Financiële markten
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Interessant punt. Ik denk dat velen van ons met een schuin oog kijken naar wat men daar doet om beleggen een bijna normaal onderdeel van de samenleving te maken. In Nederland hebben wij echter wel een andere cultuur. Die is toch weerbarstig, merk ik. Hoe kijkt PRO daarnaar? Welke ideeën zouden zij hebben om mensen toch een beetje over die drempel heen te helpen, opdat zij wel gaan beleggen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank je wel, voorzitter. Europa heeft na 2008 een heel veilig bankensysteem opgebouwd. De keerzijde is dat het regelgevend kader zo complex is geworden dat banken minder ruimte hebben om investeringen en economische groei te financieren, terwijl er volgens de Europese Bankenfederatie jaarlijks juist 1,4 biljoen euro aan extra investeringen nodig zijn om onze economie toekomstbestendig te maken. Voorzitter. Banken zijn er om spaargeld, financiering en kapitaal beschikbaar te maken voor gezinnen, ondernemers en bedrijven die willen investeren en groeien. Het CDA steunt daarom de inzet van het kabinet om vaart te maken met de kapitaalmarktunie. Tegelijkertijd hebben we een aantal zorgen die laten zien hoe we balanceren tussen meer Europese samenwerking willen aan de ene kant, en de weerbarstige realiteit van nationale verschillen aan de andere kant. Allereerst zijn er de kapitaalvereisten voor banken. In Basel IV zijn hiervoor verschillende risicoafwegingen vastgelegd met een terechte overgangsregeling voor woninghypotheken en leningen aan investment-gradebedrijven zonder extra rating. In Nederland gaat het dan vaak om financieel gezonde, middelgrote familiebedrijven: een belangrijke ruggengraat van onze economie. Na 2032 vervalt deze overgangsregeling. Daardoor moeten banken meer kapitaal aanhouden voor leningen met een aantoonbaar laag risico. Dat kan de kredietverlening aan gezonde bedrijven beperken, juist op het moment dat er meer investeringen nodig zijn voor onze economische groei. Hoe kijkt de minister hiernaar en is hij bereid zich in Europees verband in te zetten om deze overgangsregeling permanent te maken? Duitsland en Frankrijk lijken hier ook voor te pleiten. Voorzitter. Ook maken wij ons zorgen over de steeds strengere opstelling van de ECB ten aanzien van aflossingsvrije hypotheken. Verdere beperking kan de doorstroming onder met name ouderen belemmeren, terwijl doorstroming zo hard nodig is om de woningmarkt in beweging te krijgen. Juist daarom hebben wij onlangs samen met 50PLUS een initiatief aangeboden aan de minister van VRO om overwaardehypotheken beter in te zetten voor de doorstroming op de woningmarkt. Herkent de minister dit risico en hoe brengt het kabinet het Nederlands belang onder de aandacht bij de ECB en andere lidstaten? Voorzitter. Dan de nieuwe Europese antiwitwasregels. Als we werken aan één Europese kapitaalmarkt hoort daar ook een slimme en proportionele vorm van toezicht bij. Harmonisatie mag niet uitmonden in dubbel toezicht of in het op Europees niveau herhalen van gemaakte fouten uit het verleden. In Nederland zetten we gelukkig stappen richting een meer risicogebaseerde aanpak, met minder onnodige administratieve lasten voor ondernemers en maatschappelijke organisaties. Tegelijkertijd zien we dat Europa weer lijkt te neigen naar een afvinkcultuur op dit terrein en dat moeten we echt niet willen. Hoe gaat de minister in Europa voldoende steun organiseren voor een werkelijk proportionele, risicogebaseerde aanpak? Dan een heel ander onderwerp: financiële weerbaarheid van mensen. U weet hoeveel waarde het CDA hieraan hecht. Een treffend stukje uit Het Financieele Dagblad: "We sturen 18-jarigen de weg op in een financiële formule 1-wagen, zonder ze te vertellen waar de rem zit. Scholen leren jongeren niet hoe ze slim met geld om moeten gaan, of vermogen opbouwen, maar kijken vervolgens verbaasd op als jongeren massaal uit de bocht vliegen door filmpjes van finfluencers op TikTok. Finfluencers en schimmige goksites springen immers graag in dit educatieve vacuüm." Dat is geen toeval, maar geïnstitutionaliseerd financieel analfabetisme. De overheid bepaalt de wettelijke minimumeisen waaraan elke middelbare school in het land moet voldoen. Door geldlasten niet mee te nemen in de kerndoelen van het middelbaar onderwijs laat de overheid in mijn ogen essentiële geldlessen bewust uit het curriculum. Daardoor maakt de overheid niet alleen de baan vrij voor financiële kwakzalvers; ze gooien de tank eigenhandig vol met brandstof. De eerste resultaten van het onderzoek naar spaargedrag zijn niet verrassend, maar wel zorgelijk. Een op de vijf huishoudens met een midden- of hoog inkomen heeft niet eens een buffer ter hoogte van één maandsalaris. Welke stappen gaat de minister zetten om de bewustwording hierover te vergroten? Is hij bereid financiële weerbaarheid, waaronder bufferopbouw, nu eindelijk eens een vaste plek te geven in het onderwijs? Tot slot, voorzitter, het UBO-register. Er bereiken ons signalen dat non-bancaire financiers geen toegang hebben tot het UBO-register, terwijl ze op grond van de Wwft wel verplicht zijn om uiteindelijk belanghebbenden te controleren. Daardoor moeten ondernemers zelf een gewaarmerkt uittreksel opvragen