen dat (private) huurders als gevolg van deWet goed verhuurderschap sinds 1 juli 2023 ook mogelijkheden hebbengekregen om melding te doen van ongewenst verhuurgedrag bij hungemeente die sinds 1 januari 2024 een gemeentelijk meldpunt dienen tehebben ingericht. Deze leden krijgen verontrustende signalen vangemeenten die de aanwezige huurteams willen opschorten en daarmeede aanwezige kennis en laagdrempelige bemiddeling binnen dezegemeente. Zij vragen de regering of zij erkent dat het ontbreken van eendiscrete, laagdrempelige bemiddelingsroute, temeer omdat steeds meergemeenten stoppen met huurteams en/of de taken inperken waardoorhuurbescherming steeds meer afhangt van lokale politieke keuzes of eente hoge drempel hebben omdat er meteen beboet of gehandhaafd moetworden, vooral kwetsbare huurders treft.De leden van de NSC-fractie vragen de regering of zij erkent dat dezehuurteams waardevol zijn en dus dienen behouden te worden.Deze leden vragen de regering welke landelijke normen er gelden voor debemensing, responstijd en toegankelijkheid van gemeentelijkemeldpunten?De leden van de NSC-fractie vragen de regering hoe rechtseenheidgeborgd wordt nu gemeenten parallel handhaven via de Wet betaalbarehuur en de Wet goed verhuurderschap, terwijl de Huurcommissie ookgeschillen beslecht.Deze leden vragen de regering hoe wordt voorkomen dat de beschermingvan huurders afhangt van de woonplaats en gemeentelijke capaciteit(postcodeloterij).De leden van de NSC-fractie vragen de regering welke methoden zijgebruiken om onderrapportage zichtbaar te maken en ervaringen vanhuurders te monitoren.Deze leden vragen de regering of zij bereid is een signaalfunctie bij deHuurcommissie te behouden, waarbij klachten over gedrag geregistreerden doorgegeven worden aan gemeenten.De leden van de D66-fractie begrijpen het voorgestelde schrappen van deklachtprocedure over gedragingen van verhuurders bij de Huurcom-missie, zoals neergelegd in artikel 4, vijfde lid, Uhw. Zij erkennen dat deprocedure in de praktijk veel onduidelijkheid heeft veroorzaakt en weinigeffect sorteert, mede doordat het begrip ««gedraging»» onvoldoendeafgebakend is en er geen sanctiemogelijkheden zijn. Het grote aandeelniet-ontvankelijk verklaarde verzoeken bevestigt dat de procedureonvoldoende functioneert als vangnet.Deze leden waarderen dat het wetsvoorstel aansluit bij de bredereontwikkeling van de Huurcommissie als een efficiënte geschilbeslechter,die zich richt op duidelijke uitspraken en minder op bemiddeling. OokTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 511 vinden zij het belangrijk dat huurders alternatieve en effectievere routesbehouden, zoals de mogelijkheden onder de Wet goed verhuurderschapvia gemeenten, interne klachtencommissies bij woningcorporaties,huurteams en andere instanties.De leden van de D66-fractie vragen de regering toe te lichten op welkewijze wordt gewaarborgd dat huurders daadwerkelijk voldoendegeïnformeerd worden over deze alternatieve klachtenmogelijkheden.Welke stappen neemt de regering om te voorkomen dat huurders door hetwegvallen van deze klachtprocedure niet onbedoeld minder beschermingervaren, met name huurders die minder bekend zijn met de alternatieven?Worden er aanvullende ondersteunings- of voorlichtingsprogramma’soverwogen om huurders te helpen bij het kiezen van de juiste route voorhun klacht over verhuurgedrag.De leden van de CDA-fractie vragen hoe de belangen van huurdersworden geborgd nu de klachtenprocedure bij de Huurcommissie vervalt.Welke rol spelen gemeentelijke klachtenloketten en klachtencommissiesvan corporaties hierbij, en hoe wordt hun kwaliteit bewaakt?De leden van de SP-fractie vragen de regering welke laagdrempelige,onafhankelijke en