Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-08MilieuraadNr. 1025 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATER-STAAT EN VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI EN VAN DESTAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 februari 2026Hierbij sturen wij u, mede namens de Minister en de Staatssecretaris vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, het verslag van deinformele bijeenkomst van Milieuministers van 5 en 6 februari 2026 inNicosia, Cyprus.Ook wordt uw Kamer het non-paper toegestuurd omtrent CO2 infra-structuur conform de EU-informatievoorzieningsafspraken.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen kst-21501-08-1025ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10251 Verslag informele bijeenkomst Milieuministers van 5 en 6 februari2026 te Nicosia, Cyprus. Op 5 en 6 februari jl. heeft een informele bijeenkomst van Milieuministersplaatsgevonden in Nicosia, Cyprus.Er lagen geen EU-wetsvoorstellen voor ter besluitvorming. Naast deEU-lidstaten, waren tijdens de informele bijeenkomst ook verschillendeSchengenlanden, EU-instellingen en organisaties aanwezig zoals hetEuropees Milieuagentschap (EAA) en het European Environmental Bureau(EEB). Het Cypriotische voorzitterschap had een drietal discussiesgepland: 1) De samenhang tussen klimaatadaptatie en waterweer-baarheid; 2) Internationale klimaatprocessen; en 3) Het circulaireeconomie winterpakket.Sessie 1: Samenhang klimaatadaptatie en waterweerbaarheidTijdens de informele bijeenkomst van Milieuministers vond er eendiscussie plaats over de klimaat- en waterweerbaarheid van Europa. Dezesessie begon met een presentatie van het Europees Milieuagentschapover klimaatrisico’s en -trends in Europa, onder andere voortkomend uithet European Climate Risk Assessment (EUCRA)1 uit 2024.Alle deelnemers erkenden dat klimaat-gerelateerde risico’s de afgelopenjaren zijn toegenomen en dat dit in toenemende mate de nationaleveiligheid bedreigt. Veel deelnemers deelden daarnaast nationaleervaringen met recente klimaat-gerelateerde rampen, zoals droogte enwatergebrek in Zuid-Europese landen, evenals wateroverlast en overstro-mingen in Midden- en Oost-Europa. Vrijwel alle deelnemers benadruktenhet belang van een gedeeld begrip van klimaatrisico’s en -scenario’s,alsook de rol van data- en informatiedeling tussen lidstaten om risico’sbeter in kaart te brengen. Een groot aantal deelnemers, waaronderNederland, benadrukte het belang van voldoende nationale flexibiliteit inEuropese wetgeving om rekening te houden met regionale en lokaleverschillen, waarbij ook specifiek het aanstaande EU-voorstel «Europeesinitiatief inzake klimaatveerkracht en het beheer van klimaatrisico’s» werduitgelicht. Ook was er veel steun onder de deelnemers, waaronderNederland, voor het integreren van klimaatweerbaarheid in anderebeleidsterreinen, waaronder energie, wonen en toerisme. Nederlandbenadrukte verder in zijn interventie het belang van het ontwikkelen vanmeerdere relevante klimaatscenario’s met specifieke aandacht voornationale en lokale situaties.Tevens werd door een groot aantal deelnemers het belang onderstreeptvan voldoende financiering, waaronder van de Europese Investeringsbank(EIB) en private financiering, om de klimaatweerbaarheid van Europa tevergroten. Een aantal deelnemers benadrukte hierin specifiek de extrakosten die gepaard gaan met het uitblijven van actie. Verschillendedeelnemers gingen in hun interventie in op de belangrijke rol van waterefficiëntie, watercyclus, en waterweerbaarheid om onze klimaatweer-baarheid te vergroten, waarin ook de rol van de Kaderrichtlijn Water(KRW) werd uitgelicht. Ten slotte stipte een klein aantal deelnemers hetbelang van nature-based solutions en resilience by design aan om deEuropese klimaatweerbaarheid te vergroten.1https://www.eea.europa.eu/en/analysis/publications/european-climate-risk-assessmentTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10252 Sessie 2: Internationale klimaatprocessenDe