EU-actieplannen Israël en Palestijnse gebieden
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De voorzitter: Goedemiddag. Ik open de vergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken. Aan de orde is een commissiedebat over het EU-actieplan Israël en Palestijnse gebieden. Welkom aan de minister. Ik denk dat ik namens de commissie wel mag zeggen: van harte gefeliciteerd met de organisatie van een zeer succesvolle top. Alle aanwezige parlementariërs van NAVO-landen die wij hebben gesproken, waren vol lof over de organisatie van dit evenement. Geeft u dat vooral door aan alle mensen op uw departement die dat hebben gedaan. We hebben nog een paar andere mededelingen. De eerste is dat de heer De Roon zich heeft afgemeld wegens familieomstandigheden. Mevrouw Hirsch moet vanwege buitenlandse verplichtingen het debat een halfuur eerder verlaten. Dat gezegd hebbende: u heeft vier minuten spreektijd. Die hoeft u niet helemaal op te maken. U heeft drie interrupties; onder de 30 seconden tel ik ze niet mee. Maakt u het heel bont en duren ze heel lang, dan tellen we ze dubbel. Ik wens u een fijn debat. Meneer Paternotte, u mag als eerste.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ja, u heeft nog tijd.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ga uw gang, meneer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van Baarle, ik onderbreek u even, want er is een interruptie van de heer Kahraman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voordat ik het woord aan de heer Kahraman geef … Ik wil niet proberen om de spelregels tijdens het debat aan te passen. Ik heb gezegd dat we drie interrupties doen, maar toen ik dit zei, was deze commissie nog de helft kleiner. We hebben drie uur voor dit debat, dus dat gaan we niet redden. Dat is niks persoonlijks, mevrouw Bikker, maar ik ga het toch beperken tot twee interrupties, en ik reken met interrupties onder de twintig seconden. Anders ben ik bang dat we dit debat niet klaar krijgen binnen de gestelde tijd. Meneer Kahraman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik hoorde geen vraag, meneer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van Baarle, voldoende. Gaat u verder met uw bijdrage.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Baarle. U bent door uw tijd heen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van Baarle, een kort antwoord graag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van Baarle …
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Zeker. U mag antwoorden, maar ik heb u gevraagd om kort te antwoorden. Dat zal ik bij iedereen doen overigens. U stelt nu vragen terug aan de heer Stoffer, maar hij heeft de kans niet om daar straks op te reageren. Daarom grijp ik nu in. U mag uw antwoord aan de heer Stoffer afronden en daarna gaan we verder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Klaar. Meneer Stoffer. Het woord is aan u voor uw bijdrage.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Keurig binnen de tijd. Meneer Boswijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Boswijk, op uw vorige punt heeft de heer Paternotte een interruptie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Gaat u verder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. U bent keurig binnen de tijd. Mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Dobbe. Meneer Kahraman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Paternotte heeft naar aanleiding daarvan een vraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder, meneer Kahraman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder, helder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Kahraman. Meneer Kahraman. Ik heb al vier keer "meneer Kahraman, meneer Kahraman" gezegd. Het is klaar. Meneer Paternotte, voordat ik u het woord geef: dit is niet het debat over de Raad Buitenlandse Zaken, maar over de EU-actieplannen Israël en Palestijnse gebieden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Kort antwoord van de heer Kahraman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Gaat u verder met uw betoog. O, nee. Mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is een korte vraag, meneer Kahraman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. De heer Boswijk, kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Boswijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik denk dat hierop toch nog wat interrupties komen, meneer Kahraman. Ik ben blij dat u daar blij mee bent.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nee, meneer Paternotte, u had een vraag gesteld. Ik denk dat de heer Kahraman u prima heeft gehoord, maar hij gaat over zijn eigen antwoorden. U kunt een nieuwe interruptie doen als u dat wilt. Meneer Dassen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Kahraman, een kort antwoord graag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Meneer Kahraman, nu is het klaar. We komen er anders niet doorheen. Er zijn heel veel onderwerpen en ik wil graag iedereen de ruimte geven. Dus een korte vraag en graag een kort antwoord. De interrupties zijn niet het probleem, maar de antwoorden. Meneer Dassen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Had u nog? Nee, sorry, u bent door uw interrupties heen. Meneer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Gaat u verder met uw betoog. U heeft nog een korte vraag? Ja?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Hirsch.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Kahraman, u bent door uw interrupties heen. Meneer Van der Burg.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Uw vraag is?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Bikker.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Met dit laatste stuk poëzie gaan we naar meneer Dassen. O, mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: En uw vraag is?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een persoonlijk feit mag altijd, mevrouw Dobbe. Het moet wel echt een persoonlijk feit zijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Mevrouw Dobbe, dit was een persoonlijk feit. Waarvan akte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We gaan door naar de heer Dassen. De heer Paternotte wil een persoonlijk feit melden. Dat kan altijd. Ik ga er wel op letten of het echt een persoonlijk feit is. Dat betekent dat u bent aangesproken.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van der Burg, als u wilt voorzitten, mag u hier zitten. Meneer Paternotte, wat wilt u zeggen?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het persoonlijk feit is gemaakt. Meneer Dassen, u kunt ongehinderd spreken, want er zijn geen interrupties meer. Ga uw gang.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bikker.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. We schorsen tot 16.30 uur en dan gaan we verder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de kant van de minister. U heeft straks twee interrupties. Interrupties onder de twintig seconden tel ik niet mee. Bent u te lang van stof, dan tellen we 'm dubbel. We gaan nu snel beginnen. Minister, zou u kunnen aangeven in welke blokjes u gaat antwoorden? Dan krijgt iedereen aan het einde van dat blokje de kans om een vraag te stellen. De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is uitgebreid. Zeker omdat u zegt "introductie" — waar u recht op heeft — ga ik u vragen om het echt kort te houden en graag direct na de vragen van de Kamerleden te antwoorden, anders is er geen ruimte voor debat. De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik ga even kijken of er op dit punt vragen zijn. Mevrouw Hirsch.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een korte vervolgvraag, mevrouw Hirsch.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk nog even verder. Nee? Gaat u verder. En ook hierbij de vraag om de introducties zo kort mogelijk te houden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Baarle had een vraag en daarna de heer Stoffer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. De minister, kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Helder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Ik kijk even ... Tot slot.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Dassen, kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Meneer Dassen, kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Helder. Mevrouw Dobbe?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot, mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het is helder. De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Kahraman, tot slot.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Ik kijk nog even rond. Er waren nog vragen. U krijgt daar een korte kans voor. Dan gaan we snel door met de rest van de beantwoording. Meneer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Had u het woord gekregen, meneer Paternotte? Ik wilde zeggen: u krijgt nog één keer het woord. Daarna gaan we naar de heer Dassen. Dan ronden we dit blokje af en gaan we door naar de volgende onderdelen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot, meneer Dassen. Nee?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U heeft twee interrupties, en onder de twintig seconden tel ik ze niet mee. Zodat we niet eindeloos blijven doorgaan in één blokje. Dus omdat dit echt het onderwerp is van het debat, geef ik iets meer ruimte. Dus u kunt nog één vraag stellen als u dat wilt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Dan gaan we door met het volgende blokje: de relatie EU-Israël. Daarna het actieplan EU-Israël. Als zesde het actieplan EU-Palestina. Ik zou u willen vragen om deze alle drie in één keer te doen, om tijd te besparen. Aan het eind krijgen de Kamerleden de kans om vragen te stellen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Was u hiermee aan het einde gekomen of had u nog een aantal vragen openstaan?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Heel goed, dank. Dan zag ik eerst de heer Paternotte en daarna mevrouw Bikker.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan kijk ik even of er nog een vervolgvraag is. Nee? Dan gaan we naar mevrouw Bikker.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Hele concrete vraag. De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk nog even of er nog andere vragen of aandachtspunten zijn. Dat is niet het geval. Dan kunt u verder met de beantwoording. We waren bij Syrië en breder, als ik het goed heb.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Was u daarmee aan het einde gekomen?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk even rond, want volgens mij zijn er meer vragen niet beantwoord. Meneer Dassen, u mag uw vraag herhalen, maar niet meer dan dat.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ja, heel goed. Heeft u ook nog een vraag, meneer Paternotte, of had u iets naar aanleiding van …
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan wachten we even. De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Meneer Paternotte, een korte vraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is een vraag om informatie. Wil de minister daaraan tegemoetkomen?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Akkoord. Dan noteren we dat. Mevrouw Hirsch, kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dit was een lange interruptie. Die telt dubbel. De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Op dit punt zijn we klaar. We gaan door. Ik zie dat er nog leden zijn die iets willen zeggen, maar dan moeten we de volgende keer meer tijd inplannen voor het debat dan nu het geval is. U heeft echt ruim de tijd gehad voor interrupties, dus we gaan snel door. Minister, volgens mij bent u bij uw laatste blok.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Hartstikke goed. Volgens mij is de minister hiermee aan het einde van zijn beantwoording gekomen. Dank daarvoor. Heeft u behoefte aan een tweede termijn? In dat geval kan ik u een tweede termijn van één minuut aanbieden, zonder interrupties. Meneer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Meneer Stoffer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Helder. Dank u wel. Mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel en wat fijn dat u hier vandaag was. U bent altijd welkom in deze commissie. Ik kijk naar de minister. U kunt kort hierop ingaan en ik geef de ruimte voor één korte vervolgvraag, als dat nodig mocht zijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Even wachten. Was u hiermee aan het einde gekomen van uw antwoord? Dat is het geval. Meneer Dassen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Ik kom even terug op het punt van artikel 68. Om verwarring te voorkomen: volgens mij gaat het over het punt dat ook bij de RBZ aan de orde is geweest, naar aanleiding van een vraag van mevrouw Dobbe. U zou daar nog op terugkomen, binnen twee weken. Nee? Het ligt toch anders. Mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dus daar komt nog ... Succes. Ik kijk nog even rond. Meneer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Heel fijn, dank u wel. Ik heb gezegd dat er ruimte was voor één vraag. We zijn hiermee aan het einde gekomen van deze vergadering. Eerst staan we stil bij de toezeggingen. De heer Paternotte heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Dat gaan we doorgeven. Het is de verwachting dat het volgende week voor het reces zal plaatsvinden. Er is één toezegging genoteerd: Is dit correct? Dat is het geval. Heel goed, dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van deze vergadering. Ik dank de collega's. Ik dank de minister voor de beantwoording. Dan sluit ik de vergadering.
Bron, video en gesprek →