KamerkringInloggen
Arno Rutte

Officieel Kamerprofiel

Arno Rutte

13debatten
746bijdragen
10interrupties
70.855woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: VVD (2012-09-20–2019-10-12) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Voorzitter, dank u wel. Ik zal inderdaad proberen om gestructureerd door de antwoorden heen te gaan. Ik begin met een blokje over de verklaring omtrent het gedrag. Dan duiken we in de wilde wereld van het Beleidskompas. Daarna komt het dikste mapje, denk ik, namelijk het staatsnood- en crisisrecht. Dan zijn er vragen gesteld over het procedeergedrag van de overheid. Wat minder vragen, maar toch, waren er over artikel 13b van de Opiumwet, oftewel de Wet Damocles. Tot slot heb ik dan — het zal u niet verbazen — het mapje overig, dat overigens door ambtenaren is benoemd tot "andere belangrijke onderwerpen". Dat klinkt toch beter.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Voorzitter. Er is een behoorlijk aantal vragen gesteld over de vog's. Dat is ook logisch. Het is wel interessant dat de vog een Nederlandse uitvinding is. We verstrekken van overheidswege allerhande informatie om te kunnen kijken of iemand in het verleden rare dingen heeft gedaan. In andere landen is het heel gebruikelijk dat iemand die een bepaalde functie wil bekleden, zelfstandig met uittreksels aantoont of hij een boefje is geweest of niet. Ik denk dat wij ons in Nederland gelukkig mogen prijzen met de mogelijkheid om vog's aan te vragen. U heeft het wellicht gelezen, maar ik zeg het ook even voor de kijker thuis en voor de lezer later: dat gaat echt over hele grote getallen. We stevenen dit jaar af op 1,7 miljoen vog-aanvragen. Dat is echt heel veel. Dat betekent dat zo ongeveer 10% van de Nederlanders een vog-aanvraag doet. Dat is echt heel veel. Die toegenomen interesse in de inzet van de vog als integriteitsscreening onderstreept het belang van een uniforme en op risiconiveau toegespitste vog-screening. Daar zijn al mooie stappen in gezet in de afgelopen periode, te beginnen met de herijkte beleidstheorie, die mijn ambtsvoorganger met u heeft gedeeld. Begin 2026 verwacht ik te starten met het opstellen van de risicomethodiek. Met andere departementen werken we ondertussen verder aan een verbeterde inzet van de vog in sectoren waarin sprake is van extra risico's. Want zoals u ook weet, is het niet het ministerie van Justitie dat bepaalt waarvoor een vog wordt aangevraagd. Dat doen de vakministeries, die zo'n vog voor specifieke functies willen inzetten. De vog is er natuurlijk ook voor functies waar ik wel over ga, zoals de heer Ellian aangaf, bijvoorbeeld functies bij de DJI. Daarvoor lopen er vog-aanvragen. Het afgelopen jaar heeft de vog-screening ook te maken gehad met twee incidenten in de informatievoorziening richting Justis voor de vog-screening. Daar hebt u naar gevraagd als Kamer en daar zal ik zo op terugkomen. Mevrouw Straatman vroeg bijvoorbeeld wanneer nou het onderzoek naar de onvolledige informatievoorziening bij Justis is afgerond. Ik verwacht uw Kamer voor het zomerreces van 2026 te kunnen informeren over het onderzoek naar de onvolledige informatievoorziening vanuit Justis bij de continue screening. Mevrouw Straatman stelt ook een vraag die ik me gewoon kan voorstellen. Waarom gaan er nou in gevallen die in ieder geval vergelijkbaar lijken, bij de kinderopvang personen op non-actief als dat in de taxibranche vervolgens niet gebeurt? Mijn collega's van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Waterstaat — het gaat over twee verschillende ministeries — zijn de opdrachtgevers van de continue screening in de kinderopvang en in de taxibranche, en zij zijn verantwoordelijk voor de respectievelijke opzetten daarvan. Ik kan aangeven dat de te beschermen belangen in beide sectoren niet volledig gelijk zijn en het dus ook niet helemaal vreemd is om te differentiëren in de inrichting van het screeningsproces. Omdat bij de taxibranche de Inspectie Leefomgeving en Transport op basis van een signaal van Justis geen belangenafweging kan maken of een situatie ernstig genoeg is om tot intrekking over te gaan, is ervoor gekozen om de chauffeurskaart niet in te trekken gedurende de behandeling van de nieuwe vog-aanvraag. Dat ligt anders in de kinderopvang, waar gezien de risico's het zekere voor het onzekere wordt genomen en iemand direct op non-actief wordt gesteld.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Maar volgens mij niet op dit onderdeel, hoewel ik de heer Van Dijk dan wel in zoverre teleur moet stellen dat ik weer naar een ander ministerie moet verwijzen. Dat is niet om vervelend te zijn, maar die afweging moet worden gemaakt op het ministerie van IenW. Dat maakt in dit geval de afweging over hoe we omgaan met de taxibranche. De algemene afweging is dat er continue screening moet zijn. Men heeft in dit geval wel gedacht: oké, dit risico wordt natuurlijk opnieuw gescreend, maar in de tussentijd kunnen wij dit overzien. Bij Sociale Zaken heeft men tegelijkertijd gezegd: voor de kinderopvangbranche is het risico zo evident dat wij vinden dat er wel direct moet worden geschorst. Dat is dus een afweging van de vakministeries zelf geweest. Ik kan me voorstellen dat u daar nog navraag naar zult doen. Nog een vraag van mevrouw Straatman, ervan uitgaande dat ik door kan: hoe kan het dat het kiwi register een tijdelijke stop heeft kunnen zetten op de taxibranche? Hier staat "kiwi register". Dat is mooi, maar het is "Kiwa Register"; dat lijkt mij beter. Het Kiwa Register kan de continue screening niet tijdelijk stopzetten. Wanneer de bevoegdheid om als taxichauffeur te rijden wordt ingetrokken of als een chauffeur zelf stopt met het uitoefenen van zijn beroep, wordt deze persoon permanent uitgeschreven uit het register. Daarmee stopt ook de continue screening. Wanneer een persoon opnieuw de bevoegdheid aanvraagt om als taxichauffeur te rijden, moet diegene alle bewijsstukken opnieuw aan het Kiwa Register overleggen. Ten aanzien van deze herintreders in de taxibranche stond er een fout in de software voor de continue screening bij de Justitiële Informatiedienst, Justid, waardoor signalen over deze personen niet goed waren doorgegeven aan Justis. Justis heeft de taxibranche daarom tijdelijk handmatig gemonitord en inmiddels de software aangepast, zodat dit niet opnieuw kan gebeuren. Dat is anders bij de kinderopvang, waarbij gezien de risico's het zekere voor het onzekere wordt genomen en iemand direct op non-actief wordt gezet. Dan kijken we nog een stukje verder, naar de verklaring omtrent het gedrag en de EU-gegevensdeling. Mevrouw Straatman vroeg: hoe staat het met de EU-brede afspraken over gegevensdeling? Lidstaten van de Europese Unie worden bij de aanvraag voor een vog voor het werken met kinderen en bij vergunningen voor het gebruik van precursoren voor explosieven via het Europese strafregisterinformatiesysteem ECRIS bevraagd om justitiële gegevens over onherroepelijke veroordelingen. Aanvullend zijn in Benelux-verband afspraken gemaakt over het uitwisselen van justitiële gegevens via ECRIS voor bredere werkgelegenheidsscreening. De wetswijziging moet het mogelijk maken om binnen de Europese Unie justitiële gegevens voor de vog te delen. Deze wijziging van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ter vastlegging van de doelen van het gebruik van ECRIS is ingediend bij uw Kamer. Onherroepelijke veroordelingen van derdelanders, niet-EU-burgers in een EU-lidstaat, kunnen naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 worden betrokken bij de beoordeling van de verklaring omtrent het gedrag. Dan treedt het Europese ECRIS-TCN-systeem in werking. ECRIS-TCN zal worden bevraagd voor vog's waarvoor ook ECRIS wordt bevraagd. Dat betekent dat het in de huidige situatie zal worden bevraagd voor de vog voor het werken met kinderen en voor het werken met precursoren voor explosieven. Het is dus heel breed en op vele vlakken work in progress. De heer Sneller vraagt naar de OM-hack en of de achterstand die na de hack is opgelopen, is ingelopen. Wordt er met terugwerkende kracht bezien of daar fouten zijn gemaakt? Geeft nieuwe info over branches waarvoor geen continue screening geldt aanleiding om de vog te herroepen? Dat is een hele logische vraag. Eerst maar het goede nieuws: de volledige achterstand vanuit het Openbaar Ministerie is reeds bijgewerkt in het justitiële documentatiesysteem. Die achterstand is dus ingelopen. Het proces van reguliere vog-beoordeling is tijdens de verstoring gewoon voortgezet, maar daarbij kon uiteraard alleen informatie van het OM van voor 18 juli worden gebruikt en onherroepelijke veroordelingen uit andere Europese lidstaten. Justis heeft organisaties gewezen op de mogelijkheid opnieuw een vog aan te vragen nu het justitiële documentatiesysteem weer actueel is. Het is aan organisaties zelf om af te wegen of dat opportuun is, gezien de risico's van de functie. Dus het kan als daar behoefte aan is. De organisaties kunnen daar om vragen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ten eerste is het proces van de behandeling van vog's wel de hele tijd doorgegaan. Er is een korte periode geweest dat de systemen niet zijn geactualiseerd, maar de behandeling van vog's ging wel door. Er is altijd een mogelijkheid dat in die periode een vog is afgegeven terwijl iemand heel kort daarvoor iets heeft gedaan wat niet mocht. Dat is de theoretische situatie waar we het over hebben en die zich ook daadwerkelijk zou kunnen voordoen. Maar het is echt aan de vog-aanvragende organisaties om de afweging te maken of zij het, gezien hun inschatting van de risico's, nodig vinden om een herbeoordeling aan te vragen. Ik wil het echt daar laten. We kennen organisaties die dat willen doen, maar we kennen er ook heel veel die het niet nodig vinden omdat ze wel degelijk vertrouwen hebben in de vog's die zijn afgegeven.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: De heer Ellian struikelde in een brief over achttien gevallen die herbeoordeeld worden naar aanleiding van onvolledige informatievoorziening in de continue screening in de kinderopvang. Toen bleek dat ook nog om zware misdrijven te gaan. Hij vraagt zich af wat voor misdrijven dat dan zijn. In die achttien gevallen ging het om zaken waarbij er een flink tijdsverloop was of zaken die waren afgedaan met een lichte afdoening. Dat klinkt nog steeds heel cryptisch, maar laten we kijken of we dat concreter kunnen maken. Onder zware misdrijven, niet zijnde seksuele misdrijven, vallen onder meer diefstal, fraude, mishandeling en strafbare feiten uit de Opiumwet. In de herbeoordeling heeft Justis over de periode van 2016 tot 2025 312 signalen ontvangen over personen die mogelijk nog werkzaam waren in de kinderopvang. In 3 gevallen ging het om signalen met betrekking tot seksuele misdrijven, in 18 gevallen om andere zware misdrijven, in 84 gevallen om lichte misdrijven en in 207 gevallen om overtredingen. Er zijn vijf kennisgevingen verstuurd. Die achttien gevallen waar u naar vraagt, zitten dus in de categorie van diefstal, fraude, mishandeling en strafbare feiten uit de Opiumwet. Dat zijn dus zware misdrijven, niet zijnde seksuele misdrijven. De specifieke casuïstiek is moeilijk boven water te halen, want er wordt per geval een afweging gemaakt, bijvoorbeeld op basis van het tijdsverloop. Het kan heel erg lang geleden zijn geweest dat zo'n feit zich heeft voorgedaan. Dan staat het nog wel ergens geregistreerd, maar dan is er toch wel degelijk reden om een vog af te geven.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ik ben niet dagelijks bezig met het beoordelen van vog's, maar wat ik ervan begrijp, is dat er uiteindelijk wel een individueel afwegingskader is om te kijken hoelang iets geleden is en hoe relevant het dan nog is voor de functie. Dan kan er dus in sommige gevallen, ondanks dat er in het verleden iets heeft plaatsgevonden, wel degelijk een vog worden afgegeven. In sommige gevallen kan er ook sprake zijn van een registratie waarbij we het niet hebben over een veroordeling, maar waarbij bijvoorbeeld een sepot heeft plaatsgevonden. Dan is er niet verder veroordeeld, wegens een gebrek aan bewijs, maar dan is wel geregistreerd dat er ooit vervolging heeft plaatsgevonden. Dat is precies de reden. De Algemene wet bestuursrecht staat niet toe dat je helemaal geautomatiseerd dit soort dingen doet. Er moet uiteindelijk op basis … Deze mensen zullen eruit vallen. Dan zeg je: hé, daar is wat mee. Dan vindt er een individuele beoordeling plaats. Heel vaak zal dat inderdaad betekenen: geen vog. Maar in sommige gevallen kan toch de afweging gemaakt worden om het wel te doen. Dan registreer je wel netjes dat het om dit soort gevallen gaat. Ik kan me dat ongemak dus wel voorstellen, maar het is, denk ik, niet onredelijk dat je uiteindelijk een individuele afweging moet kunnen maken.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ik moet navragen of dat zo is, want dat weet ik niet. Je hebt best kans dat hij inmiddels niet meer rijdt, maar dat weet ik niet. Er heeft niet een directe schorsing plaatsgevonden, zoals in het kinderdagverblijf wel gebeurt. Dat wordt nader onderzocht. Het kan best zo zijn dat er inmiddels al lang een uitspraak is, maar dat weet ik niet. Ik zal kijken of ik het na kan vragen. Anders moet ik er later op terugkomen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Voor zover ik weet, heeft de ILT daarin een iets ander beleid dan bijvoorbeeld Sociale Zaken. Bij Sociale Zaken zeggen ze: dat risico is zo groot; direct schorsen. Bij IenW geeft men de kans om nog even te beoordelen wat er nou precies aan de hand is. Maar dan kom ik echt op het terrein van andere ministeries. Daarvan ken ik de details niet helemaal. Ik kan mij voorstellen dat men wil dat het nader wordt uitgezocht.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Dat kan, maar ik moet de vraag in dit geval dan wel doorgeleiden naar IenW. Die moeten uitleggen hoe dit werkt en hoe dit in elkaar zit. Maar ik zal kijken hoe we hier invulling aan kunnen geven. Het is geen geheime informatie. Maar de beoordeling of dit wel of niet gebeurt, ligt oprecht niet bij mijn ministerie. Ik kan er dus wel een brief over sturen, maar dan moet ik de inhoud ophalen bij een ander ministerie. Ik bekijk even wat de beste manier is om deze informatie door te geleiden naar de heer Van Dijk en andere Kamerleden.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: We gaan dat uitzoeken. Ik kom erop terug. We zoeken contact met IenW. Dan mijn laatste puntje ten aanzien van de vog. De heer Ellian gaf aan dat de ADR dat hele vog-proces tegen het licht heeft gehouden en met tien aanbevelingen is gekomen. Hij vraagt hoe het daarmee staat. Justis heeft de aanbeveling van de ADR over het proces van de vog-screening overgenomen en een plan van aanpak opgesteld voor de uitvoering daarvan. Vog-aanvragen waarbij een terroristisch delict wordt aangetroffen, worden al snel, conform aanbevelingen, standaard besproken in casusoverleggen. De overige aanbevelingen zijn inmiddels ook uitgewerkt en grotendeels geïmplementeerd. Uitzonderingen hierop zijn acties op documentbeheer en bezetting, die meer en continue aandacht vragen. Justis zet er doorlopend op in dat documenten met regels en instructies bekend en leidend zijn voor de medewerkers en dat de personele bezetting op niveau blijft. In principe moeten deze aanbevelingen worden geïmplementeerd. Sommige zijn al direct een-op-een geïmplementeerd. Andere zijn onderdeel van een continu verbeterproces. Daarmee kom ik aan het eind van het eerste blokje — dat was een groot blokje — over de vog. Ik ga door naar het Beleidskompas. Dat is een heel dun mapje; er zit maar één vraag in, maar wel een hele relevante, namelijk van de heer Van Dijk, die heel enthousiast was over het Beleidskompas. Hij dacht: daarmee voorkomen wij dat burgers in de squeeze komen en dat er allerlei gekkigheid over ons wordt uitgestort. Toen hij ging lezen, las hij overal Sustainable Development Goals. Iets zegt mij dat de heer Van Dijk daar niet heel erg enthousiast over is; dat dacht ik tussen de regels door te horen. Waarom zijn die nou belangrijk? Je hebt een beleidskompas om een goede afweging te maken: doe ik het juiste en doe ik het op de juiste manier? Het is dan toch wel wat anders om te kijken naar de Sustainable Development Goals. Daar kun je natuurlijk ook verschillend over denken, maar ten aanzien van die doelen het volgende. De Sustainable Development Goals zijn in 2015 aangenomen door alle lidstaten van de Verenigde Naties. De Nederlandse Staat heeft zich daar ook aan gecommitteerd en moet de doelen nastreven. Daarom zijn die doelen ook in het Beleidskompas opgenomen. Dat leidt tot zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen, waaronder gendergelijkheid en klimaat. Alleen, dat wil niet zeggen dat die het meest leidend zijn in het Beleidskompas. Deze zaken pas je toe in het Beleidskompas op de momenten dat die relevant zijn voor het beleid dat voorligt. Als het niet relevant is, dan heeft het ook geen zin om ernaar te kijken. Zo zijn er nog veel meer beleidsdoelen en toetsingsmogelijkheden binnen zo'n beleidskompas. Ik kan de heer Van Dijk dus geruststellen: het is niet zo dat het Beleidskompas helemaal in het teken staat van de Sustainable Development Goals. Het is natuurlijk wel zo dat die erin verwerkt zijn.