Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1761 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 februari 2026Op 26 januari 2026 vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad)plaats in Brussel. Met deze brief informeer ik de Kamer over deuitkomsten van de Raad. Daarnaast ontvangt de Kamer, als bijlage bijdeze brief, onze reactie op de publieke consultatie over de herziening vanEU-dierenwelzijnsregelgeving voor de veehouderij en de doorWageningen Social & Economic Research uitgevoerde analyse en notitie«Gevolgen van de uitbreiding van importquota voor agrarische productenuit Oekraïne voor de Nederlandse agrarische sector».I. Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 26 januari 2026 De Raad op 26 januari was de eerste Raad onder het voorzitterschap vanCyprus. Vanuit de Europese Commissie (hierna: Commissie) warenCommissaris Hansen (Landbouw & Voedsel), Commissaris Roswall(Milieu, Waterweerbaarheid en een Concurrerende Circulaire Economie),Commissaris Kadis (Visserij en Oceanen) en Commissaris Várhelyi(Gezondheid en Dierenwelzijn) aanwezig.Werkprogramma Cypriotisch voorzitterschapHet Cypriotisch voorzitterschap (hierna: het voorzitterschap) presenteerdezijn programma en prioriteiten voor de eerste helft van 2026 op het gebiedvan landbouw en visserij. Het motto van het voorzitterschap luidt: «Eenautonome Unie, open naar de wereld». Ten aanzien van landbouw envisserij ligt de nadruk op het versterken van een eerlijke, concurrerende enduurzame primaire productiesector. Om voedselzekerheid te garanderen,zet het voorzitterschap in op het versterken van het toekomstig Gemeen-schappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het Gemeenschappelijk Visserij-beleid (GVB). Het voorzitterschap wil de weerbaarheid van boeren,tuinders en vissers vergroten en hen ondersteunen met betere wetge-vingskaders, zodat er adequaat gehandeld kan worden in het geval vantegenslagen (zoals de effecten van klimaatverandering, de uitbraak van kst-21501-32-1761ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17611 dier- en plantziektes, hogere productiekosten en marktverstoringen). Hetvoorzitterschap heeft daarbij aandacht voor oneerlijke handelspraktijken,dierenwelzijn en de bio-economie, naast het duurzaam beheer vanvisbestanden. Verder beoogt het voorzitterschap de afhankelijkheid van deEuropese Unie (EU) van importen te verminderen, door de concurrentie-kracht van de EU te vergroten en duurzame handel op de interne markt enmet landen buiten de EU verder te stimuleren. Ook vindt het voorzitter-schap het belangrijk om te investeren in generatievernieuwing enplattelandsontwikkeling. Nederland heeft de presentatie aangehoord.EU-Bio-economie strategieCommissaris Hansen en Commissaris Roswall presenteerden het op27 november 2025 gepubliceerde voorstel voor een EU-Bio-economiestrategie.De strategie bevat vier prioriteiten: het opschalen van investeringen, deontwikkeling van nieuwe markten en diversificatie van inkomsten voorlandbouwers, bosbouwers en vissers, de productie van biomassa en hetborgen van wetenschappelijke excellentie op het gebied van debio-economie. De Commissie onderstreepte daarbij het gelijke belang vanzowel het economische als het milieu aspect van bio-economie. Hetvoorzitterschap vroeg de lidstaten, gezien de centrale rol van delandbouw-, visserij- en bosbouwsectoren in de bio-economie, om inputvoor Milieuraadsconclusies ten aanzien van de strategie.De landbouwministers verwelkomden de bio-economie strategie enbeaamden dat er kansen zijn voor diversificatie van inkomensstromen. Zijgaven tegelijkertijd aan primair belang te blijven hechten aan primaireproductie en het food first-principe te steunen. Een punt van discussiewas het cascaderingsprincipe, een hiërarchische volgorde waarbijbiogrondstoffen eerst ingezet worden voor zo hoogwaardig mogelijketoepassingen (bijvoorbeeld als bouwmaterialen). Meerdere lidstatengebruiken