Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 836Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en deMijnbouwwet in verband met de uitvoering vandiverse maatregelen uit de kabinetsreactie ophet rapport van de parlementaireenquêtecommissie aardgaswinning GroningenNr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAGOntvangen 30 januari 2026 Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingenvan de leden van de fracties van D66, VVD, GroenLinks-PvdA, CDA, SP enChristenUnie bij de wijziging van de Tijdelijke Wet Groningen en deMijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uitde kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissieaardgaswinning Groningen. Graag beantwoord ik de vragen die door deverschillende fracties zijn gesteld. In deze nota zijn de vragen en opmer-kingen uit het verslag integraal opgenomen in cursieve tekst en debeantwoording daarvan in niet-cursieve tekst.1. Inleiding De leden van de D66-fractie danken de regering voor het wetsvoorstel.Deze leden onderschrijven het belang van een generatielange inzet omhet vertrouwen van inwoners van Groningen en Noord-Drenthe teherstellen. Zij benadrukken dat voor hen rechtsstatelijkheid, menselijkemaat, transparantie en gelijke behandeling centraal staan bij de beoor-deling van dit wetsvoorstel.Vraag 1De leden van de D66-fractie vragen de regering hoe dit wetsvoorstelbijdraagt aan een overheid die betrouwbaar en voorspelbaar handelt enhoe wordt geborgd dat bewoners daadwerkelijk minder administratievelasten, kortere doorlooptijden en meer duidelijkheid ervaren. Kan deregering uiteenzetten welke concrete verbeteringen voor bewonersmerkbaar zullen zijn binnen het eerste jaar na inwerkingtreding van dewet?Dit wetsvoorstel draagt bij aan de navolgbaarheid van overheidshandelendoordat de Minister via een vaste, jaarlijkse cyclus wordt verplicht 1) terapporteren over de voortgang van het beleid in de Staat van Groningenen Noord-Drenthe (hierna: SvGND), 2) hierover in gesprek te gaan metonder andere bewoners(organisaties) en decentrale overheden, en3) hierover verantwoording af te leggen aan het parlement, middels een kst-36836-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 71 kabinetsreactie. Hierdoor verbetert de informatiepositie van betrokkenpartijen, en kan eerder en gerichter worden bijgestuurd. Hiermee geeft hetkabinet opvolging aan de constatering van de parlementaire enquêtecom-missie dat de navolgbaarheid van het beleid, en transparantie overgemaakte keuzes, gebrekkig was, waardoor het parlement, decentraleoverheden en bewoners op een (kennis)achterstand stonden. Met ditwetsvoorstel geeft het kabinet tevens invulling aan aanbeveling 7 van deenquêtecommissie om opdracht te geven tot een jaarlijkse Staat vanGroningen.Dit wetsvoorstel beoogt verschillende concrete verbeteringen te bewerk-stellingen voor bewoners.1 Met de invoering van de maatregel daadwer-kelijk herstel2 krijgen bewoners duidelijkheid dat alle schades tot € 60.000(die naar hun aard mijnbouwschade kunnen zijn) zonder onderzoek naarde schadeoorzaak hersteld kunnen worden. Doordat er geen onderzoeknaar de schadeoorzaak meer plaatsvindt, komt een aanleiding voorbezwaar- en beroepsprocedures, die door bewoners als belastend entijdrovend werden gezien, te vervallen. Door het wettelijk vastleggen vande koste-wat-kostbepaling voor de schadeafhandeling en versterking, enhet opnemen van zorgplichten voor verduurzaming en brede welvaart,biedt het kabinet inwoners bovendien maximale duidelijkheid dat debeloften voor herstel en het inlossen van de ereschuld wordennagekomen. Dit is een randvoorwaarde voor herstel van het geschondenvertrouwen in de overheid.Vraag 2Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie hoe wordt voorkomen datde verwachtingen die met dit wetsvoorstel worden gewekt, onder meerrondom zorgplichten en schadeafhandeling, niet opnieuw leiden totteleurstelling, zoals de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna:de Afdeling advisering) waarschuwt in haar negatieve dictum bij ditvoorstel.Het kabinet zal ten minste elke vijf jaar concrete tussentijdse doelen,streefwaarden en randvoorwaarden voor de uitvoering van dezorgplichten vastleggen in het uitvoeringsprogramma Rijk. Ditprogramma vormt ook de basis voor de monitoring in de SvGND. Doorconcrete, meetbare doelen te stellen, randvoorwaarden te benoemen tenaanzien van brede welvaart en verduurzaming, én jaarlijks te latenrapporteren over de voortgang, wil het kabinet voorkomen dat onrealis-tische verwachtingen worden gewekt of onjuiste aannames ten aanzienvan de voortgang ontstaan. De SvGND heeft ook betrekking op deschadeafhandeling.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging vande Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met deuitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapportvan de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen.Deze leden hebben hier voor nu geen vragen of opmerkingen over.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en deMijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uitde kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissieaardgaswinning Groningen. Deze leden vinden de wetswijziging op1Daadwerkelijk herstel wordt sinds augustus 2024 aangeboden aan bewoners. Daarmee looptde uitvoeringspraktijk voor op de inwerkingtreding van de wet.2Daadwerkelijk herstel wordt door het IMG als de regeling Herstel met Aannemer gecommuni-ceerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 72 punten een stap in de goede richting, maar zien ook nog stevige verbeter-punten. Tevens constateren zij dat het leed waarin veel gedupeerden nogzitten vraagt om een stevige wettelijke verankering met concretemaatregelen en afrekenbare doelen om te komen tot een veilig, schadevrijen duurzaam huis voor iedereen in Groningen en Noord-Drenthe. Het isgoed dat de beloftes uit Nij Begun een wettelijke verankering krijgen,zodat ook toekomstige kabinetten zich hieraan houden en beloftes uit NijBegun ook daadwerkelijk vervuld worden. Echter wordt er naar de meningvan deze leden niet aan alle beloftes voldaan.Al sinds het opstellen van Nij Begun waarschuwen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie samen met de leden van de SP-fractie datschade, versterking en verduurzaming niet gescheiden moet worden.Zodoende is Nij Begun op het verkeerde fundament gebouwd. Deze zijnvoor een totaalaanpak en zien dat veel gedupeerden ontevreden zijn overde afwikkeling van schade, versterking en verduurzaming. Deze ledenmissen dit in het huidige wetsvoorstel.Vraag 3De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom het sluiten vande kleine gasvelden in Groningen niet wordt opgenomen in de wet. Watzijn de juridische mogelijkheden om dit wel te doen?De Tijdelijke wet Groningen (hierna: TwG) gaat over de schadeafhandelingen de versterkingsoperatie die noodzakelijk zijn door bodembewegingenals gevolg van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolgvan de gasopslag bij Norg en Grijpskerk. Met het voorliggendewetsvoorstel wordt daar een hoofdstuk aan toegevoegd ten behoeve vanhet inlossen van de ereschuld aan de Groningers. Hiervoor is de Staatsse-cretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verantwoorde-lijke bewindspersoon. Dit staat los van het onderwerp gaswinning. Deeerdere beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld is dan ookgeregeld door middel van een separate wet3 onder verantwoordelijkheidvan de toenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaatdie verantwoordelijk was voor het onderwerp mijnbouw. En sowieso staatde TwG, die betrekking op afhandeling van schade en versterkingvanwege bodembeweging door gaswinning uit het Groningenveld of alsgevolg van de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk, los van degaswinning uit, en gasopslag in, andere gasvelden in Nederland,waaronder in de provincie Groningen. Daarop is de Mijnbouwwet vantoepassing en dit valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister vanKlimaat en Groene Groei. Daarom past het sluiten van kleine gasveldenniet in dit wetsvoorstel.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging vande Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met deuitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapportvan de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen enhebben daarover enkele vragen.De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorsteltot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet. Dezeleden onderschrijven het belang van een generatielange, structureleaanpak van de gevolgen van de gaswinning voor inwoners van Groningenen Noord-Drenthe. Tegen die achtergrond uiten zij zorgen over de matewaarin dit wetsvoorstel bijdraagt aan de doelen die door de regering zelfzijn geformuleerd: een mildere, makkelijkere en menselijkere schadeaf-handeling en een voortvarende versterkingsoperatie, zoals toegezegd in3Wet van 17 april 2024, houdende wijziging van de Gaswet en Mijnbouwwet in verband met debeëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld (Stb. 2024, 95).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 73 Nij Begun. In de voorliggende teksten lijkt de nadruk echter te verschuivennaar meer varianten, meer juridische voorwaarden en daarmee meercomplexiteit voor gedupeerde.Vraag 4De leden van de SP-fractie benadrukken dat de parlementaire enquête-commissie heeft vastgesteld dat bewoners centraal moeten staan in hetherstelproces. Deze leden vragen de regering daarom met ditwetsvoorstel helder te maken hoe bewoners daadwerkelijk wordenontlast, hun rechtspositie wordt beschermd en verdere ongelijkheidtussen gebieden wordt voorkomen.De positie van bewoners in de schadeafhandeling en versterking is na hetverschijnen van het rapport van de parlementaire enquêtecommissieversterkt door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en deNationaal Coördinator Groningen (NCG). Verschillen tussen bewoners zijnaangepakt door onder andere de aanvullende vaste vergoeding waarmeebewoners die in het verleden niet konden kiezen voor de nieuweschaderegelingen en die een lager bedrag dan € 10.000 hebbenontvangen, aan te vullen tot een bedrag van € 10.000 per adres (in lijnmet de vaste eenmalige schadevergoeding). Ook zijn verschillen invergoedingen voor immateriële schade binnen huishoudens, en tussenouders en kinderen, op geheven. Verder hebben NCG, IMG en gemeentenextra budget gekregen voor het oplossen van knelpunten en schrijnendesituaties. In de huidige TwG, mede gewijzigd door de wet omissies4, is aleen aantal bepalingen opgenomen waarmee de positie van bewonerscentraal staat. Zo kunnen op verzoek van de bewoner in een versterkings-besluit werkzaamheden worden opgenomen die niet noodzakelijk zijn omeen gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen («koppelkansen»),kunnen bewoners kiezen tussen schadeafhandeling met een vergoedingin geld of in natura, en hebben bewoners de mogelijkheid gekregen vankosteloze rechtsbijstand en bijstand door diverse deskundigen. Met hetgewijzigd amendement Beckerman/Bushoff van 4 februari 20255 is dit noguitgebreid met de mogelijkheid van inzet van extra deskundigen enrechtsbijstand bij bouwfouten.Het nu voorliggende wetsvoorstel voegt hier nog een aantal bepalingenaan toe. Zo krijgen bewoners een extra mogelijkheid voor de afhandelingvan schade in de vorm van daadwerkelijk herstel zonder onderzoek naarschadeoorzaken en kan het IMG stille gedupeerden (niet-aanvragers)proactief benaderen. Verder wijs ik nog op de met deze nota naaraanleiding van het verslag meegestuurde nota van wijziging waarin eenartikel is opgenomen voor de aanpak van onaanvaardbare verschillendoor de NCG. Ook wordt daarin de grondslag gecreëerd voor hetuitbreiden van de mogelijkheid van kosteloze rechtsbijstand en bijstanddoor andere deskundigen. Verder wordt de rechtsbijstand uitgebreid naarsituaties waarin deze nu nog niet bestaat, zoals besluiten gericht aanhuurders en andere niet-eigenaren.De leden van ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van voorliggend wetsvoorstel om de maatregelen uit de kabinets-reactie Nij Begun wettelijk te verankeren. Deze leden achten het van hetgrootste belang dat de huidige herstel- en versterkingsoperatie sterkwordt verbeterd, waardoor gedupeerden zullen ervaren dat de ereschulddie de Staat aan Groningen en Noord-Drenthe heeft daadwerkelijk wordt4Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met hetherstel van omissies en het aanbrengen van verduidelijkingen (Stb. 2025, 62).5Kamerstukken II 2024/25, 36 566, nr. 23.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 74 ingelost. Deze leden maken gebruik van de mogelijkheid tot het stellenvan enkele vragen over het wetsvoorstel.2. Inhoud 2.1. Generatielange aanpak en Staat van Groningen en Noord-Drenthe Vraag 5De leden van de D66-fractie hebben vragen bij de juridische vormgevingvan de zorgplichten voor brede welvaart en verduurzaming. De Afdelingadvisering stelt dat deze plichten onvoldoende duidelijk zijn en verwach-tingen kunnen scheppen die niet waargemaakt kunnen worden. Kan deregering nader toelichten waarom deze wetgevingstechniek noodzakelijkis naast het uitvoeringsprogramma, en wat de minimale invulling is die uitde zorgplichten volgt?De voorgestelde zorgplichten markeren de positie van de Minister (in depraktijk op dit moment de Staatssecretaris) van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties als aanspreekpunt binnen het kabinet voor hetbevorderen van de ontwikkeling van de brede welvaart, respectievelijkvan de verduurzaming richting het aardgasvrij gereed maken vanwoningen, in het getroffen gebied. Het kabinet wil verder met dezorgplichten onderstrepen dat de uitvoering van de met Nij Beguntoegezegde generatielange aanpak niet vrijblijvend is. Dit geeft debewoners en andere overheden in dit gebied houvast: de rijksoverheidheeft hiermee een wettelijk vastgelegde, en daarmee niet van kabinets-keuzes afhankelijke, verplichting om beide belangen te behartigen, en zijkunnen bij één bewindspersoon terecht om hiervoor binnen het kabinetvoldoende aandacht te genereren. Het uitvoeringsprogramma dient terinvulling van de zorgplichten. Artikel 13q, waarin het uitvoeringspro-gramma wordt geïntroduceerd, verwijst dan ook uitdrukkelijk naar detwee zorgplichten in de artikelen 13o (brede welvaart) en 13p (verduur-zaming). Het uitvoeringsprogramma bevat in ieder geval:a.een afbakening van de relevante aspecten van brede welvaart en deinvulling daarvan;b.een nadere invulling van de relevante aspecten van aardgasvrij gereedmaken;c.een uitwerking van de tussentijdse doelen en streefwaarden tenaanzien van de doelen om in de regio de brede welvaart uiterlijk in2055 op ten minste het landelijk gemiddelde te brengen en dewoningen uiterlijk in 2035 wat isolatie betreft gereed te maken vooraardgasvrij gebruik;d.de in acht te nemen randvoorwaarden en de voorgenomen maatrege-len met het oog op het behalen van deze doelen.Uw Kamer wordt jaarlijks op de hoogte gehouden van de voortganghiervan in de SvGND en mijn reactie daarop.Vraag 6De leden van de D66-fractie vragen de regering hoe wordt voorkomen datzorgplichten verwachtingen wekken die niet kunnen worden waarge-maakt, zoals de Afdeling advisering waarschuwt. Hoe wordt voorkomendat bewoners hierdoor schijnzekerheid krijgen?Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 2.Vraag 7Verder vragen deze leden waarom niet is gekozen voor een onafhankelijkorgaan voor het opstellen van de jaarlijkse Staat van Groningen enNoord-Drenthe, vergelijkbaar met bestaande planbureaus. Hoe wordtgeborgd dat de rapportage onafhankelijk, consistent en transparant blijft?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 75 De SvGND wordt jaarlijks samengesteld door een onafhankelijkconsortium van onderzoeksbureaus met verschillende, complementaireexpertisegebieden en achtergronden. Vanwege de grote diversiteit aanonderwerpen die worden gemonitord (schadeafhandeling, versterking,verduurzaming, brede welvaart en vertrouwen in de overheid), lag het nietvoor de hand om deze taak bij één planbureau te beleggen. Data enrelevante onderzoeksresultaten van bijvoorbeeld het Sociaal CultureelPlanbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek worden door hetconsortium dat de SvGND samenstelt, bij hun werkzaamheden betrokken.Inmiddels is een Europese aanbestedingsprocedure afgerond en is eenconsortium gestart met de werkzaamheden ten behoeve van de SvGND2026.De leden van de CDA-fractie ondersteunen de wettelijke verankering vande generatielange aanpak uit Nij Begun, waarmee ook komendekabinetten worden gehouden aan de uitvoering van die aanpak endaarover verantwoording moeten afleggen. De regering stelt in dat kaderdat de zichtbare gevolgen van de gaswinning in de vorm van nieuwebevingen en nieuwe schades naar verwachting zullen afnemen. Dezeleden delen die hoop en verwachting, maar begrijpen tegelijkertijd dat erin Groningen nog wel de nodige twijfel leeft over deze verwachting.Vraag 8De recente beving in Zeerijp, de op twee na zwaarste beving ooit inGroningen gemeten, lijkt deze verwachting ook tegen te spreken. Zijvragen de regering uitgebreid in te gaan op de vraag in hoeverre deontwikkelingen in Groningen daadwerkelijk in lijn zijn met de verwach-tingen. Wat zijn de exacte verwachtingen met betrekking tot de frequentieen hevigheid van bevingen en het optreden van nieuwe schades?Het is wetenschappelijk gezien niet mogelijk om precies te voorspellenwaar en wanneer een aardbeving plaatsvindt en hoe groot die zal zijn.Daarom wordt er in de pSDRA (publieke seismische dreiging- enrisicoanalyse) een inschatting gemaakt van de kans op een beving meteen bepaalde grootte. Daarnaast is ook per jaar een voorspelling gemaaktvan het aantal voelbare aardbevingen (M>1,5). Bij dit laatste wordt ookaltijd een bereik aangegeven omdat de voorspellingen een onzekerheidkennen.De laatste pSDRA werd uitgevoerd in 2023 en was de eerste uitvoeringwaarbij gerekend werd met nul gaswinning vanaf oktober 2023. Deuitkomsten en de voorspellingen van die pSDRA zijn publiek beschikbaaren vindt u hier: TNO – Publieke Seismische Dreigings- en RisicoanalyseGroningen gasveld 2023 – Gaswinning Groningen – Vaststellingsbesluit2023–2024. Sinds de sluiting van het veld is het aantal aardbevingenbinnen het voorspelde bereik gebleven.Bijvoorbeeld in 2024 werden 6 aardbevingen met magnitude 1,5 of hogerverwacht, met een bereik van 0 tot 8 aardbevingen. Het daadwerkelijkeaantal was 6. In 2025 was de verwachting 5 aardbevingen, met een bereikvan tussen de 0 en 7 aardbevingen. Het daadwerkelijke aantal aardbe-vingen was 7.De precieze grootte van een aardbeving is lastiger te voorspellen. DepSDRA publiceert de kans op een aardbeving van 3,5; 3,6 (de aardbe-vingen van Huizinge); 4,0; 4,5 en 5,0. Daaruit blijkt dat de kans