KamerkringInloggen
Gijs Tuinman

Officieel Kamerprofiel

Gijs Tuinman

66debatten
1.175bijdragen
281interrupties
196.047woorden in uitspraken

Geboren in 1979 te Heerlen · Woonplaats: Oud Beijerland

Commissies

Geen huidige commissielidmaatschappen beschikbaar in de Kamerdata.

Eerdere commissies (13)
  • Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa · 6 mrt 2024 – 1 jul 2024
  • Kunstcommissie · 30 jan 2024 – 1 jul 2024
  • Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven · 30 jan 2024 – 1 jul 2024
  • Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven · 16 jan 2024 – 1 jul 2024
  • NAVO Parlementaire Assemblee · 21 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Benelux Interparlementaire Assemblee · 21 dec 2023 – 1 jul 2024
  • OVSE Parlementaire Assemblee · 21 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Europese Zaken · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Digitale Zaken · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Koninkrijksrelaties · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Buitenlandse Zaken · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Defensie · 12 dec 2023 – 1 jul 2024

Contact

Contactgegevens worden alleen getoond voor zittende Kamerleden.

Loopbaan

Geen loopbaangegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Opleiding

Geen opleidingsgegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Nevenfuncties

  • ZZP “PARADOX-T” spreker-en dagvoorzitterswerkzaamheden
  • Militair ambtenaar in werkelijke dienst
  • Lid kapittel der Militaire Willems-Orde

Geschenken en reizen

Geen geregistreerde geschenken beschikbaar in de Kamerdata.

  • Sofia, Bulgarije : Parlementaire Assemblee NAVO met de vaste kamer commissie voor defensie · betaald door Tweede Kamer der Staten-Generaal · 24 mei 2024 – 27 mei 2024

Stemgedrag

Bij een hoofdelijke stemming staat de eigen stem. Anders staat de stem van de fractie waarvan dit Kamerlid op de besluitdatum lid was; dat is geen persoonlijke stem.

Geen stemmingen beschikbaar in de Kamerdata.

Partijen door de tijd: BBB (2023-12-06–2024-07-01) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
12 dec 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 516Beleidsdoorlichting DefensieNr. 50 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANDEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 februari 2026Hierbij bieden wij u de Periodieke Rapportage Mensen (Veiligheid) bijDefensie aan, kortheidshalve aangeduid als de PR Veiligheid. De PRVeiligheid richt zich op het gevoerde beleid ter verbetering van de fysiekeveiligheid1, de sociale veiligheid2 en de integriteit3 op de werkvloer in deperiode 2018 tot en met 2023.Dit onderzoek is uitgevoerd door een team van Deloitte en Berenschotconform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE). De onderzoeks-aanpak is toegelicht in de brief van 30 mei 2025 (Kamerstuk 31 516, nr. 48).Een begeleidingscommissie bewaakte de onafhankelijkheid en kwaliteitvan het onderzoek. In deze commissie waren naast vertegenwoordigersvan de Ministeries van Defensie en Financiën twee onafhankelijkdeskundigen vertegenwoordigd. Zij schreven een oordeel over dewetenschappelijke kwaliteit van de PR Veiligheid, dat als bijlage istoegevoegd.Deze brief gaat allereerst in op het belang van het veiligheidsbeleid en dealgemene appreciatie van het onderzoek. Vervolgens gaan wij dieper in opde belangrijkste conclusies en de specifieke aanbevelingen en geven weaan hoe we deze gaan gebruiken bij het herzien van ons beleidskaderveiligheid.1Fysieke veiligheid: het voorkomen van schade aan medewerkers, materieel en omgeving.2Sociale veiligheid: het beschermen van medewerkers tegen ongewenst gedrag, het waarderenvan individuele verschillen binnen de organisatie en het creëren van een werkomgeving waaringeleerd kan worden vanuit onderling vertrouwen.3Integriteit: het moreel juist oordelen, beslissen en handelen volgens de Gedragscode vanDefensie, waarbij rekening gehouden wordt met de rechten, belangen en wensen van allebetrokkenen. Onderdeel hiervan is bestuurlijke integriteit, operationele integriteit en zakelijkeintegriteit kst-31516-50ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 516, nr. 501 Belang van het veiligheidsbeleidErnstige incidenten en kritische rapporten van de Commissie-Van der Veer(Kamerstuk 34 775 X, nr. 75) en de Commissie-Giebels (Kamerstuk35 000 X, nr. 13) toonden dat er sprake was van enkele prangendeveiligheidsvraagstukken, zowel op het gebied van fysieke als socialeveiligheid. De aanpak hiervan diende te worden geborgd met systema-tische en structurele versterkingen op een breed front, variërend vanstructuur tot cultuur. Defensie nam deze aanbevelingen geheel over in deovertuiging dat onze mensen, die in het belang van onze veiligheid onderzeer moeilijke en gevaarlijke omstandigheden werken, er op moetenkunnen vertrouwen dat ook voor hun eigen veiligheid zo goed mogelijkwordt gezorgd.Dit tekent het speciale karakter van Defensie. Defensie bereidt zich voorom moeilijke en complexe operaties uit kunnen voeren onder onveilige,risicovolle en steeds wisselende omstandigheden. Het verlies vanmensenlevens en materiaal moet daarbij zoveel mogelijk wordt beperkt ofvoorkomen, zodat de gevechtskracht en het voortzettingsvermogen zogroot mogelijk blijven. Voor de eenheden van Defensie vraagt dit om hetdoorlopend maken van een afweging van de risico’s verbonden aan hetuitvoeren van de opdracht. Onderdeel van de gereedstelling is dan ookhet vaardig worden in het bewust en afgewogen nemen van risico’s.Defensie investeerde de afgelopen jaren fors in de verbetering van desociale en fysieke veiligheid en integriteit met als doel dat veiligheid enintegriteit vanzelfsprekendheden zijn in het denken en doen van elkeDefensiemedewerker, en integraal onderdeel zijn van beleid, aansturingen uitvoering. Defensie ontwikkelt zich op deze manier tot een risicocom-petente organisatie, waar commandanten veiligheidsrisico’s onderkennen,deze wegen tegen het belang van operationele taakuitvoering, maatre-gelen nemen om risico’s te mitigeren en restrisico’s op het juiste niveauneerleggen.Defensie nam tientallen maatregelen om de hiervoor beschreven doelente realiseren. De basis hiervoor werd gelegd met het plan van aanpak«Een veilige Defensieorganisatie» (Kamerstuk 34 919, nr. 4). Kenmerkendemaatregelen waren het instellen van de Inspectie Veiligheid Defensie(IVD), het versterken van de veiligheidsorganisatie bij de Defensieonder-delen en het oprichten van het Veiligheidscomité. Via het plan van aanpak«Versterking sociale veiligheid» zijn daarnaast maatregelen genomen terbevordering van de sociale veiligheid (Kamerstuk 35 000 X, nr. 75). DeVisitatiecommissie Defensie en Veiligheid (Commissie-Verbeet) toetstevervolgens drie jaar lang op onafhankelijke wijze de voortgang en dedoelbereiking van het plan van aanpak «Een veilige Defensieorganisatie».Defensie werkte in de jaren daarna verder aan het uitvoeren van demaatregelen en hield een vinger aan de pols via onder meer de IVD en dereguliere managementrapportages. De PR rapportage Veiligheid kijktintegraal terug op deze periode.Algemene appreciatieDe voorliggende rapportage en aanbevelingen zijn voor ons bijzonderrelevant om te kunnen toetsen hoe alle genomen maatregelen in deperiode tussen 2018 en 2023 hebben bijgedragen aan de verbetering vande veiligheid van onze mensen. Door de oorlog in Oekraïne en detoegenomen geopolitieke spanningen in de wereld is de afgelopenperiode de focus binnen Defensie nadrukkelijker komen te liggen op devoorbereiding en uitvoering van hoofdtaak 1: het beschermen van onseigen en bondgenootschappelijk grondgebied. De moderne wijze vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 516, nr. 502 oorlogsvoering en de personele en materiële uitdagingen waar Defensiemee te maken heeft, vragen om een sterke en slimme krijgsmacht.Het vroegtijdig onderkennen en bespreken van ideeën, problemen, foutenen oplossingen is hierbij een belangrijke factor, omdat het ons in staatstelt te leren en te verbeteren. Het veiligheidsbeleid van Defensie moethierop vanzelfsprekend inspelen en duidelijke randvoorwaarden biedendie Defensie in staat stelt goed om te gaan met de risico’s die samen-hangen met snelle groei en intensievere gereedstelling, zonder dat ditafbreuk doet aan goed werkgeverschap. Daarom is Defensie zich in dejaren volgend op de onderzoeksperiode onverkort blijven inzetten vooreen open en veilige organisatiecultuur. Een cultuur die zich kenmerkt doorvertrouwen, veiligheid en het streven naar verbetering door te leren vanwat er goed en fout gaat. In deze cultuur ligt de nadruk op leiderschap,voorbeeldgedrag en het aanspreken op gedrag ter versterking van eenveilig werkklimaat.De PR Veiligheid blikt terug op de werking van het veiligheidsbeleid in deperiode tot en met 2023. Toch zijn de aanbevelingen van grote waarde inde huidige geopolitieke context. De onderzoekers hebben de verande-ringen vanaf 2018 tot nu in het oog gehouden bij het doen van aanbeve-lingen voor verdere verbeteringen, te beginnen bij het versterken van hetinzicht en het uitwerken van een onderliggende beleidstheorie. Derichtinggevende aanbevelingen geven het vertrouwen dat we op de juisteweg zijn. Het onderzoek helpt ons verder om het veiligheidsbeleid naareen hoger niveau te brengen en daarmee de veiligheid in de werkom-geving van onze mensen te blijven verbeteren.ConclusiesDe onderzoekers hebben zich een totaalbeeld gevormd op basis van allebeschikbare informatie om te beoordelen hoe het veiligheidsbeleid vanaf2018 heeft bijgedragen aan de verbetering van de sociale en fysiekeveiligheid en integriteit. Zij concluderen dat de doeltreffendheid van hetgehele veiligheidsbeleid slechts in beperkte mate te beoordelen is, maarkunnen wel conclusies trekken op deelaspecten. Over de doelmatigheidkunnen ze geen oordeel geven omdat de beschikbare onderzoeken