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Een beleidskompas moet helpen om goed en kundig beleid te maken, zodat je het juiste middel inzet om tot het juiste resultaat te komen en daarbij de juiste afwegingen maakt. De heer Van Dijk heeft daarin gelijk: een van de redenen waarom we dat hebben, is om te voorkomen dat burgers in de knel komen en om te voorkomen dat de overheid burgers in de hoek zet en met haar almacht zelfs kan vermorzelen. Helaas hebben wij daar voorbeelden van gezien. Dat is een van de redenen. Maar er zijn ook andere vormen van beleid die gewoon van belang zijn. Als je klimaatbeleid maakt — dat is ook beleid — dan kun je je voorstellen dat Sustainable Development Goals daarin wél een heel belangrijk toetsingskader vormen. Het hangt dus echt af van het soort beleid of deze doelen relevant zijn. Ik kan de heer Van Dijk geruststellen dat als het gaat om vraagstukken over toeslagen, die Sustainable Development Goals daarin niet het meest relevante toetsingskader zijn. Dan gaat het echt om andere zaken en ook die staan in het Beleidskompas.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ik kan me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat de heer Van Dijk deze conclusie al had getrokken voordat hij mij gehoord had, want ik zei nou juist dat bij vraagstukken waarbij burgers in de knel komen, je op een andere wijze toetst. Dan zijn andere delen in het Beleidskompas relevant. Je moet op dat moment een keuze maken voor de toetsingskaders die relevant zijn voor de casus die voorligt. Wat ik al zei, bij klimaatbeleid is het heel logisch om te kijken naar dit soort doelen. Bij emancipatiebeleid gaat het hier ook over, maar dat geldt niet als je kijkt naar bijvoorbeeld de vraag hoe wij toeslagen inrichten. Dan doen de klimaatdoelen er niet toe. Welke kaders relevant zijn, hangt dus erg af van welk stuk beleid voorligt. Het is niet zo dat het Beleidskompas zegt: je moet altijd al die punten afvinken om tot een goede afweging te komen. Het is een hulpmiddel waarin zaken staan als: hier kun je aan denken om op te toetsen. Ambtenaren zijn gelukkig wijs genoeg om de toetsingskaders mee te pakken die relevant zijn voor de zaken die voorliggen, en dat zou ik graag zo willen houden.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: De heer Van Dijk raakt aan een punt dat in zijn algemeenheid wel relevant is en waar ik ook een beetje vrees voor had, namelijk dat we het Beleidskompas als een kerstboom optuigen met allerhande kaders, dus dit kader en nog ontzettend veel andere kaders. Als je te veel meegeeft, heb je zó'n boekwerk om door te ploegen. Dan kun je je voorstellen dat een ambtenaar denkt: hier ga ik niet meer naar kijken. We hebben daarin een afweging te maken met elkaar: welke kaders wel en welke niet? Tegelijkertijd, als je een vraagstuk krijgt voorgelegd, wil je wel dat je de relevante kaders hebt waaraan je kunt toetsen. Ik noem eens wat, er zit bijvoorbeeld ook een vermogenstoets in het Beleidskompas. Dat is ook niet altijd van toepassing op het soort beleid dat je moet maken. Uiteindelijk gaat het om de relevante afweging. Het doel dat de heer Van Dijk belangrijk vindt, namelijk dat we burgers niet in de knel laten komen door beleid, staat echt nog steeds overeind.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Laten we dat doen. We gaan door naar het onderwerp dat ik vandaag te leen heb van de minister, maar waarover wel vragen zijn gesteld, namelijk het staatsnoodrecht. Ik denk dat ik daar een heel eind kan komen, maar mocht ik het echt niet weten, dan geleid ik de vraag door en dan komt het antwoord in een brief. Ik heb echter heel deskundige ondersteuning naast mij zitten, dus laten we eens kijken waar we uit kunnen komen. Het staatsnoodrecht is een beladen onderwerp. Dat blijkt ook wel. Het is heel aangelegen. Zodra je erover praat, zitten de emoties hoog. Dat is ook terecht, want het raakt de essentie van de democratische rechtsstaat, zoals mevrouw Bikker zei. Iedereen snapt tegelijkertijd ook dat je in een noodsituatie moet kunnen handelen. Daar zitten we tussenin. Het is een beladen onderwerp — in de politiek en in de maatschappij. Het gaat inderdaad om verregaande bevoegdheden. U heeft ook allemaal gelezen dat het huidige staatsnoodrecht sterk is verouderd. Let op, zo verwijzen bepalingen naar artikelen die niet meer bestaan, zijn er bepalingen die de lading niet meer dekken door de veranderde samenleving of nieuwe ontwikkelingen en zijn er leemtes ontstaan voor situaties waarin nog niet is voorzien. Ga er maar aanstaan! En dan hebben we ook nog — velen van u refereerden eraan — het gegeven dat de huidige geopolitieke situatie ons noodzaakt om sneller te handelen. Wat er gebeurt er nou? Op alle departementen wordt er hard gewerkt aan de modernisering. Dat is, zoals u al had gelezen, een complex en tijdrovend proces. Dat is vervelend om te horen. Het staatsnoodrecht komt niet voort uit één ministerie, maar betreft allerhande ministeries. Het ministerie van Justitie heeft daarin een coördinerende rol en die nemen we heel serieus. Het is wel complex, want je hebt continu andere ministeries nodig om vooruit te komen. De minister coördineert het interdepartementale traject en zal begin 2026 de Kamer nog een voortgangsbrief sturen. Ik moet wel zeggen dat ik blij ben dat de Kamer het hier vandaag uitgebreid over heeft, want drie jaar geleden is hierover voor het laatst gesproken. Ik sluit aan bij de heer Ellian: het is inderdaad een grote verantwoordelijkheid voor de regering om deze modernisering door te voeren. Het is heel ingewikkeld. We moeten gigantisch veel wetten aanpakken met elkaar, met veel dilemma's. Aan de andere kant helpt het ook als dit bij de Kamer hoog op de agenda blijft staan, niet alleen kijkend naar het functioneren van de Kamer zelf — hoe doen wij dat, zijn wij gereed? — maar ook kijkend naar: kunnen wij samen met de regering hierin de juiste stappen zetten? Het klinkt altijd heel vervelend, maar het is echt een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de rechtsstaat te waarborgen en het vertrouwen in elkaar te hebben om in geval van nood ruimte te geven om te doen wat op dat moment nodig is. Mevrouw Straatman vroeg naar de voortgang van de routekaart. Daar wordt op dit moment hard aan gewerkt. U heeft dat kunnen lezen in de brief van 13 februari. Zoals ik net al zei, komt er een update in de voortgangsbrief van begin 2026. Wat betreft de verkenning naar een digitale crisis: er is een inventarisatie gedaan van bestaande wet- en regelgeving op het gebied van digitale dreigingen en er hebben scenariosessies plaatsgevonden met deskundigen op het gebied van digitale cyberdreigingen. Maar ik moet even verwijzen naar de eerstvolgende brief, begin 2026. Ik kan mij meer in algemene zin voorstellen dat u over staatsnoodrecht tegen die tijd nog een nader overleg zult willen hebben, maar dat laat ik aan de Kamer.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Bij een coördinerende rol die Justitie heeft en waarbij gigantisch veel verschillende wetten moeten worden aangeraakt, is het soms ook wel lastig om heel snel resultaat te boeken. Het is niet zo dat je ieder stapje in een prachtige nieuwe brief kunt omschrijven, zo van: wij hebben alweer allerlei stukken nieuwe wetgeving gemaakt. Er zit heel veel voorbereiding en afweging in om uiteindelijk tot iets te komen. Dat is best lastig. Als Kamerlid zie je dan niet wat er precies gebeurt. Ik kan mij ook voorstellen dat er vanuit de Kamer om meer urgentie wordt gevraagd en dat wordt gezegd dat dit mijn aandacht nodig heeft. Dat is dan iets wat ik mij aantrek, dan hebben wij daar wat te doen. Op de vraagstukken rondom de asielnoodwetgeving en dergelijke kom ik zo meteen nog uitgebreid terug. Als dat akkoord is, wil ik het op dat moment doen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ik heb alle begrip voor het ongeduld, hoor. Soms ontkom ik ook niet aan deels ambtelijke antwoorden die toch wel relevant zijn. We hebben inmiddels een hele structuur opgetuigd onder coördinatie van JenV om te komen tot die harmonisering van het staatsnoodrecht. Er worden activiteiten ondernomen, er wordt gewerkt aan harmonisering van verschillende wetten, wat heel erg nodig is. Dat moet via verschillende ministeries lopen. Dat is gewoon een hele lastige puzzel die zich niet altijd makkelijk laat vertalen in "we hebben dit gedaan, we hebben zus en zo gedaan". We hebben gecoördineerd en afgestemd en we zijn bezig met harmoniseren. Ik wil wel toezeggen dat we in de volgende voortgangsbrief zo concreet mogelijk maken welke stappen al gezet zijn, zodat we dat ook echt kunnen zien. Vervolgens zien we dan ook welke stappen we nog moeten gaan zetten. Op die manier komt daar veel meer grip op en heeft de Kamer ook iets om op te gaan sturen. Wellicht wordt dan ook helder wat de Kamer kan doen om behulpzaam te zijn en dingen te versnellen. Ook wordt helder welke dingen men zelf nog moet doen. Ik kan me dit ongemak voorstellen, dus laten we kijken of we het gewoon concreter kunnen maken. Daarmee kunnen we ook een bijdrage leveren aan de snelheid, daar waar mogelijk. Het is zeker geen onwil.