Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden1144Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Infrastructuur enWaterstaat over het WOO-verzoek Garnalenvergunningverlening (ingezonden19 december 2025).Antwoord van Minister Tieman (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen19 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,nr. 907.Vraag 1Bent u bekend met het Woo-besluit van 7 augustus 2025 waaruit blijkt datRijkswaterstaat Noord-Nederland (RWS-NN) vertrouwelijke conceptdocumen-ten, waaronder de Passende Beoordeling (PB) garnalenvisserij, heeft gedeeldmet externe partijen zoals de Waddenacademie en de Waddenvereniging?Antwoord 1Ja, dit besluit is bekend. De conceptversie van de PB is in het voorjaar van2022 door de visserijsector met diverse natuurorganisaties gedeeld, waaron-der de Waddenvereniging (vanuit de context van de Stuurgroep Toekomstper-spectief Garnalenvisserij). De PB is door RWS gedeeld met de Waddenacade-mie ten behoeve van een onafhankelijke review. Wat hierbij niet goed isgegaan, is dat RWS de Waddenvereniging actief heeft betrokken bij hetopstellen van de vragen voor deze review. Hoewel het ging om afstemmingover inhoudelijke vragen, had RWS dit niet moeten doen, al is het maar omte voorkomen dat hiermee de schijn is ontstaan dat in dit dossier actief wordtopgetrokken met de Waddenvereniging om de garnalenvisserij te beperken.Vraag 2Kunt u bevestigen dat RWS-NN de Passende Beoordeling van de garnalenvis-serij informeel heeft ontvangen van (destijds) het Ministerie van Landbouw,Natuur en Visserij (LNV) en deze vervolgens heeft gedeeld met de Wadden-academie en natuurorganisaties? Zo ja, op grond van welke bevoegdheid isdit gebeurd?Antwoord 2RWS heeft de PB op ambtelijk niveau ontvangen van het toenmaligeMinisterie van LNV en deze vervolgens ter review voorgelegd aan deWaddenacademie. De Waddenvereniging heeft voorafgaand aan de reviewaan RWS suggesties gedaan voor vragen over de PB richting de Waddenaca-demie. Dit laatste is geen wenselijke gang van zaken. ah-tk-20252026-1144ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 De Minister van IenW draagt de zorg voor het (doen) treffen vaninstandhoudings- en passende maatregelen voor die Natura 2000-gebiedendie een oppervlaktewaterlichaam zijn in beheer van het Rijk.1 Het monitorenen evalueren van voorziene maatregelen in de Waddenzee maakt onderdeeluit van deze regierol, die binnen mijn ministerie bij RWS is neergelegd.Vraag 3Acht u het wenselijk en rechtmatig dat een agentschap onder uw ministeriezonder mandaat stukken van een ander ministerie (destijds LNV) deelt engebruikt om vergunningverlening te beïnvloeden?Antwoord 3Vanuit de rol van voortouwnemer van het Natura-2000 beheerplan Wadden-zee, heeft RWS (mede namens de bevoegde gezagen, inclusief LNV) destijdseen evaluatie van het beheerplan op laten stellen. Vanwege inhoudelijkeverschillen tussen de bevindingen uit deze evaluatie en de PB, heeft RWS dePB voor een review voorgelegd aan de Waddenacademie. LVVN was hieroverambtelijk vooraf door RWS op de hoogte gesteld en heeft de review naafronding gedeeld met het Ministerie van LVVN, als bevoegd gezag voorvergunningverlening. Deze handelwijze van RWS past bij de rol vanvoortouwnemer alleen moet hierbij wel gemarkeerd worden dat de toetsings-kaders in een Natura 2000-beheerplan enerzijds en vergunningverleninganderzijds wel van elkaar kunnen verschillen.Door het actief betrekken van de Waddenvereniging bij de review