Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1746 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2025Op 11 en 12 december jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna:Raad) plaats in Brussel. Met deze brief informeren wij de Kamer over deuitkomsten van de Raad. Tevens maken wij van de gelegenheid gebruikom de Kamer te informeren over een rectificatie in de beantwoording vande vragen gesteld tijdens het schriftelijk overleg van de Raad metbetrekking tot het CITES-verdrag.I. Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 11–12 december 2025 Vangstmogelijkheden 2026De Raad bereikte een politiek akkoord over de vangstmogelijkheden voor2026. Ierland stemde als enige lidstaat tegen het voorzitterschapsvoorstel,omdat de Ierse claim op extra vangstmogelijkheden in het kader van dezogeheten «Haagse preferenties» niet in het voorzitterschapsvoorstelwerd opgenomen. Eurocommissaris Kadis blikte terug op de bilaterale entrilaterale onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen,die bijzonder moeizaam zijn verlopen, maar mede door de constructieveinzet van de lidstaten tijdig tot een goed einde zijn gebracht. De commis-saris gaf aan dat er, ondanks de lage vangstadviezen, een mooi evenwichtis bereikt tussen duurzaamheid en de sociaaleconomische impact. DeStaatssecretaris toonde zich, ondanks dat er zorgelijke dalingen van eenaantal bestanden zijn en voor enkele bestanden nog slechts tijdelijkevangstmogelijkheden konden worden opgenomen, tevreden over deresultaten.Belangrijkste discussiepunt voor Nederland tijdens deze Raad was degenoemde Ierse claim op extra visvangsten, de «Haagse preferenties», diezijn oorsprong heeft in een verklaring bij de Resolutie van Den Haag uit1976. Deze Haagse preferenties houden in dat wanneer de Ierse quotavoor bepaalde visbestanden onder een bepaald minimumniveau komen,andere lidstaten Ierland daarvoor zouden moeten compenseren. Net als kst-21501-32-1746ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17461 vorig jaar heeft Ierland deze ingeroepen voor een aantal visbestanden,waaronder makreel. Gezien de dalende trend van veel visbestanden, werdcontinuering van deze praktijk door een brede groep lidstaten onwenselijkgevonden. Het Deens voorzitterschap heeft het Ierse verzoek nietopgenomen in zijn compromisvoorstel. Het resultaat hiervan is dat deHaagse preferenties dit jaar voor geen enkel bestand in het akkoord zijnopgenomen.Een ander belangrijk punt was dat er met de Atlantische kuststaten geenakkoord is bereikt op de Total Allowable Catch (TAC) voor makreel.Daarom stemde de Raad, vooruitlopend op een definitief akkoord, in methet voorstel van de Commissie om een tijdelijke TAC vast te stellen van90% van het wetenschappelijk advies voor de eerste helft van volgendjaar. De Staatssecretaris verwacht dat er hierdoor voldoende flexibiliteit isom vanaf begin volgend jaar te kunnen vissen.Ten aanzien van de Europese aal, waarvoor evenals voorgaande jaren eennul-vangstadvies geldt, werd besloten geen wijziging in de maatregelenaan te brengen.Op 5 december jl. zijn de trilaterale onderhandelingen met het VK enNoorwegen afgerond. Op 10 december jl. zijn de bilaterale onderhande-lingen tussen de EU en het VK afgerond. Verderop in deze brief wordt unader geïnformeerd over de inhoud van deze akkoorden. Momenteel zijnde bilaterale onderhandelingen van de EU met Noorwegen nog nietafgerond. De hiermee verband houdende vangstadviezen zijn daarom nogvoorlopig. De akkoorden met derde landen en Regionale Visserijbeheers-organisaties worden via besluitvorming in de Raad omgezet naarvangstmogelijkheden voor de verschillende lidstaten. De vangstmogelijk-heden die voor Nederland belangrijk zijn, zoals voor tong, schol,zeeduivel, zeebaars, kabeljauw, Noordzeeharing en blauwe wijting, zijnvastgesteld volgens het wetenschappelijk