op eenbeving met een magnitude van 3,5 (de aardbeving in Zeerijp vannovember 2025 had een magnitude van 3,4) nu rond de 5% ligt. Deze kansneemt langzaam af en ligt in 2032 rond de 2%. Deze getallen geven aandat er nog steeds een kans is dat dergelijke aardbevingen kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 76 plaatsvinden. Dat deze beving binnen de verwachting valt, wordt ook doorhet Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) bevestigd.Zolang de verwachtingen van de seismiciteit binnen het voorspelde bereikvallen, is er geen reden om aan te nemen dat het aantal en de grootte vande aardbevingen minder snel afnemen dan verwacht.Vraag 9Welke bandbreedtes worden bij deze prognoses gehanteerd en op welkeplek binnen die bandbreedtes past de recente beving in Zeerijp?In de berekeningen van de pSDRA wordt in elke stap rekening gehoudenmet de (model)onzekerheden. Daardoor kan ook bij de resultaten eenbereik worden meegegeven. De belangrijkste indicator voor de seismici-teitsverwachting is het aantal aardbevingen met een magnitude van 1,5 ofhoger. Deze wordt berekend samen met de 95% onzekerheidsbandhieromheen. Dat houdt in dat de kans op 95% wordt geschat dat hetaantal aardbevingen binnen deze marge valt. Zoals in antwoord 8aangegeven lag de verwachting in 2025 op 5 aardbevingen, met eenbereik van 0 tot 7. De beving in Zeerijp en de naschok waren de vierde envijfde beving van 2025 met een magnitude van 1,5 of hoger. In de laatsteweken van 2025 hebben nog twee extra aardbevingen plaatsgevonden(Westerwijtwerd, 1,6 en Woudbloem, 2,0). Daarmee is het aantal aardbe-vingen (7) binnen het verwachte bereik gebleven.Vraag 10Deze leden vragen de regering uit te leggen op welke wijze en met welkefrequentie wordt beoordeeld of de oorspronkelijke verwachtingen overhet afnemen van bevingen en de zichtbare gevolgen daarvan nogrealistisch zijn.De NAM is verantwoordelijk voor de monitoring van het veld en SodMhoudt daar toezicht op. Beide informeren de Minister van Klimaat enGroene Groei over ontwikkelingen in het veld. Het SodM adviseert deMinister van Klimaat en Groene Groei daarnaast ook over dit onderwerp.Omdat de NAM op afstand is geplaatst van de schadeafhandeling- enversterkingsoperatie ligt de verantwoordelijkheid voor de voorspellingenen risicoanalyse primair bij de Minister van Klimaat en Groene Groei. Hetbeheer en de ontwikkeling van de onderliggende modellen is belegd bijTNO. Het SodM adviseert over welke modellen moeten worden aange-houden, en houdt toezicht op de ontwikkelingen in het Groningenveld. Nuhet veld gesloten is, en daarmee het jaarlijks vaststellingsbesluit geenaanleiding meer is voor een nieuwe risicoanalyse, geldt er een nieuwregime. Hierbij wordt een tweejaarlijkse frequentie aangehouden waarbijdeze partijen samenkomen om te kijken of en zo ja, welke ontwikkelingenwat betreft de pSDRA nodig zijn. Hierbij worden recente en relevanteinternationale wetenschappelijke ontwikkelingen besproken. Hierna steltTNO een rapportage op waarin de resultaten van de modelontwikkelingworden beschreven. Vervolgens verzoekt de Minister de inspecteur-generaal der mijnen om een advies ten aanzien van de rapportage op testellen. Op basis daarvan zal de Minister een besluit nemen over demodelontwikkeling van de pSDRA. Afhankelijk van het advies van deinspecteur-generaal der mijnen kan de Minister daarnaast besluiten tot hetuitvoeren van de pSDRA. Deze cyclus herhaalt zich elke twee jaar.Los daarvan staat het de Minister van Klimaat en Groene Groei altijd vrijom aan het SodM advies te vragen over het eventueel uitvoeren van eenpSDRA, en staat het SodM ook vrij om daar ongevraagd over teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 77 adviseren. De laatste risicoanalyse laat overigens zien dat zowel het aantalaardbevingen als de grootte van de aardbevingen binnen de verwachtingvalt.Vraag 11Zij vragen de regering tevens te verduidelijken wanneer en op basis vanwelke criteria of drempelwaarden een aanpassing van die verwachtingenaan de orde zou kunnen zijn.De werkwijze zoals beschreven in het antwoord op vraag 10 is uitgewerktin de toelichting op de wijziging van de Mijnbouwregeling en de Uitvoe-ringsregeling Gaswet in verband met de sluiting van het Groningenveld.6Hierin is aangegeven dat de Minister van Klimaat en Groene Groei opbasis van de volgende richtlijnen bepaalt of een pSDRA dient te wordenuitgevoerd: er is sprake van een afwijkende ontwikkeling van de seismi-citeit, of er zijn nieuwe wetenschappelijke inzichten.Vraag 12De leden van de SP-fractie vragen waarom in de memorie van toelichtingniet helderder wordt erkend dat de problematiek in het kerngebiedvoortduurt, ook nadat de winning is gestopt, als gevolg van cumulerendebodembeweging, wijzigingen in waterhuishouding en funderingsproble-matiek. Kan de regering bevestigen dat herstel ook in de komendedecennia nodig kan blijven?Een memorie van toelichting is bedoeld als toelichting op hetgeen in eenwetsvoorstel aan voorstellen is opgenomen. De memorie bevat zowel eenmotivering van die voorstellen als een nadere duiding van de betekeniservan. Er wordt geen onderscheid gemaakt in een kerngebied en anderedelen. Daarom wordt hier in de memorie van toelichting ook verder nietop ingegaan.Dat laat uiteraard onverlet dat ik mij ervan bewust ben dat ook in dekomende jaren nog schades kunnen blijven ontstaan als gevolg van devoormalige gaswinning. Daarvoor geldt dat deze schades wordenafgehandeld zo lang als nodig is, koste-wat-kost. Daarnaast heb ik oogvoor de door de leden van de SP-fractie genoemde specifieke proble-matiek in het kerngebied. Onder meer duurzaam herstel biedt hiervooraanvullende ruimte. Met deze tegemoetkoming van het IMG is hetmogelijk om constructieve problematiek, die zélf niet veroorzaakt is doorde gaswinning, te verhelpen. Funderingsherstel is daarbij één van demogelijke maatregelen. Een belangrijk voorwaarde is dat de constructievemaatregelen bij duurzaam herstel de kans op terugkerende mijnbouw-schade aan de woning moeten kunnen verkleinen.2.1.1. Aanleiding, doel en probleemschets De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen de conclusie van deparlementaire enquêtecommissie dat er een ereschuld is richtingGroningen en Noord-Drenthe wat vraagt om een lange termijn aanpakmet generatielange investeringen.Vraag 13De leden van de SP-fractie vragen voor welke groep gedupeerden denieuwe maatregel van daadwerkelijk herstel nadelig kan uitpakken,bijvoorbeeld voor inwoners van wie een verzoek in het verleden isafgewezen omdat het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) het nietals mijnbouwschade beoordeelde. Hoe groot is naar schatting deze groep6Stcrt. 2025, nr. 32913.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 78 gedupeerden die niet kan profiteren van de maatregel waarbij geencausaliteitsonderzoek wordt uitgevoerd?Bij het IMG zijn ruim 108.000 adressen bekend waar een beoordeling naarde schadeoorzaak heeft plaatsgevonden. Daarvan zijn er bij bijna85.000 adressen naast schades als gevolg van de gaswinning óók, één ofmeer, schades met een aanwijsbare autonome oorzaak geconstateerd(dus schades die niet door gaswinning kunnen zijn veroorzaakt). Van deperiode van vóór het IMG is deze informatie niet bekend. Deze schadesmet een aanwijsbare autonome oorzaak zijn niet vergoed en komen ookniet meer voor daadwerkelijk herstel in aanmerking. Dat laat onverlet datop deze adressen wél alle schades als gevolg van de gaswinning zijnvergoed als zij kunnen zijn veroorzaakt of verergerd door de gaswinning.Ook kunnen bewoners zo mogelijk gebruikmaken van de aanvullendevaste vergoeding om eerder ontvangen schadevergoeding op een adresaan te laten vullen tot maximaal € 10.000. Daarnaast kunnen inwonerseen aanvraag indienen voor nog niet behandelde schades, ook viadaadwerkelijk herstel.Het met terugwerkende kracht uitvoeren van daadwerkelijk herstel zonderonderzoek naar de schadeoorzaak bij herstelkosten tot € 60.000 inalgemene zin is niet uitvoerbaar. Kortheidshalve wordt voor naderetoelichting over dit onderwerp verwezen naar de Kamerbrief over deomgang met terugwerkende kracht van 16 juni 20237 en de Kamerbriefvan 6 oktober 20238.Vraag 14Voorts vragen deze leden hoe de regering met deze mogelijkeongelijkheid omgaat. Kan de regering daarbij reflecteren hoe dergelijkeverschillen zich verhouden tot de doelen van Nij Begun en van hetwetsvoorstel om het vertrouwen van inwoners te herstellen?Het is onvermijdelijk dat nieuwe maatregelen leiden tot nieuweverschillen. Wel is een aantal maatregelen geïntroduceerd om dezeverschillen zo veel als mogelijk te beperken. Zo heeft het IMG deaanvullende vaste vergoeding geïntroduceerd, om bewoners die in hetverleden niet konden kiezen voor de nieuwe schaderegelingen en die eenlager bedrag dan € 10.000 hebben ontvangen, te compenseren door deeerder ontvangen schadevergoeding aan te vullen tot een bedrag van€ 10.000 per adres (in lijn met de vaste eenmalige schadevergoeding).Ook heeft het IMG, om ongelijke uitkomsten voor bewoners te beperken,in 2023 iedereen met een lopende aanvraag de mogelijkheid geboden omin afwachting van de nieuwe schademaatregelen diens aanvraag tepauzeren totdat er duidelijkheid was over de uitkomsten van Nij Begun.Daarnaast is ervoor gekozen om in het gehele effectgebied te werken metéén grensbedrag van € 60.000. Daarmee worden nieuwe grenzen endaarmee nieuwe verschillen voorkomen.2.1.2. Probleemaanpak en motivering instrumentkeuze Vraag 15Deze wet legt drie maatregelen uit Nij Begun vast, namelijk maatregel 1, 3en 38. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af waaromalleen deze drie maatregelen wettelijk worden vastgelegd? Kan deregering voor de maatregelen 6, 7, 14, 18, 19, 20 uitleggen waarom diespecifieke maatregelen niet worden vastgelegd in deze wet?7Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 49.8Kamerstukken II 2023/24, 33 529, nr. 1175, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 79 Hieronder volgt voor de genoemde maatregelen een verklaring waaromwettelijke vastlegging niet aan de orde is:−maatregel 6 («Herhaalde schades worden voorkomen met duurzaamschadeherstel»): Deze maatregel is al vastgelegd in artikel 2, tiende lid,van de Tijdelijke wet Groningen.−maatregel 7 («Hogere overlastvergoeding bij meervoudige schademel-dingen»): Ook voor de overlastvergoeding bestaat al een wettelijkegrondslag, in artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de Tijdelijke wetGroningen.−maatregel 14 («Extra geld voor leefbaarheid en wijkontwikkeling»): Hetreserveren van extra geld is een begrotingsaangelegenheid. Het gaathier om een financiële impuls voor het verbeteren van de leefbaarheidin de gebieden waar veel woningen worden versterkt. Daarvoor isgeen wetgeving nodig.−maatregel 18 («Extra budget personeelskosten decentrale overhe-den»): Hiervoor geldt hetzelfde als hetgeen over maatregel 14 isgemeld.−maatregel 19 («Kosten voor juridische, technische en bouwkundigebijstand worden vergoed»): Deze maatregel is al vastgelegd inartikel 13n van de Tijdelijke wet Groningen. Dit artikel wordt met hetvoorliggende wetsvoorstel verder uitgebreid−maatregel 20 («Geen juridificering»): Deze maatregel vergt geenwettelijke verankering. Het IMG heeft deze maatregel in zijn werkwijzeopgenomen. Zoals ik in mijn brief aan uw Kamer van 23 januari 20259heb aangegeven, gaat het IMG alleen nog in zeer uitzonderlijkegevallen in hoger beroep, namelijk wanneer een rechterlijke uitspraakin een individuele casus indruist tegen het algemeen belang vanrechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor alle gedupeerden. Sinds hetverschijnen van de kabinetsreactie op de parlementaire enquête in2023 is dit één keer voorgekomen. De mogelijkheid tot het instellenvan hoger beroep is een bevoegdheid die aan het IMG als zelfstandigbestuursorgaan toekomt, zoals dit voor alle (zelfstandige) bestuursor-ganen geldt. Dit is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «Het inlossen van deereschuld een langjarige, structurele samenwerking tussen het Rijk en dedecentrale overheden [vergt].» Deze leden vinden deze structurelesamenwerking wettelijk gezien summier.Vraag 16Waarom wordt er niet voor gekozen om wettelijk te verankeren dat hetuitvoeringsprogramma overeenstemming met lokale overheden wordtgemaakt?Er is niet voor gekozen om het uitvoeringsprogramma Rijk in overeen-stemming met de lokale overheden vast te leggen, omdat dit uitvoerings-programma ziet op de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkhedenvan het Rijk die voortvloeien uit de zorgplichten voor de Minister (samenmet de andere betrokken Ministers). «In overeenstemming met» betekentin dezen «met akkoord van». Dat is iets anders dan «in overleg met».Omdat de zorgplichten uitsluitend op de Minister (en de andere betrokkenMinisters) rusten, zou een verplichting tot overeenstemming met lokaleoverheden de Minister beperken in zijn ruimte om zijn verplichtingen opgrond van deze wet na te komen. Dat is niet wenselijk.Het wetsvoorstel voorziet wél nadrukkelijk in overleg met de decentraleoverheden. De inhoud van het uitvoeringsprogramma raakt immersgemeenten en provincies direct. Naar aanleiding van de consultatiereactie9Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 1274.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 710 van de decentrale overheden (september 2024) is in de memorie vantoelichting bij dit wetsvoorstel verduidelijkt dat het uitvoeringsprogrammaRijk met betrekking tot brede welvaart voortvloeit uit de sociale eneconomische agenda’s die gezamenlijk door het Rijk en de decentraleoverheden zijn opgesteld en ondertekend. De Minister zal de decentraleoverheden verzoeken om de inspanningen die zij doen in verband met deuitvoering van de sociale en economische agenda’s (en daarmee de bredewelvaartsontwikkeling) en de verduurzamingsaanpak ook vast te leggen.Zo ontstaat vooraf duidelijkheid over de verdeling van taken en verant-woordelijkheden tussen de verschillende overhedenVraag 17De leden van de CDA-fractie merken op dat de regering stelt datwetgeving het geëigende instrument om een kabinetsperiode-overstijgende inzet zoals bij de generatielange aanpak uit Nij Begun vastte leggen. Deze leden kunnen deze redenering volgen, maar vragen deregering ook te reflecteren op de vraag in hoeverre wetgeving daadwer-kelijk kan borgen dat de noodzakelijke verbeteringen in de aanpak zoalsbeschreven in Nij Begun worden gerealiseerd. In hoeverre acht deregering wetgeving op zichzelf voldoende, vragen deze leden. Zij vragentevens hoe de regering aankijkt tegen de verhouding tussen wetgeving ende structurele verandering in houding, cultuur, uitvoeringspraktijk enverantwoordelijkheid binnen de overheid die daarnaast nodig is om deereschuld in te lossen.Wetgeving is het geëigende instrument om een kabinetsperiode-overstijgende generatielange juridisch afdwingbare inzet vast te leggen. Inhet verleden is gebleken dat andere instrumenten dan wetgeving, zoalsbestuursakkoorden tussen het Rijk en de decentrale overheden, onvol-doende resultaat en zekerheid opleverden. De bevindingen van deparlementaire enquêtecommissie laten zien dat deze akkoorden weliswaareen bijdrage leverden aan verbeteringen op deelaspecten, maar in huntotaliteit qua ambitieniveau, doorlooptijd en afrekenbaarheid onvol-doende waren om de ereschuld aan de regio in te kunnen lossen. Er isdaarom een wettelijke aanpak nodig die verder reikt dan een bestuursak-koord kan.Met het vastleggen van die aanpak in de wet, zijn we er uiteraard nog niet.Met wetgeving alleen lossen we de problemen van de Groningers enNoord-Drenten niet op. Uiteindelijk gaat het ook om een cultuuromslagdie nodig is binnen de overheid en de uitvoeringsorganisaties. Het kabineten de uitvoeringsorganisaties IMG en NCG zijn hier nadrukkelijk meebezig, bijvoorbeeld door te investeren in meer transparantie, en betere,begrijpelijkere en meer proactieve communicatie met bewoners. Het IMGwerkt onder andere met de invoering van de generieke intake, aan hetverbeteren van de dienstverlening. Onderdelen van de generieke intakezijn onder andere het stap voor stap begeleiden van de aanvrager bij hetindienen van een aanvraag (bijvoorbeeld door intakegesprekken in deoriëntatiefase) en het inzichtelijk maken van beschikbare afhandelings-opties en informatie. Zo gaat het IMG over van een regelingsgerichte naareen meer aanvragersgerichte organisatie. Ook hebben de betrokkenoverheden en uitvoeringsorganisaties samen een Agenda voor Herstelopgesteld, met afspraken om de onderlinge samenwerking te verbeteren.Het kabinet zal in zijn jaarlijkse reactie op de SvGND, conform de motieBikker10, zo lang als nodig is ingaan op de resultaten van het lopendecultuurveranderingstraject binnen de departementen die verantwoordelijkzijn voor het afhandelen van de gevolgen van de gaswinning.10Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 33.