Innovatie
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Oualhadj (D66): Het roept toch wat vragen op, want twee collega's hebben het net ook gehad over wat juist die Innovatiebox betekent voor ASML aan de ene kant en voor de hele waardeketen, namelijk de — wat is het? — circa 1.500 andere bedrijven die ook meeprofiteren van dat soort subsidieregelingen. Ik ben dus toch even benieuwd wat de collega van FVD nu precies bedoelt met zijn laatste opmerking.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Dat laatste, ja.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Het ging over het meenemen van het mkb. Die bedrijven zouden daar dan ook juist van moeten profiteren. Dat doen ze volgens mij al. Ik was dus even benieuwd, want u noemde zelf ASML als voorbeeld. Dat vind ik nou juist een voorbeeld waarvan heel veel kleine bedrijven in die hele keten, waaronder ook heel veel mkb-bedrijven, zeggen: wij profiteren daar enorm van mee; voor ons is dat een enorm hulpmiddel. Ik zocht dus even naar wie de heer Schenk dan heeft gesproken of waar dat op gebaseerd is.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Dank u wel, voorzitter. We brengen hier in Nederland de beste ideeën voort en moeten dan vaak lezen hoe de waarde, kapitaal, talent en fabrieken wegglippen naar concurrenten. Dat kunnen we voorkomen en daar ligt onze kans op meer strategische welvaart, maar dat vraagt om risicobereidheid, tempo en keuzes. Voorzitter. Vandaag wil ik het over drie zaken hebben die bepalen of een doorbraak ook daadwerkelijk een Nederlands bedrijf wordt en blijft: aanjagen, valorisatie versterken en sneller groeien. Over één minstens zo belangrijk onderwerp heb ik eergisteren een apart debat aangevraagd. Dat is de oprichting van het NADI. Daarom laat ik dat hier vandaag achterwege, maar ik ben het wel heel erg eens met wat er hiervoor gezegd is door de aanwezigen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Dank u wel voor deze vraag. Ik heb ook de brief gezien die de kennisinstellingen en alle grote bedrijven die hem hebben ondertekend, naar de Kamer hebben gestuurd. Daarin staat met name dat het revolverende nogal een probleem is, bijvoorbeeld voor de opstart en de inrichting van deze instelling. Ik ben natuurlijk heel erg benieuwd. Dat is ook de reden waarom ik dit debat heb aangevraagd. We wachten natuurlijk al best even op die brief. Die komt, hoop ik, zo snel mogelijk. Ik had eigenlijk gehoopt dat die er vandaag had gelegen, zodat we daar ook met elkaar een gesprek over kunnen hebben en een debat kunnen hebben over: wat is er nou nog nodig om dat tot een succes te maken? Want wat mij betreft is onze inzet … Ik ben heel erg blij dat we dit hebben opgenomen in ons coalitieakkoord. Er is ook 500 miljoen voor gereserveerd, dus er zijn wel middelen. Maar de vraag is hoe we dat vervolgens vormgeven. Op die brief wachten we. Op basis daarvan kunnen we volgens mij een goed gesprek voeren.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Het eerste punt: het aanjagen. Hoe jagen we aan dat er hier meer doorbraken ontstaan? Dat begint met het creëren van randvoorwaarden voor onze strategische sectoren en met de houding van een ondernemer: niet wachten op de perfecte versie, maar beginnen, leren en bijsturen. Het Wenninkrapport ligt er sinds december, de Nationale Technologiestrategie sinds januari en de Semicon Visie sinds april. Die bevatten allemaal voorstellen die vandaag uitvoerbaar zijn. Dat stelt ook de sector zelf. Ik vraag de minister daarom welke van die voorstellen zij nu al in gang heeft gezet en wanneer wij daar als Kamer de eerste resultaten van kunnen zien. Aanjagen vraagt ook om het maken van scherpe keuzes. Kijk wat focus oplevert, bij bijvoorbeeld Qualinx, een bedrijf in Delft, waar een volledige Europese chipketen mogelijk is. Daar ligt onze kracht, samen met een aantal andere sectoren. Neem de NTS, die Nationale Technologiestrategie. Deze benoemt tien sleuteltechnologieën. Tien is geen keuze, dat is een opsomming. Wie overal een klein beetje in investeert, kiest uiteindelijk niets. Dus wat kiest deze minister? Wanneer krijgen onze sterke clusters het langjarige perspectief geboden dat hen hier ook gaat verankeren? Dan het tweede punt, de valorisatie. Daar is ook al veel over gezegd. Valorisatie, ofwel zorgen dat een wetenschappelijke doorbraak een succesvol bedrijf wordt. Onze wetenschap behoort tot de wereldtop, maar tussen een ontdekking in het lab en een onderneming op de markt gaat het bij ons nog te vaak mis. Andere landen halen uit diezelfde wetenschap wel meer economische waarde. Ik heb eerder een motie ingediend voor structurele financiering van die academische spin-offs. Hoe wordt die nu uitgevoerd? Hoe voorkomen we daarmee dat al die middelen projectmatig zijn?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik kom zo ook op de deal terms in mijn bijdrage. We hebben best hoge ambities gesteld in ons coalitieakkoord, dus wat dat betreft ben ik ook heel erg benieuwd wat we er nu aan doen om ook de "beste deal terms" ... Ik moet even zoeken naar het citaat uit het coalitieakkoord. Ik meen dat daar staat: "De beste deal terms van de westelijke wereld". Daar zijn we nog niet, dus daarvoor zijn best nog wat stappen nodig. Daar heb ik ook vragen over. Wat mij betreft mogen we dat nog best opkrikken. Daar zijn ook eerder vragen over gesteld, waar ik me bij aansluit.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): De vraag over de motie had ik gesteld. Daar staat het in mijn bijdrage: we ambiëren in het coalitieakkoord de "beste deal terms voor start-ups van de hele westelijke wereld." Daar zijn we nog niet. Hoe komen we daar? En aan welke lat toetst de minister vooral of we die beste startvoorwaarden ook echt halen? Ik ben dus benieuwd wat onze benchmark is. Toetsen we bijvoorbeeld aan het Europese gemiddelde? Of gaan we verder, zeker gezien de hoge ambities die we hebben? Tot slot. De groei van succesvolle bedrijven is voor het hele ecosysteem belangrijk. Een bedrijf dat hier blijft en groot wordt, vormt zelf een nieuwe voedingsbodem voor het aantrekken van talent, leveranciers, kapitaal en kennis. Zo ontstaat dat vliegwiel. Belangrijk voor groei is daarom ook continuïteit. Verschillende succesvolle projecten uit het Nationaal Groeifonds lopen straks af. Hoe voorkomt de minister een klifscenario voor kansrijke Groeifondsprojecten en is zij bereid vrijvallende middelen te heralloceren naar doorlopende R&D binnen de bestaande kaders? In het coalitieakkoord is ook opgenomen dat we met de nationale EU-financieringsvoorziening zorgen voor voorspelbaarheid en voor toegang van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen tot Europese innovatieprogramma's. Hoe staat het hiermee? En staan er voldoende middelen klaar om te participeren in Europese projecten? Voorzitter. Tot slot. De Nederlandse voedingsbodem is ook voor innovatie ontzettend rijk. Het talent levert, de wetenschap levert, de ondernemers leveren, nu wij nog. Laten we onze koplopers niet alleen feliciteren maar ook stimuleren en faciliteren, zodat we onze strategische positie nog verder uitbouwen. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ja, hoor, wat mij betreft gaat het om innovatie in de breedste zin van het woord, van de kleinste mkb'ers tot de bedrijven die heel groot zijn. Dat is dus eigenlijk een heel kort antwoord. Overigens hebben we volgende week ook een mkb-debat. Vandaar dat we ons hier wat meer richten op inderdaad misschien deep tech en allerlei andere innovatieve bedrijven. Dus ik snap uw vraag, maar misschien past die iets meer bij het mkb-debat.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik ben natuurlijk heel blij om te horen dat de taskforce goed bezig is. Ik geloof ook wel echt dat alle instrumenten die u net heeft opgesomd er ook zijn. Het is goed dat daar een satéprikker doorheen wordt geduwd en dat er dan een mooie brief onze kant op komt. Daar twijfel ik niet aan. Wat ik zelf wat problematisch vind, is dat er ook echt al wel projecten klaarliggen, bijvoorbeeld in die halfgeleiderindustrie. Wat ik bedoel met dat ze klaarliggen, is dat er volgens mij ook al private commitment is uitgesproken. De businesscases liggen er. Daar ging eigenlijk ook mijn vraag over. Waarom rijden we die specifieke onderdelen zoals ChipNL niet nu al gewoon naar buiten? Ik geloof ook wel dat er heel veel gevallen zijn waar we op moeten wachten of waarbij instrumenten nog niet duidelijk zijn. Ik noem ChipNL heel specifiek, maar er zijn er volgens mij drie of vier in de halfgeleiders die echt klaarliggen. Waarom wachten we daar zo lang op?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik ben het helemaal eens met die laatste stelling. Het is niet zo dat degenen die het hardst roepen of het eerst zijn het meeste recht hebben. Het zijn echter wel projectvoorstellen die er al heel lang liggen. Met betrokkenen is ook veel gesproken door uw departement, zeg ik via de voorzitter. Maar goed, als de minister er in tweede termijn op terugkomt, zou zij dan meteen ook de fotonische chips en IAMM, waar ook de heer Vermeer van BBB over begon, daarin willen meenemen? Het gaat volgens mij om een aantal projectvoorstellen en dus niet alleen om ChipNL. Die noemde ik net even als voorbeeld, ter illustratie.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik heb het even gedubbelcheckt, maar volgens mij heb ik één vraag gemist, namelijk de vraag over NTS en die sleuteltechnologieën. Ik had gevraagd waar de minister voor zou kiezen en wanneer het langjarig perspectief geboden wordt dat hen hier zou verankeren. Het ging echt over de vraag welke keuzes uit die tien sleuteltechnologieën we dan gaan maken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de minister. Ik heb nog één onderwerp op mijn lijstje — het is al even genoemd — namelijk de regeling voor ondernemers in moeilijkheden; u kent 'm wel. Ik waardeer het dat de minister het voortouw neemt om in Brussel samen met een flink aantal lidstaten te pleiten voor aanpassing van de definitie. In de brief die de minister heeft toegestuurd, lees ik dat de de-minimisroute en een betere RVO-communicatie het grootste deel van het probleem zouden ondervangen. Nou, fijn. Toch hoor ik ook van tientallen bedrijven dat kansrijke start-ups en scale-ups nog altijd buiten de boot vallen, met directe gevolgen voor bijvoorbeeld deelname aan IPCEI. Sommige bedrijven doen zelfs geen aanvraag meer, omdat ze verwachten te worden afgewezen vanwege hun waarschijnlijke OIM-status. Erkent de minister dat de huidige oplossing, de de-minimisroute en de communicatie van RVO, het structurele probleem niet wegneemt voor de bedrijven die er nu onder vallen? Ik ben wel blij om te horen dat de AGVV de mogelijkheid geeft om regels met terugwerkende kracht toe te passen en er dus anticiperend gehandeld wordt op die aankomende wijzigingen. Ik overweeg een motie in te dienen die verzoekt om die anticiperende toepassing met terugwerkende kracht wel direct bij publicatie van het EC-voorstel te effectueren, zodat er geen tijd verloren gaat tussen de publicatie en het in werking treden van de nationale oplossing met terugwerkende kracht. Ik kondig dit alvast aan en geef op die manier ook meteen steun voor het verzoek van de heer Dassen voor een tweeminutendebat. Verder zie ik uit naar alle brieven die ons zijn toegezegd, zodat we ook in de aankomende debatten het juist gesprek met elkaar kunnen voeren. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →