Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 903Wijziging van de Wet op het primair onderwijs,de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezetonderwijs 2020 en de Wet registeronderwijsdeelnemers in verband met dewettelijke borging van diverse verwerkingen vanpersoonsgegevens in het funderend onderwijs(Wet borging gegevensverwerkingen funderendonderwijs)Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADERRAPPORT Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van deRaad van State d.d. 3 december 2025 en het nader rapport d.d. 9 februari2026, aangeboden aan de Koning door de Staatssecretaris van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap. Het advies van de Afdeling advisering van deRaad van State is cursief afgedrukt.Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 15 juli 2025nr. 2025001658, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van deRaad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wetrechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 3 december2025 nr. W05.25.00186/I, bied ik U hierbij aan.De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2025, no. 2025001658, heeft Uwe Majesteit,op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State teroverweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijzigingvan de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, deWet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet register onderwijsdeelnemers inverband met de wettelijke borging van diverse verwerkingen vanpersoonsgegevens in het funderend onderwijs (Wet borging gegevensver-werkingen funderend onderwijs), met memorie van toelichting.De regering beoogt met dit wetsvoorstel bij te dragen aan meer kennisge-dreven beleid. Daartoe voorziet dit wetsvoorstel in grondslagen voor deverwerking van persoonsgegevens voor de landelijke veiligheidsmonitor,het verstrekken van personeelsgegevens aan de PO- en VO-Raad en hetverstrekken van gegevens over onderwijsdeelnemers aan de NederlandseOrganisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert de hoofdlijnenvan de passende en specifieke maatregelen bij de verwerking van kst-36903-4ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 903, nr. 41 bijzondere persoonsgegevens en de passende waarborgen voorverwerking van strafrechtelijke gegevens op wetsniveau te regelen. Zijadviseert daarom bij de landelijke veiligheidsmonitor om de maatregelover de toegang tot de bijzondere persoonsgegevens en persoonsge-gevens van strafrechtelijke aard bij wet te regelen. Het stellen van nadereregels over de verwerking van bijzondere persoonsgegevens en specifiekemaatregelen zou ten minste moeten worden geregeld bij algemenemaatregel van bestuur. Ten slotte adviseert de Afdeling om de delegatie-grondslag bij het verstrekken van personeelsgegevens aan de PO- enVO-Raad concreet en nauwkeurig te begrenzen.In verband met deze opmerkingen is aanpassing wenselijk van hetwetsvoorstel en de toelichting.1. Inhoud wetsvoorstel De regering beoogt met dit wetsvoorstel bij te dragen aan meer kennisge-dreven beleid. (zie noot 1) Daartoe voorziet dit wetsvoorstel in een drietalgrondslagen voor de verwerking van persoonsgegevens voor:–de tweejaarlijkse landelijke veiligheidsmonitor voor het funderendonderwijs;–het verstrekken van personeelsgegevens aan de PO- en VO-Raad;–het verstrekken van onderwijsdeelnemersgegevens aan de Neder-landse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek vooronderwijsonderzoek.2. Passende en specifieke maatregelen landelijke veiligheidsmonitor Met de voorgestelde wettelijke grondslag voor de landelijke veiligheids-monitor kunnen bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt. Volgensde regering is dit gerechtvaardigd om redenen van zwaarwegendalgemeen belang. (zie noot 2) Ingevolge de Algemene verordeninggegevensbescherming (AVG) moeten voor deze verwerkingen passendeen specifieke maatregelen worden getroffen. (zie noot 3) Ook kunnen metde voorgestelde wettelijke grondslag persoonsgegevens van strafrechte-lijke aard worden verwerkt. Dit is op grond van de AVG toegestaan als erpassende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkenenworden geboden. (zie noot 4)De Afdeling merkt op dat passende en specifieke maatregelen ofwaarborgen zoveel mogelijk op hoofdlijnen in de formele wet moetenworden verankerd, mede gelet op de bescherming van de persoonlijkelevenssfeer van (kwetsbare) leerlingen en personeel op grond vanartikel 10 van de Grondwet. (zie noot 5)In het wetsvoorstel worden maatregelen getroffen ter bescherming van derechten en vrijheden van betrokkenen. Dit