landelijke voorziening voor huurders beschikbaar blijftvoor klachten over gedragingen van verhuurders nu deze procedure bij deHuurcommissie vervalt, en hoe wordt geborgd dat huurders eenvoudigweten waar zij terechtkunnen en binnen redelijke termijnen wordengeholpen.De leden van de SP-fractie vragen verder hoe de regering voorkomt dathuurverhogingen in de middenhuursector feitelijk doorgang vindenondanks gebreken, gezien langere en opschortbare termijnen bij deHuurcommissie, en of een versnelde route voor gebrekenzaken methuurstop wordt ingericht.Voorts vragen deze leden de regering of zij bereid is te voorzien in eenpool van onafhankelijke inhoudelijke experts (bijvoorbeeld bouwkundig,administratief/servicekosten, puntentelling) die door huurders kostelooskunnen worden ingezet binnen Huurcommissieprocedures, en hoekwaliteit, onafhankelijkheid en laagdrempelige toegang tot deze expertiseworden geborgd.3.10. Vereisten verzoek huurprijsverlaging op grond van gebreken De leden van de CDA-fractie vragen of de regering kan toelichten waaromgekozen is voor de eis van een schriftelijke melding voorafgaand aan eenverzoek. In hoeverre draagt dit bij aan een zorgvuldiger proces?De leden van de SP-fractie vragen waarom «schriftelijk» als eis wordtingevoerd voor de gebrekenmelding, in plaats van «schriftelijk ofanderszins te bewijzen», gezien de risico’s op bewijsnood voor laaggelet-terden en digitaal minder vaardigen. Overweegt de regering alternatievebewijsmiddelen?3.11. Specificatieformulier servicekosten De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dat de drempel voorhuurders om gebreken te melden zo laag mogelijk moet zijn en makenzich zorgen dat een verplichting tot schriftelijke melding dit juist bemoei-lijkt voor kwetsbare groepen. De leden van de fractie merken op datgebreken voortaan schriftelijk moeten worden gemeld. Welke vorm vanschriftelijkheid wordt hier precies bedoeld? Is een e-mail bijvoorbeeldvoldoende? Hoe wordt voorkomen dat dit voorschrift leidt tot een hogeredrempel voor huurders met beperkte digitale of taalvaardigheden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 512 3.12. Overige wijzigingen De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dat huurders in heelNederland op gelijke bescherming en handhaving moeten kunnenrekenen en maken zich zorgen dat verschillen tussen gemeenten kunnenleiden tot ongelijkheid en rechtsongelijkheid. Deze leden constateren datgemeenten een grotere rol krijgen in de handhaving op huurprijzen enkwaliteit. Hoe wordt de rechtseenheid bewaakt nu er een risico ontstaatdat gemeenten verschillend omgaan met verklaringen van de Huurcom-missie? Hoe voorkomt de regering dat huurders in verschillendegemeenten ongelijk behandeld worden, afhankelijk van de lokalehandhavingscapaciteit? Is overwogen om de Huurcommissie een sterkerecoördinerende rol te geven bij de uitvoering van de Wet betaalbare huur,zodat er landelijke uniformiteit ontstaat?4. Verhouding tot nationale wetgeving De leden van de CDA-fractie vragen hoe de Huurcommissie zich verhoudttot de nieuwe bevoegdheden van gemeenten in het kader van de Wetbetaalbare huur en de Wet goed verhuurderschap. Hoe wordt rechts-eenheid tussen deze trajecten gewaarborgd?5. Gevolgen (m.u.v. financiële gevolgen) De leden van de CDA-fractie vragen hoe de balans wordt bewaakt tussenhet vergroten van efficiëntie door meer schriftelijke afdoeningen en hetbehouden van de laagdrempeligheid van de Huurcommissie. Wat zijnvolgens de regering de voor- en nadelen van een groot aandeel schrifte-lijke afdoeningen?6. Uitvoering De leden van de CDA-fractie vragen hoe de uitvoeringspraktijk bij deHuurcommissie verandert door dit wetsvoorstel en hoe de regering deuitvoerbaarheid beoordeelt, ook met oog op capaciteit.7. Financiële gevolgen De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dat financiële prikkelsgericht moeten zijn op het aanpakken van malafide verhuurders en makenzich zorgen dat de huidige toepassing van de legesregeling vooralwoningcorporaties treft, terwijl dit niet de bedoeling was van hetamendement. De leden merken op dat het amendement van de ledenGrinwis en Vedder (Kamerstuk 36 496, nr. 57) om kostendekkende leges opte leggen aan verhuurders die vier keer of meer in het ongelijk wordengesteld, in de praktijk zeer ongewenste effecten heeft. Gebleken is dat metname grote woningcorporaties hierdoor onevenredig hard wordengeraakt, niet omdat zij moedwillig regels overtreden, maar omdat zij doorhet grote aantal verhuurde woningen in absolute zin vaker betrokken zijnbij procedures en daardoor ook vaker in het ongelijk worden gesteld. Dezeleden vragen of het mogelijk is rekening te houden met de omvang vanwoningcorporaties, zodat zij niet worden benadeeld ten opzichte vanandere verhuurders. Welke mogelijkheden ziet de regering hiervoor?Erkent de regering dat de huidige toepassing van artikel 7 Uhw ertoe leidtdat corporaties relatief veel bijdragen aan de kosten van de geschilbe-slechting, terwijl zij in verhouding tot hun omvang slechts een geringaantal klachten tegen zich hebben lopen? Acht de regering het wenselijkartikel 7 Uhw zo aan te passen dat de Huurcommissie de ruimte krijgt ommaatwerk toe te passen en de sanctie te richten op de malafideverhuurders waarvoor het amendement oorspronkelijk bedoeld was?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 513 De leden van de NSC-fractie vragen de regering of zij kan toezeggen datstructurele financiering van huurteams vastgesteld zal worden.De leden van de CDA-fractie vragen hoe de regering aankijkt tegen designalen dat de toepassing van het amendement-Grinwis/Vedder(Kamerstuk 36 496, nr. 57) leidt tot onevenredig hoge lasten voorwoningcorporaties. Is de regering bereid te onderzoeken of een relatievemaatstaf of een bredere hardheidsclausule tot meer evenwicht kan leiden?De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat het amendementvan de leden Grinwis en Vedder (Kamerstuk 36 496, nr. 57) om kostendek-kende leges op te leggen aan verhuurders die vier keer of meer in hetongelijk gesteld worden, een ongewenst effect blijkt te hebben voorcorporaties. Deze leden vragen de regering te bevestigen dat in hetafgelopen jaar de grootste tien corporaties het vaakst maximale legesopgelegd hebben gekregen. Kan de regering bevestigen dat dit vooralkomt omdat zij veel woningen verhuren en er in absolute zin meerverzoeken bij de Huurcommissie worden ingediend? Klopt het dat door dehuidige formulering van de wet de Huurcommissie gedwongen is na vierkeer in het ongelijk te stellen, de maximale leges te moeten heffen? Is deregering met deze leden van mening dat dit niet in lijn is met de bedoelingvan het amendement, dat stelt dat het amendement ertoe strekt deHuurcommissie «de mogelijkheid te geven» om kostendekkende leges opte leggen, en geen bindende verplichting wenst op te leggen? Deze ledenvragen de regering of zij bereid is dit in voorliggend wetsvoorstel tecorrigeren.8. Evaluatie De leden van de CDA-fractie vragen welke indicatoren worden gehanteerdbij de evaluatie van dit wetsvoorstel. Worden toegankelijkheid, unifor-miteit en kwaliteit van procedures expliciet meegenomen?9. Advies en consultatie De leden van de NSC-fractie vragen de regering hoe huurdersorganisatiesen huurteams betrokken worden bij de uitvoering en evaluatie.9.1. Huurcommissie De leden van de NSC-fractie lezen dat de wet oorspronkelijk per 1 juli 2025in werking had moeten treden. Deze leden vragen de regering waaromdeze datum niet gehaald is.De leden van de NSC-fractie lezen dat de Huurcommissie middels haaruitvoeringstoets kenbaar maakt graag de pariteit verbetert ziet wordenmaar er gekozen wordt om dit niet bij dit wetstraject op te pakken. Inplaats daarvan treedt de regering in gesprek met de Huurcommissie om tebezien welke verbeteringen er nodig zijn. Deze leden vragen de regeringof dit gesprek al plaatsgevonden heeft, wat de uitkomsten van dit gesprekzijn en ongeacht of de regering al in gesprek geweest is per wanneereventuele wijzigingen ten aanzien van pariteit doorgevoerd gaan worden.De leden van de D66-fractie merken op dat de Huurcommissie aantekentdat er voorwaarden zijn om de beoogde inwerkingtreding per 1 juli 2025te halen. Die datum is reeds verstreken. Wat is op dit moment de beoogdeinwerkingtreding en welke factoren hebben bijgedragen aan de vertragingtot nu toe, waardoor deze datum niet is gehaald? Kan de regeringaangeven dat de inwerkingtreding niet disproportioneel lang op zich zallaten wachten na behandeling in de Staten-Generaal?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 514 De leden van de BBB-fractie lezen dat de toegang tot de Huurcommissievoor toetsing van huurverhogingen op basis van een beding nu ook isopengesteld voor contracten in het laagsegment. Wat is het geschattevolume van nieuwe zaken dat wordt verwacht uit deze uitgebreidetoegang, en welke additionele middelen (personeel, training, digitaletools) zullen worden toegewezen aan de Huurcommissie om deze nieuwezaken effectief te beheren zonder achterstanden te vergroten of dekwaliteit van de dienstverlening voor bestaande zaaktypen in gevaar tebrengen?9.2. Pariteit De leden van de CDA-fractie vragen hoe de regering aankijkt tegen deoproep van de Raad van State en Aedes om pariteit in de Huurcommissiete heroverwegen en hierop een kabinetsvisie te ontwikkelen. Acht deregering pariteit een belangrijk middel om de onafhankelijkheid engeloofwaardigheid van de Huurcommissie te versterken?9.3. Schrappen procedure «klacht inzake gedraging verhuurder» De leden van de NSC-fractie lezen dat er met invoering van een huurre-gister zicht zou kunnen ontstaan op de actuele bezitsinformatie van dezeverhuurders, waardoor elke verhuurder kan bijdragen aan de verhuurder-bijdrage van de Huurcommissie. Deze leden merken op dat ook bij dezewetswijziging een huurregister goed van pas zou komen net als in veleandere situaties. Zij vragen de regering of zij erkent dat het opzetten vaneen huurregister de waarde van deze wet versterkt en per wanneer hethuurregister op zijn vroegst in werking kan treden.9.4. Leges Huurcommissie De leden van de CDA-fractie vragen of de regering bereid is te bezien ofde huidige toepassing van de legesregeling niet leidt tot onbedoelde endisproportionele effecten voor woningcorporaties.9.5. Huurcommissie Bonaire De leden van de NSC-fractie lezen dat deze wetswijziging niet geldt voorde BES-eilanden (waaronder Bonaire) omdat deze eilanden een eigenhuurcommissie hebben met een daarbij behorende eigen wet. Deze ledenvragen de regering of er onderdelen uit deze wetswijziging zijn dieeffectief van toepassing kunnen zijn voor de wet op de BES eilanden enwelke onderdelen dit zouden zijn.10. Overgangsrecht en inwerkingtreding De leden van de CDA-fractie vragen hoe de overgangsperiode eruitziet enhoe huurders en verhuurders worden geïnformeerd over de wijzigingen.De voorzitter van de commissie,PostmaDe griffier van de commissie,De VosTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 791, nr. 515
Bron, video en gesprek →0debatten
532bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2025-11-11) · CDA (2019-06-05–2021-03-30) ·