KamerkringInloggen
Ouafa Oualhadj

Officieel Kamerprofiel

Ouafa Oualhadj

D66 →
17debatten
182bijdragen
66interrupties
21.892woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
23 jun 2026 · Kamerstuk

Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau 36917

Bron, video en gesprek →
23 jun 2026 · Interruptie

Mevrouw Oualhadj (D66): Super. Het is een vraag die ik ook aan de heer Ceder had kunnen stellen, want het gaat inderdaad over die 80, maar aangezien u allebei dezelfde spreektekst houdt, maakt het ook niet uit. Nee, dat is een flauw grapje. De vraag gaat over die 80. Ik hoor u zeggen dat ook voor u, zeg ik even via de voorzitter, die 80 niet heilig is. Bent u er wel voorstander van om dan te maximeren op een ander aantal? Ik maak me er namelijk wel zorgen over dat we, als we het helemaal loslaten, over een aantal jaar misschien wel met het getal 90 zitten, terwijl het bedrag hetzelfde blijft.

Bron, video en gesprek →
23 jun 2026 · Interruptie

Mevrouw Oualhadj (D66): Ja, via de voorzitter ditmaal. Oké, dan hebben we het in de AMvB zo vastgelegd en staat die 80 in ieder geval niet in de wet. Maar in de AMvB zouden we dan opschrijven dat er een mogelijkheid is om te schuiven? Begrijp ik het zo goed? Ik probeer het even goed te begrijpen.

Bron, video en gesprek →
23 jun 2026 · Interruptie

Mevrouw Oualhadj (D66): Tot slot. Heel fijn, dit antwoord. Ik ben dan een beetje op zoek naar of we misschien iets van een bandbreedte kunnen aanmerken, zodat we niet per se op 80 uitkomen, maar misschien van 75 tot 85. Dan weten al die omroepen in de toekomst wel waar ze aan toe zijn — dat is ook wel fijn — omdat het bedrag niet te veel schommelt. Want als het er straks 90 zijn — dat kan namelijk met uw voorstel — terwijl de taart even groot blijft, dan worden de stukjes wel steeds kleiner. Ik ben een beetje op zoek naar een oplossing voor waar u naartoe wilt bewegen. Want ik wil graag meebewegen, maar ik hecht er wel aan dat er aan de bovenkant in elk geval een maximumaantal is.

Bron, video en gesprek →
23 jun 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Oualhadj (D66): Dank u wel, voorzitter. Jaren geleden liep ik als vrijwilliger rond bij de lokale FunX-studio in mijn geboortestad Den Haag. Toen ik daar later ook een baan aangeboden kreeg en mijn eigen radioshow mocht presenteren, kon de luisteraar rekenen op een simpel concept. Ik gaf alles wat er voor leeftijdsgenoten in Den Haag speelde en het talent uit de stad een podium om zo de wereld van met name de politiek dichter bij de jongeren te brengen. Dat was niet alleen ontzettend leuk om te doen, maar nog belangrijker: ik kon onderwerpen agenderen waarvan ik wist dat die voor leeftijdsgenoten speelden, van het vinden van een stageplek tot het uitgaansbeleid. Ik kon ervoor zorgen dat dit soort belangrijke onderwerpen op de agenda van de gemeenteraad kwamen te staan. Althans, dat hoopte ik natuurlijk. Voorzitter. De vraag of mensen toegang hebben tot onafhankelijke en betrouwbare informatie over de plek waar ze wonen is een belangrijk thema. Ik ben dan ook blij dat we deze wetswijziging vandaag bespreken, want democratie begint niet alleen hier in deze zaal. Democratie begint op de inspraakavond waar het plan wordt gevormd voor de herinrichting van de wijk of bij de gemeenteraad, die besluit over de opening van een nieuwe bibliotheek. Precies daar speelt de lokale omroep een cruciale rol, door de bewoners te informeren, door het bestuur te controleren en door belangrijke zaken actief onder de aandacht te brengen. Dat is cruciaal voor ons allemaal. Daarom is het ontzettend goed dat we hier vandaag staan om de lokale omroepen te versterken, want dat is nodig. Steeds meer Nederlanders, en zeker jongeren, zien het nieuws op hun telefoon binnenkomen, met name via sociale media. Maar uit het onderzoek dat vorige week naar buiten kwam, bleek dat Nederlanders heel goed aanvoelen dat een bericht op sociale media niet per se hetzelfde is als betrouwbare journalistiek. Dat biedt een kans. Deze wet biedt een kans, want het laat zien: mensen zoeken nieuws en mensen willen weten wat er speelt, maar ze willen ook kunnen vertrouwen op de bron. Dat vertrouwen is harder nodig dan ooit, ook omdat nepnieuws steeds vaker voorkomt. Denk aan een bericht in een buurtapp dat nergens op is gebaseerd, maar wel razendsnel verspreid wordt en tot, achteraf onterechte, paniek heeft geleid. Het is dus heel belangrijk dat er ook op lokaal niveau sterke, betrouwbare informatievoorziening is, die ook wordt doorvertaald naar moderne, innovatieve vormen, want bij gebrek aan factchecking blijft dat gerucht misschien wel in de lucht hangen. Dat vraagt dus om omroepen die durven te vernieuwen, bijvoorbeeld door nieuws ook in korte video's te brengen en andere nieuwe onlinevormen uit te proberen, zodat het lokale nieuws zichtbaarder wordt op de plekken waar inwoners, en zeker ook jongeren, hun nieuws tegenkomen. D66 steunt deze wetswijziging van harte. We juichen toe dat lokale publieke omroepen eindelijk steviger worden neergezet, want in veel delen van Nederland is lokale journalistiek kwetsbaar geworden. Uit de voorbeelden waarbij het wél lukt, kunnen we leren wat het oplevert voor bewoners. Denk aan 1Twente, dat jarenlang onderzoek deed naar een dubieuze gemeentelijke vastgoedtransactie. Dat leidde tot tientallen publicaties, tot raadsdebatten, tot excuusbrieven van het college van burgemeester en wetshouders en tot een extern raadsonderzoek naar het functioneren van het lokale bestuur. Je gunt toch elke gemeente in Nederland journalisten die op deze manier lokaal misstanden aan de kaak stellen en onderwerpen agenderen? Waar je woont, zou niet mogen bepalen wat je weet. Of je nu in een grote stad woont of in het kleinste dorp, je wil kunnen horen dat jouw school dreigt te sluiten of dat de raad besluit over de vergroening in jouw straat. Als niemand dat meer actief naar buiten brengt, weet je het niet, en wie niets weet, kan niet meedoen aan de democratie. Daaruit ontstaat vaak een gevoel van machteloosheid. Dat is wat D66 betreft een onwenselijke situatie, omdat burgerparticipatie vaak leidt tot beter beleid. Voorzitter. D66 is optimistisch over wat deze wet kan opleveren, want als we de basis goed organiseren, kunnen lokale omroepen uitgroeien tot sterke, zichtbare en professionele journalistieke organisaties, namelijk omroepen die ruimte geven aan verschillende stemmen, mensen verbinden, lokale verhalen vertellen en vrijwilligers betrekken, maar die ook bestuurders kritisch