Strafrechtketen
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2025-11-12–2026-06-09) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Abdi (PRO): Dank, voorzitter. We spreken vandaag over de strafrechtketen. Er zijn enkele hoofdpunten die ik wil aandragen namens mijn partij, maar ik begin ook graag met een paar woorden ter inleiding. In de eerste plaats wil ik echt mijn waardering uitspreken voor iedereen die werkt in de strafrechtketen. Er zijn echt wel wat kritische noten te kraken, maar we hebben volgens mij de afgelopen weken ook opnieuw kunnen zien voor welke enorme uitdaging we staan. Ik vind het dus eigenlijk wel fijn om zo het debat te beginnen. Wat ons betreft betekent een sterke rechtsstaat dat daders worden opgespoord, berecht en bestraft, waardoor slachtoffers recht wordt gedaan en potentiële daders worden afgeschrikt door het beeld dat je niet wegkomt met criminaliteit. Justice must not only be done, but must also be seen to be done. Een eerlijk strafproces, transparant voor alle betrokkenen. Om te beginnen met de doorlooptijden. We lezen dat de minister pas begin volgend jaar met een deltaplan voor de doorlooptijden komt. Dat is toch wel laat. Wij hebben in de motie-Mutluer van begin van dit jaar expliciet gevraagd om een deltaplan. We weten al heel lang dat die doorlooptijden in het strafrecht een groot probleem zijn. Dit draagt bij aan het verder vergroten van het leed van slachtoffers. Kan de minister daar nu eindelijk eens vaart mee maken? Voorzitter. Een sterke rechtsstaat betekent ook dat we erop moeten kunnen rekenen dat we allemaal gelijk worden behandeld voor de wet, dat het niet uitmaakt wie je bent of hoeveel je verdient. Toch zien we dat dit soort selectiviteit wel degelijk een rol speelt in de gehele strafrechtketen. Dat is niet alleen zorgelijk, maar ook niet eerlijk. De minister heeft het over eventueel aanvullende maatregelen die genomen kunnen worden naar aanleiding van de onderzoeken die zijn gedaan, maar om te beginnen hoor ik graag ook een reflectie van zijn kant op de uitkomst van deze onderzoeken. Hoe weegt hij dit, welke rol ziet hij voor zichzelf en, belangrijker nog, wat heeft prioriteit? Dan over de strafbeschikkingen. Uiteindelijk is het een strijd tussen rechtvaardigheid en efficiëntie, waarbij sommige daders al te lichtvaardig aan een strafblad worden geholpen en de materiële en immateriële belangen van slachtoffers al te makkelijk in het gedrang komen, eens te meer als de werkingssfeer naar ernstigere delicten wordt uitgebreid. Kan de minister reflecteren op de rechtspositie van slachtoffers? Ook uit het Pro Facto-rapport blijkt weer dat zij nog steeds onvoldoende worden geïnformeerd over opsporings- en vervolgingshandelingen en over schadevergoedingsmogelijkheden. Wij hebben daar dus zorgen over als het gaat om verdere uitbreiding van strafbeschikkingen. Hoe ziet de minister überhaupt die verdere intensivering? Ik sluit me aan bij collega Sneller: er zijn de nodige kritische noten gekraakt door de procureur-generaal. We zien dat dat moeizaam gaat en dat het Openbaar Ministerie daar moeite mee heeft vanwege de ICT-problematiek. Ik vind het ook zorgelijk dat elk parket anders omgaat met de OM-strafbeschikking. Daar zit toch een verschil van duiding. Dan de foutieve tenaamstellingen. Die werden al genoemd door collega Ellian.