KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

Annet Bertram

31debatten
668bijdragen
14interrupties
107.358woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
8 jun 2026 · Kamerstuk

Wijziging van de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met de implementatie van de herziening van de Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Voorzitter, dank u wel. We bespreken vandaag een belangrijke richtlijn, over de industriële emissies. Het was een vraag van u allen, maar ook van de heer De Hoop: wat is nu eigenlijk precies de meerwaarde van die richtlijn en wat denken we te bereiken? Het lid Kostić vroeg daar natuurlijk ook naar. Ik ben het eigenlijk met iedereen eens die zegt: het biedt kansen. Gezondheid is heel belangrijk. Het is ook belangrijk dat we daar goede spelregels over en weer voor afspreken. Daarbij is lastendruk altijd iets om serieus mee te wegen. Ik noem het rijtje op van wat we met de richtlijn krijgen en waar uw Kamer de eerste keer in 2022 over sprak. Het gaat dan over het verplicht vergunnen aan de onderkant door dat BBT-systeem, de beste beschikbare technieken. Ik denk dat dat echt een vooruitgang is. Ik noem ook de technische analyses als je een soepelere vergunning wil. Dat betekent ook dat de bewijslast bij een bedrijf ligt. Dat is overzichtelijker dan het nu is en het is belangrijk voor de omgevingsdiensten. Je hebt de milieubeheersystemen, waardoor echt veel informatie beschikbaar komt. Je hebt het transformatieplan. Dat was een vraag van het lid Kostić en de heer De Hoop: komen die plannen er? Ja, die plannen moeten er komen, want dat is een van de verplichtingen van hoe je naar zero pollution in 2050 gaat. Natuurlijk, zeg ik hierbij, moet je ook met z'n allen ontdekken hoe je dat doet, maar het staat er niet voor niks, dus wat mij betreft is dat belangrijk. We hebben een eigen hoofdstuk voor de grootschalige varkens- en pluimveebedrijven met een eigen uitvoering. Ik denk dat dat ook belangrijk is, want dat betekent ook dat het daarbij kan aansluiten. We hebben een lagere drempel: meer bedrijven zullen straks onder dit systeem vallen, maar dat zijn wel grote bedrijven. Een vraag van de commissie ging over de kleine bedrijven. Die vallen er dus niet onder. Die blijven uiteraard onder het bevoegd gezag vallen. In de meeste gevallen is dat de provincie. Maar als je een groot bedrijf hebt en hieronder valt, betekent dat dat er door die lagere drempel inmiddels meer bedrijven hiermee te maken krijgen. Het lijkt me ook belangrijk dat je geconsolideerde vergunningen opstelt. Burgers kunnen dan namelijk ook veel beter zien hoe het verloop van de vergunning is geweest. "Geconsolideerd" betekent dat je aangeeft wanneer die is vervangen en hoe die is vervangen. Ik denk dat dat voor burgers en organisaties die zich hiermee bezighouden, heel belangrijk is. Daarmee is het ook echt vastgelegd. Vervolgens was er de vraag van u, in ieder geval van de leden die hebben gezegd "ja, dit biedt kansen", of het kabinet dit ook vindt en de mening van de commissie deelt. Het is belangrijk voor de gezondheid en het is belangrijk voor bedrijven om te weten waar ze aan toe zijn. Vorige kabinetten hebben heel bewust gezegd dat het gaat om het registreren en de gezondheid, maar ik zeg er ook bij dat het gaat om een level playing field. Het gaat er ook om dat je in Europa niet allerlei verschillen krijgt. Dat level playing field is dus belangrijk. Dat alles bij elkaar maakt dat het kabinet deze richtlijn omarmt. Dan is een van uw toch wel indringende vragen: waarom betekent dat dan dat je een aantal stappen overslaat, staatssecretaris? Dat heeft de volgende reden. De richtlijn zelf is ongeveer vanaf 2022 in uw Kamer bediscussieerd. Vervolgens heeft het vorige, maar ook dit kabinet gezegd dat het, omdat het dit zo belangrijk vindt vanwege de gezondheid, het level playing field en het feit dat in het regeerakkoord staat dat we een beetje moeten opschieten met het implementeren van de Europese richtlijnen, geen extra eisen gaat stellen, de richtlijn houdt zoals die is en die zo technisch mogelijk vertaalt in een AMvB. Maar dat betekent niet dat we de ruimte nemen om er allerlei extra maatregelen in op te nemen. Waarom doen we dat nu? Omdat we tegen elkaar hebben gezegd dat als je Europese richtlijnen wilt implementeren — we vinden het het belangrijkst dat deze nu zo snel mogelijk van kracht wordt — je op basis van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht een aantal stappen mag overslaan als je deze zonder extra toevoegingen implementeert. Dat is ook logisch, want als je niks extra's doet en de richtlijn is bediscussieerd, dan is het ook niet nodig om die stappen nog een keer te zetten. Eigenlijk doe je dan steeds hetzelfde. Ik begrijp uiteraard wel de vraag van de heer Bikkers hierover: hoe weten wij het nu zeker; is het nu zo dat we echt alleen maar aansluiten bij wat er al in de nationale regelgeving staat? Het antwoord is: ja, dat is precies wat we doen. Dat kost al veel tijd, want we zijn straks al zes maanden later dan eigenlijk de bedoeling is. Overigens, zeg ik er eerlijk bij, zijn andere Europese landen ook niet helemaal op tijd. Sommigen zijn dat wel. Maar dat betekent dus dat we zeggen: we doen het zo snel mogelijk; we doen naar beste eer en geweten niets anders dan wat er nu in wet- en regelgeving staat, en we implementeren die richtlijn in nationale wet- en regelgeving. Gaandeweg het gesprek, tijdens uw inbreng tenminste, dacht ik: als u het op prijs stelt, kan ik prima een brief aan uw commissie sturen met een overzicht van hoe we die implementatie handen en voeten geven. Ik heb het natuurlijk zelf ook bekeken. U ziet dan ook dat we zo veel mogelijk aansluiten bij het systeem dat we al hebben. Als er een meldingsplicht is, blijft het een meldingsplicht. We sluiten aan bij criteria en bij omschrijvingen die je nu ook in nationale wet- en regelgeving hebt. Als dat helpt om het goede gevoel te krijgen dat we niets toevoegen aan de richtlijn, maar dat we die naar beste eer en geweten implementeren, kan ik dat prima laten zien door in een brief aan uw commissie inzicht te geven in hoe we dat transponeren doen. Misschien nog één aanvulling. Een vraag die ook gesteld werd, was: waarom bent u dan zo laat? Ook daar hebben we natuurlijk nog eens even heel goed naar gekeken. Als je kijkt welke stappen je op nationaal niveau moet zetten, zijn dat gewoon heel veel stappen. Dat kost zo acht maanden meer dan wanneer je deze stappen kunt overslaan. We kunnen die overslaan, omdat wet- en regelgeving dat toelaat, mits je niks meer doet dan wat in de richtlijn staat.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Het implementeren van Europese richtlijnen as such is nog best wel een brede discussie. Wat in ieder geval ook voor het kabinet nu de doorslag heeft gegeven, is dat deze Europese richtlijn, waar al sinds 2022 over gesproken wordt, ook regelmatig in de Kamer, niet nieuws is. Er is over gesproken en u weet wat er in die richtlijn staat. Uw inbreng is ook gebruikt tijdens het debat in het Brusselse. Als je dus het standpunt huldigt, wat het kabinet doet, dat we van plan zijn om dit nu zo snel mogelijk te doen — we zijn al een half jaar later — juist vanwege het belang van die richtlijn, dan is dat doorslaggevend. Het is én tempo, én het grote belang van de richtlijn.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik heb nog het blokje VTH. Ik heb het blokje "hoe zit het met de lasten?". Daar pak ik ook de vragen van de heer Jansen bij over de veehouderij en de pluimveehouderij. Dan heb ik nog een blokje overig.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: De insteek van het kabinet is dat we nu alle ballen zetten op het implementeren van deze richtlijn, ook vanwege het grote belang. Als er nog aanvullingen nodig zouden zijn, moet je daar inderdaad een apart traject voor starten. Dat kan natuurlijk wel, maar dat is weer een ander debat.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik zou 'm omdraaien, denk ik. Als het kabinet, met een deel van uw commissie, hoop ik, vindt dat deze richtlijn zo snel mogelijk moet worden ingevoerd, juist vanwege het grote belang, en er dus regelmatig gediscussieerd is over die richtlijn, zou je volgens mij kunnen zeggen: dan gaan we nu vol voor zo snel mogelijk implementeren. Dat is in ieder geval mijn standpunt en dat van het kabinet. Dat is al best een grote klus. Dit moet een plek krijgen in een stuk of drie, vier wetten. Dan heb je nog alle termen die je in al die wetten weer moet onderbrengen. Ik heb het gezien en het is echt indrukwekkend. Als we dat gedaan hebben … We zijn natuurlijk altijd weer in gesprek met elkaar, ook in deze commissie, maar mijn prioriteit en die van het kabinet is het zo snel mogelijk implementeren van deze richtlijn.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Dan werden er uiteraard vragen gesteld over het volgende punt. Er werd gezegd: als die richtlijn ingaat, heb je een VTH-stelsel nodig dat … Het lid Kostić en de heer Jansen hadden even een momentje met elkaar. Dat is altijd goed!

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: De vraag was natuurlijk: maar is er dan een VTH-stelsel dat ook echt gaat werken? We hebben regelmatig toetsen om te kijken wat het voor het VTH-stelsel doet en of de omgevingsdiensten het ook aankunnen. Het antwoord is: ja, ze kunnen het aan. Wat vooral nieuw is, zijn die geconsolideerde vergunningen. We gaan samen met hen bekijken wat dat nu precies betekent. Sommige omgevingsdiensten doen dit al, omdat het belangrijk is dat ze die vergunningen kunnen volgen. Voor de omgevingsdiensten die het nog niet doen, is het introduceren van die geconsolideerde vergunningen ook echt belangrijk voor het werk van de omgevingsdiensten zelf. Men hoopt dat ze er op termijn zelfs wat minder werk door krijgen. Kortom, kijkend naar de richtlijn en het werk van de omgevingsdiensten, veronderstellen wij dat het goed uitvoerbaar is en dat het ook zou moeten passen. We moeten vooral die geconsolideerde vergunningen in de gaten houden. Wat betreft de omgevingsdiensten is er een bredere discussie die ik graag met uw commissie heb. Over de positie van de omgevingsdiensten binnen het hele stelsel, die we in een ander debat hebben bediscussieerd, zal ik met voorstellen komen voor hoe we daarnaar moeten kijken. Als we sec kijken naar het VTH-stelsel, de omgevingsdiensten en de richtlijn die zij moeten uitvoeren, zien wij op dit moment op basis van de toetsen niet dat er heel veel extra werk achter wegkomt, behalve bij de geconsolideerde vergunningen. We houden gezamenlijk in de gaten wat dat precies betekent voor de omgevingsdiensten.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik heb in een van de eerste debatten die ik had, met de commissie afgesproken dat ik met de bestuurders van de omgevingsdiensten gesprekken zou hebben. Die lopen ook. Daarvan zou ik verslag doen. Niet alleen vanwege deze richtlijn, want uiteindelijk is dat op het grote geheel maar een puzzelstukje; je hebt het eigenlijk over veel meer. Ik ben dus over een veel breder veld met de bestuurders in discussie. Ik heb daar de heer Van Aartsen en mevrouw Sorgdrager ook over gesproken, om ook even te onderzoeken wat zij eigenlijk in dat onderzoek hebben aangetroffen. Ik wilde ze ook zelf graag spreken. Binnenkort heb ik een benen-op-tafelgesprek met de bestuurders van de omgevingsdiensten om elke keer weer een stap verder te gaan en die puzzel te leggen. Dat borduurt dus voort op het onderzoek van de heer Van Aartsen, waar mevrouw Sorgdrager ook bij betrokken was.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Dat kan ik toezeggen. Er worden HUF-toetsen uitgevoerd. Dat zijn toetsen om elke keer te bekijken wat regelgeving betekent voor een omgevingsdienst. Die gesprekken lopen ook. We hebben sowieso de bredere discussie en ik zal uw Kamer als wij die discussie hebben afgerond, en dat is binnenkort, zo snel mogelijk informatie doen toekomen over wat die HUF-toets heeft opgeleverd.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: En voor staatssecretarissen ook, moet ik eerlijk zeggen. Na de zomer.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: De vraag van het lid Kostić over de Omnibus zal ik ook bij dit blokje bespreken. Eigenlijk ging uw vraag erom dat we dit dan zo meteen gaan vaststellen met alles erop en eraan terwijl er in Europa ondertussen een discussie is over die Omnibus. Daarvoor zou ik eigenlijk het volgende willen voorstellen maar ook toelichten. In een van de eerste debatten heb ik aangegeven dat ik de zorgen over die Omnibussen begrijp. Het betekent namelijk dat er op een ander level behoorlijk ingrijpende besluiten kunnen worden genomen. Ze kunnen trouwens ook niet genomen worden, hè? Dat hangt af van wat er gebeurt. Ik heb toen gezegd dat, als er geen impactanalyse gemaakt zou worden, ik zelf een quickscan zou doen. Dat doe ik ook. Daar zijn we mee bezig. Ik zit volgende week in Luxemburg. Dan spreek ik ook een aantal collega's daarover. Ik zal u op de hoogte stellen van de resultaten van de quickscan, maar ook van de wijze waarop wij die quickscan gebruiken op het niveau van het Brusselse. Ik denk namelijk dat dat uiteindelijk het meest effectief is, want die Omnibusprocedures gaan door. Ik denk dat de heer Jansen dat ook nog wel weet. Op de een of andere manier zul je je daar dus toe moeten verhouden. Als je de informatie van je eigen quickscan hebt, is dat waarschijnlijk de beste manier om de discussie daar te beïnvloeden. Je bent natuurlijk een van de velen, maar het is wel iets wat we heel serieus oppakken. Dan kom ik volgens mij bij het blokje lasten.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Voorzitter. De heer Bikkers zei: die overgangsbepalingen wisselen per artikel. Hij vroeg: heeft u nu eigenlijk overleg met het bedrijfsleven en hoe zit dat nu precies? Ja, we hebben geregeld overleg met het bedrijfsleven en met de brancheorganisaties. Volgende week is er weer een overleg. Ik zou u willen toezeggen — dat was uw vraag ook — dat ik de ingezonden documenten voor de zomer met uw Kamer deel, als de brancheorganisaties daarmee akkoord gaan, uiteraard.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Zeker. Dat was eerlijk gezegd ook mijn bedoeling. Als die documenten er zijn, is het normaal dat wij daar een soort appreciatie bij doen. Dan weet u ook wat er is ingezonden. Om te praten over de lastendruk zitten wij dus zeer regelmatig met het bedrijfsleven om de tafel, en overigens niet alleen met het bedrijfsleven, want er zijn natuurlijk ook consumentenorganisaties. Er zijn allerlei partijen die we regelmatig consulteren, maar het bedrijfsleven hoort daar uiteraard bij.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Dan was er een vraag van de heer Bikkers: hoeveel bedrijven moeten nu voldoen en wat betekent dit voor de investeringsopgave? Onder de RIE en de PIE — het is een beetje een komische combinatie, natuurlijk — vallen in totaal 3.638 bedrijven. Daarvan zijn er 1.275 IPPC-bedrijven en 2.400 varkens- of pluimveehouderijen. Er vallen dus zo'n 650 extra veehouderijen onder de herziene RIE. Dat waren er 1.783. De heer Jansen zei dat installaties van verschillende eigenaren als één eenheid kunnen worden gezien. Hij vroeg: als er een economische relatie is, wat betekent dat dan eigenlijk? Hij had het bijvoorbeeld over twee familiebedrijven die dan materieel kunnen delen. Ik hoop dat ik hem gerust kan stellen, want deze regel is niet gericht op het voorbeeld van twee kleinere familiebedrijven. Deze regel is bedoeld om te voorkomen dat bedrijven onder de RIE uit komen door het kunstmatig opsplitsen van hun installatie. Aan alles is gedacht, maar dit betekent dus dat dit zich, afhankelijk van de grootte van het bedrijf, op zich niet zou kunnen voordoen.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Dat is best wel ingewikkeld in zijn algemeenheid, maar ik hoop in dit geval iets preciezer te kunnen zijn. We krijgen nog allerlei richtsnoeren voor de interpretatie. Als hij dat een goed idee vindt, dan zal ik dit punt daar expliciet in meenemen. Ik kan uw Kamer dat vervolgens ook laten weten. De heer Jansen vroeg ook wie eigenlijk die geconsolideerde vergunningen gaat betalen. De omgevingsdiensten moeten de geconsolideerde vergunningen opstellen. Dat leidt tot een grote inspanning. Op termijn betaalt zich dit echter terug, omdat bij handhaving en toezicht duidelijk is waar bedrijven aan moeten voldoen. Een volgende vraag van de heer Jansen: kan de staatssecretaris garanderen dat geen enkel Nederlands gezinsbedrijf kapot wordt gemaakt door deze Brusselse boete van 3% van de jaaromzet? Uiteindelijk moet de praktijk natuurlijk uitwijzen wanneer die sancties worden ingezet en hoe ze worden ingezet, want uiteindelijk is dat natuurlijk aan het bevoegd gezag. 3% tot 10%; de een vindt het heel weinig, maar ik denk dat het behoorlijk stevig is. Nu is het wel zo dat er alternatieve sancties mogelijk zijn. Er is dus ook wel iets van een interpreteermogelijkheid voor het bevoegd gezag als het doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zou kunnen zijn. Kortom, ik kan die toezegging uiteraard niet doen, omdat de praktijk moet laten zien wat er gebeurt en welke sancties er worden opgelegd. Tegelijkertijd ga ik er wel van uit dat het bevoegd gezag dat zo zorgvuldig mogelijk doet en met inachtneming van alle feiten. Zo gaat dat nu eenmaal. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel zo dat een bedrijf dat het willens en wetens wel kan maar het niet doet … Kijk, daar zijn die sancties natuurlijk voor bedoeld.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Dat is een terechte vraag, want het zou echt vervelend zijn als het enorm uit elkaar zou gaan lopen. We zijn samen met de omgevingsdiensten hiermee bezig. De omgevingsdiensten hebben een samenwerkingsverband, ODNL, en daar bespreken we deze casussen. De bedoeling is natuurlijk dat je na verloop van tijd eenduidigheid krijgt.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik denk dat er altijd een overgangstermijn nodig is, waarin je uitwerkt hoe de regels eruitzien en wat je in bepaalde gevallen doet. Ik kan u, meneer Jansen, toezeggen dat wij in onze gesprekken met de omgevingsdiensten en de koepel van de omgevingsdiensten deze casussen terugleggen, samen met onze zorgen daarover. Ik sta natuurlijk wel voor die sancties, want anders zou ik die nu niet verdedigen. Maar ik vind ook dat je er zo goed en zo kwaad als het gaat een soort eenvormigheid in moet zien te krijgen. En natuurlijk is elk geval een geval apart. Verder zijn we het er volgens mij over eens dat je natuurlijk moet voorkomen dat mensen sancties aan hun laars lappen. Dat is namelijk echt een andere situatie.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Zeker. Volgens mij ben ik begonnen met de zegeningen van de richtlijn. Dat betekent ook dat er twee grote opdrachten waren. De eerste is: doe iets aan die emissies, want dat is belangrijk voor de gezondheid en het level playing field. Dat is het uitgangspunt. Volgens mij vroeg de heer Jansen naar een soort eenduidigheid, want als je die sancties gaat toepassen, dan betekent het wel dat het belangrijk is dat een bedrijf weet waar het aan toe is. Het kan namelijk ook tamelijk normerend werken als je weet waar je aan toe bent. Dat is, denk ik, het gesprek dat wij met de omgevingsdiensten hebben.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Dan was er nog een vraag van de heer Jansen over de innovatieve technieken. Moeten die ook buiten Europa in ogenschouw worden genomen? Het kader van de RIE geldt natuurlijk voor alle bedrijven in Europa. Om de concurrentiepositie van Europese bedrijven te verbeteren, worden over de hele linie initiatieven ondernomen. Dat betekent dus ook dat daar initiatieven ter bescherming van de Europese markt tegen oneerlijke concurrentie bij zitten. Ik kan u nog niet precies zeggen hoe dat gesprek in het Brusselse plaatsvindt, maar hier is wel oog voor. Dan was er nog een vraag van uzelf, voorzitter. Verwacht ik dat de voorliggende richtlijn problemen gaat opleveren voor kleine bedrijven? Deze richtlijn is natuurlijk echt gericht op grote industriële bedrijven. Kleine bedrijven vallen daar niet onder. Dat betekent dus dat zij onder het bevoegd gezag vallen dat er nu ook al is. Voorzitter. Ik ga nog heel even na of ik bepaalde vragen vergeten ben. Een seconde. Volgens mij had ik de vraag of we gaan toewerken naar zero pollution in 2050 al gehad. Het antwoord daarop is ja. Dat was inderdaad een vraag van de heer De Hoop en mevrouw Kostić. Sorry, het lid Kostić. Excuus. Dan was er nog een vraag over hoe het kan dat praktijken zo lang kunnen doorgaan voordat de overheid ingrijpt. Dat heeft natuurlijk — ik besprak dat net met het lid Kostić — ook alles te maken met de omgevingsdiensten en hoe stevig zij zijn. Dat is ook waarom ik dat een van mijn speerpunten maak, want ik vind dat ze stevig moeten zijn. Tegelijkertijd hoop ik oprecht dat deze richtlijn gaat helpen, juist ook omdat de bewijslast bij bedrijven terechtkomt, om ervoor te zorgen dat je meer evenwicht krijgt en je ook eerder kunt optreden. Laten we met z'n allen hopen dat die richtlijn er niet voor niks is. Volgens mij heeft de Kamer ook op enig moment gezegd: wij willen hiermee door. Eens even kijken, voorzitter. Het geval doet zich nu voor dat er nog antwoorden naar beneden komen, maar ik heb mijn aantekeningen bekeken en ik dacht dat ik een heel eind was. Ik moet even nadenken.