en aanleveren met onnodige vertraging en administratieve lasten als gevolg. Herkent de minister deze signalen en ziet hij mogelijkheden om dit op korte termijn praktisch op te lossen? Dank je wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ook hier voel ik wel een spagaat. Aan de ene kant praten we hier in de Kamer namelijk al best wel een tijdje over de complexiteit die met de UBO samengaat en aan de andere kant willen we graag meer inzicht hebben. Volgens mij is het dus belangrijk dat we ervoor zorgen dat het echt veel eenvoudiger wordt als we zeggen dat we strengere eisen willen. Het is nu namelijk echt niet te doen voor ondernemers, maar bijvoorbeeld ook voor verenigingen. Dat vinden wij echt doorgeslagen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Als we inderdaad risicogericht gaan werken, ben ik alweer een beetje opgelucht, want dat sluit dan weer aan bij een eerder punt in mijn inbreng waar ik zorgen over heb. Ik zou graag ook even de reactie van de minister hierop afwachten, want dit signaal stond bij mij iets minder op het netvlies. Ik kan dan wel stoer een antwoord geven, maar ik ben liever iets meer geïnformeerd.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dit is natuurlijk een belangrijk thema en een relevante vraag aan de minister, maar ik ben ook wel benieuwd hoe mijn collega van D66 hier zelf naar kijkt. Hoe komt dat en wat zouden we eraan kunnen doen om dat te verbeteren?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Die gaat eigenlijk over het stukje "we moeten leren van de financiële crisis". Daar ben ik het natuurlijk mee eens. Aan de andere kant zijn wij ook wel van mening dat we wel heel erg doorgeslagen zijn in het leren, om het zo maar te zeggen. Ik heb in mijn inbreng een aantal spagaatpunten benoemd over kapitaal aanhouden van onderdelen waarvan wij ons afvragen of we daar zo hard op moeten meebewegen. Hoe kijkt D66 daarnaar?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Nee.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Sorry. Heel kort, dit is mijn laatste interruptie. Maar goed, we hebben ook een debat met elkaar. Het gaat mij om kapitaalvereisten. We zeggen dus: voor bepaalde, niet heel risicovolle financieringen moet heel veel geld aangehouden worden. Dat kunnen we minder goed wegzetten in de markt. Daar gaat het mij om.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Het lijkt me goed om die impact goed in kaart te laten brengen. Staat in het verhaal van 15 juli ook wat dit specifiek voor Nederland betekent of moet dat apart gebeuren? En als dat apart moet, om mijn vraag maar even af te maken, wanneer krijgen we die informatie dan? Want dan kunnen we hierover een volledig debat voeren.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Het is fijn dat hier aandacht voor is. Ik was ook benieuwd in hoeverre met name jongeren hier zelf bij betrokken worden. Ik heb pas in de klas een les mogen geven over financiële weerbaarheid. Het was op een gegeven moment eigenlijk geen les die ik heb gegeven, maar een les die ze mij hebben gegeven, namelijk hoe zij kijken naar geld en sparen. Ik vond het superinteressant. Ik dacht: misschien moeten we wel veel meer doen om aan te sluiten bij hun belevingswereld.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Heel kort. Ik zie ook dat er hartstikke mooie dingen gebeuren. Tegelijkertijd zie ik natuurlijk ook gewoon wat er in de praktijk gebeurt. Ik ben blij met wat de minister aangeeft over financiële educatie. Ik denk altijd: het hoeft natuurlijk niet naast elkaar te bestaan; je kunt prima in je rekenlessen leren rekenen met geld in plaats van dat je daar weer een apart curriculum voor opricht.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Wat kunnen we nog doen om daarbij te helpen? Het is misschien een hele rare vraag, maar ik zie ook gewoon dat wij wel andere systemen hebben met onze pensioenfondsen et cetera dan heel veel andere landen. We zien echter ook wel in de praktijk dat het bij de doorstroming gewoon niet helpt. Misschien maak ik het probleem te groot in mijn hoofd, maar ik krijg best wel wat signalen uit de praktijk dat het wel echt een praktisch probleem is.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Daar ben ik toe bereid. Als dat het proces helpt, ga ik er niet doorheen fietsen. Maar dan zou ik wel graag aan de minister willen vragen of de Kamer er actief over geïnformeerd wordt op het moment dat er meer duidelijkheid over is.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ja, of ik heb het gemist, hoor. Ik had een vraag over de risicogerichte aanpak. We weten natuurlijk dat er in Europa discussie over is. Ik had nog gevraagd hoe de minister in Europa voldoende steun gaat organiseren voor die proportionele, risicogebaseerde aanpak die wij hier heel graag willen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank u wel, voorzitter. Ik heb voor nu geen aanvullende vragen. Dank voor de beantwoording. Ik weet ook echt wel dat ik in sommige gevallen weer naar de bekende weg vraag, bijvoorbeeld met betrekking tot de proportionele, risicogebaseerde aanpak, maar omdat we het zo belangrijk vinden, vind ik dat we daar gewoon met elkaar over in gesprek moeten blijven. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →