TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2026-2027 36 586 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafvordering in verband met het vervangen van de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten en het invoeren van diverse maatregelen die zijn gericht op een betere aanpak van rijden onder invloed (Wet verbetering aanpak rijden onder invloed) Nr. 17 AMENDEMENT VAN HET LID Straatman Ontvangen 7 oktober 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: In artikel I, onderdeel N, wordt aan het voorgestelde artikel 180, tweede lid, een zin toegevoegd, luidende: In afwijking van het eerste lid en van artikel 6:1:17 van het Wetboek van Strafvordering kan de officier van justitie met overeenkomstige toepassing van dit lid bij strafbeschikking bepalen dat de bijkomende straf dadelijk uitvoerbaar is en verzet tegen de strafbeschikking de tenuitvoerlegging niet schorst of opschort. Toelichting De rechter kan een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen, waardoor de veroordeelde geen motorrijtuigen in Nederland mag besturen gedurende de periode van de ontzegging. Een rijontzegging kan worden opgelegd bij een veroordeling wegens een van de in art. 179 en 179a WVW genoemde feiten, bijvoorbeeld wegens het rijden onder invloed van alcohol of drugs of het verlaten van de plaats van een verkeersongeval. In het strafrecht geldt het uitgangspunt dat rechterlijke beslissingen pas ten uitvoer worden gelegd wanneer deze onherroepelijk zijn (art. 6:1:16 Sv). Het is echter mogelijk om bepaalde beslissingen dadelijk uitvoerbaar te verklaren. In de Wet verbetering aanpak rijden onder invloed wordt voorgesteld om dadelijke uitvoerbaarheid ook mogelijk te maken voor de rechterlijke beslissing tot oplegging van een rijontzegging. Volgens de Minister is het namelijk cruciaal dat personen aan wie door de rechter een ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd, zich ook daadwerkelijk aan die ontzegging houden. Het Openbaar Ministerie kan via een strafbeschikking ook een rijontzegging opleggen. Het is echter niet mogelijk om deze rijontzegging dadelijk uitvoerbaar te verklaren, terwijl dit voor de rechterlijke rijontzegging wel mogelijk wordt gemaakt. De indiener vindt dit onwenselijk, omdat het risico dat een veroordeelde via een strafbeschikking opgelegde rijontzegging negeert, net zo groot is als bij een rijontzegging die door de rechter is opgelegd. Daarom stelt de indiener met dit amendement voor om een rijontzegging die via een strafbeschikking is opgelegd, ook dadelijk uitvoerbaar te kunnen verklaren. Straatman
Bron, video en gesprek →78debatten
684bijdragen
287interrupties
100.923woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: CDA (2025-11-12–heden) ·