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik zal nog even mijn eigen aantekeningen bekijken. Ik hoor al verlossende voetstappen in de gang, zonder daarmee druk te willen leggen op degene die nu komt aanrennen. Voorzitter. Dit is het mapje overig. Ik ga even kijken wat ik al beantwoord heb. Het lid Kostić vroeg: kan de staatssecretaris toezeggen dat de milieubescherming niet achteruit zal gaan en dat het EU-managementsysteem weer verplicht wordt ingevoerd? Het kabinet is niet van plan om het beschermingsniveau naar beneden te halen. Ik hoop dat ik dat net heb uitgelegd. Wij implementeren iets. Dat betekent dat je echt niet wilt dat het beschermingsniveau naar beneden gaat. Het milieumanagementsysteem dat in de BBT-conclusies van 2017 stond, wordt in de nieuwe uitvoeringsregels niet voortgezet. Het werd in Nederland ook niet toegepast, maar we gaan uiteraard wel naar het systeem toe dat de nieuwe richtlijn voorschrijft. We hebben het al over de boetes gehad.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Zeker. Ik moet eerlijk toegeven dat ik een bedrag tussen de 3% en 10% echt fors vind. Dat komt niet zo heel veel voor in allerlei andere regelgeving. Ik snap uw vraag uiteraard. Die sancties moeten werken, want anders zijn het geen sancties. Als ik de reacties hoor, dan ga ik ervan uit dat ook bedrijven die 3% tot 10% echt veel vinden. Het bevoegd gezag kan deze boete toepassen. We moeten uiteindelijk zien hoe dit in de praktijk werkt. Bij de evaluatie moet op enig moment blijken hoe deze boete via het strafrecht wordt toegepast. Eén. Ik denk dat die afschrikwekkend is. Tussen de 3% en de 10% is echt veel. We zullen met z'n allen moeten ervaren of de sanctie daadwerkelijk werkt. We hebben het systeem van de omgevingsdiensten, van het VTH-stelsel, heel erg nodig om ervoor te zorgen dat dit uiteindelijk zijn werk doet. Als je alleen een sanctie hebt zonder het apparaat om duidelijk te maken dat die sanctie zijn werk moet doen, heb je natuurlijk een leeg systeem.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Vindt u het goed als ik daarop terugkom? Het eerlijke antwoord is dat de richtlijn nog geïmplementeerd moet worden. Die moet nog draaien. We zijn een heel eind op streek, maar dit zal niet in de komende maanden zijn. Ik wil heel even nadenken over hoe zo'n evaluatie vormgegeven kan worden en over hoe u als Kamer kunt volgen wat er gebeurt.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ja, dat is goed. Er was nog een vraag van het lid Kostić: kan de staatsecretaris toezeggen dat de compensatieregeling evenredig toegankelijk is voor alle burgers en, zo ja, op welke manier wordt dit geborgd? Dit is wettelijk geborgd. Wanneer er schade aan de menselijke gezondheid is toegebracht als gevolg van een inbreuk op nationale maatregelen, moet een lidstaat ervoor zorgen dat de getroffen personen een vergoeding voor die schade kunnen eisen. In Nederland is dit wettelijk geborgd binnen de huidige wettelijke kaders.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Dat hangt natuurlijk ook af van hoe het wettelijk kader is en hoe de situatie is, maar je zal dat inderdaad moeten weten. Je wilt er uiteindelijk natuurlijk op uitkomen dat de vervuiler betaalt. Voorzitter. Dan was er nog een vraag van het lid Kostić over mijn reactie op de positionpaper van de Commissie mer. Daar ben ik bekend mee. Ik zal de Kamer hierover op korte termijn schriftelijk een formele reactie sturen. Ik heb ook gezegd wat ik met die Milieuomnibus in Brussel zal doen en dat ik uw Kamer daarover zal informeren.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Volgens mij ben ik een heel eind, voorzitter. Er is nog een laatste vraag van u, namelijk of de aangenomen motie van uw collega Bamenga die de regering verzoekt om een volledig overzicht te maken van alle lozingen van pfas en zeer zorgwekkende stoffen, uiteindelijk uitgevoerd kan worden. Het goede nieuws is dat de bevoegde gezagen hier al mee bezig zijn. Op het moment dat de vergunning bekeken en indien nodig herzien wordt, is ook duidelijk of er eventueel zeer zorgwekkende stoffen, zoals pfas, aan de orde zijn. Alle voor de Kaderrichtlijn Water relevante vergunningen worden voor eind 2027 bekeken, alle andere vergunningen uiterlijk 2032. Nu ben ik door het mapje overig.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Interruptie