volgen. Voorzitter. Het huidige stelsel schiet op een aantal plekken tekort en daarom zijn die voorgestelde wijzigingen een verbetering, te starten met die financiering. Deze is, zoals nu georganiseerd, soms onzeker, versnipperd en te afhankelijk van gemeenten. Ik vind dat punt van afhankelijkheid echt een belangrijke. Lokale omroepen moeten kritisch kunnen berichten over dezelfde gemeente waarvan zij financieel afhankelijk zijn. Ook als een gemeente zich nergens mee bemoeit, ondermijnt alleen al de schijn van afhankelijkheid hun onafhankelijke positie. Journalisten moeten vrij kunnen werken, niet voorzichtig en niet met ingehouden adem, maar met een rechte rug. Daarom vindt D66 het goed dat die bekostiging wordt overgebracht van het gemeentefonds naar de Mediabegroting. Juist omdat lokale journalisten misstanden blootleggen, lopen ze een risico. Lokale makers wonen vaak zelf in de gemeenschap waarover ze berichten en komen onderwerpen bij wijze van spreken tegen in de supermarkt. Mijn vraag aan de minister is hoe zij borgt dat in dit nieuwe stelsel ook de veiligheid van lokale journalisten en vrijwilligers wordt meegenomen en hoe dat aansluit op de inzet van PersVeilig. We zijn ook erg blij dat er extra geld voor uitgetrokken wordt. Daarmee wordt de financiering meer voorspelbaar, stabieler en onafhankelijker. Dat is nodig, want goede journalistiek ontstaat niet vanzelf. Het vraagt tijd, opleiding, techniek, bereik, goede mensen en continuïteit. Die fantastische inzet van vrijwilligers op vele plekken binnen die lokale omroepen blijft daarbij onmisbaar. Zij kennen de gemeenschap, de verhalen en de mensen, maar ook zij verdienen ondersteuning van een professionele basis, juist zodat er nog beter gebruik kan worden gemaakt van hun inzet. Voorzitter. Schaalvergroting. Het allerbelangrijkste is volgens mij dat het geld terecht moet komen bij de mensen die het nieuws ook daadwerkelijk maken, bij degene die verslag doet, content maakt of filmpjes monteert. Maar doordat er zo veel losse omroepen zijn, gaat te veel geld naar de techniek, de huisvesting en de organisatie in plaats van naar de makers zelf. Overal zijn omroepen in hun eentje bezig met dezelfde uitdagingen: Hoe gaan we online? Hoe bereiken we jongeren? Ze moeten uitvinden hoe je goed scoort op de algoritmes. In al die redacties zit kennis over wat er werkt. Die kunnen we veel meer met elkaar delen en bundelen. Daar pakken we wat mij betreft de winst en houden we meer over voor de journalistiek zelf. Daarom kiest deze wet voor schaalvergroting. Dat deel ik volledig. Voorzitter. Maar schaalvergroting mag nooit een doel op zich worden. Hoe groter de schaal, hoe groter het risico dat de herkenbaarheid voor inwoners verdwijnt. De lokale gemeenschap en de lokale cultuur moeten wel zichtbaar blijven. Juist daarin zit de kracht van lokale media. Daarom vraag ook ik de minister hoe wordt geborgd dat grote verzorgingsgebieden niet leiden tot meer afstand tot de inwoners. Hoe wordt gemonitord of alle kernen, gemeenschappen en wijken voldoende worden bediend? Voorzitter. Dan over de samenwerking. In de afgelopen jaren zijn er ontzettend mooie vormen van samenwerking ontstaan tussen lokale omroepen onderling, met regionale en landelijke omroepen en met lokale voorzieningen zoals bibliotheken en cultuurinstellingen. Denk aan de NOS, die het NOS Journaal Regio uitzendt, of aan de omroepen die gevestigd zijn in lokale bibliotheken. Dat is wat de D66-fractie betreft ook precies de energie die we moeten aanmoedigen. Daarom moet samenwerking hoog op de agenda blijven staan en wat ons betreft actief aangejaagd worden. Samenwerking versterkt de band tussen organisaties. Ook is het doelmatig: elke euro die niet dubbel uitgegeven wordt aan techniek, organisatie of licenties kan naar de journalistieke inhoud en verhalen uit de gemeenschap. Het wetsvoorstel geeft de NLPO een taak in samenwerking en coördinatie. Dat is goed, maar de samenwerking zelf is nog maar beperkt wettelijk verankerd, terwijl juist daar grote kansen liggen. Daarom vraag ik de minister een aantal zaken. Is zij het met ons eens dat de bestaande samenwerkingsverbanden benut moeten blijven, maar dat ook nieuwe samenwerkingsverbanden maximaal benut moeten worden? Zo worden dubbel werk en inefficiënt gebruik van publieke middelen voorkomen. Ziet de minister een rol voor de NLPO om kennis over wat er nou wel werkt — ik noemde net onlinebereik, jongeren en algoritmes — actief tussen de omroepen te delen en innovatie structureel aan te jagen? Zo gaat niet elke omroep in z'n eentje het wiel opnieuw uitvinden. Is ze bereid om innovatie en digitalisering een duidelijke plek te geven in het concessiebeleidsplan, zodat vernieuwing niet vrijblijvend is? Dat willen we ook voor de landelijke omroep. Ziet de minister mogelijkheden om die samenwerking ook te monitoren? Welke middelen heeft de minister als blijkt dat de samenwerking onvoldoende in stand blijft of tot stand komt? Zo zijn omroepen essentiële middelen niet kwijt aan technische zaken die ze ook samen kunnen regelen. Dan over de aanwijzingen van lokale en regionale omroepen. Die aanbestedingen zijn nu telkens voor vijf jaar. Het is daarmee een open bestel. Dat is volgens mij heel belangrijk. Deze termijn leidt er tot nu toe echter toe dat iedere keer dat de omroepen net weer op stoom zijn, ze weer moeten starten met het schrijven van nieuwe beleidsplannen voor een nieuwe aanwijzing. Dat kost best veel geld, tijd en mankracht. Dat gaat ten koste van de tijd en mankracht die aan de journalistieke inhoud besteed kunnen worden. Ik overweeg dan ook een motie hierover in te dienen in de tweede termijn, zeg ik even ter aankondiging. D66 is blij dat de minister nu vaart maakt. Al meer dan twintig jaar praten we over lokale omroepen die onder druk staan, over versnippering, over de kwetsbare financiering en over de druk op journalistieke professionaliteit. Het is goed dat er nu een doorbraak komt. Maar juist omdat deze doorbraak echt nodig is, moeten we eerlijk zijn over het tijdspad. Daar maak ik me een klein beetje zorgen om. We krijgen van allerlei organisaties uit het veld signalen dat de planning wel erg krap is. De sector moet zich voorbereiden, de verzorgingsgebieden moeten helder zijn, gemeenteraden moeten nog advies kunnen uitbrengen, het commissariaat moet de aanvragen kunnen voorbereiden, de NLPO krijgt een grotere rol en lokale omroepen moeten weten waar ze aan toe zijn. Daarom vraag ik de minister of deze wetswijziging nog op tijd komt om de overgang zorgvuldig te laten verlopen. Wat gebeurt er als onderdelen vertragen? Hoe voorkomt de minister dat lokale omroepen in de overgang onzekerheid ervaren, terwijl deze wet juist bedoeld is om op lange termijn meer stabiliteit te geven? Voorzitter, ik rond af. De lokale omroep is van ons allemaal. Na jaren van praten kunnen we eindelijk stappen zetten. Lokale omroepen verdienen ook een steviger fundament. Inwoners verdienen betrouwbare informatie over hun eigen omgeving. Onze democratie verdient media die onafhankelijk en dichtbij zijn. Laten we de lokale makers en journalisten de ruimte en de kracht geven die ze verdienen, zodat zij dicht bij de mensen het verhaal van elke gemeente kunnen blijven vertellen. Want kiezen we vandaag voor sterke lokale omroepen, dan kiezen we voor een democratie die overal in Nederland dichtbij blijft. Nederland heeft alles in huis om ook lokaal een rijk en betrouwbaar nieuwslandschap te hebben, als we daarvoor kiezen. Ik kijk uit naar de beantwoording van de minister. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →
23 jun 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Oualhadj (D66): Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de minister bedanken voor haar heldere en uitgebreide beantwoording in de eerste termijn. Als ik voor mezelf spreek: het heeft in ieder geval een aantal zorgen die we over dit wetsvoorstel hebben, echt weggenomen. Dat stemt mij ook positief over de verdere behandeling van dit wetsvoorstel. Maar ik wil toch graag nog een keer benoemen dat die lokale publieke omroepen al lange tijd in onzekerheid verkeren. Juist daarom is het van groot belang dat er snel duidelijkheid voor hen komt. Wij hopen dan ook dat we die snelheid die nodig is, met dit wetsvoorstel kunnen behouden. Ik zou daarom graag het ordevoorstel willen doen om de stemmingen aanstaande dinsdag, dus precies over een week, te laten plaatsvinden, in plaats van pas na het zomerreces. Dat is volgens de regels volgens mij ook nodig. Ik kijk even naar de voorzitter.

Bron, video en gesprek →
23 jun 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Oualhadj (D66): Ik vermoed zo dat we donderdag nog wel even in dit huis zijn.

Bron, video en gesprek →
23 jun 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Oualhadj (D66): Zoals ik in mijn spreektekst al eerder aanhaalde, leven er bij D66 nog wel enige zorgen over die aanwijzingstermijn voor de lokale en regionale omroepen. Daarom ook de volgende motie.

Bron, video en gesprek →