KamerkringInloggen
Jeltje Straatman

Officieel Kamerprofiel

Jeltje Straatman

CDA →
77debatten
602bijdragen
282interrupties
99.955woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: CDA (2025-11-12–heden) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
24 sep 2026 · Kamerstuk

de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10.000 aangiften niet door de politie worden onderzocht

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

Mevrouw Straatman (CDA): Ik wil graag doorgaan op het punt dat mevrouw Keijzer zojuist maakte. Ik vond het interessant dat mevrouw Coenradie zegt: de Crime Harm Index vind ik wel een interessant instrument; dat lijkt me wel iets. Want als je het heel platslaat en kijkt naar wat de Crime Harm Index doet, zie je dat die heel veel van de bevoegdheid die het Openbaar Ministerie of de minister heeft om prioriteiten te stellen, juist weghaalt bij de minister en het Openbaar Ministerie en het aan de rechtspraak geeft. Het is wel goed om dit te begrijpen, want wat doet die Crime Harm Index? Die zegt dat iets prioriteit heeft als je heel veel detentiedagen krijgt. Sterker nog, de rechter gaat bepalen wat prioriteit heeft.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

Mevrouw Straatman (CDA): Nu heb ik mevrouw Coenradie heel vaak horen zeggen dat rechters eigenlijk helemaal niet hard genoeg straffen en dat we moeten werken met minimumstraffen omdat rechters niet luisteren. Die twee dingen rijmen toch niet met elkaar? Wilt u nu echt rechters laten bepalen wat in Nederland prioriteit heeft in de opsporing?

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

Mevrouw Straatman (CDA): Ik ben het helemaal met mevrouw Coenradie eens dat we meer sturingsinstrumenten nodig hebben, maar dat is in de kern wel waar dit debat over gaat. De Rekenkamer zegt immers dat je daarmee naar die Crime Harm Index moet kijken. De minister zegt: die vind ik te eendimensionaal. Mevrouw Coenradie zei het zojuist weer: ik vind dat een interessant instrument. Mijn hele concrete vraag aan haar is hoe zich dat verhoudt tot haar eerdere kritiek dat de rechters eigenlijk toondoof zijn voor wat wij in de politiek willen. Wat die Crime Harm Index juist doet, is dit weghalen bij het OM, dit weghalen bij de minister en het juist helemaal in handen leggen van de rechtspraak.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dank u wel, voorzitter. Achter iedere aangifte zit pijn, een verhaal en een gezicht. Slachtoffers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun zaak serieus wordt genomen. Zij hebben recht op duidelijkheid en op opvolging. In dit debat worden verschillende begrippen en cijfers door elkaar gebruikt, omdat systemen en methodes niet op elkaar aansluiten. Dat helpt niet om door te dringen tot de kern van het probleem. Dat heeft voor ruis gezorgd. Die ruis had de minister eerder kunnen wegnemen door voorop te stellen wat hij vandaag in de brief schrijft, namelijk dat de cijfers van de Rekenkamer met de huidige politiesystemen niet goed te controleren zijn. Kan de minister daarop reflecteren? De Rekenkamer geeft aan eerder te hebben gewezen op deze ontstane ruis. Hoe reflecteert de minister daarop? Voorzitter. De ontstane ruis leidt af van waar we het vandaag over zouden moeten hebben. Veel te veel aangiften van zeer ernstige misdrijven worden niet behandeld, een deel daarvan vanwege gebrek aan capaciteit bij de politie en het OM. Dat raakt aan de geloofwaardigheid van ons strafrechtsysteem, de aangiftebereidheid van burgers en het functioneren van onze politieorganisatie. Daarom heb ik inhoudelijk drie punten over het Rekenkamerrapport. Allereerst de geprioriteerde zaken. Het is inmiddels duidelijk dat die te vaak blijven liggen. Hoe kan dit? Worden deze aangiftes afgewezen door gebrek aan capaciteit of door onvoldoende bewijs? Hoe verhoudt deze niet-opvolging zich tot afspraken in de aanwijzing van het Openbaar Ministerie om geprioriteerde zaken altijd op te volgen? Voorzitter. In een ideale wereld blijft geen enkele aangifte liggen, maar het eerlijke verhaal is dat er helaas altijd schaarste zal zijn. De vraag is dus vooral: hoe zorgen we ervoor dat afgesproken prioriteiten op papier ook in de praktijk voorrang krijgen bij de verdeling van politiecapaciteit, ook als de kansrijkheid van een aangifte laag is? Van die zaken, van zeden tot ondermijning, zeggen wij als samenleving: je mag zulke aangiftes pas naast je neerleggen als je zeker weet dat opsporing kansloos is. Is de minister het daarmee eens? Voorzitter. Dan mijn tweede punt. Hoe helpen we de organisatie in het sturen op deze prioriteiten? Laat duidelijk zijn: de sturingshulpmiddelen zijn broodnodig. De Rekenkamer gebruikt daarvoor de Crime Harm Index, waar we al eerder over spraken. De minister vindt deze index te eendimensionaal. Dat kunnen wij wel begrijpen. Tegelijkertijd blijft de vraag: wat dan? Als de index niet het juiste sturingselement is voor de opsporing, wat dan wel? De minister geeft aan dat de uitgangspunten voor opportuniteit en selectiviteit worden geactualiseerd. Wat betekent dit in de praktijk? Hoe gaat dit voorkomen dat geprioriteerde aangiftes alsnog blijven liggen? Hoe gaat dit ook regionale verschillen tegen? Het kan namelijk toch niet zo zijn dat het door capaciteitstekorten aantrekkelijker is om een drugsschuur in Limburg te plaatsen dan in Rotterdam? Mijn kernvraag aan de minister is dus: welk uniform sturingsinstrument kan hij wél gebruiken? Ten derde en tot slot, voorzitter. Met alleen een sturingsinstrument voor de politie en het OM zijn we er niet. Om te sturen heb je inzicht, feiten en informatie nodig. Het CDA heeft er al vaker op gewezen dat de systemen bij de politie beter moeten, veel beter. Er is namelijk sprake van een grote black box. We hebben het over 12.300 fte aan mensenwerk waarvan de Rekenkamer zegt dat de politie amper inzicht heeft in de opsporingsonderzoeken waaraan die mensen werken, of die prioriteit hebben en wat de doorlooptijden en capaciteit daarvan zijn. De politieorganisatie is als een geblinddoekte voetbalcoach langs de lijn. Iedereen voelt aan: zo kun je niet coachen. De politie werkt nu ook aan een nieuw informatiesysteem om mensen en middelen beter aan elkaar te koppelen. Dat is cruciaal, maar het duurt veel te lang. Wanneer mogen we dit systeem verwachten en welke informatie wordt dan wel bekend, vraag ik aan de minister. Tot slot, voorzitter, mijn laatste alinea. De ruis die de afgelopen week is ontstaan, mag niet afleiden van de boodschap van de Rekenkamer: de politie en het OM missen de randvoorwaarden voor sturing in de opsporing en daardoor blijven veel te veel aangiftes van ernstige misdrijven liggen. Daarom mijn oproep aan de minister: ga hiermee aan de slag. Zorg dat die blinddoek afgaat bij de organisatie, met prioriteit, want dat zijn we aan de slachtoffers verplicht.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ik begrijp de vraag van mevrouw Mutluer heel goed. Misschien is het goed voor de duiding om even te kijken naar de volgordelijkheid van hoe dingen zijn gegaan en hoe informatie bijvoorbeeld tot mij is gekomen. In eerste instantie heeft de minister inderdaad na het Rekenkamerrapport gezegd dat het veelal meldingen waren. Toen dinsdag de brief van de Rekenkamer kwam, die zei dat het maar 10% meldingen was, dacht ik ook: daar zit wel een heel groot verschil in; hoe kan dat? Ik heb toen ook voor de camera's gezegd: dat lijkt veel op onjuiste informatie. Vandaag kwam de brief van de minister. De minister zegt: de systemen sluiten niet op elkaar aan. Dat werpt voor mij een totaal ander beeld op wat zich hier heeft afgespeeld. Om een heel concreet voorbeeld te geven: je hebt natuurlijk één grote dataset, maar je hebt twee verschillende rekenmethodes, rekenmethode A van de politie en het Openbaar Ministerie, waar de subset van data uit komt, en rekenmethode B van de Algemene Rekenkamer. En ja, dan kunnen de uitkomsten anders zijn. Een heel concreet antwoord op de vraag van mevrouw Mutluer of het zo kan zijn dat zowel de minister als de Algemene Rekenkamer het juist heeft, is dus: ja, daarvan ben ik overtuigd.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ik zie dat anders. Hoe ik het zie, is … Ik vind het vervelend als de mensen thuis kijken en denken: ze hebben het alleen maar over de methodes. Dat begrijp ik ook goed. Daarom heb ik mijn inbreng ook voornamelijk gericht op de inhoud. Het is een groot probleem dat die aangiftes blijven liggen. Laat dat duidelijk zijn. Daarom zeg ik: we moeten veel meer sturen en we moeten veel meer informatie hebben. Daar gaat het om. Maar die methodiek is wel van belang om te kunnen begrijpen hoe de Rekenkamer tot 10% komt en de minister tot andere cijfers. Dat is omdat er gewoon andere formules worden gehanteerd. Ik denk dat we er dan eerlijk over moeten zijn dat het dan kan dat dat tot andere uitkomsten leidt. Wat had de minister moeten doen? De ruis is ontstaan en die had hij denk ik kunnen voorkomen door op het allereerste moment te zeggen: dit is de output die ik uit de politiesystemen krijg, maar ik kan helemaal niet controleren of dat ook klopt met wat er in het Rekenkamerrapport zit, want die methodologie kan ik niet controleren. Dat heeft minister niet gedaan. Daardoor is die ruis gecreëerd, zoals ik eerder heb gezegd. In de brief van vandaag, van vanochtend zegt hij dat: de systemen matchen niet. Dat had hij veel eerder moeten doen. Ik denk dat we dan niet een debat hierover gehad, maar een debat over hoe het in godsnaam zo kan zijn dat die aangiftes blijven liggen.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Nou, met die conclusie ben ik het niet eens. Ik ben het eens met mevrouw Mutluer dat we deze ruis hadden kunnen voorkomen als de minister aan de voorkant had gezegd: dit komt uit mijn politiesystemen, maar die politiesystemen matchen niet met de methode van de Rekenkamer en ik kan dus niet controleren hoe de Rekenkamer tot die 10.000 komt. Dat had hem een hoop ellende bespaard. Dat zie ik nu ook terug in de brief van de minister, dat de minister dat erkent. Daar ben ik ook kritisch op. Vandaar ook mijn vraag aan de minister: hoe reflecteert u hierop? Maar dat is een hele andere vraag dan de vraag die ik hier vaker terug heb horen komen, namelijk of het onjuist is wat de minister heeft gezegd. Op basis van de informatie die ik heb, kom ik tot de conclusie dat het niet onjuist is. De minister had alleen moeten zeggen: het is systeem A waar ik mijn informatie vandaan haal en we spreken nu over een rapport dat gaat over methode B.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ik heb ook gelezen dat de Rekenkamer kritisch is op deze minister, maar ook dat de Rekenkamer zegt: wij hebben een andere methode gebruikt. De minister had denk ik duidelijker moeten maken dat het een andere methode is en dat er dus ook andere uitkomsten uitkomen.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Er moet me wel wat van hart: dit verbaast me wel een beetje. Ik ben het helemaal met mevrouw Coenradie eens dat we het hier over de inhoud zouden moeten hebben, dat we het zouden moeten hebben over dat er veel te veel aangiftes op de plank blijven liggen. Maar verwijt mij niet dat ik over methodiek begin. U stelt met z'n allen de vraag: klopt het wat de minister de Kamer heeft verteld, is de Kamer juist geïnformeerd? Dan kom ik tot de conclusie, omdat ik nou eenmaal twee methodes met elkaar moet vergelijken, dat de minister de Kamer wel degelijk juist heeft geïnformeerd, maar dat we over twee verschillende methodes praten die een verschillende output geven. Ik wil het hier het liefst helemaal niet over hebben. Daarom heb ik ook 80% van mijn inbreng besteed aan de vraag hoe we er nou voor kunnen zorgen dat we wel opvolging geven aan die stapel aangiftes die maar niet worden opgevolgd, dat we meer sturing geven aan die politieorganisatie, dat we ervoor zorgen dat niet 12.300 politiemensen aan het werk zijn en we eigenlijk helemaal geen idee hebben wat zij precies doen. Daar wil ik het graag over hebben, maar het is voornamelijk de Kamer die de vraag stelt: heeft de minister de Kamer juist geïnformeerd? Ik geef daar het antwoord ja op en ik licht dat toe. Dat moet ik doen met methodes.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ja en nee. Ik ben tevreden dat mevrouw Coenradie zegt: het is inderdaad zo dat twee waarheden naast elkaar kunnen bestaan, en dat het dus zo kan zijn dat de minister én de Rekenkamer ons de juiste informatie hebben gegeven. Tegelijkertijd is daar ruis ontstaan, omdat de minister eerder had moeten aangeven dat de output die hij uit de politiesystemen kreeg, niet matchte met de methode van de Rekenkamer. Daarom ook mijn kritische vraag aan de minister: hoe reflecteert hij daarop? Als hij dat namelijk aan het begin had gedaan, als hij geen punt had gezet na de zin "er zijn veel meldingen", maar een komma had gezet en dan "ik weet niet of dat ook gerelateerd is aan het onderzoek van de Rekenkamer", dan hadden we dit gesprek hier denk ik niet gehad. Die kritische vraag heb ik ook aan de minister.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Nogmaals, ik wil het hier liever ook niet over methodes hebben. Ik wil het hebben over hoe we ervoor zorgen dat we effectief beleid kunnen voeren op die puinhoop, om het zo maar te zeggen, op die hoeveelheid aangiftes die niet worden opgevolgd. U stelt allemaal één concrete vraag ...

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Sorry, voorzitter. Mevrouw Dobbe en andere collega's stellen één vraag: klopt het dat de minister de Kamer juist heeft geïnformeerd? Dan moet je een vergelijking maken, zo werkt dat, tussen de informatie die de minister heeft gekregen uit de politiesystemen versus de informatie die uit het Algemene Rekenkamerrapport komt. Dan constateer ik dat in het Rekenkamerrapport een andere methode gebruikt wordt, dus dat de Rekenkamer een andere subset aan data heeft. Dan komt er dus een ander antwoord uit. Dus nee, de minister heeft de Kamer niet verkeerd geïnformeerd; dat is de conclusie die ik trek. Ik wil het helemaal niet over methodes hebben, maar u stelt mij die vraag en ik heb die verwijzing naar methodes nodig om het antwoord te kunnen geven.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ik heb het Algemene Rekenkamerrapport gelezen en ik vind de conclusies van de Algemene Rekenkamer op inhoud heel ernstig. Met de conclusie dat de minister de Kamer op het verkeerde been heeft gezet, ben ik het inhoudelijk gewoon niet eens.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Nou, dat vind ik een vreemde vraag, of die hem goed uitkomt. Sowieso moet u die vraag aan de minister stellen. Ik heb in mijn bijdrage gezegd dat we te weinig sturing hebben. Wij hebben het juiste instrument dus nog niet gevonden. Dat is niet het instrument dat de politie en het OM gebruiken, en het instrument van de Rekenkamer vind ik ook suboptimaal, ook eendimensionaal, zoals ik in het interruptiedebatje met mevrouw Coenradie zei. Ik denk dat we moeten zoeken naar het juiste sturingsinstrument, zodat we daadwerkelijk de meest geprioriteerde aangiftes voorrang kunnen geven.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ik wil vooral het instrument dat, de sturing en methode die ertoe leidt dat we de meest geprioriteerde aangiftes voorrang kunnen geven en of dat nu optie A of B is ... Optie C is volgens mij de juiste. Alleen, dat hebben we nog niet uitgevonden.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dat is geen vraag aan mij en ik kom tot een andere conclusie.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ik ben heel blij met deze vraag van de heer Struijs, want nu gaan we precies naar het kernpunt van de conclusie van het Rekenkamerrapport. Dat is dat in de huidige praktijk in de opsporing geprioriteerde misdrijven veel te vaak blijven liggen. Dat blijkt uit het rapport. Dat blijkt overigens ook uit de brief, waarin de minister erkent: we hebben op dit moment gewoon te weinig opsporingscapaciteit om de meest belangrijke, de meest ernstige misdrijven te kunnen vervolgen. Precies daarom wil ik het volgende vragen aan de minister. Er ontbreekt een sturingsinstrument en er ontbreekt informatie over de organisatie; wat gaan we daaraan doen? Geblinddoekt kun je niet sturen. Ik wil dus juist een instrument, zodat we weer kunnen sturen op die organisatie, zodat we die zedenzaken en ondermijningszaken kunnen aanpakken en zodat die niet onderop de stapel belanden.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Zeker. Ik denk dat het Rekenkamerrapport daarom een heel erg nuttig instrument is geweest om dit inzichtelijk te maken en om opnieuw met elkaar als Kamer dit gesprek te voeren over hoe het nu zo kan zijn dat er steeds meer geld naar de politie gaat, maar het ons niet lukt om die geprioriteerde misdrijven op te lossen. Ik ben het dus helemaal met de heer Struijs eens dat we hier prioriteit aan moeten geven en hier met elkaar het gesprek over moeten voeren.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Het blijft volgens mij in cirkeltjes praten. Nu gaat u mij straks weer verwijten dat ik over methodes begin. Ik ga het toch doen, want dat moet ik om deze vraag van u …

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): ... van de heer Van Meijeren van een juist antwoord te voorzien. De heer Van Meijeren weet namelijk ook dat als je twee verschillende methodes gebruikt, je tot twee verschillende subsets aan data komt. De minister heeft de politiesystemen. Uit die subset, subset a, komt informatie. Daarin is die informatie over de meldingen gekomen. De minister had moeten zeggen dat dit dus niets zegt over het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Hij heeft daar een punt gezet, maar hij had daar een komma moeten zetten. Daarmee heeft hij ruis veroorzaakt, maar hij heeft niet op inhoud de Kamer onjuist geïnformeerd. Dat zijn twee zaken die u zou moeten kunnen onderscheiden.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dat is een terechte vraag van mevrouw Keijzer. De definitie van "aangifte" die de Rekenkamer hanteert, is: aangifte inclusief meldingen en heterdaadacties.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Dat komt doordat de Rekenkamer met een andere subset werkt. De Rekenkamer heeft de Crime Harm index, waar het nu al een aantal keren over is gegaan, losgelaten op de grote dataset van de politie en komt dus tot een andere subset dan de subset van de politie en het Openbaar Ministerie, die met andere prioriteiten werken. En ja, dan kunnen daar andere uitkomsten uitkomen. Ik betwist de conclusies van de Rekenkamer dus helemaal niet. Die zijn volledig juist. Alleen, zij gebruiken een andere subset dan die van de minister. En dát had de minister er wel bij mogen zeggen, want dan hadden we deze ruis en dit debat niet gehad.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Wat mevrouw Keijzer zegt, klopt volgens mij niet. De Crime Harm Index leidt immers tot een subset van, wat zij noemen, ernstige misdrijven. Dat is een andere subset ernstige misdrijven dan die uit de politiesystemen rolt. Bij de politie en het OM werken we immers met andere prioriteiten. Nou gaan we het weer over de methodes hebben, maar de definitie van "wat is ernstig?" is in het Rekenkamerrapport een andere dan die uit de politiesystemen rolt. Daarom kan het zo zijn dat de uitkomst anders is. En daarom kan het dus zo zijn dat zowel wat de Rekenkamer stelt als wat de minister stelt, juist is.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Meneer Van Dijk stelt een terechte vraag. Toen dinsdag de brief kwam van de Rekenkamer en zij het percentage van 10% noemden, verbaasde mij dat, gegeven het feit dat we dat politiedebat hebben gehad. Daarom wilde ik in het begin ook de volgordelijkheid noemen en de tijdlijn. Vanochtend kwam de brief van de minister en toen bleek dat we het over twee verschillende werelden hebben. We hebben het over twee verschillende waarheden omdat we twee verschillende methodieken hebben gebruikt. Dan kan het dus zijn dat de 10% past bij methode b. De opmerking van de minister dat het vaak over meldingen gaat, hoort bij methode a. Maar had de minister meteen moeten zeggen dat we het hebben over twee verschillende waarheden, over twee verschillende methodes? Ja, dat had hij er natuurlijk bij moeten zeggen, want dan hadden wij deze ruis niet gehad.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): De minister is onvolledig geweest door niet te benoemen dat de conclusies die hij trok, kwamen uit de politiesystemen en dat de politiesystemen niet in staat waren om die te relateren aan de resultaten en de methode van de Rekenkamer. Daarover ben ik het helemaal met de heer Van Dijk eens. Daarom ook mijn kritische vraag aan de minister: hoe reflecteert de minister erop dat hij deze ruis heeft laten ontstaan? Hij heeft een punt gezet in dat debat, maar hij had een komma moeten zetten.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Nee. Ik heb deze vraag al eerder beantwoord. De minister heeft antwoord gegeven op basis van een andere subset, een andere rekenmethode, die uit de politiesystemen kwam. Hij had erbij moeten zeggen: deze informatie is niet te relateren aan de conclusies van het Rekenkamerrapport.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Nee, het klopt niet wat mevrouw Van der Plas nu zegt. De rekenmethode die de Rekenkamer heeft gebruikt, heeft geleid tot een subset van de definitie van "ernstige misdrijven". Daaronder vielen aangiften, meldingen en heterdaadacties. Dat heeft de Rekenkamer gezegd. En dat staat ook letterlijk in het rapport, volgens mij op pagina 13. Die heeft gezegd: wij hanteren de definitie van aangiften, maar er valt veel meer onder. Dus inderdaad kan de Rekenkamer dan zeggen dat het op basis van deze subset om 10% meldingen gaat en dat de andere in die andere categorie vallen. De minister heeft antwoord gegeven op basis van een andere subset. Hij had daarbij moeten zeggen: ik kan niets zeggen over de conclusies van het Rekenkamerrapport. Dat zegt hij overigens in de brief van vandaag wel, op pagina 3. Hij zegt: de methodieken sluiten niet op elkaar aan. En: "Ik betwist deze uitspraak niet, maar kan deze ook niet verifiëren op basis van mijn beschikbare gegevens". Dat is de kern: het zijn twee verschillende datasets.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ja, nogmaals, we blijven in rondjes praten. De minister is geïnformeerd op basis van de systemen, de huidige politiesystemen. Die matchen niet met de conclusies en de methoden van de Rekenkamer. En wat de minister vandaag in de brief heeft geschreven, had hij ook bij het commissiedebat moeten zeggen.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Laat ik allereerst zeggen dat ik het hartgrondig eens ben met wat mevrouw Keijzer als eerste zei, namelijk dat we het daarover zouden moeten hebben. Dat er mensen nu naar dit debat kijken en denken: "waarom hebben ze het niet over die stapel aangiftes?"; "ik maak iets vreselijks mee als slachtoffer, waarom blijft dat onderaan de stapel liggen?"; "hoe kan het in Nederland dat er zo veel geld naar de politie gaat en we daar niets mee doen?" Ik ben het daar helemaal mee eens, en daarom wil ik het daar heel graag met u over hebben. Excuus, kunt u uw vraag over de definitie van de Crime Harm Index nog een keer herhalen?

