Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafvordering in verband met het vervangen van de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten en het invoeren van diverse maatregelen die zijn gericht op een betere aanpak van rijden onder invloed (Wet verbetering aanpak rijden onder invloed) (36586)
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: CDA (2025-11-12–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Straatman (CDA): Dank, voorzitter. "Ben je Bob, zeg het hardop!" Zo luidt al jaren de slogan. Die boodschap kennen we allemaal: als je drinkt, rijd je niet. Onze kinderen kennen hem, onze ouders kennen hem, en toch neemt het rijden onder invloed toe. Blijkbaar is weten wat goed is, niet altijd genoeg om dat ook te doen. Ik ben daarom blij dat het kabinet met extra maatregelen komt om de aanpak van rijden onder invloed te versterken en dit roekeloze rijgedrag effectiever te bestraffen. Daarvoor liggen er vandaag twee wetsvoorstellen voor: de Wet verbetering aanpak rijden onder invloed en de wet voor de invoering van de Alcoholmeter. Voorzitter. Eerst de Wet verbetering aanpak rijden onder invloed. In die wet wordt voorgesteld om de huidige recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten te vervangen door een samenhangend pakket van strafrechtelijke maatregelen met een meer afschrikwekkende werking. Wij begrijpen dit, want de recidiveregeling blijkt niet goed te werken. Wij zien in het nieuwe pakket van maatregelen verbeteringen, met meer mogelijkheden om snel door te pakken en de verkeersveiligheid te vergroten. Wel willen wij wat vragen stellen aan de minister over maatregelen die wat ons betreft nog beter kunnen. Ik loop de drie belangrijkste maatregelen langs. Allereerst de bevoegdheid van de rechter om een ontzegging van de rijbevoegdheid dadelijk uitvoerbaar te verklaren, oftewel: directe actie, niet pas na ellenlange juridische procedures. Dat vinden wij goed, want hoe sneller roekeloos gedrag van de straat is, hoe veiliger. Maar wij vinden het zonde dat de mogelijkheid om onmiddellijk de rijbevoegdheid te ontzeggen, alleen bij rechterlijke beslissing kan. Dit sterke signaal zou ook door de officier van justitie bij een strafbeschikking moeten kunnen worden afgegeven. Juist nu de druk op de strafrechtketen nog steeds zo hoog is, zou het zonde zijn om deze bevoegdheid niet ook aan het Openbaar Ministerie toe te kennen. Hoe ziet de minister dit? We hebben hiervoor een amendement ingediend. Bij directe actie kan het soms ook misgaan. De wet biedt nu de mogelijkheid van schadevergoeding als de ontzegging van de rijbevoegdheid achteraf niet terecht blijkt te zijn. Maar doet dit niet onnodig af aan de afschrikwekkende werking van de wet, vraag ik de minister. Daarom onze vraag hoe we hier eigenlijk breder in het strafrecht mee omgaan, bijvoorbeeld bij dadelijke tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen met bijzondere voorwaarden, of bij een schorsing van het rijbewijs door het CBR in het bestuursrechtelijke domein. Staat dan ook de optie van schadevergoeding open? En zo ja, via welke weg? Ten tweede: de bevoegdheid van de rechter om vervangende hechtenis op te leggen als een bestuurder ondanks een rijontzegging toch de weg opgaat. Een nieuwe strafzaak hoeft dan niet te worden afgewacht. Opnieuw geldt hier dit lik-op-stukbeleid, omdat het werkt. De effectiviteit van een straf zit 'm namelijk niet alleen in de hoogte, maar ook in de snelheid waarmee die kan worden opgelegd. Tegelijkertijd is de vervangende hechtenis slechts het antwoord op het niet naleven van een eerder opgelegde verplichting. Het niet naleven van een rijontzegging is ook zelfstandig strafbaar, met een maximum van één jaar gevangenisstraf. Mevrouw Faber had het daar ook al over. Die mogelijkheid van vervangende hechtenis maakt vervolging van dit nieuwe strafbare feit wat ons betreft niet minder belangrijk. In dat kader vinden wij de reactie van het Openbaar Ministerie, dat de combinatie van straffen niet in de lijn der verwachting