door RWS,is helaas het onjuiste beeld ontstaan, dat RWS en Waddenvereniging samenoptrekken om de garnalenvisserij te beperken. Dit past uiteraard niet bij derol van voortouwnemer.Vraag 4Hoe beoordeelt u het feit dat RWS-NN vragen aan de Waddenacademie heeftopgesteld in overleg met natuurorganisaties, die vervolgens worden gebruiktin procedures tegen het vergunningsbeleid van de Minister van (destijds)LNV?Antwoord 4Zowel de PB als de review van de Waddenacademie (inclusief de reviewvra-gen) zijn openbare informatie. Al deze informatie was voor LVVN beschikbaarbij het maken van afwegingen vanuit zijn rol als bevoegd gezag voorvergunningverlening. Niettemin is het achteraf gezien niet geheel rolzuiver engeen wenselijke gang van zaken geweest, dat RWS de Waddenverenigingactief heeft betrokken, voorafgaand aan de review door de Waddenacademie.Ik heb RWS, mede gelet op de politiek-bestuurlijke en juridische gevoeligheidvan dit dossier, nadrukkelijk gevraagd voortaan als voortouwnemer rolvast tehandelen.Vraag 5Hoe beoordeelt u dat RWS-NN actief een review bij de Waddenacademieheeft uitgevraagd, waarbij vragen deels in overleg met natuurorganisaties zijngeformuleerd en gericht waren op het onderbouwen van negatieve aannamesover de garnalenvisserij?Antwoord 5Zie het antwoord op vraag 4.Vraag 6Kunt u uitleggen waarom Rijkswaterstaat, die formeel slechts procesmanageris bij beheerplannen, actief beleid beïnvloedt op terreinen die behoren tot deverantwoordelijkheid van de Minister van LNV, en daarbij zelfs «munitielevert» aan partijen die het beleid van de Minister van LNV aanvechten?1Artikel 2.19, vijfde lid, onder b, van de Ow, artikel 3.59, onder a en b Bkl en artikel 3.62 Bkl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 Antwoord 6RWS heeft hier de rol van «voortouwnemer». Dit is een regierol, dat betekentonder andere dat moet worden nagegaan of de in het beheerplan voorzienemaatregelen in de toekomst daadwerkelijk worden ondernomen om deinstandhoudingsdoelen te realiseren.2 Daarmee kan het ook relevant zijn omadviserend op te treden in relatie tot het beleid welke onder de verantwoor-delijkheid van de Minister en Staatssecretaris van LVVN vallen.Vraag 7Hoe beoordeelt u dat de review van de Waddenacademie gebaseerd was opeen eerdere, nooit gepubliceerde versie van de Passende Beoordeling? Acht udit zorgvuldig en juridisch houdbaar?Antwoord 7Vanwege de vertrouwelijkheid van sommige gegevens is het niet per definitietoegestaan om conceptversies van een PB te delen met andere partijen. Welstaat het een aanvrager zelf altijd vrij om zelf actief een conceptversie tedelen met, bijvoorbeeld, natuurorganisaties. De conceptversie van debetreffende PB is in het voorjaar van 2022 door de visserijsector met diversenatuurorganisaties gedeeld, waaronder de Waddenvereniging (vanuit decontext van de Stuurgroep Toekomstperspectief Garnalenvisserij). Er bestondin dit geval geen juridisch beletsel om de PB voor onafhankelijke review voorte leggen aan een kennisregisseur als de Waddenacademie.De PB die RWS aan de Waddenacademie heeft voorgelegd was op datmoment in de begeleidende mail omschreven als volledig en juist, dit volgtook uit de geopenbaarde Woo-stukken. RWS heeft daarom deze versie van dePB ter review voorgelegd aan de Waddenacademie. LVVN was hieroverambtelijk vooraf door RWS op de hoogte gesteld. Wel zou het, met de kennisvan nu, beter zijn geweest om de definitieve versie van de PB te hanterenvoor de beoogde review.Vraag 8Kunt u toelichten waarom er geen bezwaar is gemaakt tegen het feit dat eenniet-openbaar document (de Passende Beoordeling) informeel is gedeeld engebruikt in een review en juridische procedures?Antwoord 8Bezwaar is op grond van de Algemene wet bestuursrecht alleen mogelijktegen besluiten in de zin van deze wet. Het delen van een rapport is geenbesluit, maar een feitelijk handelen.Het initiatief tot het delen van de PB met de Waddenacademie kwam vanuitRWS; Deze handelwijze wordt in het specifieke licht van de hierboven bijantwoord 6 beschreven rol in relatie tot het beheerplan niet bezwaarlijkgeacht.Vraag 9Gelet op de conclusie van de Waddenacademie dat toepassing van hetvoorzorgsbeginsel betekent dat garnalenvisserij niet kan worden vergundzolang er wetenschappelijke onzekerheden bestaan: deelt u de zorg dat dezeinterpretatie ertoe leidt dat in Natura 2000-gebieden in de praktijk nauwelijksnog vergunningen kunnen worden verleend, aangezien er altijd wetenschap-pelijke onzekerheden bestaan?Antwoord 9Het voorzorgsbeginsel ligt besloten in artikel 6, derde lid, van de Habitatricht-lijn.3 Daarin staat dat er redelijkerwijs geen twijfel mag bestaan dat activitei-ten negatieve effecten hebben op de beschermde natuur, vandaar denoodzaak tot een PB. De PB moet boven redelijke wetenschappelijke twijfelverheven zijn, vandaar in bepaalde gevallen de noodzaak tot een review.Die weging vindt plaats door het vergunningverlenend bevoegd gezag, in ditgeval LNV (nu LVVN). Het is dus niet zo dat per definitie nauwelijks nogvergunningen verleend zouden kunnen worden. Juist ook met het verbinden2NvT ontwerp aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet, Stb 2021, 22, p. 97.3HvJ EU 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882, (PAS-arrest)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 van specifieke voorschriften aan een vergunning of nader inperken vanhetgeen is aangevraagd, kan bij eventuele wetenschappelijke onzekerheid,toch tot vergunningverlening worden overgegaan. Het ligt dus genuanceerderdan de conclusie van de Waddenacademie mogelijk doet veronderstellen.Vraag 10Hoe verhoudt de door RWS-NN destijds voorgestelde beperkte vergunnings-duur van een tot drie jaar zich tot het beleid van de Minister van LNV omvergunningen voor langere perioden (zes jaar) te verlenen? Is er overleggeweest om deze tegenstrijdige visies te harmoniseren?Antwoord 10In algemene zin kan worden gezegd dat het afstemmen van de looptijd vaneen natuurvergunning op die van het Natura 2000-beheerplan een goedemanier is om activiteiten in een gebied te reguleren en zo te sturen op hetkunnen behalen van de doelen.Zonder aansluiting van de verschillende sporen kan het zijn dat een paar jaarna vergunningverlening extra maatregelen nodig blijken vanuit de Natura2000-beheerplannen met opnieuw extra (in)spanning voor de vissers. RWSheeft deze redeneerlijn op ambtelijk niveau kenbaar gemaakt bij LVVN. Ditpunt is door LVVN doorvertaald in een viertal evaluatiemomenten van devergunning, in lijn met de Natura 2000-beheerplan-cycli.Vraag 11Hoe waarborgt u dat interne verschillen van inzicht tussen Rijkswaterstaat ende Minister van LNV niet leiden tot juridische zwakte en onduidelijkheid inbeleid, waardoor natuurorganisaties gemakkelijker procedures kunnenwinnen?Antwoord 11Er is hier sprake van verschillende rollen en bevoegdheden en niet van eenjuridische zwakte. Het is aan de voortouwnemer om andere bevoegdgezagen, in dezen LVVN als bevoegd gezag voor de