enevaluaties hier geen uitspraken over doen.De onderzoekers stellen vast dat de nadruk lag op het boeken vanconcrete en aantoonbare resultaten, waarin Defensie volgens deonderzoekers is geslaagd. De maatregelen die zijn ingezet, hebben tottastbare resultaten geleid. Voorbeelden van positieve ontwikkelingen dieworden genoemd in de rapportage zijn de versterking van het toezicht,stappen in de ontwikkeling naar situationeel risicomanagement, comman-danten die het onderwerp «veiligheid» voortvarend oppakken en deversterking van de veiligheidsexpertise die doorwerkt in de praktijk.Tegelijk leidde de nadruk op concrete maatregelen ertoe dat enkelestappen in de beleidsvorming zijn overgeslagen bij de start van ingezetteversterking. Hierdoor was beleidsmonitoring en -evaluatie maar beperktmogelijk.Het kabinet herkent het beeld dat de genomen maatregelen uit deverschillende plannen van aanpak tot verbeteringen heeft geleid opdeelaspecten. Tegelijk erkent het kabinet dat het algemene niveau vanveiligheid niet direct kan worden gekoppeld aan de uitgevoerde maatre-gelen. Het versterken van dit inzicht vergroot de mogelijkheden totbijsturing op de doelen van het veiligheidsbeleid. Om onze ambities voorhet veiligheidsbeleid te kunnen realiseren, is het noodzakelijk het inzichtsnel te vergroten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 516, nr. 503 Opvolging van de aanbevelingenIn dit deel gaan we dieper in op de aanbevelingen voor de doorontwik-keling van het veiligheidsbeleid. De onderzoekers maken onderscheid in«no regret»-aanbevelingen, die zijn gericht op het verbeteren van hetproces van de beleidsvorming zelf en richtinggevende aanbevelingengericht op doeltreffendheid en doelmatigheid van de inhoudelijkeaspecten van het veiligheidsbeleid. De opvolging van de no regret-aanbevelingen vormt het startpunt voor het operationaliseren van deoverige richtinggevende aanbevelingen. De onderzoekers geven inoverweging de overige richtinggevende aanbevelingen in een vervolgstapte concretiseren, aan te passen of te schrappen. Het kabinet neemt deaanpak over.No regret-aanbevelingenAanbeveling 1: Werk de beleidstheorie van het veiligheidsbeleid uit doorexpliciet de koppeling te maken tussen maatregelen (output), effecten(outcome) en impact, alvorens de maatregelen te formuleren. Wij nemendeze aanbeveling over. We onderkennen het belang van een goedebeleidstheorie, omdat dit tot onderbouwde inzichten leidt in het probleem,de oplossing, en ook in de weg daar naartoe. Defensie evalueert en herzietcontinu haar beleid. Dat geldt ook voor het veiligheidsbeleid. Reeds vooraanvang van het onderzoek was hier een start mee gemaakt. Voornaamstedoel van deze herziening is om – overeenkomstig de aanbeveling – tekomen tot meetbare en dus evalueerbare effecten voor we maatregelennemen, in plaats van andersom. Relevante wetenschappelijke inzichtenzullen daar actief bij worden betrokken. Hierbij maken we gebruiken vanhet Beleidskompas, sinds 2023 de Rijksbrede werkwijze voor beleidsont-wikkeling.Aanbeveling 2: Formuleer een gemeenschappelijke taal en eenduidigedefinities over fysieke veiligheid, sociale veiligheid en integriteit en pasdeze organisatiebreed toe. Wij nemen deze aanbeveling over. In hetnieuwe beleidskader nemen wij een begrippenlijst op die we latendoorwerken in de onderliggende aanwijzingen en procedures, inopleidingen en in evaluaties.Aanbeveling 3: Evalueer en heroverweeg beleid op basis van monitoringvan doeltreffendheid en doelmatigheid. Wij nemen deze aanbeveling over.Dit betekent dat de huidige monitoring, die zich onvoldoende richt opeffecten en impact, moet worden aangevuld. De eerste stap is om na tegaan welke gegevens over effecten beschikbaar zijn en welke inzichten diebieden over het effect van het veiligheidsbeleid. Een vervolgstap kanworden gezet nadat de beleidstheorie is opgesteld en maatregelen eneffecten aan elkaar zijn gekoppeld. De laatste stap is het evalueren enheroverwegen van het beleid en de daaraan gekoppelde maatregelen. Denieuwe evaluaties en monitoractiviteiten worden gepland en verwerkt opde Strategische Evaluatieagenda (SEA).Aanbeveling 4: Investeer in doelmatigheidsonderzoek om te kunnensturen op doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid en maatregelen.Wij nemen deze aanbeveling over. Goede metingen van kosten in relatietot effecten vragen om een goede beleidstheorie en betrouwbaregegevens. Zoals uit het evaluatieonderzoek is gebleken, is op het gebiedvan veiligheid ook op die terreinen verbetering nodig. De investering indoelmatigheidsonderzoek volgt daarmee de opvolging van aanbeveling 1en 3. Dit betekent concreet dat het doelmatigheidsaspect expliciet wordtmeegenomen in de totstandkoming van het nieuwe beleidskaderVeiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 516, nr. 504 Richtinggevende aanbevelingen voor doeltreffendheid en doelmatigheidDe richtinggevende aanbevelingen worden nog niet overgenomen.Defensie zal de richtinggevende aanbevelingen operationaliseren nadathet herziene beleidskader veiligheid is vastgesteld. Per aanbeveling gevenwe aan hoe die aansluit bij de huidige inzichten.Aanbeveling 5: Versterk de ontwikkeling van normdenken naar risico-denken op strategisch niveau. De omslag van normdenken naar risico-denken is de kern van onze koers. De focus op hoofdtaak 1, de snelle groeien de intensievere gereedstelling brengen risico’s met zich mee diecommandanten voor uitdagingen stellen die niet altijd met kaders enprocedures kunnen worden afgedekt. Een slimme krijgsmacht betekent indeze context een krijgsmacht die kan omgaan met deze uitdagingen. Eenkrijgsmacht waarin op een afgewogen manier risico’s genomen worden,met oog voor zowel de operationele opdracht als voor goed werkgever-schap. De versterking van het risico-denken is daarom al ingezet. Eenbelangrijk onderdeel daarvan is het programma Integraal Risicoma-nagement (IRM). Deze aanbeveling bevestigt het nut van voortzetting vandit programma. Deze aanbeveling bevestigt tegelijkertijd het belang vande eraan voorafgaande opvolging van de no regret-aanbevelingen. Om tekunnen loskomen van het normdenken zal immers het beleid ruimtemoeten bieden voor decentrale invulling. Het formuleren van kaders voorde risicobereidheid zal onderdeel worden van de beleidstheorie.Aanbeveling 6: Focus niet alleen op herkenning en handelingsperspectief,maar ook op actiebereidheid en collectieve gedragingen. Deze aanbe-veling zal in samenhang met de voorgaande worden opgepakt. Risico-denken bevordert het situationeel denken en inschatten en zal daarmeetot meer en betere herkenning en handelingsperspectief leiden. Daarnaastmoet worden ingezet op actiebereidheid en collectieve gedragingen. Bijhet formuleren van de beleidsdoelstellingen worden de vier stappen uithet evaluatiekader meegenomen.Aanbeveling 7: Bevorder de rol van commandanten in het versterken vanveiligheid. Bij de uitvoering van het veiligheidsbeleid hebben comman-danten een belangrijke voorbeeldrol. De onderzoekers hebben geconsta-teerd dat commandanten die veiligheid voortvarend oppakken en huneenheden op het belang ervan wijzen de doorwerking van het veiligheids-beleid faciliteren. Tegelijkertijd signaleerden zij dat de bevordering van devoorbeeldrol een beleidsdoelstelling is die nog aandacht behoeft. Deonderzoekers stellen voor ondersteunende specialistische (audit)capaciteitte versterken, één defensiebrede visie op leiderschap ten aanzien vanveiligheid te formuleren en leiderschapstrainingen te geven op het gebiedvan veiligheid. Deze opties nemen we mee in de verdere uitwerking vande maatregelen.Aanbeveling 8: Versterk situationeel risicomanagement als integraalonderdeel van taakuitoefening. Dit past binnen het lopende programmaIRM. De manier waarop IRM binnen het veiligheidsdomein moet wordeningezet moet in lijn worden gebracht met het beleidskader veiligheid. Eenandere richting kan zijn een centrale trendanalyse uit te voeren op deRI&E-bevindingen.Aanbeveling 9: Versterk de ontwikkeling naar een «just culture». Defensievindt de ontwikkeling van een «blame-culture» naar meer een «just-culture» van groot belang. Daartoe heeft Defensie al een aantal stappengezet. De academische werkplaats bijvoorbeeld richt zich op hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 516, nr. 505 toepassen van «just-culture» principes in de praktijk. Het helder makenvan regels over de omgang met meldingen en melders draagt hier ookaan bij.Aanbeveling 10: Borg veiligheid structureel in de organisatiecultuur. Deborging in de cultuur kan nieuwe impulsen krijgen door veiligheid teverankeren in opleidingen en trainingen en in het toepassen van integraalrisicomanagement in de besluitvorming.Besparingsopties en intensiveringsrichtingenDe onderzoekers hebben gekeken naar mogelijkheden om 20% tebesparen op het budget voor veiligheid. Zij hebben een technischhaalbare en implementeerbare 20%-besparingsvariant opgenomen.Kijkend naar het huidige tijdsgewricht adviseren zij om het veiligheids-beleid mee te laten groeien met het defensiebudget, met het oog op hetversterken van de inzetbaarheid door minder incidenten, uitval enuitstroom. Het kabinet onderschrijft deze conclusie.De intensiveringsrichtingen zijn niet gedetailleerd uitgewerkt. Dezeworden aangereikt als suggesties voor toekomstige beleidsontwikkelingen bouwen voort op de bestaande maatregelen. Het voorbehoud van deonderzoekers dat de intensiveringsrichtingen uitwerking behoeven, wordtook benadrukt door de externe deskundigen. Zij geven aan dat de optiesniet kunnen steunen op conclusies over doeltreffendheid en doelma-tigheid en dat ze daarom van beperkte waarde zijn. Het kabinet erkent datbeter inzicht in de doeltreffendheid van de bestaande maatregelen eenvoorwaarde is om hierop effectief voort te bouwen.Het oordeel van de onafhankelijk deskundigenDe onafhankelijk deskundigen concluderen dat de PR Veiligheid aan demethodologische kwaliteitseisen voldoet. Zij onderschrijven de conclusiesvan de onderzoekers en geven aan waar de focus op moet liggen: hetverstevigen van de inzichten over doelmatigheid en doeltreffendheid omte kunnen bijsturen in de beleidscyclus. Zij geven tot slot aan, in lijn methet eindrapport, dat het Defensie zou helpen om meer gebruik te makenvan wetenschappelijke inzichten om vooraf verstandige keuzes te makenin het veiligheidsbeleid. Het kabinet neemt deze conclusies en adviezenvan de deskundigen mee in de opvolging van de aanbevelingen uit hetonderzoeksrapport.Tot slotIn de brief «Versterking rijksbrede evaluatiestelsel» (Kamerstuk 31 865,nr. 267) van de Minister van Financiën is aangekondigd dat ministeries deTweede Kamer jaarlijks informeren over de opvolging van aanbevelingenuit periodieke rapportages. Uw Kamer ontvangt deze informatie vooraf-gaand aan het jaarverslag in een aparte brief. Defensie informeert in dezebrief uw Kamer over de voortgang van de eerste vier aanbevelingen.Tevens geven wij dan aan hoe de richtinggevende aanbevelingen verdervorm hebben gekregen in het herziene beleidskader Veiligheid.Wij danken de onderzoekers van Deloitte en Berenschot, de externedeskundigen en de overige leden van de begeleidingscommissie voor huninspanningen. Het onderzoek is in relatief korte tijd volgens plan uitge-voerd en is ook methodologisch en inhoudelijk van hoge kwaliteit. Desynthese van documentenanalyse en praktijkinzichten heeft eenherkenbaar en genuanceerd beeld opgeleverd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 516, nr. 506 Wij blijven gecommitteerd om de veiligheid van onze militairen enburgers te verbeteren, ook in deze onzekere internationale tijden metverhoogd risico.De Minister van Defensie,R.P. BrekelmansDe Staatssecretaris van Defensie,G.P. TuinmanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 516, nr. 507

Bron, video en gesprek →