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Dit is een toezegging. Ik kijk even naar mijn buurvrouw. Zij knikt heel erg en dat is altijd bemoedigend. Ik denk dat we de opdracht hebben om in de volgende voortgangsbrief gewoon echt de stappen die we al gezet hebben, zo helder mogelijk uit te werken, zodat echt te zien is wat we al gedaan hebben en wat de volgende stappen zijn die we moeten zetten. Dan wordt het net een slag concreter, want we zijn bezig met harmonisatie. Wellicht hebben we al een aantal stappen kunnen zetten. Dan wordt helder: dit hebben we echt al rond, bijna rond of nog niet rond. Nu kan ik me voorstellen dat de Kamer zegt: we krijgen één keer per jaar een brief en we moeten maar hopen dat het goed komt. We moeten daar meer grip op krijgen, zodat we ook weten wat de Kamer mag verwachten. Wellicht zegt de Kamer, nadat ze de brief heeft gelezen: dat gaat ons niet snel genoeg, dus we gaan de minister achter de broek aan zitten. Dan hebben we daarover een gesprek. Laten we zo'n brief maken.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Mevrouw Bikker en de heer Sneller vroegen hoe het zit met de waarborgen in het staatsnoodrecht. Hoe zorg je ervoor dat daar geen misbruik van wordt gemaakt? Ook al is het huidige staatsnoodrecht toe aan herziening, er zijn wel degelijk procedurele waarborgen, zoals de inwerkingstelling ervan en de Voortduringswet. Die hebben we gewoon. Bevoegdheden uit het staatsnoodrecht kunnen alleen na een koninklijk besluit in werking treden. Door de verplichte Voortduringswet is parlementaire betrokkenheid geborgd. Wat de regering betreft zijn die waarborgen dus in orde. Ik zal ze meenemen in de herziening. We kunnen er altijd nog over nadenken of het nog anders of beter moet, maar in de basis hebben we deze waarborgen ook op dit moment al. Ik wil ook meteen reageren op iets anders. Ik kan ook de Asielnoodmaatregelenwet en de asielcrisis meenemen. Misschien passen die er wel een beetje bij. Mevrouw Bikker vroeg waarom de asielcrisis en de brief van 13 januari niet in de stukken staan. Die waren immers relevant, omdat daar werd gewerkt met het idee om staatsnoodrecht te gebruiken. De afweging om de staatsnoodrechtbepalingen uit de Vreemdelingenwet toe te passen heeft geen relatie met de modernisering van het staatsnoodrecht. Het gaat om de afweging of de staatsnoodrechtbepalingen toegepast kunnen worden. De waarborgen rondom het staatsnoodrecht zijn juist robuust gebleken. Daarin zie ik dat de conclusie van zowel mijn ambtsvoorganger als mij dat de buitengewone bevoegdheden in de Vreemdelingenwet niet gemoderniseerd hoeven te worden, correct is.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Uiteindelijk heeft het niet geleid tot een voorgelegd koninklijk besluit, waar de Kamer dus ja of nee tegen kon zeggen. Voor die tijd heeft het kabinet al besloten om dit niet te doen. Ik wil wel toezeggen dat we in de brief die de Kamer in 2026 krijgt, desgewenst nog wat nader ingaan op de Vreemdelingenwet. Dan kunnen we kijken of we dat alsnog nader kunnen duiden, als die behoefte bestaat. Dat wil ik best doen, maar naar mijn overtuiging hebben de waarborgen gewerkt en is er uiteindelijk dus ook geen staatsnoodrecht ingezet. Want uiteindelijk vereist de separate toepassing van die noodbevoegdheden uit de Vreemdelingenwet een koninklijk besluit en een voortduringswet. De Kamer zou dan ook weer aan zet zijn geweest om te kijken of ze dat wel wilde, of ze ermee akkoord was et cetera. Dus die waarborgen werken wel, maar die zijn hier nog niet eens in werking getreden, omdat we niet tot dat punt zijn gekomen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Er is natuurlijk een verschil tussen een politieke wens of een politiek idee en het daadwerkelijk toepassen van noodrecht. Dat laatste is hier niet gebeurd. Dat idee is uiteindelijk niet in de vorm een koninklijk besluit en daarna een voortduringswet in de Kamer geland. Dan hadden we daadwerkelijk een situatie gehad waarin er sprake is van de inzet van noodrecht. Zover is het gewoon niet gekomen. Ik zal kijken of ik daar wat nadere duiding over kan geven.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ik vind dat een lastige afweging. Ik zeg dat niet uit onwil. Dit is precies de kern. Dit is precies de kruk waar de afweging over de vraag "wanneer wel en wanneer geen staatsnoodrecht?" op drijft. Ik heb mij laten vertellen — ik denk dat dit op basis van casuïstiek is — dat die zich niet 100% laat codificeren. Je moet dan toch echt wel een gesprek met elkaar hebben. Je moet het heel casuïstisch benaderen: als deze situatie zich voordoet — soms zijn dat situaties waar je nooit over hebt nagedacht — dan vinden we het heel logisch om inderdaad te gaan voor staatsnoodrecht, maar er zijn ook andere situaties, waarin daar meer twijfel over is en dan moet je het daar ook met elkaar over kunnen hebben. Ik weet niet of het lukt om dit helemaal aan de voorkant dicht te regelen. Ik weet niet of dat kan. Dat is misschien wel echt de kern van dit vraagstuk, want als je bezig bent met modernisering, gaat het niet alleen over harmonisering. Ik kan mij best voorstellen dat dit vraagstuk nadrukkelijk op tafel komt, tegen de tijd dat we het er echt over hebben qua wetgeving. Wordt die balans goed gevonden? Ja of nee? Naar mijn oordeel zijn de weging die we tot nu toe hebben, dus waar we gebruik van kunnen maken, en de waarborgen voldoende; anders kom je ook tot het fenomeen of vraagstuk van de buitengewone omstandigheden. Kun je dat nader duiden? Daar vroeg mevrouw Bikker naar en ik ga daar dadelijk nader op in. Ik denk dat het lastig is. Dat kan ik proberen, maar omdat het staatsnoodrecht situationeel moet worden bepaald, krijg ik daar niet meteen grip op. Laten we kijken waar we op uitkomen. Ik zal dit antwoord nog wat nader duiden. Daar zit mijn ... Het is lastig om vast te pakken. Ik zou willen waarschuwen tegen te veel codificeren, want dan kom je misschien in een harnas terecht dat in geval van nood onvoldoende werkt.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Er blijft natuurlijk wel degelijk een verschil zitten tussen een voornemen om iets te doen, ergens over nadenken, en het daadwerkelijk inzetten van middelen. Dat laatste is in dit geval niet gebeurd, dus er zijn andere afwegingen gemaakt. Op het moment dat zaken wel worden voorgelegd, komt de Kamer opnieuw wel degelijk aan bod. Dat zijn de waarborgen die we hebben. Ik denk dat die goed zijn. Ik zal ook even ingaan op de vraag die mevrouw Bikker daarover heeft gesteld. Zij vroeg: kunnen we die buitengewone omstandigheden nader invullen? Dan blijf ik bij het punt dat de afbakening van staatsnoodrecht helder is en dat het niet wenselijk is om het verder af te bakenen. Het staatsnoodrecht kan namelijk pas worden ingezet als een vitaal belang van de samenleving bedreigd wordt en het gehele stelsel van reguliere wet- en regelgeving niet volstaat om die crisis het hoofd te bieden. Dat is het afwegingskader dat we hebben. Verdere afbakening zal ervoor zorgen dat het lastig gaat worden om staatsnoodrecht in te zetten wanneer dat echt nodig is. Daarom moet de scope juist breed kunnen zijn. Maar op het moment dat het zich voordoet, moet je wel van gedachten kunnen wisselen over: gaan we hiermee door en is het wel de juiste weg? Ik benadruk daarom ook de waarborgen. In het door u aangehaalde scenario, namelijk rondom asiel en migratie, bleken die voldoende te zijn.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ik houd toch even vast aan het punt dat er uiteindelijk geen voorstel tot inzet van staatsnoodrecht in de vorm van een koninklijk besluit en wetgeving aan de Kamer is voorgelegd. Dus er is uiteindelijk een afweging gemaakt om het niet te doen. Op basis daarvan houd ik vast aan het feit dat het huidige afwegingskader daarin voldoende duidelijkheid biedt voor wanneer iets wel en niet kan. Dat is de situatie waar we in zitten. Er is natuurlijk politieke gedachtevorming in de Kamer over geweest bij het vormen van het regeerakkoord en de reactie daarop in de Kamer. Dat is allemaal waar. Dat is politiek. Maar uiteindelijk kom je tot het vraagstuk: is hier staatsnoodrecht ingezet? Dat is uiteindelijk niet het geval, omdat het afwegingskader ertoe heeft geleid om het niet in te zetten.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Het makkelijkste is natuurlijk om dat gewoon toe te zeggen. Dat kan altijd. Ik denk dat we dat gewoon moeten doen. We gaan kijken of de Raad van State er grip op krijgt om dat te doen. Ik verwacht daar geen extreem heilzame werking van, maar wie weet komt daar wel … Uiteindelijk moeten we dat toch situationeel beoordelen, maar wie weet krijgen we daar meer houvast; daar worden we allemaal niet slechter van. Dat kunnen we gewoon voorleggen. Dat lijkt me goed. Dan nemen we dat ook mee bij alle volgende vraagstukken die we hebben, mocht daar nog behoefte aan bestaan.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ik heb toezeggingen gedaan aan mevrouw Bikker. Dus we kunnen hier nadere duiding op vragen. Ik wil wel meegeven aan de Kamer, of daar in ieder geval wat ruimte voor vragen, dat we niet op dat advies gaan wachten voor de rechtsvoortgang in dit traject. We hebben nog veel te doen op het gebied van staatsnoodrecht. Laten we dat gewoon doen. Dus we gaan niet eerst dit uitzoeken en dan pas weer stappen zetten. We gaan gewoon door, in de wetenschap dat dit ook een toetsingscriterium is. Dat gaat over de vraag wanneer je een middel wel of niet in mag zetten. Als ik het zo mag interpreteren, dan kunnen we dit doen. Ik zie mevrouw Bikker knikken. Dus dan zou het moeten kunnen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Daar wil ik niet op wachten, want we hebben het over vertraging. Het gaat allemaal langzaam. Ik ben er net volgens mij al op ingegaan: we hebben te maken met een breed interdepartementaal complex met ruim 70 wetten die geraakt worden door dit traject, en dat in een periode dat er ook geopolitiek van alles aan het bewegen is. Dat maakt het een ingewikkeld en taai proces, waarin je in een bewegende omgeving moet proberen dingen te harmoniseren en beter te krijgen. Zoals ik al heb toegezegd, gaan we begin 2026 zo veel mogelijk inzicht geven in waar we staan en wat we nog te doen hebben met elkaar. Mevrouw Bikker mist ook de inzet om het staatsnoodrecht te harmoniseren. Als dat gemist wordt, dan is dat ten onrechte, want dat heeft wel degelijk de volle aandacht. Dat is belangrijk. Het harmoniseren van het staatsnoodrecht is onderdeel van de modernisering waar wij aan werken. Binnen de interdepartementale structuur wordt gewerkt aan meerdere departement overstijgende visies om die harmonisering goed vorm te geven. Er wordt gekeken naar een set criteria aan de hand waarvan vastgesteld kan worden of een wettelijke bevoegdheid een inwerkingtreding vereist, want daarin zitten vele verschillen. Ik wil er niet helemaal op vooruitlopen, maar het is wel belangrijk dat we dit in focus hebben. Dus die harmonisatie is wel degelijk in scope en van belang. Dan kom ik bij de positie van het parlement bij het staatsnoodrecht. Daar hebben ook meerdere mensen wat over gezegd. Mevrouw Bikker vraagt: is de staatssecretaris van mening dat deze borging van de democratische legitimering van het staatsnoodrecht een essentieel onderdeel van de moderniseringsslag zou moeten zijn? Net als mevrouw Bikker onderschrijf ik het grote belang van een sterke controlerende positie van het parlement bij de inzet van het staatsnoodrecht. In eerdere Kamerbrieven heeft u per vorm van het staatsnoodrecht kunnen zien op welke wijze het kabinet daar een sterke rol van het parlement voor zich ziet. Dat kan in verenigde vergadering of bij voortduringswet. Die rol is wat ons betreft dan ook gegarandeerd. Ook na de voortduringswet beschikt de Kamer natuurlijk over haar gebruikelijke arsenaal aan parlementaire bevoegdheden om het kabinet te controleren. Dat is goed en belangrijk. Dus onze overtuiging is dat we dat op zich wel voldoende geborgd hebben. Mocht bij nadere uitwerking blijken dat dat niet zo is, dan twijfel ik er niet aan dat mensen zullen zeggen dat het anders moet. Dan kom ik bij de heer Ellian, die terecht wijst op het grijze gebied van het staatsnoodrecht. Daarbij moet je misschien wel concluderen dat het staatsnoodrecht altijd een beetje grijs is; het zit toch een beetje tussen dingen in. We komen dus terecht in het grijze gebied van een al grijs gebied. We proberen dat officiële gebied — dan hebben we het over separate toepassing, beperkte noodtoestand en algemene noodtoestand — zo veel mogelijk nog wat grip en body te geven. Alle drie deze varianten zijn omkleed met procedurele waarborgen, zoals een inwerkingstelling en een voortduringswet. Het harmoniseren van het staatsnoodrecht is onderdeel van de modernisering waar we aan werken. Daarbij wordt ook gekeken naar een set criteria aan de hand waarvan vastgesteld kan worden of een wettelijke bevoegdheid inwerkingtreding vereist. Welke vorm we ook inzetten, het is dus van belang dat we daarin uiteindelijk altijd het parlement betrekken. Uiteindelijk — ik kijk even naar rechts — is het wel enigszins relevant welke vorm we hebben gekozen, maar het parlement komt daarin altijd aan zet om de eigen afweging te kunnen maken: willen we dit wel, willen we dit niet, willen we dit nog steeds? Ik zie twijfel over een vraag. Nee? Dan ga ik door met de volgende. Dat betreft ook een vraag van de heer Ellian, namelijk over de parlementaire betrokkenheid. Daarin deed hij een oproep aan het parlement: we moeten ons zelf voorbereiden als parlement. Ik heb het over "ons", maar ik zit niet in het parlement. Hij zei: het parlement moet zich daar zelf op voorbereiden. Ik denk dat dat terecht is. Als we mee kunnen denken over wat daarbij verstandig is en hoe dat kan, dan kunnen we dat natuurlijk altijd doen. Maar uiteraard heeft ook vooral de regering een belangrijke rol. Ik ben het er namelijk ook mee eens dat het parlement een grote rol speelt bij de toepassing van het staatsnoodrecht. In het staatsnoodrecht worden namelijk verregaande bevoegdheden belegd om op te treden tegen buitengewone omstandigheden. Daarover vraagt u: hoe zit het dan met de continuïteit van bestuur? Dat is een proces dat ook in een reguliere crisis moet plaatsvinden. Dat zou op die manier in de processen geborgd moeten zijn. Daarmee ligt daarop ook echt de focus in het moderniseringstraject. Het is aan iedere organisatie om de eigen continuïteit te waarborgen, zo ook aan de Tweede Kamer. Zo zijn er tijdens de coronapandemie in uw huis bijvoorbeeld maatregelen getroffen om veilig te kunnen blijven vergaderen. Dat geldt voor de Kamer, maar ook voor elke andere organisatie die daardoor geraakt wordt. Daar waar die onder onze verantwoordelijkheid vallen, hebben we daar oog voor. De heer Ellian vroeg nog om scenario's in beeld te brengen en vaart te houden in het vervolg. Daar heb ik al het een en ander over verteld. U zei: dat is ook breder dan defensie; het raakt burgers en daarbij is ook voorlichting belangrijk. Dat klopt. Daarom wordt in het kader van weerbaarheid interdepartementaal gekeken naar meerdere scenario's. Ook het staatsnoodrecht wordt langs die scenario's bekeken en aangevlogen. Die trajecten raken elkaar. Er zijn dus ook diverse raakvlakken. Dat maakt het enerzijds complexer. Aan de andere kant helpt het ook wel. Die communicatiestructuur en het bekijken wat we moeten doen voor weerbaarheid, jagen ook het andere proces weer aan. Er zijn bijvoorbeeld raakvlakken tussen de Oorlogswet voor Nederland en de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, die onderdeel uitmaken van het staatsnoodrecht. Dat werkt goed samen. Tot zover het staatsnoodrecht voor nu. Ik weet zeker dat u er de komende tijd nog niet over uit bent gesproken. Dat lijkt me ook logisch, want het is work in progress. Dan kom ik bij het volgende blokje. Dan hebben we het over het procedeergedrag van de overheid. Dan neem ik één slokje koffie om de hals te smeren.