KamerkringInloggen
Eppo Bruins

Officieel Kamerprofiel

Eppo Bruins

35debatten
2.637bijdragen
7interrupties
221.832woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: ChristenUnie (2015-12-02–2021-03-30) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
4 jul 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 827Toekomst mediabeleidNr. 370 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juli 2025Media zijn onmisbaar in een democratische rechtsstaat. Samen met vrijeverkiezingen, onafhankelijke rechtspraak en adequate checks and balancesschragen zij onze vrije samenleving. Vrije, onafhankelijke en toegankelijkemedia informeren de samenleving met betrouwbare informatie, zecontroleren de macht, brengen maatschappelijke misstanden in deopenbaarheid en geven een forum aan verschillende perspectieven enideeën.De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelt in hetadviesrapport Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hundemocratische functie het democratische belang van media centraal. Inoktober 2024 heeft de WRR het rapport aangeboden aan het kabinet.1In deze brief treft u de kabinetsreactie aan.Het kabinet deelt de analyse van de WRR dat media essentieel zijn vooronze democratie en zet zich daarom in om deze sector te versterken: doorlokale en regionale journalistiek te ondersteunen, de inrichting van delandelijke publieke omroep te verbeteren, de veiligheid en vrijheid vanjournalisten te bevorderen, effectief prominentiebeleid te ontwikkelen enEuropese regelgeving te benutten om de macht van grote platformbe-drijven te begrenzen. Een brede aanpak dus. Sommige van deze maatre-gelen zijn al van start gegaan, andere bevinden zich nog in de beginfase.Maar naast deze grootschalige en concrete interventies is er meer nodig.Het WRR-rapport maakt duidelijk dat het medialandschap razendsnelsteeds complexer en dynamischer wordt. Het kabinet is van mening datals we hier goed en bijtijds op willen anticiperen, een brede, continue,diepgravende en samenhangende kijk op de vraagstukken noodzakelijk is.1Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024) Aandacht voor media. Naar nieuwewaarborgen voor hun democratische functies. Te raadplegen via www.wrr.nl. kst-32827-370ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3701 Dat willen we realiseren door een nader te ontwerpen interactief procestussen publieke en private mediapartijen, maatschappelijke organisatiesen wetenschappers. Deze interactie moet niet alleen leiden tot een breedgedragen analyse, maar het gesprek over de democratische rol van mediaook structureel stimuleren en organiseren. Zowel overheid als mediadragen hierin een gedeelde verantwoordelijkheid.Door periodieke bijeenkomsten, thematische werkgroepen en publiekeconsultaties ontstaat er een lerend netwerk dat snel kan inspelen opnieuwe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. De dialoogfungeert als een «early warning system», waarmee kansen en risico’svroegtijdig worden gesignaleerd, zodat beleid en praktijk tijdig kunnenbijsturen. Dit is geen eenmalige exercitie, maar een doorlopend procesvan leren, aanpassen en samenwerken. Alleen door gezamenlijke inzetkan het medialandschap haar onmisbare rol in onze democratie blijvenvervullen.Met deze brief markeer ik het begin van een gerichte en gezamenlijkeinspanning om de rol van media in onze democratie te versterken. In dekomende maanden zal ik onderzoeken hoe deze interactieve aanpak hetbeste vorm kan krijgen, binnen de beschikbare middelen en in aansluitingop reeds lopende deelinitiatieven. Het is belangrijk dat deze aanpak breedgedragen wordt door relevante partijen.In deze brief geef ik eerst een korte samenvatting van het rapport, gevolgddoor een algemene reactie op de analyse en vervolgens een reactie op deaanbevelingen.Samenvatting van het rapportIn het rapport kijkt de WRR naar de diverse functies van media en steltdaarbij de democratische functies centraal.2 Media zorgen voorbetrouwbare informatie over maatschappelijk relevante vraagstukken,leveren input voor de controle van de macht en bieden een podium voorverschillende perspectieven. In het rapport worden dat de drie democra-tische functies genoemd: de informatiefunctie, de controlefunctie en deforumfunctie. Met deze functionele benadering bouwt het nieuwe rapportvoort op het adviesrapport Focus op functies uit 2005.3In de afgelopen twintig jaar is de digitalisering snel gegaan en dit heeft desamenleving flink veranderd. De WRR schrijft dat de ontwikkeling vandigitalisering en platformisering ook van invloed zijn geweest op deuitoefening van de democratische functies van media. De ontwikkelingenen de gevolgen daarvan worden hieronder kort weergegeven. Dezeparagraaf eindigt met vier criteria die de WRR ziet voor het mediasysteemom de democratische functie te vervullen.Platformisering van de publieke ruimteDe publieke ruimte is noodzakelijk in een democratie voor de uitwisselingvan informatie en ideeën. Tegenwoordig vindt veel van die communicatieplaats in het online domein. In deze online publieke ruimte nementechnologiebedrijven een dominante positie in.Deze grote technologiebedrijven vormen met hun platforms de ruggen-graat van het internet door de manier waarop zij informatie organiseren2Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024) Aandacht voor media. Naar nieuwewaarborgen voor hun democratische functies, p. 46.3Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3702 en samenvoegen via zoekmachines, appstores, sociale media enapparaten als smartphones en smart tv’s. Ook het publieke debat vindtvoor een groot deel plaats op deze platforms. Hierdoor is het onderhevigaan de logica die van toepassing is op de platforms zelf. Dit fenomeennoemt de WRR platformisering en wordt gedefinieerd als het proceswaarin «de economische, infrastructurele en regulatieve praktijken van degrote techplatforms doordesemen in de informatievoorziening endebatruimte voor burgers».4De platformisering heeft ook tot een ander mediagebruik geleid. Waar detraditionele nieuwsmedia afwegingen maken op basis van journalistiekeprincipes, maken platformbedrijven gebruik van algoritmes die onmisbaarzijn geworden om de oneindige hoeveelheid informatie of content teordenen. De online publieke sfeer is hierdoor in zekere zin geautomati-seerd. Deze aanbevelingssystemen zijn «vooral gericht op de promotievan ophef en vermaak» met als doel een economisch verdienmodel, datgebaat is bij zo lang mogelijk de aandacht vast te houden van degebruiker.5 Deze aandachtseconomie heeft een publieke sfeer gecreëerdwaarin «voor de democratische oordeels- en besluitvorming zo belang-rijke informatie slecht herkenbaar en vindbaar is, de betrouwbaarheidvaak onduidelijk is en de veiligheid van de deelnemers aan het publiekedebat niet langer is gegarandeerd».6Een nieuw speelveld voor journalistiekDeze ontwikkeling van platformisering voor de samenleving en depublieke ruimte heeft ook zijn weerslag op de journalistiek. De journalis-tieke media moeten zich verhouden tot de geplatformiseerde werke-lijkheid. De schaarste van traditionele media (kolommen in de krant of eenbeperkt aantal minuten voor een item in een televisiejournaal) bestaatonline niet. Daarbij opereren alle mediabedrijven inmiddels cross-mediaalen is digital first de standaard geworden.De inhoud raakt losgekoppeld van het aanbod- en distributiekanaal. Ditdraagt bij aan wat context collapse