ligt, wel zorgelijk, want dan kun je de vraag stellen of deze aanpak wel zoveel meer afschrikwekkend is. Die leidt weliswaar sneller tot bestraffing, maar de straf an sich is minder hard; immers, de maximale termijn van vervangende hechtenis is zes maanden en dat is aanzienlijk korter dan die maximale gevangenisstraf van één jaar. Is de minister het met ons eens dat het uitgangspunt zou moeten zijn dat het niet naleven van een rijontzegging ook zelfstandig moet worden vervolgd? En wellicht is dit al een antwoord op de vraag die mevrouw Faber gaat stellen: wij kijken dan ook met een positieve grondhouding naar het amendement van de PVV om de maximale duur van de vervangende hechtenis gelijk te stellen aan de maximale gevangenisstraf bij het niet naleven van de rijontzegging. Daarnaast geeft de minister aan dat de detentiecapaciteit geen probleem is. Tegelijkertijd wacht er nog een groep van ruim 2.800 zelfmelders op een oproep om de gevangenisstraf uit te zitten. Juist bij dit lik-op-stukbeleid wil je snel capaciteit beschikbaar hebben. Voorziet de minister hier echt geen problemen? Want dit raakt ook aan de voorgestelde minimumduur van drie dagen vervangende hechtenis die nu in de wet staat. Wij lezen dat de rechter-commissaris ook de mogelijkheid heeft om die drie dagen slechts gedeeltelijk op te leggen. Waarom laten we de vrijheid om een passende duur vast te stellen niet gewoon aan de rechter als het ook gedeeltelijk al kan? Tot slot, de bevoegdheid van de rechter om de ontzegging van de rijbevoegdheid te koppelen aan de ongeldigheid van het rijbewijs. Dat is wat ons betreft een verstandige keuze. Ook bij kleine hoeveelheden alcohol bij minderjarigen zou dit wat ons betreft zo moeten zijn. Het kan niet zo zijn, zoals ik lees in de reactie op het advies van de politie, dat het OM nu richtlijnen heeft die niet aansluiten bij de LOVS-oriëntatiepunten van de rechtspraak. Graag een reactie van de minister. Voorzitter. Naast de snelheid en de hoogte van de straffen is er ook nog zoiets als de kans dat je gestraft wordt. Hoe hard en hoe snel je ook straft, als de beleving van verkeershufters is dat ze ermee wegkomen, heeft spierballentaal geen enkele zin. Daarom moet het vergroten van de pakkans prioriteit krijgen. We weten dat de politie de laatste jaren minder inzet op grootschalige fuikcontroles, omdat locaties van controles via social media snel worden gedeeld. Is de minister het met het CDA eens dat dit weliswaar reden is om slimmer — lees: meer socialmediaproof — controles uit te voeren, maar dat dit geen reden mag zijn om minder controles uit te voeren? Ziet de minister mogelijkheden om slim op te schalen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van mobiele controles of door bredere inzet van de zogenaamde ANPR-camera's? Is het niet mogelijk om daarbij ook te controleren op bijvoorbeeld gevaarlijk rijgedrag? In Nederland staan meer dan 1.500 ANPR-camera's, vooral rond de grote steden. Maar is het ook effectief genoeg voor de buitengebieden en de grensgebieden? Voorzitter. Afsluitend op dit punt, de testen zelf. Uit politiecijfers blijkt dat drugstesten in het verkeer steeds vaker worden geweigerd. Het weigeren van een speekseltest is een overtreding waarbij alleen een geldboete wordt opgelegd. Wij lezen dat weigering van een speekseltest vaak niet gepaard gaat met een tijdelijk rijverbod, terwijl het weigeren van een bloedonderzoek wel leidt tot een tijdelijk rijverbod. Hoe kan dat? Hoe gaan we een vuist maken tegen weigeraars die denken te kunnen wegkomen met drugsgebruik in het verkeer? Voorzitter. Het is voor het CDA ook van belang dat we in het verkeer slimmer gaan straffen. Met alcohol en drugs op rijden is gewoon levensgevaarlijk, net als op je mobiel zitten tijdens het rijden. Omdat dit nu wordt afgedaan als Muldergedraging, is er geen recidiveregeling voor. Iemand kan dus gewoon 50 keer gepakt worden met zijn telefoon achter het stuur en 50 keer een hoge boete opgelegd krijgen. Moeten we deze veelplegers niet op een gegeven moment zwaarder kunnen straffen, bijvoorbeeld door hun rijbewijs af te nemen? Voorzitter. Ik zei het aan het begin: blijkbaar is weten wat goed is niet altijd genoeg om het ook te doen. Daarom is een alcoholverbod noodzakelijk. Dat brengt mij bij de tweede wet die vandaag voorligt. Zo'n verbod heeft natuurlijk alleen zin als het daadwerkelijk wordt nageleefd en gecontroleerd. Nu wordt alcoholgebruik gecontroleerd via bloedonderzoek of urinecontrole, als momentopname dus. De door de minister voorgestelde Alcoholmeter maakt dit veel makkelijker: niet 1 controle per week, maar 24 uur per dag, 7 dagen per week. Dat maakt de Alcoholmeter wat het CDA betreft een heel interessant instrument. De betrokkene hoeft zich niet meerdere keren per week bij de reclassering te melden en het fungeert als een continue stok achter de deur. De uitgevoerde pilots laten bovendien zien dat het daadwerkelijk bijdraagt aan een betere naleving van het alcoholverbod en aan minder alcoholgebruik. Daarom is de landelijke invoering wat ons betreft een logische volgende stap. Het is ook goed dat bij bewuste sabotage van zo'n Alcoholmeter de schade verhaald kan worden op de drager. Dat vraagt wel dat de reclassering aangifte van vernieling doet. Ook als ze ervoor kiest om de sabotage met bijvoorbeeld een waarschuwing af te doen, is het belangrijk dat inzichtelijk is hoe vaak zo'n situatie zich voordoet. Wij vragen aan de minister of de reclassering dit goed bijhoudt en of zij altijd wel melding van een incident maakt. Voorzitter. Een continumeting van alcohol, die mogelijk is met die Alcoholmeter, zou er eigenlijk ook voor drugs moeten zijn. Wordt er onderzocht of deze techniek voor controle op drugsgebruik ook al voorhanden is? Zijn er andere landen die hiermee al ervaring hebben opgedaan? Hoever staat het met de ontwikkeling van de drugspleisters in Amerika? Voorzitter, ik rond af. "Ben je Bob, zeg het hardop!" Als je drinkt, rijd je niet. Als je drugs gebruikt, stap je niet achter het stuur. Als je je toch zo onverantwoord gedraagt, zul je dat merken. Wat het CDA betreft moet daar ook de strafrechtelijke rekening van ons verkeersboetebeleid komen te liggen, bij gedrag waarmee je willens en wetens anderen in gevaar brengt, met hoge boetes en waar nodig met een gevangenisstraf. Dat is echter lang niet altijd wat we doen. Ons verkeersboetebeleid is nog te veel uit balans. Voor relatief kleine verkeersovertredingen worden torenhoge boetes opgelegd. Wie de boete vervolgens niet kan betalen, krijgt daar nog een forse verhoging bovenop. Daar wordt Nederland niet veiliger van. Als we verkeersveiligheid echt serieus nemen, moeten we de rekening leggen waar het risico zit, niet bij degene die een kleine fout maakt, maar bij degene die met zijn gedrag bewust het leven van anderen op het spel zet. Met deze wetten zetten we daarin wat het CDA betreft een stap in de goede richting, want verkeersveiligheid begint niet bij de vraag hoeveel we kunnen innen, maar bij de vraag welk gedrag we willen stoppen en hoe we dat voor elkaar krijgen. De zwaarste rekening moet dus terechtkomen bij degenen die het verkeer voor anderen daadwerkelijk gevaarlijk maken. Ik zou zeggen: zeg ook dat hardop.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Dat kan al. Het Openbaar Ministerie kan al een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. Voor een deel kan het Openbaar Ministerie dat al. Soms komt het dan ook helemaal niet bij een rechter terecht. Mijn punt is meer wat we met dit wetsvoorstel doen. Als de rechter die oplegt en iemand daar vervolgens tegen in hoger beroep gaat, kan dat heel wat maanden en soms zelfs jaren duren. In de tussentijd is er een schorsende werking en mag iemand gewoon de straat op. Heel terecht zegt de minister nu: laten we dat niet doen; we willen dat mensen dan per direct van de straat zijn. Ik vind het nu een beetje vreemd. Als de officier van justitie dat bij strafbeschikking oplegt, heb je twee keuzes: ofwel iemand volgt dat op en heeft direct geen rijbevoegdheid meer — heel goed! — ofwel iemand gaat daartegen in verzet, wat ook kan, maar dan gaat daar natuurlijk ook weer tijd overheen en dan kan een officier niets. Ik zou dus zeggen: geef de officier die bevoegdheid ook. Het komt dan uiteindelijk ook wel in het rechterlijk systeem terecht, want als je in verzet gaat, gaat een rechter daarnaar kijken en dan oordelen. In het kader van de verkeersveiligheid zou ik willen dat het ook dan directe werking heeft.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Ik denk dat mevrouw Mutluer zojuist de vraag stelde waarom het ontzeggen van de rijbevoegdheid alleen bij de rechter ligt. Het Openbaar Ministerie kan het soms ook. Ik heb een vraag over de dadelijke tenuitvoerlegging, waarnaar mevrouw Faber mij ook zojuist vroeg. Vindt mevrouw Mutluer ook dat het Openbaar Ministerie die bevoegdheid zou moeten kunnen hebben?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Het doet mij deugd om dat te horen. Ik denk dat het heel terecht is wat mevrouw Mutluer zegt, namelijk dat we binnen de JenV-commissie veel spreken over de beweging naar voren en de druk op de strafrechtketen. Er komt steeds meer bij het Openbaar Ministerie terecht. Er moet steeds meer bij strafbeschikking afgedaan worden. Laten we de officier van justitie dan ook die bevoegdheid geven. Dit is dus goed om te horen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Dank, voorzitter. In aanvulling op de vraag die mevrouw Mutluer stelde, heb ik het volgende. Overigens, het is een zeer interessant amendement, waar wij met een positieve grondhouding naar zullen kijken. Mijn vraag is eigenlijk dezelfde als die ik ook aan mevrouw Mutluer stelde: hoe kijkt u ertegen aan om de bevoegdheid die de rechter nu heeft om zo'n rijontzegging dadelijk ten uitvoer te leggen, ook aan de officier van justitie te geven?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Ik heb een vraag over dit amendement. Ik sta er aan de voorkant niet negatief tegenover, maar ik moet er zelf nog beter over nadenken en ik hoop dat de heer Bikkers mij daarin kan helpen. Hij noemt een aantal voorbeelden waarbij we eerder eigen bijdrages hebben gevraagd, maar dat was met name in het bestuursrechtelijk domein. Die Alcoholmeter is natuurlijk een strafrechtelijke bijzondere voorwaarde. Hoe ziet hij dat in de toekomst dan voor zich, bijvoorbeeld bij een enkelband of een celstraf? Vindt hij dat daar dan ook eigen bijdrages gevorderd zouden moeten kunnen worden?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Ik begrijp dat de mensen thuis denken dat het helemaal niet uitmaakt in welk boekje het staat, maar voor consistent strafrecht en voor een consistent systeem vind ik het wel degelijk van belang. Mijn vraag is dus nogmaals: wat zou het fundamentele verschil zijn tussen iemand bij laten dragen aan een Alcoholmeter, wat natuurlijk gewoon een strafrechtelijk bijzondere voorwaarde is, en andere strafrechtelijke maatregelen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Nog een korte aanvulling hierop, want dit is wel iets heel fundamenteels: het bestuursrecht versus het strafrecht. De heer Bikkers zei zojuist: we hebben ook bloed- en urineonderzoek. Ik ging daar kort daarvoor niet op in, omdat ikzelf ook niet precies wist of en hoe dat wel of niet wordt doorberekend. Maar ook dat wordt dus niet doorberekend aan de daders. Dus waarom zou je dan bloed- en urineonderzoek niet in rekening brengen, maar een Alcoholmeter wel, terwijl we juist willen stimuleren dat mensen de Alcoholmeter gebruiken?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Nogmaals, het allerduurste middel dat we hebben, is detentie. Ik denk niet dat we willen dat we daar allerlei mensen aan laten meebetalen, want dat zou het strafrecht wel heel onuitvoerbaar maken. Dus nogmaals de vraag naar het fundamentele verschil tussen het een en het ander. Wat maakt dit nu zo uitzonderlijk versus alle andere strafrechtelijke maatregelen die we hebben waar we mensen niet aan laten bijdragen, dat we hierbij een uitzondering maken?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Ik kijk met veel interesse uit naar die veelplegersregeling, zeker omdat de wet-Mulder helemaal geen recidiveregeling kent en omdat die wellicht financiële mogelijkheden biedt om de lichte verkeersboetes wat te verlagen en de zware verkeersovertreders harder aan te pakken. Maar dat terzijde; mijn vraag ging over iets anders. De minister gaf aan dat een rijbewijs bij ernstig rijgedrag direct kan worden ingevorderd. Dat kan bij alcohol en ook bij heel ernstig verkeersgedrag. Maar als ik het goed begrijp, kan dat niet als iemand alleen mogelijk drugs gebruikt heeft. Klopt dat, en ziet de minister nog mogelijkheden om hier iets aan te veranderen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Dat zou mooi zijn, maar ik begreep uit de stukken — als het verkeerd is, dan hoor ik het graag — dat het bij drugs niet kan omdat de speekseltesten nog onvoldoende accuraat zijn, waardoor het risico op false positives te groot is. Daardoor kan je bij risico op alcohol wel direct een rijbewijs invorderen en bij drugs niet. Mocht het niet kloppen, dan hoor ik dat graag. Mocht het wel kloppen, dan hoor ik graag of we daar nog iets op kunnen verzinnen zodat we daar effectief iets aan kunnen doen, ook gezien het stijgende cannabisgebruik in het verkeer.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Eén vraagje nog over de gedeeltelijke tenuitvoerlegging. Ik begrijp heel goed wat de minister zegt en ik denk dat die ruimte er ook moet zijn. Dat is natuurlijk ook het hele belang van de straftoemetingsvrijheid bij de rechter, later. Zijn die drie dagen in de wet dan niet een beetje een symbool?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Ik heb ook een vraag over mijn amendement; dat zal niet verbazen. Dadelijke tenuitvoerlegging wil alleen zeggen dat de maatregel, in dit geval de rijontzegging, direct ingaat en dat het niet uitmaakt of de procedure nog loopt. De minister zei zojuist ook terecht dat het Openbaar Ministerie of een officier van justitie die rijontzegging ook op kan leggen. Op het moment dat iemand gewoon die strafbeschikking accepteert, dan ligt daar toch ook geen rechter aan ten grondslag?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Dan hebben we straks dus een systeem waarbij een rijontzegging direct ingaat wanneer een officier van justitie die oplegt en iemand die accepteert, en waarbij het ook niet uitmaakt dat als het bij de rechter komt, de rechter zegt dat een rijontzegging gepast is en iemand in hoger beroep gaat, want dan is er ook een mogelijkheid om die direct in te laten gaan, maar waarbij als iemand een strafbeschikking krijgt om dezelfde redenen, namelijk dat iemand zich ernstig heeft misdragen en er grote risico's zijn dat iemand opnieuw met alcohol achter het stuur gaat zitten, en in verzet gaat, wat ook lang kan duren, we dan maar accepteren dat het in de tussentijd een soort black box is?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Maar we maken nou juist steeds meer de beweging naar voren. We weten hoe druk het is in de strafrechtketen, dat er heel veel druk ligt op strafrechters. We vragen dus juist meer van het Openbaar Ministerie, van de strafbeschikking, van dat instrument. Dan is het toch eeuwig zonde om dat instrument niet ook aan een officier van justitie te geven en wel gewoon de situatie in het recht te laten bestaan dat als je in verzet gaat tegen een strafbeschikking, je dan een tussenfase hebt waarin er gewoon nog een schorsende werking is en je dus prima nog met alcohol achter het stuur kan gaan rijden? Dat moeten we toch gewoon niet willen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Ik heb nog een hele korte vraag. De minister zei: als er een soort Europees equivalent komt van de drugspleister of de drugsmeter, dan wil ik daar welwillend naar kijken. Zou ik dat kunnen noteren als een toezegging dat de minister jaarlijks in de brief over verkeersveiligheid terugkomt op hoe ver het daarmee staat?
Bron, video en gesprek →