Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 450Mariene Strategie voor het Nederlandse deel vande Noordzee30 015BodembeleidNr. 139 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 februari 2026Bij deze informeer ik uw Kamer over de invulling van de Noordzeeakkoord(NZA) afspraak 4.38 met betrekking tot de resterende 1,2% om te komentot 15% zeebodembescherming op de Nederlandse Noordzee. Voor dezeinvulling heb ik besloten in drie gebieden instandhoudingsmaatregelen tenemen ten behoeve van bodembescherming. Hiermee neem ik eenbelangrijke stap in de uitvoering van het NZA en het voldoen aan dewettelijke verplichtingen vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR),Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) en de Natuurherstelverordening(NHV). Hiermee geef ik tevens invulling aan de motie-Flach c.s1.Ik heb dit besluit genomen in afstemming met de Minister van Infra-structuur en Waterstaat (IenW), en de conclusies van het Noordzeeoverleg(NZO) als basis genomen.Voorgenomen besluit omtrent beoogde gebiedenDe gebieden om invulling te geven aan de 1,2% bodembescherming zijn:•Natura2000 (N2000)-gebied Doggersbank: 0,5%.•KRM-gebied Friese Front (uitbreiding): 0,3%.•Natuurcompensatie Voordelta (NCV): 0,4%.Ik verwijs naar de bijgevoegde kaartbeelden in bijlage 1 voor de locatiesvan de gebieden betreffende de Doggersbank en het Friese Front. In mijnbesluit heb ik getracht zo veel mogelijk rekening te houden met de impactop de Nederlandse visserijsector, het beschermen van ecologischewaardevolle gebieden, het aansluiten op het internationale netwerk vanbeschermde gebieden, en de handhaafbaarheid van de afspraken overbodembescherming in deze gebieden.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XIV, nr. 8 kst-33450-139ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 450, nr. 1391 Het gebied met aanvullende bodembescherming binnen de Doggersbankbeslaat ca. 294 km2. Het gaat om het noordwestelijk deel van hetN2000-gebied waarbij gekozen is om het aanvullende bodembescher-mingsgebied aan te laten sluiten op de bodembeschermingsgebieden opde Nederlandse en Duitse Doggersbank die per 18 november jl. in werkingzijn getreden. Dit gebied is zoveel mogelijk in lijn met het kaartbeeld vanhet NZO van de Doggersbank (zie bijlage 2). Het N2000-gebiedDoggersbank is aangewezen voor bescherming van het daar voorko-mende habitattype Permanent overstroomde zandbanken (subtype C).Met dit aanvullende bodembeschermingsgebied wordt het habitattypeeffectiever beschermd in de relatief ondiepe delen van de Doggersbank.Ook wordt bijgedragen aan het bereiken van de Goede Milieu Toestand(GMT) onder de KRM. Bij het bepalen van de locatie wordt rekeninggehouden met de vaarbewegingen van de vissers. Het blijft dus mogelijkvoor vissers om van west naar oost te vissen door een zone open te latentussen de noordelijk en zuidelijk gelegen bodembeschermingsgebiedenop de Doggersbank.Ten aanzien van het Friese Front gaat het om een nieuw gebied grenzendin het zuidoosten aan het KRM-gebied Friese Front van ca. 176 km2. Devisserijsector heeft de uitbreiding van KRM-gebied Friese Front voorge-steld in de gesprekken binnen het NZO. Het nieuwe bodembeschermings-gebied zal het brede habitattype «ondiep zand» beschermen en bijdragenaan de GMT onder de KRM. In Mariene Strategie deel 32 (2028–2033) zalhet KRM-gebied Friese Front uitgebreid worden zodat het gebiedbeschermd is en ik maatregelen kan treffen. Voor dit gebied geldtnadrukkelijk dat er geen overlap is met de voorziene uitbreiding van hetreserveringsgebied voor zandwinning in het Partieel Herziene ProgrammaNoordzee 2022–2027. Zandwinning op de Noordzee ten behoeve vanklimaatbestendigheid van de kust, het tegengaan van overstromingsri-sico’s en als ophoog- en bouwzand voor op het land, is een nationaalbelang. De winbare zandvoorraad is momenteel ontoereikend om aan degroeiende vraag om Nederland te voorzien van winbaar zand te blijvenvoldoen3. Om het tekort te verminderen wordt voorzien om in het Partieelherziene Programma Noordzee 2022–2027 de huidige reserveringszonevoor zandwinning uit te breiden met twee nautische mijl (NM) van 12 NMnaar 14 NM4 zeewaarts van de –20 meter dieptelijn. Op termijn zal ookdeze uitbreiding ontoereikend zijn. Omdat zandwinning een bodemberoe-rende activiteit is, gaan bescherming van zeebodemhabitats enzandwinning niet samen. Gezien het nationale belang van zandwinning iser in dit geval van uitbreiding van het Friese Front voor gekozen dat debegrenzing wordt gevormd door de reserveringszone voor zandwinning.De gebieden die in het kader van NCV worden gesloten voor bodemvis-serij, neem ik mee bij de invulling van de 1,2%. De gebieden beslaan ca.240 km2. Over de alternatieve invulling van de natuurcompensatie heb iku met mijn brief5 van 11 juli 2025 geïnformeerd. De nationale uitwerkingdaarvan wordt opgepakt nadat de Europese Commissie (EC) met ditalternatief heeft ingestemd. Hiermee geef ik invulling aan mijn eerderetoezegging om de gebiedssluitingen mee te nemen in het kader van hetNZA (Kamerstuk 29 664, nr. 214).2In het kader van de voorbereiding van het KRM-programma van maatregelen (MarieneStrategie deel 3 2028–2033) wordt overwogen om binnen gebieden waar op basis van de KRMinstandhoudingsmaatregelen voor de zeebodem genomen zijn ook geen zandwinning toe testaan.3Oplossingsrichtingen ten behoeve van de beschikbare zandvoorraad4Kamerbrief Ontwerp Partiële Herziening Programma Noordzee 2022-20275Kamerbrief voorgenomen besluit alternatieve natuurcompensatie Voordelta | Kamerstuk |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 450, nr. 1392 Voorafgaand procesDit voorgenomen besluit volgt na een periode van overleg tussen de NZOpartijen om tot consensus te komen over de invulling van de 1,2%bodembescherming.In het NZA is in afspraak 4.38 opgenomen dat in 2023 13,7% van deNoordzee, binnen ecologisch waardevolle gebieden, volledig gevrijwaardis van bodemberoering door visserij. Voor dat percentage zijn despecifieke gebieden ook vastgelegd in het NZA. Bij een herberekening vande oppervlakte van die specifieke gebieden is gebleken dat deze optellentot 13,8% van het Nederlands deel van de Noordzee. In het NZA isopgenomen dat het percentage voor bodembescherming oploopt, naar15% in 2030. De gebieden voor de resterende 1,2% heeft het NZO ingezamenlijkheid gezocht. De bescherming betreft alleen een vrijwaringvan bodemberoerende visserij.In het NZO is gesproken over gebieden die in aanmerking komen om deresterende 1,2% in te vullen. Ter ondersteuning van het gesprek heeft hetNZO tussen maart en mei 2025 een Joint Fact Finding (JFF) trajectuitgevoerd. Met de JFF zijn de ecologische en de economische waardenvan gebieden in kaart gebracht. De voorzitter van het NZO heeft mijvervolgens op 1 oktober 2025 geïnformeerd over de conclusies van hetNZO en op 17 oktober het bijbehorende kaartbeeld van het te sluitengebied op de Doggersbank gestuurd (zie de NZO brieven in bijlage 2).Helaas is het niet gelukt om tot volledige consensus in het NZO te komen.Het betreft een conclusie op basis van de grootst mogelijke meerderheidvan partijen, rekening houdend met de belangen van de minderheid. Ditpakket bestaat uit:•0,8% te sluiten gebied in N2000-gebied de Doggersbank,•0,4% te sluiten gebied in het kader van Natuurcompensatie Voordelta.De meerderheid van de NZO partijen vindt dit pakket een acceptabeleoplossing. De sector voedsel en visserij heeft aangegeven niet in tekunnen stemmen met het pakket vanwege de gebiedssluiting op deDoggersbank. Dit heeft een nadelig effect op de scholvisserij. Weliswaarmet een beperkte omzet voor de vissers onder Nederlandse vlag, maareen meer substantiële omzet voor Nederlandse vissers onder buiten-landse vlag en de impact daarvan op de gehele Nederlandse keten. In deJoint Fact Finding heeft het NZO overwogen of de totale impact van desluiting berekend kon worden. Vanwege het ontbreken van data van devissersvloot varend onder de buitenlandse vlag, heeft het NZO ervoorgekozen alleen naar de economische impact op de Nederlandse bodem-beroerende vloot te kijken.Ik betreur het feit dat de sector die het meest geraakt wordt door dezesluitingen niet heeft kunnen instemmen met de NZO conclusies. Ik hebdaarom gekozen voor een invulling die meer aansluit bij het voorstel vande Nederlandse visserijsector en waarmee evengoed ecologisch relevantegebieden worden beschermd. Alhoewel ik ook de standpunten van denatuurorganisaties begrijp en ik ook de concessies die zij hebben gedaanin het proces waardeer, kan ik de conclusies uit het NZO niet volledigovernemen, omdat er geen consensus over het gehele pakket is. Wel hebik dat deel van het plan overgenomen waar wel consensus over is. Hierbijhoud ik nadrukkelijk rekening met de natuurwaarden in de beoogdegebieden. Dit heeft geleid tot de invulling die ik aan het begin van dezebrief heb beschreven en die op bepaalde elementen afwijkt van deNZO-conclusies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 450, nr. 1393 ImplementatieBuiten de 3-mijlszone, waar de Doggersbank, de uitbreiding vanKRM-gebied Friese Front en delen van de NCV-gebieden liggen, mogenook andere landen vissen in de Nederlandse wateren. Hier geldt hetGemeenschappelijk Visserijbeleid. Om ook voor deze buitenlandse vissersde maatregelen te laten gelden, moet een Europese procedure doorlopenworden waarbij overeenstemming van andere relevante lidstaten met eenvisserijbelang vereist is. Het is aan de Europese Commissie (EC) om degezamenlijke aanbeveling om te zetten in wetgeving. Ik verwacht dat dittraject enkele jaren zal kosten, maar wel binnen de NZA-deadline van 2030kan worden afgerond. Ik zet me ervoor in om in samenwerking met deandere lidstaten en de EC dit proces zo snel als mogelijk te doorlopen. DeKamer en het NZO worden op de hoogte houden van relevante ontwikke-lingen bij de implementatie.Tot slotIk ben veel dank verschuldigd aan het NZO voor alle gesprekken die zijngevoerd over de invulling van de 1,2% bodembescherming en ik waardeerdeze inzet enorm. Met alle verschillende belangen en de krappe ruimte opde Noordzee is het niet makkelijk er samen uit te komen. Ik ben daarom zodicht mogelijk bij de NZO-conclusies gebleven.Met bovenbeschreven maatregelenpakket heb ik getracht een goedebalans aan te brengen tussen de belangen van de visserij, een ecologischwaardevolle invulling, en de invulling van de motie-Flach c.s. Gelet op degebieden, ben ik van mening dat dit maatregelenpakket uitlegbaar is aande EC.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 450, nr. 1394
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
6c19f119-6522-4757-932b-87c89241c17d
41debatten
1.243bijdragen
31interrupties
111.978woorden in uitspraken