wordt genoemd: «de context waarininformatie tot stand is gekomen, is voor de gebruikers niet altijd meerkenbaar of evident».7 Nieuws wordt vaker indirect geconsumeerd.Gebruikers komen via sociale media, zoekmachines of nieuwsverzamel-sites in aanraking met nieuws waar ze niet bewust naar op zoek waren.8Vooral jongeren consumeren hoofdzakelijk via sociale media of zoekma-chines, waardoor de herkenbaarheid van gevestigde merken onder drukkomt te staan. Oudere generaties vinden betrouwbaarheid een crucialevoorwaarde voor nieuws en associëren dat sterk met de professionelewaarden van een nieuwsmerk; jongeren zien betrouwbaarheid eerder alsuitkomst van hun eigen zoekproces en het raadplegen van verschillendebronnen.9Hoewel journalistieke media meer zijn gaan produceren, maakt journalis-tieke inhoud een steeds kleiner deel uit van het totale media-aanbod, datnog harder gegroeid is. Dit alles heeft grote gevolgen voor de verdienmo-dellen van traditionele mediapartijen, met name voor de private nieuws-bedrijven. Eén op de zeven Nederlanders gebruikt een betaalde online4Idem, p. 61.5Idem, p. 266Idem, p. 27.7Idem, p. 1078Idem, p. 1109Idem, p. 113. Zie ook: Commissariaat voor de Media (2024) Jongeren, nieuws en sociale media.Een blik op de toekomst van het nieuws.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3703 nieuwsdienst en de betalingsbereidheid bij jongeren is afgenomen.10 Ookadvertentie-inkomsten lopen terug bij de gevestigde nieuwsbedrijven.Hier is een duidelijke connectie met het superieure advertentiemodel vande grote platformbedrijven.Om deze zware concurrentie met platformbedrijven het hoofd te bieden,zijn fusies en overnames volgens de mediapartijen noodzakelijk. Dit speeltmet name voor lokale en regionale titels. De Nederlandse privatemediasector is zeer sterk geconcentreerd: titels en onafhankelijkeredacties zijn in handen van slechts enkele grote bedrijven.Vier criteria voor media in het nieuwe speelveldDe ontwikkelingen van een geplatformiseerde online publieke ruimte enhet nieuwe speelveld voor de journalistiek, hebben ontegenzeggelijkconsequenties voor de democratische meningsvorming. Om invulling tekunnen geven aan de drie democratische functies (de informatiefunctie,de controlefunctie en de forumfunctie) is het, in het nieuwe speelveld,nodig dat media aan vier criteria voldoen: onafhankelijkheid, betrouw-baarheid, toegankelijkheid en verantwoording. In het rapport kijkt de WRRnaar de ontwikkelingen in het mediasysteem door de lens van de criteria.CriteriumToelichtingAnalyse van WRROnafhankelijkheidMedia moeten vrij zijn van privateof politieke belangen.Veel mediaorganisaties zijn voorverspreiding van content afhanke-lijk van diensten van platformbe-drijven.Online zichtbaarheid en bereik zijnindicatoren geworden voor impacten kwaliteit.BetrouwbaarheidMedia moeten een zo waarheidsge-trouw en volledig mogelijk beeldgeven. Zij moeten de journalistiekewerkwijze volgen.De hoeveelheid informatie is enormtoegenomen, ook van niet-onafhankelijke, wat kan leiden totmeer onbetrouwbare content. Ditkan bewust worden ingezet voordesinformatie.ToegankelijkheidDe media moeten voor een bredegroep in de samenleving toeganke-lijk en herkenbaar zijn. Hun aanbodmoet beschikbaar, betaalbaar envindbaar zijn.Het is voor mensen en organisatiesveel gemakkelijker om deel tenemen aan het publieke debat,omdat de kosten zijn verlaagd.Anderzijds wordt de toegangbegrensd door intimidatie enhaatzaaien, waar bijvoorbeeldpolitici of wetenschappers mee temaken krijgen.Ook door de sterke concentratievan platform- en mediaorganisatieskan de toegang belemmerdworden.10Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024) Aandacht voor media. Naar nieuwewaarborgen voor hun democratische functies, p. 113. Zie ook: Commissariaat voor de Media(2024) Digital News Report Nederland 2024, p. 27.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3704 CriteriumToelichtingAnalyse van WRRVerantwoordingMedia moeten verantwoordingkunnen afleggen. Zij moetentransparant zijn over keuzes enmoeten ter verantwoordinggeroepen kunnen worden.Platformbedrijven zijn lastig terverantwoording te roepen. De wijzewaarop contentmoderatieplaatsvindt is niet transparant en dewerking van algoritmes voorpersonalisatie zijn niet bekend.De mate van verantwoording looptvoor journalistieke media sterkuiteen. De WRR concludeert de analyse dat door de ontwikkelingen de democra-tische meningsvorming onder druk is komen te staan. Volgens de WRR isactie nodig om de democratische functie van media te waarborgen. Dat isnoodzakelijk om de invloed van platformbedrijven op de democratischemeningsvorming terug te dringen en om de positie van «reguliere» mediate versterken en een publiek debat te bevorderen. Om dit te bereiken doetde WRR vier aanbevelingen. Alvorens in te gaan op de aanbevelingen, zalhet kabinet een algemene reactie geven op de conclusies van de WRR.Algemene reactieDe WRR analyseert in het rapport de impact van de ontwikkelingen van delaatste jaren op de uitoefening van de democratische functies. Ookbeschrijft de WRR de consequenties die dat heeft voor het mediabeleid. Erworden drie uitgangspunten geformuleerd waaraan het beleid moetvoldoen. Het kabinet onderschrijft deze uitgangspunten die in dezeparagraaf van een korte reactie worden voorzien.De uitgangspunten zijn:–De democratische functies zouden leidend moeten zijn;–Voor de invulling van deze democratische functies is overheidsinter-ventie noodzakelijk; en–Het mediabeleid moet zich niet alleen richten op de traditionele spelersen alle relevante partijen betrekken.Democratische functies zijn leidendTen eerste, zo schrijft de WRR, moeten de democratische functies om teinformeren, te controleren en een forum te bieden, leidend zijn in hetmediabeleid. Het kabinet onderschrijft dit eerste uitgangspunt. Media zijncruciaal voor een democratische rechtsstaat en moeten ook als zodanigworden gezien, juist nu mediavrijheid wereldwijd steeds verder onderdruk komt te staan.11Het kabinet ziet dat hier de laatste jaren meer aandacht voor is gekomen,zowel op nationaal als Europees niveau. Zo is één van de hoofdstukkenvan de jaarlijkse rapportages van de Europese Commissie over derechtsstaat in de Unie gewijd aan mediavrijheid en -pluriformiteit12 enhebben de lidstaten van de Raad van Europa zich gezamenlijk aan deReykjavíkprincipes voor democratie gecommitteerd.13 In de nationalecontext werk ik meer integraal samen op het gebied van mediavrijheid,11Zie bijvoorbeeld de World Press Freedom Index van Reporters Without Borders viawww.rsf.org/index.12Europese Commissie (2024) Mededeling van de Europese Commissie: Situatie op het gebiedvan de rechtsstaat in de Europese Unie. COM(2024) 800.13Raad van Europa (2023) United around our values – Reykjavík Declaration.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3705 bijvoorbeeld met de Minister van BZK op het gebied van democratie enhet versterken van het publiek debat. Op dit moment wordt dit verderuitgewerkt en bekeken wat de rol van de overheid moet zijn. Uw Kamerwordt hierover later dit jaar geïnformeerd.Journalisten moeten hun werk in veiligheid kunnen doen. Dat is nodig omde democratische functie goed te kunnen uitvoeren. Daarom maakte ikeind vorig jaar bekend PersVeilig structureel te gaan ondersteunen.14Journalisten krijgen steeds vaker te maken met bedreigingen, intimidatieen geweld: zowel in de online als in de offline wereld. Als overheid is hetnoodzakelijk hier tegen op te treden. Met PersVeilig is er een plek waarjournalisten terecht kunnen om melding te maken van incidenten ofonveilige situaties die zij tijdens hun werk ervaren. PersVeilig, datinternationaal als goed voorbeeld wordt gezien, werkt samen met depolitie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast helpt PersVeilig deweerbaarheid van journalisten te vergroten met onder andere trainingenen vergroot zij het bewustzijn over agressie en geweld tegen journalisten.Het kabinet onderschrijft dat de democratische functies in het mediabeleidleidend moeten zijn, maar vindt ook dat er in het beleid een bredereaandacht moet zijn dan alleen op informeren, controleren en het biedenvan een forum. Media vertellen ook verhalen, denk aan De Joodse Raad.Media brengen ons samen en verbinden de samenleving, zoals bijvoor-beeld tijdens de Olympische Spelen. Media brengen ons vermaak enherkenning, denk aan Gooische Vrouwen. Het zijn kortom ook media dieons laten zien wie wij zijn, ons verbeelden en ons daarover latennadenken. De analyse van de WRR richt zich met name op de journalis-tieke onderdelen van media. Dit is passend omdat het juist die onderdelenvan media zijn die het meest onder druk staan. Tegelijkertijd blijvenhierdoor de andere aspecten onderbelicht. Ook in deze reactie zullen dieonderdelen van media niet de aandacht krijgen die ze verdienen, maar zezijn voor dit kabinet wel degelijk een zeer belangrijk uitgangspunt voor hethuidige en toekomstig mediabeleid.Overheidsinterventie is noodzakelijkAls tweede uitgangspunt stelt de WRR dat overheidsinterventie op hetgebied van mediabeleid noodzakelijk is. Het kabinet is het hiermee eens.Van oudsher heeft Nederland een sterk publiek stelsel van zowel landelijkeals regionale en lokale publieke omroepen. De overheid is hier altijd nauwbij betrokken geweest. Die verantwoordelijkheid volgt uit de publieke taakvan de publieke omroep, het systeem van de Mediawet en de financieringvanuit belastinggeld en de (politieke) verantwoording. Het kabinet werktin samenspraak met uw Kamer aan concrete wetsvoorstellen ten behoevevan het versterken van de lokale en landelijke publieke mediadiensten.Dat neemt echter niet weg dat er ook een verantwoordelijkheid is richtingde private mediapartijen die net als de publieke media een belangrijke rolspelen in het vervullen van de democratische functie. Het kabinet neemthier al verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld door het mogelijk maken vanPersVeilig of het ondersteunen van onderzoeksjournalistiek. De overheidkan randvoorwaarden scheppen, zolang de redactionele vrijheid gewaar-borgd blijft. Het blijft wel principieel zo dat de private mediabedrijven zelfverantwoordelijk blijven voor hun eigen verdienvermogen. Verder in dezebrief zal ik hier dieper op in gaan.Naast de rol van de overheid om in bepaalde situaties te interveniëren, ishet ook de taak van de journalistieke sector om zelf werk te maken van de14Kamerstukken II 2024/25, 31 777, nr. 56.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3706 invulling van de democratische functies. Denk daarbij bijvoorbeeld aanhet versterken van vertrouwen, door bijvoorbeeld het gesprek met hetpubliek aan te gaan en hun uitleg te geven over hun werk. Dit draagt bijaan het vertrouwen in nieuws en media, wat een randvoorwaarde is voorde democratische functie van media. Met een ruime meerderheid van deNederlanders die vertrouwen heeft in «het nieuws» heeft ons land eengoede uitgangspositie.15 Tegelijkertijd neemt het vertrouwen wel af enzien we onder jongeren een kritischere basishouding.16Vanuit de sector zijn er verschillende initiatieven om het vertrouwen innieuws en journalistiek op peil te houden en mogelijk zelfs te vergroten.Een voorbeeld hiervan is het project Krant van de Buurvrouw van dagbladDe Limburger in Heerlen-Noord, waarbij 3000 digitale abonnementengratis beschikbaar komen voor jongeren en hun ouders. Deze mensenkrijgen toegang tot de krant en in een bijpassend schoolproject is eraandacht voor het werk van journalisten. Als kabinet vinden we dezeinitiatieven waardevol en belangrijk. Het ondersteunen van dergelijkeinitiatieven moet altijd in de wetenschap dat een democratie gebaat is bijeen vrije en onafhankelijke pers waarbij onafhankelijkheid gewaarborgdmoet zijn.Later dit jaar zal ik uw Kamer in een aparte brief informeren over demanier waarop ik de journalistiek ondersteun. Door journalistieke fondsenen door het versterken van journalistiek binnen het publieke bestel en metde inzet op sterkere samenwerking tussen publiek en privaat. In de briefzal ik ook verder ingaan op de publiek-private initiatieven die wordenondernomen om het vertrouwen in de journalistiek te vergroten. Dat allesdoe ik omdat een sterke, goed functionerende democratie gebaat is bijeen sterke journalistieke sector.Mediabeleid omvat alle spelers in het mediasysteemAls derde en laatste uitgangspunt schrijft de WRR dat het mediabeleidzich ook moet richten op meer dan alleen de traditionele spelers alstelevisie, radio en dagbladen. Mediabeleid dient volgens de WRR het helespectrum aan relevante partijen binnen het mediasysteem te behelzen.Het kabinet onderschrijft dit uitgangspunt. Als Minister van OCW ben ikgoed in contact met alle spelers in het medialandschap en ik vind hetbelangrijk dat te blijven doen. Ik maak daarbij geen onderscheid tussenpublieke en private media. Het is namelijk van belang om het geheel vanhet mediasysteem dat werkt volgens de criteria voor de invulling vandemocratische functies te versterken.17Digitalisering heeft tot een geheel nieuw speelveld geleid. Het onder-scheid tussen kranten en omroepen is minder relevant geworden: allemediadiensten opereren immers online. Mediaorganisaties zijn voor dedistributie van aanbod aangewezen op de grote techplatforms, maarmoeten daar concurreren met alle andere vormen van informatie diesamen de content op het platform vormen. Podcasts en influencers zijnvoorbeelden van dergelijke «nieuwe» content. De online platformshebben een belangrijke rol overgenomen van de traditionele media in dedistributie van informatie en het bieden van een forum, maar dragenhiervoor geen redactionele verantwoordelijkheid. Lange tijd was er de15Commissariaat voor de Media (2024) Digital News Report Nederland 2024. Hilversum:Commissariaat voor de Media.16Commissariaat voor de Media (2024) Jongeren, nieuws en sociale media. Een blik op detoekomst van het nieuws. Hilversum: Commissariaat voor de Media.17De criteria voor democratische functies in het WRR-rapport zijn onafhankelijkheid, betrouw-baarheid, toegankelijkheid en verantwoordelijkheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3707 verwachting dat sociale media een zeer waardevolle bijdrage zoudenleveren aan de democratie.18 Maar de laatste jaren domineren deschaduwzijden, waarbij duidelijk is geworden dat data en aandacht debelangrijkste valuta zijn voor deze bedrijven en de platforms zijnontworpen om de aandacht van de gebruikers zo lang mogelijk vast tehouden om hen zoveel mogelijk advertenties te kunnen tonen.Duidelijk is dat het allang niet meer mogelijk is om mediabeleid slechtstoe te spitsen op de stelsels van de publieke omroepen, de geschrevenpers en commerciële omroepen. Door ontwikkelingen in zowel hetmedialandschap als in de maatschappij heeft het beleid zich de afgelopenjaren al verbreed met, naast de publieke omroepen en private mediaorga-nisaties, ook aandacht voor de platformisering en de schaduwzijdendaarvan. Daarnaast is vanuit beleid een sterkere focus op de veiligheidvan journalisten, de samenwerking tussen publieke en private media oplokaal en regionaal niveau en een verbreding van de koers van hetmediawijsheidsbeleid naar meerdere doelgroepen. Daar waar descheidslijnen tussen de verschillende media vervagen, zal ook het beleidmoeten volgen. Bij het mediabeleid zijn nu al verschillende departe-menten betrokken en ook in de uitwerking van het toekomstige beleid zalde samenwerking intensiever zijn.Aanbevelingen en reactie van het kabinetDe WRR doet vier aanbevelingen die gezamenlijk tot doel hebben om dedemocratische functie centraal te stellen binnen het beleid. Het kabinet zaldeze aanbevelingen, een voor een behandelen.1. Maak maximaal gebruik van Europese regelgeving om eenbetrouwbare en veilige informatieomgeving te creërenIn zijn analyse schetst de WRR heel duidelijk hoe platforms een centraleplek hebben gekregen in het publieke debat en de publieke ruimte. Deplatforms zijn zeer breed toegankelijk en overstijgen nationale grenzenwat ervoor zorgt dat vrijwel iedereen, of het nou individuele burgers oflobby- of actiegroepen zijn, content kan produceren en verspreiden.Hiermee zijn de bedrijven de facto media geworden, maar zij definiërenzichzelf uitsluitend als tussenpersoon die derden in staat stellen omcontent te delen met het publiek. Om de toegankelijkheid en veiligheidvan het publieke debat te bevorderen heeft de Nederlandse overheid zichde afgelopen jaren in Europees verband ingezet om te komen totduidelijke regelgeving. Terecht doet de WRR de aanbeveling om hiermaximaal gebruik van te maken om een betrouwbare en veilige informa-tieomgeving te realiseren.Regulering van de online publieke ruimteDe laatste jaren is er vanuit de EU meer regulering om de uitwassen vanplatformisering te bestrijden. De Europese Digital Markets Act (DMA) enDigital Services Act (DSA) zijn onderdeel van een wetgevend pakket metspecifieke verplichtingen voor poortwachters en aanbieders van tussen-handeldiensten, zoals online platforms. Zij worden vaak samen genoemd,maar hebben andere doelstellingen. Het kabinet is voorstander van deeffectieve uitvoering en handhaving van deze verordeningen en zal hieropblijven inzetten.18Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024) Aandacht voor media. Naar nieuwewaarborgen voor hun democratische functies, p. 80.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3708 De DMA richt zich op een select aantal aangewezen poortwachters enbeoogt een eerlijker speelveld te creëren voor bedrijven die afhankelijkzijn van deze platforms voor hun digitale aanwezigheid. De DMA moetzorgen voor een eerlijker speelveld in de digitale sector.19 Het doel van deDMA is om consumenten en ondernemers te beschermen en te zorgenvoor meer concurrentie op de digitale markt en is een belangrijk resultaatvan de Nederlandse beleidsinzet van de afgelopen jaren.20 Door eeneerlijker speelveld neemt de afhankelijkheid van een klein aantal spelersaf. Ook het huidige kabinet steunt daarom een sterke handhaving op deDMA. Hiertoe is de Nederlandse uitvoeringswet van de DMA onlangsversneld in werking getreden.21 De Europese Commissie is bevoegd voorde naleving van de DMA door poortwachters. De ACM kan de Commissieondersteunen door middel van onderzoek.De DSA richt zich op zogenaamde tussenhandeldiensten. Daar vallenonder meer internetaanbieders, hostingbedrijven, online marktplaatsen enonline platforms onder. De DSA streeft naar een veilige, transparante,voorspelbare en betrouwbare online omgeving, waarin de verspreidingvan illegale online inhoud en desinformatie wordt aangepakt.22 Tegelij-kertijd beoogt de DSA de grondrechten doeltreffend te beschermen eninnovatie te vergemakkelijken. Daartoe is een gelaagd systeem vanverplichtingen gecreëerd dat steeds strengere verplichtingen oplegtnaarmate een dienst meer invloed uitoefent, of kan uitoefenen, op decontent die klanten via hun diensten verspreiden, en naarmate het bereikvan hun dienst groeit. De zwaarste verplichtingen gelden voorzogenaamde zeer grote online platforms (VLOPs). Deze diensten dragende zwaarste verantwoordelijkheid vanwege hun aanzienlijke maatschap-pelijke en economische impact. Zij moeten onder meer jaarlijks onderzoekdoen naar systeemrisico’s waar hun diensten mogelijk vatbaar voor zijn.Daarbij dienen ze rekening te houden met de specifieke aard en omvangvan hun platform. Als zij vaststellen dat hun dienst systeemrisico’s kentdan zijn ze verplicht om passende mitigerende maatregelen te implemen-teren. Zij dienen daarnaast illegale inhoud te verwijderen wanneer zijhiervan kennis hebben, desinformatie aan te pakken indien dit eensysteemrisico vormt, en transparant te zijn over onder andere de werkingvan aanbevelingssystemen en de wijze waarop online reclame wordtgetoond. De Europese Commissie houdt toezicht op de naleving van deDSA door VLOPs en kan boetes opleggen tot 6% van de mondialejaaromzet. Voor de overige in Nederland gevestigde diensten zijn denationale toezichthouders verantwoordelijk voor het toezicht. InNederland zijn de ACM en de AP aangewezen.Samenwerken voor een veilige online omgevingDat de publieke ruimte kwetsbaar is, is door de WRR zeer accuraatbeschreven. Wereldwijde ontwikkelingen laten zien dat een gezondpubliek debat online geen gegeven is. De marktmacht van grote techbe-drijven vraagt om stevig toezicht en regulering. Daar waar mogelijk zet hetkabinet zich in en onderstreept het belang van effectieve handhaving vande Europese regelgeving. De DSA is sinds februari 2024 volledig vantoepassing. De Uitvoeringswet digitaledienstenverordening, waarin detoezichthouders in Nederland worden aangewezen, is in februari 2025 inwerking getreden.19Verordening (EU) 2022/1925 (digitalemarktenverordening). De Engelse afkorting DMA isgangbaar.20Kamerstukken II 2022/23, 26 643, nr. 959.21Uitvoeringswet digitalemarktenverordening (Stb. 2025, nr. 15).22Verordening (EU) 2022/2065 (digitaledienstenverordening). De Engelse afkorting DSA isgangbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3709 Het kabinet beziet hoe zij nationaal kan bijdragen aan een veilige onlineomgeving en een gezonde ruimte voor het publieke debat. Deze uitda-gingen houden zich niet aan de traditionele, verkokerde indeling diedepartementen en toezichthouders vaak wel hanteren. Een goedesamenwerking tussen betrokken departementen als BZK, OCW, BZ, J&Ven EZ, toezichthouders als CvdM en ACM en maatschappelijke organi-saties is dus cruciaal. Dit gebeurt bijvoorbeeld al bij de bestrijding van denegatieve gevolgen van desinformatie. In het kader van de Rijksbredestrategie voor de effectieve aanpak van desinformatie werken betrokkendepartementen samen en delen best practices om de invloed vandesinformatie te verminderen. Een ander voorbeeld is de mogelijkheidvan de status als trusted flagger. Trusted flaggers zijn organisaties dieillegale content herkennen en melden bij online platforms. De DSAvoorziet in de mogelijkheid tot aanwijzing van entiteiten als trustedflaggers en schrijft voor dat meldingen met prioriteit door de onlineplatforms behandeld moeten worden. Organisaties die in Nederlandgevestigd zijn, kunnen deze status bij de ACM aanvragen. De ACM ismomenteel bezig met de behandeling van de eerste aanvragen. Op 19 meijl. is het eerste