Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 836Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en deMijnbouwwet in verband met de uitvoering vandiverse maatregelen uit de kabinetsreactie ophet rapport van de parlementaireenquêtecommissie aardgaswinning GroningenNr. 8 NOTA VAN WIJZIGINGOntvangen 30 januari 2026 Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:AArtikel I, onderdeel N, wordt als volgt gewijzigd:1. Subonderdeel 1 komt te luiden:1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:a. Aan onderdeel a wordt een puntkomma toegevoegd.b. In onderdeel b wordt «artikel 13i, derde lid» vervangen door «artikel13i, tweede en derde lid».c. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door eenpuntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:c. het maken van bezwaar of het instellen van beroep tegen een besluitvan het Instituut of van Onze Minister op grond van deze wet.2. Er wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:4. Het zesde lid komt te luiden:6. Bij algemene maatregel van bestuur kan het eerste, tweede, vierde ofvijfde lid of kunnen onderdelen daarvan van overeenkomstige toepassingworden verklaard ten aanzien van:a. besluiten tot versterking van gebouwen of onderdelen daarvanwaarop hoofdstuk 5, op grond van artikel 13a, tweede lid, niet vantoepassing is verklaard;b. andere besluiten van het Instituut of van Onze Minister op grond vandeze wet;c. besluiten gericht tot rechtmatige gebruikers van een gebouw, nietzijnde de eigenaar. kst-36836-8ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 81 De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemenemaatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat hetontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.BArtikel I, onderdeel R, wordt als volgt gewijzigd:1. Het opschrift van het voorgestelde hoofdstuk 7a komt te luiden:Hoofdstuk 7a Aanpak verschillen.2. Na het voorgestelde artikel 19c wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 19dOnze Minister draagt zorg voor het aanpakken van onaanvaardbareverschillen die zijn ontstaan tussen gedupeerden van de gaswinning uithet Groningenveld met betrekking tot de versterking en daaraanverbonden vergoedingen en aanspraken, als gevolg van:a. de regels over het vaststellen van een risicoprofiel van een gebouw;b. wijzigingen van de regels en over de wijze waarop wordt vastgesteldof een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet en de wijze waarop wordtbepaald welke maatregelen nodig zijn om een gebouw aan de veilig-heidsnorm te laten voldoen; enc. de toepassing van de onder a en b genoemde regels.CIn artikel II, onderdeel A, wordt «aan het slot van onderdeel aq»vervangen door «aan het slot van onderdeel ar».DArtikel V wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid vervalt «en» voor «N» en wordt na «N, subonder-delen 1 en 3,» ingevoegd: «en R ten aanzien van het opschrift vanhoofdstuk 7a en artikel 19d,».2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:4. Artikel I, onderdeel R, ten aanzien van het opschrift van hoofdstuk 7aen artikel 19d, treedt in werking met ingang van de dag na de datum vanuitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terugtot en met 25 april 2023.TOELICHTING Deze nota van wijziging bevat enkele wetstechnische correcties endaarnaast enkele kleine inhoudelijke aanpassingen van het voorstel vanwet.Hieronder worden deze per onderwerp toegelicht.Wijzigingen ten aanzien van artikel 13n Tijdelijke wet GroningenAan de wijziging van artikel 13n van de Tijdelijke wet Groningen (TwG),waarin het recht voor eigenaren op kosteloze rechtsbijstand en adviseringdoor deskundigen is geregeld, in artikel I, onderdeel N, van hetwetsvoorstel worden twee wijzigingen toegevoegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 82 De eerste wijziging betreft het herstel van een omissie. In de tekst vanhet eerste lid zoals deze na inwerkingtreding van het desbetreffendeonderdeel van de wet omissies1 komt te luiden, is abusievelijk hetbestaande onderdeel b weggevallen, waarin expliciet wordt aangegevendat het maken van bezwaar of het instellen van beroep tegen een besluitvan het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: IMG) of de Minister(lees de Nationaal Coördinator Groningen, hierna: NCG) op grond vandeze wet onder het bereik van de rechtsbijstand valt. Hoewel geredeneerdkan worden dat bezwaar en beroep ook al deel uitmaken van «het proces,bedoeld in artikel 2» en van «de versterking, bedoeld in hoofdstuk 5»,zoals opgenomen in de nieuwe onderdelen a en b van dit eerste lid, is hetbeter om dit weer expliciet te bepalen. Daarom wordt dit onderdeel weertoegevoegd, als onderdeel c. Uiteraard wordt de rechtsbijstand voorbezwaar- en beroepsprocedures op grond van artikel 13n ook vooruit-lopend op deze wijziging verleend. In artikel V van het wetsvoorstel is alvoorzien in terugwerkende kracht voor de wijziging van het eerste lid; dieterugwerkende kracht zag op de al in het wetsvoorstel opgenomenwijziging van artikel 13n, eerste lid, onderdeel b (vervanging van «artikel13i, derde lid» door «artikel 13i, tweede en derde lid»), dat nu in subon-derdeel b van artikel I, onderdeel N, subonderdeel 1, is opgenomen, enheeft nu dus ook betrekking op deze nieuwe wijziging. Van de gelegenheidwordt gebruikgemaakt om een redactionele aanpassing door te voeren:aan het slot van onderdeel a ontbrak een puntkomma.De tweede wijziging betreft een verruiming van de grondslag in hetzesde lid2 om bij algemene maatregel van bestuur de reikwijdte vanartikel 13n uit te breiden. Deze grondslag bestaat al voor besluiten totversterking van gebouwen of onderdelen daarvan waarop hoofdstuk 5, opgrond van artikel 13a, tweede lid, niet van toepassing is verklaard. Ditwordt nu onderdeel a van het zesde lid. Er worden twee onderdelentoegevoegd, respectievelijk ten aanzien van de besluiten van het IMG ofvan de NCG en de doelgroep die onder het artikel vallen.1. De eerste verruiming van de grondslag betreft het toevoegen van«andere besluiten van het Instituut of van Onze Minister op grond vandeze wet». Vooralsnog wordt hierbij gedacht aan de mogelijkheid dat eeneigenaar van een gebouw een vergoeding voor financiële enbouwkundige advisering krijgt bij de voorbereiding van een besluit opgrond van het nieuwe artikel 19d. Dit artikel gaat over het aanpakken vanonaanvaardbare verschillen die tussen gedupeerden van de gaswinninguit het Groningenveld met betrekking tot de versterking en daaraanverbonden vergoedingen en aanspraken zijn ontstaan. Dit biedt eigenarende mogelijkheid om het voorstel of het ontwerp van het gebouw of hetontwerp van de versterkingsmaatregelen van de NCG op bouwtechnischeaspecten te laten toetsen én te zorgen dat zij geen financieel nadeelondervinden van het voorstel, bij besluitvorming van de NCG en deuitvoering daarvan.2. De tweede toevoeging betreft de doelgroep die omschreven kanworden als «rechtmatige gebruikers van een gebouw, niet zijnde deeigenaar». Artikel 13n richt zich tot de eigenaar van een gebouw,aangezien deze ten aanzien van zijn of haar eigendom in een schade- ofversterkingstraject met het IMG of de NCG zit. Er kunnen echter redenenzijn om ook besluiten die zich richten tot deze doelgroep in specifiekegevallen onder het bereik van artikel 13n te brengen. Bijvoorbeeld omdat1Artikel I, onderdeel H, van de Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wetGroningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen van verduidelijkingen(Stb. 2025, 62). Deze tekst is voortgekomen uit het amendement Beckerman/Bushoff, Kamer-stukken II 2024/25, 36 566, nr. 23.2Ook weer in de versie zoals deze na inwerkingtreding van het desbetreffende onderdeel van dewet omissies komt te luiden; zie de eerste voetnoot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 83 ook bewoners die een gebouw of woning huren een besluit voor eenvergoeding van het IMG of de NCG kunnen krijgen, zoals een immateriëleschadevergoeding of vergoeding voor verlies van zelf aangebrachtevoorzieningen bij versterking van een huurwoning, en hiertegen inbezwaar of beroep willen gaan met hulp van een advocaat.Voor de algemene maatregel van bestuur die op grond van dezedelegatiegrondslag wordt voorbereid geldt een voorhangprocedure. BeideKamers krijgen daardoor de gelegenheid zich over de uitbreidingen uit tespreken.Wijzigingen ten aanzien van het voorgestelde hoofdstuk 7a van deTijdelijke wet GroningenIn artikel I, onderdeel R, wordt voorgesteld een nieuw hoofdstuk 7a opte nemen, waarin één artikel was opgenomen. Dit artikel 19c betreft eenbepaling die wordt «overgeheveld» uit artikel 52c, tweede lid,Mijnbouwwet en die via een amendement3 tot stand is gekomen. Deindieners van het amendement hadden blijkens de toelichting daarbij voorogen «dat met het aannemen van dit wetsvoorstel [het wetsvoorstel totwijziging van de Gaswet en Mijnbouwwet in verband met de beëindigingvan de gaswinning uit het Groningenveld, Kamerstukken 36441] deverschillen tussen de bewoners van het aardbevingsgebied weer wordenvergroot. Fouten uit het verleden dienen niet te worden herhaald.» Voordie «fouten uit het verleden» refereerden de indieners in dezelfdetoelichting op het amendement aan een specifieke conclusie van deCommissie Verschillen (de commissie-Van Geel) dat «onaanvaardbareverschillen» moesten worden aangepakt. De Commissie constateerde dathet streven naar een gelijke uitkomst op sommige plekken niet afdoendeis om de verschillen te verzachten.Veel van de verschillen die na verloop van tijd zijn ontstaan in deschadeafhandeling of versterking zijn of worden opgelost met gebruik-making van de bestaande kaders.Voor schade gaat het daarbij in de eerste plaats om de ruimte voor hetzelfstandig bestuursorgaan IMG om te bepalen hoe de schadeafhandelingwordt ingericht en daarvoor, op grond van artikel 10 van de TwG, eenprocedure en een werkwijze vast te stellen. Een voorbeeld hiervan is de«aanvullende vaste vergoeding» die eigenaren op grond van dieprocedure en werkwijze4 kunnen ontvangen indien ze in het verleden (ookin de periode dat de afhandeling nog door de NAM en het Centrum VeiligWonen (hierna CVW) werd uitgevoerd) een vergoeding hebben ontvangenvan minder dan de 10.000 euro die eigenaren tegenwoordig krijgen alsvaste vergoeding bij een eerste schademelding op dat adres. Een andervoorbeeld is het mogelijk maken van een aanvullende aanvraag voor eenvergoeding voor immateriële schade bij nieuwe feiten. Daarnaast valt tewijzen op de nieuwe regeling daadwerkelijk herstel waarmee in lijn methet advies van de commissie-Van Geel herstel in natura zoveel mogelijkwordt gestimuleerd of de taak om knelpunten in verband met schade aante pakken waarvoor de grondslag is opgenomen in artikel 2, elfde lid,TwG. Ook heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over deaanpak op maat voor de omgang met oude NAM/CVW-schades5Voor versterken is het kader de algemene zorgplicht in artikel 13ba TwGom «alle maatregelen» te nemen om te voorkomen dat als gevolg van degaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad».3Kamerstukken II 2023/24, 36 441, nr. 32.4Artikel 2.8b van de Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022.5Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 1338.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 84 Geconstateerd is dat dit kader voor bepaalde verschillen nog onvoldoenderuimte biedt. Specifiek gaat het daarbij om verschillen die als gevolg vande versterkingsoperatie, maar niet binnen de versterkingsoperatie, zijnontstaan. In maatregel 12 van Nij Begun is hierover het volgendeaangegeven: «Conform het advies van de enquêtecommissie zal hetkabinet verschillen tussen bewoners oplossen die zijn ontstaan door detoepassing van veranderende berekeningsmethoden in de uitvoering vande versterking.» Die verschillen zijn enerzijds ontstaan door de wijzewaarop het risicoprofiel van een gebouw wordt bepaald, inclusief deverrijking daarvan, en daarmee of dat gebouw in de «scope» van deversterkingsoperatie wordt opgenomen. Anderzijds zijn de verschillenontstaan door wijzigingen in de wijze waarop wordt vastgesteld of eengebouw aan de veiligheidsnorm voldoet en de wijze waarop wordtbepaald welke maatregelen nodig zijn om een gebouw aan de veilig-heidsnorm te laten voldoen. Verschillen kunnen zijn ontstaan door(actualisering van) de regels en door toepassing van de regels. Eenvoorbeeld van actualisering van de regels is het verwerken van degevolgen van de afbouw van de gaswinning in de NPR en de typologie-aanpak. Deze actualisering kan in zeer specifieke gevallen hebben geleidtot onaanvaardbare verschillen. Een voorbeeld van een verschil doortoepassing van de regels is de keuze