Wapenexportbeleid
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PVV (2023-12-06–2025-11-11) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Ram (PVV): Ik begrijp niet waarom mevrouw Dobbe deze vraag stelt, want de vergunningen waarop zij doelt staan gewoon gerapporteerd op de website van de rijksoverheid. Die zijn gewoon in te zien. U kunt gewoon naar de website gaan en al die vergunningen bekijken. Waarom vraagt u naar iets wat allang publiekelijk beschikbaar is?
Bron, video en gesprek →De heer Ram (PVV): Volgens mij voldoen de minister en haar voorgangers gewoon aan de motie uit 2011, waarin heel duidelijk werd gesteld vanuit de Kamer waaraan deze vergunningen moeten voldoen en wanneer er een versnelde procedure is naar de Kamer toe, waarbij er versneld een brief moet komen. Als het daar niet aan voldoet, wordt het gewoon gerapporteerd op de website. U heeft al sinds 2011 de tijd om al die vergunningen gewoon te bekijken. Dat heeft u dus kennelijk niet gedaan. Dan vraag ik me af waarom u dat niet gedaan heeft en waarom u nu pas wakker wordt. Is dat omdat er nu toevallig een artikel is van Follow the Money? U laat zich dan leiden door de actualiteit, maar u doet uw werk dus al sinds 2011 niet.
Bron, video en gesprek →De heer Ram (PVV): Voorzitter, dank u wel. De wereldwijde veiligheidssituatie wordt steeds complexer. Russische agressie tegen Oekraïne, spanningen rond Taiwan en de voortdurende conflicten in het Midden-Oosten vragen om een robuust en strategisch wapenexportbeleid. Onze veiligheidssituatie wordt lastiger. We gaan in Europa 1.200 miljard uitgeven aan extra wapens. Tegelijkertijd zien we dat Nederland zich wil aansluiten bij het exportverdrag in het defensiedomein, met Frankrijk, Spanje en Duitsland. Dit moet leiden tot minder administratieve lasten en meer toegang tot internationale projecten voor onze bedrijven. Dit roept bij ons een aantal vragen op over onze nationale soevereiniteit en de geopolitieke implicaties. Ik wil het volgende voorleggen aan de minister. Kan de minister aangeven hoe het toetreden tot dit verdrag specifiek onze economische en geopolitieke positie versterkt? Welke waarborgen zijn er om onze nationale soevereiniteit te beschermen? Is de minister bereid om een uitgebreide analyse te delen, eventueel via een brief aan de Kamer, waarin de impact op de economie, onze defensie-industrie en de geopolitiek uiteen wordt gezet, met het oog op onze eigen soevereiniteit? Voorzitter. Het vergunningenstelsel, net ook al genoemd, is nodeloos complex. Het stelt onze bedrijven op een achterstand, waardoor Nederland orders misloopt. En dat terwijl Europa miljarden in defensie wil gaan investeren en wij in de begroting ook miljarden hebben vrijgemaakt voor onze defensiebegroting. Op deze manier is het weggegooid geld, want we staan achteraan in de rij in Europa. Griekenland, Spanje en Frankrijk kunnen veel makkelijker exporteren, omdat ze op een andere manier vergunningen verstrekken. Het zou een gelijk speelveld moeten zijn, maar dat is het niet. Om onze wapenindustrie robuuster te maken en om een robuust ecosysteem te creëren, waardoor we ook in tijden van nood onze eigen wapens kunnen maken, zullen we toch een stap extra moeten doen. Dus ik doe een verzoek aan de minister om de regeldruk te verminderen en om een andere manier te vinden voor het verlenen van onze vergunningen. Op dit moment moet er op basis van een contract een vergunning verstrekt worden, terwijl dat bijvoorbeeld in Frankrijk op basis van een offerte kan. Dat betekent dat ze veel eerder in het proces zitten. Die landen zeggen ook tegen deze klanten: je moet niet bij Nederland zijn, want je weet nooit of je een vergunning krijgt. Zo'n heel traject voor vergunningverlening duurt vijf tot zeven jaar. Wij geven pas in het vijfde of zevende jaar een exportvergunning. Dus dat betekent een grote mate van onzekerheid. Het betekent ook dat wij orders mislopen binnen Europa. Daarnaast is het de vraag of er ook op basis van een algemene vergunning gewerkt kan worden, een "ja, tenzij"-principe, zodat onderaannemers niet ook nog apart een wapenexportvergunning moeten aanvragen. Ik zeg dit omdat Nederlandse bedrijven allang elk jaar worden gecontroleerd door de MIVD, dus waarom moeten die onderaannemers ook een wapenexportvergunning aanvragen, terwijl de hoofdaannemer al een vergunning heeft aangevraagd? Dat is een van de punten waar de wapenindustrie tegen aanloopt. Een ander punt is de EU-harmonisatie van de wapenexportregels. Hoe staat het daarmee? Eerder had minister Klever aangegeven dat daar binnen de EU over gesproken wordt. Hoe staat het met die hervormingen? Hoe wordt dit allemaal echt gelijkgeschakeld binnen de EU, zodat er geen ongelijk speelveld is?
Bron, video en gesprek →De heer Ram (PVV): Ik heb dan nog één punt. Dat gaat over de imvo-wetgeving, de zogeheten CSDDD. Daar wordt in gezegd dat er aan een inspanningsverplichting moet worden voldaan door de bedrijven. Dat geldt dus ook voor onze wapenindustrie. Maar ja, wat is een inspanning? Betekent het dan dat elke ngo naar de rechter kan stappen om daar te toetsen of aan die inspanningsverplichting is voldaan? Wat betekent dat voor onze wapenexporten? Volgens mij betekent dit een grote mate van rechtsonzekerheid. Ik wil aan de minister vragen of het ook mogelijk is om, net als bij de wapenexportregels, ook hier te kijken naar een marginale toets door de rechter. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →De heer Ram (PVV): Dank u wel. De minister geeft aan dat er tijdens de offerte dan eerst een vergunning moet worden getoetst. Je kunt gewoon een offerte aangaan en vervolgens een vergunning aanvragen. Dat doen ze in Frankrijk ook. Zij geven voor veel langere tijd vergunningen af. Zij werken weliswaar ook met bijvoorbeeld één jaar voor heel specifieke gevallen, maar als het om heel langdurige projecten gaat, bijvoorbeeld het maken van een onderzeeboot, kunnen de hele looptijd en het onderhoud onder dat contract vallen. Dat betekent dat Frankrijk en ook andere landen een voorsprong hebben op deze markt, omdat ze bij de offerte al zekerheid kunnen geven. Dat kunnen wij dus niet. Wij moeten echt wachten op dat contract. Als je uiteindelijk een wapen bestelt, dan moet je vijf tot zeven jaar wachten voordat je de vergunning kunt krijgen, want de looptijd van het maken van dat wapen is vijf tot zeven jaar. Dat betekent dat wij een gigantische onzekerheid hebben en dat onze industrie gewoon op achterstand staat. Ziet de minister dat ook?
Bron, video en gesprek →De heer Ram (PVV): Ik ben er toch wel enigszins verbaasd over dat de minister dat niet herkent. Ik heb gesproken met een aantal bedrijven. Zij geven aan dat dit wel degelijk speelt. Sterker nog, landen zoals Frankrijk, Spanje of Griekenland zeggen gewoon tegen hun klanten: je kunt beter niet bij Nederland zijn, want dan weet je niet zeker of je de vergunning krijgt over vijf jaar; bij ons krijg je die wel. Dat zijn de geluiden die ik opvang uit onze industrie. Het lijkt mij heel goed voor onze eigen veiligheidspositie en de opbouw van onze eigen defensie-industrie dat we onze industrie niet achteraan laten aansluiten. We moeten die gewoon uitbouwen, gezien de geopolitieke situatie. Het idee is dat wij overal gidsland moeten zijn, maar vervolgens staan we op het zogenaamde gelijke speelveld achteraan. Dat is volgens mij niet de bedoeling.
Bron, video en gesprek →De heer Ram (PVV): Dank u wel, voorzitter. De minister en ik verschillen van mening over de vergunningverlening en de administratieve lasten die daarmee gepaard gaan. Dat moet ik toch even gezegd hebben. Een ander punt is het Verdrag van Aken. Het zou voor ons begrip duidelijk helpen als er iets van een brief komt waarin duidelijk wordt aangegeven wat nou de economische voordelen zijn. Dat kan wellicht als er wetgeving komt. Wij zien ook dat er economische voordelen zijn, maar we willen dat graag wat duidelijker hebben, ook met het oog op onze geopolitieke positie. Hoe worden onze eigen soevereine bevoegdheden nou geraakt? Worden die niet of wel ingeperkt? Daar willen we toch ook echt duidelijkheid over. Het zou ons dus echt helpen als dat in een brief uiteen wordt gezet, wellicht bij een wetgevingsoverleg, mochten we ooit gevraagd worden om toe te treden.
Bron, video en gesprek →De heer Ram (PVV): Dat is voor mij nog een vraagteken. Daar wil ik graag duidelijkheid over bij een mogelijke toetreding. Ik neem aan dat er dan een wetgevingstraject volgt. Daarin wil ik heel duidelijk uiteengezet hebben of dit onze soevereiniteit echt raakt en of wij soevereiniteit weggeven. Dat is iets wat ik van de minister verlang.
Bron, video en gesprek →