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ja, dat ga ik doen. Mevrouw Straatman vroeg waarom er geen civielrechtelijk kader is waarbij bijvoorbeeld verjaring wordt meegenomen. Er is een bestaand kader van de Nationale ombudsman voor een behoorlijke omgang met schadeclaims in het civielrecht. Hoewel dit kader alleen gericht is op de omgang met schadeclaims en de Rijksoverheid op meer gebieden geschillen heeft met burgers, worden de achterliggende uitgangspunten in brede zin nog steeds onderschreven. Het gaat bijvoorbeeld om een opstelling die conflictoplossend, coulant, terughoudend met het starten van procedures, en proactief is. Ik heb dit kader daarom opnieuw onder de aandacht gebracht bij de verschillende departementen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Dat is wat lastig, vind ik. Maar als er echt evident sprake is van onrechtmatig handelen dat door de Staat wordt erkend en waarbij de gevolgen van dat handelen bekend zijn, dan ligt het eigenlijk niet voor de hand dat de Staat het op een procedure laat aankomen waarin hij een beroep op verjaring kan doen. Dat is als het echt evident is. Wanneer het echter minder duidelijk is welke rol de Staat heeft gespeeld bij een bepaalde gebeurtenis en welke verantwoordelijkheid daarbij op de Staat heeft gerust, geldt het volgende. In die gevallen beoordeelt de Staat in beginsel per geval of hij zijn beroep op verjaring, alles afwegende, gerechtvaardigd acht. Daarbij mag van de overheid worden verwacht dat zij bij haar afweging rekening houdt met de impact daarvan op burgers. Ook wordt dan nog gekeken naar de specifieke omstandigheden van het geval in het licht van verjaringsregels, zoals neergelegd in het Burgerlijk Wetboek, en wordt expliciet getoetst of een beroep op verjaring naar de door de Hoge Raad geformuleerde maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. In voorkomende gevallen wordt waar mogelijk altijd inhoudelijk verweer gevoerd. Dat zijn criteria die we wel degelijk hanteren en ik voel bij mezelf wat behoefte om daarin wat ruimte te houden. We hanteren deze criteria, en afwegingskaders zouden wel meteen weer heel strikt zijn. De casuïstiek verhoudt zich daar niet altijd toe. Dit is dus zoals we het doen en ik hoop dat mevrouw Straatman denkt: ja, daar neem ik genoegen mee.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Het risico bestaat dat we ongeveer hetzelfde willen en hetzelfde zeggen. Ik heb volgens mij net ook uitgelegd dat we wel degelijk een afweging maken. Als er echt evident sprake is van onrechtmatig handelen bij de overheid, dan gaan we dus niet in hoger beroep. Dat kun je ook een afwegingskader noemen. Je kunt dan zeggen dat je een apart afwegingskader wilt over wanneer er evident sprake is van onrechtmatig handelen. Dat zit nu niet zozeer in een kader, maar dan doen we het niet. Het gaat inderdaad om die tussencategorie. Daar heb je gewoon wat ruimte nodig om te kunnen wikken en wegen: doe ik het wel of niet? Daarbij is het absoluut een belangrijk criterium om rekening te houden met de impact van het hoger beroep op burgers. Dat doen we ook. U vraagt eigenlijk om dat nog een keer nader te specificeren: wat is dan "impact" en hoe weegt u dat et cetera? Ik ben daar wat terughoudend in. Ik denk dus dat uw uitwerking wat verder reikt dan wat ik op dit moment wil toezeggen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Dat is ook het geval. Dat is echt het geval. Die proceshouding maakt onderdeel uit van het kader, dat we ook delen met andere overheden. Dat is een heel terecht punt. We hebben natuurlijk veel geleerd van wat er mis is gegaan. Dat hebben we ons als overheid ook aan te trekken om dingen anders te doen in hoe we ons als procespartij opstellen. De vraag is alleen hoever je kunt gaan met het inkaderen daarvan, dus normatief dingen meegeven om dingen op tijd te doen en dat soort zaken. Die zaken zijn echt relevant, zodat je je als burger ook goed kunt verweren tegen de overheid. Het is echt evident dat we dat moeten doen. Dan is de vraag hoever je doorgaat in je instructie en in je afwegingskader. Dan kom je op het punt dat je je af moet vragen welke belangen je tegen elkaar afweegt, wanneer het nog redelijk is om in hoger beroep te gaan en wanneer niet, en hoe we dat doen. Daar kom ik zo meteen nog wel over te spreken. Daar kom ik zo dus op terug. De heer Sneller zei dat in de brief wordt aangegeven dat de Staat als procespartij alleen in hoger beroep gaat als dat in het algemeen belang is, maar dat er in voetnoot 14 een hele trits aan uitzonderingen staat. De heer Sneller heeft ze allemaal gelezen en dacht: als je dingen in een voetnoot zet, dan ontstaat niet het gevoel dat we als Staat nu een nette positie innemen. In het afwegingskader hoger beroep dat wordt ontwikkeld, wordt ingegaan op verschillende vormen van algemeen belang, zoals rechtseenheid en rechtsgelijkheid. Er kunnen gegronde redenen zijn voor de overheid om in hoger beroep te gaan, maar deze moeten dan altijd goed afgewogen worden tegen de belangen van de individuele burger. De twee uitzonderingen in voetnoot 14 zien op een wezenlijk andere situatie. In een arbeidsrelatie heeft de overheid een andere rol ten opzichte van een burger. Bij incidenteel hoger beroep wordt de overheid door de burger meegenomen in hoger beroep. Dan kunnen er gegronde redenen zijn om hogerberoepsgronden aan te voeren. Ik verwacht het afwegingskader in de eerste helft van 2026 naar uw Kamer te kunnen sturen. De voetnoot verwijst dus naar een specifieke situatie en niet naar het algehele afwegingskader.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ja, laten we dat inderdaad doen. Als het nog steeds op de voetnoot lijkt, dan is er iets misgegaan. Laten we het daarop houden.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Dan kom ik bij een vraag die wat ruimer is, maar wel van belang. Wat is nou "het algemeen belang"? Dat vraagt de heer Van Dijk. Wie bepaalt dat? Ik zal een poging doen die vragen te beantwoorden. Het algemeen belang gaat over de consequenties voor de samenleving, bijvoorbeeld financieel, beleidsmatig of vanwege rechtseenheid of rechtsgelijkheid. Zoals in het kader is beschreven, kunnen er goede redenen zijn voor de Staat om in hoger beroep te gaan. Het belang dat een burger heeft in een procedure, komt helaas niet altijd overeen met het collectieve belang. Uiteindelijk bepaalt de verantwoordelijke bewindspersoon of er in hoger beroep wordt gegaan in het algemeen belang. De Kamer kan de verantwoordelijke bewindspersoon zo nodig ter verantwoording roepen. Dat is de algemene titel. De heer Van Dijk haalde ook dingen aan die hij helemaal niet in het algemeen belang vond en waardoor burgers vermorzeld zouden worden. Het kan zijn dat de afweging niet altijd de afweging is die de heer Van Dijk zou maken. Ik geef ook een voorbeeld van een situatie waarin individuele burgers wel degelijk ook met een hoger beroep kunnen worden geconfronteerd, bijvoorbeeld als er bezwaar wordt aangetekend tegen woningbouw op een bepaalde locatie. Dat kan echt ingaan tegen het individuele belang van een burger die daar al woont, maar er kan een heel groot algemeen belang zijn bij het verschijnen van 10 tot 25 of misschien nog meer woningen op een bepaalde locatie. Ik kan me voorstellen dat in dat soort gevallen een gemeente toch in hoger beroep gaat omdat zij in het algemene belang het hoofd moet bieden aan woningnood. Daar doet die gemeente het dan voor. Daartussenin hebben wij met dingen te maken. Er waren nog meer vragen over het afwegingskader hoger beroep. Mevrouw Bikker vroeg waarom er is gekozen voor een niet-bindend afwegingskader en of de omvang van de problemen de stevige inzet rechtvaardigt. Ik heb zelf geen signalen ontvangen dat een bindend kader noodzakelijk is. Wanneer het komt tot een juridische procedure in het civiele bestuursrecht, is de Rijksoverheid in de meeste gevallen de verwerende partij. De Rijksoverheid entameert zelden zelf procedures tegen burgers, strafrecht uitgezonderd. Overheden moeten in z'n algemeenheid terughoudend zijn in het instellen van een hoger beroep tegen burgers, maar er kunnen gegronde redenen zijn om toch in hoger beroep te gaan, zoals rechtseenheid, rechtsgelijkheid en hele grote belangen. Daar hebben we het net over gehad. Het afwegingskader is bedoeld om overheden te ondersteunen bij de belangenafweging tussen deze algemene belangen en de individuele belangen van de betrokken burger. Overheden zijn erg divers van aard en hebben te maken met verschillende doelgroepen, omstandigheden en context. Het afwegingskader geeft een basis voor de belangenafweging en is voor de bestuursorganen aan te vullen naar de eigen organisatie en context. Ik laat in 2026 een WODC-analyse uitvoeren en opstellen van het aantal bestuursrechtelijke procedures in beroep en hoger beroep. Waar mogelijk worden cijfers voorzien van een kwalitatieve duiding. Ze doen al nader onderzoek naar hoe dit in de praktijk uitpakt. De analyse zal naar verwachting een actueel inzicht geven in het procedeergedrag van de overheid. Mochten daar bijzonderheden uit voortkomen, dan kunnen we altijd kijken of dat nog vraagt om beleidsmatig meer te doen. Men denkt zelf dat het kader nu voldoende basis biedt om ook eigen individuele afwegingen te kunnen maken. Wij doen daar nader onderzoek naar. Er werd gevraagd wanneer dat afwegingskader opgesteld is. Ik verwacht dat in de eerste helft van 2026 naar de Kamer te kunnen sturen. Dat zal niet in het tweede deel van de eerste helft zijn, maar meer aan de voorkant van de eerste helft. Dan het vraagstuk van de dwangsommen. Ik kan me voorstellen dat de heer Sneller denkt: "De overheid en dwangsommen, dat