om een gebouw/woning wel of nietop te nemen in de versterkingsopgave. Deze keuze wordt gemaakt opbasis van een modelmatige inschatting van het veiligheidsrisico van hetgebouw en (handmatige) verrijking door onder meer de gemeenten metopname van het gebouw in het lokaal plan van aanpak (LPA). Bij dezeverrijking zijn woningen aan de versterking toegevoegd die conform hetmodel aan de veiligheidsnorm voldoen.6 Door met het oog op veiligheidin bepaalde situaties woningen die volgens het model naar verwachtingaan de veiligheidsnorm voldoen wel aan de versterking toe te voegen enin bepaalde situaties niet kan nu blijken dat er onaanvaardbare verschillenzijn ontstaan nu de versterking in gebieden is uitgevoerd. Dit zijn de«veranderende berekeningsmethoden» waarop de maatregel in Nij Begundoelde. Bij nader inzien is het van belang de reeds via het genoemdeamendement opgenomen bepaling die ziet op de periode na de beëin-diging van de gaswinning aan te vullen met een bepaling die eengrondslag biedt voor het nemen van besluiten voor de aanpak van dezeverschillen, die als gevolg van de versterkingsoperatie in het verleden zijnontstaan. Daartoe wordt een nieuw artikel 19d opgenomen. Dit artikelmaakt het mogelijk onaanvaardbare verschillen aan te pakken die zijnontstaan door de hiervoor genoemde wijzigingen. Dat gaat ook overwijzigingen die al zijn doorgevoerd voordat de TwG tot stand kwam. Hetwoord «onaanvaardbare» sluit aan bij de genoemde conclusie van deCommissie Van Geel. Deze term laat uiteraard ruimte voor de benodigdeafwegingen per geval. Wettelijk is er geen passende definitie te geven vanwat dat in de praktijk is. Het kabinet heeft hiervoor samen met de regioeen routekaart ontwikkeld waarmee kan worden bepaald of er sprake isvan onaanvaardbare verschillen én zo ja op welke wijze die kunnenworden verzacht. Om te bepalen of een verschil onaanvaardbaar wordtgeacht worden de aantallen en mate van verschillen – gerelateerd aan deversterking – in kaart gebracht. Ook wordt gekeken naar de oorzaak vandie verschillen en wordt gekeken naar de samenhang in het gebied waarverschillen voorkomen. Voor de keuze van een mogelijke oplossingworden de effecten op omliggende buurten in beeld gebracht en wordtgekeken naar vergelijkbare situaties in de rest van het gebied, dit om tevoorkomen dat er nieuwe onaanvaardbare verschillen in het versterkings-gebied worden gecreëerd. De lokale stuurgroepen die per versterkingsge-6Zie de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Tijdelijke wetGroningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen: Kamer-stukken II 2020/21, 35 603, nr. 3, p. 16/17.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 85 meente zijn ingericht hebben een centrale rol in het bepalen van deonaanvaardbaarheid én het voorstel om de onaanvaardbare verschillen tedempen.Om het mogelijk te maken dat al vooruitlopend op de inwerkingtredingvan artikel 19d verschillen worden aangepakt die niet op die inwerking-treding kunnen wachten, wordt aan dit nieuwe artikel terugwerkendekracht verleend in artikel V. Omdat de aanpak van verschillen altijd innauw overleg met de betrokken bewoners of ondernemers die eigenaarzijn van het gebouw wordt bepaald en uitgevoerd, en nooit tegen hun wil,en er geen derde belanghebbenden zijn, bestaat er geen bezwaar tegendeze terugwerkende kracht. Voor de datum daarvoor is gekozen voor hetmoment waarop het kabinet Nij Begun met daarin opgenomen maatregel12 publiceerde, te weten 25 april 2023.Wijzigingen ten aanzien van artikel 1 van de MijnbouwwetIn de voorgestelde wijziging van artikel 1 van de Mijnbouwwet isabusievelijk in de aanhef van de wijzigingsopdracht verwezen naar eenonjuist onderdeel. Dit wordt met deze nota van wijziging hersteld.Daarmee wordt aangesloten bij de op grond van artikel IV, onderdeel A,van de Verzamelwet KGG 2026 (Stb. 2025, 349) doorgevoerde aanpassingin artikel 1 van de Mijnbouwwet die op 1 januari jl. van kracht isgeworden.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van MarumTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 86
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
c5f73cd0-bc5b-4817-99dc-6f2e6cf0f813
30debatten
1.345bijdragen
18interrupties
169.383woorden in uitspraken