Bouwregelgeving
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De voorzitter: Goedemiddag. Welkom allemaal bij de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor het debat over bouwregelgeving. Allereerst natuurlijk welkom aan de minister, welkom aan de mensen op de tribune en uiteraard thuis en welkom aan de commissieleden. We gaan zo beginnen met het debat. Iedereen heeft een spreektijd van vier minuten. Ik stel voor de interrupties kort te houden, maximaal vier op elkaar van maximaal 30 seconden. Het staat u vrij om langer dan 30 seconden te praten, maar dan zetten gewoon twee streepjes neer en dan heeft u er al twee gehad. We kijken hoe we daarmee uitkomen. Ik wil gelijk beginnen en geef het woord aan mevrouw Beckerman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank voor uw inbreng. Mevrouw Steen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik heb voor u een interruptie van de heer De Hoop.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voordat ik u het woord geef: een kleine coulance, want u ging net over die halve minuut heen. Graag de vraag om het zo kort mogelijk te houden, want anders zijn het de volgende keer wel twee interrupties. Mevrouw Steen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een vervolginterruptie van de heer De Hoop.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Dan geef ik het woord aan de heer Mooiman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Nobel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan heeft u nog één zin, want u bent goed over de tijd heen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was precies één zin. Dan is het jammer dat dat u minder spreektijd hebt, want anders hadden we alle verhalen over alle dieren in heel Nederland willen horen die naar een betere plek moeten gaan. Dat klonk ook veelbelovend. De heer De Hoop.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U heeft nog een volle seconde over. Er is een interruptie van de heer Nobel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Dan geef ik het woord aan de heer Clemminck voor zijn bijdrage in eerste termijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Daarover heeft u een interruptie van de heer De Hoop.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De laatste interruptie van de heer De Hoop.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank voor uw bijdrage. Dan geef ik nu het voorzitterschap aan mevrouw Steen, zodat ik ook zelf een bijdrage kan doen.
Bron, video en gesprek →De heer Van Asten (D66): En geen seconde langer! Dank. Voorzitter. Iedereen heeft het vanochtend kunnen lezen: volgend jaar is de bouw van 100.000 woningen binnen handbereik. Het is aan ons om dit ook daadwerkelijk waar te maken en vooral om dat tempo ook in de jaren daarna vast te houden. Er liggen in heel Nederland ontzettend veel creatieve oplossingen klaar om de wooncrisis aan te pakken.
Bron, video en gesprek →De heer Van Asten (D66): Dat is diep en duurt lang, voorzitter. De eerste vraag was: wat is "binnen handbereik"? Ik geloof dat er nu 97.000 woningen klaarstaan om in aanbouw genomen te worden. Er kan natuurlijk altijd iets gebeuren waardoor sommige dingen toch niet starten in een jaar, maar als we nog een beetje ons best doen, kunnen we misschien ook wel eerder starten met sommige bouwprojecten. Twee punten. In het jaar daarna vlakt het weer af: er zijn te weinig vergunningen afgegeven. Zo zie je maar dat dit een proces is waarvoor je op een lange termijn zeer consistent beleid moet gaan voeren om ervoor te zorgen dat er vertrouwen in de markt blijft, waardoor men wil gaan bouwen. Dat betreft onder andere het onderwerp waarover we het vandaag hebben: de bouwregelgeving. Zijn het nou heldere eisen en voorwaarden, waarmee investeerders en ontwikkelaars aan de slag kunnen?
Bron, video en gesprek →De heer Van Asten (D66): Ik dacht al: ik zit hier in een debat over volkshuisvesting, dus wanneer gaan we het weer over asiel hebben? Ik moet zeggen dat ik daar eerlijk gezegd een beetje klaar mee ben. Volgens mij hebben we woningen nodig voor heel Nederland, voor mensen die nu simpelweg op een zolderkamertje bij hun ouders zitten en graag willen starten, maar ook voor mensen die hier een vluchtelingenstatus hebben gekregen. In de volle breedte hebben we nieuwe huizen, meer huizen, nodig. We zullen dus volle vaart vooruit moeten. Ik ga geen onderscheid maken in voor wie de woning precies is. De woning is nodig voor degene die een woning zoekt.
Bron, video en gesprek →De heer Van Asten (D66): Nee, volgens mij is dat niet de volle 50%. Er zit namelijk een heel groot verschil in de wijze waarop we migratie opvangen. Iets ten zuiden van ons, in het Westland, zal dat vaak in complexen zijn. Daar is dan geen standaardwoningbouw, maar is het speciaal voor de seizoenarbeid. Dat is dus een deel waarin je migratie moet opvangen. Daar hebben we er een heleboel van in Nederland, of dat nou de glastuinbouw van het Westland is, of die van het Oostland, in Venlo of waar dan ook in Nederland. Je hebt ook de grote vervoerscomplexen, de overslagcomplexen, waarbij we voor migratie op een heel andere manier bouwen, omdat we daar eigenlijk de ouderwetse Vinex-woningen nog eens uitrollen. En in het westen van Nederland zijn we in het gebied van de Verstedelijkingsalliantie ook woningen aan het bouwen.
Bron, video en gesprek →De heer Van Asten (D66): Dan is de vraag: als de heer Clemminck het antwoord zo goed weet, waarom besteedt hij er dan drie interrupties aan om dat aan mij te vragen? Voorzitter. Ik ga door met mijn vergaande optimisme. Er zitten genoeg vragen bij die laten zien dat ik me ook zorgen maak. Zoals de heer Nobel al zei: we moeten wel hard aan de slag om ervoor te zorgen dat er de komende jaren flink doorgebouwd kan worden. We moeten innovatie ruim baan geven. We zien dat de bouwregels nu nog vaak een rem vormen voor innovaties. De vraag die vandaag voorligt, is: gaan we nieuwe wijken en steden bouwen voor het verleden of voor de toekomst? Onze Nederlandse bouwers, ondernemers en uitvinders hebben ongelofelijk mooie en slimme ideeën bedacht om de wooncrisis op te lossen. We kunnen hele drijvende wijken bouwen, maar een woning op water wordt onterecht anders behandeld dan dezelfde woning op vaste grond, omdat die eerste nooit vastgoed kan zijn volgens onze regels. We kunnen woningen zo van de fabrieksband laten rollen. Alle grote bouwers zetten fabrieken op om massaal woningen te kunnen bouwen, maar een woning uit een fabriek mag in de ene gemeente wel gelijk staan, terwijl dat net aan de andere kant van de gemeentegrens niet mag. We kunnen torens van hout bouwen. In Eindhoven zijn plannen voor de hoogste houten toren van de wereld, maar brandveiligheidseisen gaan in de basis nog steeds te veel uit van bouwen met beton, staal en steen. Voorzitter. Waar gaat het dan precies mis met al die innovaties? We zitten opgescheept met verouderde bouwregels, allemaal met de beste intenties bedacht en niet voor niets in wet- en regelgeving gezet. We hebben onze bouwregelgeving steeds bijgeschaafd, met een regel meer of minder. Zo bouwen we wel de wijken en steden van het verleden, maar niet die van de toekomst. Dat kan natuurlijk ambitieuzer. Meerdere experts, zoals onderzoekers van TNO, dagen ons uit om onze bouwregelgeving grondig te herzien. Ze dagen ons uit om naar de basis van het hele stelsel te kijken. Zo kunnen we de steden van de toekomst bouwen, met de beste Nederlandse innovaties en een stuk sneller. Voorzitter. Mijn fractie weet dat het wél kan. De echte versnelling zit in de aanpak van de basis van onze bouwregelgeving. Onze regels kunnen slimmer, flexibeler en moderner, want een systeem van bouwregelgeving dat al bijna 35 jaar op dezelfde basis gebouwd is, past niet meer bij de innovaties van nu. Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister. Is de minister het met mijn fractie eens dat we ook aan de slag moeten met het aanpakken van het systeem als geheel, naast de bestaande opzet voor het aanpassen of schrappen van losse regels? Hoe kijkt de minister daarnaast naar de mogelijkheden om snel te handelen bij nieuwe innovaties? Ziet zij ruimte om in de bouwregelgeving te anticiperen op innovaties die nu in de maak zijn, maar nog niet in een bestaand hokje passen, en eigenlijk ook op innovaties die we nog niet kennen? Hoe gaan we daarmee om wanneer je een kader aanpast of opnieuw opbouwt? Hoe zorgen we ervoor dat dat zo flexibel mogelijk is? Kan de minister aangeven of zij ook schriftelijk met een officiële reactie kan komen op het TNO-rapport Visie op een toekomstbestendige bouwregelgeving? Voorzitter. Laten we elke kans grijpen om de versnelling in de woningbouw in te zetten. We kunnen onze bouwregelgeving een versneller van de woningbouw maken. We zien vandaag dat de 100.000 woningen in zicht zijn. We moeten samen alles op alles zetten om dat te halen, volgend jaar en de jaren daarop. Al die woningzoekenden die nu nog wachten op een huis om hun leven uit de pauzestand te halen, verdienen dat. Dank.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank, mevrouw Steen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de commissie. Ik kijk even naar de minister om te zien hoeveel tijd zij nodig denkt te hebben voordat ze ons van de antwoorden kan voorzien. Ze heeft 20, hooguit 25 minuten nodig. Dat betekent dat we elkaar hier om 14.00 uur weer zien. Daarna gaan we door met dit debat. We zijn voor nu geschorst.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Welkom terug voor de beantwoording in eerste termijn van de kant van de minister. Mag ik de minister eerst vragen hoe de beantwoording precies gaat plaatsvinden? Als die in blokjes gaat, horen we daar graag een voorstel bij.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat lijken mij mooie blokjes. Ik wil graag voorstellen om aan het einde van zo'n blokje even te kijken of er interrupties zijn. Ik stel daar geen limiet aan, maar mocht het uit de hand lopen, dan zal ik alsnog ingrijpen. Ik wil nu graag het woord geven aan de minister voor de beantwoording.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voordat we daarnaartoe gaan, kijk ik even of er nog interrupties zijn over het eerste blokje. Ik zie dat de heer Nobel een vraag heeft.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Laten we ze stuk voor stuk doen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Nobel had nog meer vragen, begreep ik.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het nadeel van lange antwoorden is altijd dat die vaak weer nieuwe vragen opleveren. Ik zag in ieder geval de heer Nobel die hier nog een vraag over wilde stellen. Ook de heer Clemminck wilde hier nog een vraag over stellen, geloof ik.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nog een hele korte, meneer Nobel. Dit is uw vijfde.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Hoort dit nog bij de taskforcebrief?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Net na de taskforcebrief.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We gaan de brievenbus in de gaten houden. Dan gaat u naar het volgende kopje, brandveiligheid.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was het blokje brand en brandveiligheid.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie mevrouw Steen knikken voor die afspraak.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mag ik dan namens de commissie vragen of er nog wel iets van een verslag of een uitkomst van die gesprekken van komt? Want we zijn behalve naar de foto's natuurlijk ook benieuwd naar de inhoud van het bezoek.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank voor die toezegging. Ik ga even verder met de heer Nobel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U krijgt een vol balboekje, minister. Volgens mij gaan we nu van de brand naar de hitte in het volgende blokje.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk nog even naar de leden. Er zijn geen vragen hierover. Dan gaan we door naar "overig".
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was met recht een blokje varia. Er zijn diverse leden met een interruptie, allereerst de heer De Hoop.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is een vervolgvraag van de heer De Hoop.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De laatste keer op dit punt, de heer De Hoop.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Dan ga ik naar de volgende op mijn lijst. Dat is de heer Clemminck.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Dan heeft tot slot de heer Nobel nog een vraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was de beantwoording door de minister van de vragen van de commissie. We gaan door naar de tweede termijn van de zijde van de commissie. Ik begin bij mevrouw Steen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. De heer Mooiman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Dan de heer Nobel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer De Hoop.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Of we de discussie vandaag niet gaan starten, is volgens mij water under the bridge. We gaan sowieso nog even horen wat precies de toezegging is van de minister op dit punt. Meneer Clemminck, heeft u nog een tweede termijn?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Namens D66 ook dank aan de minister. Ik heb verder geen vragen. Ik kijk even of de minister gelijk de beantwoording kan doen in tweede termijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik doe bijna aan uitlokking, want ik wil toch nog even kijken wat nu precies de toezegging is als het gaat om de nestkastjes.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de toezeggingen die zijn gedaan. Ik weet niet zozeer of dat een toezegging of een aankondiging is. Ik kijk even of daar een termijn aan te hangen is.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Na de zomer horen we alles over de nestkastjes. Ik heb ook staan dat het lid Nobel van de VVD een tweeminutendebat heeft aangevraagd. Dat is ook al ingepland voor morgenavond. Ik zou daarbij zeggen: hou de agenda in de gaten, want het kan nog weleens wijzigen op de laatste dag. Ik dank de mensen op de publieke … O, er zijn nog meer toezeggingen. Ik ga even kijken welke toezeggingen niet zijn genoteerd.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat klopt. Die zetten we erbij.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik hoor: het rondje wordt gemaakt. Wij zouden graag willen weten wat in alle Europese talen het woord voor "baksteen" is! Hebben we verder niets laten liggen? Nee. Dan sluit ik af. Ik dank de minister en het gevolg voor de beantwoording. Ik dank de mensen op de publieke tribune en thuis voor hun aandacht en de leden voor hun bijdragen. Dank.
Bron, video en gesprek →