betreft op het niveau van dewet in formele zin een bewaartermijn van drie jaar, het beperken van hetverwerken van direct identificerende persoonsgegevens en een limitatieveopsomming van de categorieën bijzondere persoonsgegevens. (zie noot6) Ook is op wetsniveau geregeld dat de resultaten van schoolrapportagesgeaggregeerd worden verstrekt. (zie noot 7) Verder geldt volgens detoelichting als maatregel dat er geen verplichting is om deel te nemen aande landelijke veiligheidsmonitor, en zullen de brondata alleen toegankelijkzijn voor een beperkt aantal gekwalificeerde en gecontracteerde uitvoe-rende onderzoekers. (zie noot 8)De Afdeling merkt op dat het wetsvoorstel terecht voorziet in een aantalpassende en specifieke maatregelen of waarborgen op wetsniveau. Welontbreekt op wetsniveau een maatregel over de toegankelijkheid voor eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 903, nr. 42 beperkt aantal gekwalificeerden tot de bijzondere persoonsgegevens enpersoonsgegevens van strafrechtelijke aard. Volgens de Afdeling behoortdit in het onderhavige geval tot de hoofdlijnen van de passende enspecifieke maatregelen of waarborgen, omdat de vraag wie toegang heefttot de persoonsgegevens zeer wezenlijk is in het kader van gegevensbe-scherming. Zij acht een degelijke maatregel op wetsniveau daarompassend en aangewezen.Verder maakt dit wetsvoorstel het mogelijk dat bij ministeriële regelingnadere regels worden gesteld aan de landelijke veiligheidsmonitor over(onder meer) de verwerking van persoonsgegevens en de specifiekemaatregelen ter bescherming van de rechten en vrijheden van debetrokkenen. (zie noot 9)De Afdeling merkt op dat nadere regels over de verwerking van bijzonderepersoonsgegevens en specifieke maatregelen ter bescherming van derechten en vrijheden van de betrokkenen niet thuishoren op het niveauvan de ministeriële regeling. Het gaat in deze gevallen om de persoonlijkelevenssfeer van kwetsbare leerlingen en personeel. Daarom moet hetstellen van nadere regels ten minste worden geregeld op het niveau vande algemene maatregel van bestuur (amvb). (zie noot 10)De Afdeling adviseert het wetsvoorstel in de voorgestelde zin aan tepassen.Naar aanleiding van het advies van de Afdeling zijn in het wetsvoorstelnadere waarborgen opgenomen voor de bescherming van persoonsge-gevens en is de delegatiegrondslag ingeperkt. Naar aanleiding daarvan isook de memorie van toelichting gewijzigd (zie paragraaf 2.4.3 t/m 2.4.6,5.2.5, 11.1.1 en de artikelsgewijze toelichting).Allereerst is in het wetsvoorstel vastgelegd dat de Minister van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap (OCW) verwerkingsverantwoordelijke is voor deverwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de Landelijkeveiligheidsmonitor funderend onderwijs (LVM). De Minister van OCW zalde LVM in de praktijk laten uitvoeren door een onderzoeksbureau. Ditonderzoeksbureau verwerkt de persoonsgegevens ten behoeve van deLVM namens Onze Minister. Met dat onderzoeksbureau zal de Ministervan OCW een verwerkersovereenkomst sluiten.1 Rechtmatige toegang totde gegevens is daarom reeds op grond van de Algemene verordeninggegevensbescherming (AVG) en het wetsvoorstel beperkt tot de Ministervan OCW en door hem ingeschakelde verwerkers.Verder is het advies opgevolgd om op wetsniveau een maatregel tetreffen over de toegankelijkheid voor een beperkt aantal gekwalificeerdentot de bijzondere persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrech-telijke aard. Aan het wetsvoorstel is toegevoegd dat de Minister van OCWde persoonsgegevens bewaart op een plaats die uitsluitend toegankelijk isvoor door de Minister van OCW geautoriseerde personen. In de praktijkzal een onderzoeksbureau de gegevens bewaren, en zal de toegangbeperkt zijn tot daartoe aangewezen medewerkers van dat onderzoeks-bureau. De Minister van OCW heeft zelf in beginsel geen toegang tot demet de LVM verzamelde persoonsgegevens, tenzij dat noodzakelijk is omaan wettelijke verplichtingen te voldoen, zoals het voldoen aan de rechten1Volgens artikel 28, derde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 903, nr. 43 van betrokkenen.2 Andere partijen, zoals de Inspectie van het Onderwijs(inspectie) en bevoegde gezagen, hebben geen toegang tot de met deLVM verkregen persoonsgegevens op landelijk niveau. Wel krijgen zijinzage in de landelijke rapportage van de LVM (zonder tot de persoon entot scholen herleidbare gegevens). Verder krijgen bevoegde gezagentoegang tot de mogelijk indirect herleidbare gegevens die wordenverstrekt in de schoolrapportage.3 Daarnaast ontvangt de inspectie degeaggregeerde resultaten over de monitoring die het bevoegd gezag aande inspectie moet verstrekken op basis van de onderwijswetgeving.4De inhoud van de schoolrapportage op basis van de LVM-uitkomsten ende gegevens benodigd voor de verzending aan de inspectie worden naderbepaald bij ministeriële regeling. Het gaat bij de bepaling daarvan nietzozeer om de bescherming van rechten en vrijheden van betrokkenen,maar om het standaardiseren van de te verstrekken gegevens.Tot slot zijn de bepalingen dat bij ministeriële regeling nadere regelsworden gesteld aan de LVM over de verwerking van persoonsgegevens enover de specifieke maatregelen ter bescherming van de rechten envrijheden van de betrokkenen geschrapt.5 Ter vervanging van dezedelegatiegrondslagen is – naast de bepaling over de toegang totpersoonsgegevens – een aantal bepalingen met het oogmerk om derechten en vrijheden van betrokkenen te beschermen toegevoegd aan hetwetsvoorstel. Het gaat dan om de bepaling dat uitsluitend persoonsge-gevens kunnen worden verwerkt die behoren tot de achtergrondken-merken en onderwerpen die noodzakelijk zijn voor het inzicht in deaandachtsgebieden bedoeld in het tweede lid (namelijk de feitelijkeveiligheid; de ervaren veiligheid; het welbevinden; en het veiligheids-beleid van scholen). Verder bevat het wetsvoorstel nu de verplichting voorde Minister van OCW tot informatieverstrekking aan personeelsleden,leerlingen en ouders.Op het niveau van ministeriële regeling worden slechts voorschriftenopgenomen ter nadere bepaling van de achtergrondkenmerken enonderwerpen binnen de aandachtsgebieden, het uitvoeringsproces, delandelijke rapportage en de inhoud van de schoolrapportage. Dezebepalingen kunnen zien op de verwerking van persoonsgegevens, maardienen niet (primair) tot bescherming van de rechten en vrijheden vanbetrokkenen. Het voorstel biedt deze bescherming reeds op wetsniveau,terwijl op niveau van ministeriële regeling de voorzienbaarheid van deverwerking van persoonsgegevens en goede uitvoering van de LVMverder wordt uitgewerkt. Het is noodzakelijk om deze bepalingen op hetniveau van ministeriële regeling op te nemen, omdat deze voorschriftenvan administratieve aard zijn, uitwerking van details betreffen enbovendien naar verwachting met enige regelmaat wijziging behoeven.6Daarbij biedt de tweejarige periodiciteit van de LVM te weinig ruimte omtussen twee edities van de LVM een wet of AMvB tijdig aan te passen.2Volgens artikel 34 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Dekans dat opvolging gegeven kan worden door de Minister aan een dergelijk inzageverzoek isoverigens klein. Doordat de monitoringsgegevens van de LVM niet gekoppeld worden aandirecte persoonsgegevens, kan naar verwachting in de meeste gevallen niet achterhaaldworden welke gegevens behoren tot de indiener van het verzoek. Volgens artikel 11 van deAVG is de Minister dan ook niet verplicht om aan een verzoek op grond van artikel 15 t/m 20van de AVG te voldoen, tenzij de betrokkene aanvullende gegevens verstrekt die het mogelijkmaken hem te identificeren.3Op grond van het zesde lid van de respectieve bepalingen over de LVM.4Art. 4c, derde lid, WPO, art. 5a, derde lid, WEC, art. 3.40, derde lid, WVO 2020 in samenhangmet het zesde lid van de respectieve bepalingen over de LVM.5Het betreft het vijfde lid van de respectieve bepalingen over de LVM, onderdelen c en d, van hetwetsvoorstel zoals voorgelegd aan de Afdeling.6Volgens artikel 2.24 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 903, nr. 44 Aanpassing van de LVM kan bijvoorbeeld nodig zijn vanwege maatschap-pelijke veranderingen, waardoor achtergrondkenmerken of onderwerpenbinnen de aandachtsgebieden moeten worden aangepast om totmaatschappelijk relevante en voldoende gedifferentieerde monitoring vande landelijke veiligheid van leerlingen en onderwijspersoneel te komen.De regering acht op deze manier een goede balans te hebben gevondentussen de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenenenerzijds en het belang van duidelijke, nauwkeurige7, flexibele entoekomstbestendige wet- en regelgeving anderzijds.3. Delegatiegrondslag verstrekken personeelsgegevens Voor de verstrekking van personeelsgegevens aan de PO- en VO-Raad,voorziet dit wetsvoorstel in de delegatiegrondslag om bij of krachtensamvb nadere regels te stellen. Volgens de toelichting is deze delegatie-grondslag bedoeld om bepaalde administratieve aspecten bij ministeriëleregeling nader te kunnen regelen, zoals het vaststellen van een aanvraag-formulier. (zie noot 11)De Afdeling merkt op dat een delegatiegrondslag zo concreet ennauwkeurig mogelijk moet worden begrensd, en dat een delegatie-grondslag zoveel mogelijk moeten worden beperkt tot amvb-niveau. (zienoot 12) De voorgestelde wettekst voldoet hier niet aan, omdat in geenenkele concrete begrenzing is voorzien. (zie noot 13) Ook is niet duidelijkwelke onderwerpen worden geregeld bij amvb of ministeriële regeling.Dat in de toelichting als voorbeeld wordt genoemd dat bij ministeriëleregeling een aanvraagformulier wordt vastgesteld, is niet voldoende.De Afdeling adviseert het wetsvoorstel aan te passen door de delegatie-grondslag concreet en nauwkeurig te begrenzen.Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is de delegatiegrondslagheroverwogen. Beoogd is om nadere regels te stellen over de wijze vanindiening van de aanvraag. Dientengevolge kan het advies van deAfdeling om de delegatiegrondslag concreet en nauwkeurig te begrenzenworden overgenomen. De delegatiegrondslag is beperkt tot het bijministeriële regeling stellen van nadere regels over de wijze van indieningvan een verzoek van een sectorraad tot het nemen van een besluit totverstrekking van personeelsgegevens. Dit betreffen nadere regels vanadministratieve aard en een uitwerking van de details van de wettelijkeregeling. Hiermee wordt aangesloten bij de systematiek van het verzoekom gegevens over onderwijsdeelnemers, bedoeld in de Wet registeronderwijsdeelnemers. Dit is nader toegelicht in de artikelsgewijzetoelichting.De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmer-kingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordathet voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.De vice-president van de Raad van State,Th.C. de Graaf7Zie Overweging 41 bij de Algemene verordening gegevensbescherming: «Wanneer in dezeverordening naar een rechtsgrond of een wetgevingsmaatregel wordt verwezen, vereist dit nietnoodzakelijkerwijs dat een door een parlement vastgestelde wetgevingshandeling nodig is,onverminderd de vereisten overeenkomstig de grondwettelijke orde van de lidstaat in kwestie.Deze rechtsgrond of wetgevingsmaatregel moet evenwel duidelijk en nauwkeurig zijn, en detoepassing daarvan moet voorspelbaar zijn voor degenen op wie deze van toepassing is, zoalsvereist door de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie («Hof van Justitie»)en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 903, nr. 45 Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele wijzigingen vanredactionele en wetstechnische aard aan te brengen in het wetsvoorstelen de memorie van toelichting. Zo is onder andere in de memorie vantoelichting de verwijzing naar het Nationaal Regieorgaan Onderwijson-derzoek (NRO) vervangen door een verwijzing naar het per 1 januari 2026gestarte Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO), organisatieonderdeelvan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek(NWO).Daarnaast zijn er op twee punten aanpassingen van ondergeschikte aardaangebracht in het voorstel van wet:Zo is aan de bepaling over de verstrekking van de schoolrapportage doorde Minister van OCW toegevoegd dat hiermee ook kan worden voldaanaan de verplichting van het bevoegd gezag om een schoolrapportage teverzenden naar de Inspectie van het onderwijs.8 Daarnaast is aan dezebepaling toegevoegd dat de Minister van OCW de schoolrapportage ookverstrekt gelet op de in het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs9opgenomen verplichting om het veiligheidsbeleid jaarlijks te evalueren endaarbij de veiligheidsbeleving van het personeel te betrekken.10Ik verzoek U, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap, het hierbij gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigdememorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal tezenden.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,K.M. Becking8Op grond van het zesde lid van de respectieve bepalingen over de LVM in samenhang metartikel 4c, derde lid, WPO; artikel 5a, derde lid, WEC; en artikel 3.40, derde lid, WVO 2020.9Het bij koninklijke boodschap van 23 juni 2025 ingediende voorstel van wet tot wijziging vaneen aantal onderwijswetten in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen(Wet vrij en veilig onderwijs) (Kamerstukken 36 777).10Kamerstukken II 2024/25, 36 777, nr. 2 (artikel 4c, tweede lid, onderdeel b, WPO; artikel 5a,tweede lid, onderdeel b, WEC; en artikel 3.40, tweede lid, onderdeel b, WVO 2020).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 903, nr. 46
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
414501ae-4f6f-4f73-bb8e-495b43605589
13debatten
483bijdragen
1interrupties
43.161woorden in uitspraken