biogrondstoffen voor elektriciteitsopwekking, wat volgens hetcascaderingsprincipe echter als een laagwaardige toepassing wordtbeschouwd. Vooral deze laatste lidstaten gaven aan geen verplichting tewillen tot een bepaald gebruik van grondstoffen of duurzaamheidscertifi-cering. Veel lidstaten gaven aan nieuwe wetgeving en administratievelasten te willen voorkomen en hoopten op behoud van inzet van deCommissie op vereenvoudiging. Verder gaf een aantal lidstaten aan dezogenaamde blauwe bio-economie nog onderbelicht te vinden, gezien dekansen voor de visserij en aquacultuur. Zij noemden daarbij het benuttenvan visafval en de mogelijkheden van participatie van plattelands- enkustgemeenschappen. Nederland heeft aangegeven voorstander te zijnvan het cascadering- en het food first-principe. Nederland benoemde depotentie van biogebaseerde meststoffen en het gebruik van reststromenen werd daarbij gesteund door verschillende lidstaten. Daarnaast sprakNederland zich, evenals vele andere lidstaten, positief uit over hetinvesteren in onderzoek en kennisoverdracht met betrekking totbio-economie, inclusief de inzet van middelen uit Horizon Europe en hettoekomstig Europese Concurrentiefonds.Verordening tot wijziging van de verordening biologische landbouw watbetreft de regels inzake productie, etikettering, certificering en handelCommissaris Hansen presenteerde het voorstel tot wijziging van deverordening inzake biologische landbouw uit 2022. Het betekent eenverlenging van de erkenning van gelijkwaardige productie- en controle-systemen van derde landen tot en met 31 december 2036, aangezien dehuidige datum eind 2026 afloopt. Daarnaast betreft het een beperkt aantalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17612 technische vereenvoudigingen van de verordening en additionele eisenaan biologische producten die geïmporteerd worden uit derde landen metequivalente biologische productie- en controlesystemen, wanneer zij nietvolledig aan de EU-regels in de biologische verordening voldoen maartoch het EU-biologo willen vermelden op het etiket van het biologischeproduct.Het voorzitterschap streeft naar een Raadsmandaat voor juli 2026 en eenakkoord met het Europees Parlement in de tweede helft van dit jaar. Allelidstaten steunden de tijdslijn zoals voorgesteld door de Commissie en hetvoorzitterschap. Ook gaven veel lidstaten aan ruimte te zien voorvereenvoudiging en het verminderen van administratieve lasten voorproducenten, met name voor wat betreft kleine producenten en regel-geving omtrent reiniging en desinfectie. Veel lidstaten gaven ook aan dathet belangrijk is dat etikettering consumenten ondersteunt in het makenvan goed geïnformeerde keuzes en dat er voor producenten voorspel-baarheid wordt geschapen, zeker in verband met de import vanuit derdelanden waar equivalentieovereenkomsten mee zijn of zullen wordengesloten. Veel lidstaten vonden de verlenging van de erkenning vangelijkwaardige productie- en controlesystemen van derde landen tot 2036te lang en willen een kortere periode. Nederland is vanwege het studie-voorbehoud niet inhoudelijk op het voorstel ingegaan, maar heeftaangegeven ten algemene het voorstel te verwelkomen en het strevenvan het voorzitterschap naar inwerkingtreding van het voorstel voor heteinde van het jaar te ondersteunen, mits er voldoende tijd is geborgd voorbesprekingen op technisch niveau.Diversenpunt Ierland: MakreelIerland riep, gesteund door twee andere lidstaten, de Commissie op toturgente actie richting een viertal andere Noord-Atlantische kuststaten:Noorwegen, IJsland, het Verenigd-Koninkrijk en de Faeröer-eilanden. Delidstaten vroegen de Commissie te interveniëren, gezien de moeilijkesituatie die is ontstaan nadat deze kuststaten op 16 december 2025,zonder de EU, een akkoord hebben gesloten over een vangsthoogte enverdeelsleutel voor makreel. De vangsthoogte uit dit vierpartijenakkoordwijkt af van het advies van de International Council for the Exploration ofthe Sea (ICES) en de overeengekomen verdeelsleutel laat onvoldoenderuimte voor het vangstaandeel van de EU en Groenland, gebaseerd ophistorische vangstaandelen. Nu deze vier kuststaten een Total AllowableCatch (TAC) zijn overeengekomen, waarbij niet het wetenschappelijkhoofdadvies wordt gevolgd, en de EU een voorlopige TAC heeft vastge-steld in lijn met het wetenschappelijk advies, bepleitten de lidstaten dat ereen ongelijk speelveld is ontstaan en dat dit het spoedig herstel van hetmakreelbestand niet bevordert.Ierland verwees daarbij naar Verordening 1026/2012, die het mogelijkmaakt om, onder andere, marktmaatregelen te nemen om te voorkomendat makreel vanuit deze landen op de EU-markt terechtkomt. Eveneensvroegen de lidstaten om financiële steun voor makreelvissers. De oproeptot urgente actie werd gesteund door veel lidstaten. Nederland onder-streepte daarbij, samen met verschillende andere lidstaten, het belangvan een gelijk speelveld. De oproep tot financiële steun werd niet dooralle lidstaten gesteund, in verband met een onduidelijke juridische basisen mogelijke precedentwerking. Commissaris Kadis gaf aan de zorgen vande lidstaten te delen en zegde toe dat hij tijdens de geplande onderhande-lingen van 26 en 27 januari met desbetreffende kuststaten zal inzetten opeen robuuste verdeelsleutel tussen alle kuststaten, met een gezamenlijkeverantwoordelijkheid tot het duurzaam beheren van het makreelbestand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17613 Diversenpunt Spanje: Controleverordening en CATCHSpanje wees, samen met zeven andere lidstaten, op de aanhoudendeproblemen bij de implementatie van de toegestane foutmarge tussenschattingen van het vangstgewicht aan boord en het daadwerkelijkvangstgewicht na weging aan land. Vooral bij vangsten onder de50 kilogram leidt deze regel tot implementatieproblemen. Daarnaast heeftdeze regel vaak disproportionele gevolgen voor de vissers, omdat eenovertreding te snel wordt aangemerkt als ernstige inbreuk. Eveneens werdaandacht gevraagd voor de problematiek bij de implementatie van hetdigitale CATCH-systeem. Het systeem is door de Commissie lateropgeleverd dan gepland, waardoor de implementatietijd te kort was.Import- en exporteurs lopen tegen veel problemen aan met blokkades vanvisproducten in havens tot gevolg. Het diversenpunt kreeg brede steun inde Raad, waaronder van Nederland, waarbij gevraagd werd om hetsysteem door te ontwikkelen en ondertussen een overgangsfase in acht tenemen.De Raad deelde breed de zorgen over de implementatieproblemen. DeCommissie wees op het lange besluitvormingsproces van de Controlever-ordening, en verkent mogelijke technische oplossingen voor moeilijk-heden met de tolerantiemarge. De Commissie noemde de lancering vanCATCH een groot succes en verwees naar de lidstaten voor training vanmarktdeelnemers. De Commissie wees erop dat er geen juridische ruimteis voor een overgangsfase.Diversenpunt Spanje: Meerjarenplan Westelijke Middellandse Zee(Westmedmap)Spanje vroeg, met steun van veel lidstaten, opnieuw om aanpassing vanhet meerjarenplan voor de Westelijke Middellandse Zee, inclusief eenuitbreiding van het meerjarenplan, zodat deze meer soorten beslaat.Spanje verwees daarbij naar een toezegging van de Commissaris hieroverin de Raad van januari 2025. Lidstaten rondom de Oostzee en deNoordzee spraken zich uit over vergelijkbare problemen in anderemeerjarenplannen. Nederland heeft dit punt aangehoord. CommissarisKadis gaf aan te komen met een voorstel ter herziening, op basis vanwetenschappelijk advies.Diversenpunt Slovenië: DierenwelzijnSlovenië riep de Commissie op om een integrale aanpak te hanteren opEU-niveau door met concrete wetsvoorstellen over dierenwelzijn tekomen. Slovenië pleitte daarbij voor het invoeren van nieuwe wetgevingten aanzien van dierenwelzijn, die tevens bijdraagt aan voedselveiligheiden duurzaamheid van de landbouw in de EU. Slovenië werd daaringesteund door veel lidstaten. Veel lidstaten gaven aan dat zij op eenevenwichtige aanpak hopen, inclusief een heldere transitieperiode bijnieuwe voorstellen, die de voorspelbaarheid voor producenten moetgaranderen. Ook gaven meerdere lidstaten aan het belangrijk te vindendat de mate van dierenwelzijn terug te vinden is op productetiketten, omhet bewustzijn bij consumenten over dit onderwerp te vergroten. Enkelelidstaten noemden het belang van coherentie tussen EU-productie-standaarden in vergelijking met de productiestandaarden voor ingevoerdeproducten. Een enkele lidstaat vroeg om een impactanalyse van dewetgevingsvoorstellen. Het onderwerp pelsdierhouderij werd explicietaangehaald door verschillende lidstaten, inclusief Nederland, waarbijwerd opgeroepen tot een EU-verbod op de pelsdierhouderij voorbontproductie. Veel lidstaten gaven aan reeds een verbod te hebben ofandere maatregelen te nemen en benadrukten dat er een ongelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17614 speelveld ontstaat, doordat er een verschil is tussen maatregelen binnende EU met buiten de EU. Nederland onderstreepte dat de Commissie ookeen handelsverbod voor bont in overweging kan nemen, zodat een gelijkspeelveld kan worden gecreëerd. Commissaris Várhelyi refereerde aan depublieke consultatie die tot 17 december openstond en het grote aantalreacties. De Commissie deelde de ambitie van de lidstaten om devoorspelbaarheid en duidelijkheid over dierenwelzijn in de EU tevergroten.Diversenpunt Commissie: Omnibus Voedsel en voederveiligheidCommissaris Várhelyi presenteerde kort en bondig de belangrijkstevoorstellen uit het Omnibuspakket over voedsel en voederveiligheid datwerd gepubliceerd op 16 december 2025. De commissaris gaf hierbij aante hopen dat er nog in de eerste helft van dit jaar een akkoord komt op hetbrede Omnibuspakket. Het zwaartepunt van dit Omnibuspakket ligt op hetstroomlijnen van de procedures rond toelating en (her-)beoordeling vangewasbeschermingsmiddelen, zonder het verlies van veiligheidsrandvoor-waarden. De Omnibus werd goed ontvangen door de Raad, waarbij iederelidstaat de eigen prioriteiten voor het voetlicht bracht. Veel lidstatenpleitten voor de toelating en beschikbaarheid van laag-risicomiddelen.Voor een aantal lidstaten is het belangrijk dat werkzame stoffen die in deEU verboden zijn, ook verboden zijn in geïmporteerde producten uit derdelanden. Een enkele lidstaat sprak zorgen uit over het achterblijven vanbeschikbare biogebaseerde gewasbeschermingsmiddelen als alternatiefvoor werkzame stoffen waarvan de toelating wordt ingetrokken. Meerderelidstaten gaven aan tevreden te zijn met het voorstel om onder striktevoorwaarden het gebruik van drones toe te staan bij het toedienen vangewasbeschermingsmiddelen. Nederland heeft, vanwege een studievoor-behoud, de presentatie van de Commissie en interventies van anderelidstaten aangehoord.Diversenpunt Cypriotisch voorzitterschap: Bijeenkomst vanEU-landbouwministers 7 januari 2026Het Cypriotisch voorzitterschap gaf een update van de acties die zijnondernomen en die zullen worden ondernomen op korte termijn invervolg op de politieke bijeenkomst van 7 januari om de voedselzekerheiden soevereiniteit van de EU te vergroten. Commissaris Hansen voegdehieraan toe dat de Commissie sinds de boerenprotesten in december 2025over de mogelijkheid nadenkt om € 45 miljard vrij te maken ter onder-steuning van boeren voor het bevorderen van duurzaamheid en concur-rentievermogen van de sector. Tevens wordt er door de Commissiegewerkt aan een actieplan meststoffen, waarbij ook het Carbon BorderAdjustment Mechanism (CBAM) en het belang van het verminderen vanimport uit andere werelddelen door de commissaris werden genoemd. Demeeste lidstaten steunden de inzet van het voorzitterschap en deCommissie. Nederland gaf aan de beschikbaarheid en betaalbaarheid vanmeststoffen belangrijk te blijven vinden en uit te kijken naar de evaluatieen herziening van de Nitraatrichtlijn. Daarnaast gaf Nederland ook aanruimte voor ondernemerschap belangrijk te vinden en daarbij te hechtenaan marktwerking en innovatie. Het voorzitterschap gaf aan in dekomende Raden terug te komen op dit punt om de voortgang teevalueren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17615 Diversenpunt Oostenrijk: Akkerbouwers onder druk: dringende maatre-gelen om de EU-landbouw te beschermenOostenrijk vroeg aandacht voor akkerbouwers die te maken hebben metlage producentenprijzen en tegelijkertijd hogere productiekosten, medeveroorzaakt door de hoge prijzen van kunstmest. Oostenrijk stelde dat hetEU-douanebeleid ten aanzien van de invoer van meststoffen extra druk zetop de prijzen en riep daarom op tot spoedige actie vanuit de Commissieom de negatieve effecten van dit beleid voor landbouwers te mitigeren.Concreet vroeg Oostenrijk om de tijdelijke opschorting van de toepassingvan het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) op de import vankunstmest, compensatie voor landbouwers, het verbeteren van markt-transparantie en monitoring ten aanzien van meststoffen, een impact-analyse voor de landbouw, naast de opschorting van Most FavouredNations-tarieven (MFN) en specifieke antidumpingrechten op meststoffen.De zorgen van Oostenrijk werden door meerdere lidstaten gedeeld.Tegelijkertijd gaf een aantal lidstaten aan het investeren in de verduur-zaming van EU-sectoren belangrijk te vinden, voor zowel het concurrentie-vermogen van de EU als voor klimaatbescherming. Deze groep lidstatenverwelkomde daarom de inwerkingtreding van CBAM inclusief voorkunstmest. Vrijwel alle lidstaten gaven aan een impactanalyse vanuit deCommissie te verwachten met betrekking tot de prijzen van meststoffenen uit te kijken naar het door de Commissie aangekondigde Meststoffen-actieplan. Nederland gaf aan een studievoorbehoud te hebben, maar tenalgemene het verminderen van koolstofuitstoot, het gelijke speelveld enhet reduceren van afhankelijkheid van invoer van meststoffen uit derdelanden belangrijk te vinden. In zijn reactie verwees commissaris Hansennaar de maatregelen die de Commissie al had aangekondigd tijdens depolitieke bijeenkomst van landbouwministers op 7 januari jl., zoals hetopschorten van de resterende MFN-tarieven op ammoniak, ureum en,waar nodig, bepaalde andere meststoffen, het monitoren van de impactvan CBAM op de landbouwsector en het voorstel tot invoegen vanartikel 27.a bij de herziening van de CBAM-verordening die het mogelijkmaakt een tijdelijke opschorting in te roepen (COM(2025)989, p. 27).Verder verwacht de Commissie nog voor de zomer het Meststoffenac-tieplan te publiceren.Diversenpunt Hongarije en Italië: MelkmarktHongarije en Italië vroegen aandacht voor de dalende prijzen op demelkmarkt. Hongarije riep daarbij de Commissie op steun toe te kennenvanuit de landbouwreserve. Italië pleitte voor het instellen van eensubsidieprogramma om vrijwillige productievermindering te steunen ensteun te geven voor private opslag van kaas, boter en houdbare melk,naast het investeren in bijzondere promotiecampagnes voor zuivelpro-ducten. Veel lidstaten gaven aan ook druk op de melkmarkt te ervaren enbenadrukten dat er actie nodig was om beter evenwicht in de melkmarktte bewaren. Enkele andere lidstaten gaven aan de prijsdalingen teherkennen als een terugkomende fluctuatie in de markt maar wel open testaan voor het bevorderen van marktstabilisatie. Nederland heeft dit puntaangehoord. De Commissie gaf aan dat het nu te vroeg is om te bepalenof de prijsdalingen significant zijn en of er sprake is van een crisis, maarde ontwikkelingen te monitoren.Diversenpunt Duitsland: PluimveevleesDuitsland pleitte ervoor om de Europese handelsnorm voor pluimvee-vlees (Verordening 543/2008) op twee punten te wijzigen voor een beteremarktwerking. Deze twee punten zijn niet meegenomen in het huidigewijzigingsvoorstel van de Commissie. Ten eerste zou de huidige drempel-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17616 waarde voor het toegestane watergehalte in kippenvlees geactualiseerdmoeten worden op basis van wetenschappelijk onderzoek. Ten tweedestelde Duitsland dat de etiketteringsverplichtingen voor vrije uitloophuis-vesting in de handelsnorm de ontwikkeling in de weg staat van anderestalsystemen voor dieren die (deels) buiten worden gehouden. Duitslandverzocht om meer flexibiliteit in de etiketteringsvereisten. Een aantallidstaten, waaronder Nederland, kon het verzoek van Duitsland steunenom een wijzigingsvoorstel te doen op één of beide punten, met alsvoornaamste argument dat de regelgeving mee moet bewegen metmarktontwikkelingen voor een goede marktwerking. Een aantal anderelidstaten was van mening dat de huidige handelsnorm toereikend is.Diversenpunt Polen: Bescherming gevoelige landbouwsectoren in hetkader van handelsovereenkomstenPolen gaf aan dat bij de vrijwaringsmaatregelen voor de landbouwsectorin de akkoorden met Mercosur en Oekraïne meer rekening had moetenworden gehouden met de specifieke behoeften van de landbouwsector.Polen werd daarin door enkele lidstaten gesteund, die opriepen tot hetbehoud van eerlijke concurrentie en wederkerigheid. Andere lidstatenpleitten voor de snelle (voorlopige) inwerkingtreding van het EU-Mercosurakkoord en gaven aan kritisch naar dergelijke spiegelclausules te kijken.Nederland heeft dit punt aangehoord.Diversenpunt Frankrijk: OorsprongsetiketteringFrankrijk pleitte voor harmonisatie van oorsprongsetikettering opEU-niveau, zoals eerder aangekondigd door de Commissie, ook in hetkader van onderhandelingen over handelsovereenkomsten met derdelanden. Frankrijk riep op om de verordening betreffende oorsprongsetiket-tering te herzien en deze uit te breiden met andere voedselproducten ende distributieketen, in het bijzonder dierlijke producten en verwerkteproducten. In de Raad was er brede steun voor de pleidooi van Frankrijk,maar er waren wel verschillende perspectieven op de precieze eisen tenaanzien van etikettering. Een aantal lidstaten wilde het land vanoorsprong vermelden, waar andere lidstaten pleitten om enkel aan tegeven dat het in de EU of buiten de EU is geproduceerd. Alle lidstatenvonden het belangrijk om ook op dit onderwerp het bewustzijn vanconsumenten te vergroten en gaven aan dat etikettering hieraan kanbijdragen. Meerdere lidstaten pleitten voor het behoud van proportiona-liteit en het voorkomen van additionele administratieve lasten. Nederlandheeft dit punt aangehoord, maar vindt het belangrijk om oog te houdenvoor uitvoerbaarheid, redelijkheid van nalevingskosten voor het bedrijfs-leven, en handhaafbaarheid.Diversenpunt Malta: Zware schade door klimaat-gedreven extremeweersomstandigheden aan de landbouw, visserij en aquacultuurMalta gaf aan zware schade te hebben ondervonden door storm Harry dieover het eiland is heen geraasd en vroeg meer aandacht voor de impactvan klimaatverandering en extreme weersomstandigheden. Malta pleittedaarbij voor coördinatie van risicobeheersinstrumenten en interventies opEU-niveau. Veel lidstaten betuigden hun medeleven en steun aan Malta.Nederland heeft dit punt aangehoord.Ministeriële lunch over de «Nieuwe taskforce voor EU-invoercontroles»Tijdens de informele ministeriële lunch heeft Commissaris Várhelyi de inde Visie voor Landbouw en Voedsel aangekondigde Taskforce voorimportcontroles op geïmporteerde producten uit derde landen bevestigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17617 Nederland heeft gewezen op het voorkomen van onnodige administra-tieve en logistieke lasten en geïnformeerd naar de verdere ontwikkelingvan- en besluitvorming in de Taskforce.II. Herziening EU-dierenwelzijnsregelgeving voor de veehouderij De Commissie heeft op 19 september 2025 een publieke consultatiegeopend over de modernisering van de EU-dierenwelzijnsregelgevingvoor de veehouderij. Op 12 mei 2025 had de Commissie haar voornemenaangekondigd om de EU-regels voor dierenwelzijn op veehouderijbe-drijven te moderniseren.In de consultatie wordt onder meer gevraagd of en op welke punten dehuidige regelgeving tekort schiet en of het op verscheidene puntenbelangrijk is om verbeteringen aan te brengen, vooral ten aanzien van hetuitfaseren van kooihuisvestingen. Ook wordt gevraagd hoe gewensteaanpassingen in dierenwelzijnsregelgeving ondersteund kunnen worden.Belangrijk vraagpunt is ook of en in welke mate importen van dierlijkeproducten zouden moeten voldoen aan standaarden, equivalent aan dievan de EU.In lijn met eerder in relatie tot de Europese dierenwelzijnsdiscussieingebrachte standpunten geven wij in de verzonden reactie op de publiekeconsultatie aan dat de huidige EU-dierenwelzijnsregelgeving inderdaad opverschillende vlakken tekort schiet. In de reactie is toegelicht dat deEU-wetgeving zou moeten aansluiten bij algemene uitgangspunten op hetgebied van dierenwelzijn in voortvloeiend uit de Wet dieren. Ook wordt inde reactie onderschreven dat de uitfasering van kooihuisvestingenbelangrijk is.Daarnaast wordt in de reactie benadrukt dat het belangrijk is dat dierlijkeproducten die uit derde landen worden geïmporteerd aan equivalentedierenwelzijnsstandaarden zouden moeten voldoen ten opzichte van destandaarden in de EU. Regelgeving over productiestandaarden inzakedierenwelzijn op geïmporteerde producten moet tevens in lijn zijn metrelevante WTO-regels, zoals ook geconcludeerd door de Commissie in2022 in haar rapport «Toepassing van de gezondheids- en milieunormenvan de EU op ingevoerde landbouw- en agrovoedingsproducten»(COM(2022)226). Verder onderschrijft de reactie het belang van hetbenutten van dierenwelzijnsindicatoren ter verbetering van dierenwelzijn.In de bijlage is de complete reactie van de Nederlandse overheid op depublieke consultatie over de herziening van de EU-regelgeving inzakedierenwelzijn in de veehouderij te vinden.III. Gevolgen van de uitbreiding van importquota voor agrarischeproducten uit Oekraïne voor de Nederlandse agrarische sector In de antwoorden van het schriftelijk overleg voor de Landbouw- enVisserijraad van 14 juli 2025 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1722) is door deMinister toegezegd te zullen verkennen of een actuele en onafhankelijkeanalyse van de impact van verhoogde invoerquota voor gevoeligeproducten uit Oekraïne op de Nederlandse landbouw, duurzaamheid,dierenwelzijn en het concurrentievermogen van boeren kon wordenopgesteld. De kabinetsappreciatie van het Raadsbesluit betreffende hetstandpunt op de aanpassing van de Deep and Comprehensive Free TradeAgreement (DCFTA), het handelsverdrag met Oekraïne dat onderdeelvormt van het Associatieakkoord EU-Oekraïne, is eind augustus 2025 naarde Kamer gezonden (Kamerstuk 36 045, nr. 213). Hoewel uit de verkenningbleek dat het niet mogelijk was deze analyse gereed te hebben vooraf-gaand aan de kabinetsappreciatie en het Raadsbesluit, is wel besloten eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17618 analyse te laten uitvoeren door Wageningen Social & Economic Research(WSER). In de bijlage doen wij de Kamer de analyse toekomen. De analysegaat in op de mogelijke effecten van de handelsovereenkomst op de EU-en Nederlandse import van agrarische producten uit Oekraïne en geeftduiding over wat de afspraken betekenen voor duurzaamheid, dieren-welzijn en het concurrentievermogen van de Nederlandse primairelandbouw. Conclusie is dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat importuit Oekraïne de prijsvorming op de landbouwmarkten in de EU heeftbeïnvloed, of dat het de concurrentiepositie van de Nederlandselandbouw heeft bedreigd.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17619
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
6c19f119-6522-4757-932b-87c89241c17d
41debatten
1.243bijdragen
31interrupties
111.978woorden in uitspraken