Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ja, heel kort. De heer Grinwis en ik zitten al een tijdje in de commissie voor de Werkwijze. Wij hebben heel vaak van deze discussies. Ik zou de heer Bikkers in ieder geval graag willen uitnodigen om aan te haken, want ik vind dat we over deze onderwerpen verder moeten praten. Ik heb niet de illusie dat een moreel appel in deze Kamer de wereld gaat veranderen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Eigenlijk heb ik dezelfde vraag als die ik aan de collega van de VVD zou willen stellen: wat zijn dan de concrete oplossingen vanuit PRO? Het zijn onderwerpen die ons allemaal bezighouden. We kunnen heel veel vragen stellen aan de Voorzitter, maar we kunnen natuurlijk zelf ook nadenken en met voorstellen komen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank je wel, voorzitter. Ik wil ook beginnen met een woord van waardering voor, en dank aan, de collega's die werken in de ondersteuning van de Tweede Kamer. Dat doen we vandaag breed bij de Ramingen, maar ik denk ook dat het belangrijk is om dit regulier, regelmatig, te doen, want het voorkomt vanzelfsprekendheid. Wij worden in de Tweede Kamer heel goed en met veel toewijding ondersteund en daar is het CDA dankbaar voor. Dan de inhoud van dit debat. Ik begin met een reflectie op de slagkracht van de Kamer als instituut, want — dat weet u hopelijk van de CDA-fractie — wij vinden dat we als Tweede Kamer zorgvuldig om moeten gaan met de instrumenten die wij hebben. We hebben de tweede regering op rij die een taakstelling op de Rijksoverheid heeft ingeboekt en de huidige regering zet daarnaast in op een slagvaardige overheid. De Tweede Kamer kan hier ook een steentje aan bijdragen door te minderen: elke motie, elke set schriftelijke vragen en elke ingediende mondelinge vraag kost de ambtenaren veel tijd en daar moeten we behoedzaam mee omgaan. Tegelijkertijd is dat ingewikkeld, want hoe verminder je bijvoorbeeld het aantal moties zonder de indruk te wekken dat je als Kamerlid minder actief of minder betrokken zou zijn? Het Presidium schrijft in antwoord op onze vragen hierover dat de oplossing niet gezocht moet worden in het aanpassen van procedures en reglementen, maar in de omgang daarmee. Een vraag aan de Voorzitter is wat hij kan doen om hieraan bij te dragen. Dan bedoel ik: bijdragen aan het matigen. Hoe verklaart de Voorzitter bijvoorbeeld dat toezeggingen vaak alsnog in moties omgezet worden? Wat kunnen we doen om dát tegen te gaan? Kunnen we het proces van mondelinge vragen zo inrichten dat voorbereiding minder tijd kost? Alle vragen worden nu voorbereid, maar zouden ze bijvoorbeeld gewoon eerder uitgekozen kunnen worden, waardoor er maar drie voorbereid hoeven te worden? Voorzitter. Dan wil ik toch ook ingaan op een gemene deler die ik in veel schriftelijke inbrengen van fracties heb teruggezien, namelijk de uitbreiding van DAO. Naast oprechte waardering te uiten voor hun werk hebben veel fracties vragen gesteld over de uitbreiding van de capaciteit ervan. DAO is gegroeid en zal nog meer groeien als de goedbestuurgelden ook daaraan besteed gaan worden. Als ik de gestelde vragen goed interpreteer, is het voor fracties onduidelijk wat dit oplevert. Daar is inderdaad in de beantwoording uitgebreid op ingegaan, maar daarin miste ik een reflectie op het feit dat zoveel fracties hier vragen over stelden. Dat zegt namelijk ook wat. Daarom wil ik graag een reflectie hebben van de Voorzitter hierop. Hoe interpreteert het Presidium het signaal dat zo veel verschillende fracties hier in meer of mindere mate kritiek op hebben? Dat brengt mij bij misschien wel het meest gevoelige punt van vandaag: de besteding van de middelen van goed bestuur. De kernvraag is wat ons betreft namelijk hoe deze middelen het beste kunnen worden ingezet om de Tweede Kamer beter in staat te stellen haar werk te doen. Wij hebben binnen onze fractie in ieder geval uitgebreid gesproken over de vraag waar extra ondersteuning het meest effect heeft. De discussie die wij hadden, ging over de volgende vragen. Leidt meer ondersteuning tot inhoudelijk betere controle? Gaat extra capaciteit bijdragen aan een verschuiving van zichtbaarheid naar kwaliteit? Heeft de Kamer vooral een capaciteitsprobleem of vooral een prikkelprobleem, waarbij zichtbaarheid soms meer wordt beloond dan verdieping? Dat zijn geen eenvoudige vragen. Onze fractie leunt in ieder geval qua inhoudelijke ondersteuning sterk op de samenwerking met onze fractiemedewerkers. Van hen vragen wij heel veel. Tegelijkertijd zien wij dat de werkdruk hoog is en dat dossiers steeds complexer worden. Het CDA hecht dus aan de inhoudelijke verdieping en aan een krachtige parlementaire controle. Daarom zijn wij tot de conclusie gekomen dat onze fractie meer behoefte heeft aan extra ondersteuning voor het directe Kamerwerk binnen de fracties dan aan verdere uitbreiding van de Dienst Analyse en Onderzoek. Om die reden hebben Henri en ik hierover een amendement ingediend. We hebben er natuurlijk wel uitvoerig over getwijfeld, want wij realiseren ons heel goed dat het frame dat politici vooral meer geld voor zichzelf willen, gemakkelijk gemaakt is. Maar voor ons gaat het niet om meer middelen voor politici; het gaat om een betere ondersteuning van het parlementaire werk. Uiteindelijk moet iedere euro die wij hier besteden, ten dienste staan van een Kamer die beter kan controleren, betere wetgeving kan maken en haar volksvertegenwoordigende taak beter kan uitvoeren. Voorzitter. Dan heb ik nog een aantal losse opmerkingen en vragen. Ten aanzien van de evaluatie van de dienstauto van de Griffier. Als het contract in 2028 afloopt, lijkt het ons zinnig om al een jaar eerder te evalueren, en niet in het jaar zelf. Graag een toezegging van de Voorzitter hierop. Juist vandaag spreken wij over hoe schaarse middelen het parlementaire werk kunnen versterken. Dan moeten we onszelf ook steeds de vraag stellen waar extra uitgaven werkelijk aan bijdragen. Tegen die achtergrond vinden wij een dienstauto voor de Griffier geen logische prioriteit. We wachten de evaluatie met belangstelling af. Voorzitter. Mijn oog viel ook op de vraag van de BBB-fractie. Ze zijn er niet meer, maar ze benoemden dat gastvrijheid van hen een kernwaarde is. Tja, en dan komt het CDA aanzetten met "gespreide verantwoordelijkheid". Maar zij vroegen daarbij terecht om het petitiemuntje terug te laten keren. Het is heel mooi dat het Presidium dat heeft toegezegd en dat dat er na het zomerreces weer is. Tot slot — mijn collega Grinwis hintte er ook al op — de commissie voor de Werkwijze. Ik hoor ook vandaag weer veel vragen die vervolgens verwezen worden naar de commissie voor de Werkwijze. Ik zou zeggen: join us, sluit aan en doe mee. Het is echt goed om daar inhoudelijke debatten te voeren over hoe we dit nou eigenlijk doen met elkaar. Ik heb toch ook wel een kritiekpuntje. We hebben inmiddels een aantal rapporten opgeleverd en het opvolgen van de aanbevelingen mag in onze ogen wel iets beter. Ook dat is elkaar serieus nemen. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ja, uiteraard willen we daar altijd over meedenken. Ik krijg die signalen vanuit mijn fractie eerlijk gezegd wat minder, behalve met betrekking tot het Belastingplan, omdat we dan gewoon in hele korte tijd ontzettend veel wetgeving met elkaar proberen te vertimmeren. We hadden onszelf ook de vraag kunnen stellen of dat heel verstandig is, maar dat is weer een ander debat. Maar we willen altijd meedenken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik wil absoluut niet denigrerend doen richting kleine fracties, want ik kom zelf uit een kleine fractie en ik weet dat het echt anders werkt dan in een grote fractie. Nogmaals, we willen dus graag meedenken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik sloeg even aan op wat de Voorzitter aangaf. Met betrekking tot het geld dat overblijft voor IT-ondersteuning et cetera zei hij dat het krap is. Kan de Voorzitter een indicatie geven van wat in dit geval goed werkbaar zou zijn?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik benoemde ook iets heel concreets in de werkwijze wat we ooit hebben bedacht, namelijk toezeggingen bij het tweeminutendebat neerleggen, met de veronderstelling dat de voorzitter op het moment dat er een motie wordt ingediend waarvoor er eigenlijk al een toezegging ligt, zou zeggen: hallo, dit is een overbodige motie; hier heb je al een toezegging voor liggen. Volgens mij gebeurt dat in de praktijk alleen niet of nauwelijks. Volgens mij is dat gewoon een heel simpel disciplinerend iets dat wellicht zou kunnen helpen. Mijn vraag is dan eigenlijk: waarom leggen we wel een lijstje neer, maar doen we er vervolgens niks mee?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Sorry voor mijn geïrriteerdheid, maar hier hebben we het heel vaak over gehad. De afspraak was: er komt bij het tweeminutendebat een lijst van toezeggingen te liggen, zodat de voorzitter precies weet wat er is toegezegd. Er wordt nu gerefereerd aan de komende week. Ik snap dat het echt een gekkenhuis is en dat het dan veel moeilijker is om daar gedisciplineerd mee om te gaan, maar in de reguliere vergaderstructuur moet het toch mogelijk zijn om dit op basis van dat lijstje beter te doen met elkaar?
Bron, video en gesprek →