advies.Nederland zette zich tijdens de Raad in voor een gebalanceerd akkoord,waarin naast de milieudoelstellingen ook oog is voor de sociaalecono-mische doelstellingen van het Gemeenschappelijke Visserijbeleid.Eveneens pleitte de Staatssecretaris, in verband met het blijvenduitblijven van akkoorden over verdeelsleutels voor blauwe wijting,makreel en Atlanto-Scandische haring, ervoor om de onderhandelingenhierover onderdeel uit te laten maken van de bredere buitenlandsebetrekkingen met derde landen.Onderhandelingen met derde landenUitkomsten bilaterale onderhandelingen met het Verenigd KoninkrijkTijdens de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk, is met namegesproken over de vast te stellen vangstmogelijkheden. Deze wordenmiddels een vaste verdeelsleutel vervolgens gesplitst tussen het VerenigdKoninkrijk en de EU. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over aanvullendeherstel maatregelen en verdere samenwerking op het gebied vanbestandsbeheer in het Gespecialiseerd Comité voor Visserij dat valt onderde Handels- en Samenwerkingsovereenkomst (HSO).Voor Nederland zijn met name de Noordzeetong, zeebaars en deNoordzee horsmakreel binnen dit gesloten akkoord van belang. Hetvangstmogelijkheid voor tong werd in lijn met het wetenschappelijkadvies volgend jaar met 25% hoger vastgesteld ten opzichte van de TACvoor 2025. Voor zeebaars is er overeengekomen dat er voor de commer-ciële vloot aanzienlijk meer vis mag worden gevangen. Tegelijkertijd magTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17462 de recreatieve zeevisserij door dit akkoord per dag drie stuks zeebaars inplaats van de huidige twee per dag mee naar huis nemen. Hierdoor kanelke vorm van zeebaarsvisserij profiteren van een hogere vangstlimiet,voortkomend vanuit het positieve wetenschappelijke advies. Voor deNoordzee horsmakreel is een roll-over ten opzichte van dit jaarafgesproken en is afgesproken dat met ICES wordt gekeken naar demogelijkheden van een akoestische survey.Uitkomsten trilaterale onderhandelingen met het VK en NoorwegenIn het akkoord tussen de EU, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen zijnvangstmogelijkheden vastgesteld voor Noordzeeharing, schol, zwartekoolvis, wijting, schelvis en kabeljauw. Voor schol (– 7,2%), schelvis(– 3,7%) en wijting (+ 5,6%) zijn vangstmogelijkheden vastgesteld op hetMSY-niveau overeenkomstig de ICES-adviezen. Voor zwarte koolvis zijn devangstmogelijkheden iets onder het ICES-hoofdlijnadvies vastgesteld, nl.– 25% in plaats van – 24% om conform het meerjarenplan Noordzee teverzekeren dat de kans dat het bestand zich volgend jaar onder debiologische grenswaarde bevindt, kleiner is dan 5%.Net als de afgelopen twee jaar lag aan de basis van het vangstadvies voorkabeljauw, de MSY-benadering in combinatie met voorzorgsoverwe-gingen. Deze overwegingen zijn niet gelijk aan het voorzorgsbeginsel enzijn zodoende ook juridisch niet-bindend. Dit jaar is er een 0-vangstadviesafgegeven in verband met de kwetsbare staat van het zuidelijke subbe-stand. In lijn met de Nederlandse inzet om bij de vaststelling van devangstmogelijkheden voor kabeljauw naast de wetenschappelijkeadviezen ook economische en maatschappelijke effecten mee te wegen,stemde de Staatssecretaris in met enkele beperkte mogelijkheden voorkabeljauw bij het zuidelijk subbestand. Daarnaast werden binnen hetwetenschappelijke advies vangstmogelijkheden vastgesteld voor deNoordwestelijke en Viking subbestanden. Gemiddeld komt dit neer op eenTAC van – 44% voor kabeljauw. Tegelijkertijd werden de regels van de realtime closures (RTC) aangescherpt voor kabeljauw, en bestaande seizoen-sluitingen uitgebreid. De EU, Noorwegen en het VK zullen aankomend jaardeze aanscherpingen evalueren en mogelijk verdere maatregelenuitwerken voor de bescherming van kabeljauw voor de lange termijn, alsook een bredere herziening in gang zetten van het huidige RTC-regime.Deze herziening acht de Staatssecretaris ook van belang gezien de situatievoor de Nederlandse visserij waarover de Staatssecretaris de TweedeKamer vaker heeft geïnformeerd (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1704).Voor Noordzeeharing is een akkoord bereikt op een herzien beheermodelen eveneens een lange termijn beheerstrategie (LTMS). Voor dit laatsteheeft ICES eerder dit jaar een advies uitgebracht. Het herziene beheer-model heeft tot aanpassing geleid van de verdeelsleutel voor het bestandwaar elke partij aan heeft bijgedragen. Het akkoord op de verdeelsleutelmaakt het mogelijk de LTMS duurzaam te implementeren, en om devangstmogelijkheden vast te stellen met de toepassing van eenTAC-demper van – 20%. Hierdoor is de TAC voor dit jaar vastgesteld op– 20% in plaats van de geadviseerde – 30,2%.Onderhandelingen bij de Middellandse ZeeEr werd tijdens de Raad ook een akkoord bereikt op de vangstonderhan-delingen in de Middellandse Zee. Door middel van aanvullende selectivi-teitsmaatregelen is voorkomen dat ingrijpende kortingen moesten wordendoorgevoerd in het aantal dagen dat gevist mag worden. Hiermee is eenbalans gezocht tussen de milieudoelstellingen en de sociaaleconomischedoelstellingen van het GVB. Nederland heeft geen directe belangen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17463 Middellandse Zee, maar onderschreef het principe van een goede balanstussen de milieudoelstellingen enerzijds en het verdienmodel van devissers anderzijds.Diversenpunt: stand van zaken lopende onderhandelingen voorstel voorde visserij- en aquacultuursector en het «Oceaan Pact» als onderdeel vanhet Meerjarig Financieel Kader 2028–2034Het voorzitterschap informeerde de Raad over de voortgang die is bereiktmet besprekingen van de sectorale verordening voor steun aan visserij,aquacultuur en het Oceaanpact voor de periode 2028–2034. Het is debedoeling dat steun voor visserij, aquacultuur en het Oceaanpact in dieperiode grotendeels onder het Europees fonds voor economische, socialeen territoriale cohesie, landbouw, visserij en maritieme welvaart enveiligheid valt (Verordening voor nationale en regionale partnerschap-plannen (NRP-verordening)).Het Deense voorzitterschap heeft zich de afgelopen maanden vooralingezet voor het verkrijgen van duidelijkheid over het verordenings-voorstel van de Commissie. Het voorzitterschap heeft daartoe onderandere een overleg georganiseerd en vragen gesteld aan de Commissie.De Raad heeft het Commissievoorstel in september jl. besproken en nogeens aan de hand van een tweetal diversenpunten tijdens de Raad vanoktober jl.De lidstaten uitten een aantal openstaande zorgpunten. Zo is er onvol-doende duidelijkheid over de financieringsmogelijkheden voor wettelijketaken voor datacollectie en controle. Daarnaast verzochten sommigelidstaten om voldoende aandacht voor duurzame ontwikkeling van deaquacultuursector. Sommige lidstaten bepleitten dat alle criteria envoorwaarden voor steun onderdeel moeten zijn van de verordening zelf inplaats van aanvullende Commissie-richtlijnen. Verschillende lidstatenwaren van mening dat sommige definities, zoals van kleinschalige visserij,opnieuw bekeken dienen te worden, omdat deze te beperkend wordenbevonden.De Staatssecretaris intervenieerde volgens de lijn die is beschreven in hetBNC-fiche over het MFK: Voorwaarden voor steun voor het Gemeenschap-pelijk Visserijbeleid, Ocean Pact, het maritieme en aquacultuur beleid(Kamerstuk 22 112, nr. 4146). De Staatssecretaris benadrukte daarbij dat erduidelijkheid moet komen over de financiering van wettelijke taken en dater voldoende financieringsmogelijkheden moeten zijn voor ondersteuningvan de energietransitie en vlootmodernisering. Hierbij benadrukte deStaatssecretaris ook dat aanvullende richtlijnen over het «Do No Signi-ficant Harm»-principe niet haaks mogen staan op de ambities van deenergietransitie en vlootmodernisering. Deze lijn vond brede steun in deRaad. Aanvullend daarop verzocht een brede groep lidstaten omophoging van het geoormerkte budget voor visserij, aquacultuur enOceaanpact. Eveneens verzocht een brede groep lidstaten omvoorwaarden voor steun aan visserij, aquacultuur en Oceaanpact uit dezogenaamde NRP-verordening over te hevelen naar de sectoraleverordening. Een tweetal lidstaten vroeg expliciet om een apart fondsvoor visserij en aquacultuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17464 Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027 – Innovatie en vereen-voudiging en stand van zaken lopende onderhandelingenHet Voorzitterschap zette de thematische discussies voort over hetGemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2027, dit keer met nadrukop innovatie en vereenvoudiging. Verder schetste het Deense voorzitter-schap de stand van zaken in de onderhandelingen over het GLB na 2027.De Commissie benadrukte het belang van innovatie en toegang tot kennisin het GLB na 2027. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, onder-streepten het belang van kennis en innovatie in het volgende GLB. DeMinister benadrukte hierbij het belang van het behouden van hetEuropees Innovatie Partnerschap (EIP) en het Agrarisch Kennis- enInnovatie Systeem (AKIS) in het nieuwe GLB. Deze instrumenten wordendoor deze lidstaten als essentieel gezien om kennisdeling en innovatie tefaciliteren. Veel lidstaten, waaronder Nederland, deelden het belang vanhet waarborgen van de concurrentiekracht van de Europese landbouw.Innovatie werd hierbij door veel lidstaten genoemd als essentieel om eentoekomstbestendige landbouw te verzekeren. Sommige lidstatenbenoemden hierbij het belang van generatievernieuwing in de landbouw.De Minister heeft ten slotte wederom een pleidooi gehouden voordoelsturing als beleidsinnovatie.Meerdere lidstaten uitten hun zorgen over de nieuwe structuur van hetNRP-fonds, en een deel van deze groep lidstaten riep op tot verderevereenvoudiging van deze voorgestelde structuur om verhoging vanadministratieve lasten te voorkomen. Verder benoemden meerderelidstaten, waaronder Nederland, het belang van stabiliteit en continuïteitvan het GLB na 2027.Diversenpunt: maximumhoeveelheid toegevoegde vitaminen enmineralen in voedingssupplementenTijdens de Raad verzocht Duitsland de Commissie om maximumgehaltenvoor vitaminen en mineralen in supplementen en verrijkte levensmid-delen in 2026 vast te stellen. Het traject hiertoe is eerder in 2020 als urgentbestempeld door de Commissie, maar stilgevallen. Veel lidstaten,waaronder Nederland, spraken hun steun uit voor de oproep vanDuitsland. Nederland benadrukte hierbij het belang van een Europeseaanpak om een gelijk speelveld te creëren Een grote groep lidstatenonderstreepte hierbij het belang van consumentenbescherming, waarbijsommige lidstaten het belang van een wetenschappelijke basis voor dehoogte van maximumgehalten benoemden. Ook gaf een aantal lidstatenaan dat handelsbelemmeringen ook moeten worden meegewogen.Diversenpunt: Europese melkmarktHongarije vroeg aandacht voor de kritieke situatie op de Europesemelkmarkt t als gevolg van zowel de daling van de export van melk als dedaling van de melkprijzen in Hongarije. Hierbij bracht Hongarije zijnzorgen over het antidumpingsonderzoek dat in augustus is verlengd doorChina onder de aandacht van de Commissie. Concreet verzocht Hongarijede Commissie om steunmaatregelen voor private opslag van kaas enmelkpoeder open te stellen. Enkele lidstaten deelden de zorgen vanHongarije over de dalende melkprijzen. Een deel van deze lidstaten riep deCommissie op een marktanalyse uit te voeren en om de markt nauwgezetin de gaten te houden. De Commissie ging niet zondermeer