Staatssecretaris Bertram: Voorzitter, ik denk vijf minuutjes. Dan heb ik de moties, denk ik, ook compleet. Ik heb ze nog niet allemaal.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Voorzitter, dank u wel. Ik zal als laatste de moties langslopen. Eerst beantwoord ik de vragen die ik in mijn eerste termijn niet heb kunnen afdoen. Excuses daarvoor. De eerste vraag was van uzelf, voorzitter, namelijk: wat betekent dit nu voor Chemours? Wat ik daarover zou willen zeggen, is dat er verschillende bevoegde gezagen bij zijn betrokken, waaronder de provincie Zuid-Holland, natuurlijk. We hebben een rijkscoördinator voor de regio. Daar hebben we veel contact mee. Wat wij daar vooral mee bespreken, is: "Moeten er nog extra instrumenten worden ingezet? Hoe gaan we met Chemours om?" Ik heb binnenkort weer een gesprek met de gedeputeerden van Zuid-Holland over Chemours. Mijn voorganger had afgesproken dat we de mogelijkheden voor een intentieverklaring zouden bekijken. Ik heb de Kamer in een eerder debat beloofd dat ik daarop terug zou komen. Er was nog een vraag van het lid Kostić over de bio-industrie. Momenteel wordt er in de taskforce die hierover gaat gewerkt aan regels en maatregelen op dit vlak. De richtlijn zelf richt zich puur op de verplichtingen van Europa, maar dit wordt wel besproken in de taskforce waar we het net over hadden. Dat is een van de verschillende taskforces van dit kabinet. Ik denk dat ik de moties langs kan lopen. De motie op stuk nr. 10 is van de heer Bikkers. Die krijgt oordeel Kamer. Die gaat over de administratieve lasten en de nalevingskosten. Ik wil er voor de zekerheid wel het volgende bij zeggen. Dat heb ik aan het begin ook gezegd. Het gaat over de gezondheid. De Europese richtlijn is daar ook op gefocust. Dat is ook wat het kabinet onderstreept en ondersteunt. Ik heb dat ook verscheidene van de leden uit de commissie horen zeggen. De heer Bikkers zei dat overigens ook. Maar tegelijkertijd: daar waar we de lastendruk kunnen verminderen, gaan we dat natuurlijk niet laten. Daar ben ik het ook gelijk mee eens. Dat is natuurlijk wel waar we op letten. Wat mij betreft dus oordeel Kamer. We zijn hier druk mee doende.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Het zal u niet verbazen dat ik de motie op stuk nr. 11 ga ontraden. Dat is natuurlijk net de route die het kabinet niet kiest. Dan de motie over het braafste jongetje van de klas.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik zal zorgen voor een klip-en-klare brief. Hopelijk helpt dat. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 12. Ik was even naar het bijvoeglijk naamwoord aan het zoeken: het ging over het braafste jongetje van de klas. Die motie is wat mij betreft eigenlijk overbodig, maar die kan ook oordeel Kamer krijgen, want dit is precies wat we aan het doen zijn. Dan de motie op stuk nr. 13.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik heb volgens mij in mijn betoog gezegd dat het kabinet er nu voor kiest, juist vanwege het grote belang van de richtlijn, om die nu geïmplementeerd te krijgen en niet te wachten, en dus ook niet verder te gaan dan wat verplicht is op grond van regelgeving. Dat is ook precies wat het kabinet doet. Wat mij betreft kan het dus oordeel Kamer zijn, als ik 'm zo mag interpreteren dat het een onderstreping en een uitleg is van wat het kabinet op dit moment aan het doen is.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Er staat: "verzoekt de regering om niet verder te gaan dan dat wat verplicht is op grond van regelgeving". Daar heb ik mij toe te verhouden. Ik heb van meet af aan gezegd dat dat is wat het kabinet doet. Dat doe ik omdat ik die richtlijn zo snel mogelijk geïmplementeerd wil krijgen, vanwege het grote belang voor de gezondheid. Ik heb net gezegd dat als ik 'm op die manier mag interpreteren, ik die oordeel Kamer geef. Dat is namelijk precies wat het kabinet doet en zoals ik 'm zelf uitleg.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Zeker. Ik heb volgens mij ook gaandeweg het betoog gezegd dat het er juist om gaat die gezondheid te onderstrepen en het level playing field te organiseren. Dat is ook het perspectief van waaruit ik de moties bekijk. Vandaar dat ik ook het oordeel Kamer heb gegeven. Dat is namelijk precies wat we doen. Ik heb ook gezegd dat ik 'm zo heb geïnterpreteerd dat gezondheid de leidraad is voor het kabinet. Tegelijkertijd is het zo dat als het kan leiden tot het verminderen van de administratievelastendruk, we die twee dan kunnen combineren. De gezondheidsinsteek staat natuurlijk bovenaan. Daar is die richtlijn ook op gericht.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik heb in het begin van mijn betoog gezegd waarom het kabinet deze richtlijn omarmt. Dat is omdat het kabinet onderaan de streep uitgaat van BBT's, de beste beschikbare technieken. Je pakt 'm dan aan de onderkant. Er komt een geconsolideerde vergunning. Er komt een transformatiedoorkijk naar 2050. Als je dat allemaal optelt, dan is dat uiteindelijk het kader waarbinnen je gaat werken.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Voorzitter, dan heb ik nog twee moties te gaan. Oordeel Kamer is de appreciatie van de motie op stuk nr. 13 over de verschillende aanbevelingen van het bureau. De motie van het lid Kostić over de begroting voor de omgevingsdiensten op stuk nr. 14 ga ik ontraden. Waarom? Er is 18 miljoen extra in het stelsel van de omgevingsdiensten gestopt. We hebben de ILT ondersteund met 6 miljoen extra. Ik heb verder al aangegeven dat ik samen met de omgevingsdiensten en de koepel van de omgevingsdiensten bezig ben om me te beraden op de positie van de omgevingsdiensten. Ik kom rond de zomer tot een eerste oordeel. Ik heb beloofd dat ik uw Kamer daarover zal informeren en daarna komt er dus een moment waarop je een oordeel moet vellen over de positie van de omgevingsdiensten en de randvoorwaarden waaronder die omgevingsdiensten functioneren. Tegelijkertijd zeg ik er ook maar bij dat de begrotingsbehandeling altijd het moment is om het over het geld te hebben. Over anderhalve week zitten wij in de Kamer met het grootste tekort op de begroting van IenW. Ik heb mij tot alles te verhouden, maar … Laat ik het zo zeggen: de omgevingsdiensten zijn belangrijk en ik zet dat traject samen met de omgevingsdiensten voort.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik heb één amendement van het lid De Hoop, van PRO. Hij stelt voor het woord "maatschappelijke" in te voegen voor de woorden "kosten en baten". De toelichting is dat voor de keuze om beschikbare technieken wel of niet toe te passen maatschappelijke kosten en baten van belang zijn. Ik ontraad het amendement, omdat het een wijziging van de tekst zou zijn met een eigen Nederlandse beleidskeuze. Daarmee zouden we afwijken van de een-op-eenimplementatie. Ik snap dus wat hij wil, maar als we volhouden dat we implementeren zoals de richtlijn eruitziet, dan moet ik dit amendement ontraden.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Het tweede amendement regelt het toevoegen van zeer zorgwekkende stoffen aan de lijst van stoffen waarvan de emissiedata geregistreerd moeten worden. Ik ontraad dit amendement, niet omdat ik niet snap waarom dit amendement wordt ingediend, maar omdat de stoffen die onder de registratieverplichting van de PIE vallen, opgenomen zijn in bijlage twee van de richtlijn. Kortom, dit gebeurt. Maar het loopt niet via het stelstel van de richtlijn en dat betekent dat het onverstandig is om dit amendement aan te nemen. Daarom ontraad ik 'm dan ook.

Bron, video en gesprek →
8 jun 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Bertram: Ik beloof dat ik daarop terugkom bij een van de debatten waarin het logisch is dat we het over het VTH-stelsel hebben.

Bron, video en gesprek →