Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 338WetenschapsbudgetNr. 296 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 augustus 2025Voor versterking van de kwaliteit van het onderzoek en onderwijs issamenwerking tussen instellingen van groot belang, evenals het makenvan scherpe keuzes over taakverdeling tussen en profilering van universi-teiten. Sectorplannen dienen als beproefd instrument om de onderlingesamenwerking en profilering te verbeteren. In 2019 is uw Kamer geïnfor-meerd over de structurele investering in het wetenschappelijk onderzoeken onderwijs in de vorm van sectorplannen.1 Het gaat om respectievelijk€ 60 miljoen voor de domeinen Bèta en Techniek (B&T) en € 10 miljoenvoor het domein sociale en geesteswetenschappen (SSH).2 Het doel vandeze plannen is om de strategische samenwerking tussen universiteiten testimuleren, de verbinding tussen onderzoek, onderwijs en maatschappe-lijke doelen te verbeteren en door profilering en afstemming de kennis-basis te versterken. Middels deze brief informeer ik uw Kamer over deeindevaluatie van deze sectorplannen en het vervolg hiervan.Om een goede inhoudelijke en onafhankelijke weging te kunnen maken inde evaluatie van de sectorplannen heb ik de sectorplancommissies Bèta &Techniek en Social Sciences en Humanities ingericht. Ik heb hen gevraagdde sectorplannen te monitoren en mij advies hierover te geven.3 Ik benhen zeer dankbaar voor de recent opgeleverde eindevaluaties van debovengenoemde sectorplannen over de periode 2019–2024 (zie bijlage 1en 2). Beide sectorplancommissies zijn zeer positief over de uitvoeringvan de plannen door de universiteiten evenals de werking van hetinstrument zelf.Op basis van deze twee positieve adviezen van de sectorplancommissiesheb ik besloten de middelen voor de sectorplannen B&T en SSH1Kamerstuk 29 338, nr. 2062Deze middelen kunnen worden geïndexeerd en zijn dus gegroeid over de afgelopen periode.3De taken van deze commissies staan beschreven in het instellingsbesluit(https://wetten.overheid.nl/BWBR0041941/2025-04-08). kst-29338-296ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 338, nr. 2961 2019–2024, inclusief de Van Meenen-middelen, volgens de huidigeverdeling te continueren in de rijksbijdrage aan de universiteiten. Ditbetekent ook dat de monitoringsperiode van deze middelen is afgerondnu het instrument en de uitvoering door de universiteiten zich heeftbewezen. Dit zal naar verwachting ook leiden tot een verlaging in deadministratieve lasten van de instellingen. Ik roep de universiteiten op engeef hen hierin het vertrouwen dat zij de sectorplanmiddelen blijveninzetten op de door henzelf vastgestelde zwaartepunten in de sector-plannen, ook nu de monitoring is beëindigd. Ik heb de universiteitenmiddels een brief hiervan ook op de hoogte gebracht.Sectorplannen (2019–2024)In 2018 is besloten te investeren in fundamenteel onderzoek, met specialeaandacht voor de technische wetenschappen en onderzoeksgroepen methoge kosten. De universiteiten zijn gevraagd hiervoor «sectorplannen» temaken: een gezamenlijk plan van de deelnemende universiteiten in diesector met zwaartepunten waar iedere universiteit zich aan committeert.Hiervoor was er voor het domein B&T € 60 miljoen per jaar beschikbaaren voor het domein SSH € 10 miljoen per jaar. Daarnaast is besloten omde uitvoering van de sectorplannen de eerste zes jaren te laten monitorendoor de sectorplancommissies.Ik wil hierbij mijn dank en grote waardering uitspreken voor het vele engoede werk dat de sectorplancommissies in de afgelopen jaren hebbenverricht. Beide commissies stellen dat de implementatie van hetsectorplan succesvol is verlopen. Met de sectorplanmiddelen zijn nieuwe,duurzame onderzoeks- en onderwijsposities gecreëerd en de nationalesamenwerking en afstemming tussen disciplines en tussen universiteitenis duidelijk verbeterd.Specifiek voor het domein SSH geeft de commissie aan dat het belangrijkis om aandacht te blijven houden voor digitale onderzoeksinfrastructuurvoor de ontwikkeling van het onderzoek en onderwijs in dit domein endaarbuiten. Ik zie dit belang ook en neem dit advies mee in de doorontwik-keling van het beleid rondom de onderzoeksinfrastructuur.Er zijn veel mooie voorbeelden te geven die zijn voortgekomen uit desectorplannen. Zo is er mede dankzij de sectorplannen de QuantitativeHealthcare Analysis (qurAI) groep opgericht bij de Universiteit vanAmsterdam (UvA). Deze groep focust zich op de ontwikkeling verant-woorde AI-oplossingen voor uitdagingen in data-analyse voor degezondheidszorg. Wat qurAI uniek maakt, is de interfacultaire samen-werking tussen de Faculteit Geneeskunde en Faculteit Natuurweten-schappen, Wiskunde en Informatica.Instrument sectorplannenBeide commissies hebben daarnaast het advies gegeven om hetinstrument sectorplannen te blijven handhaven in de toekomst. Dit is eenoproep aan zowel het kabinet als de universiteiten. Ik ben verheugd overhet positieve advies hierop van beide commissies. Het is namelijk eenbewuste keuze van mij geweest om de sectorplannen te continueren ende werking heeft zich met deze evaluaties duidelijk bewezen. Hetinstrument is een samenspel van het eigen instellingsprofiel van eenindividuele universiteit, de samenwerking van verschillende faculteiten inde sector en de aansluiting van het onderzoek en onderwijs opmaatschappelijke behoeften. Ik ben onder de indruk van hoe universi-teiten dit samen weten te brengen in hun sectorplannen en in deafstemming daaromheen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 338, nr. 2962 Ik zie het instrument ook als een mooie vorm om vertrouwen te geven aande universiteiten en hen zo te stimuleren om gezamenlijk maatschappe-lijke vraagstukken op te blijven pakken. Universiteiten houden met ditinstrument de vrijheid die hen wettelijk toekomt om te bepalen hoe zij hunonderwijs en onderzoek vormgeven. Vanuit de overheid geef ik alsMinister de stimulans tot samenwerking en vraag voorts transparantievan de sector over hoe het onderzoeks- en onderwijslandschap eruit zieten zich ontwikkelt. Ik roep daarom de universiteiten op om zich ingezamenlijkheid te blijven inzetten op de zwaartepunten die zij zelfhebben geformuleerd en toe te zien op de middelen. Op basis van mijneerdere beleidsbrief ga ik graag met de universiteiten verder in gesprekover hoe de basisdoelen en basisprincipes van het instrument – ook naafronding van de monitoring – bestendigd kunnen worden.4Verdere procesMet mijn besluit om de adviezen van de sectorplancommissies over tenemen en over te gaan naar de definitieve indaling van de middelen vande eerste ronde sectorplannen (2019–2024), is deze eerste ronde van desectorplannen afgerond. Voor de zomer van 2026 ontvang ik van desectorplancommissies de mid-term evaluatie van de tweede rondesectorplannen (2022–2028). Ik kijk hiernaar uit en zal uw Kamer hieroverinformeren.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. Bruins4Beleidsbrief vervolgonderwijs, onderzoek en wetenschap (Kamerstuk 31 288, nr. 1185)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 338, nr. 2963
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Eppo Bruins
35debatten
2.637bijdragen
7interrupties
221.832woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: ChristenUnie (2015-12-02–2021-03-30) ·