Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd (36922)
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2025-11-12–2026-06-09) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Abdi (PRO): Dank je wel, voorzitter. We bespreken vandaag de aanvullende tegemoetkoming. Wie tussen 2015 en 2023 ging studeren, kreeg geen basisbeurs maar een lening. Deze generatie, de pechgeneratie, kreeg daar een belofte bij: het bespaarde geld zou naar beter onderwijs gaan. Die belofte is niet waargemaakt. Volgens de Algemene Rekenkamer is maar een klein deel van het geld echt in het onderwijs terechtgekomen. Wat wel bleef, waren helaas de schulden. Zolang de rente nul was leken die mee te vallen, maar nu de rente is gestegen, drukt die schuld elke maand zwaar. We zien dan ook een directe link tussen geldzorgen en mentaal welzijn. Die problemen moeten wat ons betreft worden aangepakt, maar niet met een volledige compensatie. Dat zou oneerlijk zijn tegenover de studenten die alles op alles hebben gezet om schuldenvrij af te studeren en tegenover jongeren die direct zijn gaan werken. Maar de problemen moeten wel worden aangepakt met een serieuze tegemoetkoming en, zoals het nu wordt geregeld, een aanvullende tegemoetkoming. Studeren is iets heel moois. Als het leidt tot heel veel zorgen iedere maand over de keuzes die je wel of niet hebt gemaakt, vinden wij het meer dan terecht dat wij, na de beloftes waar je toentertijd op hebt gevaren, een gebaar maken naar deze generatie. Het is daadwerkelijk iets bijzonders. Schulden opbouwen vindt niemand prettig. Daarom zijn we blij dat er nu een serieuze en definitieve regeling komt. Niemand moet aan het lijntje worden gehouden. Dat is een aspect dat ik belangrijk vind om hier in dit huis te noemen. Uiteindelijk hebben we als overheid de verplichting om niet alleen verantwoordelijke politiek te bedrijven, maar ook betrouwbaar te zijn. Dus niet een andere belofte doen als de wind anders waait, en dan weer daarop terug onderhandelen. Deze discussie speelt al heel lang als het gaat om deze generatie. Wij vinden dat er hiermee eindelijk een einde aan deze discussie komt. Juist in deze groep zitten heel veel schrijnende gevallen. Wij zijn blij dat met het wetsvoorstel in het bijzonder ook wordt gekeken naar studenten die bijvoorbeeld te maken hadden met een chronische ziekte. Ik heb studenten gesproken die waren uitgevallen, die heel graag hadden willen doorstuderen maar dat niet konden. Dat deze groep nu ook hiervoor in aanmerking komt, vinden wij een goede zaak. Wij willen graag van de minister horen hoe we zorgen dat iedereen die recht heeft, ook recht wordt gedaan. Ik lees dat het moeilijk is om een aantal studenten in beeld te krijgen. Dan zou ik bijna willen zeggen: laten we wat creatiever zijn. Kunnen we niet praten met bijvoorbeeld onderwijsinstellingen in plaats van: computer says no, we kunnen je niet vinden, dus laat het maar schieten? Wij denken dat het zaak is om zo veel mogelijk studenten in beeld te krijgen. Ik hoor heel graag van de minister hoe we met die communicatie omgaan en hoe we deze studenten gaan bereiken. Daarnaast hoor ik graag van de minister hoe we voorkomen dat het uitbetalen van tegemoetkomingen een negatieve impact heeft, namelijk het terugvorderen van uitkeringen en toeslagen. Is met DUO geregeld dat zij dit bij de uitbetaling van tegemoetkomingen regelen vlak voordat het vermogen wordt vastgesteld? Dat is juist om te voorkomen dat mensen hierdoor opnieuw in hun bestaanszekerheid worden geraakt. Voorzitter. Daarnaast hebben we eerder in dit huis discussies gehad over het punt dat studieleningen drukken op de leencapaciteit voor een hypotheek. Het is natuurlijk heel goed dat banken willen voorkomen dat mensen in financiële nood raken, maar het is natuurlijk wel heel erg draconisch dat een studielening de aankoop van een eigen woning in de weg staat. We zouden graag van de minister horen hoe ze hier opnieuw naar gaat kijken, zodat we in ieder geval zorgen voor meer maatwerk. Voorzitter, tot slot. Studentenwelzijn wordt in belangrijke mate bepaald door financiële zekerheid. Of je de eindjes aan elkaar kunt knopen, heeft direct invloed op je studieprestaties. Daar moet geen toekomstige financiële onzekerheid bovenop worden gestapeld. We zien vandaag de dag dat heel veel studenten te maken hebben met bestaanszekerheid. Ik hoor graag breder van de minister welke maatregelen zij treft om de studenten die weinig te besteden hebben te bereiken, en of zij hierover in overleg kan gaan met haar collega's. Dat was het.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Dank aan de minister voor de beantwoording. Om het even heel helder te krijgen: het was mij al bekend dat DUO zijn best ging doen om de tegemoetkoming uit te betalen, en daarmee rekening te houden, voordat het vermogen wordt vastgesteld, maar: "gaat zijn best doen". Ik vraag via de voorzitter aan de minister, want dat wil ik graag begrijpen: hoe komt het dat DUO dat niet preciezer kan aangeven? Is er niet een handelingskader? Het is mij niet helder waarom dit dan niet lukt. Het kan wel heel nadelige gevolgen hebben. Zelfs als iemand de betaling storneert, wordt het nog steeds gezien als onrechtmatig inkomen, als het vermogen al eerder is vastgesteld. Gelet op het feit dat dit overheidsinkomsten zijn die iemand ontvangt, zou ik denken dat het logisch is om het gelijk te trekken, juist om te voorkomen dat iemand in de problemen komt. Dus wat kan DUO nog meer doen, vraag ik aan de minister.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Dank, voorzitter. Dank aan de collega's en vooral dank aan de minister voor haar betoog. Ik denk dat we met dit debat wel kunnen constateren dat we met deze aanvullende tegemoetkoming de noodzaak erkennen van een duidelijk en definitief gebaar, niet alleen richting deze groep ex-studenten maar ook naar de gehele samenleving. De overheid moet zich betrouwbaar en gewetensvol tonen. Met de beste intenties kan beleid worden ingezet waarvan achteraf wordt gezegd: dat hadden we zo niet moeten doen. In de wetsgeschiedenis wordt daardoor het woord "wrang" gekozen. Dat lijkt mijn partij hier meer dan terecht. Maar nu moeten we ook de blik verleggen naar de toekomst. In de eerste termijn hebben meerdere woordvoerders terecht gewezen op de nadelen van een studieschuld. De aflossing beperkt, zoals ik al eerder heb betoogd, het besteedbaar inkomen en de leencapaciteit voor een hypotheek. We roepen de minister opnieuw op om daar samen met haar verantwoordelijke collega-bewindsvoerder kritisch naar te kijken. Er zijn namelijk aanpassingen geweest, maar het zijn er onvoldoende. Er zit nog steeds een enorme angst dat het onmogelijk is om een eigen woning te krijgen. We zien deze zorgen van studenten over de bestaanszekerheid veel breder. In breder perspectief maakt mijn partij zich ook zorgen over de financiële omstandigheden en de koopkracht van de huidige generatie studenten. Wie voltijd studeert, moet namelijk tegelijkertijd flink bijverdienen om in de studiekosten en in de kosten van levensonderhoud te voorzien. Het is dus goed dat ook dit kabinet zich voorneemt om de beurs te verhogen, maar die kosten nemen alleen maar toe door inflatie, en worden onvoldoende gecompenseerd. Ik zou de minister dus ook via deze weg willen oproepen om daar scherp op te blijven en deze ontwikkelingen mee te nemen in reguliere overleggen over studentenwelzijn of over investeren in het talent van Nederland, en dan niet als een soort bijsmaak. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →