een datakluis bij de Belastingdienst met 64 miljoen documenten over de toeslagenaffaire
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank u wel, voorzitter. Na de toeslagenaffaire, de POK, een parlementaire enquête en alle discussies over hoe belangrijk het is dat ouders een compleet dossier krijgen over wat hun is overkomen, zou je denken: de lessen zijn inmiddels wel geleerd. Dan blijkt er een datakluis te bestaan, met daarin bestanden die mogelijk aanvullende informatie bevatten over de toeslagenaffaire: informatie die bij belangrijke informatieverzoeken en parlementaire onderzoeken niet is meegenomen. Daar komt nog iets bij. In juli 2025 waren de bewindspersonen al op de hoogte van het signaal dat deze datakluis mogelijk relevant was voor eerdere informatievoorziening. De Kamer wist van niets en werd pas veel later geïnformeerd. Dat is ernstig en, na alles wat hieraan vooraf is gegaan, moeilijk te begrijpen. Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is daarom heel concreet: was er vanaf het moment dat dit signaal bekend was daadwerkelijk een feitelijke reden waarom de Kamer niet geïnformeerd kon worden? Want juist na de toeslagenaffaire zijn met voorgangers duidelijke afspraken gemaakt over maximale transparantie richting de Kamer en ouders. Hoe verhoudt de keuze om de Kamer niet te informeren zich tot die afspraken? Want zorgvuldigheid en tijdigheid zijn geen tegenpolen. Maar daarmee zijn we er niet. Er liggen wat het CDA betreft nog een aantal fundamentele vragen. De eerste is: wat zit er eigenlijk in die datakluis en wat betekent die informatie voor ouders? Daarvoor gaat de externe commissie onder leiding van Senna Maatoug de inhoud van de datakluis onderzoeken. Deze commissie krijgt toegang tot alle informatie die daarvoor nodig is. Dat lijkt het CDA verstandig. Wat ons betreft staat deze commissie voldoende op afstand, waardoor de onafhankelijkheid maximaal geborgd is, en moet deze rechtstreeks met de Kamer kunnen communiceren als zij daar aanleiding toe ziet. Voorzitter. Wat BDO constateert over de uitvraag voor de parlementaire enquête is exemplarisch voor wat hier misgaat. Binnen de Belastingdienst werden vragen gesteld over de datakluis: moest die niet worden meegenomen in de zoekslag? BDO kan achteraf niet vaststellen of die vragen zijn beantwoord en of de zoekstrategie daarop is aangepast. Oftewel, er ging een brandalarm af, maar achteraf konden we niet vaststellen of iemand is gaan kijken waar de rook vandaan kwam. Dan weet je meestal wel wat de consequenties zijn. Daarom moet onafhankelijk worden vastgesteld wat hier precies is gebeurd en of er sprake was van opzet. Is bij de informatielevering aan de parlementaire enquête voldaan aan de wettelijke verplichtingen? Het CDA hecht sterk aan onafhankelijkheid om de feiten boven tafel te krijgen en betrekt daarbij ook de POK, andere parlementaire onderzoeken en informatieverzoeken waarbij de datakluis mogelijk buiten de zoekslag is gebleven. Maar er ligt nog een bredere vraag. Ik zie namelijk een organisatie die op cruciale momenten onvoldoende in control was over haar eigen informatie. De datakluis was bekend, maar niet overal was bekend hoe deze werkte. Informatie-uitvragen waren deels decentraal georganiseerd en duidelijke instructies om de datakluis mee te nemen ontbraken. De basis is simpelweg niet op orde. Dan komt de conclusie van de parlementaire enquêtecommissie bij mij keihard binnen. De patronen die tot het toeslagenschandaal hebben geleid zijn nog steeds aanwezig. Het kan dus weer gebeuren. Wat we vandaag bespreken roept daarom een pijnlijke vraag op: zijn die patronen inmiddels daadwerkelijk doorbroken? Kan de staatssecretaris garanderen dat bij een volgend informatieverzoek van de Kamer niet opnieuw een relevante informatiebron buiten beeld blijft? Zo nee, wat moet er nog veranderen om te voorkomen dat gebeurt waarvoor de enquêtecommissie heeft gewaarschuwd?