KamerkringInloggen
Jeltje Straatman

Officieel Kamerprofiel

Jeltje Straatman

CDA →
77debatten
602bijdragen
282interrupties
99.955woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: CDA (2025-11-12–heden) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
5 okt 2026 · Kamerstuk

Initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Mathlouti over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen (36662)

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dank, voorzitter. Heel veel dank aan de leden dat zij in zulke groten getale aanwezig zijn bij de bespreking van deze initiatiefnota. Ook dank voor alle mooie woorden en voor de ondersteuning van wat wij in onze initiatiefnota hebben opgeschreven over de goede zorg die wij willen regelen voor iedereen in Nederland die een publieke zaak en een publieke taak dient om ons veilig en gezond te houden. Veel dank daarvoor dus. Ik heb zo dadelijk een aantal inleidende woorden. Daarna hebben we het opgedeeld in blokjes. Ik zal iets zeggen over het landelijk loket en over hoe de organisatie er wat ons betreft uit moet zien. De heer Mathlouti zal iets zeggen over preventie en nazorg, en zal de vragen die daarover gesteld zijn beantwoorden. Mevrouw Mutluer sluit af met de individuele vragen die gesteld zijn over de specifieke beroepen en de overige vragen. Voorzitter. Ik ga over naar de inleidende tekst. Zoals al door heel veel leden terecht is opgemerkt, is het heel belangrijk dat we goede zorg leveren voor de mensen die Nederland gezond en veilig houden. Elke dag staan duizenden mensen in Nederland vooraan, of het nu gaat om politieagenten, brandweermensen, ambulancepersoneel, boa's of militairen, terwijl anderen juist een stap terug doen. Vandaag lazen we in de krant met wat voor uitdagende situaties het gevangenispersoneel bijvoorbeeld te maken krijgt. Dat doen zij allemaal om ons veilig te houden. Maar het werk dat zij voor ons doen, kan ook diepe mentale sporen nalaten. Wie jarenlang voor onze samenleving klaarstaat, mag erop vertrouwen dat de samenleving er ook voor hem of haar is wanneer het misgaat. Juist op dat gebied zien wij een probleem. De zorg en ondersteuning voor geüniformeerden met werkgerelateerde psychische klachten is niet overal hetzelfde of even goed geregeld. Wie hulp nodig heeft, kan te maken krijgen met verschillende loketten, verschillende procedures en verschillende vormen van ondersteuning. Daarnaast hebben veel mensen in hun loopbaan meerdere uniformen gedragen. Het trauma dat in het ene beroep is ontstaan, kan zich jaren later in een ander beroep voordoen. Voorzitter. Wat ons betreft staat de mens achter het uniform centraal. Daarom doen wij met deze initiatiefnota voorstellen om de zorg en de ondersteuning voor geüniformeerden met werkgerelateerde PTSS te verbeteren. Wij willen dat deze first responders sneller de juiste hulp kunnen vinden, dat er minder versnippering is en dat er veel meer samenhang komt in de aanpak. Met deze initiatiefnota willen we daarom toewerken naar een landelijk steunpunt voor PTSS bij geüniformeerden, een plek waar kennis, expertise en ondersteuning samenkomen, en waar niet het uniform dat iemand draagt of de plek waar iemand woont bepaalt welke hulp beschikbaar is. Voorzitter. Ik zal een aantal vragen beantwoorden die gaan over het landelijk loket en over hoe dat eruit moet zien. Voordat ik daaraan begin, misschien nog even een vraag van mevrouw Van der Plas. Zij stelde heel terecht de vraag wat er nu eigenlijk is veranderd in de aanloop naar de initiatiefnota. Gelukkig kan ik zeggen dat er het een en ander is veranderd. We zien dat bij de politie, waar in 2025 een nieuwe regeling is ingegaan. Bij de brandweer is sinds 1 januari 2026 een nieuwe, landelijke regeling van kracht die is afgesproken door de verschillende veiligheidsregio's en de vakbonden. Dat juichen wij van harte toe. Wij