tweede sessie van de bijeenkomst stond in het teken van de inzetrondom internationale klimaatprocessen, waarin specifiek werd stilge-staan bij het verloop van de afgelopen COP30 in Brazilië. Over hetalgemeen was er brede overeenstemming dat COP30 niet alle gewensteonderhandelingsresultaten heeft opgeleverd, waarbij wel door een aantallanden werd uitgelicht dat het publieke beeld negatiever is dan de totaleresultaten. Er werden verschillende oorzaken en verbeterpunten aange-stipt, zoals beter oog voor de geopolitieke dynamieken, versterking van deEU-interne coördinatie en proces, en meer oog voor de inzet op langeretermijn.Een groot aantal landen benadrukte het belang van duidelijke en concretelangere termijn doelen en meerjarenstrategieën om de effectiviteit eninvloed van de EU te vergroten. Daarnaast pleitten meerdere lidstatenvoor het beter en effectiever gebruik maken van de externe instrumentenvan de EU, waaronder het handelsinstrumentarium en ontwikkelingssa-menwerking. Ook wezen ze op het belang om vroegtijdig strategischeinternationale partnerschappen aan te gaan en sterkere coalitievormingna te streven. Ook Nederland steunde dit. Tevens was er een kleine groeplanden die opriep tot realistische en pragmatische doelen voor deonderhandelingen om de effectiviteit te vergroten. Daarnaast benadruktenverschillende lidstaten dat de EU zich meer kan focussen op de implemen-tatie van eerder overeengekomen besluiten, en duidelijker kan communi-ceren over de door de EU beoogde en behaalde resultaten. Nederlandbenadrukte verder in zijn interventie onder andere het belang vanconcrete stappen om wereldwijd weg te bewegen van fossiele brand-stoffen en ontbossing te stoppen, in navolging van de eerder gemaakteafspraken daarover.Sessie 3: Circulaire economie winterpakketDe laatste discussie van de bijeenkomst ging over het in decembergepresenteerde Circulaire Economie winterpakket, gericht op hetverbeteren van de situatie van plastic recyclers in de EU. Vrijwel alledeelnemers gaven aan het winterpakket te verwelkomen en blij te zijn metde aandacht voor de momenteel moeilijke situatie van plastic recyclers inde EU. Hierbij werd vooral het belang van een sterke interne marktbenadrukt, waarbij ook oog moet worden gehouden voor aanvullende (enal dan niet tijdelijke financiële) steunmaatregelen en investeringen.Hoewel veel deelnemers het pakket verwelkomen, benadrukten verschil-lende deelnemers hierbij wel het belang van tijdige implementatie enversnelling van maatregelen, om de situatie van plastic recyclers in de EUop korte termijn te verbeteren. Daarnaast gaven veel deelnemers hunsteun voor handelsmaatregelen om het gelijke speelveld van recyclers inEuropa te verbeteren.Tevens werd het belang van heldere geharmoniseerde regels envoorspelbare kaders benadrukt, onder andere op het gebied van end-of-waste, chemische en mechanische recycling en herkomst van plastic.Daarnaast verwelkomden verschillende deelnemers, waaronderNederland, het initiatief voor meer grensoverschrijdende samenwerkingdoor middel van Trans-Regional Circularity Hubs. Bij verschillendedeelnemers bestaat echter nog veel onduidelijkheid over hoe deCommissie deze hubs voor zich ziet. Verder benadrukte Nederland in zijninterventie het belang van een tijdige implementatie van de Single UsePlastic (SUP)-richtlijn en end-of-waste criteria, evenals het belang van hetimplementeren van artikel 7 van de verpakkingsverordening. DaarnaastTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10253 heeft Nederland, conform een toezegging aan de Kamer2, het belang vaneen verbetering van REACH, en specifiek het belang van een hoogbeschermingsniveau voor mens en milieu, onder de aandacht gebracht bijde Commissie en de andere deelnemers.2Kamerstukken II, 2025–2026, 2026Z02369Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10254
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
c49eddcf-3f41-4161-a94d-b4cb91c4b4a6
20debatten
893bijdragen
8interrupties
120.486woorden in uitspraken