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): We gaan een quizje doen. Ja, daar ben ik het mee eens.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik hoorde geen vraag. Ik hoorde vooral een opmerking.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Voorzitter.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik vind dat mij hier woorden in de mond worden gelegd, want ik heb het helemaal niet over BDO gehad. Ik heb het gehad over "onafhankelijk". Volgens mij kunnen wij als Kamer prima met elkaar uitdiscussiëren wanneer wij met elkaar iets voldoende onafhankelijk vinden. Ik wil ook helemaal geen terughoudendheid in onderzoek, maar ik wil wel terughoudendheid in conclusies. Ik ben niet voorzichtig omdat het minder ernstig is. Ik ben zorgvuldig omdát het zo ernstig is. Ik ben er gewoon heel erg bang voor dat we hier heel stoer gaan staan doen en zeggen "dit moet gebeuren" en over drie maanden denken: ai, als we nou slimmer waren geweest, waren we doeltreffender geweest en hadden we echt het verschil kunnen maken voor ouders. Als hier sprake is van opzet, als hier serieus iets is gebeurd wat wij niet goed vinden — en dat onderbuikgevoel hebben we allemaal — dan moet dat consequenties hebben. Maar ik wil dat wel zorgvuldig doen, omdat ik het zo ernstig vind. Daarom ben ik bang om te snel te springen en achteraf met elkaar te moeten constateren: dat hadden we slimmer moeten doen. We kunnen één keer raak schieten. Laten we dat alsjeblieft met elkaar doen. Als het van ons iets meer geduld vraagt om het slimmer te doen, denk ik dat we met elkaar een heel verstandig besluit nemen, ook voor de ouders.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Over één ding verschillen de SP en het CDA van mening. Ook als er één keer zo'n signaal was geweest, vind ik dat wij moeten vragen om hierop door te pakken. Volgens mij verschillen we helemaal niet van mening over wat er moet gebeuren. Volgens mij zijn wij nog iets meer zoekende naar wat de slimste route is. Als de uitkomst van dit debat is om enerzijds het OM te laten kijken naar strafbaarheid en anderzijds nog wel een goed feitenonderzoek te doen naar wat er precies is gebeurd, dan is dat de uitkomst. Daar ga ik niet voor liggen. Maar ik wil ook gewoon mijn zorgvuldigheid en mijn terughoudendheid op tafel leggen, niet omdat ik het niet ernstig vind, maar juist omdat ik het heel graag in één keer goed wil doen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Mijn ongeduld zegt: zo snel mogelijk. Laten we dit dossier alsjeblieft gewoon zo snel mogelijk naar een volgende stap brengen als dat nodig is — dan gaan we dat gewoon doen met elkaar — of sluiten. Ik kan hier zeggen "twee weken", maar ik weet niet of dat realistisch is. Maar als u zegt "zo snel mogelijk, met absolute grote urgentie", dan heeft u me helemaal mee. Als we daar iets voor moeten formuleren met een deadline om daar als Kamer beter de controle op te kunnen houden, dan doen we dat.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dat kan ik niet, omdat ik daar zelf ook nog over twijfel. We hebben hier natuurlijk ook gewoon uitgebreid met verschillende Kamerleden onderling over gesproken, juist omdat we hierin zoekende zijn. We hebben er ook technische informatie over gevraagd, juist omdat we zoekende zijn. Ik ben ook blij dat we voelen dat we dat qua zorgvuldigheid goed moeten doen met elkaar. Is het OM een goede route als het gaat om strafbaarheid en is er daarnaast een onderzoek nodig om feitelijk de zaak op orde te krijgen? Dat speelt nu een beetje in mijn hoofd als de best begaanbare route. Ik hoor daar graag het antwoord van de staatssecretaris op, maar ik hoop vooral dat wij dat hier niet bepalen met elkaar, maar dat ze zelf — ze hebben ons goed gehoord — tot de conclusie komen dat de Kamer en de ouders iets nodig hebben om verder te komen in dit dossier.