KamerkringInloggen
Wytske Postma

Officieel Kamerprofiel

Wytske Postma

Nieuw Sociaal Contract →
0debatten
532bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Commissies

Geen huidige commissielidmaatschappen beschikbaar in de Kamerdata.

Contact

Contactgegevens worden alleen getoond voor zittende Kamerleden.

Loopbaan

Geen loopbaangegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Opleiding

Geen opleidingsgegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Nevenfuncties

Geen nevenfuncties beschikbaar in de Kamerdata.

Geschenken en reizen

Geen geregistreerde geschenken beschikbaar in de Kamerdata.

Geen geregistreerde reizen beschikbaar in de Kamerdata.

Stemgedrag

Bij een hoofdelijke stemming staat de eigen stem. Anders staat de stem van de fractie waarvan dit Kamerlid op de besluitdatum lid was; dat is geen persoonlijke stem.

Geen stemmingen beschikbaar in de Kamerdata.

Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2025-11-11) · CDA (2019-06-05–2021-03-30) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
23 sep 2025 · Kamerstuk

2025D40951INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGBinnen de vaste commissie voor Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen enopmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening over Leefbaarheid en veiligheid.De voorzitter van de commissie,PostmaDe griffier van de commissie,De Vos nds-tk-2025D409511 IVragen en opmerkingen vanuit de fractiesVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieIIAntwoord/reactie van de MinisterIIIVolledige agenda I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deVoortgang van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid enhebben over een aantal onderwerpen nog vragen aan de Minister.Deze leden lezen op bladzijde 2 van de beslisnota dat er verbinding wordtgelegd met moeilijk bereikbare gemeenschappen in 14 NPLV-gebiedeninzake de actielijn veiligheid. Zij vragen de Minister om welke moeilijkbereikbare gemeenschappen het gaat, waar exact de «bereikbaarheids-problemen» zitten en wat het aan (extra) middelen kost (in de breedste zinvan het woord «middelen») om deze gemeenschappen te bereiken?Op bladzijde 5 van de Voortgangsrapportage valt te lezen dat niet overindividuele gebieden wordt gerapporteerd, maar over het geheel en denationale inzet. Hierdoor komt het voor dat sommige scores uitmiddelen.Waar mogelijk worden wel de uitschieters vermeld. De leden van dePVV-fractie zouden van de Minister willen weten of het mogelijk is omvoortaan zoveel mogelijk over individuele gebieden te rapporteren en zonee, waarom niet.Op bladzijde 6 van de Voortgangsrapportage staat opgetekend dat deaanvraag- en verantwoordingsprocedures nog verder vereenvoudigdkunnen worden. Deze leden vragen de Minister of deze vereenvoudigingonbedoeld niet kan resulteren in een onduidelijke verantwoording metalle gevolgen van dien. Wat wordt gedaan om dat te voorkomen?Op bladzijde 36 van de Voortgangsrapportage staat dat landelijke wet- enregelgeving of beleid soms knelt met de uitvoering; soms zorgenorganisatorische of culturele aspecten ervoor dat problemen niet opgelostkunnen worden. De leden van de PVV-fractie willen van de Minister zogedetailleerd mogelijk weten wat de «culturele aspecten» zijn die ervoorkunnen zorgen dat problemen niet opgelost worden.Deze leden willen de Minister ook nog een vraag stellen met betrekkingtot de brief Derde tranche Volkshuisvestingsfonds. Op bladzijde 3 lezen zijdat het niet eenvoudig zal zijn om een methodiek te ontwikkelen die rechtdoet aan de situatie op de BES-eilanden, en om een level playing field tecreëren. Het bedrag van 5 miljoen euro zal op separate (nog uit te werken)wijze ter beschikking worden gesteld aan de BES-eilanden. Zij vragen deMinister of genoemde separate methodiek voor de BES-eilanden er al isen zo ja, hoe deze eruit ziet en waar de verschillen zitten ten opzichte vande reguliere beoordelingsmethodiek.2 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten veel waarde aanleefbare en veilige wijken waar iedereen op een prettige manier kan leven.Deze leden zien een leefbare en veilige woonomgeving