KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

c5f73cd0-bc5b-4817-99dc-6f2e6cf0f813

30debatten
1.345bijdragen
18interrupties
169.383woorden in uitspraken

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
13 feb 2026 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 IVVaststelling van de begrotingsstaten vanKoninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H)voor het jaar 2026Nr. 45 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKENEN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 februari 2026Met deze brief maken wij aan uw Kamer het voornemen bekend totoprichting van stichting CariFoodFund (verder ook te noemen CFF), die alstaak heeft de voedselzekerheid in de Caribische delen van het Koninkrijk tebevorderen.Deze bekendmaking geschiedt in het kader van de wettelijk voorge-schreven voorhangprocedure van 30 dagen, bedoeld in artikel 4.7, eerstelid, onderdeel a, van de Comptabiliteitswet 2016. Indien ten minste eenvijfde van uw Kamer binnen deze termijn nadere inlichtingen vraagt,wordt de stichting niet eerder opgericht dan 14 dagen nadat de inlich-tingen zijn verstrekt.Met het voornemen tot oprichting van deze stichting geven wij concreetgevolg aan een eerder aangekondigde voorstel om de stichting op terichten (Kamerstuk 36 600 IV, nr. 64). Het voorstel is om de voedselze-kerheid op de zes Caribische eilanden in het Koninkrijk te vergroten doorin te zetten op twee pijlers.1)De eerste pijler richt zich op het stimuleren van ondernemerschap,door middel van het oprichten van stichting CFF. Deze stichting zal eenrevolverend fonds opzetten waarin door het Ministerie van Binnen-landse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) 18 mln. euro aankapitaal wordt gestort in de stichting. Hiermee worden privateinitiatieven die bijdragen het versterken van het voedselsysteem, zoalsvoedselproductie, op de eilanden gestimuleerd.2)De tweede pijler bestaat uit directe subsidies en bijdragen aan lokaleoverheden, gericht op het ondersteunen van (beleids)initiatieven ophet gebied van voedselzekerheid. Voor deze pijler is 6 mln. eurogereserveerd vanuit het Ministerie van BZK. Uitgangspunt hierbij is datde middelen effectief worden ingezet ten gunste van de initiatievenvoor het versterken van het voedselsysteem, waaronder lokalevoedselproductie. kst-36800-IV-45ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Ter griffie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 13 februari 2026.De wens om over de voorgenomen voor-dracht voor de vast te stellen ministeriëleregeling nadere inlichtingen te ontvangen kandoor ten minste dertig leden van de Kamer tekennen worden gegeven uiterlijk op 25 maart2026.De voordracht voor de vast te stellenministeriële regeling kan niet eerder wordengedaan dan op 26 maart 2026 dan wel binnenveertien dagen na het verstrekken van de in devorige volzin bedoelde inlichtingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 451 De oprichting van de stichting ziet enkel op de eerste pijler. Deze brief zalom die reden ingaan op de oprichting van stichting CariFoodFund.Doelstelling stichting CariFoodFundVoedselzekerheid is op alle zes de Caribische eilanden in het Koninkrijkeen belangrijk thema. De eilanden zijn in grote mate afhankelijk vanvoedselimport. Met name sinds de COVID-pandemie en de geopolitiekeontwikkelingen is het besef gegroeid dat deze afhankelijkheid, zeker voorverse producten als groente, fruit, zuivel, vis en vlees, kwetsbaar maakt.Import is niet alleen kostbaarder, maar blijkt in tijden van wereldwijdecrisis ook risicovol. Bovendien is geïmporteerd voedsel lang niet altijdvers en gezond.Om de weerbaarheid van de eilanden te vergroten is het dan ookessentieel om de voedselzekerheid te versterken.Onder voedselzekerheid verstaat het Kabinet de situatie waarin mensen teallen tijde fysieke, sociale en economische toegang hebben tot voldoende,veilig en gezond voedsel.Dit betreft de definitie zoals vastgesteld door de Food and AgriculturalOrganization (FAO) waarin vier dimensies centraal staan: 1) beschik-baarheid, 2) toegang, 3) gebruik en 4) stabiliteit. Dit betekent dat alleprojecten die worden gefinancierd aantoonbaar moeten bijdragen aan éénof meerdere van deze vier dimensies. Denk bijvoorbeeld aan projecten diede lokale voedselproductie versterken en aan projecten die de ketenondersteunen via verbeterde transport-, opslag-, verwerkings- endistributie-infrastructuur.De stichting zal financiële diensten, waaronder diverse leningproducten,aan ondernemers op de zes Caribische eilanden in het Koninkrijkaanbieden; op die manier wordt de toegang tot financiering voorondernemers in de voedselsector vergroot. Door samen te werken metprivate financiers, zoals banken en pensioenfondsen, wordt hetbeschikbare budget vergroot en wordt tegelijkertijd gezorgd voor eeninnovatieve en langdurige inzet van de middelen. Dit is belangrijk omdatfinanciering van start- en groei-initiatieven een groot knelpunt is op deeilanden. Dit komt doordat toegang tot kapitaal op de eilanden lastig isvoor ondernemers.Daarnaast zal de stichting een Academie opzetten. Deze Academie heeftals doel om kennisontwikkeling, kennisdeling en business-developmentvoor zowel ondernemers als overheden op de eilanden te stimuleren.Gevolgde procedure oprichten stichtingOvereenkomst de Compatibiliteitswet (CW) 2016 ben ik in overleggetreden met de Toetsingscommissie Verzelfstandiging (MinFIN) en deAlgemene Rekenkamer.Toetsingscommissie VerzelfstandigingIn september 2025 is het voornemen voor de oprichting van stichtingCariFoodFund conform het stichtingenkader getoetst door de Toetsings-commissie Verzelfstandigingen, wat heeft geresulteerd in een positiefadvies. De toetsingscommissie geeft in haar advies nog twee aanbeve-lingen mee:1.Het eerste aandachtspunt betreft de toepassing van Norm 3 uit hetstichtingenkader op de benoeming van toekomstige bestuurders enraad van toezicht leden van de stichting. Gesteld wordt dat deze normTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 452 ook geldt voor partijen die extern zijn ingehuurd door een ministerieom te adviseren over de noodzaak en de inrichting van de op te richtenstichting.Ik neem dit aandachtspunt met zorg mee, en ik zal, – overeenkomstighet gestelde in de statuten in artikel 8.2 –, bij oprichting van destichting de leden van het bestuur en de raad van toezicht benoemen,rekening houdend met Norm 3 van het stichtingenkader.2.Het tweede aandachtspunt betreft het verzoek om ook in de statuten tespecificeren dat de Wet Normering Topinkomens van toepassing is ophet maximeren van de bezoldiging van bestuurs- en toezichtfuncties.Dit punt is verwerkt in de concept statuten van de stichting inartikel 4.4 en artikel 9.17, waarbij de toepassing van de Wet NormeringTopinkomens is geëxpliciteerd.Algemene RekenkamerDaarnaast is formeel overleg gevoerd met de Algemene Rekenkamer(hierna: ARK) over de voorgenomen oprichting. In haar reactie van13 januari 2026 geeft de ARK vier inhoudelijke aandachtspunten mee. Utreft ook deze brief als bijlage aan. Hieronder ga ik in op de belangrijksteaandachtspunten.De ARK geeft ten eerste als aandachtspunt mee om de betrokkenheid vande Staatssecretaris bij de stichting te verhelderen.Dit aandachtspunt neem ik mee in de uitvoering. De stichting zal bijoprichting een startsubsidie krijgen van 18 mln. euro. Deze eenmaligesubsidie wordt gebruikt als eigen vermogen van de stichting en zalworden vastgelegd in een subsidieovereenkomst met subsidievoor-waarden. Naast de subsidievoorwaarden (die bij de subsidieverlening aande stichting contractueel worden afgesproken) heeft de Staatssecretarisdiverse statutaire bevoegdheden. Dit zijn bijvoorbeeld de benoeming vande leden van de raad van toezicht, de schriftelijke goedkeuring voor debenoemingen van leden van de raad van toezicht en het goedkeuren vande jaarplannen en begroting van de stichting.Ook zullen er afspraken gemaakt worden over de operationele samen-werking tussen de stichting en het Ministerie van BZK, als onderdeel vande subsidievoorwaarden, in de vorm van een convenant. Daarmee kantussentijds door de ambtenaren worden bijgestuurd indien nodig en zalworden gemonitord of de stichting zich aan de afspraken en jaarplannenhoudt.(Hierbij in acht genomen dat in de huidige situatie de Staatssecretaris vanBZK belast is met de portefeuille Koninkrijksrelaties en optreedt namensde Minister van BZK).Daarnaast geeft de ARK mee dat het op te stellen convenant een middelkan zijn om samenwerking tussen stichting en de Staatssecretaris verdervorm te geven, echter het mag het geen vervanger zijn om toezicht opnaleving subsidievoorwaarden te houden.Hierover meld ik dat dit inderdaad het geval is, de verstrekking van desubsidie van 18 mln. euro wordt vastgelegd in een subsidieovereenkomstmet duidelijke voorwaarden. Hierin worden bepalingen opgenomen metbetrekking tot het doel van de subsidieverstrekking en de periodiekeinformatievoorziening. Ook wordt verwezen naar de statutaire bevoegd-heden van de Staatssecretaris met betrekking tot de jaarrekening en dejaarplannen/begrotingen van de stichting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 453 Als derde punt geeft de ARK aan dat het belangrijk is dat de Staatssecre-taris met de stichting nadere afspraken maakt over de informatievoor-ziening over de prestaties van het fonds in het jaarverslag van destichting.Dit punt is opgenomen in het voorstel en zal als zodanig wordenvastgelegd in de subsidievoorwaarden.Ten slotte hecht de ARK eraan dat er een heldere exit strategie geformu-leerd wordt. Uit het voorstel blijkt volgens de ARK niet of het revolverendfonds van de stichting voor onbepaalde tijd blijft functioneren, of dat hetfonds op termijn wordt beëindigd.Dit aandachtspunt acht ik van belang. Ik zal in overleg met het bestuur ende raad van toezicht van de stichting van tijd tot tijd onderzoeken of destichting nog aan de haar gestelde doelen voldoet of kan voldoen. Dit zoukunnen leiden tot een advies om de stichting op te heffen, binnen dekaders van aflossingen en beëindiging van de lopende verplichtingen vande stichting. Het bestuur en de Raad van Toezicht zullen meewerken aaneen eventueel besluit tot ontbinding van de stichting.Daarnaast zal ik, conform advies van het Ministerie van Financiën en deAlgemene Rekenkamer, een exit strategie formuleren, die rekening houdtmet betreffende moties van de Kamer en het karakter van de op te richtenstichting en haar potentiële stakeholders (externe financiers). Ik zal hierbijook de uit te werken exit strategie van de revolverende fondsen van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken betrekken.Met de oprichting van stichting CariFoodFund is het streven om nog ditjaar te starten met het ondersteunen van ondernemers in de agrarischesector, met als doel de voedselzekerheid in de Caribische delen van hetKoninkrijk te versterken.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van MarumTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 454

Bron, video en gesprek →