vinden dat goede ontwikkelingen. Tegelijkertijd heb ik meerdere van u, onder anderen de heer Struijs en mevrouw Coenradie, horen zeggen dat er een papieren werkelijkheid is en een werkelijkheid in de praktijk. Die eerste stappen zijn goed en geven een goed signaal, maar nu moet ook blijken wat daarvan voor de mens achter de klachten terechtkomt. We zien bijvoorbeeld dat er bij de brandweer zorgen zijn over het feit dat de uitvoering nog steeds heel decentraal geregeld is. Dat is inherent verbonden aan het feit dat deze uit allemaal verschillende veiligheidsregio's bestaat. Ook bij de politie — ik denk dat de heer Struijs dat zojuist heel mooi verwoordde — zien we dat er in de praktijk nog steeds problemen zijn. Je ziet dat die organisaties wel een beweging in de juiste richting maken, maar dat er nog altijd verbeterpunten zijn. Wij denken dat zo'n landelijk steunpunt daar daadwerkelijk bij kan helpen. Tegelijkertijd zien we ook dat die stappen bij een hoop andere beroepen in de publieke dienst nog niet zijn gezet, zoals bij de boa's, de DJI en het ambulancepersoneel. Dus ja, er is een hoop veranderd sinds de initiatiefnota, maar wat ons betreft is het nog zeker niet voldoende. Daar kan steun voor dit landelijke loket aan bijdragen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Die hartenkreet, zoals ik het eigenlijk wel zou willen noemen, van mevrouw Van der Plas kan ik helemaal onderschrijven, want het is natuurlijk niet uit te leggen dat als je iets op papier regelt, mensen dan in de praktijk nog steeds het gevoel hebben dat ze het moeten bevechten. Ik denk dat de heer Struijs dat zojuist ook heel mooi noemde: er ontstaat een soort tweede PTSS omdat je in allerlei juridische regelingen verwikkeld raakt. Daar moeten we zo mogelijk van af, want dat doet totaal geen recht aan al het goede werk dat mensen hebben gedaan voor onze veiligheid en onze gezondheid. Wat kan het landelijke loket toevoegen? Ik zie daar drie dingen. Allereerst is dat landelijke loket onafhankelijk. Het is buiten de eigen organisatie geplaatst. Je ziet met name bij Defensie dat juist die onafhankelijke positie ontzettend belangrijk is — dat is eigenlijk ook al antwoord op de vraag van de heer Van Lanschot, die vroeg wat wij leren van het Veteraneninstituut — omdat mensen toch vaak spanning ervaren, terughoudend zijn, niet snel genoeg hun klachten durven aan te geven binnen de eigen organisatie omdat ze angstig zijn voor wat er dan na komt, bijvoorbeeld bij de politie. "Heeft dat dan gevolgen voor het gebruik van mijn dienstwapen?" Wij zeggen dus: hou dat niet binnen de eigen organisatie, maar verplaats het naar een onafhankelijk loket, zodat je veel laagdrempeliger signalen kan doorgeven en klachten kan aangeven en je veel sneller geholpen kan worden. Dat is één. Het tweede punt is dat je in je hele carrière verschillende uniformen kan dragen. Op het moment dat mensen blootgesteld worden aan PTSS-klachten kan het zomaar zijn dat dat zijn oorzaak heeft in iets dat tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dan is het heel lastig voor iemand om te bepalen waar hij dan naartoe moet. Moet hij naar zijn huidige werkgever? Moet hij naar zijn vorige werkgever? Je belandt dan al heel snel in een soort bureaucratisch geheel, waar we in Nederland heel goed in zijn, in juridische procedures, terwijl wij zeggen dat het helemaal niet uitmaakt welk uniform je hebt gedragen en je altijd bij iemand terecht moet kunnen. Daar kan dat landelijke steunpunt dan ook bij helpen. Ten derde een punt dat ook meteen een antwoord is op een vraag die een heel aantal van uw leden heeft gesteld, namelijk hoe we ervoor zorgen dat die zorg uiteindelijk voor iedereen gelijk is. Het eerlijke antwoord is dat wij het antwoord daarop nog niet hebben in deze initiatiefnota; dat zeg ik ook richting de heer Struijs over die backoffice. Die verantwoordelijkheid blijft bij de werkgevers; we behouden de bestaande zorgstructuren. Maar door dat allemaal te bundelen maken we wel heel inzichtelijk waar de verschillen zitten, dat het dus anders is als je als boa aanklopt bij het landelijke steunpunt dan als je als militair aanklopt. Wij hopen dat dat het gesprek op gang brengt tussen werkgevers om die onrechtvaardige verschillen recht te trekken. Dat is ook de oproep met deze initiatiefnota. Bij dat gesprek kan het landelijk steunpunt helpen. Inzicht is stap één en vervolgens gaat het om het voeren van het gesprek. Mocht dat niet voldoende zijn, dan moeten we denken aan verdergaande stappen zoals de Veteranenwet. Mevrouw Mutluer zal daar zo dadelijk nader op ingaan. Wat mij betreft is de toegevoegde waarde van het loket om ervoor te zorgen dat iedereen de zorg krijgt die hij of zij verdient. Dat is heel terecht, zoals u zei.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dat is een van de kernpunten waarom we graag die onafhankelijkheid willen bewaren. Je wil juist de rol van de werkgever, die de zorg moet faciliteren en ervoor moet zorgen dat er voldoende zorg is, scheiden van het steunpunt, waar mensen zo vroeg mogelijk iets kunnen signaleren. De heer Struijs zei het net ook. Je wil zo vroeg mogelijk aan de voorkant komen, zonder dat je allerlei twijfels hebt over wat het voor je eigen organisatie betekent. Daarvoor is juist de onafhankelijkheid van het steunpunt zo belangrijk. De organisatie, het steunpunt, zal natuurlijk inzicht hebben in wat er op papier is ingeregeld en hoe het in de praktijk werkt. Mochten er veel signalen komen dat dat niet matcht, dan ben ik heel blij dat we één centrale locatie hebben waar die informatie samenkomt. Die kan dan gebundeld teruggaan richting de werkgevers of de politiek, zodat we er ook op kunnen sturen. Voorzitter. Ik ga verder. Ik heb, denk ik, een heel aantal gestelde vragen al meegenomen. Er zijn misschien nog een aantal vragen. Mevrouw Van der Plas vroeg hoe het 24/7-meldpunt er concreet uitziet. Ik heb er zojuist al veel over gezegd. Een aantal werkgevers dat hieraan verbonden is, moet daar wel gewoon personeel voor leveren, zodat zij aan de voorkant, bij de intake, daadwerkelijk de signalen kunnen ontvangen en de klachten kunnen doorgeven. Zij zullen dan inschatten bij welke PTSS-zorgverlener de betreffende persoon het beste terechtkan. Dat kunnen heel veel verschillende zorgverleners zijn. Ik denk dat de kracht van het punt is dat we niet afdoen aan de bestaande zorgstructuur. Het is dus niet iets op afstand, zou ik tegen mevrouw Van der Plas willen zeggen. Juist in het maatwerk behouden we de bestaande zorgstructuur. We helpen alleen mensen om er veel eerder toegang toe te krijgen. De versnippering leidt ertoe dat je de toegang feitelijk niet hebt. Wellicht is dat wel op papier zo, maar in de praktijk niet. We maken de toegang dus veel beter en makkelijker. Dat was het antwoord op de vraag of het een centrum op afstand wordt. Dat wordt het dus zeker niet. Volgens mij vroeg mevrouw Coenradie wat de regierol van het Rijk is. Wat mij betreft scheiden we de rol van de werkgever en de rol van het Rijk. De werkgever blijft verantwoordelijk voor de zorg en de uitvoering. Daar zullen we continu het gesprek mee moeten aangaan, in de zin van: "We zien ongerechtvaardigde verschillen. Hoe kan dat? Herstel dit." De rol van het Rijk is om dit aan te jagen, het gesprek via zo'n loket te faciliteren en de kennisbundeling mogelijk te maken, zodat we niet alleen de richtlijnen hebben waar de minister in de kabinetsbrief naar verwijst, maar we daadwerkelijk zien dat het in de praktijk tot verbetering leidt. Zo zie ik de rol van het Rijk: aanjagen, kennis bundelen en daar waar het niet goed gaat ingrijpen. Dan was er een vraag over het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi), volgens mij ook van mevrouw Coenradie. De heer Van Lanschot stelde die vraag ook. Zien wij het Veteraneninstituut als het ideale voorbeeld? Het antwoord daarop is ja. Ik denk niet dat we het wiel nogmaals moeten uitvinden. We hebben in Nederland een heel goed werkend instituut. Daarbij kunnen natuurlijk ook allerlei dingen beter, maar we mogen er ook heel trots op zijn. Het is een instituut dat uniek is in de wereld. Wij spraken vrijdag opnieuw met het Veteraneninstituut. Toen herhaalden zij opnieuw: wij hebben in Nederland ongeveer 100.000 veteranen en er werken 270 medewerkers bij dat instituut. Ter vergelijking: in Duitsland zijn er bijna 10 miljoen veteranen en 7 medewerkers. Het is dus een superrobuuste infrastructuur waar we natuurlijk gebruik van moeten maken. Je ziet ook dat bijvoorbeeld de ambulanceregio's voor een deel al zijn aangehaakt, 6 van de 25 ambulanceregio's. De brandweer is ook heel incidenteel aangehaakt. Allereerst bevestigt dit dat het versnipperd is en dat het natuurlijk ontzettend onrechtvaardig is dat de ene ambulancebroeder wel gebruik kan maken van die mooie infrastructuur en de andere niet. Aan de andere kant maakt dit het dus ook mogelijk om die infrastructuur in te zetten voor meerdere geüniformeerde beroepen. Zo zien wij dat ook; wij zien het echt als een gefaseerd proces om de infrastructuur die er al ligt, te gebruiken en uit te breiden.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dat ben ik helemaal eens met de heer Struijs. Ik denk ook dat je het moet zien als een soort eenheid in verscheidenheid. Het Veteraneninstituut biedt de infrastructuur om de intake goed te regelen en de aansluiting op de backoffice — zo noemde u het zo mooi — in te regelen. Tegelijkertijd kan die backoffice hele verschillende routes mogelijk maken. Dus dat maatwerk, die bestaande zorgstructuur, maar ook de bestaande samenwerkingsafspraken, die er allemaal al liggen, moeten we niet weggooien. Dat zou natuurlijk van de zotte zijn. Die behouden we dus en we behouden ook het maatwerk. Alleen de infrastructuur, het daadwerkelijk goed inregelen, ligt al bij het Veteraneninstituut. Daarmee zijn ze ook aangehaakt met de ambulance en inderdaad met de brandweer. Uit het verleden hebben we natuurlijk ook lessen getrokken over wat er beter moet ten opzichte van de politie. De signalen die wij krijgen, wijzen erop dat we ervoor moeten zorgen dat je het voor de politie bij zo'n instituut extern organiseert, juist om het echt laagdrempelig te houden en om ook aan de voorkant te kunnen blijven zitten. Het is gewoon risicovol om dat vanuit de organisatie zelf te doen. Het wordt daar natuurlijk met alle goede wil ingeregeld, maar mensen hebben toch het idee dat het consequenties kan hebben. Eigenlijk trekt men dan veel te laat aan de bel. Dat is eeuwig zonde en dat leidt tot heel veel schade en klachten die we gewoon hadden kunnen voorkomen. Dus dat wat betreft het Veteraneninstituut. Dan een belangrijke vraag die werd gesteld over de financiën. Dat is, denk ik, een terecht punt, namelijk: als je gaat opschalen, gaat het ook meer kosten. Dat is zo, tenminste als je naar de organisatorische kant kijkt. Je hebt de infrastructuur van het Veteraneninstituut. In die zin zou het dus efficiënt moeten kunnen. Nogmaals, je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Als je daar nieuwe beroepen op laat aanhaken, dan is het echter evident dat dat natuurlijk meer menskracht kost en dus ook meer organisatorische capaciteit vraagt. Wat ons betreft staan daar primair de werkgevers voor aan de lat. De werkgevers hebben die zorgplicht, en de verantwoordelijkheid ligt ook daar. Mocht dat op die manier niet voldoende werken, dan hebben we natuurlijk een andere discussie. Op dit moment hebben we die signalen echter niet. We zullen het ook moeten afwachten. Ten tweede geldt natuurlijk het volgende. Hoe meer je aan de voorkant kan zitten, hoe efficiënter je het ook kan inrichten. Op termijn kan dat ook tot kostenbesparing leiden. Je ziet nu namelijk dat mensen veel te laat aan de bel trekken en dat we met hoog ziekteverzuim te maken krijgen. Dat kost de maatschappij natuurlijk heel veel geld. Dus als we dat veel slimmer inregelen, de mensen veel eerder die hulp bieden die ze ook kunnen krijgen, dan kan dat dus ook qua financiën voordeel opleveren ten opzichte van de huidige situatie …

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dat is, denk ik, een hele terechte vraag van mevrouw Martens-America. Op die vraag zeggen wij nu: dit is een richting die wij willen ingaan met deze nota en wij kunnen op dit moment niet precies overzien waar die kosten wel of niet neerslaan. Wij zeggen wel dat het primair de verantwoordelijkheid is van de werkgever, en dan heb je natuurlijk publieke en private werkgevers. Het zou in principe ook gewoon uit de begroting moeten kunnen die de publieke werkgever op dat moment heeft. Als blijkt dat dat niet kan, zoals in het verleden bijvoorbeeld bij de brandweer is gebeurd, dan zullen we daar opnieuw de politieke discussie over moeten voeren. Gezien de brede steun in de Kamer denk ik dat we allemaal de wens hebben om dat werkend te krijgen. Maar ik geloof er wel heel erg in dat die kosten op dit moment genomen moeten worden en dat die voor de baten uitgaan, maar dat het op termijn wel veel geld kan opleveren, doordat je veel meer aan de voorkant kan zitten en een instituut inregelt dat mensen ook gewoon uitnodigt om er niet te veel in te blijven hangen. Inde trant van: "Heb geen angst, PTSS is helaas vaak onderdeel van het beroep". Zorg ervoor dat ze gewoon een fatsoenlijke behandeling krijgen en help die mensen om dat tijdig te kunnen oplossen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Nogmaals een hele terechte vraag. We moeten ook bekijken hoe we het in de uitvoering het beste kunnen inregelen. Ik ben ook benieuwd hoe de minister hiernaar kijkt. In principe zou je aan de voorkant de werkgeversorganisaties moeten kunnen identificeren, die dan gewoon een bijdrage moeten leveren aan dat instituut. Ik zou het liever aan de voorkant willen inregelen. Anders komen er van werkgever A tien mensen aan het loket en van werkgever B drie personen, waarop werkgever A meer zou moeten betalen. Nee, ik denk dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, die je aan de voorkant zou moeten afregelen. Maar dat is een uitvoeringsvraagstuk, waar we denk ik ook nader naar zouden moeten kijken.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dat is een hele mooie vraag van de heer Sneller. De maatschappelijke baten van preventie, waar we vaak tegenaan lopen, is een voorbeeld van iets wat natuurlijk altijd heel lastig te onderzoeken is. Onze overtuiging is echt dat meer aan de voorkant gaan zitten, minder ziekteverzuim en minder maatschappelijke kosten betekent. Mijn expertise ligt niet bij hoe je dat precies wetenschappelijk inregelt, maar de aanname is natuurlijk wel dat je dan veel sneller kan werken aan herstel en re-integratie. Dat an sich heeft natuurlijk ook weer een prijskaartje. Als dat op enig moment uitgerekend zou kunnen worden, dus dat hoe vroeger je je meldt en hoe vroeger je in behandeling gaat, hoe sneller je weer kan terugkeren in de samenleving, dan zou dat iets zijn waar we met z'n allen heel blij mee zijn voor de mensen. Los van de financiële kant, gaat het er vooral om dat iemand weer volwaardig mee kan doen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ja, daar ben ik het helemaal mee eens. Die signalerende functie dichten wij het loket ook helemaal toe. Sterker nog, ik denk dat die signalerende functie kan helpen om de verschillen bloot te leggen, bijvoorbeeld ten aanzien van hoe de verschillende werkgevers en organisaties omgaan met zo'n dilemma als immateriële schade. De discussie rondom de brandweer maakt heel duidelijk dat de brandweer daar net een andere afslag neemt dan bijvoorbeeld Defensie. Ik denk dat het voor de bonden en alle betrokkenen heel behulpzaam is om heel inzichtelijk te zeggen hoe organisatie a, b en c hiermee omgaan en waarom wij dit dan niet doen. Die signalerende functie zou ik op die manier dus ook echt zien voor het loket. Voorzitter. Dan kom ik bij de laatste vragen in mijn mapje. De heer Struijs zei terecht dat de backoffice ook goed ingeregeld moet zijn. Dat zijn wij het helemaal met hem eens. Tegelijkertijd moeten wij ook gewoon het eerlijke verhaal vertellen, namelijk dat met een loket nog niet meteen de backoffice goed is ingeregeld. Daarover ging het ook in de gesprekken die we bijvoorbeeld met het Veteraneninstituut hadden. Zij zeiden: wij willen het liefst niet alleen één loket; we willen ook gewoon uniformiteit, dus dat iedereen dezelfde zorg krijgt binnen het maatwerk dat natuurlijk ook nodig is. Dat vraagt echt iets van werkgevers. Wij hopen door dit inzichtelijk te maken ook dat gesprek op gang te brengen. Nogmaals, als dat onvoldoende is, dan mag het daar absoluut niet bij blijven. Dan moet dat geen punt zijn, maar een komma. Mevrouw Mutluer zal daar zo dadelijk wat nader op ingaan. Tot slot zijn er de hele terechte vragen van de heer Struijs. Hij zegt dat gepensioneerden ook ergens terecht moeten kunnen, ook als PTSS vele jaren nadat het trauma of incident zich heeft voorgedaan tot herbeleving leidt. Hij geeft ook aan dat het wat betreft meldingen van familie, vrienden en mensen rondom iemand goed geborgd moet zijn. Daar zijn wij het helemaal mee eens. Daar is het Veteraneninstituut al goed op ingericht. Juist die wisselingen in uniform, om het zo maar te zeggen, maken dat loket zo belangrijk, omdat je dan direct één locatie hebt waar je naartoe kan, in plaats van dat je je afvraagt: "Bij welke werkgever moet ik nu zijn? Sterker nog, ik heb op dit moment geen werkgever meer. Wie is er nu voor mij?" Dat loket is er dan dus ook voor de mensen die op dit moment geen dienstverband meer hebben. Nogmaals, het kan zo zijn dat er bij verschillende uniformen, verschillende werkgevers, nog andere regelingen zijn voor ex-werknemers. Dat is natuurlijk niet rechtvaardig, maar dat maken we dan inzichtelijk en daar gaan we vervolgens het gesprek over aan. Tot zover mijn mapje, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dank, voorzitter. Het had ook na de minister gekund hoor, maar we willen inderdaad van de gelegenheid gebruikmaken om een dankwoord uit te spreken richting iedereen die hier aanwezig was. Ik vind het heel mooi dat we met zo veel mensen over dit hele belangrijke onderwerp hebben kunnen spreken. Heel goed en fijn zijn de ondersteuning vanuit de minister wat betreft het half miljoen dat voor de campagne is vrijgemaakt, en de omarming van het steunpunt. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Dat is echt iets extra's wat we nu al met deze initiatiefnota hebben bereikt, dus dat is heel mooi. Laat het duidelijk zijn dat de mens achter het uniform centraal moet komen te staan. Niet het uniform zelf, niet de werkgever, niet de regio, maar de bijdrage die eenieder aan onze veiligheid en onze gezondheid levert, moet centraal staan. Dat is vandaag heel duidelijk naar voren gekomen, denk ik. Mijn laatste woorden van dank gaan naar het grote team dat hieraan heeft bijgedragen. Achter ons zitten twee mensen die hier heel hard voor hebben geknokt. Ook onze voorgangers deden dat. Meneer Mathlouti en ik mochten in de gelukkige positie zijn om het eindspel mee te maken. Het is nog niet het eind, zou ik daarbij willen zeggen. Hiervoor hebben ook al heel veel mensen hard hieraan gewerkt. In het bijzonder wil ik Hanneke van der Werf en Derk Boswijk noemen, die hier heel hard aan gewerkt hebben. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →