OCW-begroting, onderdeel Media
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Oualhadj (D66): Dank u wel, voorzitter. Onlangs stopte de iconische presentator Frits Spits na 52 jaar met radio maken. In zijn programma De Taalstaat bracht hij ongelofelijk veel verschillende onderwerpen samen: van het taalgebruik op sociale media tot de taal van de Dichter der Nederlanden. Ik was niet alleen liefhebber van het programma, maar genoot ook van de manier waarop hij het presenteerde. Zelf ben ik in mijn studententijd namelijk ook radiomaker geweest bij FunX. Daar ontdekte ik het verschil tussen wat de luisteraar hoort en wat erachter zit. Een uitzending lijkt vanzelf te gaan, maar achter elke minuut zit voorbereiding, zoals in de redactie en de keuzes. Welke feiten kloppen? Wie moet je vooraf spreken? Die nieuwsgierigheid naar journalistiek bracht me later naar de redactie van PowNews. Ook daar was het de kunst om met een groot team elke dag een verhaal rond te krijgen. Het zijn drie programma's met elk een heel ander geluid en een andere doelgroep, maar er is ook een grote overkomst: betrokken en gepassioneerde makers die op eigen, onafhankelijke wijze verhalen vertellen die er voor Nederland toe doen. We kunnen er trots op zijn dat we in Nederland publieke en commerciële omroepen hebben die zo'n rijk media-aanbod creëren, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Daar gaat dit debat wat mij betreft vandaag over. Ik wil graag twee onderwerpen uitlichten. Aan de ene kant wil ik het hebben over hoe we ervoor zorgen dat journalisten vrij en veilig hun werk kunnen doen. Aan de andere kant wil ik het hebben over hoe we bouwen aan een mediastelsel dat heel Nederland bedient met betrouwbaar nieuws, cultuur en educatie. Ik begin bij onafhankelijkheid. Journalisten krijgen steeds vaker te maken met intimidatie, doxing, bedreiging en haatcampagnes, soms op straat en soms zelfs aan de voordeur. Bovendien zien we dat online bedreigingen en druk ook uit het buitenland kunnen komen. Dat is niet alleen een enorme dreiging voor de journalistiek; het is ook een probleem van ons. Wie zich bedreigd voelt, gaat namelijk risico's mijden en wie risico's mijdt, publiceert minder. En wie minder publiceert, laat misstanden langer bestaan. Zo wordt onze democratie verzwakt. Dat wordt ook uitgedrukt in cijfers. Afgelopen jaar kwamen er 262 meldingen binnen bij PersVeilig, 262 meldingen! Daarom vraag ik de minister daar drie dingen over. Vindt deze minister dat de meldingen die bij PersVeilig binnenkomen incidenten zijn of ziet hij een trend, en hoe duidt hij die dan? Erkent de minister dat deze gemelde zaken de journalistieke onafhankelijkheid onder druk zetten en daarmee onze democratie schaden? Deelt de minister de stelling dat intimidatie en doxing van journalisten schadelijk zijn voor de persvrijheid, en wat doet de minister hier dan aan? Voorzitter. Persveiligheid gaat ook over het klimaat waarin journalisten werken. Wij willen dat journalisten de vrijheid voelen om schurende verhalen te kunnen maken, om de macht te bekritiseren en om belangrijke thema's aan te raken waarvan anderen misschien liever hebben dat ze onberoerd blijven. Dat brengt ons bij een simpele vraag: wat is de rol van dit kabinet in het beschermen van een klimaat waarin kritische journalistiek kan floreren? Begrijp me niet verkeerd: zoals ik eerder heb gezegd en ik hier nog een keer herhaal, zijn journalisten niet gevrijwaard van kritiek en moet je de publieke omroep natuurlijk kritisch kunnen bevragen. Er is echter een groot verschil tussen kritiek en verdachtmaking. Kritiek gaat over feiten, aanwijsbaar en controleerbaar. Ongefundeerde verdachtmakingen, zelfs subtiel gebracht, suggereren kwade trouw. Dat heeft een heel concreet gevolg: het maakt het vertrouwen in onze journalistiek en daarmee in onze instituties fragieler. Een vicepremier heeft een verantwoordelijkheid in het beschermen van de fundamenten van de rechtsstaat. Daar hoort persvrijheid ook bij. Juist vanwege de machtspositie van een vicepremier moet deze te allen tijde voorkomen dat ook maar de schijn van politieke druk ontstaat. Onafhankelijke journalistiek betekent dat er geen enkele journalist, van hoofdredacteur tot stagiair, ook maar hoeft te denken: als ik deze bewindspersoon tegen het hoofd stoot, kost dat me straks ruimte, geld of toegang, dus laat ik het maar niet doen. Daarom stelde ik samen met collega …
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Sorry, uw vraag is …?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik denk dat we er van journalisten te allen tijde van uit moeten kunnen gaan dat ze onafhankelijk opereren. Als we daar geen vertrouwen meer in hebben, hebben we in Nederland instituties die dat kunnen controleren.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Nogmaals, ik heb geen reden om dat aan te nemen, maar ik denk dat we te allen tijde moeten uitgaan van betrouwbare journalistiek. Als we aan die betrouwbaarheid twijfelen, zijn er verschillende instituties die daarop kunnen toetsen. Laten we vooral de instituties gebruiken om dat te doen. Punt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik kom nu terug op de onafhankelijke journalistiek. Ik stelde samen met collega Mohandis eerder vragen over het X-bericht van vicepremier Keijzer. Ik was negatief verrast door de beantwoording van de minister op mijn vragen over de uitspraken van die vicepremier. Voorzitter. De minister schetst het wettelijk kader en de noodzaak tot afstand tussen media en politiek, maar mijn vragen gingen over deze specifieke casus en de gevolgen dáárvan. Hier ontbrak namelijk juist de afstand tussen media en politiek. Ik wil van de minister weten: is hij het met me eens dat een vicepremier geen twijfel zou moeten zaaien over de betrouwbaarheid van de NOS? Hoe duidt hij dit X-bericht dan zelf? Daar kreeg ik namelijk geen antwoord op. Kan hij mijn belangrijkste vragen dan alsnog beantwoorden? Ik herhaal ze nog even. Hoe beoordeelt de minister deze uitlatingen van de vicepremier in het licht van de wettelijke waarborg dat de publieke omroep onafhankelijk dient te zijn van politieke beïnvloeding? Is er binnen het kabinet gesproken over de mogelijke impact van dit soort uitspraken op het vertrouwen in journalistiek en publieke instituties? Voorzitter. Voor onafhankelijke journalistiek is het ook belangrijk dat er financiële zekerheid is. We willen juist dat makers een nieuw onderzoek of format kunnen verkennen, maar kiezen ze daar nog voor wanneer er een forse bezuiniging boven de markt hangt? D66 heeft eerder al uitgesproken dat we kritisch zijn op grote bezuinigingen die direct de kerntaak raken. We hebben het niet over kleine bedragen. Er ligt een structurele bezuiniging van meer dan 15% voor. Mede daarom heeft D66 bij de vorige OCW-begroting tegengestemd. In een tijd van nepnieuws en toenemende druk op de journalistiek kun je namelijk niet tegelijkertijd zeggen dat journalistiek cruciaal is en de bodem onder haar voeten vandaan trekken. De publieke en commerciële omroepen zorgen elke dag voor Nederlands nieuws, cultuur en educatie. Daar komt Nederlands talent tot bloei en wordt onze cultuur ook zichtbaar. Juist daarom vind ik het zo opmerkelijk dat degenen die zeggen onze culturele waarden te willen versterken, deze instituties willen afbreken. Wil je de Nederlandse cultuur versterken, zorg dan voor sterke omroepen. Is de minister dat met mij eens? Dan de stelselherziening. Helaas moeten we constateren dat het zeer goede rapport van Van Geel er inmiddels al sinds 2023 ligt. Inmiddels liggen er ook de verkenning van de heer Landsmeer over de omroephuizen en een WRR-rapport. Ook zijn er vaker analyses gedaan en is er een grote hoeveelheid opinies gedeeld. Ik heb de afgelopen tijd met vrijwel alle relevante organisaties proberen te spreken, van omroepen tot makers en producenten. Overal hoor ik hetzelfde: dit kan zo niet doorgaan. Het piept en het kraakt. We praten al veel te lang over een herziening in plaats van dat er wordt gebouwd aan mooie producties en innovatie voor de toekomst. Toenmalig demissionair staatssecretaris Fleur Gräper-van Koolwijk heeft een jaar extra tijd gekocht om het kabinet-Schoof de ruimte te geven voor aanpassingen richting nieuwe concessies, maar daar is door deze minister en de vorige minister niets mee gedaan. Dat vind ik echt een treurige conclusie. Dit kabinet heeft alleen maar voor meer vertraging gezorgd. Dan de inhoud. De publieke omroep moet slagvaardiger. Ook dat zegt inmiddels iedereen. Ik kan me goed voorstellen dat het met dertien omroephuizen lastig sturen is en soms kan voelen als een Poolse landdag. De tijd en energie moeten natuurlijk gaan naar makers en journalistiek. Hervormingen zijn dus nodig, zoals ook in die rapporten te lezen is. De publieke omroep moet Nederland vertegenwoordigen en daarmee pluriformiteit waarborgen. Diversiteit in ons media-aanbod is en blijft een enorme verrijking. Onze makers zijn als geen ander in staat om juist binnen die diversiteit verschillen te overbruggen. Zij creëren programma's die hele verschillende doelgroepen in Nederland bereiken en ons tegelijkertijd samenbrengen. Hoewel mijn vader niet uit Rotterdam komt en ook geen buschauffeur is, voelde hij zich namelijk enorm bediend met het iconische televisieprogramma Toen was geluk heel gewoon. Gelukkig, zeg ik met een knipoog, herkennen we ons niet meer in de verzuiling uit de vorige eeuw. De legitimering van ons omroepsysteem, dat nog stamt uit die periode, moet dus ook echt anders. D66 wil dat omroepen worden beoordeeld op kernwaarden en kerntaken, niet op hoe goed ze campagne kunnen voeren om leden te werven. Wij willen dat omroepen samenwerken in omroephuizen, zoals in de vele rapporten is voorgesteld.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Simpele vraag, simpel antwoord. D66 is nooit voorstander van die bezuinigingen geweest. Ik vind het dan ook verdrietig dat er programma's sneuvelen. Tegelijkertijd is dat wat er nu voorligt. Dat is dus het simpele antwoord, denk ik.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik wil de heer Mohandis erop wijzen dat ik daar niet over ga. Ik betreur die volgorde wel, maar ik ga er niet over of omroepen wel of niet aankondigen dat ze hun programma's willen schrappen. Misschien is dat een oproep aan de omroepen zelf, maar ik ben inderdaad niet helemaal blij met die volgorde.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik was gebleven bij de omroepen die over de grenzen en verschillen heen samenwerken in omroephuizen, zoals in de vele rapporten ook is voorgesteld. Daarbij is het belangrijk dat het bestuurbaarder en efficiënter wordt. Voor D66 is het belangrijk dat allerlei diverse geluiden voor iedereen in Nederland daar een plek in kunnen vinden. Op die manier is er ruimte voor verschillende redactionele profielen en doelgroepen, zonder dat je alles in een of twee dominante smaken perst. Tot slot, voorzitter. Wij vinden het belangrijk dat de commerciële omroepen en de landelijke, regionale en lokale omroepen samenwerken. Om collega Mohandis nog te quoten: "De tijd van navelstaren is voorbij." We moeten keuzes maken om vooruit te komen. Daarom stellen wij, samen met de VVD en het CDA, voor om te kiezen voor een model met vier omroephuizen plus een taakomroep van NOS en NTR. Dit voorstel is gebaseerd op de uitgangspunten en waarden die we graag terug willen zien in het nieuwe omroepbestel en op de hiervoor genoemde argumenten. Voorzitter. Een publieke omroep die zich richt op de toekomst moet ook een duidelijke opdracht hebben voor innovatie en digitalisering. Dat gebeurt niet vanzelf, maar het is wel noodzakelijk. Het mooie programma Pointer laat zien dat het kan. Dankzij tijd en ruimte voor innovatie is het gelukt om nieuwe, jongere doelgroepen aan te spreken. Daar moeten we dus ook meer op gaan inzetten. Voorzitter. De publieke omroep is van ons allemaal. Na jaren stilstand kunnen we wat ons betreft nu eindelijk stappen gaan zetten. Laten we pal staan voor de onafhankelijkheid van onze journalistiek, laten we zorgen voor voorspelbaarheid in beleid en financiering en laten we het stelsel nu echt vernieuwen. Nederland heeft alles in zich voor een rijk, pluriform medialandschap, maar dan moeten we er wel voor kiezen. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik zou de heer Markuszower graag willen vragen wat hij precies bedoelt als hij zegt dat de omroep Ongehoord Nederland is tegengewerkt. In welke zin bedoelt hij dat?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Dank voor dit antwoord. Is de heer Markuszower ook bekend met de journalistieke code? Hoe verhoudt het zogenaamde tegenwerken van Ongehoord Nederland zich tot die journalistieke code, waar die zich niet aan heeft gehouden?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Tot slot. Mijn vraag was een andere, namelijk hoe dat zich verhoudt tot die journalistieke code waar alle omroepen zich aan dienen te houden. Daar gaat mijn vraag over.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik zou mevrouw Van der Plas willen vragen hoe het voorstel dat ze zojuist presenteerde, verschilt van de instituties die wij hebben, dus van het Commissariaat voor de Media, de Ombudsman et cetera.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ja, dat snap ik. Maar wat is dan inhoudelijk het verschil?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik vraag dat omdat het, als we het parlementair maken, lijkt op politieke inhoudssturing. Volgens mij hebben we het in Nederland juist zo georganiseerd dat het op afstand is georganiseerd, dus via onafhankelijke toetsing en niet via politieke druk. Is dat dan wat mevrouw Van der Plas bedoelt?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ik zou mevrouw Van der Plas toch mee willen geven dat er een verschil is tussen kritiek hebben en verdacht maken op grond van ongefundeerde meningen en suggesties. Dat is volgens mij een belangrijk verschil. Ik ben wel blij te horen dat mevrouw Van der Plas graag wil dat het vertrouwen in de media weer wordt hersteld. Maar dat vertrouwen in traditionele media neemt natuurlijk ook af — die geluiden hoor ik ook — wanneer een vicepremier veel twijfel zaait over diezelfde media. Dat is weer wat ik hoor qua geluiden.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Begrijp ik nou goed van mevrouw Van der Plas dat mevrouw Keijzer dus een kopje koffie had kunnen gaan drinken op de redactie? Ik begrijp dan dat het vroeger anders ging. Ik begrijp ook niet helemaal wat mevrouw Van der Plas bedoelt met "het persoonlijke account". Is het dan niet de vicepremier die spreekt? Hoe moet een burger nou precies weten of een vicepremier al dan niet op persoonlijke titel communiceert? We hebben in het verleden ook voorbeelden gezien. Oud-politicus Nawijn zei ooit dat hij als mens weliswaar voor de doodstraf was, maar als minister tegen. Over wie hebben we het nou precies? Hij kreeg het daar ook niet per se heel makkelijk mee.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Dank aan de minister voor de beantwoording. Heel fijn dat dat gebeurt, maar waarom heeft de minister hierover dan niet zelf iets naar de Kamer gestuurd?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): De regie is opgepakt, omdat die bleef liggen. Ik begrijp niet helemaal wat u let, zeg ik via de voorzitter, om een integraal pakket naar de Kamer te sturen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Het kabinet-Schoof heeft een jaar extra gekregen. Dat zei ik ook in mijn bijdrage. Was een jaar extra dan niet genoeg?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ja. Mijn vraag is in elk geval niet beantwoord. Die ging over de culturele waarden die we graag met elkaar willen versterken in dit land, terwijl we hier naar een minister kijken die deze waarden juist wil afbreken. Ik heb gevraagd hoe de minister daarnaar kijkt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ja, maar dat is natuurlijk geen antwoord op mijn vraag. Is het dan onderdeel van de opdracht om onze culturele waarden af te breken?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Ja, tuurlijk. Wij hebben met z'n allen culturele waarden die we met mekaar willen beschermen. Dat doen we deels via de publieke omroep, maar als we op de publieke omroep gaan bezuinigen, kan dat niet meer. Dat is dus mijn vraag.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Oualhadj (D66): Voorzitter. Dank aan de minister voor de antwoorden en ook dank aan de collega's voor het debat in de eerste termijn. Ik zie ernaar uit om de toekomstige debatten over dit onderwerp met elkaar te voeren. Dit was namelijk mijn eerste, een heerlijke vuurdoop. In de eerste termijn heb ik het gehad over de onafhankelijke journalistiek en over hoe we kijken naar de stelselhervorming. Het debat hierover bewijst ook hoe noodzakelijk het is dat we ervoor zorgen dat journalisten onafhankelijk hun werk kunnen doen. Ik heb net naar de antwoorden van de minister geluisterd over de herziening. Het is toch bijzonder hoe weinig deze minister voor elkaar heeft gekregen op dat vlak, zelfs met een jaar extra tijd. Ik maak me dus wel een klein beetje zorgen over de planning en of we het voor de zomer gaan halen. Ik heb de minister horen zeggen dat hij er alles aan doet om dat in werking te stellen, dus daar moeten we hem maar op vertrouwen. Het is eerlijk gezegd wel een sombere conclusie die we hier trekken, maar omdat de omroepen ook naar ons kijken om een knoop door te hakken, ben ik blij met de samenwerking met het CDA en de VVD. Ik ben blij dat we samen deze stap naar voren hebben genomen, want het is ontzettend belangrijk dat we dat doen, gegeven ook de planning. Ik hoop daarbij ook op steun van mijn collega's. Dank.
Bron, video en gesprek →