mee in hetverzoek, zegde wél toe de situatie nauwlettend in de gaten te houden.Nederland heeft dit punt aangehoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17465 Diversenpunt: Voortgangsrapportage diertransportverordeningHet Deense voorzitterschap schetste de stand van zaken met betrekkingtot het voorstel tot de bescherming van dieren tijdens vervoer en daarmeesamenhangende activiteiten. Veel lidstaten gaven aan dat het voorstel eenbelangrijke rol kan spelen in het verbeteren van dierenwelzijn in de EU.Net als Nederland noemden meerdere lidstaten hierbij het belang vandierenwelzijn, zowel binnen de EU als buiten de EU. Nederland onder-streepte hierbij het belang en de noodzaak van een toekomstbestendigediertransportverordening. Enkele lidstaten wezen hierbij op het belangvan een gelijk speelveld en het voorkomen van onevenredige lasten voorhet bedrijfsleven.Diversenpunt: 58e directeurenconferentie van EU-betaalorganenHet Deense voorzitterschap gaf een terugkoppeling van de 58e Confe-rentie van de directeuren van de betaalorganen van de EU die van 19 tot21 november jl. plaatsvond in Kopenhagen. De bijeenkomst stond in hetteken van vereenvoudiging onder het GLB na 2027. Nederland wasambtelijk vertegenwoordigd bij deze bijeenkomst. In de Raad heeftNederland dit punt aangehoord.Diversenpunt: Directeurenconferentie GLB-NSPHet Deense voorzitterschap gaf een terugkoppeling van de bijeenkomstvan de GLB-conferentie van de directeuren van de betaalorganen van deEU die van 1 tot 3 oktober jl. plaatsvond in Kopenhagen. Tijdens debijeenkomst is gesproken over het GLB na 2027. Nederland was ambtelijkvertegenwoordigd bij deze bijeenkomst. Nederland heeft dit punt tijdensde Raad aangehoord.Diversenpunt: Conferentie dierenwelzijnHet Deense voorzitterschap gaf een terugkoppeling van de conferentieover dierenwelzijn die op 1 december jl. plaatsvond in Brussel. Nederlandwas ambtelijk vertegenwoordigd bij deze bijeenkomst. Tijdens deconferentie hebben verschillende deelnemers, alsmede de Commissie, hetbelang onderstreept van nieuwe, gemoderniseerde en geactualiseerdewetgevingsvoorstellen aangaande dierenwelzijn op veehouderijbedrijven.Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, hebben tijdens de Raadpositief gereageerd op de aankondiging door de Eurocommissaris vannieuwe, geactualiseerde wetgeving inzake dierenwelzijn op veehouderij-bedrijven.II. Rectificatie beantwoording vragen CITES-verdrag RectificatieOp 9 december jl. heeft de Staatssecretaris de Kamer de beantwoordinggestuurd van de vragen gesteld tijdens het schriftelijk overleg Landbouw-en Visserijraad 11–12 december 2025 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1743).Hierin heeft de Staatssecretaris op het gebied van het CITES-verdragantwoord gegeven op vragen van de leden van de BBB over een recenteuitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 31 oktober 2025(ECLI:NL:RBOBR:2025:7045). In de vragen werd verwezen naar een andereuitspraak van december 2019. In de beantwoording gaf de Staatssecre-taris aan dat hem geen uitspraak bekend was uit december 2019. Dit isonjuist gebleken. De Staatssecretaris is bekend met de uitspraak van deRechtbank Amsterdam van 12 december 2019 over het aantonen vanlegale herkomst (AMS 19/1357 WET), waar hoogstwaarschijnlijk naarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17466 verwezen wordt in de vragen van de leden van de BBB. Deze rectificatievan de beantwoording verandert niet de strekking van het eerder gegevenantwoord. De gerechtelijke procedures worden gevolgd en de Staatsse-cretaris wacht zoals aangegeven eerst de uitkomst daarvan af.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17467
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
6c19f119-6522-4757-932b-87c89241c17d
41debatten
1.243bijdragen
31interrupties
111.978woorden in uitspraken