als essentiëlerandvoorwaarden voor jongeren om op te groeien. Het moet nietuitmaken waar je geboren bent en opgroeit. In iedere wijk zouden mensendezelfde kansen moeten hebben. Het is van belang dat ongeacht waar jein Nederland woont, je buurt prettig is en problemen tijdig wordenherkend en aangepakt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van belang dat hetNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) op een effectievemanier kan bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid in wijkenomdat niet in alle wijken in Nederland de leefbaarheid en veiligheid oporde is. Het is volgens deze leden daarom belangrijk dat er voldoendemiddelen zijn voor het NPLV, en dat alle wijken waar dat gewenst iskunnen participeren in het NPLV. Deze leden constateren dat de laatstevoortgangsrapportage van het NPLV dateert van bijna een jaar geleden.Zij ontvangen daarom graag een geactualiseerde voortgangsrapportage.Kan de Minister hierbij concreet ingaan op de knelpunten en de mogelijkeoplossingen? Deze leden horen tijdens werkbezoeken aan de wijken meteen nationaal programma dat deze inzet bijdraagt aan het verbeteren vande leefbaarheid en veiligheid, maar dat er ook nog veel uitdagingen enproblemen zijn. Daarom zouden zij graag zien dat deze knelpunten enuitdagingen expliciet worden betrokken bij de verbetering van deNPLV-aanpak.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de problematiekin veel wijken vaak niet los te zien is van zorgen over bestaanszekerheid.In bijvoorbeeld Arnhem-Oost valt op dat het experiment om gezinnenschuldenvrij te maken vaak slaagt, maar dat er vervolgens nieuweinstabiliteit ontstaat doordat het inkomen simpelweg te laag is. Zo leverteen kind dat achttien wordt direct verlies van kindgebonden budget op, enontstaan er extra lasten, zoals de zorgverzekering. Wanneer dit niet soepelsamenvalt met het verkrijgen van zorgtoeslag, ontstaan al snel betalings-achterstanden en opnieuw risico’s op schulden. De feitelijke situatie in hethuishouden verandert niet, maar de financiële positie wel, en dat maaktgezinnen kwetsbaar. Herkent de Minister dit en wat ziet zij hier vooroplossingsmogelijkheden?In veel wijken waar het NPLV betrekking op heeft zien de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie gelukkig verbeteringen in de leefbaarheid enveiligheid. Wel vernemen deze leden dat er meer behoefte is aanlangjarige zekerheid en aan meer gestroomlijnde ondersteuning enfinanciering. Op dit moment is er nog veel versnipperde financieringomdat er grote opgaven zijn die veel beleidsterreinen raken: vanhuisvesting en veiligheid tot zorg, en van armoedebestrijding tot deaanpak van de openbare ruimte. Dit leidt tot onvoldoende langjarigezekerheid. Deelt de Minister de mening dat dit een punt van zorg is en dathet verstandig zou zijn deze zorg op te lossen? Zo ja, wat gaat de Ministerhieraan doen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat een prettigewoonomgeving ook betekent dat er voor iedereen goede en betaalbarehuisvesting moet zijn. Helaas is dit nog lang niet overal het geval, zoconstateren deze leden. Zij zijn daarom voorstander van een stevigverankerde wijkenaanpak waarbij de kwaliteit van woningen wordtverbeterd onder andere door de aanpak van schimmel, tocht en hitte en3 het goed isoleren van woningen. Daarnaast moeten er, wat deze ledenbetreft, veel meer betaalbare woningen worden gebouwd. In dit licht zijndeze leden daarom wam voorstander van een effectief volkshuisvestings-fonds. Zij vragen de regering wat dit fonds tot nu toe concreet heeftopgeleverd en wat de gevolgen zouden zijn, wanneer dit fonds niet zouworden voortgezet.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van belang dat in allegemeenten de wijken leefbaar en veilig zijn. Ook gemeenten waar hetNPLV niet actief is moeten op een goede manier ondersteund worden.Recent vroeg de gemeente Beverwijk hier expliciet aandacht voor. Deburgemeester pleit voor middelen en expertise uit Den Haag om dejeugdproblematiek op te lossen. Graag ontvangen deze leden eenexpliciete reactie van de Minister hierop. Kan de Minister hierbij specifiekingaan op de observatie van de burgemeester dat de overheid niet alleenin wijken aanwezig moet zijn als er incidenten zijn, maar juist ook opandere momenten en dat de rijksoverheid losgezongen is van wat er echtgebeurt in de wijken?Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog een vraagover de capaciteit bij de politie. Deze leden constateren dat er in diversepolitieregio’s personeelstekorten zijn en dat er daarnaast bezuinigingendreigen die de operationele slagkracht van de politie verzwakt. Dit is juistin wijken waar wijkagenten een belangrijke rol hebben een groot punt vanzorg. De regioburgemeesters hebben recent de noodklok geluid over dezebezuinigingen. Graag ontvangen deze leden een reactie op deze zorgen envernemen zij graag van de Minister welke gevolgen deze afschaling vande operationele inzet heeft voor de inzet van de politie in de wijken waarvoldoende wijkagenten juist van cruciaal belang zijn.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukkenbehorend bij het schriftelijk overleg leefbaarheid en veiligheid. Deze ledenhebben nog een paar vragen.Zij vragen hoe het samenvoegen verloopt van diverse regelingen dieworden ingezet voor de NPLV-aanpak? Ziet de Minister al synergie-voordelen waardoor meer van de middelen uit de regelingen wordengebruikt voor de wijk?De leden van de VVD-fractie vragen de Minister aan te geven in welkeNPLV-gebieden de aanpak van de Rotterdamwet positief uitpakt en watdaar de voornaamste reden van is? Welke verbeteringen zijn zichtbaar?Deze leden vragen de Minister aan te geven op welke manier en metwelke arrangementen er moet worden gestuurd op nieuw woningaanbod,waaronder inbreiding en vernieuwing, in NPLV wijken om de leefbaarheiddrastisch te verbeteren.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de agenda vanhet schriftelijk overleg Leefbaarheid en Veiligheid. Deze leden vragen hoede Minister de effectiviteit van het NPLV tot nu toe beoordeelt. In welkemate krijgen mensen daadwerkelijk de juiste hulp, op de juiste plaats enhet juiste moment?4 De leden van de NSC-fractie hebben een aantal vragen over de Algemeneverordening gegevensbescherming (AVG). Herkent de Minister designalen van professionals dat jongeren die dreigen af te glijden (bijvoor-beeld door schoolverzuim, rondhangen op straat of aansluiting bijrisicogroepen) vaak al vroeg in beeld zijn, maar dat gegevensdelingtussen instanties stokt? Deelt de Minister de analyse dat de toepassingvan de AVG in het sociaal en veiligheidsdomein soms belemmerend werktvoor effectieve samenwerking tussen gemeenten en hulpverleners? Zo ja,op welke wijze kan dit worden aangepakt? Is de Minister bereid om teonderzoeken hoe gemeenten en hulpverleners jongeren daadwerkelijkkunnen ondersteunen zonder in strijd te handelen met de AVG? Ziet deMinister daarnaast mogelijkheden om te komen tot een landelijkwerkende norm of kader voor gegevensdeling in het sociaal en veilig-heidsdomein, zodat professionals duidelijkheid hebben en niet uit angstvoor sancties (zoals verlies van SKJ-registratie) samenwerking nalaten?Kan de Minister tot slot toezeggen dat zij de Kamer vóór het einde van ditjaar informeert over de uitkomsten van dit onderzoek en eventuelevoorstellen voor een landelijk kader?De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister de visie deelt datcrimineel vermogen dat door de overheid is afgepakt, in de eerste plaatszou moeten terugvloeien naar de wijken waar dit vermogen is buitge-maakt, juist omdat daar de gevolgen van criminaliteit het grootst zijn. Isde Minister het eens dat het inzetten van afgepakt crimineel vermogen inde lokale samenleving een krachtig signaal kan zijn tegen criminelepraktijken en tegelijkertijd kan bijdragen aan herstel en preventie? Herkentde Minister de signalen vanuit verschillende gemeenten dat het verkrijgenvan middelen uit afgepakt vermogen nu moeizaam verloopt? Kan zijaangeven wat de oorzaken hiervan zijn?Deze leden vragen de Minister uiteen te zetten op welke wijze gemeentenmomenteel gebruik kunnen maken van afgepakt vermogen, en of zij dezemiddelen structureel en gericht kunnen inzetten voor maatschappelijkedoelen zoals jongerenwerk, schuldenaanpak of veilige ontmoetings-plekken. Ook vragen zij of de Minister bereid is, samen met de Ministervan Justitie en Veiligheid, te verkennen welke juridische grondslag nodigis om gemeenten directer toegang te geven tot afgepakt crimineelvermogen. Kan de Minister tot slot toezeggen dat zij op korte termijn meteen voorstel naar de Kamer komt waarin duidelijk wordt gemaakt hoeafgepakt vermogen voortaan ten goede kan komen aan de lokalesamenleving?De leden van de NSC-fractie merken op dat bij de uitbreiding van wijken(«een straatje erbij») vaak zo gebouwd wordt dat kwetsbare wijkenkwetsbaar blijven, terwijl rijke wijken buiten schot blijven. Herkent deMinister dit? Deelt de Minister de mening dat dit leidt tot een versterkingvan ongelijkheid op de woningmarkt, en dat juist gemengde wijkenkunnen bijdragen aan meer sociale cohesie en bestaanszekerheid? Kan deMinister inzichtelijk maken in welke mate sociale woningbouw nugeconcentreerd wordt in kwetsbare wijken, en hoeveel er gerealiseerdwordt in duurdere wijken? Herkent de Minister dat gemeenten terug-houdend zijn om sociale woningbouw te realiseren op dure locatiesvanwege hoge grondprijzen en de zogenoemde onrendabele top? Welkemogelijkheden ziet de Minister om deze terughoudendheid te doorbrekenen gemeenten te stimuleren om ook op duurdere locaties sociale enbetaalbare woningen te bouwen? Is de Minister bereid impulsgelden enrijksbijdragen gericht in te zetten als financiële hefboom, zodat gemeentengestimuleerd worden sociale woningbouw ook in rijke wijken te reali-seren? En welke aanvullende instrumenten of maatregelen wil de Ministerinzetten om gemengde wijken te bevorderen en te voorkomen dat sociale5 woningbouw zich blijft concentreren in kwetsbare gebieden? Kan deMinister verder toezeggen dat bij het bestrijden van de wooncrisis nietalleen wordt ingezet op snelheid, maar ook op rechtvaardige verdeling enbetaalbaarheid in álle wijken?De leden van de NSC-fractie hebben een aantal vragen over het toene-mende aantal aanslagpogingen door middel van explosieven in relatie totde leefbaarheid en veiligheid in de Nederlandse wijken. Hoe kijkt deMinister aan tegen het toenemende aantal aanslagpogingen en heeft deMinister zicht op waar in Nederland deze aanslagen doorgaans plaatsvinden? Ziet de Minister een relatie tussen de NPLV-wijken of vinden deaanslagen doorgaans ook plaats buiten deze wijken? Heeft de Ministereen goed beeld van de gevolgen die deze aanslagen hebben op deleefbaarheid van wijken die toch al onder druk staan? Kan de Ministerdelen in welke mate, met het oog op de recente ontwikkelingen omtrentaanslagen met explosies, het wijs zou zijn om het aantal wijken dat extraaandacht krijgt in het NPLV uit te breiden en haar antwoord ooktoelichten?De leden van de NSC-fractie vragen zich daarnaast af hoe de Minister derol van woningcorporaties ziet als het gaat om de aanpak van aanslagenmet explosieven. Is de Minister van mening dat woningcorporaties meerruimte moeten krijgen om strafrechtelijke gegevens te ontvangen tenbehoeve van de aanpak van aanslagen met explosieven? Wanneerverwacht de Minister dat het wetsvoorstel Wijziging Woningwet i.v.m.bijzondere gegevensuitwisseling in werking treedt? Welke mogelijkhedenziet de Minister om landelijke afspraken te maken met woningcorporatiesaangaande de aanpak van aanslagen met explosieven en ondermijning?Daarnaast vragen deze leden of de Minister bereid is om, afhankelijk vande uitkomsten van het project van het Financieel Expertise Centrum (FEC),met de Minister van Justitie en Veiligheid, instanties betrokken bij hetFEC-project, en de politie tot een landelijke aanpak tegen hypotheekfraudete komen?De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister een verband ziet tussende leefbaarheid van wijken en wijken met energielabels E, F, en G. Deeltde Minister de mening dat wijken met veel woningen met bovenge-noemde energielabels vaak mensen aantrekken met een kleine porte-monnee, kan zij haar antwoord onderbouwen? Deelt de Minister deopvatting dat koeling, zonwering en schaduwrijke buitenruimte geen luxezijn, maar basisvoorwaarden voor gezonde en leefbare wijken? Welkestappen onderneemt het kabinet om ervoor te zorgen dat deze voorzie-ningen standaard onderdeel worden van nieuwbouwprojecten? Hoe kanworden voorkomen dat gemeenten en ontwikkelaars worden geconfron-teerd met extra bureaucratie of vertraging bij het realiseren vanhittestressreductie? Is het kabinet bereid om hittestressmaatregelen tekoppelen aan bestaande rijksbijdragen (zoals de Woningbouwimpuls of deStartbouwimpuls) zodat er geen extra procedures nodig zijn? Kan deMinister toelichten hoe generieke data uit bijvoorbeeld het Deltapro-gramma ingezet kan worden, zodat nieuwe onderzoeken naar hittestressper project niet nodig zijn? Hoe wordt geborgd dat deze data actueel enbruikbaar blijft voor gemeenten en ontwikkelaars? Hoe ziet het kabinet derol van publieke middelen in het waarborgen dat woningbouwprojectentoekomstbestendig zijn en bijdragen aan leefbare, gezonde wijken? Is deMinister bereid te onderzoeken hoe publieke bijdragen structureel kunnenworden gekoppeld aan klimaat adaptieve maatregelen, met namehittestressreductie? Hoe borgt het kabinet dat nieuwbouwwoningen nietalleen voldoen aan de huidige eisen, maar ook bestand zijn tegen hetklimaat van de komende vijftig jaar, met name op het gebied vanhittebestendigheid? Ziet de Minister, naast de klimaat- en energiedoelen,6 ook een directe relatie tussen woningen met een E, F of G-label en deleefbaarheid en veiligheid in wijken? Welke inzichten heeft het kabinetover de impact van slecht geïsoleerde woningen (EFG-labels) opbijvoorbeeld gezondheid, sociale cohesie en veiligheid in deze wijken? Isde Minister bereid gemeenten op te roepen om wijken met veelEFG-labelwoningen als prioriteit te benoemen in hun lokale woon- ofwijkprogramma’s, juist vanwege de samenhang met leefbaarheid enveiligheid? Op welke wijze kunnen bestaande instrumenten, zoals hetNPLV of de Woningbouwimpuls, worden ingezet om de verduurzamingvan EFG-labelwoningen te koppelen aan bredere wijkverbetering? Enerkent de Minister dat het versneld verbeteren van EFG-labelwoningenniet alleen een bijdrage levert aan het behalen van de klimaatdoelen,maar ook een publieke waarde vertegenwoordigt door de leefbaarheid enveiligheid in kwetsbare wijken te versterken?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destukken bij het onderwerp Leefbaarheid en Veiligheid. Deze leden hebbennog enkele vragen aan de regering.Zij lezen dat in eerdere tranches van het Volkshuisvestingsfonds (VHF) datin Heerlen-Noord woningen zijn gesloopt en nieuw gebouwd, met veelaandacht voor sociale huur. In de derde tranche is echter slechts een deelvan de gevraagde middelen toegekend. Kan de Minister toelichten wat devolledige omvang van de aanvraag van Heerlen in de derde tranche vanhet VHF was? Kan de Minister toelichten welke projecten in Heerlen-Noord door de gedeeltelijke toewijzing nu niet kunnen worden gereali-seerd? Kan de Minister ook toelichten op welke wijze ervoor wordtgezorgd dat de noodzakelijke woningverbetering en woningbouw in dezewijken alsnog doorgang kan vinden?De leden van de BBB-fractie lezen dat de nieuwe regeling SPUK KansrijkeWijk (256 miljoen euro) minder administratieve lasten kent en meer ruimtebiedt voor een integrale aanpak. Hoewel dit een stap vooruit is, blijft definanciering versnipperd en onzeker. Er wordt gesproken over een betereverbinding met Regio Deals, maar Heerlen-Noord is in de meest recenteafgesloten deals niet opgenomen. Kan de Minister toelichten of Heerlen-Noord onderdeel is van een Regio Deal, of zijn er plannen om dit gebiedop te nemen in de zesde en laatste tranche? Zo nee, waarom niet? En hoewordt in dat geval voorzien in de langjarige financiële zekerheid dienoodzakelijk is om duurzaam verschil te maken in Heerlen-Noord?De leden van de BBB-fractie lezen dat middelgrote gemeenten vaakonvoldoende structurele middelen hebben om grote maatschappelijkeopgaven, zoals leefbaarheid en veiligheid, integraal en duurzaam aan tepakken. Zolang middelgrote gemeenten buiten dit programma vallen,blijven miljoenen inwoners verstoken van dezelfde langjarige en integraleaanpak die in de grote steden al wel beschikbaar is. Welke mogelijkhedenziet de Minister om de kracht van middelgrote gemeenten – het leren vanen met elkaar en het bundelen van regionale functies – actief te benuttenin de doorontwikkeling van het NPLV?Ten slotte wijzen de leden op de Wet bijzondere maatregelen grootstede-lijke problematiek (Wbmgp). De gemeenteraad van Heerlen wil deze wetzo breed mogelijk inzetten. Uit onderzoek blijkt echter dat bepaaldeonderdelen van de wet – zoals het hoofdstuk over verlaging van de OZBvoor kleine ondernemers – in de praktijk nergens worden toegepast enbovendien weinig effectief blijken te zijn. Hoe rijmt de Minister de bredeinzet van de Wbmgp met de beperkte effectiviteit van onderdelen van7 deze wet? Hoe gaat de Minister, naast sociale en fysieke verbeteringen,zorgen voor een daadwerkelijke impuls van de lokale wijkeconomie inHeerlen-Noord? Immers, zonder werkgelegenheid en ondernemerschapblijft het perspectief voor bewoners beperkt.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie benadrukken het grote belang van hetNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en van de Regio Deals.Deze programma’s zijn essentieel om kansen te vergroten, brede welvaartte versterken en perspectief te bieden aan inwoners in kwetsbaregebieden.Deze leden vragen de Minister of de huidige uitwerking van het NPLVvoldoende recht doet aan de drie hoofddoelen: betere woningen engemengde wijken, meer participatie, en het terugdringen van criminaliteit.Waar ziet de Minister risico’s dat doelen niet worden gehaald en hoewordt daarop bijgestuurd?Zij constateren dat er afspraken zijn gemaakt over de bouw van50.000 betaalbare woningen in de NPLV-gebieden, gecombineerd metinvesteringen in de openbare ruimte en voorzieningen. Zij vragen hoerealistisch de Minister deze aantallen acht gezien de complexe opgavenen met het oog op hoe gemeenten worden ondersteund bij de uitvoe-ringskracht.De leden van de CDA-fractie maken zich zorgen over de financiering na2025. Deze leden vragen hoe wordt gewaarborgd dat lokale programma-bureaus en integrale aanpakken niet stilvallen door gebrek aan structurelemiddelen. Wordt gewerkt aan een langjarige financiële basis die zekerheidbiedt aan regio’s?Zij nemen kennis van de herziening van de Wet bijzondere maatregelengrootstedelijke problematiek. Zij vragen hoe wordt gewaarborgd datgemeenten instrumenten als selectieve woningtoewijzing en voorkeurs-recht proportioneel inzetten en dat bewoners voldoende rechtsbe-scherming behouden.De leden van de CDA-fractie onderstrepen het belang van de Regio Deals.Deze leden vragen hoe wordt gezorgd dat de lessen en investeringenvanuit de Regio Deals en het NPLV elkaar versterken en niet langs elkaarheen lopen. Wordt gewerkt aan structurele inbedding van Regio Deals inde brede regionale investeringsagenda’s?Zij vragen hoe de voortgang van de programma’s systematisch wordtgemeten. Wordt daarbij niet alleen naar fysieke verbeteringen gekeken,maar ook naar sociale en economische indicatoren die het bredeperspectief op leefbaarheid en veiligheid weerspiegelen?Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van deagenda van het schriftelijk overleg Leefbaarheid en Veiligheid. Deze ledenzijn groot voorstander van dit programma. Zij zijn van mening datvolkshuisvesting méér is dan het bouwen van huizen, en meer dan hetstapelen van stenen. Volkshuisvesting is veel breder; het ziet op alleaspecten die samenhangen met de woonomgeving. Het gaat dan ook overwoonomstandigheden, betaalbaarheid, kwaliteit, verduurzaming enleefbaarheid. Het NPLV is dan ook een essentieel onderdeel van hetlandelijke volkshuisvestingsbeleid. Daarom vinden deze leden het ook8 noodzakelijk dat het programma structureel doorgezet wordt. Zij vragende Minister of zij deze mening deelt en voorstellen wil voorbereiden omhet NPLV na 2028 voort te zetten.De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat er momenteel veelacties in het kader van het NPLV lopen. Deze leden nemen metinstemming kennis dat tal van regelingen lopen, zoals School enOmgeving, waarvoor de beschikkingen zijn verstrekt, de SpecifiekeUitkering (SPUK) Kansrijke Wijk, waarvoor volgende maand de aanvragenbinnen moeten zijn, en Preventie met Gezag, waarvoor gemeenten dezerweken te horen krijgen of hun aanvragen zijn gehonoreerd. Deze ledencomplimenteren de Minister hiermee. Zij vragen de Minister de Kamer zospoedig mogelijk te informeren over de uitkomsten van deze verschil-lende financiële regelingen die belangrijke elementen in de NPLV-aanpakvormen.De leden van de ChristenUnie-fractie merken tegelijkertijd op dat deverschillende financiële regelingen tot een hoge administratieve drukkunnen leiden. Deze leden vragen daarom hoe de Minister de integraliteitin de NPLV-aanpak bevordert. Zij zijn van mening dat er nog te veel sprakeis van losse regelingen met aparte aanvragen en verantwoordingen.De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat gezondheid enpreventie meer prioriteit in het NPLV zou kunnen krijgen. Juist in deNPLV-gebieden is veel gezondheidswinst te behalen. Deze leden vragenhoe de Minister ook vanuit het Volksgezondheidbelang betrokken kanblijven bij de aanpak. Zij vragen ook hoe zorgverzekeraars actiever bij hetNPLV betrokken kunnen worden, hun betrokkenheid is vooralsnog zeerbeperkt binnen het NPLV omdat ze in veel gebieden niet participeren. Zijvragen de Minister of en hoe zij de zorgverzekeraars als partner in hetNPLV gaat betrekken.II Antwoord/reactie van de Minister III Volledige agenda Herziening Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke proble-matiek; Nationaal Programma Leefbaarheid en VeiligheidKamerstuk 33 340-35 – Brief d.d. 26 juni 2025, Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. KeijzerUitwerking afspraken met 19 NPLV gebieden voor realisatie bouwwoningen en voorzieningenKamerstuk 30 995-105 – Brief d.d. 24 juni 2025, Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. KeijzerVoortgang Nationaal Programma Leefbaarheid en VeiligheidKamerstuk 30 995-104 – Brief d.d. 17 oktober 2024, Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. KeijzerEerste deals vijfde tranche Regio DealsKamerstuk 29 697-155 – Brief 10 oktober 2024, Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. KeijzerRegio Deals openstelling zesde trancheKamerstuk 29 697-154 – Brief 18 juli 2024, Minister van Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordening, M.C.G. KeijzerLeefbaarheid in Nederland 20229 Kamerstuk 32 847-1181 – Brief 24 mei 2024, Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeDerde tranche VolkshuisvestingsfondsKamerstuk 32 847-1177 – Brief 13 mei 2024, Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeTerugkoppeling Bestuurlijk Overleg Woondiscriminatie enaan-bieding rapport onderzoek woondiscriminatie ADV LimburgenBGB FlevolandKamerstuk 32 847-1129 – Brief 19 december 2023, Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeMiddelen voor het herstructureren van kwetsbare wijkenKamerstuk 32 847-1126 – Brief 12 december 2023 Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeFinanciering Nationaal Programma Leefbaarheid en VeiligheidKamerstuk 30 995-103 – Brief 8 december 2023, Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeHerziening Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke proble-matiek; Nationaal Programma Leefbaarheid en VeiligheidKamerstuk 33 340-31 – Brief 7 december 2023, Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeThemarapport «Leefbaarometer 2020; verdiepende analyses»Kamerstuk 32 847-1046 – Brief 12 juni 2023, Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeVoortgang Nationaal Programma Leefbaarheid en VeiligheidKamerstuk 30 995-102 – Brief 12 juni 2023, Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeOndersteunen van gemeenten bij het aanpakken van kwetsbaregebieden met het Volkshuisvestingsfonds 2023Kamerstuk 32 847-991- Brief 17 januari 2023, Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeVoortgang aanpak woondiscriminatieKamerstuk 32 847-989 – Brief 23 december 2022 Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de JongeVerslag van een schriftelijk overleg over o.a. het NationaalProgramma Leefbaarheid en VeiligheidKamerstuk 30 995-101 – Brief 4 november 2022, Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge10

Bron, video en gesprek →