ontwerpbesluit gepubliceerd.23Voor de toezichthouders is het Samenwerkingsplatform Digitale Toezicht-houders van belang, waarbij informatie, kennis en ervaringen kan wordenuitgewisseld tussen alle toezichthouders in het digitale domein.24 Dezebenadering helpt ook om eventuele knelpunten in Europese regelgevingof de nationale uitvoering daarvan te identificeren en dit terug te koppelenaan de verantwoordelijke departementen. Het kabinet nodigt de toezicht-houders, los of in samenwerking, nadrukkelijk uit om de knelpunten overhet voetlicht te brengen. Ook over de eventuele problemen op het gebiedvan samenwerking, bijvoorbeeld over het mogen delen van gegevens,gaat het kabinet graag met hen in gesprek om te kijken hoe zulkeproblemen opgelost kunnen worden.PluriformiteitstoetsDe WRR beveelt verder aan om een pluriformiteitstoets uit te werken,onder verwijzing naar de Europese verordening mediavrijheid (EMFA).25In het regeerprogramma van het kabinet wordt ook vermeld dat er meergedaan moet kunnen worden tegen concentraties op de mediamarkt.26 Degenoemde Europese verordening verplicht lidstaten om bij de concentra-tietoets op de mediamarkt rekening te houden met een advies op hetgebied van pluriformiteit, uitgevoerd door de mediatoezichthouder. Hetkabinet werkt voor de uitwerking van het regeerprogramma en uitvoeringvan de EMFA in nationaal recht samen met het Commissariaat voor deMedia en de markttoezichthouder ACM. De Kamer zal over de voortgangworden geïnformeerd in de mediabegrotingsbrief in het najaar.2. Maak voor de democratie belangrijke informatie prominent zichtbaar engoed vindbaarDe tweede aanbeveling van de WRR richt zich op overheidsinterventie ophet gebied van het prominent zichtbaar en vindbaar maken van voor de23Website Autoriteit Consument en Markt, geraadpleegd via: https://www.acm.nl/nl/publicaties/benoeming-eerste-nederlandse-betrouwbare-flagger-onder-de-dsa-ophanden (laatst geraad-pleegd: 20 mei 2025).24Het samenwerkingsplatform bestaat momenteel uit de Autoriteit Consument en Markt (ACM),de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en het Commis-sariaat voor de Media (CvdM).25Verordening (EU) 2024/1083 (Europese verordening mediavrijheid). De Engelse afkortingEMFA is gangbaar.26Rijksoverheid (2024) Regeerprogramma kabinet-Schoof. Zie hoofdstuk 7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 37010 democratie belangrijke informatie. Het belang van toegankelijke onafhan-kelijke informatie is onmiskenbaar: voor een betrouwbare en veiligeinformatieomgeving, voor goed geïnformeerde burgers, het publiekedebat en daarmee een goed functionerende rechtsstaat.Door het versnipperde medialandschap dat steeds meer wordt gedomi-neerd door grote internationale platform- en techbedrijven staat dezichtbaarheid en vindbaarheid van aanbod en diensten van publiek belangonder druk. Enkele grote internationale spelers zijn niet gericht op hetalgemeen belang, maar op winstmaximalisatie door middel van aanbeve-lingsalgoritmes en kopen een prominente positie voor hun aanbod endiensten. Hierdoor wordt het zoek- en kijkgedrag van gebruikers beïnvloeden raakt informatie van algemeen belang ondergesneeuwd in het enormeaanbod.Onderzoeken kaders prominentiebeleidAanbod van algemeen belang is echter geen luxe, maar een noodzaak.Het kabinet zet dan ook in op de wettelijke verankering van prominentie-maatregelen om de zichtbaarheid en vindbaarheid van aanbod vanpubliek belang en de democratische functies van media naar de toekomsttoe te borgen. De Europese richtlijn audiovisuele mediadiensten(AVMSD)27 biedt lidstaten die mogelijkheid. Tegelijkertijd erkent hetkabinet de complexiteit van het nemen van prominentiemaatregelen. Bij«aanbod en diensten van algemeen belang» valt te denken aan journalis-tieke en educatieve content en culturele programma’s, maar een vastedefinitie is er niet. Lidstaten zijn zelf verantwoordelijk dit uit te werken.Ook moet bekeken worden wat de reikwijdte van prominentiemaatregelenzou moeten zijn: op welke platformen, diensten, apparaten of interfacesmoet prominentie betrekking hebben. Hierbij dient zorgvuldig te wordenbekeken welke maatregelen opportuun zijn binnen de wettelijke kaders,op welk niveau deze moeten gelden en binnen welk toepassingsgebied.Het kabinet wil dit zorgvuldig onderzoeken, want marktingrijpen door deoverheid moet een gerechtvaardigd belang dienen.Bij het verkennen van de kaders voor prominentiebeleid maakt het kabinetgebruik van reeds verricht onderzoek, zoals het onderzoeksrapport dateerder naar uw Kamer werd gestuurd.28 Ook worden de ervaringenbetrokken van een klein aantal landen dat al prominentiemaatregelenheeft geïmplementeerd. Binnen de EU maken Duitsland, Frankrijk en Italiëmomenteel gebruik van de mogelijkheid van de Europese richtlijn. Ookhet Verenigd Koninkrijk heeft maatregelen ontwikkeld. Lessen uit dezelanden laten zien dat het ontwerpen van kaders geen sinecure is. Zo laatde Duitse uitwerking zien dat een grote selectie van content van algemeenbelang niet noodzakelijkerwijs bijdraagt aan (betere) vindbaarheid.Nederland kent al een aantal maatregelen die als een vorm van promi-nentie zouden kunnen worden beschouwd. Deze maatregelen stammennog uit de tijd dat mensen het media-aanbod voornamelijk lineair tot zichnamen. Zo geldt een doorgifteverplichting (must carry29) van de publieketv- en radiozenders (van de publieke omroep op landelijk, regionaal enlokaal niveau, inclusief de zenders van de Vlaamse publieke omroep) inhet standaardprogrammapakket van (kabel)pakketaanbieders. De huidigeindeling van de zenderposities van de NPO op 1, 2 en 3 bij (kabel)pakket-aanbieders is geen wettelijke verplichting, maar historisch zo gegroeid.27Richtlijn (EU) 2018/1808 (Richtlijn audiovisuele mediadiensten), artikel 7 bis.28Dialogic (2021), Prominentie in beeld: Verkenning due prominence van audiovisuele mediavan algemeen belang.29Mediawet 2008, artikel 6.13, derde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 37011 Uitwerking van maatregelen en eerste stappenHet kabinet werkt de komende tijd verder aan het onderzoeken enuitwerken van mogelijk nieuw prominentiebeleid. Dit is ook benoemd inhet regeerprogramma. Ook wordt hiermee uitvoering gegeven aan demotie van het lid Mohandis (GroenLinks-PvdA).30 Wet- en regelgeving ophet gebied van prominentie moet doeltreffend, technologieneutraal entoekomstbestendig zijn. Tegelijkertijd is het ook zaak om een begin temaken om hier lessen uit te kunnen trekken. Het kabinet denkt er aan omte beginnen met een «smalle» afbakening van de maatregelen die zoweldoeltreffend zijn als haalbaar in de nationale wetgeving. In een laterstadium kunnen deze worden verbreed. Nu voor een te groot toepassings-bereik kiezen, leidt tot een speelveld met grotere complexiteit enuiteindelijk niet tot doeltreffende wetgeving.Het voornemen is om in eerste instantie te richten op het niveau vanaudiovisuele diensten van algemeen belang op het tv-scherm. Ondanksde afname in lineair kijken neemt «het grote scherm» in het kijkgedragnamelijk nog steeds een prominente positie in, bijvoorbeeld als het gaatom on demand kijken.31 De focus zal liggen op apps van Nederlandsemediadiensten die door voorgeprogrammeerde interfaces in eersteaanleg steeds minder zichtbaar worden voor gebruikers.Daarnaast kan worden gekeken naar sociale mediaplatforms en zoekma-chines die met hun algoritmische rangschikking van informatie enbronverwijzing ook in aanmerking komen voor prominentiebeleid. Geletop het mondiale karakter dat deze diensten kennen zal dit eerst met namein Europees verband verder verkend moeten worden.Verder wil het kabinet ook kijken naar apparaten die worden gebruikt omonline aanbod en diensten te consumeren. Hierbij valt te denken aansmart-tv’s waar televisiefabrikanten een nieuwe rol zijn gaan spelen in hetverschaffen van toegang tot media-aanbod. Door betaalde positioneringvan grote internationale streamingdiensten zoals Netflix en Disney+ op destartschermen en afstandsbedieningen van partijen als Samsung en LGwordt het zoek- en kijkgedrag van gebruikers beïnvloed. In de onderhan-delingen van tv-fabrikanten met aanbieders van mediadiensten speeltprominentie een belangrijke rol. Naar aanleiding van signalen uit demediasector wil het kabinet de contractuele voorwaarden die doortv-fabrikanten worden gesteld aan Nederlandse mediaorganisaties naderonderzoeken.In de verdere uitwerking van mogelijke prominentiemaatregelen zullenzowel publieke als private media worden betrokken. Ook wordt samenge-werkt met de Ministeries van Economische Zaken, Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties en het Commissariaat voor de Media. De verwachtingis eind dit jaar een beeld te hebben of het treffen van prominentiemaatre-gelen opportuun is en welke richting hiervoor wordt gekozen. Uw Kamerzal hierover worden geïnformeerd.3. Versterk de lokale en regionale journalistiekAls derde doet de WRR de aanbeveling de lokale en regionale journalistiekte versterken. Veel mensen hebben nog altijd interesse voor lokaal nieuwsen de gebruiks- en bereikcijfers zijn momenteel nog goed.32 Deze media30Kamerstukken II, 2024–25, 36 600 VIII, nr. 114.31Nationaal Media Onderzoek (2024) NMO Kijken Jaarrapport 2024.32Commissariaat voor de Media (2022) De staat van de lokale nieuws- en informatievoorziening2022 – het burgerperspectief, p. 22–24.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 37012 informeren inwoners over wat er speelt in de wijken, dorpen en steden:van een verslag uit een straat tot het controleren van de gemeenteraad.Lokale en regionale media vervullen hier belangrijke democratische, maarook maatschappelijke functies.33Wel zijn er zorgen, met name van economische aard. Het speelveld is delaatste jaren behoorlijk uitgedund. Zo zijn diverse huis-aan-huisbladengeheel verdwenen, zijn redacties van de regionale dagbladen samenge-voegd en daalt het aantal abonnementen op regionale dagbladenscherper dan bij landelijke titels. In 2011 werd nog zo’n 33 procent van deNederlanders bereikt door de regionale dagbladen, in 2022 was dataandeel gehalveerd. Bij de verkoop van online abonnementen blijven deregionale titels achter bij de landelijke.34 Daar komt bij dat de digitaletransformatie voor met name lokale nieuwsbedrijven, zoals de huis-aan-huisbladen, moeilijker te voltooien is. Het ontbreekt aan de schaalvoor-delen en het is niet eenvoudig om van een gratis huis-aan-huisblad eenflorerend internetmedium met een advertentiemodel te maken. Tegelij-kertijd is het voor adverteerders veel gemakkelijker geworden om digitaalte adverteren: via Facebook of Google kunnen lokale bedrijven veelgemakkelijker gericht adverteren. Dat zet het economisch model voor detraditionele mediapartijen, die geworteld zijn in de lokale samenleving,onder druk.Ook de lokale publieke omroepen staan op dit moment nog onder druk.Het ontbreekt deze omroepen aan slagkracht. De Raad voor het OpenbaarBestuur en de Raad voor Cultuur omschreven het in hun rapport als eenzwembad waar lokale omroepen watertrappelen: «een badmeester wordtnode gemist».35 Deze uitgangspositie wordt, volgens de adviesraden,maar ook volgens de omroepen en het Commissariaat voor de Media,veroorzaakt door een slechte financiële positie. In de periode 2019–2021schreef een derde van de lokale publieke omroepen rode cijfers, zo blijktuit evaluatie door het Commissariaat.36 Ook de adviescommissieVersterken Weerbaarheid Democratische Rechtsorde vestigde hier deaandacht op. Ook deze commissie acht het versterken van de publiekemedia, in het bijzonder op lokaal en regionaal niveau, van groot belangvoor de democratische rechtsstaat.37Het kabinet onderschrijft daarom de aanbeveling van de WRR om delokale en regionale journalistiek te versterken. Het kabinet zet hierbij in opmeerdere sporen: het versterken van de lokale publieke omroepen, hetversterken van de journalistiek op lokaal en regionaal niveau middels dejournalistieke fondsen en het verstevigen van de samenwerking tussenpublieke en private partijen op lokaal en regionaal niveau.Het kabinet werkt door aan de reeds ingezette versterking van de lokalepublieke omroepen.38 Het bijbehorende wetsvoorstel heeft tot doel hetfundament van de lokale publieke omroepen fors te verstevigen. Demaatregelen uit het wetsvoorstel moeten in de toekomst bij alle lokale33Raad voor Openbaar Bestuur en Raad voor Cultuur (2020) Lokale media, niet te missen,hoofdstuk 7.34Zie hiervoor de jaarverslagen van NDP Nieuwsmedia uit de genoemde jaren viawww.ndpnieuwsmedia.nl/jaarverslag en zie: Commissariaat voor de Media (2022) De staat vande lokale informatievoorziening 2022 – het burgerperspectief.35Raad voor Openbaar Bestuur en Raad voor Cultuur (2020) Lokale media, niet te missen, p. 36.36Commissariaat voor de Media (2023), Evaluatie bekostiging lokale publieke media-instellingen2019–2021, p. 4.37Adviescommissie Versterken Weerbaarheid Democratische Rechtsorde (2023) Koester dedemocratie! Een dringende oproep om de democratische rechtsorde weer voor iederéén telaten werken. Eindrapportage.38Kamerstukken II, 2024/25, 36 600 VIII, nr. 53, p. 13.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 37013 publieke omroepen zorgen voor meer professionaliteit, stabiliteit enonafhankelijkheid. Zodat inwoners in Nederland, waar ze ook wonen, viade lokale publieke omroep toegang hebben tot betrouwbare, onafhanke-lijke informatie over hun omgeving en lokale bestuur, weten wat er speeltin hun directe omgeving en mee kunnen blijven doen. Het wetsvoorstel isinmiddels in internetconsultatie geweest. Ik streef ernaar het wetsvoorstelin de tweede helft van 2025 aan uw Kamer aan te bieden. Zoals ik schreefin de mediabegrotingsbrief 2025 voorzie ik de inwerkingtredingsdatumvan dit wetsvoorstel per 1 juli 2026. De feitelijke start van het stelselvoorzie ik vervolgens, na anderhalf overgangsjaar, per 1 januari 2028.39De journalistieke fondsen, het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek(SvdJ) en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (FBJP), onder-steunen journalistiek ook op lokaal en regionaal niveau, zowel publiek alsprivaat. Deze fondsen zijn een belangrijk instrument binnen het media-beleid, in 2025 is er voor onderzoeksjournalistiek in totaal ruim€ 14 miljoen euro beschikbaar. SvdJ ondersteunt de journalistiekeinfrastructuur en de innovatie daarvan, bijvoorbeeld met de Incubator.Ook binnen het beleid voor onderzoeksjournalistiek is er structureleaandacht voor deze tijdrovende manier van journalistiek op lokaal niveau.SvdJ biedt bijvoorbeeld een ondersteuningsprogramma voor redactiesdie aan de gang willen gaan met onderzoeksjournalistiek en ook eenprogramma om dat duurzaam te ontwikkelen. FBJP heeft voor journalis-tieke projecten diverse subsidiemogelijkheden voor lokale en regionalejournalisten en redacties.40 Bij beide fondsen is er prioritaire aandachtvoor lokale en regionale (onderzoeks)journalistiek. Het kabinet ziet dat alseen positieve ontwikkeling. Juist daarom is het ook goed dat er aandachtis voor het ontwikkelen van een infrastructuur via het SvdJ en dat erdaarnaast geld is voor losse projecten via het FBJP.Ik ontwikkel samen met de gehele nieuwsmediasector op lokaal enregionaal niveau een agenda voor de lokale en regionale journalistiek,zoals aangekondigd in mijn brief van 25 oktober 2024.41 Met de sectorpar-tijen, zoals NDP Nieuwsmedia, de branchevereniging van lokale nieuws-media NNP en de koepels van de lokale en regionale publieke omroepenNLPO en RPO, wordt een visie ontwikkeld voor de sector en wordengezamenlijke projecten ondernomen die de journalistiek versterken. Dezeagenda gaat bijvoorbeeld over technologische ontwikkelingen enmaatschappelijke vraagstukken. De agenda biedt ruimte voor de eigenbelangen van partijen en benoemt de mogelijkheden voor samenwerkingtussen publieke en private partijen. Zo is SvdJ begonnen met een pilotover de vermeende belemmeringen die het dienstbaarheidsverbod metzich meebrengt. Dat verbod kan structurele samenwerking tussenpublieke en private media in de weg zitten.42 De Kamer is in voornoemdebrief van oktober naast de aankondiging van de agenda lokaal regionaal,geïnformeerd over mijn brede inzet voor lokale journalistiek. Die inzet zalik blijven voortzetten, omdat ik het belang van samenwerking onder-schrijf. In het najaar stuur ik een brief aan de Kamer over de voortgang39Kamerstukken II, 2024/25, 36 600 VIII, nr. 53, p. 14.40Bij het FBJP gaat het bijvoorbeeld om een subsidie zodat de redactie in staat wordt gesteldeen onderzoeksjournalist vrij te spelen voor het doen van een specifiek onderzoek of eensubsidie voor het doen van vooronderzoek, zonder te weten of dat uitmondt in een publicatie.SvdJ stelt subsidie ter beschikking voor de journalistieke infrastructuur: de regelingen zorgenervoor dat redacties met onderzoeksjournalistiek in algemene zin kunnen beginnen en dat ookkunnen verduurzamen.41Kamerstukken II 2024–2025, 32 827, nr. 326.42Het dienstbaarheidsverbod geldt voor publieke media-instellingen en betekent dat zij nietdienstbaar mogen zijn aan de winst van derden, dus ook niet private mediapartijen. Tijdelijke,experimentele samenwerkingen zijn wel toegestaan, met toestemming van het Commissariaatvoor de Media.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 37014 rond de samenwerking tussen publieke en private journalistiek op lokaalen regionaal niveau.De WRR beveelt als laatste aan om een gemengd financieringsmodel teontwikkelen voor lokale en regionale media. Als voorbeeld wordtgenoemd dat de aanwijzingsprocedure om lokale of regionale publiekeomroep te worden ook zou moeten worden opengesteld voor privatespelers. Hoewel het kabinet dit voorbeeld kan volgen en er niet per sewettelijke bezwaren hoeven te zijn, wil het kabinet onderstrepen dat hetzijn van een publieke omroep specifiekere vereisten met zich meebrengt.Een publieke omroep wordt belast met een publieke taak en kan daaropworden afgerekend.43 Publieke omroepen hebben geen winstoogmerk,maar hebben een samenlevingsoogmerk. Omdat ze een publieke functievervullen, worden zij structureel publiekelijk gefinancierd. Structurelefinanciering van private media die niet belast zijn met een publieke taak isvoor het kabinet uitgesloten.4. Stimuleer dat gebruikers verantwoordelijkheid nemen voor hun rol enpositie in het nieuwe mediasysteemTen slotte breekt de WRR een lans voor mediaverantwoordelijkheid. Ditkomt voort uit het idee dat alle gebruikers, individueel en institutioneel,een rol spelen in het huidige media-ecosysteem. Hier past het begrip«massazelfcommunicatie» bij. De WRR omschrijft dat als «het idee datgebruikers invloed uitoefenen op het proces van informatieverwerving,doordat ze kunnen beslissen wat ze ontvangen en aan welk publiek zedeze zelf gegenereerde informatie (door)sturen».44 De WRR betoogt datvoor deze grotere rol die gebruikers hebben, ook verantwoordelijkheidmoet worden genomen. In het adviesrapport wordt in de eerste plaatsgesproken over individuele burgers, maar ook «institutionele gebruikers»zoals de overheid en de politiek.Versterken mediawijsheidOm de verantwoordelijkheid voor burgers te kunnen aanspreken,ondersteunt het kabinet Netwerk Mediawijsheid. Dit is essentieel voor hetversterken van de mediawijsheid en -verantwoordelijkheid in de samen-leving. Dit netwerk, aangestuurd door vijf kernpartners45, is al meer dan15 jaar actief en verbindt inmiddels ruim 1.300 partners aan het doel«Iedereen mediawijs». Het werkveld is de afgelopen jaren flink veranderd,net als de uitdagingen. De eerste 10 jaar focuste het Netwerk sterk opjongeren, ouders en opvoeders binnen de domeinen onderwijs enopvoeding. Door de groeiende aandacht in het funderend onderwijs voordigitale geletterdheid en mediawijsheid, is het voor het netwerk mogelijkgeworden de blik te verbreden. Kwetsbare volwassenen zijn de afgelopenvijf jaar nadrukkelijker in beeld gekomen. Deze groepen worden vanzelf-sprekend op andere manieren bereikt dan via opvoeding en onderwijs,hetgeen ook tot een verbreding van de netwerkpartners heeft geleid.Sinds een aantal jaren staan in de aanpak van Netwerk Mediawijsheid viergrote opgaven centraal, die gerelateerd zijn aan een leven in media. Hetnetwerk organiseert rondom deze opgaven deelnetwerken, waarinorganisaties met specifieke kennis over en ervaring met deze opgaven43Zie artikel 2.1 van de Mediawet 2008. Het Commissariaat voor de Media is bevoegd hiertoezicht op te houden.44Castells, M. (2009). Communication power. Oxford University Press, in WRR (2024) Aandachtvoor media.45Koninklijke Bibliotheek, Beeld & Geluid, ECP|Platform voor de InformatieSamenleving,Kennisnet en HumanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 37015 samen aan de slag gaan om doelen te realiseren. De opgaven richten zichniet enkel op burgers zelf, maar ook op de inrichting van de onlineomgeving. Het netwerk werkt hierbij nauw samen met de Wetenschappe-lijke Raad van het Netwerk Mediawijsheid, waarin twintig wetenschappersvan diverse universiteiten en hogescholen in Nederland zitting hebben.Binnen deze vier opgaven is de aanbeveling van de WRR om media-wijsheid te stimuleren, waarbij gebruikers verantwoordelijkheid nemenvoor hun rol en positie in het nieuwe mediasysteem, een belangrijkonderwerp.De eerste opgave van het netwerk is erop gericht dat mensen plezier enprofijt hebben van- en grip hebben op een leven in media. De insteek dieNetwerk Mediawijsheid hierbij kiest is positief en gericht op het nemenvan verantwoordelijkheid.46 Een aantal «mediawijze competenties»waarop wordt ingezet verwijst hier expliciet naar. Denk aan hetdoorgronden van media, het discussiëren over media en het reflecterenop het eigen mediagebruik.47 Het doel is dat mensen goed, kritisch en metvertrouwen met nieuws en media om kunnen gaan. In dit kader organi-seert het netwerk jaarlijks bijvoorbeeld Mediamasters. In 2024 namen260.000 leerlingen uit de groepen 5 tot en met 8 van het primair onderwijsdeel. In deze serious game leren jongeren (onder andere) over de werkingvan media; hoe ze betrouwbare informatie kunnen herkennen en er isaandacht voor de rol die zij zelf in het mediasysteem spelen.De tweede opgave voor Netwerk Mediawijsheid betreft het tegengaan vande impact van desinformatie en het verhogen van de weerbaarheid tegende negatieve gevolgen. De laatste jaren is de aandacht voor desinformatieflink toegenomen. Binnen de activiteiten van het netwerk zijn erop gerichtmensen weerbaarder en verantwoordelijker te kunnen maken. De websiteisdatechtzo.nl biedt bijvoorbeeld op laagdrempelig niveau informatie overdesinformatie in de breedste zin van het woord. Op die manier kunnenburgers leren desinformatie te herkennen en omgaan met de negatievegevolgen ervan.Met de toenemende aandacht voor de veiligheid van journalisten, is hetnetwerk begonnen met het project DichterBijNieuws, om de vermeendekloof tussen burgers en journalisten te overbruggen en om de «nieuws-wijsheid» te laten toenemen.48Onderdeel hiervan is ook leren over bronnen. Het educatief programmavan DichterBijNieuws gaat hier bijvoorbeeld over. Scholen kunnen datgebruiken als zij daar behoefte aan hebben. Het tijdelijke project loopt afaan het einde van het jaar, voor het doorzetten zijn geen financiëlemiddelen beschikbaar. Netwerk Mediawijsheid en de deelnemendepartners werken nu aan het verduurzamen van de geleerde lessen en hetoverzichtelijk aanbieden van het materiaal. Vanzelfsprekend worden deervaringen en de lessen betrokken bij de nieuwe projecten van hetNetwerk.Mediaverantwoordelijkheid is ook belangrijk bij de derde opgave, «Samensociaal online», waarmee gestreefd wordt naar het in staat stellen vanmediagebruikers om samen het sociale klimaat online te verbeteren. Door46Zie de website van Netwerk Mediawijsheid voor de koers voor de komende jaren: https://netwerkmediawijsheid.nl/koersplaat-en-meerjarenplan-netwerk-mediawijsheid-2024-2028/.Een voorbeeld van de inzet op het gebied van desinformatie is de informatieve websitewww.isdatechtzo.nl.47Mediawijsheid Competentiemodel 2021. Zie: https://www.mediawijsheid.nl/competentiemodel/.48Zie de website dichterbijnieuws.nl en vooral ook de verslagen van de burgerdialogen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 37016 middel van landelijke campagnes wordt aandacht gevraagd voor hetonderwerp, waarbij netwerkpartners op lokaal niveau activiteitenontwikkelen waarmee mensen in de eigen omgeving zelf aan de slagkunnen gaan met het onderwerp. In co-creatie met gebruikers van mediaworden interventies ontwikkeld om pro-sociaal gedrag te bevorderen.De inzet van Netwerk Mediawijsheid sluit ook goed aan bij domeinoverstijgende vraagstukken, zoals bijvoorbeeld het bevorderen vankinderrechten online en het bevorderen van digitale balans (inclusiefverstandig en gezond schermgebruik), de vierde opgave van het netwerk.Naast de verantwoordelijkheid die gebruikers binnen het media-ecosysteem hebben, wordt door het netwerk ingezet op de volle breedte:het gaat om plezier in een leven in media, het hebben van grip en eenjuist beschermingsniveau voor kwetsbare mensen. Maar nadrukkelijk óókom een inrichting van de online omgeving die de mediawijsheid enmediaverantwoordelijkheid van mensen ondersteunt, met technologie diewordt ontwikkeld en ingezet op basis van publieke waarden. Het kabinetblijft dit belangrijke werk ondersteunen.Overheid en politiekOverheidscommunicatie is een belangrijk instrument om te voldoen aanhet recht van de burger op communicatie met en informatie van deRijksoverheid. Het kabinet brengt zijn beleid, de motieven en de overwe-gingen die daaraan ten grondslag liggen op actieve wijze onder deaandacht van een zo breed mogelijk publiek. Hierbij kan in beginsel vanalle denkbare communicatiemiddelen gebruik worden gemaakt. Hiervoorworden de platforms gebruikt waarop de overheid grote groepen mensenkan bereiken, ook doelgroepen die via de traditionele media moeilijk tebereiken zijn. De Rijksoverheid blijft zich inzetten voor het verkennen vannieuwe kanalen om ook in de toekomst in contact te blijven met demaatschappij.Zeker in tijden van acute crisis is het cruciaal dat mensen informatie totzich kunnen nemen via het medium waarop zij aanwezig zijn. Denk hierbijaan de communicatie over de maatregelen tijdens de coronapandemie ofinformatie die veiligheidsregio’s geven over het belang van het sluitenvan ramen en deuren bij een grote brand. Bereik is een belangrijkcriterium om voor een platform te kiezen, maar tegelijkertijd moeten ookmogelijk negatieve consequenties in ogenschouw worden genomen, zoalsprivacy-schendingen.Ten slotte legt de WRR de verantwoordelijkheid bloot van de politiek en depolitici ten aanzien van de media en het informatiesysteem. Politici zijn,volgens de WRR, belangrijke spelers in het publieke debat en geven doorhun uitlatingen aan waar de grenzen liggen van dat publieke debat. Eenreëel risico is het (bedoeld of onbedoeld) delen van mis- of desinformatie.Ook kan het niet zo zijn dat politici journalisten op zodanige wijze de maatnemen dat er voor de journalist zelfs een bedreigende situatie ontstaat. Ikvind dit onacceptabel. Het is een zaak van alle politici om elkaar aan tespreken op onverantwoordelijk gedrag. Bij politici ligt in zo’n geval deverantwoordelijkheid om elkaar te normeren. Het doen van normerendeuitspraken in zulke gevallen helpt ook om de media- en persvrijheid tebevorderen. Dit komt de democratische functies van media ten goede.Tot slotHet kabinet stelt vast dat met de analyse van de WRR een stevigeanalytische basis wordt gelegd onder het mediabeleid van morgen. Dedemocratische functies moeten gewaarborgd worden in het media-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 37017 systeem, omdat de media een belangrijke waarborg vormen voor dedemocratie. De WRR heeft met haar rapport een waardevolle bijdragegeleverd aan de verbetering van het mediasysteem en het denken overmediabeleid van waardevolle nieuwe inzichten voorzien.Het kabinet blijft het versterken van de democratische functies van demedia voortzetten. In deze brief heeft het kabinet weergegeven welkeacties al zijn ingezet. Zo blijven we de komende tijd aan de slag met derecente Europese regelgeving, waarbij we inzetten op effectieveuitvoering en handhaving. Verder maken we werk van de uitvoering vande prominentiemaatregelen. Het kabinet gaat het wetsvoorstel voor deversterking van de lokale publieke omroepen na de zomer indienen bij deTweede Kamer en werkt daarnaast aan een brede publiek-private agendaop lokaal en regionaal niveau. Ten slotte blijft het kabinet zich hardmakenvoor mediawijsheid en blijft het kabinet daarom ook investeren inNetwerk Mediawijsheid.Het kabinet, in het bijzonder de Minister van OCW, is in gesprek met departijen en partners. De komende tijd zal, op basis van het adviesrapporten deze kabinetsreactie, een gespreksronde worden gevoerd met despelers in de media en de (maatschappelijke) partners bij het mediabeleid.In deze gesprekken willen we met deze partijen een open gesprek voerenom het beleid te ijken.Ik wil daarbij beleidsopties in kaart brengen die kansrijk zijn voor eengezamenlijk en actief vervolg. Voor de zomer van volgend jaar zal ik deKamer informeren over de mogelijke beleidsopties voor de versterkingvan de democratische functies binnen de media. Dit helpt om integraal entoekomstgericht naar het mediabeleid te kunnen kijken.Vanzelfsprekend zal uw Kamer geïnformeerd worden over de in deze briefaangekondigde initiatieven en het vervolg dat aan het rapport wordtgegeven middels de gesprekken met de (brede) sector.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. BruinsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 37018

Bron, video en gesprek →