Actuele ontwikkelingen in Venezuela en de veiligheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De voorzitter: Goedenavond. Ik open de vergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken voor het commissiedebat over de ontwikkelingen in Venezuela en de veiligheid van het Caribische deel van het Koninkrijk. Hartelijk welkom aan de Kamerleden. Ook hartelijk welkom aan de minister. De allerbeste wensen, allemaal. Dit is het eerste debat van het nieuwe jaar hier in de Kamer. Er is grote belangstelling voor dit onderwerp. Daarom hadden we net heel even overleg met de Kamerleden. Er staat drie uur gepland voor dit overleg. Met zo veel Kamerleden wordt het onmogelijk om dat voor elkaar te krijgen. We gaan het als volgt doen. Er zullen in de eerste termijn van de Kamer geen interrupties op elkaar zijn, zodat er ruimte overblijft om de minister een enkele vraag te stellen. Ik hoor dat de minister daar iets van vindt; ik dacht wel dat dat zo zou zijn. We gaan het zo doen om te proberen er zo veel mogelijk tempo in te houden. Ook de minister vraag ik om echt kort en bondig te antwoorden, zodat er ruimte is voor het debat met de Kamer. We gaan kijken hoever we komen met dit debat. Voordat ik Don Ceder als eerste aan de kant van de Kamer het woord ga geven, wil ik de griffier nog feliciteren. Hij is vandaag jarig. Kijk eens: de opkomst is enorm! Bedankt dat je hier op je verjaardag zit.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik vind het veel gedoe voor een verjaardagsfeestje, maar we doen het graag voor je. Meneer Ceder, het woord is aan u.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. U bent door uw tijd heen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. De heer Boswijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Meneer Dassen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Dassen. Mevrouw Teunissen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Dijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Meneer Struijs.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Struijs. Dat was keurig binnen de tijd. Heel goed. Meneer Vermeer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Meneer Dekker.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Meneer Hoogeveen. Nee, sorry! Meneer De Roon.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer De Roon. Meneer Hoogeveen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. U bent door de tijd heen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Meneer Van der Burg.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Heel fijn. Dank u wel. Ook u bent ruim binnen de tijd gebleven, waarvoor dank. Mevrouw Beckerman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Beckerman. Ook ruim binnen de tijd. De heer Van der Lee.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. We gaan twintig minuten schorsen, dus we zien elkaar hier om 18.25 uur terug. Ik schors de vergadering.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik heropen het debat. Aan de orde is de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Er is ruimte voor drie interrupties, met het verzoek deze onder de 30 seconden te houden. Als ze langer zijn dan 30 seconden, dan tel ik ze dubbel. Normaal gesproken kennen we in deze commissie de regel om onbeperkt te kunnen interrumperen, maar daar is vanavond echt geen ruimte en tijd voor. De minister zal in blokjes antwoord geven. Hij zal zo dadelijk opnoemen welke dat zijn. Aan het einde van ieder blokje geef ik de ruimte voor interrupties. Het woord is aan de minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de collega's of er behoefte is aan vragen. De heer Van Baarle. Voor degenen die wat later binnenkwamen: ik heb aangegeven dat er ruimte is voor drie interrupties. Als ze langer dan 30 seconden duren, tel ik ze dubbel. De heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Er is verder geen behoefte aan interrupties? O, toch wel. Mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Ik zie dat er geen vragen zijn van de zijde van de Kamer. Ik vraag u om door te gaan met de beantwoording. We hebben het over Groenland en de positie van de EU.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We noteren dit als een toezegging.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Boswijk. De vraag is al beantwoord? Oké. Mevrouw Van der Werf wilde ik daarna het woord geven, maar ook die vraag is al beantwoord. Dan gaan we naar de heer Van Dijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een vervolgvraag voor meneer Van Dijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We hebben de afgelopen dagen kunnen oefenen hier met die omstandigheden. We kunnen nog wat leren! Meneer Van der Lee.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Meneer Dassen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dus het is staatsrechtelijk … U wordt nu namelijk aangesproken op het aanpassen van een motie die nog niet is ingediend.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: En dat die motie al oordeel Kamer heeft. Betekent deze suggestie nog iets voor het oordeel van de minister?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké, dan gaan we door. Ik kijk even of er nog andere vragen zijn op dit punt. Anders gaan we door naar het volgende blokje.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Teunissen had zich gemeld.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik hoor dat mevrouw Van der Werf haar interruptie spaart. Ik kijk even verder. Dan zijn we aan het einde gekomen van de beantwoording van de minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Sorry, heeft u nog een blokje overig? O, dat had ik niet genoteerd. Heel goed.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Wilde u nog interrumperen op dit punt, meneer Vermeer?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Ja, meneer Hoogeveen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ja, helder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is één vraag niet beantwoord, hoor ik van meneer Ceder. Ik wilde het eigenlijk als volgt doen. Het is nu 19.40 uur. We hebben geen tijd voor een volledige tweede termijn, maar ik wil u nog wel even de ruimte geven om nog een enkele vraag te stellen. Die lopen we dan even langs en die inventariseren we. Dan kan de minister daar in één keer op terugkomen. Is het voor u akkoord om het zo te doen? Ja? Dan beginnen we bij meneer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder, dank. Meneer Boswijk, had u nog een vraag?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Dassen, u hoeft het woord niet meer, denk ik. Klopt dat?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: En uw vraag?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Teunissen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Meneer Van Dijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Struijs.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u. Meneer Vermeer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Dekker.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Meneer De Roon, wilt u nog?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Meneer Hoogeveen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van der Burg.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: En uw vraag aan de minister is: klopt dat? De heer Van der Lee.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Goed. De minister kort op deze punten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Dit is ook uitlokking richting de heer Dassen, terwijl die niks meer mag zeggen. Dus dat is onmenselijk, zeg ik tegen de minister. Dank. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit debat. Maar niet voordat ik nog een aantal dingen met u heb afgehandeld. Dat is de administratie, oftewel de toezeggingen. De belangrijkste toezegging, dat alle toekomstige moties van de heer Boswijk oordeel Kamer krijgen, hebben we niet genoteerd in het register, maar is wel belangrijk omdat ze op X worden aangekondigd. Er is een tweeminutendebat aangevraagd door de heer Ceder. We hebben begrepen dat dit volgende week ingepland kan worden. Tot slot. Bij dit debat waren vanavond vijftien leden aanwezig. Dat vind ik altijd heel heugelijk, want dat betekent dat er veel interesse is in zo'n debat. Er waren maar acht mensen die zich hadden opgegeven. Dat doet iets met de planning en de tijd die vervolgens voor een debat als dit wordt ingepland. Daarom nogmaals het volgende verzoek aan iedereen. Ook als u zich niet opgeeft, mag u komen spreken. Dat heeft echter wel gevolgen voor de orde van het debat en voor hoeveel ruimte er is voor het debat zelf. De vraag aan iedereen is dus om u alstublieft aan te melden. Dan kunnen we daar namelijk op anticiperen. Dan zorgen we ervoor dat het debat langer wordt gepland. Dat gezegd hebbende, bedankt voor uw discipline. Maar een debat eindigt nooit zonder een nabrander van de heer Dassen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk even naar de minister. Was dat inderdaad een toezegging?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Dan is de toezegging dus dat er een brief komt over de mogelijkheden van de Europese Unie als het gaat om effectiever te opereren? Ah, om een speler van wereldformaat te worden. Oké. We proberen dit in ieder geval voor het debat over de Amerikaanse veiligheidsstrategie te doen. Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit debat.
Bron, video en gesprek →