vergunningverlening, tewijzen op een mogelijke spanning met de in het Natura2000-beheerplanvastgestelde doelen. Het is uiteindelijk aan het bevoegd gezag zelf hoe ditgewogen wordt.Vraag 12Erkent u dat deze handelwijze het vertrouwen in de overheid schaadt envissersgezinnen in grote onzekerheid heeft gebracht, doordat hierdoor devergunningverlening jaren vertraging opliep?Antwoord 12RWS heeft mij verzekerd dat hier niet vanuit verkeerde intenties is gehandeld,maar vanuit een adviserende rol richting LVVN, die voortkomt vanuit de rolvan voortouwnemer. Niettemin is het achteraf gezien niet geheel rolzuiver engeen wenselijke gang van zaken geweest, dat RWS de Waddenverenigingactief heeft betrokken, voorafgaand aan de review door de Waddenacademie.Ik heb RWS, mede gelet op de politiek-bestuurlijke en juridische gevoeligheidvan dit dossier, nadrukkelijk gevraagd voortaan als voortouwnemer rolvast tehandelen. Ik herken echter niet dat dit de oorzaak is van een jarenlangevertraging van de vergunningverlening. Ik begrijp natuurlijk dat een vertra-ging in de vergunningverlening voor vissersgezinnen in zijn algemeenbijzonder vervelend is.Vraag 13Bent u bereid een onafhankelijk onderzoek te laten instellen naar de rol vanRWS-NN in dit dossier, specifiek naar de vraag of Rijkswaterstaat buiten haarmandaat is getreden en hoe de samenwerking met natuurorganisaties isverlopen?Antwoord 13Zoals in het antwoord op vraag 4 is aangegeven, had de vraagstelling van dereview niet vooraf door RWS gedeeld moeten worden met de Waddenvereni-ging. Ik heb RWS nadrukkelijk gevraagd hier in het vervolg scherp op te zijn.Voor het overige heeft RWS gehandeld binnen de rol van voortouwnemer vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4 het Natura 2000-beheerplan. Een nader onderzoek heeft wat mij betreft geenmeerwaarde.Vraag 14Kunt u bevestigen dat uw ministerie de Passende Beoordeling informeel heeftgedeeld met RWS-NN, en hoe beoordeelt u dat deze vervolgens is gebruiktom vergunningverlening te frustreren en juridische procedures te voeden?Antwoord 14Nee, RWS heeft de PB niet informeel vanuit het Ministerie van IenWontvangen, maar op ambtelijk verzoek rechtstreeks van het Ministerie vanLNV.Vraag 15Deelt u de analyse dat de door de Waddenacademie gehanteerde interpreta-tie van het voorzorgsbeginsel dusdanig streng is dat feitelijk geen enkeleactiviteit in Natura 2000-gebieden meer kan worden vergund? Zo nee,waarom niet?Antwoord 15Nee, zie het antwoord op vraag 9.Vraag 16Hoe beoordeelt u de constatering dat natuurorganisaties deze review en doorRijkswaterstaat aangeleverde notities inzetten om rechtszaken te voeren tegenhet beleid van u als Minister van Infrastructuur en Waterstaat?Antwoord 16Er zijn in deze context geen rechtszaken bekend tegen het beleid van hetMinisterie van IenW.Vraag 17Wat zegt dit volgens u over de onafhankelijkheid van de Waddenacademie?Antwoord 17Ik zie geen aanleiding vraagtekens te zetten bij de onafhankelijkheid van deWaddenacademie.Vraag 18Wat zegt dit volgens u over de rol van Rijkswaterstaat?Antwoord 18Zie het antwoord op de vragen 1,2, 3 en 4.Vraag 19Erkent u dat deze werkwijze bijdraagt aan rechtsonzekerheid en wantrouwenbij vissers, die het gevoel hebben dat beleid gebaseerd wordt op politiekevoorkeuren in plaats van objectieve wetenschap?Antwoord 19Ik ben het met u eens dat vissers gebaat zijn bij zekerheid en duidelijkheidvanuit de overheid. De wetgever heeft de Minister van IenW de taak gegeven– toebedeeld aan RWS – om zorg te dragen voor het (doen) nemen vaninstandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen in de betreffendeNatura2000-gebieden.Het verlenen van vergunningen voor visserij is echter niet aan de Ministervan IenW. Wel kan RWS, namens de Minister van IenW, bij het betreffendebevoegd gezag voor vergunningverlening aangeven wat de mogelijkeconsequenties zijn van het verlenen van de vergunning op de in het Natura2000-beheerplan geformuleerde doelen. Het is vervolgens aan het vergun-ningverlenend bevoegd gezag om hier een besluit over te nemen.Vraag 20Bent u bereid om, mede op basis van het recente onderzoek van WageningenUniversity & Research waarin eerdere aannames worden weerlegd, dehuidige en voorgenomen beperkingen voor de garnalenvisserij te herzien enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel5 vissers waar nodig te compenseren, omdat zij hierdoor onnodig lang inonzekerheid hebben gezeten?Antwoord 20Voor compensatie voor de onzekerheid omtrent de vergunningverleningwordt geen grond gezien. Het is niet duidelijk naar welke publicatie hierspecifiek verwezen wordt, maar bij de actualisatie van de beheerplannenwordt gebruik gemaakt van de meest recente informatie, waaronderonderzoeken van de WUR.Vraag 21Hoe verklaart u dat twee onderdelen van de Rijksoverheid (RWS-NN en hetMinisterie van LNV) elkaar in dit dossier tegenwerken, met vissers als directslachtoffer?Antwoord 21Er is in dit dossier samenwerking tussen LVVN – over beleid omtrent degarnalenvisserij – en RWS als voortouwnemer in diverse N2000-beheerplannen. Flankerend daaraan speelt de vergunningverlening vanuitLVVN. Uiteindelijk ligt de regulering van de visserij bij LVVN als het vergun-ningverlenend bevoegd gezag.Vraag 22Bent u bereid de Kamer te informeren hoe wordt voorkomen dat in detoekomst opnieuw «wetenschap op bestelling» wordt georganiseerd dooroverheidsorganisaties of in samenwerking met natuurorganisaties?Antwoord 22Er is geen sprake geweest van «wetenschap op bestelling». RWS heeft deWaddenacademie verzocht een onafhankelijke review uit te voeren op de PB.Het is achteraf gezien geen wenselijke gang van zaken geweest, dat RWS deWaddenvereniging actief heeft betrokken, voorafgaand aan de review door deWaddenacademie. Ik heb RWS nadrukkelijk gevraagd hier in het vervolgscherp op te zijn.Vraag 23Bent u bereid om, gelet op de ernst van deze gang van zaken, de directeur-generaal van Rijkswaterstaat uit te nodigen voor een hoorzitting in de TweedeKamer om publiekelijk verantwoording af te leggen over het delen vanvertrouwelijke documenten met externe partijen en het beïnvloeden vanwetenschappelijke beoordelingen, alsmede de samenwerking met natuuror-ganisaties bij het formuleren van juridische argumenten tegen het beleid vande Rijksoverheid zelf?Antwoord 23In de voorgaande antwoorden is aangegeven hoe het proces rond het delenvan de PB verlopen is en welke rol RWS hier in had. Het is op grond van hetReglement van Orde van de Tweede Kamer aan de vaste commissie voorIenW om te bepalen wie zij voor een hoorzitting uitnodigt.Vraag 24Kunt u al deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?Antwoord 24Bij een aantal vragen is ervoor gekozen om te werken met verwijzingen naareerdere antwoorden, om zo veel mogelijk dubbelingen te voorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel6
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
c49eddcf-3f41-4161-a94d-b4cb91c4b4a6
20debatten
893bijdragen
8interrupties
120.486woorden in uitspraken