KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

f95b6b27-a2af-4b44-b4bd-06578faf3b06

45debatten
1.236bijdragen
9interrupties
185.853woorden in uitspraken

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
23 mei 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2279Vragen van het lid Heite (Nieuw Sociaal Contract) aan de Ministers vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Justitie en Veiligheid, van Defensie envan Economische Zaken over het screenen van wetenschappers enmasterstudenten door hoger onderwijsinstellingen omwille van de nationaleveiligheid en wie dit moet bekostigen (ingezonden 10 april 2025).Antwoord van Minister Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), medenamens de Ministers van Justitie en Veiligheid, van Defensie en vanEconomische Zaken (ontvangen 23 mei 2025). Zie ook AanhangselHandelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1983.Vraag 1Bent u bekend met het artikel «Screeningswet gaat universiteiten tiental-len miljoenen kosten»?1Antwoord 1Ja.Vraag 2Klopt het dat het wetsvoorstel screening kennisveiligheid als voornaamstedoel heeft het verminderen van risico’s voor de nationale veiligheid?Antwoord 2Ja, dit klopt. De aanpak kennisveiligheid maakt onderdeel uit van deRijksbrede Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden en debrede aanpak tegen statelijke dreigingen.2 3 Doel van het wetsvoorstel is hetvoorkomen van ongewenste kennis- en technologieoverdracht via onderzoe-kers, studenten en technisch ondersteunend personeel, die toegang krijgentot sensitieve technologie aan Nederlandse kennisinstellingen. De screeningis het sluitstuk van het kennisveiligheidsbeleid en onderdeel van een brederpakket aan beleidsmaatregelen op nationaal niveau waarmee risico’s voor denationale veiligheid worden verminderd en de weerbaarheid van kennisinstel-lingen en Nederland wordt vergroot.1NRC, d.d. 7 april 2025, «Screeningswet gaat universiteiten tientallen miljoenen kosten»2Kamerstukken II 2022/23, 30 821, nr. 178, bijlage.3Kamerbrief II 2022/23, 30 821, nr. 175 ah-tk-20242025-2279ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 Vraag 3Erkent u dat kennisveiligheid inderdaad een gezamenlijk nationaal belangdient en dat dit weerspiegeld moet worden in de wijze waarop de verant-woordelijkheden en de financiering hiervan maatschappelijk wordengeregeld?Antwoord 3Ja, met de ontwikkeling van het kennisveiligheidsbeleid wordt een bijdragegeleverd aan de nationale veiligheid. Het kabinet zet met een overheidsbredeen maatschappijbrede aanpak in op de bescherming van de nationaleveiligheid. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid is terug te zien in deverdeling van de financiële lasten voor de beleidsontwikkeling omtrentkennisveiligheid. Deze verdeling wordt binnen de Rijksoverheid gehanteerden tussen de Rijksoverheid en de kennissector. De uitvoeringskosten van dewet screening kennisveiligheid worden bijvoorbeeld gedeeltelijk betaald metmiddelen die eerder zijn toebedeeld onder de noemer Justitie en Veiligheid.Deze middelen zijn al overgeboekt naar OCW. Dit is een voorbeeld waarbijbinnen de Rijksoverheid financiële invulling gegeven wordt aan de gezamen-lijke verantwoordelijkheid.In de aanpak kennisveiligheid slaan de Rijksoverheid en de kennissector dehanden ineen om de nationale veiligheid adequaat te beschermen. In deontwikkeling van het beleid is deze gedeelde verantwoordelijkheid ookzichtbaar. De verschillende beleidsinstrumenten zijn interdepartementaalontwikkeld. Denk hierbij aan de Leidraad Kennisveiligheid die samen met deverschillende overheidspartijen en kennissector is opgesteld en op ditmoment wordt geactualiseerd. Het Loket Kennisveiligheid is een Rijksbreedloket. Verschillende departementen en diensten dragen bij aan het leverenvan relevante input voor het Loket, hier is capaciteit voor vrijgemaakt vanuito.a. OCW en EZ. In 2023 is vanuit het Loket de learning community gelan-ceerd. Via de learning community informeert het Loket de kennisinstellingenactief over bijvoorbeeld buitenlandse regelgeving die ertoe kan leiden datgedeeld intellectueel eigendom wordt toegeëigend door een staat, en opwelke punten de kennisinstellingen daarbij kunnen letten. Om ervoor tezorgen dat het beleid goed aansluit bij de praktijk van kennisinstellingen,betrek ik kennisinstellingen nauw bij de beleidsontwikkeling. Dat doe ik onderandere door middel van dialoogsessies die sinds 2022 worden gehouden metbestuurders van kennisinstellingen.Vraag 4Erkent u dat kennisveiligheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is dieniet uitsluitend bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschapbelegd mag worden?Antwoord 4Ja. Er is sprake van een kabinetsbrede verantwoordelijkheid vanwege hetbelang van het beschermen van nationale veiligheid die bovendien samenmet de instellingen moet worden ingevuld. Voor de aanpak kennisveiligheidwordt daarom samengewerkt binnen de overheid, met onder andere Justitieen Veiligheid, Economische Zaken, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zakenen Defensie, en met hogescholen, universiteiten en andere kennisinstellingen,zoals TO2. Instellingen en overheid werken via het loket Kennisveiligheid aaneen gezamenlijke kennispositie over de mogelijke kennisveiligheidsrisico’s diekunnen voortkomen uit internationale samenwerking.Vraag 5Klopt het dat het bewaken van de nationale veiligheid nergens in de Wet ophet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, noch in enige anderewet, als wettelijke taak van hoger onderwijsinstellingen is vastgelegd?Antwoord 5Dat klopt. De kennissector heeft zich, ondanks het ontbreken van eenwettelijke taak, desondanks al jaren geleden gecommitteerd aan de aanpakkennisveiligheid. De voortrekkersrol wordt herkend in het buitenland. Hetgezamenlijke belang is het beschermen van de kennissector. Door tevoorkomen dat onze hoogwaardige kennis en technologie weglekt dragen webij aan onze nationale veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 Vraag 6Bent u het ermee eens dat het bewaken van de nationale veiligheid eenwezensvreemde taak is voor een hoger onderwijsinstelling?Antwoord 6Het is niet een kerntaak, maar kan gezien de maatschappelijke en economi-sche waarde van kennis niet los ervan gezien worden. Er is een gezamenlijkeverantwoordelijkheid bij kennisveiligheid. Kennisinstellingen hebben desleutel tot succes van Nederlands onderzoek en wetenschap door hun kennisover technologieën, openheid en internationale samenwerking. Tegelijkertijdweten we dat internationale actoren de hier ontwikkelde kennis en technolo-gieën voor hun eigen doelen willen inzetten.4 5 Daarom werken de Rijksover-heid en kennisinstellingen nauw samen, om de nationale veiligheid,weerbaarheid6, en de wetenschappelijke integriteit, academische vrijheid enontwikkeling van technologie te beschermen.Vraag 7Erkent u dat het wetsvoorstel screening kennisveiligheid hoger onderwijsin-stellingen primair een verplichting oplegt in het belang van de nationaleveiligheid, en niet in het eigenbelang van de instellingen?Antwoord 7Nee, nationale veiligheid is ook in het belang van de instellingen. Hetwetsvoorstel dient twee belangen waartussen het balanceert: een open enveilige wetenschap, én de nationale veiligheid. Om de Nederlandse toppositiein de wetenschap te behouden, is het van groot belang dat het internationaaluitwisselen van informatie veilig gebeurt en mogelijk blijft. Daarom is dekennissector hier al jaren proactief mee bezig en zet dit kabinet in op deontwikkeling van de screening kennisveiligheid. Hierbij is en blijft het motto«open waar mogelijk en beschermen waar nodig» voorop staan.Bovendien is er een inhoudelijke bijdrage die hogeronderwijsinstellingenkunnen leveren. Defensie zet nadrukkelijk in op het verbreden van hetkennislandschap, zie ook vraag 17. Daarmee worden hogeronderwijsinstellin-gen in staat gesteld om een bijdrage te leveren aan de maatschappelijkeweerbaarheid.Vraag 8Erkent u dat het feit dat de screening ook in het directe belang van deinstellingen zelf kan zijn hier niets aan verandert, en dat deze onverschillig-heid relevant is voor de vraag bij wie de financiële lasten van deze nationaleopgave moeten worden gelegd?Antwoord 8Om de nationale veiligheid adequaat te beschermen hanteert het kabinet eenoverheidsbrede en maatschappijbrede aanpak. Er ligt een maatschappelijkeopgave om weerbaarder te worden. Hieraan dragen naast de Rijksoverheid,ook andere publieke alsmede private partners, maatschappelijke organisatiesen burgers bij. Ook voor de kennissector geldt dat er een brede aanpakgehanteerd wordt. Kennisinstellingen hebben reeds een verantwoordelijkheidom te zorgen voor fysieke en digitale beschermingsmaatregelen. Ik erken datde invoering van de screeningsplicht voor instellingen een intensivering kanbetekenen. Deze investering zorgt ervoor dat de randvoorwaarden om veiligerte kunnen werken op orde zijn.Vraag 9Welk ministerie is volgens u eindverantwoordelijk voor het bewaken vankennisveiligheid in het kader van de nationale veiligheid, en bent u het ermeeeens dat er minstens een gedeelde verantwoordelijkheid bestaat tussen debetrokken ministeries?4Jaarverslag 2024 | Jaarverslag | AIVD5Kamerbrief II 2022/23, 30 821, nr. 1756Kamerbrief I 2024/2025 30 821, nr. 249Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3 Antwoord 9Als Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap coördineer ik hetkennisveiligheidsbeleid. Ik ben het ermee eens dat er een gedeelde verant-woordelijkheid bestaat. Zoals eerder aangegeven is de aanpak kennisveilig-heid gebaseerd op interdepartementale samenwerking, en is dit niet alleenbelegd bij mijn ministerie. Ik werk samen met onder andere Justitie enVeiligheid, Economische Zaken, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken enDefensie. Samen met de instellingen en de andere betrokken Ministers werkik aan een gebalanceerde aanpak. Naast de belangen van de nationaleveiligheid, benadruk ik daarbij het belang van een vrije open kennissector.Vraag 10Acht u het doelmatig om publieke middelen, die bestemd zijn voor hetbekostigen van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, in te zettenvoor doeleinden op het gebied van nationale veiligheid?Antwoord 10Voor het borgen van doelmatige en doeltreffende besteding van middelen, isrisicomanagement van groot belang. Risico’s, en bij uitstek veiligheidsrisico’s,kunnen namelijk een negatief effect hebben op het doel dat wordt beoogd.Daarom is het mitigeren van risico’s een doelmatige besteding.Vraag 11Acht u het rechtmatig om publieke middelen, die bestemd zijn voor hetbekostigen van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, in te zettenvoor nationale veiligheidsdoeleinden?Antwoord 11Ja, hogescholen en universiteiten dragen verantwoordelijkheid voor het oporde hebben van beveiliging en het mitigeren van deze risico’s. Zoalsaangegeven in vraag 3 wordt de financiering zowel binnen de Rijksoverheidals tussen de Rijksoverheid en de kennissector verdeeld. De bekostiging diehogeronderwijsinstellingen ontvangen is bedoeld voor alle taken die zijmoeten uitvoeren. Dit omvat zowel de hoofdtaken uit de Wet op het hogeronderwijs en wetenschappelijk onderzoek (het verzorgen van onderwijs enonderzoek)7, als het verzorgen van randvoorwaarden zoals infrastructuur enhet naleven van andere wet- en regelgeving en het toepassen van risicoma-nagement om een veilige leer- en werkomgeving te bieden voor onderwijs enonderzoek. Het is voor een hogeschool of universiteit daarom niet onrechtma-tig om uitgaven te doen die het doel hebben om veiligheidsrisico’s temitigeren. Voor iedere wet geldt overigens dat er voldoende juridischegrondslag moet zijn om de bekostiging die hogeronderwijsinstellingenontvangen in te zetten voor de activiteiten zoals omschreven in die wet.Vanzelfsprekend zal daar ook bij het wetsvoorstel screening kennisveiligheidvoor worden gezorgd.Vraag 12Klopt het dat het bewaken van de nationale veiligheid de verantwoordelijk-heid is van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie vanDefensie, en dat de financiële middelen die zij tot hun beschikking hebben,onder andere voor dit doel aan hen worden verstrekt?Antwoord 12Zoals toegelicht in het regeerprogramma zet het kabinet met een overheids-brede en maatschappijbrede aanpak in op de bescherming van de nationaleveiligheid. Het klopt dat de verantwoordelijkheid primair bij de Minister vanJustitie en Veiligheid ligt. Zoals aangegeven hebben hogescholen enuniversiteiten ook in de bescherming van de nationale veiligheidsbelangeneen rol, in het bijzonder waar het gaat om het mitigeren van kennisveilig-heidsrisico’s. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid is terug te zien in deverdeling van de financiële lasten voor de beleidsontwikkeling omtrentkennisveiligheid. De uitvoeringskosten van de wet screening kennisveiligheidworden bijvoorbeeld gedeeltelijk betaald met middelen die eerder zijn7Zie artikel 1.9, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel4 toebedeeld onder de noemer Justitie en Veiligheid. Deze middelen zijn alovergeboekt naar OCW. Op deze manier wordt bijvoorbeeld invullinggegeven aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid.Vraag 13Zo ja, bent u het ermee eens dat als hoger onderwijsinstellingen financiëlemiddelen nodig hebben om een maatschappelijke opdracht in het kader vande nationale veiligheid uit te voeren, het in de rede ligt dat deze middelenook door deze ministeries aan hen worden verstrekt?Antwoord 13De bekostiging die hogeronderwijsinstellingen ontvangen is bedoeld voor alletaken die zij moeten uitvoeren. Dit omvat zowel de hoofdtaken uit de Wet ophet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, als het verzorgen vanrandvoorwaarden zoals huisvesting en het naleven van andere wet- enregelgeving en het toepassen van risicomanagement om een veilige leer- enwerkomgeving te bieden voor onderwijs en onderzoek. Dit is niet anders dandat hogeronderwijsinstellingen brandveiligheidseisen, de Arbowet, of deAlgemene verordening gegevensbescherming moeten naleven zonder dathier een specifieke bijdrage voor gegeven wordt.Vraag 14Kent u, naast Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, nog andere landen die eendergelijke screeningsplicht hanteren?Antwoord 14Ja, er zijn ook andere landen bezig met screening. In Australië en Japanwordt bijvoorbeeld een vergelijkbaar screeningsinstrument ingezet. Ook zijner landen, waaronder Canada en de Verenigde Staten, waar screeningplaatsvindt op de financieringsstromen van onderzoek en de achtergrond vanonderzoekers.Vraag 15Zo nee, bent u het ermee eens dat het wetsvoorstel screening kennisveilig-heid in de eerste plaats een nationale politieke keuze is, die om een forselegitimering vraagt als de rekening hiervoor enkel bij kennisinstellingen komtte liggen?Antwoord 15De rekening hiervoor ligt niet enkel bij kennisinstellingen, zie ook vraag 3 en11. Individuele landen nemen beleidsmaatregelen passend bij hun nationalecontext. Nederland zet in op een internationaal gelijk speelveld. Dit betekentdat ik mij in internationaal verband blijf inzetten voor de ontwikkeling vankennisveiligheidsbeleid, waaronder maatregelen gericht op risico’s omtrenthet toelaten van individuen tot sensitieve technologie. In alle gevallen vraagtwetgeving om een forse legitimering, ongeacht waar de rekening ligt. Dezelegitimering geldt uiteraard ook voor dit wetsvoorstel.Vraag 16Deelt u de opvatting dat naast hoger onderwijsinstellingen ook andereorganisaties, zoals ASML, een net zo grote verantwoordelijkheid hebben voorkennisveiligheid in het kader van de nationale veiligheid en weerbaarheid? Zoja, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat dit ook bij deze organisatiesgeborgd wordt?Antwoord 16Zeker. Kennisontwikkeling beperkt zich niet tot universiteiten en hogescholen.Het bedrijfsleven speelt ook een belangrijke rol in de ketens van kennisont-wikkeling en innovatie. Ongewenste kennis- en technologieoverdracht doetzich daar net zo goed voor. Daarom werk ik ook nauw samen met de Ministervan Economische Zaken en de Minister van Justitie en Veiligheid in deaanpak economische veiligheid. Economische veiligheid richt zich onder meerop ongewenste kennis- en technologieoverdracht bij het bedrijfsleven.Onderdeel van deze aanpak is het ondersteunen van het bedrijfsleven omadequaat om te gaan met economische veiligheidsrisico’s, een belangrijkinstrument in dit kader is het Ondernemersloket Economische Veiligheid. UwTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel5 Kamer zal voor de zomer een brief over de voortgang van de kabinetsbredeaanpak op gebied van economische veiligheid ontvangen.Vraag 17Bent u het eens dat kennisveiligheid een noodzakelijke voorwaarde is voorverdere samenwerking tussen defensie en het hoger onderwijs? Zo ja, welkerol ziet u voor uzelf in het realiseren van deze samenwerking, gezien deurgente en grote defensieopgave waarvoor ons land staat?Antwoord 17Ja. Kennisveiligheid is een voorwaarde in de samenwerking tussen publiekekennisinstellingen en Defensie. In de Defensie Strategie voor Industrie enInnovatie 2025–2029 (D-SII) van Defensie wordt hier expliciet aandacht aanbesteed.8 Ik herken de urgentie en de omvang van de defensieopgave, envind het belangrijk dat ook kennisinstellingen daar aan bij kunnen dragen.Defensie sluit aan bij de Nationale Aanpak Kennisveiligheid om ongewenstekennis- en technologieoverdracht te voorkomen en draagt actief bij aan dekennisontwikkeling op dit punt. Uitwisseling van informatie op het themakennisveiligheid vindt plaats binnen reguliere overleggen tussen Defensie enOCW, daarnaast vindt uitwisseling van kennis en expertise op werkniveauplaats en wordt overleg tussen koepelverenigingen, instellingen en organisa-ties zoals NWO door beide departementen veelal gezamenlijk aangelopen.In de D-SII en de Strategische Actieagenda Industrie, Innovatie en Kennis(STRAIIK-D)9 wordt beschreven hoe Defensie blijft bouwen aan haarkennisbasis. Defensie stelt 35 miljoen beschikbaar tussen 2025–2029 omonderzoek te programmeren via NWO. Ook draagt Defensie nu al bij aaninterdepartementale calls binnen de Nationale Wetenschapsagenda,waaronder de call die betrekking heeft op kennisveiligheid. In aanvulling opde initiatieven die Defensie zelf neemt ten aanzien van kennisveiligheid en desamenwerking met kennisinstellingen ben ik met het kennisveld in gesprekom de aansluiting tussen beide werelden zo goed mogelijk te maken.Vraag 18Bent u bereid om gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen voor kennisvei-ligheid en om de financiële lasten hiervoor evenwichtiger en op een meerprincipiële wijze te verdelen?Antwoord 18Ja. Bij deze gezamenlijke verantwoordelijkheid past een gezamenlijkefinanciering. Zo zijn de uitvoeringskosten van de wet screening kennisveilig-heid voor een deel betaald met middelen die eerder zijn toebedeeld onder denoemer Justitie en Veiligheid. Die zijn al overgeboekt naar OCW. Het dossierkennisveiligheid blijft ook in de toekomst een gezamenlijke inspanning vragenvan de betrokken departementen.Vraag 19Zijn er Europese financieringsmogelijkheden, bijvoorbeeld onder de EuropeanEconomic Security Strategy of het onderzoeksprogramma Horizon Europe,die universiteiten kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van screeningsver-plichtingen op het gebied van kennisveiligheid, zodat onderwijs- en onder-zoeksbudgetten niet extra belast hoeven te worden?Antwoord 19Er zijn momenteel geen Europese financieringsmogelijkheden beschikbaarvoor het uitvoeren van de screeningsverplichtingen. De EconomischeVeiligheidsstrategie van de EU kondigde een aantal beleidsvoorstellen aan diebijdragen aan de economische weerbaarheid en veiligheid van de EU,waaronder de Raadsaanbeveling ter verbetering van de onderzoeksveiligheiddie 23 mei 2024 is aangenomen door de Raad. Er zijn geen fondsen gekop-peld aan de strategie of de Raadsaanbeveling. Horizon Europe financiert8Kamertukken II 2025/24, 31 125, nr. 134, bijlage9Ministerie van Defensie. (2025). STRAIIK-D:Strategische Actieagenda Industrie, Innovatie enKennis – Defensie. Geraadpleegd op 17 april 2025, van https://open.overheid.nl/documenten/55981421-9238-4053-8c37-a228d6dc2f2e/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel6 onderzoeks- en innovatieprojecten. Er zijn in de regeling voorwaardenopgenomen om de kennisveiligheid te borgen, maar het programma biedtgeen ruimte voor de financiering van kennisveiligheidsmaatregelen,waaronder nationale screeningsverplichtingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel7

Bron, video en gesprek →