is toch raar? De overheid moet gewoon vonnissen uitvoeren. Daar zijn wij van." Ik weet niet of het steeds vaker voorkomt. Volgens mij ken ik uit de pers één voorbeeld. Volgens mij denken wij aan hetzelfde voorbeeld. Ik weet dus niet of het vaker voorkomt; dat kan ik niet zeggen. Maar laat het duidelijk zijn dat de overheid zich gewoon aan de wet moet houden. Dat betekent ook dat de overheid zich moet houden aan uitspraken. Ik kan het niet beknopter zeggen dan dat. Dan datzelfde afwegingskader nog één keer. Gaan we daar toezicht op houden? Het kader is niet bindend, dus ik kan er geen toezicht op houden. Het blijft de verantwoordelijkheid van de overheidsinstanties zelf om dat te doen. Maar ik ga het dus wel nader onderzoeken. Als blijkt dat het niet goed uitpakt, dan hebben wij alsnog wat te doen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Dat weet ik niet helemaal zeker. Ik zou de eerste keer willen afwachten en kijken wat daaruit komt. Als dat aanleiding geeft om het vaker te doen, dan zullen we op dat moment daarover van gedachten moeten wisselen. Ik wil niet vooruitlopen op de uitspraken. Ik snap de gedachtegang wel. Het moet daarna inderdaad niet alsnog gaan escaleren. Laten we eerst kijken naar de eerste analyse. Als die het gevoel geeft dat we nog maar net op weg zijn, dan kan ik me voorstellen dat je de vinger aan de pols wilt houden. Dat wil ik dus even afwachten.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Nee, nog twee vragen te gaan. De heer Ellian vroeg: "We hebben het over algemeen belang en individueel belang. De consequenties voor het individu kunnen heel groot zijn, ook als de overheid terecht gaat procederen. Hoe wordt daarnaar gekeken en hoe staat het met het afwegingskader?" Mijn inspanningen zijn erop gericht om overheden te ondersteunen bij een meer burgergerichte en oplossingsgerichte houding, en bij voorkeur om helemaal niet te procederen. Je moet goed afwegen of je überhaupt gaat procederen en of je in hoger beroep gaat. Het afwegingskader is bedoeld om de belangen van de individuele burger expliciet te maken en te zorgen dat je er niet zomaar overheen stapt. Je moet het dus echt expliciet maken en beoordelen, zodat je ze ook uitdrukkelijk meeweegt in de afweging om al dan niet in hoger beroep te gaan. Daar hoort ook bij dat je de consequenties die een procedure voor individuele burgers kan hebben, meeweegt. Die afweging en het risico dat de heer Ellian ziet, horen ook echt integraal onderdeel te zijn van de afweging.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Naar mijn weten wordt die afweging zo nu en dan ook gemaakt in bepaalde gevallen. Het zijn wel steeds individuele afwegingen om dat te doen. Het staat me bijvoorbeeld bij van zaken die Nederland voert voor het Europees Hof. Denk aan zaken op het gebied van jeugdbescherming. Dat zijn natuurlijk heel ingrijpende zaken. Daarbij kan het ook van belang zijn. Er zijn dus wel gevallen bekend waar de overheid in is getreden en dat wel degelijk heeft gedaan. Dan ga ik door. Als we het toch hebben over ingewikkelde zaken, dan kunnen we het ook nog wel hebben over het rapport Schade door schande, waar mevrouw Straatman aan refereerde. Daar kun je eigenlijk een heel debat an sich over houden. Dat gebeurt ook weleens. Ik doe het nu een beetje hoog over; er valt veel meer over te zeggen dan wat ik nu vertel. Dat rapport geeft inzicht in de schrijnende praktijk dat moeders en vaders in het verleden zijn gedwongen om afstand te doen van hun baby's. Ik vind het ontzettend belangrijk om maatregelen te treffen die het herstel voor de getroffenen kunnen bevorderen. Ik heb een aantal organisaties en beroepsgroepen uitgenodigd om op het verleden te reflecteren. Daarnaast reflecteren de ministeries van JenV en VWS zelf ook op de onderzoeksbevindingen en de eigen rol. We willen echt leren van wat er gebeurd is. Daar zijn we op dit moment ook hard mee bezig. Deze reflectietrajecten zijn nog gaande en kosten enige tijd, maar het duurt ook geen jaren. We zitten er middenin. Ik beperk me niet alleen tot de inhoud van het rapport, omdat de behoefte aan herstelmaatregelen onder getroffenen niet, of in ieder geval niet geheel, aansluit bij de aanbevelingen. Die zijn daar ook niet helemaal enthousiast over. Daar ben ik dus over in gesprek. Dat vereist echt een zorgvuldig proces. Bij dat gesprek worden de getroffenen actief betrokken. In het voorjaar van 2026 verwacht ik uw Kamer nader te kunnen informeren. Ik heb ook al uitgebreid gesproken met getroffenen. We gaan kijken wat we de komende tijd voor elkaar kunnen betekenen om echt tot significante stappen te komen waardoor het gevoelen veel meer is: we hebben een nieuw punt bereikt en nu kunnen we weer een beetje vooruitkijken. Daar wordt hard aan gewerkt.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Mevrouw Straatman heeft gewoon volstrekt gelijk. Dat is mij ook gebleken in de gesprekken met de slachtoffers waar het hier om gaat. Het duurt al zo lang. Als ik zeg dat het zorgvuldig moet, zeggen zij: ja, dat zal. Dat snap ik ook. De doelgroep wordt steeds ouder en maakt straks helemaal niet meer mee dat we nog tot herstelstappen komen. Dus ik voel mij enorm gemotiveerd om echt met vaart stappen te zetten. Die toezegging heb ik ook aan de betrokkenen gedaan. Er zijn afspraken gemaakt om echt met vaart tot significante stappen te komen. Dat hebben we ook gewoon te doen. Als mevrouw Straatman signalen heeft dat wij bepaalde afspraken niet nakomen, zou ik haar willen vragen om die echt naar mij door te geleiden, want dat hebben wij gewoon wel te doen. Goed, dan kom ik tot een nieuw blokje. Maar misschien heeft de heer Van Dijk nog een vraag hierover.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ja, dat kan ik doen. De heer Van Dijk vraagt een reflectie op thema's waar je een hele middag over kunt praten, zoals hoe die balans precies ligt. Hij geeft terechte voorbeelden aan, bijvoorbeeld het vraagstuk of ergens wel of niet een asielzoekerscentrum komt. Niet alleen individuele burgers, maar soms ook groepen burgers zeggen dan: dit wil ik niet. En er is een overheid die zegt: ik heb ook een ander belang, want ik moet mensen die hier zijn toch een plek geven; ik zoek daarvoor een geschikte plek. Dat is een belangenafweging. Als je daar niet uitkomt, dan ligt er een rechtsgang open om daarin een afweging te krijgen van een onafhankelijke rechter. Dat is van groot belang. Dat is precies wat daar speelt. Het is soms niet eens alleen maar een individueel belang ten opzichte van het algemeen belang. Het kan ook een collectief belang ten opzichte van het algemeen belang zijn. Het is ook niet zo dat het individu of het collectief altijd verliest in een rechtszaak. Rechters geven, gelukkig, burgers vaak gelijk op het moment dat zij procederen tegen de overheid, want zo werkt een rechtsstaat. Iedere keer opnieuw moeten we dat weer bezien. Ik vind wel dat de overheid terughoudend moet zijn met hoger beroep op het moment dat individuen in de knel kunnen komen. Daar maken we een afwegingskader voor. Dat is ook van belang.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Het afwegingskader is niet verplicht omdat ik vind dat er ruimte moet zijn voor lokale overheden om daar invulling aan te geven op een manier die passend is in de lokale situatie. Dus daarom verplicht ik het niet. Ik geef het mee. We gaan zeker wel kijken wat de impact daarvan is. Dat heb ik ook al toegezegd. De bedoeling is wel degelijk dat de overheid zich dit aantrekt en op basis van dit kader een afweging maakt: ga ik in beroep, ja of nee? Daar kunnen echt heel gerechtvaardigde belangen zitten. Het is soms ook best wel spannend. Neem nou het volgende vraagstuk. Er is ergens industrie die heel erg vervuilend is, maar wel heel veel werkgelegenheid biedt. En er is een individuele burger die daartegen ten strijde trekt. Moet het weg of niet? Dat raakt aan de ene kant die individuele burger ten opzichte van die fabriek, waarbij de overheid misschien een vergunning heeft afgegeven. Maar het raakt ook weer de werkgelegenheid van heel veel anderen. Dat soort belangenafwegingen moet je wel kunnen blijven maken. Iedere keer moet je opnieuw wegen: hoe wegen we belangen tegen elkaar af en is het gerechtvaardigd om door te procederen? Het is breder dan de vraagstukken die de heer Van Dijk hier schetst. De Wet Damocles, oftewel artikel 13b van de Opiumwet: dat is het volgende blokje. De heer Sneller heeft daar vragen over gesteld. Doen we daar regelmatig onderzoek naar, hoe zit dat nou en is dat wel robuust genoeg? Op 27 juni 2024 heeft de toenmalige minister van JenV een beleidsreactie gestuurd op de verkenning van de mogelijkheden om de gevolgen van de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet te monitoren. Het onderzoek liet zien dat er verschillende bezwaren kleven aan het opzetten en uitvoeren van een periodieke monitor. De onderzoekers hebben daarom de aanbeveling gedaan om eenmalig een verdiepend onderzoek te doen. Ze verwachten daarmee hetzelfde inzicht te kunnen krijgen in de gevolgen van de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet. Die aanbeveling is opgevolgd. De minister van JenV zal aan het eind van het eerste kwartaal van 2026 de resultaten hiervan, gecombineerd met de driejaarlijkse monitor over hoe vaak artikel 13b van de Opiumwet wordt toegepast, met uw Kamer delen. De beleidsreactie volgt nog voor de zomer. De heer Sneller vraagt zich af hoe we het beleid kunnen vormgeven als de evaluatie niet als monitoring kan. Dat is dus precies het punt. We proberen tot een afweging te komen. Aan de ene kant is er de kwantitatieve analyse die u krijgt. Aan de andere kant is er daarnaast eenmalig dat verdiepende onderzoek. Dat moet robuust genoeg zijn. Dat hopen we dan ook. Ik ga er eigenlijk ook wel van uit dat dat zo is. We moeten op basis daarvan tot de juiste beleidsafwegingen kunnen komen. Daarmee heb ik dit blokje gehad. We gaan er nu vlot doorheen. Ik kom namelijk bij de andere belangrijke onderwerpen, oftewel de overige onderwerpen. Ik vis in het mapje. Ik zie nog twee punten van de heer Sneller. Die punten gaan over de waarborgfunctie van de Awb. Daar wordt namelijk op gewacht, zegt de heer Sneller. Hij vraagt wanneer dat wetsvoorstel er komt. Er liep tot in de zomer van 2024 een consultatieronde over het conceptwetsvoorstel Versterking waarborgfunctie Awb. Daarnaast zijn er ongeveer 60 uitvoeringstoetsen gedaan. Het gaat nogal ergens over. Uit die toetsen blijkt dat men de doelstelling van het conceptwetsvoorstel weliswaar omarmt, maar dat er zeer forse uitvoeringsconsequenties en -kosten worden verwacht. Het gaat dan om structureel ten minste 300 miljoen euro overheidsbreed. In de eerste helft van 2025 zijn er op ambtelijk niveau gesprekken gevoerd met grote uitvoeringsinstanties, de VNG en de rechtspraak om het wetsvoorstel mogelijk beter uitvoerbaar en wat minder kostbaar te maken. De verwachting is echter dat de uitvoeringskosten, en daarmee ook de uitvoeringslast, ook met de bijstelling overheidsbreed nog steeds zeer aanzienlijk zullen zijn. We moeten echt even bezien welke gevolgtrekkingen we op basis van deze informatie moeten verbinden aan dit wetsvoorstel. De impact is zowel financieel als qua uitvoering enorm.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Het gaat om geld dat ik op dit moment niet heb. Dat is toch wel relevant. Ik deel dat bij dezen met u. Het kost geld, ook omdat mensen dingen moeten gaan doen. Er zit een hele grote uitvoeringslast bij. We moeten dat samen met elkaar bezien. Daar zit het gewoon op. We doen een uitvoeringstoets. De Kamer hamert er ook altijd op dat dingen uitvoerbaar moeten zijn en goed moeten kunnen. Die uitvoeringstoets is dus ook gedaan. Daaruit blijkt nu dat de impact heel erg groot is. Ik vind het wel getuigen van fatsoenlijk bestuur om op basis daarvan te gaan kijken wat dat betekent. Nu we weten hoe groot de impact is, moeten we eigenlijk opnieuw kijken naar dit voorstel. Dat is het punt waarop we op dit moment helaas zitten.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Als ik de heer Sneller goed hoor, vraagt hij om de Kamer gewoon een nette update te geven over waar we staan, omdat de Kamer het er dan ook echt over kan hebben. Nu mist dat, zegt hij, en zit de Kamer in een zwart gat. Ik zal dat samen met de minister van Binnenlandse Zaken oppakken. Wij zullen die update geven. Daar zullen wel ongeveer de contouren in staan van wat u net ook van mij hebt gehoord. Daar hebben we het dan over. Die voorwaarschuwing heb ik dan alvast gegeven. Dan komt er nog een stukje college, over een beroep op de overheid op mensenrechten en het EVRM. De vraag is wat mijn visie is op de twee verschillende rechterlijke opvattingen die er liggen over de vraag of de overheid zich kan beroepen op bescherming van mensenrechten uit het EVRM. Nou ben ik gisteren bij het EVRM geweest, maar toen ben ik vergeten dit te vragen. Dus anders had ik daar nog wat extra body bij kunnen krijgen. Nou, daar gaan we. De heersende leer is dat overheidsinstanties zich in nationale procedures níét kunnen beroepen op het Europees Verdrag tot bescherming van rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Dat sluit aan bij het uitgangspunt van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens — daar was ik dus gisteren — dat overheidsinstanties geen klacht kunnen indienen bij het Europees Hof. Ik zou nader moeten bestuderen of de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep aanleiding geeft tot een andere opvatting. De Centrale Raad van Beroep licht namelijk niet toe waarom hij afwijkt van de heersende leer. In de kern gaat het om de vraag of het gegeven dat overheidsinstanties uitgesloten zijn van het indienen van een klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ook inhoudt dat zij in een nationale procedure geen beroep kunnen doen op een materieel recht bij het EVRM. Ik moet dat echt even nader bestuderen. Het college houdt hier dus op. Het is heel interessant, maar ik weet het dus nog niet. Laat ik het zo zeggen: mocht ik wat horen, dan laat ik u dat weten. We gaan wel kijken of we kunnen navragen op basis waarvan dit gedaan is. Dat brengt mij bij een leeg mapje. Ik ben daarmee klaar met de beantwoording in de eerste termijn, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Mevrouw Straatman blijft oproepen, niet alleen abstract maar ook heel concreet, om goed te kijken naar hoe de overheid zich gedraagt ten opzichte van individuele burgers en groepen van burgers, maar vooral richting de zaak van de afstandsmoeders: blijf snelheid maken en maak de afspraken waar. Daar doe ik alles voor, maar ik niet kan beloven dat hetgeen ik heb toegezegd om te gaan doen in het eerste kwartaal, ook per definitie tot grote tevredenheid zal leiden. Ik doe er alles aan. Ik hoop dat iedereen straks denkt: nu zetten we echt een belangrijke streep. Daar zet ik op in. Ik kan geen garantie geven, maar ik kan wel zeggen dat we, samen met de mensen om wie het gaat, alles op alles zetten om in ieder geval die termijn na te komen en daadwerkelijk tot een inhoudelijke invulling te komen waarvan alle partijen zeggen: hiermee kunnen wij vooruit. Dat vind ik belangrijk. De heer Sneller zei over de dwangsom dat hij nog meer gevallen kent. Hij heeft ongetwijfeld gelijk. Ik blijf bij mijn woorden: wij moeten ons gewoon aan de uitspraken houden. Het is best verdrietig dat rechters denken daar een dwangsom voor nodig te hebben. Dat hoort niet. Wij moeten ons gewoon aan die uitspraken houden, ook als we het niet leuk vinden. Zo gaan die dingen nou eenmaal. Ten aanzien van de waarborgfunctie Awb: ik zal zorgen dat u een update krijgt. Ik heb de heer Van Dijk niet blij gemaakt met mijn uitvoerige uitleg over het algemeen belang versus het individueel belang. Ik ga niet nog een poging doen. Ik denk dat de moties toch gaan komen, dus dan gaan we zien hoe anderen daarnaar kijken. Ik deel met mevrouw Bikker de urgentie om het staatsnoodrecht te moderniseren. Ik ben absoluut bereid om prioritering op basis van het dreigingsniveau mee te nemen in de brief; sterker nog, ik begrijp dat dat al gedaan wordt, dus dat nemen we zeker mee in die brief. Ik kan me voorstellen dat mevrouw Bikker zorgen blijft houden over de procespositie van de Staat, zeker als je individuele gevallen kent. Ik kan niet aan individuele gevallen refereren. Ik vind het vooral van belang dat wij een afweging blijven maken. Het moet mogelijk zijn voor de Staat — er kunnen echt grote belangen zijn — om te procederen, maar je mag wel even een fatsoenlijke afweging maken. Ik kan mij persoonlijk voorstellen dat dat wel een beetje wringt in de voorbeelden die mevrouw Bikker deelde, maar die besluiten zijn al gevallen. Die kan ik dus niet terugdraaien, maar we gaan er goed naar kijken. Mevrouw Bikker vroeg nog wanneer het WODC met de bevindingen komt. Ik dacht dat dat in het eerste kwartaal van volgend jaar is, maar dat weet ik niet zeker. Ja, eerste kwartaal 2026. Dan ga ik die delen met de Kamer. Dan kom ik tot een afronding voor nu.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Ik weet het niet precies. Ik zou zeggen: het eerste kwartaal van 2026, en eerder als het mogelijk is.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Rutte: Een verzamel-iets bij een maakt-niet-uit-wat-voor brief. Als de heer Ellian dat genoteerd kan krijgen, dan is het goed.

Bron, video en gesprek →