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Volgens mij ben ik vrij duidelijk geweest: de onderste steen moet boven. Daar zit gewoon helemaal geen licht tussen. Wij zijn alleen nog op zoek naar de meest effectieve en goede manier om dat te doen, zodat we niet over drie maanden zeggen: als we dit hadden geweten, hadden we het toen misschien net iets anders aangepakt. Ik wil het nu gewoon in één keer goed doen, en niet de ouders het beeld geven dat de Kamer stoer is omdat ze het OM inschakelt en achteraf denken: als we dit tussenstapje hadden gezet of deze mensen er nog eens extra naar hadden laten kijken, dan hadden we betere uitkomsten gehad. We moeten gewoon niet hebben dat er weer discussie ontstaat over een aanpak die onzorgvuldig is geweest waardoor ouders niet de antwoorden krijgen die ze verdienen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik vind het wel jammer dat er niet is geluisterd naar mijn inbreng, waarin ik letterlijk heb gezegd: daarmee moet onafhankelijk worden vastgesteld wat hier precies is gebeurd, of er sprake was van opzet en of er bij de informatieaanlevering bij de parlementaire enquête voldaan is aan de wet. Daarmee heb ik geprobeerd om voldoende uitspreken: dit wil ik en op het moment dat dat niet zo blijkt te zijn, gaat dat consequenties hebben. Maar dat moeten we zeker weten.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Nogmaals, ik heb nergens gezegd dat ik wil dat de overheid het onderzoek gaat doen. Ik heb juist gezegd dat het onafhankelijk moet worden vastgesteld. Op het moment dat we hier met elkaar vandaag tot de conclusie komen dat het OM hierin een rol moet hebben, dan gaan we die route bewandelen. Die onafhankelijkheid is voor mij net zo belangrijk als voor u, omdat ik snap dat we, los van of het vervolgens wel of niet goed gebeurt, niet de schijn moeten wekken dat we het door de overheid laten doen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik vind wel dat er een verschil is met een inwoner van Nederland. Ik vind voor hen ook: bij twijfel, doe aangifte. Ik vind dat wij ook een bepaalde zorgvuldigheid met elkaar moeten betrachten, juist om te zorgen dat die onderste steen bovenkomt op het moment dat het niet goed lijkt te zijn. Nogmaals, mijn onderbuikgevoel gaat net zo hard af. Ik wil dan ook dat het consequenties heeft. Dat is de enige reden. We zijn hierover gewoon goed met elkaar in gesprek. Nogmaals — ik val wel een beetje in herhaling — als wij hier met elkaar tot de conclusie komen dat dat de weg is die we moeten lopen, dan is dat de weg die we gaan lopen met elkaar.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik vind dat we daarop door moeten vragen. Nee, wij moeten dat niet doen; wij moeten ervoor zorgen dat daarop doorgevraagd wordt. Dit is gewoon een signaal waar we met elkaar op moeten doorvragen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik vind dat wij dat vandaag met elkaar moeten bepalen. Ik vind dat we dadelijk moeten gaan luisteren naar de staatssecretarissen. Als wij het gevoel hebben dat zij niet de richting opgaan die wij met elkaar zouden willen en dat wij denken dat daarmee niet de onderste steen bovenkomt, dan vind ik dat wij met elkaar moeten nadenken over wat wij denken dat nodig is en wat wij een verstandige route zouden vinden.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Wat we vandaag bespreken, roept daarom wederom de pijnlijke vraag op: zijn die patronen inmiddels daadwerkelijk doorbroken? Kan de staatssecretaris garanderen dat bij een volgend informatieverzoek van de Kamer niet opnieuw een relevante informatiebron buiten beeld blijft? En, zo nee, wat moet er nog veranderen om te voorkomen dat gebeurt waarvoor de enquêtecommissie heeft gewaarschuwd? Dit is geen vraag die we voor de volledigheid stellen; dit is feitelijk de lakmoesproef voor de lessen van de parlementaire enquête. Voorzitter. Ik hoor mezelf praten over een kluis en over data, maar uiteindelijk gaat dit over mensen. De Belastingdienst heft belastingen, houdt toezicht, legt boetes op en neemt besluiten die diep kunnen ingrijpen in het leven van burgers en bedrijven. Een organisatie die zo veel informatie over mensen heeft en zulke verstrekkende besluiten neemt, moet zijn eigen informatie op orde hebben. Dat is een voorwaarde voor vertrouwen in de overheid.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Nee. Nee, dat heb ik absoluut niet gezegd. Sterker nog, ik wil van de staatssecretarissen horen wat zij gaan doen om te zorgen dat de aanbevelingen uit de parlementaire enquête voldoende zijn opgevolgd. Ik wil dat gewoon weten. Op het moment dat er weer iets gebeurt, hebben we een aantal stevige aanbevelingen liggen. Daar hebben we over gedebatteerd. We hebben als Kamer gezegd dat een heel groot deel daarvan moet worden overgenomen. Ik wil weten hoe het daarmee staat. Op het moment dat de staatssecretarissen zeggen "dat weten we niet precies" of "we zijn er nog lang niet", dan vind ik dat we daar als Kamer vervolgmoties over moeten indienen, want de basis moet op orde. Ik ben niet naïef, maar ik ben wel bang dat de basis nog niet op orde is. Ik hoop dat meneer Mulder dat met mij deelt en mij daarin wil steunen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Volgens mij halen we hier twee discussies door elkaar, of haalt de heer Mulder twee discussies door elkaar. Mijn laatste punt ging over het fundamentele aspect dat we een hele grote organisatie hebben die dagelijks belastingen heft, mensen boetes oplegt en misschien mensen aanschrijft "u heeft een probleem; kom over de brug". Daarbij weten wij dat de informatievoorziening niet op orde is. Naast alle discussies die we hebben gehad vind ik dat we daar verantwoordelijk voor zijn. Ik heb namelijk geen zin om over zes jaar te lezen dat we ergens wisten dat we een datakluis hadden maar dat we daar als Kamer zelf ook niet voldoende scherp op zijn geweest. In 2019 was er een datakluis, en niemand in de Kamer heeft gevraagd: hoe werkt het, hoe zit dat precies, zijn de gegevens voldoende beschermd? Ik zou het mezelf heel kwalijk nemen. Ik wil dat voorkomen. Ik wil dat die zaak op orde komt. Vandaar mijn vraag. Dat is niet naïef; dat is zorgvuldig.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik hoor mijn collega praten over informatie die achterover zou zijn gedrukt. Deze collega was toevallig in 2019 betrokken bij de discussie over het bestaan van een datakluis. Dat is ook twee keer teruggekomen in een debat. Daar zijn nul vragen over gesteld, gewoon nul vragen. Er is niet gevraagd wat er in wordt gezet, hoe ermee wordt omgegaan, wat het is, of we een risico lopen wanneer er een uitvraag wordt gedaan. Er zijn nul vragen over gesteld. Ik vind het dus best wel ingewikkeld om anderen de maat te nemen, maar zelf destijds niet kritisch te zijn geweest over wat er gebeurde.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik denk dat het naïef is om, als je weet dat er heel veel informatie uitstaat, daar als Kamer zelf ook jarenlang niet om te vragen. Ja, ik vind dat het kabinet hierin een grote verantwoordelijkheid heeft. Maar ik vind ook — zo zie ik mijn rol als Kamerlid tenminste — dat ik continu kritisch moet zijn op wat hier gebeurt en me af moet vragen of het mis zou kunnen gaan. Dat mis ik een beetje in deze discussie. Dat is geen afleiding. Ik vind dat we dit ook met elkaar moeten doen. Daar heeft de Kamer ook een rol en een verantwoordelijkheid in.
Bron, video en gesprek →