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ja, dat is correct; dat is de definitie van de index. Het gebruiken van de methode van die index leidt ertoe dat de Rekenkamer de grote subset aan data die de politie heeft, splitst in ernstige misdrijven, middelmatige misdrijven en lichte misdrijven. Door die index krijg je dus een subset met ernstige misdrijven. Zo komen zij tot die 10.000. Dat is gewoon een andere subset dan die de politie hanteert.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Ik kan mevrouw Keijzer voor een heel deel volgen, maar de eindconclusie volg ik niet. Mevrouw Keijzer zegt heel terecht hoe de Crime Harm Index werkt. Op basis daarvan komt de Rekenkamer tot de subset ernstige misdrijven. Op basis van die subset stellen zij: daarvan is 10% een melding. Alleen, die subset is anders dan hoe de systemen van de politie werken. Dus we zijn twee verschillende definities van misdrijven met elkaar aan het vergelijken. Dat leidt tot andere uitkomsten.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

Mevrouw Straatman (CDA): Ik heb toch een vraag in aanvulling op de volgens mij heel terechte vraag van mevrouw Keijzer. Ik begrijp heel goed dat mevrouw Faber de beantwoording van de minister wil afwachten voordat zij besluit of ze een motie van wantrouwen gaat indienen, maar dan toch even de vraag an sich: als mevrouw Faber een motie van wantrouwen gaat indienen, gaat zij dan ook om een hoofdelijke stemming vragen? Het is wel fijn voor de collega's om dat te weten.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Straatman (CDA): Voorzitter. Vanavond hebben we het debat gevoerd met de minister, die erkent dat de signalen van de Rekenkamer ernstig zijn en die erkenning is belangrijk. De Rekenkamer trekt ook duidelijke conclusies over de informatiesystemen van de politie. In het debat heb ik aangegeven dat de politieorganisatie voelt als een coach die geblinddoekt langs de lijn staat Daarom moet de informatievoorziening van de politie structureel worden verbeterd, zodat we ook meer kunnen sturen op de prioriteiten. Daarom heb ik de volgende motie.

Bron, video en gesprek →