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 711 2.1.3. Uitbreiding taken Minister ten aanzien van de generatielangeaanpak De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «Dit wetsvoorstel tweetaken in het leven [roept] met betrekking tot de generatielange aanpak omde ereschuld aan de regio in te lossen. Het gaat om twee zorgplichtenwaarmee de Minister van BZK, in overeenstemming met de anderebetrokken Ministers, de taak krijgt om de ontwikkeling van de bredewelvaart en de verduurzaming richting het aardgasvrij-gereed maken vanwoningen te bevorderen.»Vraag 18Het baart de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zorgen dat er enkelwordt gekozen voor een zorgplicht zonder norm en deze leden zijn danook van mening dat er concrete doelen aan verbonden moeten worden.Op deze wijze kunnen derden de regering hieraan houden wanneer deuitoefening van de taken niet, onvoldoende of niet-tijdig tot het vereisteresultaat leidt. Kan de regering hierop reflecteren? Waarom is er nietgekozen voor strakke normen?Verder lezen deze leden dat «De zorgplicht ten aanzien van het bevorderenvan de brede welvaart erop [is] gericht dat de relatieve achterstand vanbrede welvaart in de gemeenten in de provincie Groningen en degemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo ten opzichte van hetlandelijk gemiddelde uiterlijk in 2055 wordt ingelopen.»Beide zorgplichten bevatten wel degelijk een norm. De zorgplichtenworden vertaald naar concrete doelen in artikel 13q, eerste lid:a.het niveau van de brede welvaart uiterlijk in 2055 op ten minste hetlandelijk gemiddelde brengen;b.de woningen uiterlijk in 2035, wat isolatie betreft gereed te maken vooraardgasvrij gebruik.Deze doelen krijgen vervolgens een uitwerking in het uitvoeringspro-gramma Rijk. In het uitvoeringsprogramma wordt gespecificeerd op welkeaspecten van brede welvaart en verduurzaming de inzet van het kabinetzich richt, en worden tussentijdse doelen, streefwaarden, noodzakelijkerandvoorwaarden en voorgenomen maatregelen opgenomen. Met deSvGND wordt de realisatie van de beleidsdoelen gemonitord en zo nodigworden maatregelen getroffen.De bewoners, de overheden in de regio en uw Kamer kunnen het kabineterop wijzen als doelen niet (tijdig) worden behaald.11Vraag 19Kan nader worden toegelicht waarom er voor het jaar 2055 is gekozen?Hoe kan de Minister hier tussendoor op worden afgerekend als er geentussendoelen worden gesteld? Waarom is er niet voor gekozen omtussendoelen te stellen?Het jaar 2055 is gekozen om uitdrukking te geven aan een «generatie-lange» betrokkenheid bij het voormalig gaswinningsgebied. Een generatiewordt op 30 jaar gesteld. Zoals in het antwoord op vraag 18 is aange-geven, worden in het uitvoeringsprogramma Rijk wel degelijk tussentijdsedoelen opgenomen om deze inzet te concretiseren (artikel 13q, tweede lid,onderdeel c). De SvGND zal gedurende die periode jaarlijks de resultatenvan de aanpak laten zien. Het kabinet legt hier verantwoording over af aanuw Kamer, en gaat hierover graag met de Kamer in gesprek. Daarmee11De in de wet op te nemen zorgplichten leiden niet tot individuele rechten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 712 onderstreept het kabinet het langjarige karakter van zijn inzet, waarop hetdus ook afrekenbaar is.Vraag 20De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er een zorgplichtverduurzaming door isolatie komt. Ook hier ontbreekt een norm en dus demogelijkheid tot controle of men op koers ligt. Kan de regering nadertoelichten waarom er geen norm is? Kan de regering ook nader toelichtenwaarom de standaard voor woningisolatie uiterlijk 2035 gereed moet zijn?Zoals in het antwoord op vraag 18 is aangegeven bevat ook de zorgplichtvoor verduurzaming in artikel 13p een norm, die nader wordt geconcreti-seerd in artikel 13q, eerste lid, onderdeel b. De opgave tot het isoleren vanalle gebouwen in Groningen en Noord-Drenthe, is dermate groot en vergtzodanig veel uitvoeringscapaciteit van marktpartijen dat besloten is deisolatieaanpak in tien jaar uit te voeren. Een kortere looptijd voor realisatievan de norm wordt qua uitvoering niet realistisch geacht.Vraag 21Waarom dient de regering niet te waarborgen dat alle woningen uit hetaardbevingsgebied uiterlijk in 2035 kunnen voldoen aan de standaardvoor woningisolatie en uiterlijk 2035 gereed zijn voor aardgasvrij gebruik,behalve als de gedupeerde expliciet kiest om hier niet aan mee te werken?Zoals in de vraag al is opgenomen, kunnen bewoners er zelf voor kiezenniet mee te werken aan de isolatieaanpak zoals het kabinet die aanbiedt.Het gaat daarom om een vrijwillige subsidieregeling waar bewonersgebruik van kunnen maken. Daarmee kan het kabinet niet waarborgen datalle woningen uit het aardbevingsgebied uiterlijk in 2035 voldoen aan destandaard voor woningisolatie en uiterlijk 2035 gereed zijn vooraardgasvrij gebruik. Het behalen van dit doel is mede afhankelijk van debereidheid van de bewoners om subsidie daadwerkelijk aan te vragen ende werkzaamheden uit te (laten) voeren. Het is de verantwoordelijkheidvan het kabinet om die mogelijkheid aan te bieden en dat doet het. Daarbijis een uitgebreide ondersteuningsstructuur opgezet om te bevorderen datzoveel mogelijk mensen gebruik kunnen maken van de regeling, enworden ondersteund bij het kiezen en laten uitvoeren van de bestpassende maatregelen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog enkele vragen overontwikkeling van de brede welvaart.Vraag 22Hoe garandeert de regering dat gebieden en wijken binnen gemeentesook voldoen aan de gemiddelde brede welvaart?Het doel van de aanpak is niet om alle verschillen tussen en binnengemeenten op te lossen. Dit zou ook niet haalbaar zijn. Het doel voor 2055is gericht op het gemiddelde indexcijfer van alle gemeenten in Groningenen Noord-Drenthe tezamen, ten opzichte van het op dat moment geldendelandelijke gemiddelde van brede welvaart. De focus van de investeringenom de brede welvaart te bevorderen ligt wél op de gebieden waar dit hethardst nodig is. Binnen de Sociale Agenda wordt bijvoorbeeld specifiekingezet op armoedebestrijding, kansen voor jeugd in een kwetsbarepositie, het tegengaan van voortijdig schoolverlaten en laaggeletterdheid,en het versterken van financiële weerbaarheid.Binnen de Economische Agenda is het doel om investeringen goed teverdelen over de hele provincie, zodat het geld terechtkomt waar hetnodig is en het grootste verschil kan maken. Voorbeelden hiervan zijn deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 713 ontwikkeling van regiocentra (via het Masterplan Regiocentra) en deHerstructureringsmaatschappij voor Drenthe en Groningen die onder-steunt bij het verbeteren van bedrijventerreinen.De verschillen binnen en tussen gemeenten worden, voor zover gegevensbeschikbaar zijn, jaarlijks zichtbaar gemaakt in de SvGND. Ondanks dezefocus kan het kabinet echter niet garanderen dat elk gebied en elke wijkbinnen een gemeente uiteindelijk op het gemiddelde niveau vanNederland komt.Vraag 23Waarom worden er geen ondergrenzen voor brede welvaart opgenomenin het wetsvoorstel?Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord opvraag 22. De ondergrens voor het gemiddelde indexcijfer van allegemeenten in Groningen en Noord-Drenthe tezamen, ligt op het op datmoment geldende landelijke gemiddelde van brede welvaart.De leden van de CDA-fractie merken op dat de generatielange inzet voorGroningen en Noord-Drenthe uit Nij Begun ook met zich mee brengt datbetrokken Ministers de taak hebben om binnen hun portefeuille extrastappen te zetten daar waar het Groningen en Noord-Drenthe betreft. Alsextra stappen noemt de regering het verbreden van de N33 en hetopstellen van specifieke regelgeving binnen ministeriële portefeuilles.Vraag 24Deze leden vragen de regering dieper in te gaan op wat de generatielangeinzet in de praktijk concreet zal betekenen voor de uitvoering van beleiden daarbij passende «extra stappen» in Groningen en Noord-Drenthe. Zijvragen de regering verder uit te weiden over welk acties burgers,bedrijven en lokale overheden daadwerkelijk kunnen verwachten van debetrokken Ministers binnen hun portefeuilles.De generatielange inzet van het kabinet voor brede welvaart in Groningenen Noord-Drenthe is samen met de betrokken lokale en regionaleoverheden, bewonersorganisaties, jongeren, kennisinstellingen, onder-nemers en andere partijen uitgewerkt in een Sociale en een EconomischeAgenda. Deze agenda’s zijn in 2025 door Rijk en Regio gezamenlijkondertekend, en met uw Kamer gedeeld. Op dit moment werkenuitvoeringsteams met medewerkers van verschillende departementen enlokale overheden aan de verdere uitwerking en uitvoering van de eersteprojecten en programma’s. Daarnaast is, als onderdeel van de generatie-lange inzet, een verduurzamingsaanpak uitgewerkt. Deze aanpak bevatmaatregelen die leiden tot isolatie, ventilatie en kierdichting naar destandaard voor woningisolatie. Het isoleren van de woning tot het niveauvan de standaard voor woningisolatie is een belangrijke bijdrage aan deverduurzaming van het woningbestand en zorgt voor lagere energiereke-ningen en hoger wooncomfort voor bewoners. De uitwerking van degeneratielange inzet van het kabinet zal, na inwerkingtreding van ditwetsvoorstel, ook worden vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Rijk.Daarin zullen ook de concrete maatregelen worden beschreven die debetrokken Ministers in de komende vijf jaar binnen hun portefeuillesnemen. Het uitvoeringsprogramma zal uiteraard ook met uw Kamerworden gedeeld.Vraag 25Tevens vragen zij hoe wordt geborgd dat deze maatregelen ook daadwer-kelijk worden doorgevoerd en zichtbaar worden op de korte en langetermijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 714 De concrete maatregelen en acties die voortvloeien uit de Sociale enEconomische Agenda’s en de verduurzamingsaanpak worden uitgevoerdonder regie van uitvoeringsteams in de regio. Over de resultaten van demaatregelen, en de daarvoor gepleegde inzet van het kabinet, zal jaarlijksin de SvGND worden gerapporteerd. Het kabinet zal hierover in gesprekgaan met bewoners, vertegenwoordigers van maatschappelijke organi-saties en de medeoverheden, en vervolgens aan uw Kamer verant-woording afleggen in een kabinetsreactie.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben vragen over de zorgplichtdie in het wetsvoorstel is opgenomen. Ook de Afdeling advisering iskritisch op dit punt. De Afdeling advisering stelt: «In dit geval is het echteronduidelijk wat de burger op basis van de zorgplichten van de overheidmag verwachten. De toelichting gaat ervan uit dat de zorgplichten geenindividuele rechten creëren.»Vraag 26Deze leden vragen de regering uit te leggen op welke wijze deze zorgplichtdan geëffectueerd zal worden. Kan alleen het parlement de regeringaanspreken op het naleven van de zorgplicht?Het wetsvoorstel bevat twee zorgplichten: één met betrekking tot bredewelvaart en de ander met betrekking tot verduurzaming. Beidezorgplichten krijgen een invulling in het uitvoeringsprogramma Rijk.Hierin worden tussentijdse doelen, streefwaarden en randvoorwaardenopgenomen. De uitvoering van dit uitvoeringsprogramma Rijk wordtjaarlijks gemonitord in de SvGND, waarna het kabinet hierover met eenkabinetsreactie verantwoording aflegt aan de Kamer. Deze kabinetsreactievolgt op overleg met een vertegenwoordiging van de betrokken decen-trale overheden, de relevante maatschappelijke organisaties en bewoners.Op deze manier kunnen alle hiervoor genoemde partijen het kabinetaanspreken op het naleven van de zorgplichten.Vraag 27In hoeverre is deze zorgplicht van toegevoegde waarde ten opzichte vande Staat van Groningen en Noord-Drenthe?Zoals uit het antwoord op vraag 26 blijkt, gaat het hier om gescheidenonderwerpen. De zorgplichten creëren verantwoordelijkheden voor deregering voor het bevorderen van respectievelijk de ontwikkeling van debrede welvaart, en verduurzaming richting het aardgasvrij gereed makenvan woningen. De SvGND is bedoeld om te monitoren of die verantwoor-delijkheden worden waargemaakt.Vraag 28Welke extra garantie biedt deze zorgplicht en voor wie?Voor een antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord opvraag 5.Vraag 29De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering ook in te gaan opde kritiek van de Afdeling advisering dat niet duidelijk is welk bevoegdgezag zorg draagt voor welk belang. Op welke wijze is nu duidelijk wat deburger op grond van deze zorgplicht mag verwachten van de Staat?Voor een antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord opvraag 5.Vraag 30Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 715 Deze leden vragen aanvullend nader te expliciteren wat precies met dezorgplicht wordt beoogd en dit begrip nader (wettelijk) in te vullen.Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 26 bevat het wetsvoorsteltwee nieuwe zorgplichten voor de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties, samen met de andere Ministers. Voor beidezorgplichten is in artikel 13q, eerste lid, geconcretiseerd wat het doel iswaar de zorgplicht op ziet:a.het niveau van de brede welvaart uiterlijk in 2055 op ten minste hetlandelijk gemiddelde brengen;b.de woningen uiterlijk in 2035 wat isolatie betreft gereed maken vooraardgasvrij gebruik.In het wetsvoorstel hebben de zorgplichten als betekenis de positie temarkeren van de Minister (in de praktijk de Staatssecretaris) van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties als aanspreekpunt binnen het kabinetvoor het bevorderen van de ontwikkeling van de brede welvaart,respectievelijk van de verduurzamingrichting het aardgasvrij gereedmaken van woningen, in het getroffen gebied. Het kabinet wil verder metde zorgplichten onderstrepen dat de uitvoering van de met Nij Beguntoegezegde generatielange aanpak niet vrijblijvend is. Dit geeft debewoners en andere overheden in dit gebied houvast: de rijksoverheidheeft hiermee een wettelijk vastgelegde, en daarmee niet van kabinets-keuzes afhankelijke, verplichting om beide belangen te behartigen, en zijkunnen bij één bewindspersoon terecht om hiervoor binnen het kabinetvoldoende aandacht te genereren. Daarmee beogen de zorgplichtenduidelijk te maken welk bevoegd gezag zorg draagt voor welk belang.Zorgplichten komen veelvuldig voor in wetgeving. In paragraaf 2.1.3 vande memorie van toelichting worden diverse voorbeelden genoemd,waaronder een reeds bestaande in de Tijdelijke wet Groningen zelf. Deregering heeft er bewust voor gekozen dit begrip en ook de begrippen«brede welvaart» en «verduurzaming richting het aardgasvrij gereedmaken van woningen» in die zorgplichten niet wettelijk in te vullen, maardie invulling op te nemen in een vijfjaarlijks uitvoeringsprogramma Rijk.In dat programma wordt onder andere «een afbakening van de relevanteaspecten van brede welvaart» en «een nadere invulling van de relevanteaspecten van aardgasvrij gereed maken» opgenomen. Wat die relevanteaspecten zijn, zal onderwerp van bespreking met de regio zijn en kan in detijd ook veranderen. Het wettelijk vastleggen van deze invulling zou terigide zijn, want de begrippen kennen vele facetten. Ook zou dit veronder-stellen dat deze invulling een juridische aangelegenheid is, waar deregering van mening is dat dit een politiek-maatschappelijke aangele-genheid is. Door de vastlegging van de relevante aspecten in hetuitvoeringsprogramma Rijk, de monitoring hiervan in de SvGND, deverantwoording middels een kabinetsreactie na overleg met de regio,maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van bewoners, énhet zo nodig bijstellen van de maatregelen op grond daarvan (artikel 13s,derde lid), vindt de invulling van de zorgplichten naar het oordeel van deregering op een passende manier plaats.Vraag 31De leden van de ChristenUnie-fractie geven de regering in overweging omte kiezen voor een resultaatsverplichting. Deze leden vragen of deregering een dergelijke verplichting ook heeft overwogen. Kan de regeringnader duiden waarom gekozen is voor een zorgplicht in plaats van eenresultaatsverplichting?Een wettelijk vastgelegde resultaatsverplichting voor het Rijk zouonrealistische verwachtingen wekken, en is daarom onwenselijk. Hetbereiken van de in het wetsvoorstel opgenomen doelen ten aanzien vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 716 brede welvaart en verduurzaming is namelijk afhankelijk van verschillendeactoren: rijk, regio, maatschappelijke groeperingen, bedrijven enbewoners. Daarmee kan het bereiken van deze doelen niet als resultaats-verplichting aan één van deze actoren worden opgelegd. Wel kan elk vande actoren aan rijksoverheidszijde worden aangesproken op diensaandeel in het behalen van de doelen (inspanningsverplichting). Dezeverplichting is niet vrijblijvend. Concreet betekent dit voor de rijksoverheiddat zij zich in het uitvoeringsprogramma Rijk vastlegt op het nemen vanmaatregelen die haar aandeel in het behalen van de doelen concretiseren.Binnen de inspanningsverplichting voor het behalen van de doelen,bestaan er daarmee resultaatsverplichtingen voor het nemen van diemaatregelen.2.1.4. Uitvoeringsprogramma Rijk Vraag 32De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering nader kantoelichten hoe het uitvoeringsprogramma wordt uitgewerkt? Wanneer kande Kamer deze verwachten? Waarom is er gekozen voor een termijn vanvijf jaar? Wordt wettelijk vastgelegd dat hier afrekenbare doelen inkomen?Het uitvoeringsprogramma Rijk ís de uitwerking van de zorgplichten die indit wetsvoorstel zijn opgenomen. Voor een termijn van vijf jaar is gekozenomdat de maatregelen enerzijds een bestendig karakter moeten hebben –niemand is erbij gebaat als plannen continu worden aangepast – en eranderzijds wel binnen afzienbare tijd een herbezinning op basis vanervaringen in de praktijk moet kunnen plaatsvinden. Een termijn vanvijf jaar is voor dergelijke plannen gebruikelijk. Zo wordt het klimaatplanop grond van de Klimaatwet (artikel 4) ook om de vijf jaar vastgesteld. Hetfeit dat het uitvoeringsprogramma elke vijf jaar wordt vastgesteld laatoverigens onverlet dat tussentijdse aanpassing van de maatregelen in hetuitvoeringsprogramma Rijk mogelijk is, indien daartoe aanleiding bestaatop grond van de SvGND of het overleg in verband daarmee. Dit isexpliciet bepaald in het voorgestelde artikel 13s, derde lid. Voor hetantwoord op de vraag over het vastleggen van afrekenbare doelen verwijsik tevens naar het antwoord op vraag 18. De verwachting is dat het eersteuitvoeringsprogramma in 2026 wordt vastgesteld, na inwerkingtredingvan dit wetsvoorstel.Vraag 33De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien het als gevaar dat de doelenvan het uitvoeringsprogramma ook naar beneden vastgesteld kunnenworden. Waarom wordt er niet gekozen ondergrens aangaande dedoelen?De doelen die in het uitvoeringsprogramma Rijk uitgewerkt worden, zijn inhet voorgestelde artikel 13q, eerste lid, verankerd:a.het niveau van de brede welvaart uiterlijk in 2055 op ten minste hetlandelijk gemiddelde brengen;b.de woningen uiterlijk in 2035,wat isolatie betreft gereed maken vooraardgasvrij gebruik.Deze doelen worden met het wetsvoorstel wettelijk vastgelegd en kunnenin het uitvoeringsprogramma Rijk niet naar beneden worden bijgesteld.Vraag 34Ook missen deze leden welke rol precies voor bewoners is weggelegdaangaande het opstellen van het uitvoeringsprogramma Rijk. Kan deregering daarop reflecteren? In hoeverre hebben bewoners een wettelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 717 basis voor daadwerkelijke invloed op het Uitvoeringsprogramma Rijk?Hoe zou dat eventueel versterkt kunnen worden?De generatielange inzet van het kabinet voor brede welvaart in Groningenen Noord-Drenthe is samen met bewoners, maatschappelijke organisatiesen andere partijen uitgewerkt in een Sociale en een Economische Agenda.Zo hebben bijvoorbeeld ruim 700 bewoners deelgenomen aan bijeen-komsten in het kader van de totstandkoming van de Sociale Agenda. In2025 zijn de Sociale en Economische Agenda’s vastgesteld en met uwKamer gedeeld. Voor de verduurzamingsaanpak is een subsidieregelingisolatie opgesteld, die in 2025 ter consultatie heeft voorgelegen. Bewonershebben gebruik gemaakt van de gelegenheid om hierop te reageren en deopmerkingen zijn waar mogelijk meegenomen en verwerkt in dedefinitieve subsidieregeling die op 2 juni 2025 is gepubliceerd. Hetuitvoeringsprogramma Rijk, dat na inwerkingtreding van dit wetsvoorsteldoor het kabinet wordt vastgesteld, is vooral bedoeld om de specifiekeinzet van het kabinet ten aanzien van het realiseren van de afgesprokendoelen vast te leggen, zodat het Rijk hierop kan worden aangesproken enhet kabinet hierop in zijn jaarlijkse reactie op de SvGND kan reflecteren.Een wettelijk vastgelegde rol voor bewoners bij het vaststellen van hetuitvoeringsprogramma Rijk heeft, gezien de functie van het uitvoerings-programma, daarom beperkt toegevoegde waarde. Het wetsvoorstelregelt wél dat bewoners jaarlijks worden gehoord over de voortgang vande genomen maatregelen en de daarvoor door het kabinet geleverdeinzet, zoals blijkt uit de SvGND. Zo hebben bewoners ook een wettelijkvastgelegde rol in de monitoringscyclus, en in het aandragen vanverbetersuggesties ten aanzien van het behalen van de vastgelegdedoelen.2.1.5. De Staat van Groningen en Noord-Drenthe De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het goed dat er jaarlijkswordt gemonitord hoe het gaat met de voortgang van de schadeafhan-deling, versterking, verduurzaming en andere relevante cijfers. Echter kandit wat betreft deze leden simpel via een brief met harde cijfers incombinatie met concrete verhalen van bewoners, zonder irrelevanteonspecifieke informatie. Zodat er geen extra geld wordt verspild.Vraag 35Ook vragen deze leden waarom de volgende statistieken daarin nietworden meegenomen: totaal van de aangemelde schade, totaal vanvoorgenomen vergoedingen en verwachting van wanneer de problemenzijn opgelost?Het voorgestelde artikel 13r, tweede lid, geeft een opsomming vanonderdelen die de SvGND ten minste bevat. Dit laat dus onverlet dat erook over andere onderdelen kan worden gerapporteerd. In de Europeseaanbestedingsprocedure die in de zomer van 2025 heeft plaatsgevonden,zijn circa 100 indicatoren opgenomen waarover het onafhankelijkeconsortium dat de SvGND samenstelt, jaarlijks moet rapporteren. Deindicatoren zijn gekozen naar aanleiding van een onafhankelijk advieswaarvoor tussen april en juni 2025 twaalf verdiepingssessies zijngeorganiseerd met vertegenwoordigers van het Rijk, decentraleoverheden, uitvoeringsorganisaties, maatschappelijke organisaties enkennispartijen. De gekozen indicatoren betreffen niet alleen de aantallengemelde en afgehandelde schades, maar ook tal van andere onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 718 werpen.12 Aanvullende wensen vanuit uw Kamer, bewoners, medeover-heden en andere partijen, worden jaarlijks meegenomen in de gespreks-cyclus naar aanleiding van de publicatie van de SvGND.Vraag 36De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de rapportage van deNationaal Coördinator Groningen (NCG) (Kamerstuk 33 529, nr. 1342) dater grote ontevredenheid heerst onder bewoners. Waarom worden hiergeen acties en consequenties aan verbonden?De NCG verbindt acties aan de resultaten van de bewonerstevredenheids-onderzoeken. Uit het onderzoek van 2025 blijkt dat bewoners behoeftehebben aan een meer proactieve communicatie en dat de grootsteonvrede zit in de planvormingsfase. Voor meer proactieve communicatiemaakt de NCG brieven leesbaarder en meer bewonersgericht, verduide-lijkt de NCG in overleg met de bewoners waarom bepaalde besluiten zijngenomen, en wordt de planning – of eventuele afwijking daarvan –vroegtijdig met de bewoner gecommuniceerd. Om de communicatie in deplanvormingsfase verder te verbeteren werkt NCG, naast het verduide-lijken van de planning aan bewoners, aan een beter inzicht in devoortgang en het betrouwbaarder worden in naleving van de planningen.Vraag 37Hoe kijkt de regering tegen een totaalaanpak aan waarbij herstel,versterking en verduurzaming gelijktijdig worden opgepakt? Deelt deregering de mening dat dit waarschijnlijk tot grotere tevredenheid ondergedupeerden leidt?Over het algemeen leidt het tegelijkertijd oppakken van schade, versterkenen verduurzaming tot meer tevredenheid. Zoals eerder aangegeven13 iseen totaalaanpak niet altijd mogelijk, maar wordt daar waar mogelijk,schadeherstel, versterking en verduurzaming zoveel mogelijk insamenhang opgepakt. Zo hebben bewoners zo weinig mogelijk hindervan de werkzaamheden.Met de artikelen 2a van de TwG en 10l van het Besluit Tijdelijke wetGroningen is ook wettelijk geregeld dat een eigenaar waar mogelijk rechtheeft op een samenhangende aanpak van schadeafhandeling enversterking. Ook hebben de betrokken overheden en uitvoeringsorgani-saties samen een Agenda voor Herstel opgesteld, met afspraken om deonderlinge samenwerking te verbeteren.Verder lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat «dit bijvoor-beeld het waar mogelijk stroomlijnen en vereenvoudigen van processenen het gelijktrekken van de rechten voor huurders en eigenaren van eengebouw [betekent].»Vraag 38Deze leden vragen zich af waarom niet wettelijk wordt vastgelegd dat derechten voor huurders en woningeigenaren gelijk worden getrokken, datze recht hebben op dezelfde uitkomst – een veilig, duurzaam en versterkthuis – en vergoeding krijgen als er dezelfde soort vertraging wordtopgelopen.12Alle aanbestedingsstukken zijn openbaar te vinden op https://www.tenderned.nl/aankondigingen/overzicht/388758. Alle indicatoren en onderzoeksvragen zijn terug te vinden inhet Programma van Eisen (bijlage J).13Kamerstukken II 2023/24, 33 529, nr. 1227.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 719 Om te voldoen aan mijn zorgplicht voor veiligheid in de Tijdelijke wetGroningen neem ik alle redelijke maatregelen om veiligheid vanGroningers en Noord-Drenten te waarborgen. Dit geldt voor alleinwoners, eigenaren én niet-eigenaren (waaronder huurders). De situatievan huurders en eigenaren is alleen wel verschillend. De schadeafhan-deling en de versterkingsoperatie loopt vaak via de eigenaar van eengebouw. Het gaat immers om vergoeding van schade aan, respectievelijkde versterking van diens eigendom. Dat laat uiteraard onverlet dat ookhuurders (en andere rechtmatige gebruikers, niet zijnde de eigenaar, zoalsgezinsleden of andere medebewoners) schade of overlast kunnen hebbendoor de gaswinning of door de versterking naar aanleiding daarvan. Dewet onderkent dit en deze schade wordt gewoon vergoed. Denk hierbijaan immateriële schade, een overlastvergoeding of een vergoeding voorzelf aangebrachte voorzieningen. Ook ontvangen huurders eenvergoeding voor overlast en onzekerheid door lang wachten(maatregel 16 uit Nij Begun).Vraag 39De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af wat deze wetconcreet betekent voor Batch 1588. Krijgt Batch 1588 recht op dezelfderegelingen als andere bewoners uit het aardbevingsgebied? Wordt ditwettelijk verankerd? Zo nee, waarom niet? Wat zijn de mogelijkheden omdit wel te doen?Dit wetsvoorstel brengt geen inhoudelijke wijzigingen aan in hoofdstuk 5over de versterkingsoperatie en heeft daarmee ook geen betekenis voorbatch 1.588. Bewoners in de batch 1.588 krijgen los van dit wetsvoorstelwel recht op verschillende vergoedingen, waar bewoners in het reguliereversterkingstraject ook recht op hebben. Dit is geregeld via een annex ophet Convenant Batch 1588, tussen het Rijk en de betreffende gemeenten.Hiermee wordt het verschil in vergoedingen tussen bewoners opgelost.Het gaat hier om de vergoeding voor ongemak, de vergoeding voor eigentijd (maatregel 16), de vergoeding voor onafhankelijk adviseurs en devergoeding voor verduurzaming binnen de versterking (maatregel 28).Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Bushoff/Beckerman14. Ditkan niet wettelijk vastgelegd worden, omdat de batch 1.588 uitgesloten isvan het reguliere versterkingsproces onder de TwG en de genoemdevergoedingen zijn gekoppeld aan het versterkingsbesluit op grond van deTwG. Per algemene maatregel van bestuur zal nog worden geregeld dateigenaren in de batch 1.588 toegang krijgen tot rechtsbijstand, op grondvan een specifieke delegatiegrondslag hiervoor.De leden van de CDA-fractie constateren dat dit wetsvoorstel vastlegt datde Staat van Groningen en Noord Drenthe inzicht dient te verschaffen inde mate waarin de schadeafhandeling op een milde, makkelijke enmenselijke wijze is uitgevoerd.Vraag 40Deze leden vragen de regering inzichtelijk te maken op welke wijze erconcreet inzicht kan worden verkregen in de mate waarin de schadeafhan-deling op een milde, makkelijke en menselijke manier plaatsvindt.Het IMG maakt door middel van tevredenheidsonderzoeken, zoals dehalfjaarlijkse Bouwen aan Herstel Monitor, inzichtelijk in welke mate deschadeafhandeling op een milde, makkelijke en menselijke manierplaatsvindt en ook als zodanig wordt ervaren door inwoners.14Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 1308.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 720 In de SvGND zal jaarlijks (onder andere met de resultaten uit de Bouwenaan Herstel Monitor) inzicht worden geboden in «de kwalitatieve enkwantitatieve effecten van de uitoefening» van (onder andere) deschadeafhandeling, waarbij ook een analyse zal worden gegeven «inhoeverre de uitoefening van de taken en bevoegdheden [...] door hetInstituut heeft bijgedragen aan het op een ruimhartige wijze afhandelenvan aanvragen om vergoeding». Dit staat in het voorgestelde artikel 13r,tweede lid. Daarmee is inzichtelijk in welke mate de schadeafhandeling opeen milde, makkelijke en menselijke manier plaatsvindt. In de opdracht-verstrekking aan het onafhankelijke consortium dat jaarlijks de SvGNDsamenstelt, is hier nader invulling aan gegeven. Zie ook het antwoord opvraag 35.Vraag 41Zij vragen de regering in ieder geval aan te geven welke indicatoren zijdaarbij hanteert, hoe zij deze zal meten en hoe zij waarborgt dat zowel dekwantitatieve als kwalitatieve aspecten van de uitvoering betrouwbaar entoetsbaar worden gerapporteerd.De monitoring in de SvGND is primair aan het onderzoeksbureau dathiervoor op grond van artikel 13s, eerste lid, wordt ingeschakeld. In deEuropese aanbestedingsprocedure die in de zomer van 2025 heeftplaatsgevonden, zijn eisen en voorwaarden gesteld aan de monitoring. Zozijn circa 100 indicatoren opgenomen waarover het onafhankelijkeconsortium dat de SvGND samenstelt, jaarlijks moet rapporteren. Deindicatoren zijn gekozen naar aanleiding van een onafhankelijk advieswaarvoor tussen april en juni 2025 twaalf verdiepingssessies zijngeorganiseerd met vertegenwoordigers van het Rijk, decentraleoverheden, uitvoeringsorganisaties, maatschappelijke organisaties enkennispartijen. Ten aanzien van de schadeafhandeling gaat het bijvoor-beeld om de tevredenheid van bewoners over de algehele afhandelingvan hun schade, specifieke aspecten zoals communicatie en bereik-baarheid van de dienstverlening, en het vertrouwen in het IMG.2.1.6. Overleg en reactie De leden van de CDA-fractie merken op dat nadat de Staat van Groningenen Noord-Drenthe openbaar is gemaakt, verschillende partijen hierovermet elkaar in gesprek gaan. Dit overleg vindt plaats tussen de betrokkenMinisters en vertegenwoordigers van de decentrale overheden,waaronder gedeputeerde staten, colleges van burgemeester enwethouders van de gemeenten en het dagelijks bestuur van water-schappen in de regio. Daarnaast is voorzien dat een delegatie van hetkabinet in gesprek gaat met decentrale overheden, bewoners, maatschap-pelijke organisaties en andere samenwerkingspartners over de resultatenvan de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.Vraag 42Deze leden vragen de regering in hoeverre deze gesprekken openbaar zijnen of er bijvoorbeeld verslagen van de gesprekken zullen worden gemaaktdie beschikbaar zijn voor het publiek.De SvGND zal voor iedereen beschikbaar zijn. De SvGND wordt in eenoplage van tenminste 3000 exemplaren verspreid over de regio, zodatdeze ten minste beschikbaar kan zijn in alle dorp- en buurthuizen en in desteun- en versterkingspunten van IMG en NCG. Daarnaast komt er eenonline dashboard, dat doorlopend de laatst beschikbare cijfers toont(www.dashboardgroningen.nl) én een speciale publieksversie van hetrapport, die online vindbaar zal zijn. Op de dag van verschijnen verzorgthet onderzoeksconsortium een openbare toelichting op de onderzoeksre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 721 sultaten. Deze toelichting vindt plaats in de provincie Groningen. Hetkabinet gaat over de resultaten in gesprek met verschillende partijen,waaronder bewoners, en reflecteert op de uitkomsten van dezegesprekken in zijn kabinetsreactie. Dit is vastgelegd in artikel 13s,tweede lid. Deelname aan het gesprek over de SvGND met bewonersstaat, binnen de beschikbare capaciteit, open voor iedereen.Vraag 43Zij vragen de regering tevens aan te geven in welke mate inwoners,maatschappelijke organisaties en andere betrokken partijen actief inkunnen spreken of participeren in de gesprekken over de resultaten vande Staat van Groningen en Noord-Drenthe.Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag42. Ik wil graag benadrukken dat ik zeer hecht aan actieve betrokkenheidvan inwoners en maatschappelijke partijen. Daarom wordt voorgesteldoverleg met bewoners over de resultaten uit de SvGND wettelijk vast teleggen (artikel 13s, tweede lid).De leden van de CDA-fractie lezen dat het wetsvoorstel bepaalt datwanneer doelen of streefwaarden op het gebied van welvaartsverbeteringen verduurzaming niet worden gehaald, de regering moet aangeven watnodig is om deze alsnog te realiseren. Mogelijke maatregelen variëren vanhet stellen van andere prioriteiten, het stimuleren van derden bijonvoldoende voortgang en het verspreiden van goede voorbeelden tothet bijstellen van interventies op basis van nieuwe inzichten.Vraag 44Deze leden vragen de regering hoe wordt gewaarborgd dat afgesprokenmaatregelen wel leiden tot het realiseren van de gestelde doelen enstreefwaarden. Zij vragen de regering te verduidelijken wat het in depraktijk betekent als andere prioriteiten worden gesteld, interventiesworden aangepast of het beleid wordt aangepast en hoe hierbij de balanszal worden gevonden tussen stabiliteit, voorspelbaarheid en de noodzaaktot bijsturen.De regering wil met het wetsvoorstel op een zo transparant mogelijkewijze omgaan met het inlossen van de ereschuld aan de Groningers enNoord-Drenten door een openbare cyclus van planvorming in hetuitvoeringsprogramma Rijk, de monitoring daarvan in de SvGND, en deverantwoording in de kabinetsreactie daarop, met betrokkenheid van allerelevante partijen, in de wet te verankeren. Hiermee kan de regering nietwaarborgen dat de gestelde doelen worden behaald, wel dat allebetrokkenen, inclusief uw Kamer, in gesprek kunnen over de maatregelendie daarvoor worden getroffen. Zoals in het antwoord op vraag 32 isaangegeven, is expliciet in het voorgestelde artikel 13s, derde lid,opgenomen dat de effectiviteit en prioritering van maatregelen jaarlijksonderwerp van bespreking zijn.Vraag 45Tevens vragen zij de regering om te verduidelijken welke mechanismen erbestaan om te controleren dat eventuele aanpassingen wél effectiefbijdragen aan het behalen van de doelen.De effectiviteit van eventuele aanpassingen van de maatregelen zal vanafde eerstvolgende SvGND worden meegenomen in de rapportage.2.2. Koste-wat-kost Vraag 46Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 722 De leden van de D66-fractie constateren dat de Afdeling adviseringkritisch is op artikelen 14 en 14a, omdat deze mogelijk spanning veroor-zaken met het budgetrecht van het parlement.Kan de regering uiteenzetten waarom de gekozen formulering niet leidttot beperkingen van het budgetrecht. Op welke wijze wordt voorkomendat symbolische bepalingen verwachtingen creëren die juridisch nietkunnen worden waargemaakt?De Afdeling advisering maakt een opmerking over het budgetrecht vanhet parlement ten aanzien van artikel 14a (en niet ten aanzien vanartikel 14). Met artikel 14a wordt geen verplichting voor de wetgever(inclusief de Tweede en Eerste Kamer) opgenomen om altijd bedragen tereserveren in de begrotingswetten. Dit zou namelijk een schending vanhet budgetrecht zijn. Het artikel verplicht de regering (dus niet hetparlement) om gedurende de looptijd van de generatielange betrok-kenheid voorstellen voor begrotingswetten te doen waarin bedragen zijnopgenomen. De Tweede Kamer kan deze voorstellen amenderen,aannemen of verwerpen. De Eerste Kamer kan de voorstellen ookaannemen of verwerpen. Bovendien wordt met de bepaling geenbudgettaire ondergrens opgenomen, want het artikel spreekt in algemenezin over «bedragen». Derhalve blijft het budgetrecht onverkort van krachten worden ook geen verwachtingen gewekt die niet kunnen wordenwaargemaakt. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling adviseringis dit nog eens verduidelijkt in de tekst van artikel 14a (door de toevoegingvan «onverminderd artikel 2.3 van de Comptabiliteitswet 2016» in welkartikel dit budgetrecht is verankerd) en in de memorie van toelichting. Loshiervan wil het kabinet benadrukken dat het zich volledig gecommitteerdvoelt aan het nakomen van de toezegging die in Nij Begun is gedaan aanGroningen en Noord-Drenthe om gedurende 30 jaar in totaal € 7,5 miljardvrij te maken voor sociaal herstel, economisch perspectief en verduur-zaming, in het kader van het inlossen van de ereschuld.In artikel 14 wordt slechts, vanwege de belangrijke politieke en symbo-lische betekenis, vastgesteld wat in juridische zin sowieso al geldt: dat deschadeafhandeling en de versterking voor zo lang als dat nodig is zullenworden betaald. Koste-wat-kost en zo lang als het duurt dus. Dit volgtnamelijk al uit het feit dat er een juridische aansprakelijkheid geldt voorbeide taken. Ook hier kunnen dus geen valse verwachtingen wordengecreëerd. Artikel 14 dient ter uitvoering van de motie Klaver c.s.15 dieopriep om dit koste-wat-kost-principe wettelijk vast te leggen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat versterking enschadeafhandeling koste-wat-kost zijn geborgd. Er zijn echter nog veelmeer zaken die volgens deze leden wettelijk geborgd zouden moetenworden.Vraag 47Zij vragen waarom het voorkomen van onaanvaardbare verschillen tussengedupeerden geen onderdeel is van koste-wat-kost. Waarom wordt hetaanpakken van onaanvaardbare verschillen, zoals in het rapport-Van Geel(Kamerstuk 33 529, nr. 1227) beschreven, niet wettelijk verankerd?Waarom worden het bestrijden van de negatieve effecten op gezondheid,nadelige gevolgen voor ondernemers in hun bedrijfsvoering of omzet-schade die zij derven, nadelige gevolgen voor (het behoud van) erfgoed,combineren van schadeherstel met verduurzamen zoals de commissieVan Geel adviseert, en maatregel 1 t/m 33 van Nij Begun niet wettelijkgeborgd?15Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 20.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 723 Het principe van «koste-wat-kost» geldt voor de twee taken in de wet dieverband houden met wettelijke aansprakelijkheid, te weten schadeafhan-deling en maatregelen in verband met veiligheid (versterking).16 Dezeaansprakelijkheid geldt in ruime zin: álle schade als gevolg van de(bodembeweging door) gaswinning en het niet naleven van de zorgplichtvoor veiligheid (inclusief gezondheid) vallen hieronder. Koste-wat-kostgeldt daarbij voor alles wat direct ter uitvoering van deze taken gebeurt,en niet voor het aanpakken van onaanvaardbare verschillen indien dieaanpak verder gaat dan in het kader van schadeafhandeling en versterking(veiligheid) nodig wordt geacht. Dit laat uiteraard onverlet dat de regeringwel degelijk de noodzaak ziet om verschillen aan te pakken waar dieonaanvaardbaar zijn.Besloten is om bij nota van wijziging een artikel toe te voegen aan hetwetsvoorstel waarin een aanpak van verschillen wettelijk wordt geregeld,te weten voor verschillen met betrekking tot de versterking. Daarnaastbestaat er al een artikel wat via een amendement17 tot stand is gekomen,wat waarborgt dat door de beëindiging van de gaswinning uit hetGroningenveld de verschillen niet worden vergroot. Ook is er binnen dehuidige wet voldoende ruimte voor het IMG om verschillen te vermin-deren. Hier is geen aanvullende verankering voor nodig.Naast de aanpak van verschillen vraagt u naar de wettelijke verankeringvan de aanpak van negatieve effecten op gezondheid, nadelige gevolgenvoor ondernemers in hun bedrijfsvoering of omzetschade die zij dervenen nadelige gevolgen voor erfgoed. Aantoonbare nadelige gevolgen vande gaswinning vallen onder de schadeafhandeling, daarmee is dit in dehuidige wet al geborgd. U vraagt ook ten algemene naar de wettelijkewaarborging van maatregel 1 tot en met 33 uit Nij Begun. Daar waar eenwettelijke waarborging nodig is om de maatregel te kunnen uitvoeren isof wordt dit gedaan.Tot slot vraagt u naar het combineren van schadeherstel met verduur-zamen zoals de commissie Van Geel adviseert, Hierover is uw Kamereerder geïnformeerd18 dat het meenemen van verduurzamingsmaatre-gelen door het IMG niet uitvoerbaar is, omdat dit aanvullende capaciteiten expertise zou vragen welke ten koste zou gaan van de reguliereschadeafhandeling.Vraag 48De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het wettelijk kanworden verankerd dat de inhoud van toekomstig uit te werken maatre-gelen aangaande Groningen en Noord-Drenthe leidend zijn en pas daarnahet benodigde budget wordt bepaald. Ook indien dit volgens de regeringal praktijk is: hoe en waar zou dit dan in de wet verankerd kunnenworden?Voor zover het gaat om schadeafhandeling is al vastgelegd dat dezekoste-wat-kost plaatsvindt. Voor versterking wordt dit met hetwetsvoorstel nu ook expliciet geregeld. Dat betekent dat ook vooreventuele toekomstig uit te werken maatregelen in dat kader geldt datbudgettaire overwegingen geen rol spelen bij het bepalen daarvan; het16Het betreft hier de aansprakelijkheid voor schade door beweging van de bodem als gevolg vande aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk (artikel 6:177 Burgerlijk Wetboek) en doorhet overtreden van de wettelijke plicht om maatregelen te nemen om te voorkomen dat deveiligheid wordt geschaad (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek in combinatie met artikel 33Mijnbouwwet en, specifiek voor Groningen, artikel 13ba Tijdelijke wet Groningen).17Kamerstukken II 2023/24, 36 441, nr. 32.18Kamerstukken II 2023/24, 33 529, nr. 1227.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 724 budget volgt uit de maatregel en niet andersom. Zie ook het antwoord opvraag 47. Zoals in datzelfde antwoord is aangegeven, geldt koste-wat-kostniet voor de verschillenaanpak die verder gaat dan in het kader vanschadeafhandeling en versterking (veiligheid) nodig wordt geacht.Koste-wat-kost geldt ook niet voor andersoortige maatregelen in het kadervan de twee zorgplichten voor brede welvaart en verduurzaming. Dit zijnextra taken die niet volgen uit een juridische aansprakelijkheid. Dewettelijke verankering van een koste-wat-kostprincipe voor deze taken,waar feitelijk om wordt gevraagd, zou strijd met het budgetrecht van hetparlement opleveren. In dat geval zou namelijk wettelijk wordenvastgelegd dat de vaststelling van de begrotingswetten door de regeringen het parlement gezamenlijk, de maatregelen die de regering nodig achtaltijd zou moeten volgen. Er zou daarmee geen ruimte meer zijn voor hetparlement om nog aanpassingen te doen in het budget of hier niet mee inte stemmen.Ook bij de onderdelen waarop koste-wat-kost niet van toepassing is, is deinhoud leidend (geweest). Het vastgestelde budget komt voort uit debeoogde taken en/of maatregelen die zijn voorzien. Zoals in de brief aanuw Kamer van 27 maart 2025 aangegeven zal het kabinet op zoek gaannaar oplossingen binnen de begrotingsregels als het budget niettoereikend is.Vraag 49De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen «Hiermee biedt hetwetsvoorstel de voor bewoners gewenste maximale duidelijkheid hetkabinet zal blijven doen wat nodig is om schade op ruimhartige wijze af tehandelen en zorg te dragen dat hun woningen voldoen aan de veilig-heidsnorm, ook in de toekomst.»» Deze leden zien echter dat veelwoningen «op norm» worden verklaard zonder dat die woningenverbeterd zijn en ze eerder als onveilig werden beschouwd. Graag eenreflectie van de regering.Wanneer een woning is opgenomen in de versterkingsopgave betekent ditniet per se dat de woning onveilig is of versterkt dient te worden. Dezewoningen dienen eerst door de NCG beoordeeld te worden om te bepalenof deze woningen aan de veiligheidsnorm voldoen. Wanneer de woningniet voldoet aan de veiligheidsnorm, dan volgt een versterkingsbesluit enzal de woning versterkt worden. Wanneer een woning wel aan deveiligheidsnorm voldoet, dan is er geen versterking nodig.Op basis van de Bestuurlijke Afspraken uit 2020 hebben bewoners demogelijkheid gekregen om vrijwillig een herbeoordeling aan te vragen.Wanneer door de eigenaar voor zijn woning met een versterkingsadviesop basis van NPR 9998:2018:T2 of ouder vrijwillig een herbeoordeling isaangevraagd, kan het zijn dat op basis van de herbeoordeling minder ofgeen versterkingsmaatregelen nodig zijn. Dit komt doordat in de meestrecente beoordelingsmethoden rekening is gehouden met de afname vanseismiciteit en nieuwe bouwkundige inzichten. De bewoners die zichhebben gemeld voor een herbeoordeling, zijn door NCG geïnformeerdover wat een herbeoordeling inhoudt en wat de consequenties daarvankunnen zijn. Bewoners die hebben gekozen voor een herbeoordeling opbasis van de nieuwste inzichten, hebben een financiële tegemoetkomingontvangen conform de Bestuurlijke Afspraken 2020. Van bewoners meteen woning die eerder als onveilig is aangemerkt, is die woning dus nietzomaar als «veilig» aangemerkt. Dit is op eigen verzoek gedaan, op basisvan onafhankelijk gevalideerde methoden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 725 Wanneer bewoners het niet eens zijn met dit oordeel of hier twijfel overhebben, kunnen zij hierover in gesprek met de NCG en indien nodigbezwaar en beroep aantekenen. Bewoners kunnen bij bezwaar en beroepook gebruik maken van kosteloze rechtsbijstand en via de advocaat ofmediator bouwkundig advies inwinnen. Met het onderhavige wetsvoorstelwordt het mogelijk gemaakt dat ook bewoners zelf bouwkundig advieskunnen inschakelen nadat zij een besluit op norm hebben ontvangen.Vraag 50Kan de regering nader toelichten hoe zij borgt dat deze woningen ook echtveilig zijn? Hoe kan het zo zijn dat deze woningen eerst onveilig werdenverklaard en later toch op norm zijn? Hoe verhoudt dit citaat zich tot hetfeit dat er al in meer dan 200 rapporten van de NCG fouten zijn gevonden?Hoe garandeert de regering dat de veiligheidsnormen niet verder naarbeneden worden bijgesteld?Voor een antwoord op deze vraag verwijs ik u ook naar het antwoord opvraag 49. Ik begrijp dat bewoners gevoelens van onveiligheid kunnenervaren en twijfels kunnen hebben over de kwaliteit van beoordelingsrap-porten, omdat er fouten zijn gevonden in de beoordelingsrapporten. Omop grotere schaal zekerheid te bieden over de kwaliteit van beoordelings-rapporten, doet het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) hieronafhankelijk onderzoek naar. Het ACVG heeft in de eerste bevindingengeen aanwijzingen gevonden om te concluderen dat het veiligheids-oordeel uit reguliere beoordelingen en beoordelingen in de typologie-aanpak niet kloppen. In juni 2026 volgt het definitieve rapport. Ik hechteraan dat in de tussentijd eventuele fouten worden opgelost en dattwijfels worden weggenomen, zoals ook beschreven in mijn Kamerbriefvan 13 maart 202519.Ten aanzien van de vraag of de veiligheidsnorm niet verder naar benedenwordt bijgesteld, is het belangrijk het volgende op te merken. Sinds 2015geldt de Meijdam-norm. Voor nieuwbouw en bestaande bouw betekent ditdat de kans op overlijden 1 op 100.000 personen per jaar (10–5) mag zijn.Is de kans groter dat een persoon overlijdt door een aardbeving, dan isversterking van het gebouw nodig. Deze norm is eerst vastgelegd in deMijnbouwwet en later overgenomen in de Tijdelijke wet Groningen. Dezenorm is sinds introductie nooit gewijzigd en dat zal ook niet gebeuren.Wat wel is veranderd, is de risicodreiging in het gebied door hetstopzetten van de gaswinning in het Groningenveld. Door het snelafbouwen en uiteindelijk sluiten van de gaswinningslocaties, is het risicoop (zware) aardbevingen verminderd. Ook is de bouwkundige kennistoegenomen. Daarom is in 2020 met de regio overeengekomen om detypologieaanpak te introduceren en de Nederlandse praktijkrichtlijn voorde beoordeling van de veiligheid van gebouwen (NPR 9998) te herijken. Eris toen ook afgesproken om deze beoordelingsmethoden niet nogmaalsaan te passen. Dat is daarna niet meer gebeurd.Vraag 51De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dat er onvoldoendegarantie is dat de regering de toezeggingen uit Nij Begun nakomt.Waarom wordt er in de wettekst niet voor gekozen om «in ieder geval toten met 2055, voldoende middelen beschikbaar» te stellen?In de aan de Afdeling advisering voorgelegde versie van het wetsvoorstelwas opgenomen dat er «tot en met in ieder geval het jaar 2055» jaarlijkseen bedrag wordt opgenomen in de begrotingsstaten van de betrokkenministeries. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering is19Kamerstukken II 2024/25, 2025Z02395.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 726 dit gewijzigd in «gedurende de looptijd van de generatielange betrok-kenheid», omdat dit beter aansluit bij de opdracht die het kabinet in NijBegun voor zichzelf heeft geformuleerd. Indien wettelijk zou wordenvastgelegd dat er «voldoende middelen» ter beschikking worden gesteld,dan zou dit in strijd zou zijn met het budgetrecht van het parlement. Ikhecht er overigens aan nogmaals te benadrukken dat het kabinet zichvolledig gecommitteerd voelt aan het nakomen van de toezeggingen diein Nij Begun zijn gedaan om gedurende 30 jaar in totaal € 7,5 miljard vrijte maken voor sociaal herstel, economisch perspectief en verduurzaming.Hier is de uitwerking van de Sociale en Economische Agenda, en deverduurzamingsaanpak ook op gestoeld. Het kabinet zal conform dezetoezegging voorstellen voor begrotingswetten aan uw Kamer blijvendoen. Zie verder het antwoord op vraag 46.De leden van de CDA-fractie delen de constatering van de regering dat dewettelijke taken en bevoegdheden van uitvoerende instanties implicerendat voldoende middelen moeten worden vrijgemaakt in de begrotingenvan de betrokken departementen. In het wetsvoorstel wordt naaraanleiding van de motie-Vedder c.s. ook benadrukt dat het schadeherstel,het funderingsschadeherstel en de versterkingsoperatie koste-wat-kost envoor zolang het duurt worden uitgevoerd. Dit roept de vraag op hoeconcreet en toetsbaar wordt vastgesteld dat de beschikbare middelendaadwerkelijk toereikend zijn om deze wettelijke verplichtingen adequaatuit te voeren.Vraag 52Deze leden vragen de regering uiteen te zetten op welke manier wordtbeoordeeld of de beschikbare middelen voldoende zijn om de wettelijkvastgelegde taken adequaat uit te voeren. Zij vragen de regering aan tegeven welke criteria, indicatoren of evaluatiemomenten worden gebruiktom te bepalen of er daadwerkelijk voldoende middelen beschikbaar zijn ofdat aanvullende middelen nodig zijn.Elk jaar worden in de Voorjaarsnota meerjarige ramingen opgenomen vande benodigde middelen voor de schadeafhandeling en versterkingsope-ratie. Deze ramingen worden jaarlijks opgesteld door het IMG en de NCG,en bijgesteld op basis van realisatiecijfers van het laatste realisatiejaar,eventuele beleidswijzigingen, veranderde veronderstellingen ten aanzienvan keuzes door aanvragers van schadevergoeding of ontwikkelingen inde versterkingsoperatie. Ook nieuwe informatie over seismiciteit in hetgebied wordt in de uitgavenramingen verwerkt. Verder sta ik in contactmet andere bestuurslagen en organisaties mochten daar tekortenoptreden.Gedurende het begrotingsjaar worden de uitgaven gemonitord en wordtde Kamer periodiek op de hoogte gesteld van de ontwikkeling van deuitgaven. Dit gebeurt in de Najaarsnota en bijbehorende suppletoirebegrotingen en uiteindelijk bij de Slotwet. Zodoende kijkt het kabinet opde reguliere begrotingsmomenten of er aanvullend geld benodigd is.Vraag 53Tevens vragen zij de regering uit te leggen hoe er wordt geborgd dateventuele tekorten tijdig worden gesignaleerd en opgelost, zodatuitvoering van schadeherstel, funderingsschadeherstel en de versterkings-operatie «koste-wat-kost» gegarandeerd is.Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord opvraag 52.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 727 De leden van de CDA-fractie merken op dat de regering stelt dat ditwetsvoorstel vastlegt dat de schadeafhandeling, funderingsschadeherstelvoor zover veroorzaakt door de gaswinning en de versterkingsoperatiekoste-wat-kost en voor zo lang het duurt, zullen worden uitgevoerd.Tegelijkertijd wordt erkend dat funderingsproblemen of andere construc-tieve gebreken die niet direct door gaswinning zijn veroorzaakt wel vaninvloed kunnen zijn op de terugkeer of verergering van schade doorgaswinning. In zulke gevallen kan het IMG deze problemen via duurzaamherstel aanpakken om een toekomstbestendige oplossing te bieden. Ditroept vragen op over hoe de oorzaak van funderingsschade wordtvastgesteld en hoe het principe «koste-wat-kost» wordt toegepast bijherstel van funderingsschade die niet direct door gaswinning is veroor-zaakt.Vraag 54Deze leden vragen de regering daarom hoe concreet moet wordenaangetoond dat funderingsschade is veroorzaakt door gaswinning. Tevensvragen zij de regering te verduidelijken hoe wordt omgegaan metfunderingsproblemen of andere constructieve gebreken die niet doorgaswinning zijn ontstaan, maar wel bijdragen aan het terugkeren ofverergeren van gaswinningsschade. Zij vragen de regering in ieder gevalduidelijk te maken of het uitvoeren van maatregelen door het IMG in hetkader van duurzaam herstel in deze gevallen wel of niet onder het«koste-wat-kost»-principe valt.Bij een schadeopname wordt ook gekeken of sprake is van zettingsschade.Als dit het geval is wordt dit vermeld in het rapport en beoordeelt dedeskundige dit aan de hand van de Praktische Uitwerking Tijdelijke wetGroningen voor Deskundigen.20 Dit betekent dat, tenzij er evident enaantoonbaar een andere oorzaak dan de gaswinning is, deze schadegewoon voor vergoeding in aanmerking komt. Hiervoor geldt koste watkost, zo lang als nodig. Vaak komt de deskundige echter tot de conclusiedat de zettingsschade een autonome oorzaak heeft. Meestal kan dedeskundige dit op basis van de schadeopname in het rapport bepalen,soms is nader funderingsonderzoek nodig om vast te stellen of er sprakeis van schade aan de funderingen die kan zijn veroorzaakt doorgaswinning.Hierbij valt te denken aan de situatie dat onder een deel van een gebouween kelder is aangelegd. Het deel van het gebouw op de kelder is nietverzakt en de rest van het gebouw wel, waardoor scheuren ontstaan. Eenander voorbeeld is dat een woning op verschillende funderingen isgebouwd, waardoor eveneens scheuren kunnen zijn ontstaan. Dit soortschade kan ook in de rest van Nederland voorkomen. Als de deskundigeeen andere oorzaak dan mijnbouw aanwijst, kan voor verergering van dezettingsschade door mijnbouw een vergoeding worden toegekend.Een zwakke fundering kan (daarnaast) de kans op herhaalschade door degaswinning vergroten of leiden tot verergering van schade. Indien deaanpak daarvan kan worden gezien als een «redelijke maatregel tervoorkoming of beperking van schade» vallen de kosten daarvoor binnenhet aansprakelijkheidsrecht21 en geldt ook daarvoor het koste-wat-kost-principe, ook als de fundering zelf niet beschadigd is door de gaswinning.In de praktijk biedt het aansprakelijkheidsrecht hiervoor niet altijdvoldoende ruimte, maar vindt het IMG soms toch dat een maatregel moet20Praktische Uitwerking Tijdelijke wet Groningen voor Deskundigen21Artikel 6:184 Burgerlijk Wetboek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 728 worden genomen22. In dat geval kan het IMG duurzaam herstel inzetten.Hiervoor heeft de Kamer met het amendement Agnes Mulder c.s.23 eenaanvullende bevoegdheid gecreëerd. Hierin is ook bepaald dat de hoogtevan de financiële middelen voor de uitvoering van duurzaam herstel perministeriële regeling worden vastgesteld. Daarmee valt duurzaam hersteldus niet onder het koste-wat-kost-principe. Het budget voor duurzaamherstel is Nij Begun overigens verhoogd naar € 1,4 miljard. Hiermee isnaar de huidige ramingen ruim voldoende financiering geborgd.Vraag 55De leden van de SP-fractie vragen de regering hoe de generatielangeaanpak zich verhoudt tot de noodzaak kosten aan bureaucratie tebeperken, aangezien reeds nu veel te hoge kosten aan de kant van debureaucratie komen te liggen.De generatielange aanpak is bedoeld om de ereschuld aan Groningen enNoord-Drenthe in te lossen door te investeren in sociaal herstel, econo-mische ontwikkeling en verduurzaming. Er is gekozen voor een generatie-lange aanpak omdat zestig jaar gaswinning uit het Groningenveld diepesporen heeft nagelaten, die niet zomaar zijn uitgewist. Hierbij is vanbelang dat het geld daadwerkelijk ten goede komt aan bewoners en deregionale economie, en niet opgaat aan bureaucratie. Er zijn geensignalen dat bij de uitwerking van de generatielange aanpak tot nu toe teveel geld aan bureaucratie is besteed.2.3. Nieuwe schadeafhandeling Vraag 56De leden van de D66-fractie hechten grote waarde aan een snelle,rechtvaardige en gelijke afhandeling van schade. In dat licht vragen dezeleden om een nadere reactie op de stevige kritiek van de Afdelingadvisering op het begrip «veronderstelde schade», dat volgens deAfdeling advisering een principiële afwijking van het aansprakelijkheids-recht vormt en kan leiden tot ongelijke uitkomsten tussen gedupeerden.De parlementaire enquêtecommissie heeft met betrekking tot schadeaf-handeling geconcludeerd dat deze milder, makkelijker en menselijkermoet. Zij pleitte voor een verruiming van de wettelijke opdracht aan hetIMG omdat de «aansprakelijkheidsclausule en gebondenheid aan hetBurgerlijk Wetboek leiden tot een strikte toepassing van de wet enbeperken in de praktijk een vlotte, coulante afhandeling van alle schade-gevallen»24. Om aan deze aanbeveling te voldoen, heeft het vorige kabinetin maatregel 3 van Nij Begun aangekondigd dat het IMG bij het afhan-delen van fysieke schades tot een bedrag van € 40.000 zou stoppen methet onderzoek naar de oorzaak van schades die naar hun aard mijnbouw-schade kunnen zijn. Later is dit bedrag naar aanleiding van een motie vande Tweede Kamer verhoogd naar € 60.000. Hiermee is de keuze voor eenprincipiële afwijking van het aansprakelijkheidsrecht gemaakt. Deintroductie van het begrip «veronderstelde schade» is nodig om het IMGzónder onderzoek naar de schadeoorzaak tóch schade te kunnen latenafhandelen. Daadwerkelijk herstel sluit daarbij tevens aan bij het adviesvan de commissie Van Geel om onderlinge verschillen terug te dringen en22Het gaat dan om situaties waarin het IMG vindt dat het «[n]aast de schade, bedoeld inartikel 184 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek [...] aan de aanvrager een in redelijkheid tebepalen tegemoetkoming in geld of in natura [moet] toekennen voor iedere redelijkemaatregel die nodig is om te bewerkstelligen dat de schade waarvoor vergoeding wordttoegekend, duurzaam kan worden hersteld»: artikel 2, tiende lid, TwG.23Kamerstukken II 2020/21, 35 603, nr. 43.24Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nrs. 5 t/m 11, Boek 1, p. 90.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 729 daarmee te zorgen voor minder ongelijkheid, aangezien het resultaat vooriedereen gelijkwaardig is: een herstelde woning.Vraag 57Kan de regering specifiek ingaan op hoe wordt gewaarborgd datbewoners met schade boven die grens niet slechter af zijn dan bewonersmet schade onder die grens?Met de regeling voor daadwerkelijk herstel wordt bewoners de keuzegeboden om tot € 60.000 schades (die naar hun aard mijnbouwschadekunnen zijn) zonder onderzoek naar de schadeoorzaak te laten herstellen.Het grensbedrag van € 60.000 is niet willekeurig: het is lijn met de motieVedder/Boulakjar25 en uit de praktijk blijkt dat het zeer beperkt voorkomtdat schades als gevolg van gaswinning het grensbedrag van € 60.000overschrijden. Zeker nu veel eerste schademeldingen op adressen al zijnafgehandeld.Daarnaast is er bewust voor gekozen om in het gehele effectgebied tewerken met één grensbedrag van € 60.000. Dit leidt tot hetzelfde beleid inde kern als in de rand van het aardbevingsgebied en gaat uit van hetprincipe dat gedupeerde bewoners in aanmerking komen voor eengelijkwaardig resultaat; een herstelde woning. Daarmee worden nieuwegrenzen en nieuwe verschillen voorkomen. Maar ook een gelijkwaardigresultaat kan als oneerlijk voelen, bijvoorbeeld voor bewoners in gebiedenwaar de gevolgen van de gaswinning het grootst zijn. Het is daarbijbelangrijk om te noemen dat er andere regelingen zijn die zich richten opde bewoners met de grootste problematiek, zoals onder andere duurzaamherstel, de vaste herhaalvergoeding of de immateriële schadevergoeding.Het grensbedrag is nadrukkelijk geen grens waarboven bewoners nietmeer geholpen worden, maar het wordt wel rechtvaardig geacht om eengrens te trekken. Zonder grensbedrag zou namelijk zonder enigebeperking schade hersteld kunnen worden die een andere oorzaak kentdan de gaswinning in Groningen. Hierbij is het belangrijk op te merkendat in het effectgebied gaswinning een belangrijke oorzaak is van schade,maar dat schade aan woningen zoals scheuren in muren en verzakkingenvanzelfsprekend ook, net zoals in de rest van Nederland andere oorzakenkan hebben.In die situaties waar bij de schadeopname de omvang van de totaleschade (zowel schades als gevolg van de gaswinning als autonomeschades) groter is dan € 60.000 zijn er nog steeds mogelijkheden voor debewoner:−Zo zijn bewoners niet uitgesloten van de mogelijkheid van daadwerke-lijk herstel, maar kan de bewoner dan alsnog kiezen tot € 60.000schade te laten herstellen zonder onderzoek naar schadeoorzaak.−De bewoner kan ook kiezen voor een maatwerktraject waarbij alleschades als gevolg van de gaswinning worden vergoed. Hier geldt hetgrensbedrag van € 60.000 niet. De bewoner kan kiezen tussen eenfinanciële vergoeding of een vergoeding in natura, waarbij de schadesals gevolg van gaswinning hersteld worden door een aannemer.Tot slot heeft het IMG voor knelpunten, complexe dossiers, en vastge-lopen of anderszins bijzondere situaties mogelijkheden om met deinwoner tot een oplossing te komen.25Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 43.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 730 Ik heb het IMG gevraagd te signaleren als het wenselijk is om hetgrensbedrag integraal te heroverwegen. Het centrale criterium daarbij isdat het overgrote deel van de schades binnen het grensbedrag valt.Vraag 58Hoe wordt ongelijkheid gemonitord en gecorrigeerd, gezien het risico datbewoners in vergelijkbare situaties verschillend worden behandeld?Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord opvraag 57.Vraag 59Hoe wordt voorkomen dat uitvoeringskosten en doorlooptijden stijgen,zoals de Afdeling advisering verwacht?Ik vind het belangrijk dat de uitvoeringskosten ook in de komende jaren zolaag mogelijk blijven op voorwaarde dat bewoners hier geen nadeel vanondervinden. In juni 2025 heb ik uw Kamer geïnformeerd26 dat het IMGverwacht dat met de uitvoering van beleidsmaatregelen en organisato-rische wijzigingen de uitvoeringskosten komende jaren zullen schom-melen rond een vergelijkbaar niveau als 2024. Maatregelen zoals de in2024 ingevoerde forfaitaire schaderegelingen, de verhoogde VES en deAVV, kennen relatief lage uitvoeringskosten. Vanaf het tweede kwartaalvan 2026 kunnen bewoners daarnaast bij een herhaalschade kiezen vooreen vaste herhaalvergoeding van € 5.000. Deze forfaitaire regelingenkomen tegemoet aan de wens van bewoners voor een eenvoudige ensnelle afhandeling van hun schademelding, wat zich weer vertaalt in eenhogere bewonerstevredenheid. Daarnaast kennen deze regelingen metvaste vergoedingen efficiënte procedures en daardoor lage uitvoerings-kosten.Zowel de uitvoeringskosten als de doorlooptijden hangen sterk af van dekeuzes die bewoners maken. De forfaitaire regelingen kennen kortedoorlooptijden en lage uitvoeringskosten. De optie van daadwerkelijkherstel heeft hogere kosten, maar een groot gedeelte van de kostenbestaat uit de persoonlijke benadering en intensieve begeleiding vanaanvragers. Zo kent het proces veel ruimte om aan te sluiten bij dewensen van aanvragers. Dit betreft bijvoorbeeld de keuze van deaannemer of het startmoment van de werkzaamheden. De uitvoerings-kosten per euro, zullen bovendien naar verwachting lager zijn dan bij debestaande maatwerkvariant omdat meer schades voor vergoeding inaanmerking komen en er minder aanleiding is tot bezwaar en beroepspro-cedures.Overigens wil ik benadrukken dat het beperken van de uitvoeringskostengeen doel op zich is geweest bij de uitwerking van daadwerkelijk herstelzonder onderzoek naar de schadeoorzaak. Het doel was de schadeafhan-deling voor bewoners milder, makkelijker en menselijker te maken dooreen belangrijke aanleiding voor (juridische) discussies in de afhandelingvan fysieke schade weg te nemen.Vraag 60Kan de regering verduidelijken hoe wordt geborgd dat bewoners metcomplexe of meervoudige schades niet alsnog terechtkomen inlangdurige causaliteitsdiscussies?Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord opvraag 57.26Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 1319.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 731 Vraag 61Kan de regering tevens bevestigen dat bewoners kosteloos onafhankelijkadvies kunnen verkrijgen bij het maken van keuzes in de schadeafhande-lingsroute?Het IMG adviseert, als een van de Staat en NAM onafhankelijk instituut,aanvragers over de verschillende regelingen zodat zij goed geïnformeerdzelf een onderbouwd besluit kunnen nemen welke regeling voor henpersoonlijk de beste keuze is. Om de aanvrager nog beter in staat testellen de voor hem best passende fysieke schadeafhandeling te kiezen,werkt het IMG aan een generiek intakeproces. Onderdelen van degenerieke intake zijn onder andere het stap voor stap begeleiden van deaanvrager bij het indienen van een aanvraag (bijvoorbeeld door intakege-sprekken in de oriëntatiefase) en het inzichtelijk maken van beschikbareafhandelingsopties en informatie. De verwachting is dat de generiekeintake eind 2026 geïmplementeerd kan worden. Vooruitlopend daaropwerkt het IMG al zoveel mogelijk in de geest ervan.Ook na de intake moet de eigenaar op verschillende momenten in eenschadetraject keuzes maken, bijvoorbeeld bij het indienen van eenzienswijze als reactie op een schaderapport of als de eigenaar hetschadebesluit ontvangt en hiertegen in bezwaar of beroep zou willen. Deeigenaar kan hierbij kosteloos gedurende het hele proces wordenbijgestaan door een advocaat of mediator of voor bepaalde stappen in hetproces de deskundigheid van een bouwkundige, bodemkundige,financieel deskundige, ecoloog of hydroloog inhuren. Tot slot kan eenbewoner ook terecht bij Stut en Steun voor onafhankelijke hulp en advies.De leden van de D66-fractie merken op dat de regering bevestigt dat hetniet mogelijk is om de kosten voor daadwerkelijk schadeherstel volledig teverhalen op de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), omdat slechtsschade die juridisch aan de NAM kan worden toegerekend mag wordendoorbelast.Vraag 62Deze leden vragen de regering uiteen te zetten welk deel van de kostenvoor daadwerkelijk schadeherstel naar verwachting niet zal kunnenworden verhaald op de NAM en daarmee door de Staat moet wordengedragen? Kan de regering hierbij verschillende scenario’s schetsen?De regering heeft vastgesteld dat niet de volledige kosten van daadwer-kelijk herstel in een heffing kunnen worden opgenomen, omdat bijdaadwerkelijk herstel het onderzoek naar mijnbouwgerelateerde schadewordt losgelaten. Voor het verhalen van alle kosten voor fysieke schade(en ook daadwerkelijk herstel) moet er een inschatting gemaakt wordenvoor kosten waar de NAM aansprakelijk voor is. Momenteel is de regeringhard aan het werk om hiervoor een werkwijze vast te stellen. Op ditmoment kan daar nog geen inzicht in worden verschaft. Mocht de Kamerinformatie willen ontvangen over de methodiek die gehanteerd zalworden voor de doorbelasting van de kosten voor daadwerkelijk herstelaan de NAM in toekomstige heffingen, dan is het mogelijk om uw Kamerhierover te informeren door middel van een vertrouwelijke technischebriefing.Vraag 63Deze leden vragen of de regering bereid is jaarlijks inzichtelijk te makenwelk deel van de kosten voor daadwerkelijk schadeherstel op de NAMwordt verhaald en welk deel niet? Indien dit niet mogelijk is, kan deregering toelichten waarom niet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 732 Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord opvraag 62.Vraag 64Kan de regering bevestigen dat het ontbreken van volledige verhaal-baarheid op de NAM geen enkele beperking zal opleveren voor deruimhartige, snelle en gelijkwaardige afhandeling van schade voorbewoners?Ja. In hoeverre kosten op de NAM kunnen worden verhaald heeft geeneffect op de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe. De afhandelingvan schade en het versterken van de gebouwen gaat onverminderd door.Daarvoor geldt de koste-wat-kost-bepaling in artikel 14. Ook de afhan-deling met daadwerkelijk herstel valt daaronder. Bewoners zullen dusgeen belemmering ondervinden door het ontbreken van volledigeverhaalbaarheid van de kosten op de NAM.2.3.1. Aanleiding en doel van versoepeling schadeafhandeling Vraag 65De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «met een ruimerebevoegdheid en het bijbehorende eigen budget het IMG meer schadesvlot en genereuzer [kan] afhandelen. De bevoegdheid kan bijvoorbeeldverruimd worden door uitbreiding van de wettelijke opdracht of door hetmogelijk te maken om naast de wet aanvullend beleid te maken.» Kan deregering hierop reflecteren?Het citaat in deze vraag komt uit het rapport van de Parlementaireenquêtecommissie aardgaswinning Groningen27. De «ruimerebevoegdheid» slaat terug op de zin ervoor waarin de verbondenheid vanhet IMG aan het aansprakelijkheidsrecht wordt genoemd.Het kabinet heeft verschillende stappen gezet om aan deze aanbevelingvan de parlementaire enquêtecommissie te voldoen. Zo is in september2023 aan het IMG de taak toebedeeld om knelpunten als gevolg vanschade op te lossen. Daarnaast wordt met voorliggend wetsvoorstel dewettelijke opdracht van het IMG verruimd doordat het IMG schades tot€ 60.000 daadwerkelijk kan herstellen, waarbij, vanwege het nietonderzoeken van de oorzaak van de schades, mogelijk ook schades meteen autonome oorzaak worden meegenomen. Ook is het bedrag van devaste eenmalige schadevergoeding verhoogd van € 5.000 naar € 10.000en kunnen bewoners gebruikmaken van de aanvullende vaste vergoedingom een eerder ontvangen schadevergoeding op een adres aan te latenvullen tot maximaal € 10.000.Vraag 66De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat het niet vaakvoorkomt dat het schadebedrag hoger is dan 60.000 euro. Waarom wordter niet voor gekozen om het grensbedrag te laten vervallen zodat in allegevallen voor een soepeler beoordeling gekozen kan worden? De Afdelingadvisering stelt dat het gevaar van dit bedrag is dat mensen die veronder-stellen dat ze meer schade hebben kans lopen geen schadevergoeding tekrijgen. Kan de regering hierop reflecteren?Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord opvraag 57.Vraag 6727Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nrs. 5 t/m 11, Boek 1, p. 90.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 733 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat kwijting eenvoorwaarde is voor vergoedingen die het IMG verstrekt. Deze ledenvinden deze voorwaarde onrechtvaardig. Kan de regering daaropreflecteren? Waarom wordt er toch voor gekozen om kwijting alsvoorwaarde toe te passen. Wat zijn de consequenties van het niet hebbenvan kwijting als voorwaarde? Kan de regering verschillende opties in kaartbrengen voor een versoepeling van de finale kwijting, bijvoorbeeld lageregrens in de beoordelingssystematiek van bijvoorbeeld ook twee milli-meter per seconde?Dit wetsvoorstel bevat geen specifieke bepalingen over de toepassing vanvoorwaardelijke finaliteit. Het IMG heeft op 1 november 2021 alsonderdeel van de vaste eenmalige schadevergoeding voorwaardelijkefinaliteit geïntroduceerd. In de Beleidsregel schadeafhandeling Tijdelijkewet Groningen is bepaald dat deze voorwaarde ook door het IMGgekoppeld kan worden aan de overige regelingen voor fysieke schade:daadwerkelijk herstel en maatwerk.De voorwaardelijk finaliteit houdt in dat alle schade als afgehandeld wordtbeschouwd, tenzij er op dat adres een nieuwe beving plaatsvindt of alsindirecte effecten van diepe bodemdaling tot schade kunnen leiden. Bijook maar een kleine kans op nieuwe schade ten gevolge van degaswinning wordt een melding door het IMG beoordeeld en behandeld.Hier is onder andere voor gekozen omdat het IMG zich met dezevoorwaarde kan richten op de gebieden waar nog steeds aardbevingenplaatsvinden als gevolg van de gaswinning. Waar geen bevingen meerplaatsvinden, hoeft het IMG dan geen schade meer te behandelen enbeoordelen terwijl de kans op toekenning van schade zeer beperkt is. Ditvoorkomt niet alleen een groot beslag op de uitvoering met bijbehorendekosten, maar ook onterechte verwachtingen, onzekerheid en teleurstellingbij bewoners. Het zorgvuldig en in één keer opnemen en behandelen vanschades zorgt ook bij bewoners voor duidelijkheid.Bij de vaste eenmalige schadevergoeding en daadwerkelijk herstel wordter helemaal geen onderzoek gedaan naar de oorzaak van de schade. Ditbetekent dat de schade ruimhartig wordt vergoed, maar ook dat schadewaarvoor een andere oorzaak kan bestaan wordt vergoed. Vanwege dezeruimhartige component in de regelingen wordt het door het kabinet enhet IMG rechtvaardig geacht dat nieuwe schade kan worden gemeld naeen beving met een trillingssnelheid vanaf 5 mm/s. De kans op schade isdaarbij lager dan 1%. De ervaring met de vaste eenmalige schadever-goeding tot op heden en de hoge aanvragerswaardering laat zien dat dezevoorwaarde door bewoners als begrijpelijk wordt gezien. Bij maatwerkwordt wel naar de oorzaak van de schade gekeken en wordt in lijn met hetwettelijk bewijsvermoeden weer een aanvraag voor schadevergoeding inbehandeling genomen als er sprake is geweest van een beving vanminimaal 2 mm/s. Daarbij is de kans op schade 0,01% (1 op 10.000).Een versoepeling van de voorwaarden betekent dat de kans op overcom-pensatie toeneemt, met name in gebieden waar de kans op schadeveroorzaakt door gaswinning klein is.Vraag 68De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie menen dat de nieuwe maatre-gelen van daadwerkelijk herstel ook weer tot nieuwe vormen vanongelijkheid kunnen leiden. Voorziet de regering zulke ongelijkheden? Hoegaat de regering zulke nieuwe onaanvaardbare verschillen tegen? Zijn erook gedupeerden die nadeel ondervinden aan de nieuwe maatregelen vandaadwerkelijk herstel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 734 Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de antwoorden opvraag 13, 14 en 57.Vraag 69In de memorie van toelichting lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat het doel is dat vuistdikke deskundigenrapporten tot de verledentijd gaan horen. Uitgebreide rapporten zijn echter ook onderdeel van demaatregel daadwerkelijk herstel. Graag een reflectie van de regering.De term «vuistdikke» deskundigenrapporten in deze vraag komt in dememorie van toelichting voor in een citaat uit het rapport van deeerste evaluatie van de TwG, in september 202228.Daadwerkelijk herstel heeft tot doel bewoners in staat te stellen schadestot een bedrag van € 60.000 te laten herstellen door een eigen aannemerof een aannemer van IMG, ongeacht de oorzaak van die schades. Om datmogelijk te maken wordt een rapport opgesteld om die schades volledigin beeld te brengen en de herstelkosten te berekenen. Dit is van belangvoor zowel de bewoner als de aannemer die met het rapport aan de slaggaat. Een rapport is zo beperkt mogelijk en zo uitgebreid als voor eendeugdelijk herstel minimaal nodig is.Vraag 70De leden van de SP-fractie vragen hoe de regering borgt dat versoepelingdaadwerkelijk leidt tot lastenverlichting voor bewoners en niet tot verderecomplexiteit door nieuwe varianten en regels.Met het bieden van ruimte aan het IMG om schade te vergoeden zonderonderzoek naar de schadeoorzaak wordt een belangrijke en breedgedragen wens tot versoepeling van de schadeafhandeling mogelijkgemaakt. Bij daadwerkelijk herstel is discussie over het al dan niet bestaanvan causale verbanden tussen de gaswinning en de schade namelijk nietmeer aan de orde.Vraag 71Deze leden vragen of de regering alternatieve opties heeft overwogen omte voldoen aan de aanbeveling van de parlementaire enquêtecommissieaardgaswinning Groningen, namelijk: ruimere bevoegdheden en eeneigen budget voor het IMG ten behoeve van een vlottere en genereuzereafhandeling van de schades? Zo ja, welke mogelijkheden zijn verkend enwaarom zijn deze niet gekozen?De parlementaire enquêtecommissie merkte op dat de gebondenheid vanhet IMG aan het aansprakelijkheidsrecht en het Burgerlijk Wetboek leidttot beperkingen in de ruimhartigheid van de schadeafhandeling. Daaropvolgde de aanbeveling om de wettelijke bevoegdheid van het IMG teverruimen. Er zijn vervolgens, in overleg met het IMG, verschillendevarianten verkend. Zo is gekeken naar meerdere opties om uitvoering tegeven aan de wens om te stoppen met onderzoek naar de causaliteit in deschadeafhandeling. Ook is er gekeken naar meerdere varianten van deknelpuntenregeling en de hoogte van de vaste eenmalige schadever-goeding. Uiteindelijk is gekozen voor de variant waarmee het IMG met deknelpuntenregeling de ruimte heeft gekregen om knelpunten op te lossenbuiten het aansprakelijkheidsrecht en daarnaast ook te kiezen voorruimhartigheid in algemene regelingen zoals de vaste eenmaligeschadevergoeding, een vaste herhaalvergoeding en daadwerkelijk herstel.Voor andere varianten is niet gekozen omdat dit bijvoorbeeld voor slechts28Kamerstukken II 2022/23, 35 250, nr. 45.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 735 een beperkte doelgroep een oplossing bood, het de ongelijkheidvergrootte of omdat het niet uitvoerbaar bleek.2.3.2. Daadwerkelijk schadeherstel zonder onderzoek naar de schade-oorzaak De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat daadwerkelijkschadeherstel zonder onderzoek naar de schadeoorzaak wettelijk wordtvastgelegd. Echter verloopt het daadwerkelijk schadeherstel dramatischtraag. Afgelopen zomer kwam het bericht naar buiten dat slechts194 mensen waren geholpen.Vraag 72Wat zijn de wettelijke mogelijkheden om dit te versnellen? Hoe reflecteertde regering op het trage verloop van deze regeling? Heeft de regeringoverwogen de regeling aan te passen gezien het trage verloop?De snelheid waarmee daadwerkelijk herstel wordt aangeboden ofuitgevoerd is niet het gevolg van wettelijke mogelijkheden of wettelijkevereisten.Ik kan me voorstellen dat het beperkte gebruik van de mogelijkheid vandaadwerkelijk herstel vraagtekens oproept. De kanttekening die ik daarbijwil maken is dat daadwerkelijk herstel een nieuwe optie is en dat de startvan daadwerkelijk herstel in september 2024 gericht was op leren enprocessen verbeteren. Dan nog blijft het teleurstellend dat afgelopenzomer het bericht kwam dat het IMG een groot deel van de circa2.500 aanvragen moest pauzeren. Mede doordat bewoners de tijd isgegeven om tot een definitieve een keuze te komen voor daadwerkelijkherstel, bleek door verloop van de tijd een groot deel van de schade-opnames inmiddels verouderd. Om bewoners niet tekort te doen, moestde werkwijze hierop worden aangepast. Inmiddels is het IMG met denieuwe werkwijze gestart en op dit moment hebben ruim 800 aanvragersdefinitief gekozen voor daadwerkelijk herstel. Het IMG verwachthalverwege het jaar 2026 de opnames te hebben afgerond en alle2.500 bewoners een voorstel te hebben gedaan voor het daadwerkelijkherstel van hun woning. Voor de meest actuele voortgangscijfers verwijsik graag naar het dashboard van het IMG (www.schadedoormijnbouw.nl/dashboard).Vraag 73De leden van de CDA-fractie constateren dat het grensbedrag van 60.000euro voor daadwerkelijk herstel bij algemene maatregel van bestuur(AMvB) zal worden vastgelegd. Hiermee wordt ruimte geboden omrekening te houden met toekomstige (prijs)ontwikkelingen en kan hetgrensbedrag indien nodig worden aangepast zonder dat daar eenwetswijziging voor nodig is. Dit roept bij deze leden de vraag op wanneereen dergelijke aanpassing aan de orde kan zijn en op basis van welkecriteria dit wordt beoordeeld. Zij vragen de regering te verduidelijkenwelke afwegingen bepalen of en wanneer het grensbedrag zal wordenverhoogd. Zij vragen de regering tevens aan te geven of bij een eventueleherziening ook wordt gekeken naar het percentage van schades dat onderhet grensbedrag valt.Zoals ik bij het antwoord op vraag 57 heb aangegeven, is het grensbedragvan € 60.000 niet willekeurig. Uit de praktijk blijkt dat het zeer beperktvoorkomt dat schades als gevolg van gaswinning het grensbedrag van€ 60.000 overschrijden. Bij de beantwoording van vragen van uw Kamerheb ik aangegeven dat circa 95% van de schademeldingen binnen ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 736 grensbedrag valt.29 De laatste cijfers geven aan dat dit percentageinmiddels nog hoger ligt. Dat moet ook zo blijven en daarom heb ik hetIMG gevraagd te signaleren als het wenselijk is om het grensbedragintegraal te heroverwegen. Het centrale criterium daarbij is dat hetovergrote deel van de schades binnen het grensbedrag valt.Vraag 74De leden van de CDA-fractie constateren dat de Afdeling advisering inhaar advies over het wetsvoorstel stelt dat het niet mogelijk is om dekosten voor daadwerkelijk herstel volledig in rekening te brengen bij deNAM. Deze constatering wordt door de regering onderschreven. In deperiodieke heffingsbesluiten zal volgens de regering worden onderbouwdwelk gedeelte van de kosten voor daadwerkelijk schadeherstel in deheffing op de NAM worden betrokken. De leden van de CDA-fractie achtenhet van belang dat de Kamer al voorafgaand aan de heffingsbesluitenbeter in beeld heeft welk deel van de kosten voor daadwerkelijk herstelwel en niet in rekening kunnen worden gebracht bij de NAM. Deze ledenvragen de regering hier uitgebreider op in te gaan en daarbij in iedergeval aan te geven op basis waarvan wordt besloten of kosten al dan nietin rekening worden gebracht bij de NAM en wat de verwachte totalekosten zijn voor de Staat van het daadwerkelijk herstel waarvan de kostenniet in rekening kunnen worden gebracht bij de NAM.Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag62.Vraag 75De leden van de CDA-fractie lezen dat de Werkgroep Mijnbouwschadeheeft gevraagd om een uitzonderingsbepaling ten aanzien van hetgrensbedrag van 60.000 euro. Omdat het criterium middels een AMvBwordt geregeld, wordt een uitzonderingsbepaling op wetsniveau nietpassend geacht. Deze leden vragen de regering of en op welke eenmogelijke uitzonderingsbepaling ten aanzien van het grensbedrag van60.000 euro in de AMvB worden opgenomen. Zij vragen de regeringtevens om, indien dat het geval is, te verduidelijken hoe wordt bepaaldonder welke omstandigheden en criteria een uitzondering kan gelden.Er is geen uitzonderingsbepaling ten aanzien van het grensbedrag van€ 60.000 voor een specifieke doelgroep voorzien in de algemenemaatregel van bestuur. Voor een toelichting daarop verwijs ik u graagnaar het antwoord op vraag 57.Vraag 76De leden van de CDA-fractie lezen dat op basis van de eerste indicatievegegevens in ieder geval 1.800 (van de circa 13.000) bewoners zullen kiezenvoor daadwerkelijk herstel. Deze leden vragen de regering wat op ditmoment de actuele status is van (de uitvoering van) daadwerkelijk herstelen hoeveel bewoners daar (definitief) voor hebben gekozen. Zij vragen deregering tevens aan te geven welke gevolgen dit keuzegedrag heeft voorde uitvoering van de schadeafhandeling door het IMG, bijvoorbeeld ophet gebied van planning, capaciteit en regeldrukkosten. Tevens vragen zijde regering wanneer de eerste ervaringscijfers worden verwacht en welkegegevens en indicatoren daarin worden meegenomen om inzicht te gevenin de effectiviteit, uitvoerbaarheid en tevredenheid van bewoners.Daadwerkelijk herstel kan met eigen aannemer of met een aannemer dieis ingeschakeld door IMG, respectievelijk door het IMG afgekort als «HEA»en «HAI». Begin 2026 hebben 355 aanvragers een voorlopige, en hebben29Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 18.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 737 236 een definitieve, keuze gemaakt voor HEA. Voor HAI hebben405 aanvragers een voorlopige keuze gemaakt en 317 aanvragersdefinitief30. Deze aantallen kunnen op dit moment goed worden verwerktdoor het IMG. Medio januari 2026 zijn op circa 100 adressen de herstel-werkzaamheden reeds afgerond.Sinds de start van de herstelregelingen zijn de ervaringen van aanvragersen aannemers ad-hoc uitgevraagd met als doel doorontwikkeling enverbetering van de regelingen. Vanaf januari 2026 wordt dit structureelbelegd door middel van een bewonerstevredenheidsonderzoek.Aanvragers ontvangen een uitnodiging voor deelname zodra de herstel-werkzaamheden zijn afgerond.In het bewonerstevredenheidsonderzoek wordt onder meer gekeken naarde volgende aspecten: tevredenheid over het IMG, de regeling en hetfunctioneren van de aannemer (bij HAI), de moeite die het proces eenaanvrager heeft gekost en de mate waarin er oog was voor de persoon-lijke situatie. De resultaten van het bewonerstevredenheidsonderzoekworden inzichtelijk gemaakt met de halfjaarlijkse Bouwen aan HerstelMonitor van het IMG.HAI scoort op dit moment een 7.6 en het tevredenheidscijfers voor HEAwordt vanaf januari 2026 uitgevraagd. Wel zijn alle HEA-aanvragers naafronding van de herstelwerkzaamheden gebeld en zij geven aan tevredente zijn.Vraag 77De leden van de SP-fractie vragen of de regering heeft overwogen om demaatregel van daadwerkelijk herstel met de grens van 60.000 euro metterugwerkende kracht toe te passen, zodat eerdere gevallen die zijnafgedaan zonder deze mogelijkheid niet worden benadeeld. Welkeoverwegingen hebben hierbij een rol gespeeld?Het met terugwerkende kracht uitvoeren van daadwerkelijk herstel zonderonderzoek naar de schadeoorzaak bij herstelkosten tot € 60.000 inalgemene zin is niet haalbaar. Kortheidshalve wordt voor naderetoelichting over dit onderwerp verwezen naar de Kamerbrief over deomgang met terugwerkende kracht van 16 juni 202331 en de Kamerbriefvan 6 oktober 202332.Verder verwijs ik u graag naar de antwoorden op de vragen 13 en 14.2.3.3. Keuzevrijheid voor aanvragers Vraag 78De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of nader kan wordentoegelicht hoe het bedrag van de forfaitaire vergoeding van 10.000 eurotot stand is gekomen.Bij de vaststelling van het bedrag van € 10.000 voor de forfaitairevergoedingen (vaste eenmalige schadevergoeding en aanvullende vastevergoeding) is getracht een balans te vinden tussen snelheid, (uitvoe-rings)kosten en rechtmatigheid van de afhandeling binnen de kaders vanhet aansprakelijkheidsrecht. Voor dit bedrag is gekozen omdat daarmeeeen grote doelgroep een snelle en eenvoudige regeling kon wordengeboden, zonder dat een te groot risico op overcompensatie ontstond. De30Voor de actuele voortgang wordt verwezen naar het Dashboard(www.schadedoormijnbouw.nl/dashboard)31Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 49.32Kamerstukken II 2023/24, 33 529, nr. 1175, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 738 Afdeling advisering van de Raad van State heeft in haar advies op hetvoorliggende wetsvoorstel aangegeven een vaste eenmalige vergoedingvan € 10.000 – mede gelet op de uitvoeringskosten van een maatwerkt-raject – een goed verdedigbare keuze te achten.2.3.4. Uitzonderingssituaties Vraag 79De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie missen een notie over debeoordeling of de zwaarst gedupeerden wel profiteren van de maatre-gelen. Waarom wordt zo’n beoordeling geen onderdeel van het beleid?Waarom krijgt de IMG geen wettelijke bevoegdheid om in de kern van hetgebied tot versoepeling van schadeafhandeling te komen?Ook ik vind het belangrijk om specifiek aandacht te hebben voor dezwaarst gedupeerden, dit is dan ook zeker onderdeel van ons beleid. Erzijn meerdere schaderegelingen die zich met name richten op debewoners in de kern van het effectgebied, zoals duurzaam herstel en devaste herhaalvergoeding.Specifiek voor daadwerkelijk herstel is er bewust voor gekozen, zoals ookbij vraag 57 is aangeven, om in het gehele effectgebied te werken met ééngrensbedrag van € 60.000. Daarmee worden nieuwe grenzen en nieuweverschillen voorkomen. Daarbij geldt dat ook in de kern de groep waarbijherstelkosten groter zijn dan € 60.000, heel klein is en ook deze bewonersgoede mogelijkheden hebben hun schade te laten vergoeden ofherstellen.Tot slot is met het Interventieteam Vastgelopen Situaties en de CommissieBijzondere Situaties een vangnet beschikbaar voor specifiek schrijnendeof complexe dossiers. Agrariërs, ondernemers en erfgoedeigenarenkunnen aanvullend worden geholpen via het Agroprogramma,MKB-programma of Erfgoedprogramma.2.3.5. Voorwaarden in de schadeafhandeling Vraag 80De wetstekst geeft aan dat gedupeerden hun schadeclaim op de veroor-zaker geheel overdragen aan de Staat, voorafgaand aan uitkering, herstelen/of versterking. De leden van de SP-fractie vragen de regering of dit nietin feite neerkomt op een door de Staat opgelegde algehele kwijting. Dezeleden achten het onaanvaardbaar dat bewoners finale kwijting moetengeven voor schadevergoeding of schadeherstel. Zij verzoeken de regeringtoe te lichten hoe deze verplichting zich verhoudt tot het bedrag van deereschuld en het blijvend risico op vervolgschade, ook na beëindiging vande gaswinning.Deze voorwaarde is al sinds de inwerkingtreding van de TwG op 1 juli2020 in artikel 2, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 1, opgenomen. Deachtergrond van deze voorwaarde is dat de bewoner de keuzevrijheidheeft om ofwel de NAM rechtstreeks te blijven aanspreken op schadever-goeding (zoals de bewoners hebben gedaan die onlangs via DeHaanadvocaten een schikking hebben getroffen met de NAM over immateriëleschade en gederfd woongenot) ofwel de schadeafhandeling door het IMGte laten uitvoeren. Een gemaakte keuze voor de afhandeling via het IMGmoet wel een definitieve zijn. Dat is in paragraaf 3.2.2 van de memorievan toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel33 nader toegelicht. Inde kern: «Het is echter niet de bedoeling dat gedupeerden voor dezelfde33Kamerstukken II 2018/19, 35 250, nr. 3, p. 9/10.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 739 schade verschillende procedures tegelijk of achter elkaar kunnen voeren.Dit leidt tot onduidelijkheid, dubbel werk en mogelijk tot dubbelevergoedingen.» Dit maakt het ook mogelijk dat de overheid de kosten opde NAM kan verhalen.Vraag 81De leden van de SP-fractie constateren dat het IMG recent finaliteit heeftgeïntroduceerd in de schadeafhandeling, gebaseerd op de veronder-stelling dat de seismische activiteit afneemt en toekomstige schademinder vaak zal optreden. De recente beving in Zeerijp laat echter zien datfinaliteit vooralsnog niet aan de orde kan zijn. Deze leden vragen deregering hoe zij deze nieuwe praktijk van finaliteit beoordeelt in het lichtvan het kabinetsuitgangspunt «zoveel en zo lang als noodzakelijk», en opwelke wijze in de wet wordt voorkomen dat finaliteit leidt tot onzekerheidbij gedupeerden over de vergoeding van toekomstige schade?De voorwaardelijke finaliteit houdt in dat alle schade na het tekenen vaneen vaststellingsovereenkomst als afgehandeld wordt beschouwd, maarwel met de belangrijke kanttekening dat als een nieuwe aardbevingplaatsvindt waarbij er ook maar een kleine kans op schade is, of alsbijvoorbeeld indirecte effecten van diepe bodemdaling tot schade kunnenleiden, een aanvraag tot schadevergoeding gewoon in behandeling zalworden genomen. Na een aardbeving als in Zeerijp zal dit voor veelbewoners aan de orde zijn. Aanvullend verwijs ik u graag naar hetantwoord op vraag 67.2.3.6. Gegevensuitwisseling en verwerking Vraag 82De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de memorie vantoelichting «zo kan het IMG ook zogenoemde «stille gedupeerden» actiefbenaderen om hen te informeren en te ondersteunen bij fysieke schadeaan hun woning, of andere soorten schade zoals waardedaling ofimmateriële schade.» Hoe verhoudt dit zich tot de zorgplicht? Kan dit nietworden beschouwd als een recht?De Wet Groningen kent, indien het voorgelegde wetsvoorstel in werkingtreedt, drie zorgplichten: voor de veiligheid (artikel 13ba), voor bredewelvaart (artikel 13o) en voor verduurzaming (artikel 13p). Voor schadeaf-handeling bestaat er geen zorgplicht omdat in de schadeafhandeling hetIMG (publiekrechtelijk) de aansprakelijkheid van de NAM afhandelt. Deschadeafhandeling gaat uit van een aanvraag van een eigenaar van eengebouw of een ander object met schade als gevolg van de gaswinning,die het IMG vervolgens behandelt. Indien de schade valt binnen het bereikvan het IMG, heeft de aanvrager recht op een vergoeding. Bij stillegedupeerden (niet-aanvragers) gaat het om mensen die, om welke redendan ook, nooit een aanvraag hebben gedaan voor een schaderegeling ofniet voor alle relevante regelingen, maar waarvan het IMG op basis vande hun bekende gegevens vermoedt dat zij wel recht hebben op eenschadevergoeding áls zij een aanvraag zouden indienen. Om dezebewoners te bereiken maakt het IMG al gebruik van algemene communi-catiemiddelen als advertenties, nieuwsberichten en brochures.Voorliggend wetsvoorstel stelt het IMG daarnaast in staat om gerichtbewoners te benaderen die nog geen schadeaanvraag hebben gedaan enhen te wijzen op de mogelijk om alsnog een aanvraag in te dienen.2.4. Collegiaal bestuur SodM Vraag 83Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 740 De leden van de D66-fractie steunen de wens tot versteviging vanonafhankelijk toezicht, maar vragen of de regering nader kan onder-bouwen waarom niet wordt gewacht op de Kaderwet rijksinspecties, waardeze onderwerpen ook worden geregeld. Kan de regering uiteenzettenhoe wordt voorkomen dat de commissie van advies een dubbelrol krijgt,waarbij zij zowel moet adviseren over kwaliteitsbeleid als functionerenvan bestuurders, wat volgens de Afdeling advisering de onafhankelijkheidkan ondermijnen?Er is voor gekozen om niet te wachten met het introduceren van collegiaalbestuur voor het SodM op de Kaderwet rijksinspecties, omdat met hetonderhavige wetsvoorstel beoogd wordt alle aanbevelingen van deenquêtecommissie en maatregelen uit Nij Begun die een verankering opwetsniveau behoeven, te bundelen. Nu het introduceren van collegiaalbestuur bij het SodM een specifieke aanbeveling van de enquêtecom-missie was, die ook al is omarmd in Nij Begun, zie ik geen reden om methet uitvoeren hiervan te wachten op de Kaderwet rijksinspecties. Verderpast de opmerking dat de voorgestelde wijzigingen van de Mijnbouwwetgeheel in lijn zijn met de voorstellen in de Kaderwetrijksinspecties. Hetvoorgestelde artikel 4 van de Kaderwet schrijft immers voor dat deMinister onder wie een rijksinspectie ressorteert voor die rijksinspectievastlegt of sprake is van een eenhoofdige of meerhoofdige leiding.Daarmee regelt de Kaderwet dit onderwerp dus niet, maar laat dieregeling aan de desbetreffende Minister over. De voorgestelde aanpassingvan artikel 126 van de Mijnbouwwet ter uitvoering van maatregel 38 uitNij Begun past bij deze opdracht, maar legt deze keuze op wetsniveau vastin plaats van bij ministerieel organisatiebesluit omdat het SodM in deMijnbouwwet is ingesteld en de bestuursvorm daar ook is vastgelegd. Inde memorie van toelichting bij de Kaderwet wordt ook expliciet verwezennaar de aangekondigde introductie van collegiaal bestuur bij het SodM alsgevolg van de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissiewaarbij wordt opgemerkt dat de gekozen formulering van genoemdartikel 4 van de Kaderwet daaraan niet in de weg staat.Voor de figuur van de commissie van advies (hierna: CvA) is aansluitinggezocht bij artikel 17 van de voorgestelde Kaderwet. Dat artikel schrijftvoor dat elke rijksinspectie een commissie van advies krijgt. Zoals blijkt uitde memorie van toelichting bij dat wetsvoorstel heeft deze commissie eenklankbordfunctie richting de leiding van de rijksinspectie en adviseert zijover de uitvoering van haar taken, de organisatie van de rijksinspectie, hetkwaliteitsbeleid, en de maatschappelijke impact van het toezicht. De CvAheeft geen hiërarchische bevoegdheden ten opzichte van de inspectie enheeft evenmin een toezichthoudende taak op die inspectie. Het toekennenvan een extra adviserende taak aan diezelfde CvA in de Mijnbouwwet tenaanzien van het functioneren van de leden van het bestuur verdraagt zichmet genoemde adviestaken en uitgangspunten. Deze adviestaak vindt netals de introductie van collegiaal bestuur zijn oorsprong in de aanbeve-lingen van de parlementaire enquêtecommissie. De procedure vanbeoordeling van de bestuursleden van SodM krijgt zo een extra waarborgop onafhankelijkheid, terwijl tegelijkertijd de ministeriële verantwoorde-lijkheid voor de rijksinspectie in stand wordt gehouden. Doordat deadviestaken voor de CvA op grond van enerzijds de voorgesteldeKaderwet en anderzijds artikel 126a Mijnbouwwet elk een eigen karakterhebben en de spectra waarover de advisering plaatsvindt ver uit elkaarliggen, acht ik, anders dan de Afdeling advisering, het risico op eenproblematische dubbelrol niet aanwezig. Advisering over de strategie vaneen rijksinspectie als geheel bijt niet met het geven van een advies overhet functioneren van de leden van het bestuur. Daarnaast mag van deleden van de commissie de nodige professionaliteit worden verwacht ombeide taken naar behoren uit te voeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 741 2.5. Benoemingsprocedure bestuursleden IMG Vraag 84De leden van de D66-fractie vragen de regering hoe de benoemingspro-cedure bijdraagt aan onafhankelijkheid en kwaliteit van het IMG en hoewordt geborgd dat bewonersperspectief wordt betrokken bij het opstellenvan selectieprofielen.Aan de onafhankelijkheid en kwaliteit van het IMG wordt in het kader vande benoemingsprocedure vooral bijgedragen door de instandhouding vande procedure voor benoeming van leden van het bestuur van het IMGdoor de regering (bij koninklijk besluit) en het feit dat de verantwoorde-lijkheid voor de schadeafhandeling en die voor mijnbouwactiviteiten, dieten grondslag liggen aan de schade die het IMG behandelt, niet in éénhand liggen. Dat laatste wordt tot nu toe gewaarborgd doordat debenoeming bij koninklijk besluit geschiedt op voordracht van de Ministervoor Rechtsbescherming, die geen beleidsverantwoordelijkheid draagtvoor mijnbouw. Het huidige kabinet heeft bij zijn aantreden op 2 juli 2024de politieke verantwoordelijkheid voor het schadeherstel en de verster-kingsoperatie in het aardbevingsgebied sowieso gescheiden van deverantwoordelijkheid voor mijnbouw. De schadeafhandeling door het IMGis onder de verantwoordelijkheid gebracht van de Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties, in dezen de Staatssecretaris vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, terwijl de verantwoordelijkheidvoor het beleidsonderwerp mijnbouw bij de Minister van Klimaat enGroene Groei is ondergebracht. Hierdoor is er geen noodzaak meer om devoordracht voor de benoemingen bij koninklijk besluit van de leden vanhet bestuur buiten de verantwoordelijkheid van de Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties te organiseren.2.6. Evaluatiebepaling Vraag 85Nu de structurele evaluatieverplichting vervalt, vragen de leden van deD66-fractie of de regering bereid is periodiek een onafhankelijke externeevaluatie aan de Kamer aan te bieden, ter versterking van de parlemen-taire controle.Zoals in paragraaf 2.6 van de memorie van toelichting is aangegeven, isde bestaande evaluatiebepaling overbodig geworden doordat de SvGNDjaarlijks een onafhankelijk overzicht geeft van, en oordeel biedt over, deresultaten en effecten van de taken van de Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties op het gebied van schadeherstel, versteking,verduurzaming en brede welvaart. Deze SvGND neemt daardoor de plaatsin van de evaluatiebepaling en biedt de evaluatie waar de leden van deD66-fractie om vragen.2.7. Geografische verduidelijking publiekrechtelijke schadeafhandeling Vraag 86De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of er gereflecteerd kanworden op het uitsluiten van deze regelingen voor mensen rondomEkehaar.Het onderhavig wetsvoorstel ziet op de afhandeling van schades alsgevolg van de exploitatie van het Groningenveld en de gasopslagen bijNorg en Grijpskerk. Ekehaar ligt op enige afstand van het gebied waarschade kan zijn veroorzaakt door het Groningenveld of de gasopslagen envalt als zodanig buiten de reikwijdte van deze schaderegelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 742 3. Verhouding tot nationale wetgeving Vraag 87De leden van de D66-fractie vragen of de regering risico ziet op precedent-werking voor andere mijnbouwgebieden of andere vormen van fysiekeschade veroorzaakt door overheidshandelen of industriële activiteiten.Het kabinet onderkent dat verschillen in schadeafhandelingsregimestussen mijnbouwgebieden in Nederland kunnen leiden tot gevoelens vanonrechtvaardigheid en willekeur en de vraag om meer uitzonderingen ophet generieke regime. Dit is de reden dat de keuzes voor de afwijkenderegimes in zowel Groningen als Zuid-Limburg zorgvuldig onderbouwdzijn. Samengevat verschilt het schadebeeld in deze gebieden in aantal,ernst en omvang met het schadebeeld als gevolg van mijnbouw in de restvan Nederland. Het kabinet vindt het daarom gerechtvaardigd dat erzowel in Groningen als in Zuid-Limburg een andere wijze van schadeaf-handeling is. In de rest van het land is eventuele mijnbouwschade nietvergelijkbaar qua ernst en omvang, en ziet het kabinet dan ook geenreden om af te wijken van de bestaande werkwijze. Onafhankelijke,toegankelijke en adequate beoordeling en afhandeling is daar gewaar-borgd door de instelling van de Commissie Mijnbouwschade. Wanneerzich door andere dan mijnbouwactiviteiten uitzonderlijke schadevoordoet, zal het kabinet eenzelfde afweging moeten maken.4. Uitvoering Vraag 88De leden van de D66-fractie vragen de regering hoe de uitvoeringscapa-citeit van de betrokken organisaties voldoende wordt geborgd. Kan deregering aangeven welke aanvullende investeringen nodig zijn vooruitvoering, digitalisering en personele capaciteit. Hoe wordt voorkomendat nieuwe achterstanden ontstaan? Kan de regering tevens toelichtenhoe wordt gezorgd voor duidelijke en eenduidige communicatie aanbewoners, zodat keuzemogelijkheden niet leiden tot extra stress ofonduidelijkheid?Het kabinet erkent het belang van voldoende uitvoeringscapaciteit bij debetrokken organisaties om de schadeafhandeling en versterkingsoperatiein Groningen adequaat uit te voeren. Dit betekent dat financiële enpersonele beperkingen geen belemmering mogen vormen. Het voorlig-gende wetsvoorstel kent daarom ook een koste-wat-kostbepaling.Het kabinet werkt nauw samen met de uitvoeringsorganisaties omknelpunten tijdig te signaleren en op te lossen, zodat nieuwe achter-standen worden voorkomen.Het IMG zet in op verdere verbetering van een duidelijke, eenduidige entoegankelijke informatievoorziening en ontwikkelt daartoe methoden omaanvragers beter te ondersteunen bij het maken van goed gemotiveerdekeuzes in hun schadeproces. Graag verwijs ik u ook naar het antwoord opvraag 61 over het generieke intakeproces. Dit moet ertoe leiden dat keuzesvoor inwoners juist makkelijker worden.De NCG houdt met strategische personeelsplanningen, hun jaarplannenen voortgangsrapportages zicht op de benodigdheden en randvoor-waarden voor de uitvoering van de primaire opgave. Daarnaast wordenbesluiten zoveel mogelijk gebaseerd op uitvoeringsanalyses, zodat voorafeen inschatting is van de mogelijke impact en de benodigdheden voorgedegen uitvoering. Ook blijft NCG zich inspannen om de communicatiemet bewoners te verbeteren zoals toegelicht in het antwoord op vraag 36,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 743 mede op basis van inzichten uit het jaarlijkse bewonerstevredenheidson-derzoek.4.1. Staat van Groningen en Noord-Drenthe 4.1.1. Uitvoeringsaspecten zorgplichten Vraag 89De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «De uitvoering van dezorgplicht verduurzaming wel beperkte uitvoeringsgevolgen [heeft] voorde NCG. In verband met die zorgplicht zal de NCG namelijk vaker hetreeds bestaande artikel 13j, zesde lid, van de TwG, moeten gebruiken omde verduurzaming tijdens de versterking van het gebouw, uit te voeren.»Krijgt de NCG hiervoor extra capaciteit, zodat deze extra taak niet tot enigevertraging leidt?De NCG heeft om de haalbaarheid van de uitvoering van verduurzamingin combinatie met versterken te toetsen de proef versterken en isoleren eneen uitvoeringsanalyse uitgevoerd. Conclusie is dat het meenemen vanisolatie bij lichte versterkingen uitvoerbaar is, op basis van de huidigecapaciteit. Conform actualisatie Diepteanalyse is uitgegaan van 11 wekenextra per adres voor maximaal 3.400 adressen.5. Gevolgen en neveneffecten 5.1. Staat van Groningen en Noord-Drenthe 5.1.1. Effect voor burgers en bedrijven Vraag 90De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de toelichting opmaatregel 16 uit Nij Begun en de motie van de leden Bushoff enBeckerman (Kamerstuk 33 529, nr. 1346), waarin wordt verzocht omgedupeerden vóór 1 november te compenseren. De regering geeft echteraan dat een deel van de bewoners deze vergoeding pas kan ontvangennadat de regelgeving onder de Tijdelijke wet Groningen, het Besluit en deRegeling, is aangepast. Deze leden verzoeken de regering daarom aan tegeven welke groepen gedupeerden onder deze wet exact pas totcompensatie kunnen overgaan vanaf het moment dat deze regelgeving isaangepast, en op welke wijze deze vertraging zich verhoudt tot het doelom bewoners tijdig en rechtvaardig tegemoet te komen.De doelgroep voor wie de huidige regelgeving geen ruimte bood om devergoeding in het kader van maatregel 16 uit te keren betreft ten eerstebewoners die vóór 25 april 2023 een versterkingsbesluit haddenontvangen, maar op 25 april 2023 nog steeds wachtten op een versterkte,opgeleverde woning. Voor deze doelgroep is de Regeling Tijdelijke wetGroningen inmiddels aangepast. De NCG zal voor deze groep binnenkortovergaan tot uitkering van deze vergoeding.Ten tweede was er nog geen mogelijkheid om de vergoeding uit te kerenaan bewoners uit de batch 1.588 en de Zandplatenbuurt-Zuid te Delfzijl.Omdat deze doelgroep buiten het reguliere versterkingsregime vanhoofdstuk 5 van de TwG valt, was er geen mogelijkheid voor de NCG omde vergoedingen in het kader van maatregel 16 aan hen uit te keren onderbestaande regelgeving. Zoals in het antwoord op vraag 39 is aangegeven,wordt maatregel 16 nu voor deze doelgroep geregeld middels een annexop de convenanten tussen Rijk en gemeenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 744 Verder dient er nog een wijziging in het Besluit Tijdelijke wet Groningenplaats te vinden, zodat huurders in een zorgpand, die zelf geen zorgontvangen, ook de vergoeding van maatregel 16 kunnen ontvangen. Metdeze groep is in eerdere regelgeving abusievelijk geen rekeninggehouden. De wijziging in het Besluit, dat parallel aan deze wetswijzigingzal lopen, geeft NCG wel de mogelijkheid om maatregel 16 aan dezegroep uit te keren.5.1.2. Effect op bestuurlijke lasten medeoverheden Vraag 91De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat deze wetswijziginginvloed heeft op de bestuurlijke lasten van medeoverheden. In hoeverreworden de medeoverheden hiervoor gecompenseerd?De bestuurlijke lasten voor medeoverheden vloeien met name voort uit devoorgestelde gesprekscyclus rondom de SvGND en de betrokkenheid vanmedeoverheden bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma Rijk.Jaarlijks zullen circa twee bestuurlijke gesprekken plaatsvinden metgedeputeerde staten van de provincie Groningen, de colleges vanburgemeesters en wethouders van de gemeenten in de provinciesGroningen alsmede de gemeenten Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunzein de provincie Drenthe, en het dagelijks bestuur van de waterschappenNoorderzijlvest en Hunze en Aa’s. Deze gesprekken hebben betrekking op1) de resultaten van de SvGND (voorjaar), en 2) een voortgangsgesprekover de maatregelen n.a.v. de SvGND (najaar). Daarnaast zal naarverwachting iedere vijf jaar een gesprek plaatsvinden over de invullingvan het uitvoeringsprogramma Rijk. Deze gesprekscyclus heeft naarverwachting slechts een beperkte invloed op de bestuurlijke lasten, omdater ook in het verleden meerdere keren per jaar gesprekken plaatsvondentussen bestuurders van de medeoverheden en het Rijk. De medeover-heden zijn gecompenseerd voor hun werkzaamheden in het kader vanNij Begun. Er vindt daarnaast geen (extra) compensatie van medeover-heden plaats.6. Financiële gevolgen Vraag 92De leden van de D66-fractie vragen hoe de regering voornemens is om deontwikkeling van uitvoeringskosten, schadevergoedingen en investe-ringen in brede welvaart en verduurzaming systematisch te monitoren.Wordt de Kamer jaarlijks geïnformeerd over afwijkingen in kosten eneffecten?Ja, dit zal gebeuren via de SvGND.6.1. Staat van Groningen en Noord-Drenthe Vraag 93De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom er niet eenandere manier is gekozen voor andere manieren om meerjarig gelden tereserveren, onder de voorwaarde dat het de generatielange betrokkenheidniet afdoet. Zijn er vergelijkbare wetten met dezelfde manier vanmeerjarig gelden reserveren?De regering vond het van belang in dit wetsvoorstel ten behoeve van deGroningers en Noord Drenten wettelijk vast te leggen dat gedurende delooptijd van de generatielange betrokkenheid jaarlijks geld wordtgereserveerd voor het inlossen van de ereschuld. Op deze manier wordtop de meest vergaande manier vastgelegd dat deze verplichting ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 745 daadwerkelijk generatielang en dus onafhankelijk van het desbetreffendekabinet geldt. Er zijn voor zover mij bekend geen vergelijkbare wetten meteenzelfde soort bepaling.Voor de kosten van schadeherstel en de versterkingsoperatie wordt reedsgebruik gemaakt van meerjarenramingen, die jaarlijks met deVoorjaarsnota worden bijgesteld. Het wetsvoorstel is aanvullend daaraan.Vraag 94De leden van de SP-fractie vragen waarom niet is gekozen voor alterna-tieve manieren om meerjarig middelen te reserveren binnen de regulierebegrotingssystematiek, bijvoorbeeld door gebruik te maken van meerja-renramingen, zoals ook de Afdeling advisering in haar advies naar vorenbrengt. Welke argumenten hebben ervoor gezorgd dat de regering hierniet voor heeft gekozen?Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord opvraag 93.7. Advies en consultatie Vraag 95De leden van de D66-fractie vragen de regering, in het licht van de doorgemeenten, maatschappelijke organisaties en het IMG geuite zorgen overde uitvoeringsconsequenties van de zorgplichten en de mogelijkeverschillen die kunnen ontstaan in de verduurzamingsaanpak, hoe dezerisico’s worden ondervangen en welke mitigerende maatregelen deregering daarvoor treft.De verduurzamingsaanpak is gericht op een gelijkwaardige uitkomst vooralle bewoners, namelijk een woning die is geïsoleerd tot de standaardvoor woning isolatie voor alle woningen in de provincie Groningen en degemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo. Bewoners hebbenhierin de ruimte om keuzes te maken die passen bij de eigen situatie.Hierin kunnen verschillen ontstaan, maar deze acht de regering nietonaanvaardbaar. Daarbij is een uitgebreide ondersteuningsstructuuropgezet om te bevorderen dat zoveel mogelijk mensen gebruik maken vande regeling, en worden ondersteund bij het kiezen en laten uitvoeren vande best passende maatregelen.7.1. Regionaal afstemmingsmoment voorafgaand aan internetconsultatiewetsvoorstel 7.1.1. Zorgplichten verduurzaming en brede welvaart Vraag 96De leden van de SP-fractie constateren dat het begrip Brede Welvaart inhet wetsvoorstel onvoldoende helder is gedefinieerd. De regering wordtverzocht uiteen te zetten waarom geen duidelijke begripsbepaling inartikel 1 is opgenomen, met aandacht voor verschillen tussen en binnengemeenten, zoals in de consultatiereactie wordt betoogd.Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord oprespectievelijk de vragen 30 en 22.7.2. Internetconsultatie wetsvoorstel 7.2.1. Algemene reacties over de nieuwe schadeafhandeling Vraag 97Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 746 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het grensbedrag van60.000 euro niet wordt vastgelegd. Hoe reflecteert de regering op het feitdat een toekomstig Minister dit dan per AMvB kan wijzigen, en dus ooknaar beneden? Waarom is er geen indexering mogelijk van bijvoorbeeldde gemiddelde kosten van de IMG?Zoals in de memorie van toelichting is benadrukt (p. 19 en p. 41) heeft uwKamer een motie Vedder/Boulakjar34 aangenomen waarin het uitgangs-punt is vastgelegd dat dit grensbedrag in de toekomst niet naar benedenwordt bijgesteld. Overigens doorloopt ook een aanpassing van eenalgemene maatregel van bestuur een zorgvuldig proces dat niet aan deMinister is, maar aan de regering als geheel, en waarbij bijvoorbeeld deAfdeling advisering van de Raad van State opnieuw om advies zal wordengevraagd.Omdat het grensbedrag van € 60.000 een criterium is in de schadeafhan-deling middels daadwerkelijk herstel, en geen daadwerkelijke kostenvertegenwoordigt, verhoudt toepassing van standaard loon- en prijsbij-stelling via indexatie zich niet goed tot de uitvoerbaarheid van demaatregel. Daarnaast leidt standaard indexering van het grensbedrag totonlogische grensbedragen.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van Marum34Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 43.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 747
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
c5f73cd0-bc5b-4817-99dc-6f2e6cf0f813
30debatten
1.345bijdragen
18interrupties
169.383woorden in uitspraken