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Dat zijn hele goede vragen van collega Straatman. Nee, het is niet ten principale, dus we staan niet ten principale negatief tegenover strafbeschikkingen. Maar ik denk dat het wel goed is, gelet op de kritiek die er is van de procureur-generaal en de moeizaamheid waarmee het gaat met een aantal aanbevelingen, of het nou gaat over de vraag of iemand wel of niet echt schuld heeft bekend, de communicatie of, zoals ik net zei, de positie van slachtoffers. Dat zijn dingen waar wij wel actie op willen zien. We willen ook zien dat daar vaart mee wordt gemaakt. Ik denk inderdaad dat dat wetsvoorstel een goede ontwikkeling is, dus dat gaan we afwachten. Daarvan zijn wij allebei rapporteur, dus dat komt goed. Maar ik vind het wel belangrijk dat er vaart mee wordt gemaakt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Dan over foutieve tenaamstellingen. Ik sluit me ook aan bij mijn collega Ellian. Ik wil graag zien hoe het staat met de correctieve procedure, want er stond iets over een startnotitie, maar dat klonk voor mij vrij vaag. Wanneer kunnen we die verwachten? Tot slot. We hebben hier een beetje een discussie gehad over de financiële systematiek. We kunnen alle kanten op gaan. Maar één ding wat ik wel belangrijk vind om hier ook weer opnieuw te benoemen, is dat er heel veel dingen op het bordje van de strafrechtketen komen die er helemaal niet thuishoren en die veel meer te maken hebben met zorg. Elke keer is het weer zoeken, nu ook weer richting de begrotingen, zo van: "Hoe gaan we hiermee om? Kan daar actie worden ondernomen?" Maar als we onvoldoende doen voor jeugdzorg en de ggz, en als we elke keer verrast worden door tekorten die ontstaan — denk maar aan de forensische artsen, waarbij nu ook weer een tekort lijkt te ontstaan — dan heeft dat natuurlijk ook allemaal gevolgen voor de vraag welke mensen uiteindelijk, zoals we dat nu hebben geformuleerd, voor het hek kunnen komen. Ook hierop zou ik graag een reflectie willen horen van de minister. Heeft hij het gevoel dat hij daar genoeg ruimte in heeft? Kunnen we daar ook iets meer beweging in zien, in plaats van dat we dat soms toch los van elkaar behandelen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Dank, collega Faber, voor deze vraag. Dat is de reden waarom ik het natuurlijk ook heb opgebracht, om te kijken naar die positie. We hebben daar als fractie ook eerder een motie over ingediend. Alleen, in het Pro Facto-rapport is letterlijk aan allerlei deelnemers, ook slachtoffers, gevraagd hoe zij ernaar kijken. Je ziet dan toch dat het onverdeeld positief is. De mogelijkheid om niet te kunnen spreken vinden sommige mensen inderdaad heel lastig, maar anderen geven ook aan dat ze het heel fijn vinden dat er strafbeschikkingen zijn, want anders zit je alleen maar heel lang te wachten tot er uiteindelijk straf wordt toegepast. Het is dus een duivels dilemma, maar daarom ben ik ook heel erg benieuwd naar de reactie van de minister, naar hoe hij hiernaar kijkt en welke stappen hij gaat nemen. Dat is ook een van de redenen waarom ik het toch wel benoemd heb. Ik denk dat er goede ontwikkelingen zijn, maar ik ben er wel scherp op.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Ik word even getriggerd door de opmerking van de minister dat digitalisering en onlineveiligheid enorme prioriteit hebben, waarvoor dank. Daar stond al het een en ander over in het regeerakkoord. Ik moet toch een ding kwijt over de voorgenomen korting die nog blijft staan op de organisatie Offlimits. We hadden het net over het ecosysteem en hoe belangrijk het is dat je partners van elkaar bent. Ik lees een stukje voor van wat ik hier gisteren over heb teruggekregen van de politie. "Dat betekent dat als deze korting doorgezet wordt, er 200.000 afbeeldingen die zijn gemeld als onlinekindermisbruik niet kunnen worden geanalyseerd, omdat die offline worden gehaald, er 400 hulpvragen bij de preventielijn blijven liggen en wij ons werk minder goed kunnen doen om jongeren ook online veilig te houden." Ik ben nieuwsgierig of de minister hierop kan reflecteren. Staat deze korting nog? Kunnen we een update verwachten in de begroting waarmee dit wordt rechtgezet, in lijn met het regeerakkoord?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Ik heb een ander punt. Ik denk dat mevrouw Straatman misschien wil doorgaan op dit punt. Ja? Dan laat ik mevrouw Straatman voor.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Als u het me toestaat, voorzitter, want de minister gaf net aan dat hij na dit punt eigenlijk geen andere punten had. Ik had echter ook gevraagd naar zijn overdeel over onderzoeken die zijn gedaan naar selectiviteit in de strafrechtketen — daar is wel degelijk sprake van — en hoe hij die weegt. Ik ben dus nog steeds benieuwd of de minister daar antwoord op kan geven. Ook gaf hij aan dat hij dit najaar met een inhoudelijke beleidsreactie komt. Ik vond het een beetje voorzichtig geformuleerd, dus ik ben even benieuwd of hij daar iets dieper op in kan gaan.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Het is meer ter verduidelijking, want is het een beetje flauw om te zeggen, maar ik hoor elke keer: dit najaar, dit najaar, dit najaar. Daarom wil ik even preciezer zijn. Ik heb het even genoteerd. Strafbeschikkingen: dit najaar komt er nog een verduidelijking of een brief. Dit komt dit najaar. Ik dacht dat het misschien fijn is om aan het einde toch even iets preciezer te zijn over wanneer we wat kunnen verwachten en daarop kunnen doorvragen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Dat is ook wel weer waar, al moet ik zeggen dat ik het soms jammer vind dat mijn interrupties vaak lijken op een soort verduidelijking van vragen die ik eerder heb gesteld. Ik deel de irritatie van collega Faber dus een beetje. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording, maar mijn vraag was eigenlijk om het concreet te maken. We hebben inderdaad in de brief kunnen lezen dat jullie hiermee bezig zijn en dat er een startnotitie komt. Het is mij onduidelijk wat dat betekent en wanneer die komt. Mijn vraag is gewoon heel helder: wanneer kunnen we dit verwachten? Het gaat erom dat wij als Kamer geïnformeerd worden en daar ook op kunnen sturen. Er is ook enige haast bij. Dat was mijn vraag. Daar hoorde ik eigenlijk niet echt een antwoord op.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Abdi (PRO): Dank, voorzitter. Ik hou het ook relatief kort. Ik wil ook de bewindspersonen heel graag danken voor hun beantwoording. Ik moet zeggen dat ik soms wel het gevoel heb in een soort Hotel California te zitten als ik vragen stel en er steeds weer op wordt teruggekomen met een nieuwe brief, weer een nieuwe brief en weer een nieuwe brief. Ik wil toch even terugkomen op de WODC-onderzoeken over de selectiviteit in de strafrechtketen. Ik heb het net even opgezocht: de motie die er aanleiding voor was, dateert uit 2018. We zitten nu in 2026, eind dit jaar. Ik denk dat enige haast wel fijn is. Natuurlijk moet het zorgvuldig gebeuren, maar ik denk dat dat ook belangrijk is als je gewicht toekent aan wat hier wordt benoemd. Dan verwacht ik ook een uitgebreide en concrete reactie. Mijn laatste punt is het volgende. De minister begon zijn bijdrage, terecht, met te zeggen dat hij ook ziet dat er veel dingen bij strafrecht liggen die op het bordje van zorg horen. De staatssecretaris zei het ook al. Ook hier had ik de vraag gesteld: wat betekent dat concreet richting de begrotingsbehandeling? Daar hoor ik namelijk niks over. Misschien worden we verrast op Prinsjesdag, maar daar ontvang ik graag iets meer duiding bij.
Bron, video en gesprek →